Antwoorden op schriftelijke vragen Rhenens Belang def over woonvisie
Tekst van het document
1. Volgens de presentatie is de productie van sociale huur op orde tot en met 2024, 25% van de woningbouw. Waar komt de behoefte aan sociale woningbouw vandaan? Waarom is 25% niet genoeg? De kwalitatieve behoefte aan woningen in de actualisatie notitie is gebaseerd op twee recente onderzoeken: het “Kleine kernen onderzoek” en het “Regio foodvalley woningbehoefte onderzoek”. Daarnaast is gekeken naar veranderingen in de toewijzing bij Huiswaarts. Al deze onderzoeken laten een oplopende druk in de sociale huur zien. Omdat voor mensen die zijn aangewezen op de sociale huursector alternatieven ontbreken, is het belangrijk om op deze vraag in te spelen. Bovendien stagneren doorstroommogelijkheden uit de sociale huur, waardoor de behoefte aan sociale huurwoningen nog eens sterker groeit. 2. 27% van de woningen in Rhenen worden verhuurd door Rhenam. Is de opgave voor sociale en middenhuur niet de opgave die Rhenam moet realiseren? Hoe sluit de woonvisie aan op de afspraken en visie van Rhenam en andersom? De Woonvisie geeft het kader, en de opgaven, voor de komende jaren. Op basis van de woonvisie worden prestatieafspraken gemaakt met Rhenam. Rhenam heeft op verschillende momenten inspraak gehad op de voorgestelde kaders. De opgave voor sociale huur (woningen met huren tot €752) is inderdaad primair de taak voor corporaties (Rhenam).
Voor middenhuur (woningen met huren tussen €752 en €950) ligt dit complexer. Rhenam heeft aangegeven zich vooral op hun primaire doelgroepen (sociale huur) te willen richten. Toevoegingen in het middensegment zijn hierop aanvullend en komen in beeld als is voorzien in de sociale huuropgave. Bij de prestatieafspraken voor 2022 met Rhenam en REA kan dit verder uitgewerkt worden. De primaire verantwoordelijkheid voor middenhuur ligt bij marktpartijen. Ontwikkelaars zien een rol voor zichzelf in het realiseren van middenhuur. 3. Is het mogelijk om een projectie van de behoefte aan woningen per Kern op te stellen, gekwantificeerd over de komende 10 jaar? Op basis van het “Kleine kernen onderzoek” en het “Regio foodvalley woningbehoefte onderzoek” hebben wij de kwantitatieve behoefte voor de kernen verdeeld. De tabel hieronder geeft dit weer. Vertaling woningbehoefte naar de kernen
Kern Rhenen Elst Achterberg
Percentage van de behoefte 60 – 65% 20 – 25% 10 – 15%
Per kern zien we de volgende kwalitatieve accenten voor de woningbouw. • In de kern Rhenen ligt op basis van het onderzoek naar wonen in de kernen het accent iets meer richting appartementen in de sociale huursector, en woningen in de middenhuur sector. • In Elst ligt er verhoudingsgewijs een grotere behoefte aan kleinschalige woonconcepten voor ouderen, rijwoningen (huur en koop) en enkele koopappartementen om een gevarieerder aanbod te creëren.
•
In Achterberg is de vraag verhoudingsgewijs groter bij kleinschalige woonconcepten voor ouderen en een gevarieerder aanbod met goedkope rij- en hoekwoningen in de koopsector zodat kansen worden gecreëerd voor starters.
4. Er wordt gesteld dat er tot 2030 wordt gewerkt aan de verduurzaming op basis van energie besparing en CO2 reductie. In de periode tussen 2013 en 2020 is het gasverbruik met 23% en elektriciteitsverbruik met 15%. Wat zijn de doelstellingen voor de komende 10 jaar in percentages en hoe wordt dit gestimuleerd. De landelijke doelstelling voor 2030 is een CO2 reductie van 49%, de regio FoodValley heeft de lat wat hoger gelegd met een doelstelling van 55% CO2 reductie. Dit stimuleren we op een aantal manieren. - Nieuwbouwwoningen worden gebouwd volgens de BENG norm en zonder aardgasaansluiting; - Bestaande bouw van Rhenam wordt verduurzaamd tot gemiddeld energielabel B in 2021 en voor de komende jaren wordt gekeken of een gemiddeld energielabel A haalbaar is. - Particuliere woningbezitters worden gestimuleerd via het energieloket, energieadviseur, informatiebijeenkomsten, warmtescans (actie begin dit jaar, 150 gratis warmtescans met isolatieadvies), ontzorging bij offerteaanvragen en uitvoer door consortium bedrijven. Financiële ondersteuning via de gemeentelijke lening Duurzaam Wonen en advies bij landelijke subsidies en financieringsmogelijkheden. - Daarnaast de Transitievisie warmte: hiermee krijgen we inzicht in wat en in welke wijk de beste mogelijkheid zou zijn om aardgasvrij te worden.
Na vaststelling van deze visie (planning september) gaan we met de bewoners van 1 of 2 wijken aan de slag met een warmteplan om dit te realiseren. - Ook stimuleren we de opwek van duurzame energie. Zo blijven we zon op daken stimuleren. Maar lopen er daarnaast ook initiatieven (van ontwikkelaars en grondeigenaren) om zonne-energie op land op te wekken. - Voor wat betreft de laatste 2 punten zijn we ook in gesprek met onze netbeheerder vanwege de aansluitbaarheid op het elektriciteitsnet. - Tot slot is ook besparing bij vervoer van belang. Hiervoor faciliteren we elektrisch rijden door op verzoek laadpalen te plaatsen. 5. Wij missen de groep starters. Er zijn 3000 inwoners (tussen de 18 en 30) in Rhenen die starten op de woningmarkt. Waar is deze groep gebleven? Starters staan aan de basis van het voorgestelde kwalitatieve kader in de actualisatie notitie. Het kwalitatieve kader richt zich op het toevoegen van grote aandelen rij en koop appartementen (45%) die geschikt zijn voor starters. Ook is er een percentage goedkope koopwoningen voorzien. We stellen ook een aantal maatregelen voor om doorstroming ten gunste van starters op gang te brengen. Tot slot worden initiatieven voorgesteld om kansen te creëren voor studenten zoals het splitsen van woningen. 6. Door in te zetten op meer sociale woningbouw zal er een sterkere aanzuigende werking zijn van lagere sociale klassen.
Is dit beleid van de gemeente? Het gem bruto jaarinkomen in Veenendaal is €24.100, in Rhenen 25.400, Utrechtse heuvelrug 31000. De mediaan in provincie Utrecht is 28.150, er is dus al sprake van scheefgroei voor een gemêleerde samenstelling op sociaal vlak.. Graag uitleg waar dit beleid op is gebaseerd?
De behoefte aan sociale huurwoningen is in verhouding tot de behoefte in andere segmenten sterk lokaal geënt. Het voorgestelde programma sociale woningbouw heeft derhalve op voorhand geen aanzuigende werking. De focus op toevoeging voor senioren bevestigt dit. Over het algemeen zien wij dat senioren vooral verhuizen binnen de eigen kern. 7. Wat is de definitie van de arbeidsmigrant genoemd in de aandachtsgroep? 230 wonenden. 12% van de inwoners van Rhenen hebben een migratie achtergrond, waar woont de rest? De provincie Utrecht doet momenteel onderzoek naar het huisvestingsvraagstuk voor arbeidsmigranten. Het onderzoek definieert arbeidsmigranten op basis van sociaaleconomische positie (laag-middeninkomen) en arbeidsrelatie (werkend in Nederland), met een niet-Nederlandse nationaliteit. Het aandeel mensen met een migratieachtergrond en Nederlandse nationaliteit valt hier niet onder. Zij wonen in reguliere woningen binnen Rhenen. 8. Er is sprake van een piek van 5.500 inwoners in de leeftijdscategorie tussen de 45-65 jaar, de groep 25-45 jaar betreft 4.360 inwoners. Je zou dus zo moeten bouwen dat de woningen voor senioren over een periode van 20 jaar op de juiste wijze moeten worden gehuisvest, daarna zal er een overschot ontstaan in deze groep woningen.
Dus bouwen voor een bredere doelgroep is aan te raden in plaats van de focus op ouderenhuisvesting, dit is korte termijn politiek. Graag commentaar op dit inzicht. Uitgangspunt is om de bouw zo flexibel en zo ‘gewoon’ mogelijk in te steken, zodat geclusterde wooncomplexen later mogelijk voor andere groepen ingezet kunnen worden. Dat spreekt ook aan bij de nieuw groep ouderen, die geen gelabelde ‘seniorenwoningen’ wensen. 9. Verder zien we dat er een focus komt op zeer kleine specifieke doelgroepen. Het lijkt mij dat je je beter kunt richten op bredere doelgroepen en dan zouden focusgemeenten voor bepaalde doelgroepen binnen foodvalley. Dus verdeling zodat je het geld wat je investeert efficiënt besteed. Waarom wordt hier niet aan gedacht? De focus ligt op groepen die momenteel nog onvoldoende aan bod komen in Rhenen, waarvan wij wel signalen hebben opgevangen dat zij huisvesting zoeken in Rhenen. Voor sommige groepen, bijvoorbeeld Beschermd Wonen en arbeidsmigranten, is het meer wenselijk om huisvesting regionaal aan te vliegen en tot een passend regionaal woningaanbod te komen. 10. Ik mis de input vanaf foodvalley en hoe deze is verwerkt? Onderzoek vanuit de Regio Foodvalley ligt aan de basis van het voorgestelde kwantitatieve en kwalitatieve kader. Hoe deze informatie is verwerkt is in detail uitgeschreven in hoofdstuk 2 van de actualisatie notitie.
Ook verwijzen wij u naar onze antwoorden op vragen 1, 3, 5 en 6 voor meer informatie. 11. Welke officiële opgaven voor huisvesting heeft Rhenen vanuit de Provincie e/o het rijk voor de komende jaren? Het Rijk heeft de volgende prioriteiten vastgesteld voor de volkshuisvesting (corporatiesector), die ook relevant zijn voor de gemeente: • Bijdragen aan de bouwopgave – door versnellen nieuwbouw sociale huurwoningen • Zorgen voor betaalbaarheid – door inzet van lokaal maatwerk • Investeren in een duurzame sociale huurwoningvoorraad – door aandacht voor kwaliteitsaspecten en inzetbop isolatie en de energietransitie • Realiseren van wonen met zorg – door passende woonvormen en samenwerking
• •
Huisvesten van spoedzoekers – door tijdelijke oplossingen en minder conventionele wijzen van huisvesting Investeren in leefbaarheid - door differentiatie van wijken, ontmoeting tussen bewoners en sociaal beheer
Verder heeft Rhenen op basis van rijksbeleid o.a. verantwoordelijkheden in de taakstelling voor statushouders, verblijf voor jongeren en Beschermd Wonen (vanaf 2023), en het faciliteren van woonwagenbewoning. Het provinciale beleid (woonagenda) kent als hoofdambitie de woningproductie, naast ambities zoals een sterker middensegment, hogere duurzame kwaliteit en inbreiding. De provinciale bouwopgave ligt met name in de sociale huur, goedkope koop en middenhuur, waarbij een insteek op doorstroming en transformatie gewenst is. 12. Is het mogelijk om een actief beleid te voeren om inwoners die scheefwonen, zowel huur als koop te motiveren om gepast te gaan wonen? Hoe kan dit worden gestimuleerd en welke plek krijgt dit in de woonvisie? Goedkoop scheefwonen is niet direct te voorkomen en zal tot op zekere hoogte altijd een realiteit blijven. Wel kan er gestuurd worden om scheefwoners alternatieven aan te beiden. Zo kunnen de woningen die nu bewoond worden door huurders met een te hoog inkomen vrijgespeeld worden. Het voorgestelde kwalitatieve programma heeft deels het doel deze doorstroom te realiseren.