CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 14b Consultatienotitie ruimtelijke trajecten 20210322

Commissie Ruimte en Economie 14 april 2021, gemeente RhenenBij agendapunt: Achterliggende documenten1.794 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Aan

: Regiobestuur

Van

: Ambtelijk kernteam

Datum

: 4 maart 2021

Onderwerp

: Consultatienotitie ruimtelijke trajecten raden

Inleiding Er lopen op dit moment drie ruimtelijke trajecten waar de regio bij betrokken is: de Verstedelijkingsstrategie Groene Metropool (Arnhem-Nijmegen-Foodvalley), het Ontwikkelbeeld 2030 - 2040 (Verstedelijkingsstrategie Regio Amersfoort) en de Regionale Ruimtelijke Verkenning van Regio Foodvalley. Binnen de beide verstedelijkingsstrategieën werken rijk, provincies en regio’s samen aan een integrale (verstedelijkings)strategie voor wonen, werken en bereikbaarheid voor de langere termijn (vanaf 2025/2030 tot 2040). Deze samenwerking tussen rijk, provincies en regio’s geeft nieuwe kansen voor erkenning en steun bij de grote opgaven in dit gebied. Als Regio Foodvalley participeren we in beide trajecten. Dit maakt het cruciaal dat we ons ‘huiswerk’ op orde hebben, zowel inhoudelijk als in de onderlinge afstemming. Hiervoor gebruiken we de Regionale Ruimtelijke Verkenning. Deze trajecten komen na een fase van onderzoek en inventarisatie van opgaven nu in de fase dat er richting en keuzes gevraagd gaan worden. Deze keuzes gaan over de vraag wat voor regio we op de langere termijn voor ogen hebben. De opgaven die op ons afkomen laten zien dat er keuzes nodig zijn. Keuzes die nog niet gaan over concrete locaties, maar die richting geven aan wat voor Regio Foodvalley op langere termijn willen zijn. Koers bepalen dus door regionaal een aantal principeuitspraken te doen.

Deze consultatienotitie is bedoeld om het gesprek, bestuurlijk en met raden, over deze principeuitspraken te kunnen voeren. Eigen karakter van de regio Regio Foodvalley heeft een eigen profiel en wordt gekenschetst door woon- en werkmilieus die afwisselend stedelijk en dorps van karakter zijn, ingebed in een groene, agrarische omgeving met gevarieerde natuur en landschapstypen. De verschillende gemeenten hebben daarin unieke karakteristieken en kwaliteiten. De ruimtelijke uitdagingen die op de regio afkomen willen we benutten we om deze identiteit te behouden en te versterken. Globaal zien we drie ‘strategieën’ voor ons waarop we met het ruimtelijk vraagstuk kunnen omgaan. We schetsen ze hierna. Van belang is om hierbij in het achterhoofd te houden dat we spreken over regionale opgaven, die dus niet zonder meer evenredig over de regio verdeeld hoeven te worden. Het is hierbij goed om te bedenken dat deze opgaven geen ambities of wensen zijn, maar ontwikkelingen die op ons af komen. Nu zijn we in de positie om hierin keuzes te maken en richting te geven aan deze ontwikkelingen. Laten we daar gebruik van maken. 1. Welke opgaven komen op ons af en wat vinden we belangrijk? De stapeling van opgaven zorgt er voor dat we gedwongen worden te prioriteren. Niet alles kan, niet voor elke ontwikkeling is ruimte om deze volledig op te vangen.

De uitdaging is daarbij de unieke profielen van de verschillende gemeenten binnen onze regio te gebruiken. Het gaat om de vraag of er een prioritering in deze opgaven is aan te brengen: welke van deze opgaven wegen voor ons zwaarder dan andere? •

Woningen en woonlocaties

Naar verwachting zijn tot 2040 circa 40.000 woningen in onze regio nodig. Daarbij beginnen we niet op nul: een deel zit al in de pijplijn (harde en zachte plancapaciteit). Hierbij is de keuze of wij als regio bereid zijn dergelijke aantallen woningen te accommoderen en ons daarover uit te spreken, zodat er voldoende en kwalitatief passend woningaanbod is om de verwachte (autonome) groei van de regio te kunnen opvangen. Of willen we dit niet en zijn we bereid de consequenties daarvan te aanvaarden? Waarschijnlijk meer open ruimte, maar waarschijnlijk ook hogere huizenprijzen en dus beperkte toegang tot de woningmarkt voor starters. •

Natuur, recreatie, landschap en klimaat De kwaliteit van onze natuur en ons landschap staat onder druk, de biodiversiteit neemt af. Omgaan met klimaatverandering en daarmee aandacht voor waterbuffering en hittestress, vraagt om meer groen in en om de stad. De behoefte aan recreatiegebieden is groot, laat ook de huidige coronacrisis zien, ook voor het verlichten van recreatiedruk op waardevolle natuur. Verstedelijking met aandacht voor deze aspecten vraagt dus meer (groene) ruimte per woning. Hoeveel precies meer, is onderwerp van verdere uitwerking. Een keuze is of we deze ruimte uitsluitend lokaal zoeken of dat we dit ook als een regionale opgave zien, en investeren we gezamenlijk in regionale gebieden waar biodiversiteit en kwaliteit van natuur en landschap versterkt kunnen worden.

•

Agrarische sector In de Strategische Agenda hebben we vastgelegd dat we streven naar een toekomstbestendige landbouwsector in onze regio, waarbij we ons realiseren dat het aantal bedrijven zal afnemen. Natuur-inclusieve landbouw vraagt echter meer ruimte dan productiegerichte landbouw, maar kent ook meer mogelijkheden voor combinaties van functies. Hier is de vraag wat voor landbouwsector wij in deze regio voor ogen hebben? Willen we de blijvende agrarische bedrijven op lange termijn ruimte bieden voor duurzame, toekomstbestendige en innovatieve bedrijfsvoering? Willen we de landbouwtransitie verbinden aan de verstedelijkingsopgave door mogelijkheden te bieden voor ontwikkeling van gecombineerde functies zoals natuur, groen en recreatie? Of zien we landbouwareaal vooral als ontwikkelruimte voor verstedelijking?

•

Economie en werklocaties Hier wordt de vraag naar ruimte op lange termijn bepaald door in hoeverre we een regio willen zijn waar inwoners wonen én werken. Met andere woorden, willen we dat het aantal banen in onze regio meegroeit met het aantal inwoners, of kiezen we ervoor een regio te zijn waar mensen vooral wonen en recreëren en elders werken? De keuze voor een woonregio betekent fors meer verplaatsingen door en in/uit onze regio, terwijl banen faciliteren in de regio (nog) meer ruimte zal vragen. Een ander aspect van economie is dat groei van inwoners ook vraagt om een passend voorzieningenniveau en binnenstedelijke kwaliteit. In hoeverre zijn we bereid om hierover regionaal af te stemmen, bijvoorbeeld als het gaat om cultuur en sportfaciliteiten?

•

Energietransitie In de concept RES wordt gesproken over een bod van 0,75 TWh, en een ambitie van 1,0 TWh tot 2030 als het gaat om de productie van duurzame energie in onze regio. In de periode na 2030 ligt een nog grotere opgave voor ons. Realisatie van onze energieambities voor na 2030 betekent waarschijnlijk dat er scherpe keuzes op andere terreinen gemaakt moeten worden: niet alles kan. Hoe kijken we hier tegen aan, ook in het licht van de andere opgaven tot 2050?

•

Mobiliteit en infrastructuur De keuzes rond verstedelijking en werklocaties brengen ook keuzes met zich mee als het gaat over bereikbaarheid en mobiliteit. Wanneer we kiezen voor 40.000 woningen en daarmee ca. 100.000 inwoners en dezelfde ordegrootte aan banen, dan zullen we ook moeten kiezen voor investeringen in OV en bereikbaarheid. In hoeverre zijn we bereid te gaan voor een regiosprinter op de lijn Amersfoort-Apeldoorn, verdere verbetering van de Valleilijn, herstel van de Ponlijn en bijvoorbeeld het ‘rondje WERV’, in welke vorm dan ook?

Niet kiezen is hierbij in zekere zin ook een keuze. Kiezen betekent hier dat we als regio actief proberen om de gewenste richting te realiseren, samen met onze partners zoals provincies en rijk. Daarmee kunnen we beter inspelen op bepaalde kansen. Niet kiezen betekent vooral dat we de

2

ontwikkelingen laten gebeuren. De kans is daarmee reëel dat we kansen laten liggen en, erger nog, een omgeving overhouden waar uiteindelijk niemand blij van wordt. Uiteindelijk zal het gaan om het bereiken van een goede balans tussen deze aspecten. Maar bij het maken van keuzes helpt het om deze aspecten te prioriteren. Welke aspecten hebben prioriteit, welke zijn een logisch gevolg van elkaar en welke zijn volgend? Samenvattend: welke opgaven vinden we in onze regio het belangrijkst? Welke zijn volgend? 2. Hoe kunnen we de opgaven invullen zodat de ruimtevraag zoveel mogelijk beperkt wordt? Voor alle domeinen geldt dat er mogelijkheden zijn om de druk op de ruimte te beperken. Enkele voorbeelden: • Woningen en woonlocaties Verdichting in binnenstedelijke locaties versus nieuwe uitleg. Binnenstedelijke vernieuwing kent over het algemeen een lager tempo, is ingewikkelder en duurder maar kan wel een kwaliteitsverbetering mogelijk maken, kansen scheppen voor nieuwe functies en, ingeval van verdichting, ruimte laten voor andere functies, binnen en buiten het stedelijk gebied. Nieuwe uitleg locaties zijn soms eenvoudiger en goedkoper, maar leiden ook tot verstening van het landschap en beperken de mogelijkheden voor andere functies. Zijn we bereid om een belangrijk deel van de woonopgave binnenstedelijk en minder grondgebonden te realiseren? •

Economie en werklocaties In hoeverre zijn we bereid om intensiever te sturen op bedrijven die naar rol en aard bijdragen aan het regionale ecosysteem? Bijvoorbeeld in grondstoffenketens, kennis, toeleverings- of uitbesteedrelaties? Of scherp te kijken naar nieuwe grote ruimtevragers zoals L en XL distributiecentra? En hoe gaan we om met eigen bedrijven uit de regio die qua ruimtevraag eigenlijk een maatje te groot worden? Zijn we bereid om herstructurering van industrielocaties op regionaal niveau te overwegen?

•

Duurzame energieproductie In het concept-bod RES ligt een accent op zon op land (70% zon, 30% wind). Vanuit het perspectief van beperken van de ruimtevraag kan op langere termijn (na 2030) de keuze zijn om te kiezen voor meer wind op land in plaats van zon op land, omdat dat meer ruimteefficiënt is en omdat een betere verdeling zon-wind ook tot lagere maatschappelijke kosten leidt.

•

Landbouw Ook de landbouw ziet een transitie tegemoet. Deze transitie biedt ook kansen om combinaties te zoeken met bijvoorbeeld realisatie groen en recreatieve ontsluiting van het buitengebied.

Samenvattend: welke mogelijkheden voor optimalisatie spreken aan en welke ziet u nog meer? 3. Welke opgaven kunnen we slim combineren? Wanneer we in staat zijn om functies te koppelen, dan hoeven ze niet bij elkaar op te tellen. Bovendien kunnen zo kansen voor wederzijdse versterking ontstaan. Denk bij deze ‘koppelkansen’ bijvoorbeeld aan ontwikkelkansen voor binnenstedelijke transformatie in combinatie met ontwikkeling van werklocaties. Bos, vernatting van veenweidegebieden en vergroting van het areaal uitloopgebieden in het kader van landbouwtransitie kunnen combineren met natuurversterking, ruimte voor recreatie en klimaatopgave. Sturen op en realisatie van dergelijke koppelkansen vraagt om regionale samenwerking en om samenwerking met partners. Dan gaat het om provincies, rijk en waterschappen, maar ook om andere stakeholders. Sturen op koppelkansen vraagt bovendien om een integrale benadering van opgaven: alleen dan komen verstedelijking, landbouwtransitie en natuur en recreatie bij elkaar. Die integraliteit is vaak lastig. Het vraagt daarom commitment van gemeenten om zich hier voor in te blijven zetten. Samenvattend: Is er bereidheid om deze opgaven regionaal en integraal aan te pakken? En zo ja, wat is daar voor nodig?

3

Specifiek gemeentelijke context Ruimte voor aanvullende gemeentelijke vragen en dilemma’s (bij behoefte)

Tot slot Het zal noodzakelijk en wenselijk zijn om deze strategieën te combineren. Met alleen inzet op slimme combinatie van functies gaan we de opgaven waarschijnlijk niet realiseren. Met alleen prioriteren missen we kansen en kan er een onbalans in de uitkomst ontstaan. Onze overtuiging is dat we alleen met richtinggevende uitspraken op deze drie strategieën een sterke partner zijn voor de andere partijen. Bijlage: addendum Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley (aanstaand)

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9948815/2