CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

b NL.IMRO.0340.BPBlauwendraadweid-ON01 tb6

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Technische vragen Bestemmingsplan Blauwendraadweide2.728 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport 22200425.r01 Woningbouw Cuneraweg 340-344 in Rhenen Onderzoek externe veiligheid

www.SPAWNP.nl

BOUW - MILIEU - RUIMTE

Rapport 22200425.r01 Woningbouw Cuneraweg 340-344 in Rhenen Onderzoek externe veiligheid

Datum: 19 juli 2022

KUDO Vastgoed B.V. De heer M.J.J. Wennekes Storkstraat 25 3905 KX VEENENDAAL MarkWennekes@kudo.nl

Auteur/adviseur: De heer ing. D.J. Hobert

Goedgekeurd: De heer ing. L.F.A. Theuws

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110

info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015

| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01

DENKKRACHT

IN

Opdrachtgever:

SPA WNP ingenieurs

INHOUD

22200425.r01

PAGINA

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Huidige situatie 1.3 Toekomstige situatie

3 3 3 3

2.

BELEIDSKADER 2.1 Plaatsgebonden risico 2.2 Groepsrisico 2.3 Plasbrandaandachtsgebied 2.4 Verantwoordingsplicht

6 6 6 7 7

3.

RISICO’S DOOR VERVOER OVER WEG, WATER OF SPOOR 3.1 Algemeen 3.2 Inventarisatie 3.3 Handleiding risicoanalyse transport (HART)

8 8 8 9

4.

VERANTWOORDINGSPLICHT GROEPSRISICO 4.1 Algemeen 4.2 Maatgevende scenario’s 4.3 Bevt, artikel 7

10 10 10 10

5.

CONCLUSIES EN AANBEVELING

11

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

22200425.r01

In opdracht van KUDO Vastgoed B.V. is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. De aanleiding daarvoor is de woningbouw aan de Cuneraweg 340-344 in Rhenen en het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Cuneraweg. Het doel van dit onderzoek is, om een uitspraak te kunnen doen of voor het initiatief knelpunten zijn op het vlak van externe veiligheid. De beoordeling richt zich specifiek op het transport van gevaarlijke stoffen over de Cuneraweg (N233). Op basis van de verzamelde informatie is een inschatting gegeven van knelpunten en mogelijke vervolgacties. De bevindingen zijn in dit rapport weergegeven. 1.2

Huidige situatie In afbeelding 1 is de situering van het plangebied en de directe omgeving te zien. Het betreft een gebied waarin hoofdzakelijk woningen en enkele bedrijven aanwezig zijn. Ten zuiden ligt de Cuneraweg. Het plangebied is voornamelijk in gebruik als grasland met enkele bijgebouwen. Afbeelding 1:

1.3

Ligging plangebied (globaal omlijnd)

Toekomstige situatie De beoogde ruimtelijke ontwikkeling betreft de realisatie van 14 woningen. In afbeeldingen 2 en 3 zijn de voorlopige invullingen van het plangebied geschetst. Ten tijde van dit onderzoek wordt de exacte invulling van de meest zuidelijk gelegen woning nog onderzocht.

Pagina 3

SPA WNP ingenieurs

Afbeelding 2:

22200425.r01

Beoogde situatie – variant A

Pagina 4

SPA WNP ingenieurs

Afbeelding 3:

22200425.r01

Beoogde situatie – variant B

Door de ontwikkeling is er sprake van een verhoging van de personendichtheid, in het bijzonder in de nachtperiode. Vanwege dit aspect is in ieder geval de invloed op de hoogte van het groepsrisico van belang voor het onderzoek.

Pagina 5

SPA WNP ingenieurs

2.

22200425.r01

BELEIDSKADER Het beoordelingskader externe veiligheid richt zich op gevaarlijke stoffen en kan naar risicobron grofweg als volgt ingedeeld worden: 1. inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaatsvinden 2. buisleidingen 3. vervoer over weg, water of spoor 4. luchtverkeer 5. fysiek veiligheid (windmolens en hoogspanning, overstroming weide/bos brand) Dit onderzoek richt zich uitsluitend op de risico’s van vervoer over de weg. In het veiligheidsbeleid wordt gewerkt met afstanden of gebieden. Daarbij zijn de volgende basisbegrippen van belang: · plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar: gebied waar plaatsgebonden risiconormen (PR) gelden en getoetst moeten worden; · invloedsgebied: gebied waar beoordeling en verantwoording van het groepsrisico (GR) nodig is; · plasbrandaandachtsgebied: het gebied (PAG) waarin rekening gehouden moet worden met de effecten van een plasbrand.

2.1

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien deze zich onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren. Dit zijn lijnen die punten met een zelfde risico met elkaar verbinden op een topografische kaart. Voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bepaalde bedrijfsgebouwen). De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico wordt voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten gesteld op een niveau van 10-6 per jaar. Binnen de plaatsgebonden risicocontour 10- 6 per jaar mogen geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Naast de grenswaarde voor kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risico contour 10-6 per jaar ook als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten.

2.2

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit, dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Het GR voor transport is de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van tien of meer personen in de omgeving van een transportroute in een keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. De normen voor het GR hebben een oriënterende waarde (inspanningsverplichting). De oriëntatiewaarde kan gezien worden als een soort ijkpunt, waarmee de hoogte van het groepsrisico vergeleken kan worden. De verantwoording van het groepsrisico is een plicht voor het bevoegd gezag om naast de omvang van het groepsrisico ook andere aspecten, zoals de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid, mee te wegen in de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het groepsrisico.

Pagina 6

SPA WNP ingenieurs

22200425.r01

Het GR wordt meestal weergegeven in een FN-curve grafiek, waarin op de horizontale as het aantal doden N staat en op verticale as de cumulatieve kans F per jaar op een ongeval waarbij N of meer doden vallen. 2.3

Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen. In de Regeling Basisnet zijn de afstanden van het PAG voor weg, spoor en water vastgelegd. Een PAG geldt alleen voor nieuwe (nog te bouwen) kwetsbare objecten. Indien zich bestaande kwetsbare objecten binnen het PAG bevinden, hoeven deze niet te worden gesaneerd. Bij bouwplannen, die binnen een PAG vallen, zal specifiek moeten worden ingegaan op de effecten van een plasbrand (motivatie verplicht). Hier zouden bijvoorbeeld extra (bouwkundige) maatregelen kunnen volgen. Het PAG is verankerd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

2.4

Verantwoordingsplicht Berekeningen van het groepsrisico geven inzicht in de mate van maatschappelijke ontwrichting. Met de uitkomsten van een dergelijke berekening kan daarom bewuster met risico’s worden omgegaan. Het is bij de beoordeling van dit groepsrisico de vraag welke omvang van ramp of ontwrichting aanvaardbaar is. Hoe er met de verantwoording van het groepsrisico omgegaan dient te worden, verschilt per risicobron. Ten aanzien van inrichtingen wordt de verantwoording geregeld via het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), ten aanzien van buisleidingen is dit geborgd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt hiervoor het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bevt Beperkte verantwoording Het Bevt schrijft voor dat voor alle ruimtelijke plannen binnen de invloedssfeer van een transportroute aandacht moet worden geschonken aan: 1. mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; 2. zelfredzaamheid ten aanzien van nog niet gerealiseerde (beperkt kwetsbare)objecten. Volledige verantwoording Wanneer het ruimtelijk plan binnen 200 meter van een transportroute gelegen is, dient ook aandacht te worden geschonken aan de volgende aspecten: 1. dichtheid van personen en de verwachte veranderingen; 2. hoogte van het groepsrisico;

Pagina 7

SPA WNP ingenieurs

22200425.r01

3. maatregelen ter beperking van het groepsrisico (waaronder stedenbouwkundige opzet, bouwkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte); 4. mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan. Er is echter sprake van een uitzondering wanneer: 1. het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde; 2. het groepsrisico niet meer dan tien procent toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden; 3. het plangebied op meer dan 200 meter afstand van een transportroute ligt. In dat geval kan volstaan worden met een beperkte verantwoording 3.

RISICO’S DOOR VERVOER OVER WEG, WATER OF SPOOR

3.1

Algemeen Het beleid voor vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, binnenvaart en spoorweg is opgenomen in het Basisnet. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). De wetgeving over het Basisnet wordt ook wel "Wet Basisnet" genoemd. De "Wet Basisnet" is een stelsel van wetten en regels die hun oorsprong hebben in verschillende gebieden. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (Wvgs) de belangrijkste wet en die is aangepast aan het Basisnet. Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) ontstaan. Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer. In de Regeling Basisnet is opgenomen waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling.

3.2

Inventarisatie De Cuneraweg is niet opgenomen in het Basisnet. Desondanks worden er over de weg wel gevaarlijke stoffen vervoerd. De route is door de gemeente Rhenen aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt op circa 30 meter (variant A) en 35 meter (variant B) afstand van de weg. Door de ligging van het plangebied is het plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter niet relevant. Op basis van tellingen van het Rijkswaterstaat volgen de hierna weergegeven vervoerscijfers. Tabel 1: Vervoerscijfers Cuneraweg LF1

LF2

LT1

LT2

LT3

GF1

GF2

GF3

GT2

GT3

GT4

GT5

942

1161

0

0

0

0

0

264

0

0

0

0

Pagina 8

SPA WNP ingenieurs

3.3

22200425.r01

Handleiding risicoanalyse transport (HART) In het HART zijn vuistregels opgenomen om te bepalen of een risicoberekening noodzakelijk is. Voor de Cuneraweg en de omgeving van het plangebied geldt dat er sprake is van: · een weg buiten de bebouwde kom, waarbij een maximum snelheid geldt van 80 km/uur of hoger; · tweezijdige bebouwing ter hoogte van het plangebied. Plaatsgebonden risico Vanwege het aantal GF3 transporten bevat de Cuneraweg geen plaatsgebonden risicocontour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee géén belemmering voor de gewenste ontwikkeling. Groepsrisico Op basis van het HART zijn voor de weg de volgende vuistregels opgenomen voor toetsing van de oriëntatiewaarde: Vuistregel 1:

Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen), pas dan RBM II toe.

Vuistregel 2:

Wanneer GF3 minder is dan 10 maal de drempelwaarde, zoals aangegeven in het bijlagenrapport van de HART tabel 1-6 (eenzijdige bebouwing) of tabel 1-7 (tweezijdige bebouwing), wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.

Voor de toetsing aan 10% van het groepsrisico zijn onderstaande vuistregels van toepassing: Vuistregel 1:

Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen), pas dan RBM II toe.

Vuistregel 2:

Wanneer GF3 minder is dan de drempelwaarde in het bijlagenrapport van de HART tabel 1-6 (eenzijdige bebouwing) of tabel 1-7 (tweezijdige bebouwing), wordt 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden.

Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde Voor de realisatie van 14 woningen geldt dat het aantal personen op basis van het kengetal (2,4) toeneemt met afgerond 17 personen in de dagperiode en 34 personen in de nachtperiode. Voor de personendichtheid per hectare is in dit onderzoek aangesloten bij de Handreiking verantwoordingsplicht (VROM, november 2007). In deze handreiking wordt voor een woongebied uitgegaan van maximaal 70 personen per hectare (drukke woonwijk). Dit uitgangspunt wordt als worstcase beschouwd, omdat er ter plaatse geen sprake is van een ‘drukke woonwijk’.

Pagina 9

SPA WNP ingenieurs

22200425.r01

Op basis van de minimale afstand van de plangrens tot aan de as van de weg (30 meter bij variant A) en een dichtheid van 70 personen per hectare, geldt op basis van het HART een drempelwaarde van 460 GF3 transporten. Het aantal GF3 transporten over de Cuneraweg bedraagt 264. Hiermee is het aantal GF3 transporten ruim lager dan de drempelwaarde. Dit betekent dat het aantal personen te laag is om 10% van de oriëntatiewaarde te overschrijden. Het groepsrisico bedraagt minder dan 0,1 maal de oriënterende waarde van het groepsrisico. Als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen dient, conform artikel 7 van het Bevt, een beperkte verantwoording van het groepsrisico te worden uitgevoerd. Elementen voor deze verantwoording zijn opgenomen in het volgende hoofdstuk van deze rapportage.

4.

VERANTWOORDINGSPLICHT GROEPSRISICO

4.1

Algemeen In het kader van het Besluit externe veiligheid transportroutes, die voor het beschouwde project relevant is, moet elke verandering (toename) van het groepsrisico verantwoord worden. De verantwoordingsplicht geldt ook als het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde blijft. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de Cuneraweg. Doordat het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde, volstaat conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Verder dient advies gevraagd te worden aan de Veiligheidsregio.

4.2

Maatgevende scenario’s De maatgevende scenario´s voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid, waarbij het plangebied binnen het invloedsgebied van brandbare gassen en toxische vloeistoffen/gassen ligt, zijn een brandscenario (45 meter) en explosiescenario (355 meter).

4.3

Bevt, artikel 7 In de toelichting bij een bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van een omgevingsvergunning wordt, voor zover het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft binnen het invloedsgebied ligt van een weg, spoorweg of binnenwater, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in elk geval ingegaan op: 1. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater; 2. de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen, indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Dit is alleen van toepassing op nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten. Ad 1: Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet vindt voornamelijk plaats bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied.

Pagina 10

SPA WNP ingenieurs

22200425.r01

Eventuele secundaire branden zijn, gezien de afstand tot de bron nabij het plangebied, niet aannemelijk. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Het plangebied en de bron zijn vanuit diverse richtingen goed bereikbaar voor de brandweer en eventuele andere hulpdiensten. Ad 2: Binnen het plangebied zijn er mogelijkheden voor personen om zich, in tegenovergestelde richting van de transportroutes, buiten het invloedsgebied te begeven. Er kan van uit worden gegaan dat volwassenen in het plangebied afdoende zelfredzaam zijn en er voldoende volwassenen aanwezig zijn die voor begeleiding van de kinderen kunnen zorgen.

5.

CONCLUSIES EN AANBEVELING In opdracht van KUDO Vastgoed B.V. is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. De aanleiding daarvoor is de woningbouw aan de Cuneraweg 340-344 in Rhenen en het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Cuneraweg. Samenvattend wordt het volgende geconcludeerd: 1. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. 2. De hoogte van het groepsrisico is onderzocht. Op basis van de vuistregels in de Handleiding risico Analyse Transport (HART) is bepaald dat het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. 3. Het plangebied ligt wel binnen de invloedgebieden van gevaarlijke stoffen, die over de Cuneraweg worden vervoerd. Doordat het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde, volstaat conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) een beperkte verantwoording van het groepsrisico. In deze rapportage zijn elementen hiervoor aangeleverd. Aanbevolen wordt, ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico, deze rapportage aan de Veiligheidsregio voor te leggen.

SPA WNP ingenieurs

Pagina 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12914644/1