CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

b NL.IMRO.0340.BPBlauwendraadweid-ON01 tb2

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Technische vragen Bestemmingsplan Blauwendraadweide26.997 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT: Diverse (actualiserende) onderzoeken Cuneraweg achter 342‐344 te Rhenen

PROJECTNUMMER: B20.7898 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen

PROJECTNUMMER: B20.7898 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: Frank van Woerden Vastgoed en Ontwikkeling

DATUM: 10 september 2020

Auteur:

Autorisatie,

M. Schimmel MSc. Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B20.7898/R7898-01/MS De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2

SAMENVATTING Frank van Woerden Vastgoed en Ontwikkeling heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, een verkennend en actualiserend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen achter de Cuneraweg 342-344 te Rhenen. Voorafgaand aan de voorliggende onderzoeken is een historisch onderzoek uitgevoerd op de locatie conform de NEN 5725:2017 met kenmerk VMT B20.7898/HO-01/MS, d.d. 21 juli 2020. De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling en de resultaten van het historisch onderzoek. De verkennende en actualiserende onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5740/A1:2016, de NTA 5755:2010 en de NEN 5707:2015/C2:2017. De diverse actualiserende onderzoeken hebben tot doel de algemene bodemkwaliteit (inclusief asbest, reeds aangetroffen verontreinigingen en PFAS) te actualiseren ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren ing. H.M.W. van der Donk en M. Schimmel MSc.

Resultaten historisch onderzoek en locatiebezoek Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is reeds een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 (Verhoeven Milieutechniek B.V., kenmerk VMT B20.7898/HO01/MS, d.d. 21 juli 2020). Hieronder staan de conclusies van het historisch onderzoek vermeld. Voor de volledigheid is het complete rapport opgenomen als bijlage 8. Uit de beschikbare informatie is gebleken dat op de locatie diverse (voormalige) verdachte activiteiten en bodemverontreinigingen aanwezig zijn geweest:  Voormalige brandstoffendetailhandel met diverse (ondergrondse) tanks en bekende bodemverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten;  Aanwezigheid van een gedempte sloot;  Aanwezigheid van asbest in de (onder)grond. A) Bovengrondse 60.000 liter HBO opslag (deellocatie 1 historisch onderzoek); B) Stalling vrachtwagens met achterliggend olievat en oliekachel en naastgelegen in 1988 verwijderde ondergrondse tank (deellocatie 2 historisch onderzoek); C) Ondergrondse 33.000 liter petroleumtank (deellocatie 3 historisch onderzoek); D) Bovengrondse 200 liter HBO-tank voor het voormalige kantoor; E) Locatie olieoverslag vanuit tankwagens naar vaten. Verder zijn geen overige gegevens van (kritische) bodembedreigende activiteiten bekend.

De bovengenoemde activiteiten zijn tijdens in het verleden in voldoende mate onderzocht en de verontreiniging is in het verleden grotendeels in beeld gebracht. Aangezien het meest recente onderzoek ruim 5 jaar oud is, zijn de resultaten hiervan echter niet meer representatief voor actuele bodemkwaliteit. Derhalve dient een volledig verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Tevens dient aanvullend onderzoek te worden verricht naar de bekende verontreiniging om de verontreinigingssituatie te actualiseren en verdergaand af te perken. Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

3

Daarnaast zijn op de locatie diverse verhardingen aanwezig en zijn tijdens voorgaand bijmengingen met bodemvreemd materiaal en plaatselijk zelfs asbest waargenomen. Derhalve kan niet uitgesloten dat sprake is van een verontreiniging met asbest in de bodem. Derhalve is de locatie verdacht is op het voorkomen van asbest in de bodem. Conclusies diverse onderzoeken Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese gezien te worden aangenomen, aangezien ter plaatse van de bekende verontreiniging minerale olie en/of vluchtige aromaten, licht tot sterk verhoogde gehalten voor minerale olie en/of vluchtige aromaten in de verdachte ondergrond en in het grondwater. De verontreinigingssituatie is in voldoende mate geactualiseerd en nader onderzocht. Algemene kwaliteit Voor wat betreft de algemene bodemkwaliteit, buiten de bekende verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten, zijn in de boven- en ondergrond maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond. In de grondwatermonsters zijn diverse licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond.

Met uitzondering van het aangetroffen bodemverontreiniging minerale olie en/of vluchtige aromaten ter plaatse van de voormalige brandstoffendetailhandel met diverse (ondergrondse) tanks, betreffen alle overige aangetoonde verhoogde gehalten op de onderzoekslocatie overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden, waarvoor verder geen vervolgstappen noodzakelijk zijn in het kader van de Wbb. Op basis van de resultaten van het PFAS-onderzoek voldoet de onderzochte grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Actualisatie bodemverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten Op basis van de onderzoeksresultaten is vastgesteld dat de contour van de grondverontreiniging met minerale olie binnen de perceelsgrenzen grotendeels overeenkomt met de situatie tijdens voorgaande onderzoeken uit 2012. De grondverontreiniging is binnen de perceelsgrenzen zowel horizontaal als verticaal in voldoende mate afgeperkt. Wel is de sprake van een grotere laagdikte voor de grondverontreiniging als in voorgaand onderzoek, omdat ons inziens de laagdikte te beperkt was ingeschat tijdens voorgaand onderzoek. Derhalve dient rekening gehouden te worden met een grotere hoeveelheid sterk verontreinigde grond.

Op basis van voorliggend en voorgaande onderzoeken is de verontreiniging met minerale olie in de grond binnen de perceelsgrenzen aanwezig over een oppervlak van circa 620 m2. De verontreiniging is aanwezig in het traject van 0,2 tot 3,5 m-mv. Uitgaande van een gemiddelde laagdikte van circa 2,5 m-mv is sprake van circa 1.400 m3 sterk met minerale olie verontreinigde grond. Het sterk verhoogde gehalte voor xylenen in de ondergrond is ondergeschikt aan de verontreiniging met minerale olie. Op basis van de onderzoeksresultaten is vastgesteld dat de contour van de grondwaterverontreiniging met minerale olie binnen de perceelsgrenzen is afgenomen vergeleken met de situatie tijdens voorgaande onderzoeken uit 2012. De sterke grondwaterverontreiniging is zowel horizontaal als verticaal in voldoende mate afgeperkt. Wel is de sprake van een grotere laagdikte voor de grondwaterverontreiniging als in voorgaand onderzoek, omdat ons inziens de laagdikte te beperkt was ingeschat tijdens voorgaand onderzoek. Derhalve dient rekening te worden gehouden met een grotere hoeveelheid sterk verontreinigd grondwater. Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

4 Gezien de afname in omvang binnen de perceelsgrenzen en de afperking tijdens voorgaand onderzoek buiten de perceelsgrenzen, is het niet aannemelijk dat de verontreiniging zich buiten de perceelgrenzen dermate is verspreid en in omvang is toegenomen. Derhalve ligt het in de verwachting dat de verontreiniging nog steeds beperkt perceelsoverschrijdend is. Op basis van voorliggend en voorgaande onderzoeken is de verontreiniging met minerale olie in het grondwater binnen de perceelsgrenzen nu aanwezig over een oppervlak van circa 240 m2. De verontreiniging is aanwezig in het traject van 0,2 tot 2,5 m-mv. Uitgaande van een gemiddelde laagdikte van circa 2,0 m-mv is sprake van circa 480 m3 sterk met minerale olie verontreinigd grondwater. Het sterk verhoogde gehalte voor xylenen in het grondwater is, net als bij de grondverontreiniging, ondergeschikt aan de verontreiniging met minerale olie. De grondwaterverontreiniging bevind zich binnen de contouren van de sterke grondverontreiniging en kan derhalve ook als onderschikt aan de grondverontreiniging worden bevonden. In bijlage 2 is de contour van de sterk met minerale verontreinigde grond en grondwater aangegeven.

Ernst en spoedeisendheid Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. Op basis van de resultaten van voorliggende en voorgaande onderzoeken is voor de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten (xylenen). De verontreiniging is te relateren aan mors en lekverliezen van opslag- en overslag in het verleden. Er is sprake van een historische verontreiniging (ontstaan voor 1987). Opgemerkt wordt dat zowel de grond- als grondwaterverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten buiten de perceelsgrenzen in oostelijke richting formeel gezien niet is geactualiseerd in voorliggend onderzoek. Aangezien in voorgaand onderzoek in de ondergrond en het grondwater geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetoond in boring/peilbuis A25, ligt het in de verwachting dat de verontreiniging nog steeds beperkt perceelsoverschrijdend is. Nader onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Omdat minerale olie uit een mengsel van diverse organische verbindingen bestaat is een formele spoedeisendheidbepaling niet mogelijk. De concentraties zijn niet dermate dat een drijflaag wordt verwacht.

Tijdens de veldwerkzaamheden is eveneens geen drijflaag waargenomen. Hierdoor wordt aangenomen dat geen sprake is van een spoedeisend geval. Opgemerkt wordt dat de verontreiniging perceel overschrijdend is in oostelijke richting. Aangezien de situatie met betrekking tot de minerale olieverontreiniging op de onderzoekslocatie niet of nauwelijks is gewijzigd ten opzichte van het onderzoek uit 2012, zijn geen verspreidingsrisico’s aanwezig. Op basis van de risicobeoordeling tijdens voorgaand onderzoek is er voor het geval van ernstige bodemverontreiniging geen sprake van onaanvaardbare risico's voor de mens, ecologie of voor verspreiding. Geconcludeerd is dat geval van ernstige bodemverontreiniging niet met spoed gesaneerd hoeft te worden.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

5 Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest in de bodem is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen aangenomen, aangezien zowel zintuiglijk als analytisch asbest geen aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. Algehele conclusies en aanbevelingen Met het uitgevoerde actualiserend en afperkend bodemonderzoek is de verontreinigingssituatie ter plaatse van de locatie achter de Cuneraweg 342-344 te Rhenen (perceel A 991) in voldoende mate geactualiseerd. Op basis van de onderzoeksresultaten is de bodemverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten (xylenen) binnen de perceelsgrenzen in voldoende mate in beeld gebracht. De contouren van verontreinigingen zijn weergegeven op de situatieschetsen in bijlagen 2a (grond) en 2b (grondwater).

De aangetroffen sterk verhoogde gehalten voor xylenen in de grond en grondwater zijn enkel aangetroffen in de kern van de verontreiniging ter plaatse van boring met peilbuis PB06 (A20) en zijn ondergeschikt aan de verontreiniging met minerale olie. In onderstaande tabellen is de omvang van de ernstig grond- en grondwaterverontreiniging met minerale olie, binnen de perceelsgrenzen schematisch weergegeven. Tabel 1:

Verontreinigingssituatie grond

Deellocatie Vml. brandstoffendetailhandel achter de Cuneraweg 342-344

Stof Minerale olie

Oppervlakte (m2)

>I ± 560

Traject (m-mv)

± 0,20 -3,50

Gemiddelde dikte

2,5 meter

3

Omvang (m ) I:

Interventiewaarde.

Tabel 2:

Verontreinigingssituatie grondwater

Deellocatie Vml. brandstoffendetailhandel achter de Cuneraweg 342-344

Stof Minerale olie

Oppervlakte (m2)

>I ± 290

Traject (m-mv)

± 2,50 -5,50

Gemiddelde dikte

2,0 meter

3

Omvang (m ) I:

± 1.400

± 580

Interventiewaarde.

Op basis van de beschikbare gegevens is verondersteld dat alle verontreinigingen vóór 1987 zijn ontstaan en zodoende worden ondergebracht bij de Wet bodembescherming. Voor de voorgenomen herontwikkeling zijn sanerende maatregelen noodzakelijk in verband met de aangetroffen gehalten voor minerale olie en vluchtige aromaten (xylenen) in de verontreinigde bodem. Alle sanerende maatregelen dienen plaats te vinden conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Voorgesteld wordt een saneringsplan op te stellen voor de gehele projectlocatie en in te dienen bij het bevoegd gezag. Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

6 Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters voldoet de grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en bestaat voor wat betreft PFAS geen belemmering tegen de verwerking van de sterk verontreinigde grond. Voor wat betreft de overige NEN-parameters, arseen, chroom, PFAS en asbest in grond zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven buiten de verontreinigingscontouren, afvoeren en toepassen elders, de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

7 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 8

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 8

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 8 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 8 3.2. RESULTATEN HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725) ................................................................................ 9

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ........................................................................................ 10 4.1. BODEMOPBOUW ........................................................................................................................................ 10 4.2. GEOHYDROLOGIE ..................................................................................................................................... 10

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................. 10

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 11 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE DIVERSE ONDERZOEKEN ................................................................................. 11 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 13

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 15 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 15 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 16

8.

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ........................................................... 17 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 17 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 17 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 22

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 25 9.1. VERKENNEND EN ACTUALISEREND BODEMONDERZOEK ......................................................................... 25 9.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST................................................................................................ 27 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 27

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 29

BIJLAGEN

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering in de regio Situatieschets met geplaatste en bestaande boringen, peilbuizen, proefgaten en verontreinigingscontouren Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Toetsingstabellen PFAS Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest Relevante historische informatie

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

8

1.

INLEIDING Frank van Woerden Vastgoed en Ontwikkeling heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, een verkennend en actualiserend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen achter de Cuneraweg 342-344 te Rhenen. Voorafgaand aan de voorliggende onderzoeken is een historisch onderzoek uitgevoerd op de locatie conform de NEN 5725:2017 [1] met kenmerk VMT B20.7898/HO-01/MS, d.d. 21 juli 2020. De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling en de resultaten van het historisch onderzoek. De verkennende en actualiserende onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5740/A1:2016 [2], de NTA 5755:2010 [3] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door heren M. Schimmel MSc. en ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De diverse actualiserende onderzoeken hebben tot doel de algemene bodemkwaliteit (inclusief asbest, reeds aangetroffen verontreinigingen en PFAS) te actualiseren ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocatie is gelegen achter de Cuneraweg 342 en 344 en staat kadastraal bekend als gemeente Rhenen, sectie A, nummer 991. De totale oppervlakte bedraagt circa 2.505 m2. De onderzoekslocatie betreft een opslagterrein achter een voormalig tankstation. Op de locatie zijn een loods en voormalige olietanks aanwezig (geweest). Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

9

3.2.

Resultaten historisch onderzoek (NEN 5725)

Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is reeds een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 (Verhoeven Milieutechniek B.V., kenmerk VMT B20.7898/HO01/MS, d.d. 21 juli 2020). Hieronder staan de conclusies van het historisch onderzoek vermeld. Voor de volledigheid is het complete rapport opgenomen als bijlage 8. Uit de beschikbare informatie is gebleken dat op de locatie diverse (voormalige) verdachte activiteiten en bodemverontreinigingen aanwezig zijn geweest:  Voormalige brandstoffendetailhandel met diverse (ondergrondse) tanks en bekende bodemverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten;  Aanwezigheid van een gedempte sloot;  Aanwezigheid van asbest in de (onder)grond. A) Bovengrondse 60.000 liter HBO opslag (deellocatie 1 historisch onderzoek); B) Stalling vrachtwagens met achterliggend olievat en oliekachel en naastgelegen in 1988 verwijderde ondergrondse tank (deellocatie 2 historisch onderzoek); C) Ondergrondse 33.000 liter petroleumtank (deellocatie 3 historisch onderzoek); D) Bovengrondse 200 liter HBO-tank voor het voormalige kantoor; E) Locatie olieoverslag vanuit tankwagens naar vaten. Verder zijn geen overige gegevens van (kritische) bodembedreigende activiteiten bekend. De bovengenoemde activiteiten zijn tijdens in het verleden in voldoende mate onderzocht en de verontreiniging is in het verleden grotendeels in beeld gebracht.

Aangezien het meest recente onderzoek ruim 5 jaar oud is, zijn de resultaten hiervan echter niet meer representatief voor actuele bodemkwaliteit. Derhalve dient een volledig verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Tevens dient aanvullend onderzoek te worden verricht naar de bekende verontreiniging om de verontreinigingssituatie te actualiseren en verdergaand af te perken. Daarnaast zijn op de locatie diverse verhardingen aanwezig en zijn tijdens voorgaand bijmengingen met bodemvreemd materiaal en plaatselijk zelfs asbest waargenomen. Derhalve kan niet uitgesloten dat sprake is van een verontreiniging met asbest in de bodem. Derhalve is de locatie verdacht is op het voorkomen van asbest in de bodem. Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek, voorafgaand aan de werkzaamheden, is de aanwezigheid van de bebouwing en verhardingen, zoals tijdens voorgaand onderzoek was opgenomen, bevestigd. Op één van de opstallen is asbestverdachte dakbedekking aangetroffen, waarbij afwatering plaatsvind op het met klinkers verharde maaiveld. De aanwezige bosschages zijn voorafgaand aan het onderzoek (deels) gemaaid waarbij nog wel wat snoeiafval op maaiveld aanwezig was. Verder zijn geen bijzonderheden waargenomen, die kunnen duiden op een bodemverontreiniging.

PFAS Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit handelingskader en het directe ingangstermijn hiervan heeft de markt niet voorzien, maar heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Dus zodra er grond/slib van de locatie moet worden afgevoerd dient onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX. GenX betreft geen verdachte parameter voor deze regio. Aangezien voor uw mogelijk wijzigingen in gebruik plaatsvinden en/of civieltechnische werkzaamheden zijn gepland waarbij grond vrijkomt, is onderzoek naar PFAS geadviseerd.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

10

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale geologie en hydrogeologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl/ gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is matig doorlatende eerste laag aanwezig vanaf het maaiveld tot circa 7 m-mv bestaande uit midden en fijn zand behorend tot de Formatie van Boxtel. Hieronder bevindt zich tot circa 32 m-mv een slecht doorlatende laag gestuwde afzettingen bestaande uit een complexe eenheid met een afwisseling van grof en midden zand, met weinig klei, zandige klei. Het eerste watervoerend pakket begint is hieronder aanwezig tot circa 85 me-mv, bestaande uit fijn tot grof zand met behorend tot de Formaties Peize en Waalre. 4.2.

Geohydrologie

Naar verwachting stroomt het freatisch grondwater in noordoostelijke richting, richting de Grift en het kwelgebied in Veenendaal. De stromingsrichting van het grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, eventueel nabijgelegen oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is, voor zover als bekend, niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE Op basis van de bekende gegevens wordt uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging (minerale olie en/of vluchtige aromaten). Tevens betreffen de aanwezigheid van een gedempte sloot en PFAS aandachtspunten. Voor wat betreft asbest in de bodem wordt eveneens uitgegaan van een verdachte locatie.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

11

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategie diverse onderzoeken

Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Algemene kwaliteit (inclusief slootdemping) Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van het gehele terrein (maximaal 3.000 m2) wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). Alle boringen worden doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv, in verband met de aanwezige verhardingen. Alle grondgrondwateranalyses worden op een standaard NEN-pakket uitgevoerd, aangevuld met arseen en chroom. Ter plaatse van de vermoedelijke locatie van de gedempte sloot wordt een dwarsraai van drie boringen geplaatst tot circa 2,0 m-mv. Hier is vooralsnog geen extra grondanalyse voor opgenomen. Actualisatie grond- en grondwaterverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten Voor de actualisatie van verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten wordt uitgegaan van de NTA 5755:2010 en worden tevens diverse aanvullende werkzaamheden uitgevoerd. Hierbij zijn de werkzaamheden zoveel als mogelijk gecombineerd met het actualiserend bodemonderzoek naar de algemene bodemkwaliteit. Bij het uitvoeren van een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755:2010 wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd conceptueel model.

In tabellen 6.1 is het conceptueel model uitgewerkt. Tabel 6.1: Conceptueel model bodemverontreiniging met minerale olie en/of aromaten Conceptueel model Oorzaak van de verontreiniging Ernst en/of omvang van de verontreiniging

Voormalig brandstoffendetailhandel met brandstoftanks (mors en lekverliezen van opslagen overslag in het verleden) Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn licht tot sterk verhoogde gehalten voor minerale olie aangetoond in de boven- en ondergrond (0,2-2,5 m-mv) en in het grondwater. In het grondwater is tevens een sterk verhoogd gehalte voor xylenen aangetoond. Op basis van voorgaande onderzoeken werd de sterke grondverontreiniging, aanwezig over een oppervlak van circa 630 m2 in het traject van 0,2 tot 2,5 m-mv, geschat op circa 945 m3. De hoogst gemeten concentraties in de grond kwamen voor in de ondergrond rond 1,52,0 m-mv.

Spoed van de sanering / Zorgplicht

Onderzoeksopzet

De omvang van de sterke grondwaterverontreiniging werd geschat op circa 500 m3, uitgaande van een oppervlakte van 500 m2 en een gemiddelde dikte van 1,0 m-mv. Op basis van de risicobeoordeling is er voor het geval van ernstige bodemverontreiniging geen sprake van onaanvaardbare risico's voor de mens, ecologie of voor verspreiding. Geconcludeerd is dat geval van ernstige bodemverontreiniging niet met spoed gesaneerd hoeft te worden. De brandstofverontreiniging met minerale olie in de grond en minerale olie, xylenen en naftaleen in het grondwater is te relateren aan mors en lekverliezen van opslag- en overslag in het verleden. Er is sprake van een historische verontreiniging (ontstaan voor 1987). Voor de actualisatie van de verontreiniging met minerale olie in de grond en grondwater worden binnen de perceelsgrenzen, gecombineerd met de boringen ten behoeve van de algemene kwaliteit, circa 14 boringen tot minimaal 3,0 m-mv geplaatst. Hiervan worden 4 boringen dieper doorgezet en afgewerkt als peilbuis, waarvan 1 boring nabij de vermoedelijke kern een diepere filterstelling krijgt ten behoeve van de verticale afperking (actualisatie diepere ondergrond en grondwater).

In totaal zijn 16 grondanalyses op minerale olie opgenomen en 8 analyses (steekbusmonsters) op minerale olie en vluchtige aromaten (BTEXN) aangezien tijdens voorgaande onderzoek de grond niet is onderzocht op vluchtige aromaten Voor de actualisatie van de grondwaterverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten worden de geplaatste en de nog aanwezige peilbuizen bemonsterd voor analyse op minerale olie en vluchtige aromaten (13 analyses).

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

12 PFAS De onderzoeksopzet voor het onderzoek naar PFAS is afgeleid van de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5740/A1:2016 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL). Hierbij wordt de oppervlakte naar boven afgerond, waardoor sprake is van een maximale oppervlakte van 1 ha. Voor de analysefase van het PFAS onderzoek zal eerste worden afgewacht op de resultaten van het actualiserend bodemonderzoek, om de meest verdachte laag te kunnen selecteren, welke bij een eventuele sanering vrij zal komen. Hiervoor is tevens een extra PFAS-analyse opgenomen. Het onderzoek naar PFAS zal worden uitgevoerd conform het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, zoals verstrekt aan de Tweede Kamer (meest recente versie d.d. 2 juli 2020). Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd. Verkennend onderzoek naar asbest Het verkennend onderzoek naar asbest( grotendeels uitpandig) wordt uitgevoerd conform de NEN 5707:2015/C2:2017, voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld voor een oppervlakte van maximaal 3.000 m2.

Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan enkele proefgaten worden doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond middels een Edelmanboor met brede diameter (gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek). Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Van de meest verdachte grondlagen uit de proefgaten worden mengmonsters samengesteld voor analyses op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm).

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

13

6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificatienr: ECSIK-20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002 (versie 6): het nemen van grondwatermonsters en protocol 2018 (versie 6): locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is gebruik gemaakt van een oliedetectiepan om de grond te beoordelen op het voorkomen van olie-waterreacties. Tevens is tijdens de veldwerkzaamheden de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.2 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.2: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 11 t/m 14 augustus 2020

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker(s) De heer M.A.H. van Baal

21 augustus 2020

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer D. Kallergis-Mavrogenis

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2001 (v. 6) 2002 (v. 6)

Grond Ten behoeve van het verkennend en actualiserend bodemonderzoek zijn 28 boringen (B01 t/m B30) geplaatst (fase 1). De boringen B01 t/m PB16, PB29 en B30 zijn ter plaatse van de verontreiniging met minerale olie en/of aromaten geplaatst. De overige boringen (B17 t/m B28) zijn aanvullend voor algemene kwaliteit geplaatst, waarbij de raaiboringen B20A-C ter plaatse van de voormalige watergang zijn geplaatst. Op basis van de onderzoeksopzet, zintuiglijke waarnemingen in het veld en het ontbreken/niet meer bruikbaar zijn van bestaande peilbuizen, zijn boringen PB02, PB03, PB04, PB05, PB06, PB07, PB10, PB11, PB12, PB16, PB21 en PB29 dieper doorgezet en afgewerkt als peilbuis. Ter plaatse van boring PB21 is onverwacht ook een matige olie-waterreactie aangetroffen, waardoor deze boring is afgewerkt met een peilbuis. De peilbuis PB07 is gesitueerd tussen de peilbuizen van voorgaand onderzoek waar de hoogst gemeten gehalten voor minerale olie waren aangetroffen, en heeft een dieper filter (5,5-6,5 m-mv) ten behoeve van de verticale afperking/actualisatie van de grondwaterverontreiniging. In verband met de tussentijdse resultaten van de grond zijn tijdens de grondwatermonstername twee aanvullende boringen geplaatst (B31 en B32) voor de verdere horizontale afperking in zuidelijke richting (buiten onderzoeksgrens, fase 2).

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

14 In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Circa 1,0 m-mv Algemene kwaliteit Actualisatie verontreiniging met minerale olie en/of aromaten

1

-

B17, B18, B19, B22, B24, B26, B27, B28 -

Boringen / peilbuizen Circa 2,0 m-mv

Circa 3,0 m-mv

B20A-C, B23, B25

-

B31, B32

B01, B08, B09, B13, B14, B15, B30

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB02 (3,30-4,30)1 PB03 (3,30-4,30) PB04 (3,30-4,30) PB05 (3,30-4,30) PB06 (3,30-4,30) PB07 (5,50-6,50) PB10 (3,30-4,30) PB11 (3,30-4,30) PB12 (3,30-4,20) PB16 (3,30-4,30) PB21 (3,30-4,30) PB29 (3,30-4,30)

Gecombineerd met de actualisatie verontreiniging met minerale olie; Geen boring geplaatst tot bovenstaande diepte.

Grondwater Het grondwater uit de bestaande peilbuizen B2 (PBB2), D1 (PBD1), Pb41 (PBD2), 6005-4 (PB6004-5) en de geplaatste peilbuizen PB02 t/m PB07, PB10, PB11, PB12, PB16 en PB29, is na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen op 21 augustus 2020 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie deels verhard en deels bedekt is met vegetatie en opslag van goederen (totaal 40 %) is. Desondanks heeft efficiënte maaiveldinspectie ( > 25 % zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Wel is asbestverdachte dakbedekking aangetroffen, waarbij afwatering op de klinkerverharding plaatsvindt. Ten behoeve van de onderzoeksopzet en op basis van de maaiveldinspectie en de zintuiglijke waarnemingen, zijn uiteindelijk in totaal 17 proefgaten (B01, PB03, PB05, B08, B13, B14, B15, B17, B20, PB21, B23 en B25 t/m B30) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven.

Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In het veld zijn zeven grondmengmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De situatieschets met de geplaatste en bestaande boringen, peilbuizen en gegraven proefgaten zijn opgenomen als bijlage 2. De veldwerkformulieren van het onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 7.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

15

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een verkennend bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

16 Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [5] tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 2 juli 2020), worden gehanteerd. In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 eveneens geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels SEM analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

17

8.

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld/onderzijde verharding tot de maximaal geboorde diepte van circa 6,5 m-mv over het algemeen uit matig fijn, zwak siltig (plaatselijk zwak tot matig humeus) zand. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boringen zintuiglijk diverse bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen en is visueel olie waargenomen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden uit de boringen is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring Boring

Proefgat

PB03 PB05 PB06

Ja Ja Nee

Diepte boring (m -mv) 4,30 4,30 4,30

PB07

Nee

6,50

B08

Ja

3,00

PB11

Nee

4,30

PB12

Nee

4,30

B13

Ja

3,00

Traject (m -mv) 0,20 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 2,00 - 3,50 0,20 - 0,70 0,70 - 2,50 2,50 - 3,50 3,50 - 4,50 1,00 - 2,00 2,00 - 3,00 1,70 - 3,00 3,00 - 4,30 0,70 - 1,50 1,50 - 3,00 3,00 - 4,30 0,20 - 0,50 0,50 - 1,50 1,50 - 3,00 0,20 - 0,50 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,20 - 0,50

B14 Ja 3,00 PB16 Nee 4,30 B18 Nee 1,00 PB21 Nee 4,30 B24 Nee 1,00 B32 Nee 2,00 Toelichting bij de tabel: Sporen < 1% bodemvreemd materiaal; Zwak ≥ 1 < 5 % bodemvreemd materiaal; Matig ≥ 5 < 10 % bodemvreemd materiaal; Sterk > 10 % < 20 % bodemvreemd materiaal.

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend matige olie-water reactie sterke olie-water reactie sterke olie-water reactie matige olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie sterke olie-water reactie zwakke olie-water reactie sterke oliegeur sterke oliegeur sterke oliegeur sterke oliegeur sterke oliegeur sterke oliegeur zwakke oliegeur sterke oliegeur sterke oliegeur zwakke oliegeur sterk kolengruishoudend sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen, zwakke olie-water reactie sporen baksteen, zwakke olie-water reactie sterk puinhoudend

De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

18 Het analytisch onderzoek naar PFAS is uitgevoerd door het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. die gevalideerd is voor het uitvoeren van deze analyses conform de Duitse norm DIN 38414-14. Aangezien deze parameters vooralsnog niet conform AS3000 en/of AP04 kunnen worden erkend is dit het hoogste haalbare en zijn de analyseresultaten representatief voor het uitgevoerde bodemonderzoek. De toetsingsresultaten van de PFAS analyses zijn opgenomen in bijlage 6. Tevens worden de PFAS resultaten indicatief getoetst aan de vastgestelde INEV’s. In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat - nummer Grond 13299868

(Meng-) monster

Parameter

Opmerking

Toelichting

M03, MM04

Diverse individuele PAK en/of PCB

Aangezien de som parameters voor PAK en PCB de index van 0,5 niet overschrijden in de betreffende monsters, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

M03

PCB28

Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot. Het resultaat voor PCB 28 is mogelijk valspositief verhoogd door de aanwezigheid van PCB 31

Toelichting bij tabel 8.2: PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen; PCB Polychloorbifenylen.

Grond Algemene kwaliteit en actualisatie grondverontreiniging Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden, zijn de onderstaande grond(meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. Aangezien ter plaatse van de voormalige watergang geen afwijkende waarnemingen zijn gedaan, zijn deze grondmonsters meegenomen ten behoeve van de algemene kwaliteit. De sporen baksteen houdende ondergrond (0,5-1,0 m-mv) met zwakke olie-water reactie uit boring PB21 wordt hierbij representatief geacht voor B24, aangezien deze grondlaag in beide boringen zintuiglijk overeenkomen. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster

Omschrijving

Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: matig baksteenhoudend M02 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sterk kolengruishoudend M03 Ondergrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen, matige oliewater reactie MM04 Bovengrond, zand Zintuiglijk: MM05

Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

MM06

Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

Resultaten > AW < I >I

PB03 (0,20 - 0,50) PB05 (0,00 - 0,50) B14 (0,20 - 0,50)

NEN, As, Cr NEN, As, Cr

PB21 (0,50 - 1,00)

NEN, As, Cr

Cd, Pb, Zn, PCB, MO Cu, Pb, Zn, PAK, MO Co, Pb, Ni, PCB, MO

B08 (0,20 - 0,50) B26 (0,00 - 0,50) PB02 (0,00 - 0,50) PB29 (0,00 - 0,50) B18 (0,10 - 0,50) B22 (0,00 - 0,50) B24 (0,10 - 0,50) B28 (0,00 - 0,50) B20B (1,50 - 2,00) B23 (1,50 - 2,00) B25 (1,00 - 1,50) PB02 (0,50 - 1,00) PB21 (1,00 - 1,50)

NEN, As, Cr

Pb, Zn, PCB, MO

NEN, As, Cr

-

-

NEN, As, Cr

-

-

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

-

19 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster

Omschrijving

Boringen (traject in m -mv)

Actualisatie grondverontreiniging minerale olie en/of aromaten B01-4 Ondergrond, zand B01 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: PB02-SB Ondergrond, zand PB02 (1,50 - 1,70) (steekbus) Zintuiglijk: PB03-SB Ondergrond, zand PB03 (1,50 - 1,70) (steekbus) Zintuiglijk: PB03-6 Ondergrond, zand PB03 (2,00 - 2,50) Zintuiglijk: PB04-4 Ondergrond, zand PB04 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: PB05-4 Ondergrond, zand PB05 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: PB06-SB1 Ondergrond, zand PB06 (1,50 - 1,70) (steekbus) Zintuiglijk: sterke olie-waterreactie PB06-SB2 Ondergrond, zand PB06 (3,50 - 3,70) (steekbus) Zintuiglijk: PB07-SB1 Ondergrond, zand PB07 (1,50 - 1,70) (steekbus) Zintuiglijk: sterke olie-waterreactie PB07-SB3 Ondergrond, zand PB07 (4,00 - 4,20) (steekbus) Zintuiglijk: zwakke olie-waterreactie B08-SB Ondergrond, zand B08 (1,50 - 1,70) (steekbus) Zintuiglijk: sterke oliegeur B09-5

PB12-SB (steekbus)

Ondergrond, zand Zintuiglijk: Ondergrond, zand Zintuiglijk: Ondergrond, zand Zintuiglijk: Ondergrond, zand Zintuiglijk: sterke oliegeur Ondergrond, zand Zintuiglijk: sterke oliegeur

B13-SB (steekbus)

Ondergrond, zand Zintuiglijk: zwakke oliegeur

PB10-5 PB11-4 PB11-6

Analysepakket

> AW < I

Resultaten >I

MO

MO*

-

MO, BTEXN MO*

-

MO, BTEXN -

-

MO

-

-

MO

-

-

MO

-

-

MO, BTEXN Ethylbenzeen, Xylenen, MO PAK(naftaleen) MO, BTEXN Xylenen MO, BTEXN Ethylbenzeen, xylenen MO, BTEXN -

MO -

B09 (1,50 - 2,00)

MO, BTEXN Ethylbenzeen, MO xylenen, PAK(naftaleen) MO -

PB10 (1,50 - 2,00)

MO

-

-

PB11 (1,00 - 1,50)

MO

MO

-

PB11 (1,70 - 2,20)

MO

-

MO

PB12 (1,50 - 1,70)

MO, BTEXN Ethylbenzeen, MO xylenen, PAK(naftaleen) MO, BTEXN Ethylbenzeen, MO xylenen, PAK(naftaleen) MO -

B13 (1,50 - 1,70)

B15-5

Ondergrond, zand B15 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: PB16-SB Ondergrond, zand PB16 (1,50 - 1,70) MO, BTEXN (steekbus) Zintuiglijk: B21-SB Ondergrond, zand PB21 (0,50 - 0,70) MO, BTEXN MO (steekbus) Zintuiglijk: sporen baksteen, matige olie-waterreactie PB29-4 Ondergrond, zand PB29 (1,50 - 2,00) MO Zintuiglijk: B31-3 Ondergrond, zand B31 (1,00 - 1,50) MO Zintuiglijk: B32-5 Ondergrond, zand B32 (1,50 - 1,70) MO Zintuiglijk: Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof; As Arseen; Cr Chroom; MO Minerale olie, inclusief organische stof (humus); BTEXN Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; * Gehalte overschrijdt de index van 0,5. Niets waargenomen/aangetoond.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

20 PFAS Aanvullend zijn drie grondmengmonsters samengesteld voor analyse op PFAS. De grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Overzicht grondmonsters met bijbehorende analyses en resultaten (PFAS) Mengmonster

Omschrijving

Boring (traject in m -mv)

Analysepakket

MMPFAS01

Grond, zand Sterk met minerale olie verontreinigd

PFAS

MMPFAS02

(Boven)grond, zand Met zintuiglijk bijmengingen

PFAS

-

-

MMPFAS03

Bovengrond, zand Zintuiglijk schoon

B08 (1,00 - 1,50) PB06 (1,00 - 1,50) PB07 (1,20 - 1,70) PB12 (1,50 - 2,00) B14 (0,20 - 0,50) B18 (0,50 - 1,00) PB05 (0,00 - 0,50) PB16 (0,30 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50) B23 (0,00 - 0,50) B25 (0,00 - 0,50) PB21 (0,10 - 0,50)

Resultaten* > Landbouw/natuur > Wonen/industrie (AW) -

PFAS

-

-

Toelichting bij tabel 8.4: PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); * Geen toetsingsnorm aanwezig, de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” bedraagt voor PFOA: < 1,9 µg/kg d.s. en voor de overige PFAS: < 1,4 µg/kg d.s. en de toepassingsnorm voor de functieklasse “wonen/industrie” bedraagt voor PFOA: < 7 µg/kg d.s. en voor de overige PFAS: < 3 µg/kg d.s.; PFOS Perfluoroctaansulfonzuur; Niets waargenomen/aangetoond.

Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte (m -mv)

GWS (m -mv)

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid

Analysepakket

PB02

3,30 - 4,30

2,72

6,3

200

3,8

NEN, As, Cr

PB03

3,30 - 4,30

0,27

6,1

435

5,74

MO, BTEXN

PB04 PB05

3,30 - 4,30 3,30 - 4,30

2,80 2,69

6,1 6,3

168 208

5,79 4,69

MO, BTEXN MO, BTEXN

PB06

3,30 - 4,30

2,78

6,2

211

6,81

MO, BTEXN

PB07

5,50 - 6,50

2,45

6,1

374

3,94

MO, BTEXN

PB10

3,30 - 4,30

2,72

6,0

243

7,21

MO, BTEXN

PB11

3,30 - 4,30

2,74

5,9

293

4,63

MO, BTEXN

PB12

3,30 - 4,30

2,74

6,0

286

6,65

MO, BTEXN

PB16 PB21 PB29 PBB2 (B2)1

3,30 - 4,30 3,30 - 4,20 3,30 - 4,30 2,10 - 3,10

2,78 2,75 2,77 2,72

6,5 6,1 8,2 6,4

180 178 224 90

5,91 6,43 6,14 7,89

MO, BTEXN MO, BTEXN MO, BTEXN MO, BTEXN

PBD1 (D1)1

2,10 - 3,10

2,75

6,3

365

5,58

MO, BTEXN

PBD2 (Pb41) PB6004-5 (6005-4)

3,00 - 4,00

2,79

6,1

381

4,23

MO, BTEXN

3,00 - 4,00

2,71

6,0

340

5,11

MO, BTEXN

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

Resultaten >S<I >I As, Ba, Cr, xylenen, naftaleen, MO* Xylenen, naftaleen, MO Naftaleen Xylenen, naftaleen, MO Xylenen, MO Benzeen, tolueen, ethylbenzeen, naftaleen* Xylenen, naftaleen, MO* Xylenen, naftaleen Xylenen, naftaleen, MO Xylenen, naftaleen, MO Xylenen, naftaleen Benzeen, ethylbenzeen, xylenen*, MO* Naftaleen Xylenen, naftaleen

-

21 Toelichting bij tabel 8.5: 1 Betreft een snijdende peilbuis (bovenkant filter boven grondwaterstand) NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); As Arseen; Cr Chroom; MO Minerale olie; BTEXN De vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; * Gehalte overschrijdt de index van 0,5. Niets aangetoond.

Asbest Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en nabij asbestverdachte dakbedekking zijn zeven grondmonsters samengesteld, waarvan er op basis van de onderzoeksopzet de drie meest verdachte monsters zijn aangeboden aan het lab ter analyse op asbest (fractie < 20 mm). De samengestelde grondmonsters met eventuele bijbehorende analyses zijn weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht samenstelling grondmengmonsters t.b.v. asbestonderzoek met analyses Monstercode

Proefgaten

Zintuiglijke waarnemingen

MMASB01

B13, B15

(nabij asbestverdachte dakbedekking) Sterk kolengruishoudend Matig baksteenhoudend -

MMASB02 MMASB03 MMASB04

Traject (m –mv) 0,1-0,5

B14 0,2-0,5 B03, B05 0,0-0,5 B17, B20, B23, B25, 0,0-0,5 B26 MMASB05 B01, B27, B28, B29, 0,0-0,5 B30 MMASB06 B08, B04, B21 0,1-0,5 MMASB07 B13, B15 0,5-1,0 Toelichting bij de tabel: Niets aangetroffen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.

Soort

Analysepakket

Grond

Asbest in grond (> 10 kg)1

Grond Grond Grond

Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1 Niet geanalyseerd

Grond

Niet geanalyseerd

Grond Grond

Niet geanalyseerd Niet geanalyseerd

De resultaten van de geanalyseerde mengmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) zijn weergegeven in tabel 8.7. Tabel 8.7: Resultaten onderzochte grondmonsters op asbest (< 20 mm) conform Analysecertificaat Monstercode

Soort

MMASB01 MMASB02 MMASB03 Toelichting bij de tabel: Niets aangetoond.

Hechtgebonden

Type*

-

-

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Cuneraweg achter 342-344 te Rhenen Rapportnr.: B20.7898 versie: 01 datum: 10 september 2020

Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2

Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2

22

8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Grond Algemene kwaliteit In mengmonster MM01 van de matig baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) uit boringen PB03 en PB05, zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, lood, zink, PCB en minerale olie aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden. In monster M02 van de sterk kolengruishoudende bovengrond (0,2-0,5 m-mv, zand) uit boring B14, zijn licht verhoogde gehalten voor koper, lood, zink, PAK en minerale olie aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden. In monster M03 van de sporen baksteenhoudend ondergrond met zwakke olie-waterreactie uit boring PB21 (0,5-1,0 m-mv, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor kobalt, lood, nikkel, PCB en minerale olie aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden. In mengmonster MM04 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor lood, zink, PCB en minerale olie aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarde. De overige onderzochte parameters (NEN, arseen en chroom) zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12914645/1