Advies Visie op Rhenen 2035 Gebiedsraad Kwintelooijen v 24-7-2023 zonder ondertekening
Tekst van het document
Gebiedsraad Advies Visie op Rhenen 2035 T.a.v.:
Datum:
De heer Dick Poortinga, portefeuillehouder Kwintelooijen namens het College van B&W van de gemeente Rhenen en voorzitter Stuurgroep Kwintelooijen 24 juli 2023
Advies in hoofdlijn De Rhenense Gemeenteraad heeft op 20 juni jl. de visie “Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier”, kortweg Visie op Rhenen 2035, vastgesteld. De Gemeenteraad heeft in zijn vergadering amendement 6 A 12 aangenomen, dat voorziet in de opsplitsing van het gebied van de Oostflank (deelgebied 19), waarbij in het noordelijk deel van de Oostflank (‘deelgebied 22’) meer woningbouw wordt toegestaan. De Gebiedsraad Kwintelooijen doet een klemmend beroep op de gemeente Rhenen om dit besluit te herzien, de oorspronkelijke begrenzing van de Oostflank als deelgebied 19 van de visie te handhaven en dit deelgebied als geheel te ontwikkelen als bufferzone tussen de voorgenomen intensieve bebouwing van de deelgebieden 6, 12 en 18. In het advies/de zienswijze van de Gebiedsraad van 20 februari jl. wordt uitgelegd wat de inrichting van deelgebied 19 als bufferzone inhoudt. Conform artikel 8 lid 5 van het Reglement Gebiedsraad Recreatieterrein Kwintelooijen (2017) richt de Gebiedsraad dit onderhavige advies aan de portefeuillehouder van het College van de gemeente Rhenen. De Gebiedsraad hoopt echter dat het college bereid is de inhoud van het advies te delen met de Gemeenteraad van Rhenen.
Overwegingen en argumentatie De Gebiedsraad Kwintelooijen (GR) is op 22 januari 2018 door de gemeenten Rhenen en Veenendaal geïnstalleerd en heeft als taak het gevraagd en ongevraagd adviseren aan de colleges over beleid, beheer en uitvoering van het recreatie- en natuurterrein Kwintelooijen. Deze advisering is van toepassing bij initiatieven van zowel publieke als private partijen. Deze geldt ook voor initiatieven waar het de omgeving van Kwintelooijen aangaat, ruimtelijke impact heeft en invloed op het gebruik van het gebied en haar infrastructuur, gevolgen of relatie heeft voor of met het gebied. De werkzaamheden van de Gebiedsraad zijn vastgelegd in het Reglement Gebiedsraad recreatieterrein Kwintelooijen, d.d. 5 december 2017. De planontwikkeling van Kwintelooijen en de aangrenzende Oostflank vormen een nadrukkelijk onderdeel van het werkprogramma van de raad, zoals is vastgelegd in de Gebiedsvisie & Kansenkaart Kwintelooijen & Landgoederenzone (2016).
Belang van de Oostflank als bufferzone De Gebiedsraad begrijpt dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om een forse uitbreiding van het aantal woningen te realiseren: 1.000 in de randzones van de huidige woonkernen en 2.500 in het verstedelijkte gebied aangrenzend aan de gemeente Veenendaal (in de deelge-
1
bieden 6, 12 en 18), te creëren ten behoeve van 5 à 7.000 nieuwe inwoners van binnen en buiten de gemeente. De ambities voor de deelgebieden 6, 12 en het noordelijk gedeelte van 18 (resp. Veeneind, Randzone Binnenveld en Binnenveld) met hun forse opgaven voor woningen en bedrijven zullen een zeer aanzienlijke impact hebben op de ontwikkeling van de Oostflank en Utrechtse Heuvelrug. Met de groei van het aantal inwoners in de omgeving in de afgelopen decennia (vooral in de gemeente Veenendaal) en zeker vanaf de coronapandemie is de behoefte aan ontspanning, rust, natuurbeleving, actieve beweging en outdoorsport en andere vormen van recreatie sterk toegenomen. Dit heeft geleid tot een sterk toegenomen druk op de Utrechtse Heuvelrug, en op Kwintelooijen en de nabijgelegen landgoederen in het bijzonder1; de draagkracht van dit gebied wordt daarmee nu al sterk op de proef gesteld. De opgave om het landschap en de natuur in deelgebied 20 (Utrechtse Heuvelrug) te versterken zal in de praktijk daarom al een forse inzet en robuuste besluiten vergen. De Oostflank dient een cruciale rol te vervullen om de druk op deelgebied 20 te verlagen of op zijn minst om de verwachte extra druk ten gevolge van de grote toename van het aantal omwonenden in de deelgebieden 6, 12 en 18 (deels) op te vangen.
De nieuwe bewoners zullen meer nodig hebben dan ‘stenen’; zij zullen ook behoefte hebben aan een groene leefomgeving en recreatieve voorzieningen. In dat geval moet de Oostflank de rol toebedeeld krijgen van bufferzone tussen het verstedelijkte gebied van de deelgebieden 6, 12 en 18 en de natuurgebieden van deelgebied 20. Verdere bebouwing van deze bufferzone is daarmee ongewenst. Bij de inrichting van de Oostflank als bufferzone moet men denken aan de inrichting van het gebied in de vorm van een parkachtig landschap met veel groene en natuurlijke elementen, waarbij er passende functionaliteiten worden gecreëerd die een deel van de druk op de Heuvelrug opvangen, zoals ruimte voor natuurlijk spelen en recreëren, actieve recreatie (out-doorsport), een moestuincomplex (zonder bebouwing), een kinderboerderij en andere kleinschalige faciliteiten voor dagrecreatie. Deze voorzieningen kunnen ertoe leiden dat een deel van de huidige druk op Kwintelooijen en de nabijgelegen landgoederen (zoals ten gevolge van loslopende honden en sporters die zich buiten de wegen en paden ophouden) wordt verplaatst naar deze bufferzone. Functionaliteiten, die niet passen bij de functie van bufferzone, zoals verdere bebouwing en vestiging van nieuwe bedrijven, dienen geweerd te worden om ‘verrommeling’ tegen te gaan.
De Oostflank draagt in de huidige situatie bij aan de natuurkwaliteit van deelgebied 20, zoals blijkt uit het gedrag van de das en andere dieren die foerageren in de Oostflank en rusten in de bossen van de Heuvelrug. Met het inrichten van de Oostflank met een parkachtig landschap is maatwerk nodig: Bij de verdere uitwerking van de visie zal moeten worden onderzocht welke functionaliteiten daadwerkelijk passend zijn in de Oostflank als bufferzone, en zo ja, waar zij dan het beste gesitueerd kunnen worden en onder welke voorwaarden. Gebiedsdelen van de Oostflank met een open landschapsstructuur moeten in elk geval worden ontzien. De nu in het amendement 6 A 12 geformuleerde opgave voor de Oostflank ondermijnt de bestaande natuurkwaliteit en de gewenste betekenis van het gebied als bufferzone. 1 )
In 2019 betraden ca. 190.000 unieke bezoekers Kwintelooijen (ca. 500 à 750.000 bezoeken) (Bron: Visser, E. (2019): Bezoekersonderzoek Recreatiegebieden Utrecht 2019. NBTC-NIPO Research, Provincie Utrecht, Utrecht). Nadien is dat aantal onder andere ten gevolge van de coronapandemie toegenomen. NB: Kwintelooijen beslaat slechts ongeveer 68 ha.
2
Consistentie van beleid Kwintelooijen en omgeving De gemeenten Rhenen en Veenendaal hebben in het Perspectief Kwintelooijen (2018) besloten om de waarden van Kwintelooijen als recreatie- en natuurgebied te behouden en waar mogelijk te versterken. De gemeenten hebben daarbij vastgelegd de kernwaarden van het gebied, het zgn. DNA, met zorg te beschermen. De gemeenten hebben sindsdien gezamenlijk flink geïnvesteerd in de uitvoering van dit beleid. De gemeenten hebben zich met de provincie in het vastgestelde Masterplan verkeersafwikkeling (2017) onder meer vastgelegd in geleiding van de verkeersstromen rond Kwintelooijen en de Oostflank. Een van de maatregelen is de omvorming van de Oude Veensegrindweg tot fietsstraat geweest. De gemeenten en de provincie hebben daarin nog maar enkele jaren geleden voor bijna een half miljoen euro geïnvesteerd. Deze fietsstraat is ingericht met het oog op de bevordering van het fietsverkeer naar Kwintelooijen en de afremming van het autoverkeer. De weg is daarom ongeschikt om meer en nieuwe stromen van autoverkeer te faciliteren, bijvoorbeeld als gevolg van de bouw van meer huizen en bedrijven in de Oostflank. De provincie heeft steeds de mogelijkheid van het realiseren van extra op- en afritten langs de N233 om verkeerstechnische redenen resoluut afgewezen; dus meer verkeersafwikkeling via de N233 is eveneens niet mogelijk.
Verkeersstromen van extra autoverkeer vanwege nieuwe bebouwing van woningen en bedrijven vanuit de Oostflank zijn derhalve niet inpasbaar. Ook om deze redenen zijn de in amendement 6 A 12 voorgestelde opgaven geheel inconsistent met eerder beleid en afspraken met andere betrokken partijen. Uitvoering zou een aanzienlijke desinvestering inhouden en is ook daarom onwenselijk.
Motivatie splitsing Oostflank niet overtuigend De opstellers van het amendement 6 A 12 geven twee argumenten die zouden pleiten voor splitsing van de Oostflank in twee delen en voor bebouwing van het noordelijk deel. Het eerste is dat bebouwing de hoogste prioriteit heeft. De Gebiedsraad vindt dit argument niet valide, omdat het geen onderscheidende basis geeft voor ruimtelijke keuzen. De Visie op Rhenen 2035 heeft voor de bouwopgave immers al andere deelgebieden aangewezen en met het aangevoerde argument wordt de suggestie gewekt dat in beginsel de gehele oppervlakte van de gemeente bebouwd zou kunnen worden. Het tweede argument dat wordt aangevoerd, is dat de Oostflank vanaf Klein Dikkenberg tot aan Rhenendeal meer het karakter van gebied 6 heeft met zelfs hoogbouw en bedrijven dan de rest van de Oostflank. De Gebiedsraad vecht deze beschrijving van het noordelijk deel van de Oostflank ten stelligste aan. Zoals de satellietopname laat zien, wijkt dit deel van het gebied sterk af van gebied 6 (het gebied ten noordoosten van de Cuneraweg). Er is alleen sprake van significant meerlagige bouw in het appartementencomplex Rhenendael in het uiterste noorden van de Oostflank, dat gebouwd is op de bodem van een oude, lokale zandafgraving en daarmee niet geprononceerd is gepositioneerd ten opzichte van de omgeving.
Er zijn slechts enkele bedrijven in het gebied dat direct grenst aan de Cuneraweg; in de rest van het gebied en aan de N233 zijn geen bedrijven van betekenis gevestigd. De Oostflank laat een heel geleidelijke overgang zien van meer bebouwing in met bosschages (in het noordelijk gedeelte) naar een opener landschap dat vooral in landbouwkundig
3
gebruik is. Landschappelijke kenmerken geven geen aanleiding om het gebied op te splitsen. Daarmee geeft ook het tweede argument geen onderbouwing voor de opsplitsing en opgaven van de Oostflank, zoals in het amendement 6 A 12 worden beschreven. De in het amendement ingebrachte motivatie om het gebied te splitsen en het noordelijk deel (‘deelgebied 22’) open te stellen voor meer woningbouw en bedrijfsvestigingen overtuigt de Gebiedsraad op geen enkele wijze en doet geen recht aan de huidige situatie en de door de Gebiedsraad onderkende noodzaak om de Oostflank in te richten als bufferzone.
Namens de Gebiedsraad Kwintelooijen,
4