Aanv. TV RB - Zienswijze ontwerp gemeenschappelijke regeling Jeugdhulpregio JeugdFV
Tekst van het document
GEMEENTE RHENEN Technische vragen
Onderwerp: Zienswijze ontwerp gemeenschappelijke regeling jeugd FV Commissie: Samenleving Datum: 08-04-2025 Fractie: RB Vragen 1. Hoofdstuk 8: Geschillen Artikel 21: Geschilregeling 1. Met betrekking tot de geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van de regeling tussen een of meer colleges en het bestuur van de JeugdFV, is artikel 28 van de wet van toepassing. 2. Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de wet, de beslissing van de gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het bestuur van de JeugdFV het geschil voor aan een geschillencommissie. (Artikel 28 Wgr bepaalt dat deze geschillen worden voorgelegd aan een hoger bestuursorgaan, te weten Gedeputeerde Staten van de provincie. Gedeputeerde Staten kunnen het bestuur opdragen een besluit te nemen maar kunnen ook zelf een besluit nemen.) Omdat de jeugdregioFV statutair in Ede is gevestigd gaat het hier om GS Gelderland. Is het zeker dat in voorkomende gevallen de rechtspersoonlijkheid van de gemeenschappelijke regeling garant staat / zekerheid biedt dat GS Utrecht geen bemoeienis heeft met de 3 Utrechtse gemeenten? 2.
Antwoorden Artikel 29 van de Wet gemeenschappelijke regeling is dan van toepassing: Artikel 29 Indien de deelnemende gemeenten in meer dan één provincie zijn gelegen, worden de bevoegdheden van gedeputeerde staten met betrekking tot het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan uitgeoefend door gedeputeerde staten van de provincie, waarin de plaats van vestiging is gelegen. Gedeputeerde staten plegen hierbij overleg met gedeputeerde staten van elke andere provincie waarin deelnemende gemeenten zijn gelegen. Besluiten die aan gedeputeerde staten dienen te worden meegedeeld, worden tevens meegedeeld aan gedeputeerde staten van elke andere betrokken provincie. Dat betekent dat de gedeputeerde staten van Gelderland in overleg gaat met die van Utrecht.
3. 4. 5.