CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Algemene reactie college op insprekers 27 maart 2023 (toegevoegd 26 april)

Raadsvergadering 20 juni 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Visie op Rhenen2.591 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Visie op Rhenen 2035 Inleiding De “Visie op Rhenen 2035” is een toekomst en omgevingsvisie ineen. Het gaat over het hele grondgebied van de gemeente Rhenen. In deze visie beschrijven we welke kant we met elkaar op willen de komende jaren. Dat helpt bij het maken van keuzes in zaken als samenleven, wonen, werken, ontspannen, vervoer. De visie bindt de gemeente De Visie op Rhenen 2035 is juridisch bindend voor de gemeente. Het vormt het begin van de beleidscyclus. Keuzes in de nabije toekomst zijn in lijn met de Visie op Rhenen 2035. Of we wijken daar beargumenteerd vanaf, bijvoorbeeld bij onvoorziene gebeurtenissen. Dit zorgt er voor dat de besluiten die het college neemt consequent zijn. Daarnaast is het voor inwoners transparant hoe deze besluiten tot stand komen. Vertaling naar omgevingsplan De omgevingsvisie is niet juridisch bindend voor burgers. Hiervoor is het nodig de omgevingsvisie te vertalen naar een omgevingsplan. Burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen worden betrokken bij de voorbereiding van het omgevingsplan. Hoofdregel is dat de raad het omgevingsplan vaststelt. Voor kleine wijzigingen heeft de raad deze bevoegdheid gedelegeerd aan het college. Het eerste omgevingsplan van de gemeente Rhenen Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking.

Op die dag vormen de huidige bestemmingsplannen en het overige ruimtelijke beleid automatisch het eerste omgevingsplan. De rechten en plichten die nu staan in het bestemmingsplan blijven dus gelden. In de loop der tijd zal de gemeente het omgevingsplan wijzigen. De Visie op Rhenen inclusief de deelgebieden vormt daarvoor een basis. Commissievergadering 27 maart 2023 Op 27 maart was er een speciale commissievergadering over de Visie op Rhenen. Tien insprekers gaven hun reactie op de Visie op Rhenen. Hieronder reageren wij op hoofdlijnen op de insprekers

1. Geen landbouwgrond inleveren voor woningbouw, zet in op inbreiding binnen de kernen en ontwikkel in de randzones van de kernen De Visie op Rhenen heeft als ondertitel ‘behoud ons Rhenen en maak het nog mooier’. Dit houdt in dat we zo min mogelijk de groene en dorpse karakter van de kernen willen verstoren. De Visie op Rhenen heeft de ambitie om de kwaliteiten van de kernen juist te versterken. Als we in en rond de kernen woningbouw willen realiseren kiezen we voor kwaliteit i.p.v. kwantiteit. Toch willen we voldoende woningen bouwen voor onze huidige en nieuwe inwoners van de gemeente. Ook om te voorkomen dat onze gemeente nog verder vergrijst. Hierdoor kunnen we ook het huidige voorzieningenniveau op hetzelfde niveau houden. Een aantal insprekers gaven de suggestie dat zij nog wel mogelijkheden van inbreiding zien en bouwen in de randzones om onze kernen. Wat het bouwen in de randzones betreft zijn de mogelijkheden beperkt door provinciale regelgeving. Door te bouwen tegen de huidige verstedelijking van Veenendaal behouden we juist de sterke punten van onze kernen en verbeteren die. Het is een gebied waar geen natuurwaarden worden aangetast bij eventuele woningbouw en waarbij er minder beperkende provinciale regelgeving geldt.

De uitleglocatie is als zoeklocatie opgenomen in de Verstedelijkingsstrategie, die in 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. In het raadsvoorstel van de Verstedelijkingsstrategie staat dat we deze opnemen in ons eigen ruimtelijk beleid. De Verstedelijkingsstrategie is basis voor het ruimtelijk voorstel dat de Provincie Utrecht nu opstelt voor het Rijk. Dit ruimtelijk voorstel vormt de basis voor de nieuwe provinciale omgevingsvisie die in 2024 waarschijnlijk wordt opgesteld.

2. Wat is de relatie tussen het gebiedsproces binnenveld en Visie op Rhenen De Visie op Rhenen is een strategisch document dat de ambities voor de lange termijn aangeeft, het is kaderstellend. Maar de verdere uitwerking daarvan vindt plaats in andere beleidsprocessen en planuitwerking. Zo ook voor de zoeklocatie voor woningbouw aan de rand van het Binnenveld. Het gebiedsproces Binnenveld kan juist vanuit het gebied zelf aangeven welke principes zij stelt bij eventuele uitwerking van de zoeklocatie voor woningbouw. Waardoor de plannen voor woningbouw en het Binnenveld elkaar kunnen versterken. Deze vraag is dan ook gesteld aan de gebiedspartijen van het gebiedsproces. Binnen het gebiedsproces is het kader over het Binnenveld uit de Visie op Rhenen steeds meegegeven. Dat gemeente Rhenen het Binnenveld als agrarisch gebied ziet dat primair bedoeld is voor agrarische activiteiten en natuur. En dat de mogelijkheid van ontwikkelingen, zoals woningbouw, alleen aan de randen van het Binnenveld wordt voorzien in deze visie. Visie op Rhenen 2035 zal de komende jaren het uitgangspunt zijn in overleggen binnen regionaal en provinciaal verband. Immers gaan wij als gemeente over ons eigen beleid. De Visie op Rhenen kan in die zin de positie van gemeente Rhenen juist versterken in regionale overleggen, zoals het gebiedsproces. Als gemeente hebben wij dan scherper in beeld wat wij willen.

3. Meerdere keren ging het over de ‘Groene corridor’ en de status van dit deelgebied.

-

In vraagvorm: Welke wettelijke regels zijn verbonden aan de Groene corridor? Welk deel van de Groene corridor is NNN gebied? Begrenzing, waarom valt specifiek perceel nabij de groene corridor?

Reactie: De naam ‘Groene corridor’ komt van de gemeente. In de Stedenbouwkundige Visie Achterbergsestraatweg Rhenen (vastgesteld door de gemeenteraad op 24 juni 2020) werd het gebied zo genoemd en beschreven. Dit is in de Visie op Rhenen overgenomen. De Groene corridor is door de provincie Utrecht deels aangewezen als ‘Groene contour’ en NNN gebied. De percelen die vallen onder de ‘Groene contour’ zijn van belang voor het functioneren van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Ze vallen nog niet onder het NNN. Hier is namelijk nog geen financiering voor en wordt alleen op vrijwillige basis gerealiseerd door grondeigenaars. Het wordt wel als een belangrijk onderdeel beschouwd van het NNN. De provincie zou graag zien dat het in de nabije toekomst formeel NNN gebied wordt, omdat het dan een ecologische verbindingszone kan vormen tussen de Laarsenberg en de Utrechtse Heuvelrug.

Het woord ‘netwerk’ in Natuur Netwerk Nederland geeft al aan dat het voor de flora en fauna van

belang is dat natuurgebieden met elkaar zijn verbonden, dat er een doorgang is. Corridor is een mooie benaming voor doorgang. In de Visie op Rhenen wordt de Groene Corridor Rhenen – Achterberg (deelgebied 15) als volgt omschreven (op pagina 8): “De groene corridor verbindt de Laarsenberg met de Utrechtse Heuvelrug. Hier zal het Natuur Netwerk doorheen gaan lopen. In de groene corridor ligt de bedrijvenlocatie Achterberg (dit is deelgebied 8)”. Regels De regels die voor NNN en de ‘Groene contour’ gelden staan in de ‘Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht’, Iov. Zie link: regels interim provinciale verordening. In hoofdstuk 6 staan de regels over natuur. Zet bij kaartlagen kaart 12, natuur kaart 1 aan. Vanaf artikel 6.1 Iov Voor NNN geldt dat er regels zijn gemaakt met het oog op de natuurbescherming, het in stand houden en versterken van een robuust netwerk van natuurgebieden en het behouden en versterken van de biodiversiteit. Uitgangspunt van deze regels is dat bij ontwikkelingen de kwaliteit en oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan en dat de samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk Nederland wordt behouden. Vanaf Artikel 6.7 Iov Voor de ‘Groene contour’ geldt dat de regels strekken tot het beschermen en creëren van de mogelijkheden om op de gronden gelegen binnen de Groene contour nieuwe natuur te realiseren.

Kaart met percelen Groene Contour en NNN

= Groene Contour = NNN

Begrenzing De groene corridor vormt in hoofdlijn de NNN en de Groene contour. Daarnaast is gekeken naar de huidige bestemmingsgrenzen en de overige regels uit de provinciale verordening. In de provinciale verordening staan regels waaraan de gemeente zich moet houden. Het perceel grenzend aan de kern Rhenen heeft de agrarische bestemming en het perceel - maakt onderdeel uit van de akkers op de hellingen van de Laarsenberg; - ligt buiten de rode contour van de provincie. Hoofdregel is dat er een verstedelijkingsverbod geldt. Het toevoegen van één of meerdere woningen geldt als verstedelijking; - in de Cultuurhistorische hoofdstructuur. Het maakt onderdeel uit van het ijs/sneeuwsmeltwaterdal; - grenst direct aan het Natuur Netwerk Nederland en de groene contour.

4. De kaart met de deelgebieden kwam uitgebreid aan de orde. Vragen die zijn gesteld: -

wanneer werd de kaart openbaar? is zo’n kaart verplicht? betekenis van de kaart: hoe behulpzaam en voor wie? kunnen er meer deelgebieden komen? Bijvoorbeeld: kan deelgebied 17 (Veengebied en Grebbelinie) worden gesplitst? wat als percelen worden doorkruist en in twee deelgebieden liggen?

Reactie: De kaart is openbaar gemaakt met de ter inzage legging van de Visie op Rhenen 2035. Dit was vanaf 12 januari 2023. De gemeenteraad besprak de kaart van Rhenen met de deelgebieden al eerder. Eerst in mei 2022 en vervolgens in september 2022. Beide vergaderingen waren besloten. De Omgevingswet stelt één omgevingsplan per gemeente verplicht. Het omgevingsplan mag worden opgebouwd uit de verschillende deelgebieden die – fasegewijs – worden opgesteld. De Visie op Rhenen 2035 is het beleidskader voor het omgevingsplan, omdat deze ook de omgevingsvisie is. De omgevingsvisie is juridisch bindend voor de gemeente zelf. Een deelgebied onderscheidt zich van de naastgelegen deelgebieden. Elk deelgebied heeft eigen kenmerken en kwaliteiten. Gezocht is naar natuurlijke grenzen (zie ook hoofdstuk 2, pagina 4 van de Visie op Rhenen 2035). Een deelgebied kan meerdere kenmerken hebben die naast elkaar bestaan en kunnen blijven bestaan. Zo wordt D17, Veengebied en Grebbelinie, gekenmerkt door natuur, een open landschap en een enkele boerderij. Dit kan zo blijven en betekent dus niet dat heel D17 natuur moet worden. Een voorbeeld van hoe de kaart behulpzaam kan zijn bij het maken van keuzes: D18, het Binnenveld, heeft andere kenmerken en kwaliteiten dan D17, het Veengebied en Grebbelinie. D17 is bijvoorbeeld een natter gebied dan D18 en daardoor minder geschikt als landbouwgrond.

Als er een uitruil moet plaatsvinden tussen landbouw en natuur dan ligt het voor de hand om meer natuur in D17 te realiseren en meer landbouw in D18. Op deze wijze wordt de Visie op Rhenen 2035 een toetsingskader voor ontwikkelingen en voor beleid van de gemeente. De deelgebieden verschillen dus van elkaar wat betreft kenmerken en kwaliteiten. Op basis hiervan krijgt elk deelgebied een eigen set van regels. De centrale vraag hierbij is: wat draagt bij aan het behoud en/of versterking van het gebied? De kaart van Rhenen met de 21 deelgebieden is bestemd voor de Visie op heel de gemeente Rhenen. Wanneer er straks bij de uitwerking nauwkeurig naar een deelgebied wordt gekeken dan kan op straat of perceelniveau nog best iets veranderen.

5. Uitbreidingsmogelijkheden voor bestaande bedrijven Bedrijvigheid is voor gemeente Rhenen zeer belangrijk. In de Visie op Rhenen geven we op twee locaties ruimte voor het vestigen van bedrijven of uitbreiden van bedrijven. Voor de mogelijkheden van het uitbreiden van bedrijven zijn we voornamelijk afhankelijk van de Provincie Utrecht. De regelgeving van de Provincie is hierbij leidend. We zijn in gesprek met de Provincie Utrecht om de mogelijkheden te verkennen binnen de regelgeving. Verder geeft de Visie op Rhenen de mogelijkheid voor een nieuwe woonkern mét ruimte voor bedrijven. De inspreker over Ouwehands dierenpark gaf eveneens aan te willen uitbreiden. Hier hebben we te maken met beperkende regelgeving van onder andere Provincie Utrecht. Dat neemt niet weg dat wij als gemeente graag zien dat Ouwehands dierenpark zich duurzaam ontwikkelt binnen de context van de omgeving.

6. Deelname aan het participatieproces Vragen die zijn gesteld: -

Waar is de keuze gemaakt dat er in eerste instantie drie voorlopige visies kwamen en niet direct één? De werkgroep die de voorlopige visies vormden: hoeveel mensen deden hieraan mee en wie deden hieraan mee? Hoeveel mensen en wie deden mee aan het participatieproces?

Het participatieproces liep van juni 2021 tot februari 2022. De start van het p articipatieproces ligt

bij de Kadernota Participatieproces Visie op Rhenen 2035. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld in juni 2021. In de Kadernota Participatieproces Visie op Rhenen 2035, paragraaf 5.2.2, staat dat inwoners en ambtenaren samen de vele uitspraken over de gewenste toekomst van Rhenen zouden indikken tot 3 à 5 voorlopige visies. Uit alle uitspraken kwamen drie uiteenlopende richtingen naar voren; niet meer en niet minder. Het komen tot één integrale visie is een politiek proces. Dit blijkt ook wel uit de praktijk waarin de raad en het college meerdere gesprekken nodig hebben om moeilijke keuzes te maken. Het is duidelijk de verantwoordelijkheid van het college en de gemeenteraad en kan niet worden overgelaten aan individuele inwoners. In dit proces vallen oorspronkelijke uitspraken af, worden uitspraken geherformuleerd en worden er nieuwe uitspraken aan toegevoegd. Vanzelfsprekend doet dit en de integratie van voorlopige visies iets met de herkenbaarheid van de Visie op Rhenen 2025.

De samenstelling van de werkgroep Visies vormen verschilde met opzet van de werkgroep Contextscenario’s maken. Voor de werkgroep Visies vormen waren inwoners uitgenodigd die op uiterlijkheden van elkaar verschilden: vrouwen en mannen, oudere en jongere mensen, wonend in de verschillende kernen. Het was uitdrukkelijk niet de bedoeling dat in deze werkgroep mensen met een specifiek belang zouden meedoen. De opdracht aan de werkgroep was om onderzoekend te kijken naar alle uitspraken die waren gedaan door deelnemers aan het participatieproces. Misschien vielen een jongere andere uitspraken op dan een oudere, zag een vrouw andere zaken dan een man, enzovoorts. Bij de werkgroep Contextscenario’s was het van belang dat er mensen meededen die overzicht hadden over een specifiek terrein: landbouw, duurzaamheid, mobiliteit, cultuur, jongeren, enzovoorts. Deze groep bestond uit ambtenaren, professionals en inwoners met verstand van een bepaalde zaak. Met opzet waren de groepen beperkt in grootte: het waren werkgroepen. De vragen over de werkgroepen zouden bijna doen vergeten dat het vanuit een participatieperspectief bijzonder is dat ambtenaren, professionals en inwoners gelijkwaardig optrekken om alle inbreng vanuit de samenleving te ordenen (Visie vormen) en vervolgens van context (Contextscenario’s) te voorzien. Deze werkgroepen hebben apart gewerkt en ook samen gewerkt.

Traditioneel zou het werk van de werkgroepen zijn gedaan door alleen ambtenaren. Aan het complete participatieproces deden minsten 1000 verschillende mensen mee; sommige mensen deden op meerdere momenten mee. Zij spraken namens zichzelf, een organisatie, een belang, een behoefte, een groep, een onderneming, een deskundigheid.

7. De zorgvuldigheid van het proces Enkele insprekers stelden de zorgvuldigheid van het proces ter discussie, omdat zij wilden dat er andere keuzes zouden worden gemaakt en/of omdat zij wilden dat er werd gewacht op processen die parallel lopen. Eén van de insprekers sprak namens het gebiedsproces Binnenveld. Echter, het gebiedsproces Binnenveld begon later dan het proces om tot de Visie op Rhenen 2035 te komen. Alleen heeft het proces om te komen tot een Visie op Rhenen uiteindelijk langer geduurd, waardoor beide processen parallel zijn gaan lopen. Om de verbinding met elkaar te houden zijn de kaders die voor de Visie op Rhenen golden, meegegeven aan het gebiedsproces. Er zijn ook andere beleidsprocessen die parallel lopen aan de Visie op Rhenen. Dit zal zou blijven voortduren. De vraag is daarmee: waar wordt op gewacht? Alles blijft doorgaan. Het hele idee van de Visie op Rhenen is juist dat er koers wordt gezet naar een toekomstbeeld waarvan het gemeentebestuur nu besluit dat deze de moeite waard is om naartoe te werken. Zo kunnen alle parallelle processen naar ongeveer hetzelfde wijzen en elkaar aanvullen. Bovendien, het niet vaststellen van de Visie op Rhenen voor 1 januari 2024 geeft een negatief signaal af aan de samenleving. Het participatieproces liep van juni 2021 tot februari 2022.

Tussen februari 2022 en september 2022 spraken de raad en het college verschillende keren over de Visie op Rhenen 2035. Op 12 januari 2023, anderhalf jaar sinds het begin van het participatieproces, werd de Visie op Rhenen 2035 ter inzage gelegd voor de inwoners van Rhenen. Het is de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur (college en raad samen) om besluiten te nemen en zo duidelijkheid te geven aan de samenleving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12670241/1