Beant. TV D66 - Wijziging Afstemmingsverordening participatiewet IOAW, BDZ gemeente Rhenen
Tekst van het document
GEMEENTE RHENEN Technische vragen
Onderwerp: RV Wijz. Afstemmingsverordening part.wet IOAW, IAOZ en BBZ Commissie: Samenleving Datum: 21 februari 2023 Vragen 1. Voor welke scenario’s is het aannemelijk dat de verplichtingen vanuit zowel PW als de Wi2021 tegelijkertijd worden geschonden? 2. En. Is er nagedacht over om dergelijke scenario’s leidend te laten zijn voor de keuzes zoals geschetst onder argumenten 1.1.1a? (p.2) (onder het motto gelijke gevallen, gelijk behandelen)
3. Waarom is de afhandeling van het traject in het kader van het niet nakomen van de verplichtingen uit de Wi2021 belastend voor de inburgeraar? Zie argumenten 1.3, p 3.
Antwoorden 1. Er zijn veel verschillende scenario’s denkbaar. Een scenario kan zijn: De inburgeraar spant zich onvoldoende in om de Nederlandse taal te leren. Dan voldoet hij niet aan de verplichtingen binnen de Wi2021. Maar dan voldoet hij ook niet aan de verplichtingen uit de Participatiewet, namelijk zich inspannen om zo snel als mogelijk in te kunnen stromen in betaald werk (omdat hij daarvoor een zekere beheersing van de Nederlandse taal nodig heeft). Omdat in individuele gevallen, naast algemene verplichtingen, nog specifieke verplichtingen kunnen gelden, is het ondoenlijk om alle scenario’s in kaart te brengen. 2. Het doel van het wijzigen van de afstemmingsverordening is om duidelijkheid te geven aan inburgeraars, ongeacht welk scenario zich voordoet, wat de hoofdregel is bij samenloop van beide wetten (Wi2021 en P-wet). Dit voorstel gaat dan uit van de P-wet boven de Wi2021. Omdat individuele situaties kunnen verschillen is er ook nog steeds maatwerk/afstemming mogelijk. We gaan ervan uit dat u bedoelt het betalen van de boete bij het niet nakomen van een verplichting. Het kan belastend zijn omdat het zelf betalen van een boete meerdere handelingen vereist van een inburgeraar. Zoals het lezen en begrijpen van de boete en vervolgens het tijdig afhandelen van de betaling van de boete.
Natuurlijk is er ondersteuning beschikbaar voor de inburgeraar, maar het vraagt wel handelingen.
4. Betreffende het overgangsrecht. In NL zijn er momenteel ca. 9000 mensen die vallen onder oude inburgeringsrecht. Om hoeveel mensen gaat het in de gemeente Rhenen? 5. Conf. Art 1, sub B wordt voor de verrekening, rekening gehouden met een fictieve draagkracht van 5% van de bijstandsnorm. Tegelijkertijd wordt in Art 1, sub C gesproken van 20% van de bijstandsnorm. Hoe zijn deze twee percentages met elkaar te rijmen?
6. Is er ook sprake van omstandigheden waardoor tijdelijk geen verrekening plaatsvindt? Zg. hardheidsclausules (anders dan al in het raadsvoorstel zijn genoemd)?
We beschikken niet over deze cijfers.
Bij het innen van een boete, ongeacht op basis van welke wet, moeten we rekening houden met de beslagvrije voet. Dat hoeft bij het verlagen van de bijstand niet. Tegelijkertijd geldt in beide situaties dat er altijd afgestemd wordt op de individuele situatie. Dat er 20% gekort wordt ( op één maand bijstand) wil niet altijd zeggen dat dat hele bedrag op één maand wordt ingehouden. Het kan zijn dat de inhouding over meerdere maanden plaatsvindt, totdat er in totaal 20% van één maand bijstand is ingehouden. Hetzelfde geldt voor de boete. Het kan zijn dat we inning dus spreiden over meerdere maanden omdat de boete hoger is dan 5% van de bijstandsnorm. Er kan altijd sprake zijn van omstandigheden waarin tijdelijk geen verrekening plaatsvindt. Afstemming op de individuele situatie is mogelijk, naast het inzetten van hardheidsclausules.