Actualisatie treasurybeleid - consulteren commissie
Tekst van het document
Actualisatie treasurybeleid In het aan te passen treasurybeleid willen we een nadrukkelijker onderscheid maken tussen de rol van de raad en het college. Hiervoor willen we een aanpassing doen in de bestaande Financiële verordening 2020 gemeente Rhenen. De belangrijkste aanpassing betreft artikel 14 in de verordening. Het concept van de aanpassing staat hieronder vermeld. In de financiële verordening staan de afspraken tussen de gemeenteraad en het college. De uitvoeringsregels betreffen afspraken tussen het college en de gemeentelijke organisatie.
Concept aanpassingen Financiële verordening 2020 gemeente Rhenen Oude tekst artikel 14
Artikel 14. Financieringsfunctie Uitvoering van beleid inzake de financieringsfunctie vindt plaats conform de criteria en richtlijnen zoals genoemd in het Treasurystatuut welke door de raad wordt vastgesteld. Nieuwe tekst artikel 14 in concept
Artikel 14. Financieringsfunctie 1 De gemeente voert, gelet op haar publiekrechtelijke taak om maatschappelijk kapitaal te beheren, een risicomijdend treasurybeleid. Dit betekend dat de gemeente alleen geld aantrekt indien noodzakelijk en terughoudend is met het verstrekken van leningen en garanties. Dit wordt bereikt door: 1a. Het verzekeren van langdurende toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities met aandacht voor duurzaamheid. 1b. Beperken en beheersen financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. 1c. Optimaliseren resultaat van de treasury-activiteiten door kosten van de ervan te minimaliseren en rente-opbrengsten te maximaliseren
1c.1 Het aantrekken van leningen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd
Voorbeeld uitvoeringsregel In de concept aangepaste Financiële verordening 2020 gemeente Rhenen artikel 1c staat aangegeven dat één van de doelstellingen is het Optimaliseren resultaat van de treasuryactiviteiten door kosten van de ervan te minimaliseren en rente-opbrengsten te maximaliseren. Deze afspraak tussen raad en college wordt in detail uitgewerkt in de concept uitvoeringsregels. Een deel van de concept uitwerking vind u hieronder. 4.1 Beheer geldstromen op korte termijn (liquiditeitenbeheer of kasbeheer) 4.1.1 Het liquiditeitsgebruik te beperken door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen. 4.1.2 Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank die voldoet aan de gestelde eisen conform uitvoeringsregels art. XX 4.1.3 De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één saldo- en rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities. Het rentecompensatiecircuit is het samenvoegen van de banksaldi op verschillende bankrekeningen bij één bank tot een gecombineerd saldo waarover rente wordt berekend. 4.1.4.
Bij het aantrekken van externe financieringsmiddelen wordt optimaal gebruik gemaakt van kortlopende financieringsmiddelen (ruimte tot aan de kasgeldlimiet). De korte termijn liquiditeitenplanning en de rentevisie vormen hierbij het uitgangspunt. 4.1.5 Een overschot aan liquide middelen (boven het drempelbedrag van het schatkistbankieren) worden in rekening courant bij de schatkist of in deposito bij de schatkist of decentrale overheden ondergebracht. 4.1.6 Beperken van transacties met contant geld.
Commissie Bestuur & Financiën - 14 februari In de commissie Bestuur & Financiën van 14 februari zullen we bovenstaande verder toelichten in een korte presentatie en met daarbij nog een aantal voorbeelden zodat u een oordeel kan geven over onderstaande consulterende vragen. 1. Kunt erin vinden dat de hogere wet- en regelgeving achterwege blijft in de geactualiseerde opzet van het treasurybeleid aangezien zowel raad als college hier geen invloed op hebben? 2. Kunt u zich erin vinden dat in het geactualiseerde treasurybeleid nadrukkelijker een onderscheid wordt aangebracht tussen de rol van de raad en de rol van het college?