Aanvullende beantw. technische vraag 3 VVD - Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's - Analyse AON Geanonimiseerd
Tekst van het document
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s 28 oktober 2020
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
1
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
Inhoudsopgave Management samenvatting
3
1.
Inleiding
5
2.
Gegevensoverzicht
6
3.
Modellering schadelast
7
4.
Analyse totale risicokosten
19
5.
Conclusie
25
6.
Beperkingen en voorbehouden
26
De informatie in dit document is vertrouwelijk voor Aon Groep Nederland B.V. en VrZW| Project Risicomanagement & Verzekeringen en is uitsluitend opgesteld om rekening te houden met de risicofinancieringsregelingen van laatstgenoemde. Copyright Aon Groep Nederland B.V. 2020. Alle rechten voorbehouden. Geen enkel deel van deze publicatie mag worden gereproduceerd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of verzonden op enigerlei wijze of op welke manier dan ook, inclusief fotokopiëren of opnamen, zonder de schriftelijke toestemming van de copyrighthouder, waarvoor de aanvraag moet worden gericht aan de copyrighthouder.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
2
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
Management samenvatting
Verwachte schadelast: Er is een stochastisch model opgesteld voor de schadelast van het ongevallenrisico voor de veiligheidsregio’s. Met behulp van Monte Carlo simulaties is vastgesteld dat de verwachte schadelast gelijk is aan 1,7miljoen per jaar en eens in 100 jaar loopt de schadelast op tot tenminste 4,4 miljoen. Per rubriek binnen de verzekering is een inschatting van de schadelast gemaakt. Voor rubriek A is dit gebaseerd op bekende statistieken. Voor de overige rubrieken is de inschatting van de schadelast gebaseerd op de historische data. Tevens is rekening gehouden met het maximeren van de rente-uitkering rubriek A na overlijden tot vijf jaar. Dit betekent dat dit rapport toepasbaar is op de nieuwe set aan aanspraken, voor zover de impact op de schadelast kwantificeerbaar is, zoals die in mei door de Directeuren Bedrijfsvoering Veiligheidsregio is vastgesteld.
Delen van risico: Het delen van risico door collectief te verzekeren levert een duidelijk financieel voordeel. Dit uit zich in lagere totale risicokosten van alle veiligheidsregio’s tezamen.
Verzekeringsprogramma: de risicobereidheid bepaalt de verhouding tussen de verschillende mogelijkheden voor risicofinanciering. De twee uitersten zijn: volledig verzekeren versus volledig zelf dragen. Het verschil tussen de scenario’s is gelegen in de prijs als ook in de volatiliteit. Dit laatste is de onzekerheid over de omvang van de mogelijke schade. De prijs van elk scenario is verschillend. In dit rapport wordt geen advies gegeven over het beste verzekeringsprogramma, omdat er geen bekend is met de risicobereidheid. Evenmin is er bekendheid met de onderlinge solariditeit in geval van risicodeling.
Kosten eigen risicodragerschap: De totale risicokosten zijn waarschijnlijk hoger zijn als het risico gedeeld wordt in een nieuw op te richten entiteit dan wanneer deze verzekerd worden, doordat uitvoering van de nieuwe entiteit gepaard gaat met kosten. Een hogere prijs neemt niet weg dat er goede redenen kunnen zijn om deze entiteit op te richten. In dit rapport is namelijk alleen uitgegaan van verzekerbare risico’s. De onverzekerbare risico’s is echter juist een van de motieven van dit onderzoek. Het oprichten van een entiteit heeft voor zowel de verzekerbare als de nietverzekerbare risico’s de volgende voordelen:
Harmonisatie risicobeheer over de veiligheidsregio’s Minder tot geen afhankelijkheid van de verzekeringsmarkt Hierdoor stabielere risicokosten Meer flexibiliteit in vaststellen van premies Meer flexibiliteit in schadebehandeling Dekking voor onverzekerbare schades mogelijk, mits binnen geldende wet- en regelgeving Toegang tot herverzekeringsmarkt (nader onderzoek is nodig of dit ook mogelijk is voor een garantie-/waarborgfonds)
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
3
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
Observaties
Dit onderzoek is gebaseerd op de aangeleverde gegevens. Deze hebben betrekking op de dekkingen, premies en schades van de ongevallenverzekeringen van periode 2015 tot en met 2019 alsook een schadedetailbestand van 18 van de 25 veiligheidsregio’s over de periode 2019 tot en met derde kwartaal 2020. Het onderzoek biedt geen inzicht in onverzekerde risico’s.
Naar het oordeel van Aon zijn de gebruikte technieken en aannames geschikt voor het doel van dit onderzoek, gegeven de informatie die momenteel beschikbaar is. We benadrukken dat de realisatie van schades in de toekomst, misschien materieel, kan afwijken van onze schattingen.
Het voorblad, de koppen en de bijlagen maken integraal deel uit van dit rapport. Dit rapport moet in zijn geheel worden gelezen, aangezien de afzonderlijke delen ervan misleidend kunnen zijn.
Aon acht de in dit rapport gegeven resultaten en conclusies op basis van de beschikbare informatie redelijk. Op basis van de beschikbare informatie is een beste schatting van het risico gemaakt. Naar het oordeel van Aon is deze beste schatting van voldoende kwaliteit om resultaten weer te geven en conclusies te trekken die passend zijn bij het risico. In ieder geval moet worden opgemerkt dat het ongevallenrisico van nature volatiel is.
Tenzij anders vermeld, worden alle bedragen gerapporteerd in euro's (EUR).
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
4
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
1. Inleiding Nederland is verdeeld in 25 veiligheidsregio’s. Iedere veiligheidsregio zet zich in voor de veiligheid van de inwoners en bezoekers van dat gebied. Zo zorgt de veiligheidsregio ervoor dat er een brandweer is. Ook maakt de veiligheidsregio afspraken over de aanpak van rampen en crises. De veiligheidsregio’s hebben personeel in dienst. In de CAR-UWO is vastgelegd dat de werkgever na een ongeval een uitkering zal doen aan de betrokken medewerker(s). Namens de veiligheidsregio’s is een onderzoek gestart om te onderzoeken op welke wijze het ongevallenrisico het beste gefinancierd kan worden. Hierbij wordt nadrukkelijk onderzocht of er toegevoegde waarde is om gezamenlijk risico te delen. Dit delen kan bestaan uit het samen accepteren van een hoog eigen risico als ook het gezamenlijk dragen van de risico’s die niet verzekerbaar waren/zijn. Dit laatste is niet meegenomen in dit voorstel, aangezien hier geen data voor beschikbaar zijn. Om goede conclusies te kunnen trekken ten aanzien van toegevoegde waarde, vereiste (risico)draagkracht en potentiële totale risicokosten van onderzochte alternatieven, is goed inzicht in het risico noodzakelijk.
1.1. Doel en reikwijdte van de analyse Het eerste doel van deze analyse is inzicht geven in de verwachte schades en volatiliteit daarvan. Dit inzicht kan gebruikt worden om het voordeel van risicodeling te duiden. Het kan tevens als bron gebruikt worden om de totale risicokosten van verschillende financieringsopties te vergelijken. Onzes inziens moet in dergelijke vergelijking niet alleen de verwachte risicokosten centraal staan, maar ook de onzekerheid daarvan laten zien. Onder totale risicokosten verstaan we verzekeringspremies, schades voor eigen rekening (eigen risico) en verzekeringsgerelateerde kosten. Verzekeringspremies zijn niet goed in te schatten. Het opvragen van offertes bij verzekeraars valt buiten de reikwijdte van deze analyse. Aon heeft hier ook geen mandaat voor gekregen en Aon is niet de makelaar op de bestaande verzekeringen. Er wordt een algemeen gangbare methode toegepast, maar de werkelijke prijs kan hier significant van afwijken.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
5
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
2. Gegevensoverzicht Voor de analyse heeft Aon de volgende gegevens ontvangen en gebruikt:
Overzicht ongevallenverzekeringen alle veiligheidsregio's per 1-10-2020, hierna benoemd als ‘overzicht ongevallenverzekeringen’ Dit bevat informatie per veiligheidsregio: –
Overzicht dekking op huidige polis
–
Overzicht premie per dekking per type verzekerde inclusief aantallen verzekerden over periode 2015-2019
–
Schade per jaar over periode 2015-2019, uitgesplitst naar dekking
Schadedetailbestand van Raetsheren met losse schades voor 18 van de 25 veiligheidsregio’s voor periode 2019 en eerste drie kwartalen 2020, hierna benoemd als ‘schadedetailbestand’
In het eerstgenoemde overzicht is voor een aantal regio’s niet de volledige historie 2015-2019 bekend. Voor twee regio’s ontbreekt een jaar, voor een regio ontbreken er drie jaren. Daarnaast is bij acht regio’s alleen geaggregeerde informatie beschikbaar. In de gebruikte methoden is hiermee rekening gehouden. Een deel van de schades in dit bestand kan niet gerubriceerd worden. Dit betreft 2,3 van 10,7 miljoen euro totale schade. Drie datapunten zijn tezamen 1,6 van deze 2,3 miljoen. Door de omvang van deze schades, is het vermoeden dat deze bij rubriek A of B horen. De resterende 0,7 miljoen euro is 7% van de totale schade. Op basis van een deskundigenoordeel wordt aangenomen dat deze schade betrekking heeft op rubriek A voor 40%, rubriek B voor 40%, rubriek C voor 20%. Door keuze van gebruikte methoden voor de risicoanalyse, is de inschatting dat deze aanname geen materieel effect heeft op de uitkomsten. De beide bestanden hebben overlap: de schade in 2019 van 18 regio’s komt in beide bestanden voor. We constateren echter dat er verschillen zijn tussen beide gegevensbronnen. Over alle regio’s tezamen is het verschil 7%, maar voor enkele regio’s zijn de verschillen meer dan 100%.
Het overzicht “Overzicht ongevallenverzekeringen alle veiligheidsregio's per 1-10-2020” wordt als leidend gebruikt, omdat dit bestand is geverifieerd bij de veiligheidsregio’s en daardoor betrouwbaarder wordt geacht. Wij benoemen nadrukkelijk dat al deze gegevens betrekking hebben op de huidige verzekeringen. Het dekt niet schades als gevolg van onverzekerde risico’s. De huidige verzekeringen bieden ook niet exact dezelfde aanspraken voor alle veiligheidsregio’s. Tevens wordt er geen rekening gehouden met eventuele toekomstige wijzigingen in dekking, tenzij anders aangegeven.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
6
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
3. Modellering schadelast Bij het bepalen van schattingen van de schadelast is een aantal methoden toegepast en vervolgens is een keuze gemaakt voor de methode of combinatie van methoden die naar het oordeel van Aon aanleiding geeft tot de beste schatting van de schadelast. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de verschillende rubrieken van de ongevallenverzekering. Een gedetailleerde beschrijving van de gebruikte methoden wordt hieronder weergegeven.
3.1. Methodiek en terminologie De doelstelling van dit hoofdstuk is het formuleren van een wiskundig model van de schadelast. De omvang van de schadelast is onzeker, waardoor deze niet in een getal uit te drukken is. Er wordt gebruik gemaakt van geavanceerde kansrekening: stochastiek. In de stochastiek worden diverse termen gebruikt, welke we toelichten. Een kansverdeling geeft aan welke mogelijke uitkomsten er zijn en met welke kans deze uitkomsten zich voordoen. Bijvoorbeeld: een worp met een dobbelsteen heeft uitkomsten 1 t/m 6, elk met kans 1 op 6. Er bestaan veel kansverdelingen, uitgedrukt in een wiskundige formule. Voor dit onderzoek zijn de relevante:
Bernouilli – een experiment met als enige uitkomsten succes (met kans p) of mislukking (kans 1-p). Wordt gebruikt om te simuleren of iets voorkomt of niet.
Binomiaal – kansverdeling van het aantal successen in een reeks van onafhankelijke Bernouilli experimenten. Wordt gebruikt om te simuleren hoe vaak iets voorkomt bij een bekend aantal mogelijke voorvallen.
Poisson – kansverdeling die het voorkomen van bepaalde voorvallen telt gedurende een periode. Wordt gebruikt om te simuleren hoeveel schades optreden in een jaar.
Lognormaal – Wordt gebruikt om een variabele te modelleren die kan worden gezien als de vermenigvuldiging van het resultaat van een aantal kleine, onafhankelijke factoren. Een veelgebruikte kansverdeling voor de impact van één schade.
Weibull – Vergelijkbaar met lognormaal, maar de kans op extreme gebeurtenis is groter. Deze kansverdeling wordt toegepast als de lognormale verdeling onvoldoende nadruk legt op de mogelijkheid op extreme uitkomsten.
LogLogistic – Vergelijkbaar met lognormaal, maar de kans op extreme impact is lager. Deze kansverdeling wordt toegepast als de meeste schades enige impact hebben.
Merk op dat de eerste drie kansverdelingen gebruikt worden voor aantallen en de laatste drie kansverdelingen voor grootte/ impact.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
7
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
Ondanks dat een kansverdeling niet in een getal uit te drukken is, zijn er wel kenmerken op te geven:
Verwachting – Geeft de gemiddelde uitkomst aan. Als zeer veel experimenten gedaan worden, zal het gemiddelde van deze experimenten overeenkomen met de verwachting.
Standaarddeviatie – Is een maat voor de spreiding van uitkomsten. Het geeft de gemiddelde afwijking van mogelijke uitkomsten ten opzichte van de verwachting weer.
k%-percentiel – Geeft aan voor welke waarde geldt dat k% van de mogelijke uitkomsten lager zijn deze waarde. Bijvoorbeeld als het 90%-percentiel gelijk is aan 10.000, geldt dat 90% van de mogelijke uitkomsten lager is dan 10.000. Anders gezegd: 1 op 10 uitkomsten is minimaal 10.000.
Deze kenmerken zijn bekend voor de meeste kansverdelingen, zoals eerder benoemd. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt het risico in onderdelen gesplitst en wordt voor elk onderdeel een passende kansverdeling afgeleid. Dit leidt tot een gezamenlijke kansverdeling die niet (met een redelijke inspanning) in een wiskundige formule is uit te drukken. Om de kenmerken toch af te kunnen leiden worden Monte Carlo simulaties uitgevoerd. Hierbij wordt een zeer groot aantal jaren gesimuleerd. In elke simulatie wordt een trekking gedaan uit elke kansverdeling. De uitkomsten van de trekkingen wordt gebruikt om de totale schadelast van die simulatie te bepalen. Als voorbeeld geeft onderstaande linker grafiek met de zwarte lijn de kansverdeling van een Lognormale verdeling weer met verwachting 10 en standaarddeviatie 20. Met de horizontale lijnen en waardes boven de grafiek is aangegeven dat 5% van de uitkomsten lager is dan 0,5 (het 5%-percentiel) en 5% van de uitkomsten hoger is dan 33,7 (het 95%-percentiel). Tevens wordt met de blauwe kolommen aangegeven wat de uitkomst is geweest van 100 Monte Carlo simulaties. Deze simulaties zijn gerangschikt naar grootte. Te zien is dat de simulaties de vorm van de kansverdeling vormen. Er zijn echter afwijkingen zichtbaar. In dit onderzoek worden telkens 50.000 simulaties uitgevoerd.
Hiermee worden deze afwijkingen zo klein, dat ze verwaarloosbaar zijn.
Figuur 1 – verdelingsfunctie lognormale kansverdeling
Bovenstaande weergave wordt tevens gebruikt om visueel te toetsen of de gekozen kansverdeling past bij de brongegevens. De blauwe kolommen zijn dan de brongegevens en de zwarte lijn is de gekozen kansverdeling. Ook hier moet gelden dat de afwijkingen niet te groot zijn. Naast een visuele toets zijn
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
8
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
er ook mathematische indicatoren die de kwaliteit van de gekozen kansverdeling ten opzichte van de brongegevens meten. Deze indicatoren zijn belangrijker dan de visuele toets.
Het is ook mogelijk om de kansverdeling weer te geven, zoals in onderstaande grafiek.
Figuur 2 – percentielen lognormale kansverdeling
Op de horizontale as staan percentielen. Op de verticale as is de uitkomst bij dat percentiel aangegeven. Bijvoorbeeld het 90%-percentiel is 20. Dat wil zeggen dat 10% van de uitkomsten 20 of hoger is. Met het blauwe kruis wordt de verwachting weergegeven. De verwachting van deze kansverdeling is 10 en dat komt overeen met het 74%-percentiel.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
9
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
3.2. Rubriek A – uitkering bij overlijden De dekking onder rubriek A bestaat uit drie delen: 1. Kapitaal bij overlijden – voor de meeste regio’s een eenmalige uitkering van 150.000 euro 2. Rente-uitkering nabestaande - voor de meeste regio’s een jaarlijkse uitkering van 25.000 euro 3. Rente-uitkering wezen – uitkering voor de kinderen van de overledene Beide bronbestanden bevatten onvoldoende datapunten om een goede inschatting kunnen te maken van de schadelast. Als alternatief wordt een methode voor levensverzekeringen toegepast. Deze methode is toepasbaar, omdat de uitkering gerelateerd is aan overlijden van verzekerde en leven van nabestaanden. Een belangrijk verschil is dat het overlijden gerelateerd moet zijn aan een ongeval. Het CBS houdt statistiek bij over overlijdens en de oorzaken daarvan. Een van de benoemde oorzaken is een ongeval. Zie tabel rechts1. Deze statistiek heeft betrekking op de gehele bevolking. De brongegevens laten niet zien dat er hogere sterfte door ongeval is voor de werknemers van de veiligheidsregio’s ten opzichte van de gehele Nederlandse bevoling. Tevens heeft een vertegenwoordiger van de brandweer (die het grootste deel van de verzekerden vertegenwoordigen) bevestigd dat sinds 2010 het aantal brandweerlieden dat overlijdt als gevolg van een bedrijfsongeval zeer veel lager is geworden.
Zodoende wordt geoordeeld dat de CBS statistiek toepasbaar is. Door gebruik te maken van gegevens voor de gehele Nederlandse bevolking, kan geen inzicht gegeven worden in de verschillen tussen de veiligheidsregio’s.
Het aantal verzekerden per regio is bekend. Op 15 oktober 2020 is de Brandweerkerndata 2019 gepubliceerd 2. Hierin staat onder andere de leeftijdsverdeling van de brandweer. Per 31 december 2019 zijn in Nederland in repressieve dienst bij de brandweer: 1.337 personen jonger dan 25 jaar (6%) 5.703 personen tussen de 25 en 34 jaar (24%) 6.699 personen tussen de 35 en 44 jaar (28%) 7.066 personen tussen de 45 en 54 jaar (30%) 2.754 personen ouder dan 54 jaar (12%) De brandweer vormt de grootste groep verzekerden. We gaan uit van deze aantallen per leeftijdscohort over alle regio’s. De brandweerkerndata bevat een grafiek met leeftijdsverdeling per regio. Deze grafiek 1 De tabel is een selectie van de gegevens uit CBS Statline, geraadpleegd op 20 oktober 2020:
https://opendata.cbs.nl/statline#/CBS/nl/dataset/7052 95/table?ts=1602666487598 2 https://www.ifv.nl/nieuws/Paginas/Brandweerkerndata-2019.aspx
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
10
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
is niet goed uit te lezen, maar laat wel zien dat er geen materiële verschillen zijn. Met deze informatie wordt een schatting gemaakt van het aantal verzekerden per regio per leeftijdscohort. We nemen aan dat de overlijdens onderling onafhankelijk zijn, waardoor we kunnen aannemen dat het aantal overlijdens stochastisch verdeeld is conform een Binomiale verdeling op basis van aantal verzekerden en overlijdenskans door ongeval conform CBS statistiek. Voor de rente-uitkeringen is het van belang in te schatten hoeveel nabestaanden er zijn en hoe lang de rente-uitkering naar verwachting loopt. Voor de verdeling naar leeftijd en geslacht wordt de brandweerkerndata gebruikt. Leeftijd en geslacht zijn bepalend voor de duur van de rente-uitkeringen. We nemen aan dat 70% van de verzekerden een partner heeft en dat die partner van het andere geslacht is dan de verzekerde en dat de vrouw gemiddeld drie jaar jonger is dan de man. Voor de uitkering aan kinderen van de overledene wordt aangenomen dat dit 2% van de omvang van de uitkering aan de partner is. Dit zijn algemeen geaccepteerde uitgangspunten voor levensverzekeringen. Wijziging dekking Er is een voorstel om de dekking van de rente-uitkering aan nabestaanden te beperken tot maximaal vijf jaar in plaats van tot de AOW-leeftijd. Dit heeft uiteraard grote impact op te aanspraken.
Vanuit verzekeringstechnische invalshoek wordt het risico kleiner. Het verschil is het grootst voor jongere werknemers. Bijvoorbeeld voor een 25-jarige is de huidige verwachte AOW-leeftijd 69 jaar en 6 maanden. Door de aanpassing hoeft maar 5 jaar van de 44,5 jaar tot de AOW-leeftijd uitgekeerd te worden. Onderstaande grafiek geeft de verwachte schadelast weer voor en na deze wijziging.
Figuur 3 – omvang schadelast rubriek A in k-percentiel
Het is duidelijk te zien dat er minder extreme schadelast is als gevolg van de gewijzigde dekking. De verwachte schade daalt van 1040k naar 482k. In de grafiek is ook te zien dat de verwachte schade van
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
11
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
482k dichter bij de mediaan (50%) ligt. Ook daaruit is af te leiden dat er minder extreme schadelast is en dat zal zich uiten in een lagere verzekeringspremie. In het vervolg gaan wij uit van de rente-uitkering tot maximaal 5 jaar. De afgelopen jaren zijn verzekeringspremies voor rente-uitkeringen sterk gestegen. Denk bijvoorbeeld ook aan pensioenpremies. Deze stijging wordt in hoge mate verklaard door de lagere rente. Tien jaar geleden was het mogelijk om geld vast te zetten tegen 4% rente. Een verzekeraar die 10.000 euro vastzette, kon tien jaar later een uitkering doen van bijna 15.000 euro. De huidige rente is ongeveer 0%. Dat wil zeggen dat de verzekeraar die over 10 jaar 15.000 euro moet betalen, nu 15.000 euro in huis moeten hebben. De vezekeraar zal de premies om deze reden 50% hoger vaststellen.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
12
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
3.3. Rubriek B – uitkering bij blijvende invaliditeit Het schadedetailbestand bevat 15 datapunten voor rubriek B. Dit aantal wordt onvoldoende geacht voor goede statistische analyse. We baseren de statistische analyse op het gegevensoverzicht over alle veiligheidsregio’s. Dit overzicht bevat 110 datapunten met betrekking tot rubriek B. Elk datapunt betreft de totale schade voor rubriek B voor een veiligheidsregio in een jaar. Doordat het aantal schades niet bekend is, is het niet mogelijk een inschatting te maken van het aantal schades in een jaar. We gebruiken de informatie wel om een schatting te maken van de kansverdeling van de schadelast in een jaar in deze rubriek. Voor 49 van de 110 datapunten is daadwerkelijk een schade is geweest, voor de overige datapunten is bekend dat er geen schades geweest zijn. We modelleren dit met een Bernouilli verdeling met parameter 49/110. Dit geeft de kans dat er een betaling gedaan moet worden. Hiertoe maken we een histogram van de 49 datapunten om vervolgens een kansverdeling te bepalen die passend is bij deze gegevens. We nemen aan dat het aantal verzekerden bepalend is voor de verwachte omvang van de schadelast. Zodoende passen we de kansverdeling aan in verband met het aantal verzekerden in elke regio.
Op grond van mathematische indicatoren uit paragraaf 3.1, concluderen we dat de schadelast het best benaderd wordt met een Weibull kansverdeling, zoals weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 4 – kansverdeling rubriek B en vergelijking met brongegevens
Deze kansverdeling geeft een inschatting van de schadelast Rubriek B in enige regio in enig jaar, afhankelijk van het aantal verzekerden. In 95% van de scenario’s is de schadelast lager dan € 134.066. Wijziging dekking Ook voor Rubriek B geldt dat de maximale duur van rente-uitkering tot 5 jaar wordt beperkt. De beschikbare gegevens van de huidige schadelast op deze rubriek biedt geen inzicht in de duur van de uitkeringen om hiervoor een correctie op de schadelast uit te voeren. Op basis van gesprekken met experts concluderen we dat de invaliderings- en revalideringskansen voor de brandweer (die de grootste groep verzekerden vormt) afwijken van het Nederlandse gemiddelde of andere groepen waarvoor wij de invaliderings- en revalideringskansen kennen. Hierdoor is het niet mogelijk om een goede inschatting te maken van de impact van de gewijzigde dekking op de schadelast. In algemene zin is bekend dat invalideringskansen hoger zijn voor oudere personen. Hierdoor is de invloed van het
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
13
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
beperken van de maximale duur van de uitkering afhankelijk van de leeftijd van de verzekerden. Doordat de impact van de gewijzigde aanspraken niet te kwantificeren is met de beschikbare informatie, is uitgegaan van de huidige schadelast.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
14
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
Voor rubriek C (daggeld bij tijdelijke invaliditeit) geldt dat in 95% van de scenario’s de schadeslast lager dan € 41.436 is. Voor rubriek D (medische kosten) betekent deze grafiek dat in 95% van van de scenario’s de schadelast lager is dan € 3.000. Wijziging dekking Ook voor rubrieken C en D zijn diverse wijzigingen in de dekking voorgesteld. Deze wijzigingen zijn omschreven in het document ‘Voorstel Aanspraken na Ongeval’ dat opgesteld is in het kader van het project ‘Project Risicomanagement & Verzekeringen’. De wijzigingen betreffen diverse aanpassingen, waarvan de impact niet kwantificeerbaar op basis van de beschikbare informatie. Dientegevolge is het niet mogelijk om in het wiskundige model rekening te houden met deze wijzigingen.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
16
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
3.5. Resultaten schademodellering In de voorgaande paragrafen is een wiskundig, stochastisch model geformuleerd. Dit model hebben wij gebruikt om 50.000 Monte Carlo simulaties uit te voeren. Elke simulatie geeft een mogelijke uitkomst van de schadelast weer, rekening houdend met de geformuleerde kansverdelingen en uitgangspunten. Hierdoor is het mogelijk om niet alleen de verwachte schadelast te bepalen, maar ook de schadelast in (bijvoorbeeld) een eens-in-100-jaar slecht scenario. Onderstaande grafiek geeft de resultaten van deze simulaties weer. De blauwe lijnen hebben betrekking op de dekking conform huidige aanspraken. Voor de rode lijnen is uitgegaan van de schadelast op basis van de gewijzigde aanspraken, voor zover daar voldoende inzicht in is. De verkorting van de maximale duur van rente-uitkeringen heeft de grootste invloed. Voor rubriek B is deze wijziging niet meegenomen in dit onderzoek.
Figuur 6 – omvang totale schadelast in k-percentiel
De curves geeft het schadeniveau weer bij verschillende percentielen (x-as). Bijvoorbeeld het 50%-percentiel, ook mediaan genoemd, is 1,5 miljoen op de rode curve (bij de gewijzigde dekking). Dat wil zeggen dat in 50% van de scenario’s de schadelast kleiner is dan 1,5 miljoen en in 50% van de scenario’s is de schadelast groter dan 1,5 miljoen. Het 99%-percentiel is 4,4 miljoen. Dat wil zeggen dat in 1% van de scenario’s de schadelast tenminste 4,4 miljoen is: we schatten dat eens in de 100 jaar de schadelast hoger is dan 4,4 miljoen. In alle scenario’s is de schadelast tenminste 0,5 miljoen. Het rode kruis geeft de gemiddelde schadelast van 1,7 miljoen weer. De blauwe curve laat de verwachte schadelast zien bij de huidige dekking. Deze curve loopt steiler op, hetgeen betekent dat in een extreem slecht jaar de schadelast verder oploopt dan wanneer wordt uitgegaan van de gewijzigde dekking.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
17
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
3.6. Schatting en onzekerheid Naar het oordeel van Aon zijn de gebruikte technieken en aannames geschikt voor het doel van dit onderzoek, gezien de informatie die momenteel beschikbaar is. De toekomstige schadelast kan echter, wellicht materieel, afwijken van onze schattingen. Beste Schattingen: De schattingen in dit rapport zijn "beste schattingen" in de zin dat ze niet opzettelijk overdreven of opzettelijk te laag zijn. In algemene termen betekent dit dat we denken dat het even waarschijnlijk is dat de schadelast te laag is opgegeven, als dat het waarschijnlijk is dat de schadelast te hoog is opgegeven. Variabiliteit: Verzekering is inherent onzeker. Zelfs als het mogelijk zou zijn om een 'perfect' schattingsmodel te hebben, zal de precieze uitkomst verschillen van de voorspelde als gevolg van de inherente willekeurige variatie in het verzekeringsproces. Deze willekeurige variatie kan echter zelf worden gemodelleerd en geschat. Helaas zijn er veel redenen waarom het schattingsmodel niet perfect zal zijn. Modellen zijn slechts benaderingen van de werkelijkheid. Er zijn functies uit de echte wereld die onmogelijk of onpraktisch zijn om in een model op te nemen. Daarnaast zijn modellen gebaseerd op het verleden. Omdat ervaringen uit het verleden zelf onderhevig zijn aan willekeurige variatie, is de schatting van de modelparameters onderhevig aan willekeurige variatie.
Professionele oordeelsvorming is een hulpmiddel van onschatbare waarde bij het schattingsproces, maar introduceert opnieuw een ander onzekerheidsitem. Ervaren professionals kunnen naar dezelfde feiten kijken en verschillende conclusies trekken. Ten slotte kan het verleden een slechte gids zijn voor de toekomst. Het wetenschappelijke modelleringsproces, aangevuld met professionele expertise, is echter het beste instrument dat we hebben. Het proces voegt waarde toe omdat het planning onder onzekere omstandigheden mogelijk maakt, de effecten van bepaalde gebeurtenissen kan worden gemeten en herzien en de best mogelijke beslissingen kunnen worden genomen. Het blijft belangrijk om de onzekerheden in het proces te begrijpen. De kennis van de onzekerheid zelf maakt het mogelijk planning en rationele beslissingen te nemen.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
18
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
4. Analyse totale risicokosten Om een goede financiële vergelijking te kunnen maken tussen verschillende risicofinancieringsopties, adviseren wij een vergelijking te maken van de totale risicokosten. De totale risicokosten betreft alle aan het risico gerelateerde kosten en is de optelsom van schades onder het eigen risico, verzekeringspremies en verzekeringsgerelateerde kosten. Voor de huidige ongevallenverzekering hebben de veiligheidsregio’s geen eigen risico. In paragraaf 4.4 worden verschillende verzekeringsprogramma’s uitgewerkt, waarbij mogelijk gebruik gemaakt wordt van een nieuw op te richten entiteit om collectief risico te delen. Het risico dat in deze entiteit ondergebracht wordt, wordt beschouwd als een collectief eigen risico.
4.1. Verzekeringspremies Voor dit onderzoek zijn geen offerteverzoeken uitgezet bij verzekeraars. Aangezien Aon geen makelaar is voor de veiligheidsregio’s kan Aon dat ook niet doen. Voor de verzekeringspremies in dit hoofdstuk zullen we werken met aannames. We nemen aan dat de verzekeringspremie de gemiddelde premie volgens twee methodes is. Methode 1: premie is gelijk aan verwachte schade plus 15% van de volatiliteit. Hier bovenop wordt een kostenopslag van 10% gerekend. De rationale van deze methode is dat een risico met meer volatiliteit leidt tot een hogere premie. Daarnaast zal een verzekeraar kosten maken, welke in de premie verwerkt worden. Methode 2: premie is gelijk aan verwachte schade plus 50% van de volatiliteit. Het verschil met methode 1 is dat de kostenopslag impliciet in de volatiliteitsopslag verwerkt is. Hiermee wordt tot uiting gebracht dat een risico met meer volatiliteit leidt tot hogere kosten (voor bijvoorbeeld schadebehandeling en kapitaalbeslag). In beide methodes wordt de volatiliteit gemeten door de standaarddeviatie van de schadelast. Het is waarschijnlijk dat deze methode niet goed aansluit bij werkelijke verzekeringspremies. De methode bepaalt een actuarieel benodigde premie, die niet in de verzekeringsmarkt tot stand komt.
Bijvoorbeeld het cyclische karakter van verzekeringspremies komt niet tot uiting, er wordt geen rekening gehouden met concurrentie en markttrends. De modellen die verzekeraars hanteren zijn divers en ondoorzichtig, ook voor een verzekeringsmakelaar als Aon. We hebben wel een vergelijking gemaakt met de huidige premies. Aan de verschillende prijsstellingen van de huidige premies is goed zichtbaar dat sommige veiligheidsregio’s op een langer lopend contract zitten. Hoogstwaarschijnlijk gaan zij bij de komende verlenging een forse premiestijging krijgen. In onze toetsing hebben wij hiervoor gecorrigeerd. Onze conclusie is dat de beschreven methodiek redelijk in lijn is.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
19
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
4.3. Individuele of collectieve verzekeringspolissen Er wordt gesproken over gezamenlijke risicodeling middels het inkopen van verzekeringen. De veiligheidsregio’s gaan het totale risico dan samen verzekeren. Hiervoor zijn twee mogelijkheden. Ten eerste kan een collectieve verzekering bij een commerciële verzekeraar afgesloten worden. Ten tweede kan een nieuwe entiteit opgericht worden die dekking biedt voor het risico. Deze entiteit geeft polissen af aan de veiligheidsregio’s en zal eventuele schades vergoeden. Vanuit het perspectief van de veiligheidsregio’s verandert er weinig. Deze conclusie van deze paragraaf is toepasbaar op beide situaties. In deze paragraaf gaan we uit van de gewijzigde dekkingen. Optie 1 is dat alle veiligheidsregio’s individueel een eigen polis afsluiten. Bij optie 2 wordt het risico gebundeld en collectief verzekerd.
Figuur 7 – verschil in totale risicokosten tussen individueel verzekeren en gezamenlijk verzekeren
De verzekeringspolissen kennen een verzekerde limiet, echter volgens het model uit hoofdstuk 3 is de kans dat deze geraakt wordt zo klein, dat we het volledige risico als verzekerd beschouwen, waardoor er geen sprake is van volatiliteit eigen rekening en geen schade eigen rekening. Het voordeel in lagere risicokosten wordt bereikt door diversificatievoordeel. Dit kan intuïtief omschreven worden met het volgende. Verzekeraars bouwen op de wet van de grote aantallen. De volatiliteit van het gezamenlijke risico is lager dan de optelsom van de volatiliteit per veiligheidsregio. Intuïtief is aan te geven dat bij elke veiligheidsregio een kans bestaat op zeer grote schade, maar de kans dat dat bij meerdere veiligheidsregio’s tegelijk voorkomt is klein en dat is voor een verzekeraar gunstig. We concluderen dat door het risico gezamenlijk te verzekeren, naar verwachting de totale risicokosten omlaag gebracht kunnen worden. Het totaal van de risicoprofielen per veiligheidsregio’s is minder gunstig dan het totale risicoprofiel. Risicodeling door collectief te verzekeren vraagt wel solidariteit van alle deelnemers.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
21
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
4.4. Keuze voor niveau risicodeling De risicobereidheid van de veiligheidsregio’s is niet geformaliseerd. Het is niet bekend hoeveel risico de veiligheidsregio’s kunnen en willen dragen en of zij bereid zijn deze voor elkaar te dragen. Dit laatste vraagt namelijk om solidariteit. In de vorige paragraaf is aangegeven dat het collectief verzekeren loont. We tonen in deze paragraaf een aantal alternatieve varianten van mogelijke verzekeringsprogramma’s en geven daarbij de totale risicokosten weer. Uitgangspunt hierbij is dat een deel van het risico gezamenlijk gedeeld wordt en dat het mogelijk is om een overschot aan teveel betaalde premie terug te boeken dan wel de premie te verlagen als de premie te hoog blijkt in verhouding tot de schadelast plus de benodigde reserve. De risicokosten van de gezamenlijke verzekeringsoplossing zijn gelijk aan de verzekeringspremie min de winst. De winst is gelijk aan premie min schade en kosten van de gezamenlijke verzekeringsoplossing. Dit komt overeen met de schades en kosten. In onderstaande grafiek is dit weergegeven als ‘Schade eigen rekening’. Wij benadrukken dat in deze situatie een duidelijke stimulans wordt gegeven om in te zetten op preventie. Immers minder schades betekent meer winst voor de verzekeringsentiteit, welke terug kan vloeien naar de veiligheidsregio’s.
In deze paragraaf worden acht varianten van het verzekeringsprogramma uitgewerkt.
Variant 1 – het risico wordt verzekerd tot € 5 miljoen per jaar Dit is de meest defensieve variant. Uit Figuur 6 is af te lezen dat de kans op meer dan 5 miljoen schade in enig jaar kleiner is dan 1%. Het risico voor eigen rekening is zo klein dat het in de grafiek niet zichtbaar is. In deze variant is geen sprake van risicodeling, zodoende is er geen sprake van
Variant 2 – elke schade heeft een eigen risico van € 50.000
Variant 3 – elke schade heeft een eigen risico van € 100.000
Variant 4 – elke schade heeft een eigen risico van € 50.000; daarbij is het eigen risico beperkt tot € 1 miljoen per jaar
Variant 5 – elke schade heeft een eigen risico van € 50.000; daarbij is het eigen risico beperkt tot € 2 miljoen per jaar
Variant 6 – het eigen risico is beperkt tot € 2 miljoen per jaar; er is geen maximum per schade
Variant 7 – het eigen risico is beperkt tot € 3 miljoen per jaar; er is geen maximum per schade
Variant 8 – er wordt geen verzekering afgesloten
Ad varianten 2 en 3. Het risico boven € 50.000 resp. € 100.000 kan verzekerd worden met een directe polis bij een verzekeraar met eigen behoud van € 50.000 resp. € 100.000. Alternatief kan een herverzekeringsovereenkomst gesloten worden. Dit wordt ook excess-of-loss herverzekering genoemd. In beginsel heeft een garantie- of waarborgfonds, die vrijstelling van verzekeringslicentie heeft, wel toegang tot de herverzekeringsmarkt. Het is echter niet bekend of er herverzeraars zijn die willen meewerken op een herverzekeringspolis voor een garantie- of waarborgfonds.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
22
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
Ad varianten 6 en 7. Dergelijke verzekeringen zijn gangbaar in de herverzekeringsmarkt en worden stop-loss verzekeringen genoemd. Ad varianten 4 en 5. Een combinatie van excess-of-loss en stop-loss is mogelijk. Dit levert de herverzekeraar wel extra administratieve last, met name ten opzichte van alleen een excess-of-loss. Dit kan tot gevolg hebben dat herverzekeraars niet willen meewerken.
Figuur 8 – totale risicokosten bij verschillende varianten van het verzekeringsprogramma
Volatiliteit eigen rekening De volatiliteit eigen risico geeft de hoogte van de risicokosten aan in een eens-in-20 jaar negatief scenario (95%-percentiel). In het voorbeeld is uitgegaan van een 20-jaarsscenario in plaats van een 100-jaarsscenario omwille van de leesbaarheid van de grafiek. Overige kosten De kosten voor het oprichten van een entiteit zijn hoog in verhouding tot de schadelast: circa 25%. In het verleden was een percentage van 10% gangbaar bij verzekeraars, maar dit is de afgelopen jaren snel opgelopen door zwaardere kapitaaleisen. Ook verschilt het kostenpercentage per soort verzekering. Tevens zijn de totale risicokosten waarschijnlijk hoger ten opzichte van variant 1. Een hogere prijs neemt niet weg dat er goede redenen kunnen zijn om deze entiteit op te richten. In dit rapport is namelijk alleen uitgegaan van verzekerbare risico’s. De onverzekerbare risico’s zijn echter juist een van de motieven van dit onderzoek. Het oprichten van een entiteit heeft voor zowel de verzekerbare als de niet-verzekerbare risico’s de volgende voordelen:
Harmonisatie risicobeheer over de veiligheidsregio’s
Minder tot geen afhankelijkheid van de verzekeringsmarkt
Hierdoor stabielere risicokosten
Meer flexibiliteit in vaststellen van premies
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
23
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
Meer flexibiliteit in schadebehandeling
Dekking voor onverzekerbare schades mogelijk, mits binnen geldende wet- en regelgeving
Toegang tot herverzekeringsmarkt (nader onderzoek is nodig of dit ook mogelijk is voor een garantie- of waarborgfonds).
Trend kosten Er is een trend zichtbaar dat verwachte risicokosten dalen en maximale risicokosten stijgen als het eigen risico toeneemt. Dit betekent dat de totale risicokosten afnemen als meer eigen risico wordt genomen. Wel neemt dan de kans op hogere totale risicokosten toe, doordat het risico toeneemt. Wijze beperken schadelast Het is gangbaar om de maximale schadelast per schade te beperken. Door risico te delen is echter een hoger eigen risico mogelijk in vergelijking met een situatie waarin geen risico gedeeld wordt. Door de schadelast per jaar te beperken met een stop-loss verzekering kan voorkomen worden dat bij het delen van risico een extreem hoge schadelast voor eigen rekening komt. Het is de moeite waard om te onderzoeken of dit vervangen kan worden door een overheidsgarantie. Analyse varianten Door de hoge overige kosten zijn de totale risicokosten van variant 8 (volledig samen risico delen) hoger dan variant 1 (collectieve verzekering). Daarbij is de volatiliteit eigen risico van variant 1 nihil. Bij varianten 1 tot en met 3 is te zien hoe, los van de overige kosten die niet van toepassing zijn bij variant 1, de totale risicokosten afnemen terwijl onzekerheid van de totale risicokosten toeneemt. In deze varianten is de totale schadelast eigen rekening theoretisch onbeperkt. Als er zeer veel schades zijn, kan de totale schadelast oplopen tot miljoenen.
Dit is wel zeer onwaarschijnlijk. Bij een eigen risico van € 50.000 per schade (variant 2) bedraagt de volatiliteit circa 0,5 miljoen per jaar. Bij een eigen risico van € 100.000 per schade (variant 3) bedraagt de volatiliteit circa 1,0 miljoen per jaar. Over het algemeen wordt een eigen risico van € 50.000 per schade erg hoog geacht voor een organisatie. Echter, door het risico te delen wordt dit risico beter aanvaardbaar. In varianten 4 en 5 wordt, ten opzichte van variant 2 een beperking (van 1 resp. 2 miljoen euro) gesteld op de totale schade per jaar. Variant 4 laat weinig volatiliteit zien, doordat de verwachte schadelast eigen rekening van variant 2 al circa 1 miljoen euro is. Variant 5 is vergelijkbaar met variant 2, doordat de volatiliteit eigen risico van variant 2 minder dan 2 miljoen euro is. Aan de stop-loss herverzekering hangt wel een prijskaartje. De toegevoegde waarde van de stop-loss herverzekering hangt samen met de mogelijkheden om een overheidsgarantie te krijgen. In varianten 6 en 7 is er geen beperking op het eigen risico per schade, maar wordt er wel een maximum schadelast per jaar aangehouden. De totale risicokosten zullen nooit de maximale schadelast eigen rekening plus (her)verzekeringspremie overstijgen. Variant 7 heeft de laagste totale risicokosten van alle varianten waarin enige bescherming is van de schadelast.
Een nadeel van alleen een stop-loss verzekering is dat het mogelijk is dat in een een veiligheidsregio onverwachts veel meer schades zijn, waardoor deze veiligheidsregio het volledige eigen risico gebruikt.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
24
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
5. Conclusie In de huidige situatie betalen de veiligheidsregio’s circa 4,15 miljoen euro premie (exclusief makelaarskosten) om het ongevallenrisico te verzekeren. Niet iedere regio heeft overigens dezelfde dekking of dezelfde dekking voor alle groepen medewerkers. Dit heeft uiteraard zijn invloed op de genoemde premie. Veelal betreft dit meerjarige contracten, waarvan een flink deel afloopt op 1 januari 2022. Er is een duidelijke trend te zien dat de verzekeringspremies stijgen. Raetsheren is de makelaar voor veel veiligheidsregio’s en heeft een indicatie van 7,5 miljoen premie. Er worden een aantal stappen gezet om de verzekeringspremies beheersbaar te houden. Er ligt een voorstel om een aantal wijzigingen aan te brengen in de aanspraken. Daarvan heeft het beperken van de maximale duur van rente-uitkeringen de grootste impact op de schadelast. Ook heeft het een positieve invloed op de premie. Als gevolg van de huidige lage rentestand zijn verzekeringspremies voor rente-uitkeringen namelijk fors gestegen. Dit is een van de belangrijkere oorzaken van de stijging van verzekeringspremies. Het gezamenlijke risicoprofiel is gunstiger dan de optelsom van het risicoprofiel van de veiligheidsregio’s. Dit kan intuïtief duidelijk gemaakt worden aan de hand van een extreme situatie. In elke veiligheidsregio bestaat een kans op een extreem hoge schadelast.
Echter de kans dat in meerdere veiligheidsregio’s tegelijkertijd dergelijke extreme schadelast ontstaat is klein. Hierdoor ontstaat een duidelijk voordeel om het risico collectief te delen. Er wordt overwogen om een nieuwe entiteit op te richten om het risicodelen te faciliteren. Afhankelijk van de eisen die DNB stelt om toezicht te kunnen houden, schatten we de kosten voor het uitvoeren en beheersen van deze nieuwe entiteit tussen 300k en 550k. Er zijn nog geen keuzes gemaakt welk deel van het risico gezamenlijk gedeeld kan worden, maar met behulp van deze analyse van het risico kan hier wel een datagedreven keuze in gemaakt worden. Er is een uitwisseling tussen meer risico zelf dragen en de verwachte risicokosten. Naar verwachting liggen de totale risicokosten tussen 2,0 en 2,5 miljoen euro. Hierin is geen rekening gehouden met uitbreiding van bepaalde aanspraken conform voornoemd voorstel, welke de totale risicokosten zullen verhogen. Tevens is niet getoetst of verzekeraars bereid zijn om de dekking te bieden die omschreven is in paragraaf over het niveau van risicodeling (paragraaf 4.4). Tevens is niet bekend of de premie voor deze dekking in lijn is met de inschatting op basis van de premiemethodiek uit paragraaf 4.1.
Gegeven de marge tussen de huidige 4,15 miljoen euro premie en de 2,0 tot 2,5 miljoen euro berekende premie, achten wij het zeer waarschijnlijk dat de aanpassing van aanspraken in combinatie van collectief verzekeren in een eigen entiteit vanuit verzekeringstechnisch oogpunt gunstig is.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
25
Aon Risk Solutions Global Risk Consulting
Bedrijfseigen en vertrouwelijk
6. Beperkingen en voorbehouden Gegevens: In bepaalde gevallen waren de gegevens, die Aon idealiter in zijn modellen had gebruikt, niet beschikbaar. Dit geldt met name voor gegevens van individuele schades. Deze waren voor 18 van de 25 regio’s beschikbaar. Voor de meeste regio’s waren individuele schades beschikbaar voor 2019 en de eerste drie kwartalen van 2020. Daarnaast was op totaalniveau informatie beschikbaar voor vijf jaar, met enkele uitzonderingen waar minder informatie beschikbaar was. Onverwachte veranderingen: Onverwachte veranderingen zoals wetgevende maatregelen, risicobewustzijn bij verzekerden, wijzigingen in dekking kunnen de conclusies van het rapport aanzienlijk veranderen. De schattingen houden geen rekening met soorten schades die niet in de verstrekte gegevens zijn opgenomen. Accuraatheid van resultaten: De nauwkeurigheid van de analyse en resultaten uiteengezet in dit rapport is beperkt tot de juistheid van de aangeleverde gegevens en de realisatie van de gehanteerde aannames. Afronding: De cijfers in dit rapport zijn afgerond. Dit kan betekenen dat cijfers niet correct lijken op te tellen tot de totalen. Geheel rapport: Het voorblad, de koppen en de bijlagen maken integraal deel uit van dit rapport. Dit rapport moet in zijn geheel worden gelezen, aangezien de afzonderlijke delen ervan misleidend kunnen zijn.
Aon Risk Solutions Analyse ongevallenrisico veiligheidsregio’s
26