A. Achtergrondinformatie - Zienswijze gemeente Rhenen tbv omgevingsvisie, omgevingsverordening en UPLG
Tekst van het document
[Naam] [Adres, huisnummer] [POSTCODE, WOONPLAATS]
Zaaknummer: Uw verzoek van: Contactpersoon: Telefoonnummer: Datum: Onderwerp:
nr mozart .. maand …. Voornaam Achternaam (0317) 681 681 .. maand …. [tekst]
Geachte Gedeputeerde Staten,
De gemeente Rhenen dankt de provincie Utrecht voor de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de omgevingsvisie, omgevingsverordening en het Utrechts Programma Landelijk Gebied (hierna: UPLG). Wij zullen op verschillende onderdelen van uw omgevingsvisie onze zienswijze geven. We zullen eerst informeren over de opgaven waar gemeente Rhenen zichzelf voor gesteld ziet. Daarna reageren we in algemene zin op uw omgevingsvisie. Deze punten zijn voor ons het belangrijkst. Vervolgens reageren we gedetailleerder op de thema's uit uw ontwerp-omgevingsvisie, ontwerp-omgevingsverordening en het UPLG. Verder zijn er gedetailleerde vragen en opmerkingen rondom omgevingsverordening. Deze kunt u vinden in de bijlage bij deze zienswijze. Wij zijn Rhenen De gemeente Rhenen is een gemeente met ruim 20.000 inwoners. Het heeft 3 kernen, een uitgestrekt en karakteristiek buitengebied en een van oudsher agrarische identiteit. Het landschap wordt gekenmerkt door bossen, natuurgebieden en waardevolle agrarische gronden. We hebben een van de bekendste dierenparken van Nederland in onze gemeente, de op twee na hoogste kerktoren van de Provincie en kennen een rijke historie. Onze gemeente telt ongeveer 2.200 hectare landbouwgrond, waar agrarische ondernemers werken aan onze voedselproductie in nauwe samenhang met de natuur.
Wij realiseren ons dat iedere gemeente voor complexe ruimtelijke keuzes staat. Tegelijkertijd is de situatie in Rhenen uniek binnen de provincie: hier komen de uitdagingen voor landbouw, de energietransitie en de opgaven voortkomend uit de Verstedelijkingsstrategie op uitzonderlijke wijze samen. Daarom willen wij u met deze zienswijze meegeven waar volgens ons belangrijke kansen liggen, waarbij zowel uw ambities als de onze gelijktijdig kunnen worden gerealiseerd. Zienswijze vanuit de Regio Foodvalley Als één van drie Utrechtse gemeenten maken wij onderdeel uit van de Regio Foodvalley. Als gemeente Rhenen zijn wij nauw betrokken geweest bij de opstelling van de zienswijzen vanuit de regio op het ontwerp-UPLG, ontwerp-omgevingsvisie en ontwerp-omgevingsvisies Bij deze onderschrijven wij die zienswijzen. Prioriteit 1: zorg voor meer flexibiliteit in uw omgevingsverordening Zienswijze: wij verzoeken u om in de omgevingsverordening meer flexibiliteit te bieden, zodat het mogelijk wordt om functies op verantwoorde wijze te combineren. Om uw ambities toch te kunnen halen, geeft u als mogelijkheid om functies in het ruimtelijk domein te combineren. Wij als gemeente Rhenen zien dit ook als een oplossing om te werken aan die ruimtelijke ambities. Om die combinaties van ambities te maken staat echter uw eigen omgevingsverordening in de weg.
Wij roepen u dan ook op om meer flexibiliteit geven in uw omgevingsverordening. Zodat de lokale
1
overheden met de lokale kennis samen met u aan uw ambities kunnen werken. In deze zienswijze zullen we op sommige thema's ingaan op de kansen die wij zien om ambities te combineren.
Prioriteit 2: erken het belang van het Binnenveld Zienswijze: Wij verzoeken u het belang van het Binnenveld als onderdeel van onze identiteit te erkennen en samen de ruimtelijke puzzel in het Binnenveld te maken Tussen de gemeenten Wageningen, Ede, Veenendaal en Rhenen ligt een groot groen gebied: het Binnenveld. In dit gebied vinden van oudsher al agrarische activiteiten plaats en is het natuurlijk systeem van hoge kwaliteit. Veel inwoners van de gemeente hebben een band met het Binnenveld. Sommige families wonen en werken hier al generaties. Een aantal jaren geleden is er een grote ruilverkaveling afgerond om het Rhenense Binnenveld toekomstbestendig te maken. De afgelopen jaren zien wij echter dat er steeds meer ruimtelijke opgaven in het Binnenveld worden gepland. Het gaat dan om de volgende opgaven: de landbouwtransitie, woningbouw, energieopwek, nieuwe natuurontwikkeling etc. Deze opgaven doen allemaal een claim op het Binnenveld. Als deze opgaven volledig in het Binnenveld een plek krijgen, heeft dit grote gevolgen voor de identiteit en daarmee betekenis van het Binnenveld. Wij vragen de provincie om meer rekening te houden met deze identiteit. En ons de tijd en ruimte te geven om de ruimtelijke puzzel in het Binnenveld samen te leggen.
Prioriteit 3 : welke ambities hebben voor u prioriteit? Zienswijze: geef expliciet aan welke ambities voor u prioriteit hebben. Wat opvalt aan uw ontwerp-omgevingsvisie is dat de visie heel breed is en dat u veel ambities benoemt. Hiermee geeft u urgentie op verschillende thema’s die ook voor onze gemeente van belang zijn. Dat waarderen wij. Wat wij u wel willen vragen is om aan te geven welke ambities voor u prioriteit hebben. Alle ambities leggen namelijk een claim op de ruimte. En, in uw omgevingsvisie geeft u al aan: niet alles kan overal. Een stapeling van ambities kan ook tot gevolg hebben dat functies elkaar bijten: invulling van de ene ambitie heeft consequenties voor het behalen van een andere ambitie. Zo hebben we grote zorgen dat geschikte en schaarse landbouwgronden worden ingezet voor ontwikkelingen als woningbouw incl. uitloopgebieden, de energietransitie en de connectiviteit van natuurgebieden.
Prioriteit 4: gebiedsprofielen samen verder uitwerken Zienswijze: wij verzoeken de provincie om de gebiedsprofielen samen met ons verder uit te werken In uw opzet van de ontwerp-omgevingsvisie zorgt u voor een verdere concretisering van uw ambities. Onze gemeente valt binnen twee gebieden. De eerste zin bij het gebiedsprofiel van de Gelderse Vallei geeft al een goede samenvatting van onze gemeente: “In de Gelderse Vallei komen veel grote, complexe en urgente opgaven samen”. Ondanks dat u met de gebiedsprofielen een verdere concretisering geeft van de ambities biedt de verdere uitwerking van de ambities in de gebiedsprofielen ons onvoldoende houvast. Wij verzoeken u om samen met ons de ruimtelijke puzzel van gemeente Rhenen te maken. Zodat we als één overheid kunnen optreden.
Thema: klimaatbestendig waterrobuust Impact van Water- en Bodemsturend Beleid op Rhenen Zienswijze: wij verzoeken u om meer rekening bij te houden bij de uitvoering van uw maatregelen voor de ambities rondom water. En hierin samen op te trekken. U heeft stevige ambities op het gebied van waterbeheer. In het UPLG wordt over de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) gesteld dat “alles op alles moet worden gezet om deze doelen zo goed mogelijk te realiseren.” Ook in de Omgevingsverordening worden de regels voor overstroombare gebieden verder aangescherpt. Daarnaast benoemt de Omgevingsvisie water- en bodem sturend als een leidend principe voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de provincie. Deze ambities hebben echter ingrijpende gevolgen voor de gemeente Rhenen. 2
KRW-impulsprogramma Zienswijze: wij vragen om meer middelen beschikbaar te stellen bij de verdere uitwerking van uw KRWimpulsprogramma. U verwijst in het UPLG herhaaldelijk naar het KRW‑impulsprogramma 2025–2027. Omdat verschillende KRW‑doelen voor 2027 niet binnen bereik liggen, krijgt dit programma een hoge prioriteit. Het programma beschrijft uit te voeren maatregelen die van gemeenten worden verwacht. Daarbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat iedere overheid haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen. Gemeenten hebben echter geen formele taak bij het realiseren van de KRW‑doelen en beschikken in veel gevallen niet over de benodigde (financiële) middelen om de verwachte werkzaamheden uit te voeren. Dat geldt zeker voor gemeente Rhenen.
Waterberging in gemeente Rhenen Zienswijze: wij vragen de provincie de gevolgen van waterberging in het Binnenveld duidelijker te maken. Bij eventuele gevolgen voor de bedrijfsvoering, moeten (agrarische) bedrijven gecompenseerd worden. In de Omgevingsvisie zijn meerdere locaties in het Binnenveld als zoekgebied voor waterberging aangewezen. Het doel is om 25% tot 50% van deze gebieden voor waterberging te bestemmen. Maar wat zijn hiervan de gevolgen? Dat maakt u niet duidelijk in uw omgevingsvisie.
Vragen en bezwaar over de begrenzing overstroombaar gebied IV Zienswijze: wij maken nadrukkelijk bezwaar tegen de begrenzing van het overstroombaar gebied en verzoeken deze begrenzing aan te passen. Met de huidige Omgevingsverordening zijn nieuwe ontwikkelingen – zoals woningbouw, bedrijfsactiviteiten en vitale infrastructuur – niet langer toegestaan in het zogenaamde ‘overstroombaar gebied IV’. De precieze begrenzing van deze gebieden roept echter vragen op. De relatie met de feitelijke hoogteligging is niet duidelijk. Ook wijkt de afbakening af van de kaart die wordt gebruikt in het Landelijk Afwegingskader Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving. Op verschillende locaties vallen bestaande woningen, bedrijven en vitale functies binnen overstroombaar gebied IV. Zo is een groot deel van onze wijk Vogelenzang op deze wijze aangewezen. Dit leidt tot zorgen voor onze inwoners over de toekomstige verzekerbaarheid van woningen en bedrijven in dit gebied. Maar er zijn nog meer voorbeelden in onze gemeente waarbij de wijze waarop de begrenzing plaatsvindt niet duidelijk is. Om deze redenen maken wij bezwaar tegen de begrenzing van het overstroombaar gebied in uw omgevingsvisie en omgevingsverordening. Wij pleiten voor een gebiedsaanwijzing die is gebaseerd op duidelijke, inhoudelijke criteria en die recht doet aan het bestaande ruimtegebruik.
Waarbij de combinatie van functies mogelijk is. Alleen dan ontstaat een werkbare balans tussen provinciale ambities en lokale uitvoerbaarheid.
Thema: Toekomstbestendige natuur en landbouw De ingrijpende maatregelen uit het UPLG en ontwerp-omgevingsvisie Zienswijze: wij vragen de provincie om meer rekening te houden met de identiteit van onze gemeente en met ons te kijken naar de combinatie van functies voor gezamenlijke ambities Als gemeente Rhenen ondersteunen wij het uitgangspunt van het UPLG om te komen tot het behoud en het versterken van het landelijk gebied, voor zowel de huidige als toekomstige generaties. Wij waarderen het dat de landbouw in het UPLG als volwaardige pijler is opgenomen. De agrarische sector speelt in onze gemeente een cruciale rol, onder meer vanwege de werkgelegenheid, de voedselproductie en het beheer van het karakteristieke agrarische landschap. 3
Wij zetten ons graag samen met de provincie Utrecht, andere medeoverheden en gebiedspartijen in voor een toekomstbestendige landbouw die economisch rendabel én duurzaam is, in balans met een gezond natuurlijk systeem. Deze ambitie sluit aan bij ons eigen Programma Landelijk Gebied, dat in december door de gemeenteraad is vastgesteld en waarin ruim vijftien concrete maatregelen zijn opgenomen. Een belangrijk doel van het UPLG is het herstellen van de kwaliteit van de leefomgeving, waaronder natuur, stikstof en waterkwaliteit. Wij ondersteunen deze integrale aanpak volledig. Het verbeteren van de leefomgevingskwaliteit biedt bovendien perspectief op het hervatten van de gestagneerde vergunningverlening, wat van grote betekenis is voor woningbouw, landbouw en de energietransitie. Als gemeente Rhenen zien wij hier duidelijke voordelen. Daar staat tegenover dat wij de voorgestelde maatregelen binnen deze integrale aanpak als zeer ingrijpend ervaren. Rondom het thema ‘toekomstige natuur en landbouw’ hebben wij als gemeente meerdere rollen: die van juridisch belanghebbende, van overheidsorgaan, van samenwerkingspartner en van grondeigenaar. Vanuit die verantwoordelijkheid willen wij in deze zienswijze specifiek aandacht vragen voor de zogenoemde no-regret maatregelen.
Voor ons springen daarbij vooral de aanwijzing van essentiële percelen natuur en de stikstofnormering in het oog, zowel voor de grondgebonden als nietgrondgebonden veehouderij.
Totstandkoming UPLG Zienswijze: wij vragen de provincie om meer vanuit het principe van één-overheid te werken Allereerst danken wij de provincie voor de mogelijkheid tot inspraak gedurende de totstandkoming van het ontwerp-UPLG. Op verschillende momenten hebben wij als gemeente, maar ook binnen de Regio Foodvalley op de stukken kunnen reageren. Zo ook op de 80%-versie en de 90%-versie. Naar onze mening heeft deze samenwerking tot een aanzienlijke verbetering geleid van het conceptontwerp van het UPLG. Wél zijn wij van mening dat het proces van de 90% versie naar het ontwerp-UPLG (ook wel de 100% versie) niet zorgvuldig is verlopen. De laatste 10 % van het UPLG is niet in gezamenlijkheid tot stand gekomen, terwijl er in de laatste 10% ingrijpende aanpassingen hebben plaatsgevonden. We adviseren de provincie om ervoor te zorgen weer uit te komen bij de mate van draagvlak/vertrouwen zoals dat er was bij de 90% versie. Graag bieden we als gemeente aan om hierbij te helpen, we worden dan ook graag betrokken bij de verbeterslag naar de 110% versie van het UPLG. Op deze wijze kunnen we in gezamenlijkheid het draagvlak herstellen. Daarnaast is met een beroep op de AVG door u als provincie aangegeven dat geen gegevens gedeeld konden worden, bijvoorbeeld over welke eigenaren welke brieven hebben gehad in het kader van de te nemen maatregelen.
Van ons wordt verwacht als één overheid op te treden, maar dat is onmogelijk als wij niet over dezelfde informatie kunnen beschikken. Tegelijkertijd waarderen wij dat het proces na publicatie van het ontwerp door de provincie op een zorgvuldige wijze wordt vormgegeven. Er wordt op transparante wijze gewerkt, onder meer door het organiseren van webinars, de mogelijkheid voor het stellen van vragen aan de gebiedsregisseurs en door de betrokkenheid van de provincie bij informatiebijeenkomsten. Essentiële percelen natuur Zienswijze Wij verzoeken de provincie om: Een duidelijke onderbouwing aan te leveren waar aanwijzing van de 84 ha essentiële percelen op gebaseerd is en of de NDA's met zekerheid behaald worden met de maatregelen t.a.v. de essentiële percelen en connectiviteit. Aanwijzing van essentiële percelen natuur zijn voorzorgsmaatregelen om verdere achteruitgang van de N2000 gebieden zoveel mogelijk te voorkomen. Omzetting van landbouwgrond naar natuur om de beheerdoelen te behalen is geen ‘no regret maatregel’. Het is voor de sector namelijk een ingrijpende maatregel die niet meer teruggedraaid kan worden. Om deze reden is het erg belangrijk om zekerheid te hebben dat de in te zetten middelen ervoor zorgen dat de NDA’s behaald worden.
4
-
-
-
-
-
-
-
-
In het UPLG staat dat er nog onderzoek plaatsvindt t.b.v. het nieuwe beheerplan voor het N2000gebied de Hellen. In het UPLG staat dat voor de te nemen hydrologische maatregelen aanvullend onderzoek nodig is om tot uitvoering over te gaan. Het UPLG stelt ook dat het nog onduidelijk is hoe de uiteindelijk te nemen maatregelen landen in het gebiedsproces. Wij vragen ons af hoe het dan nu toch al duidelijk is dat 84 ha landbouwgrond omgezet moet worden naar natuur. Een ‘second opinion’ onderzoek uit te voeren waaruit duidelijk wordt dat de NDA's alleen bereikt kunnen worden met de maatregelen t.a.v. connectiviteit en omzetting van landbouwgronden naar natuur. We verzoeken om in dit onderzoek mee te nemen of de natuurdoelen niet via alternatieve maatregelen kunnen worden bereikt. We hebben diverse keren richting de provincie een handreiking gedaan om met elkaar de NDA's te behalen door in te zetten op agrarische natuurbeheer, dubbelgebruik. Wij bieden u de mogelijkheid om met een combinatie van functies de kwaliteit van het natuurlijk systeem te verbeteren. Naar aanleiding van uw antwoorden op de bovenstaande vragen willen wij graag samen met u onderzoeken hoe we de kwaliteit van het natuurlijke systeem kunnen verbeteren door dit te combineren met agrarisch gebruik. Hierdoor is het niet nodig om deze locatie volledig om te zetten naar de functie natuur.
Zie hiervoor ons programma landelijk gebied. Inzichtelijk te maken hoe andere ontwikkelingen worden meegenomen in het nader onderzoek naar hydrologische maatregelen. In de projectgroep N2000 Binnenveld bleek dat het niet duidelijk is of er voor de nieuw aangelegde woonwijken en bedrijventerreinen. In Veenendaal Oost een passende beoordeling uit te voeren. Voor de oplossing van het probleem van de achteruitgang van het N2000 gebied ‘de Hellen’ wordt vooral naar de agrarische sector gekeken. Wat is de invloed van de rondweg, de bouw van woningen en bedrijven, waterwinning en van eventuele andere ontwikkeling op het N2000-gebied? Duidelijkheid te bieden in de planning en de doelstellingen van het gebiedsproces wat voor het Binnenveld wordt opgestart. Binnen welke tijdsperiode is er sprake van een vrijwillig gebiedsproces, hoe wordt gemonitord of het vrijwillige proces leidt tot voldoende natuurherstel, wanneer volgen er dwingende maatregelen als blijkt dat de doelstellingen rondom connectiviteit niet behaald worden? Wordt na die tien jaar een proces van onteigening en schadeloosstelling ingezet? Duidelijkheid te bieden over het beoogde natuurtype: wat voor type natuur moet gerealiseerd worden t.a.v.
de essentiële percelen natuur? Wat voor beheer kan in het gebied uitgevoerd worden en welke rol krijgt de agrarische sector bij dit beheer? Uit de ontwerp omgevingsverordening blijkt dat het gebied ‘de Goede Troost’ de status van Groene Contour krijgt, wordt deze status op den duur omgezet naar NNN? Aan te geven hoe de natuurmaatregelen zich verhouden tot de Europese verplichtingen op het gebied van soortenbescherming (de Vogelrichtlijn) en in het bijzonder de unieke status die het Binnenveld heeft als uniek en waardevol weidevogelgebied? Het Binnenveld is niet aangewezen als weidevogelkerngebied maar er worden wel allerlei maatregelen genomen om de weidevogels op peil te houden.
In het UPLG staat dat op basis van toetsing van natuurdoelanalyses (hierna: NDA’s) en het advies van de Ecologische Autoriteit (hierna: EA) extra maatregelen getroffen moeten worden om de Natura 2000gebieden te herstellen. Voor een aantal beschermde soorten en habitats heeft verslechtering plaatsgevonden of kan verslechtering niet worden uitgesloten. De provincie stelt, op basis van de NDA's en de aanbevelingen van de EA, overgangsgebieden in rond de Natura 2000-gebieden. Ook worden er essentiële percelen natuur aangewezen. In de gemeente Rhenen betekent dit dat, naast een aantal percelen in de uiterwaarden van Elst en Rhenen, het gebied 'de Goede Troost' is aangewezen als 'essentiële percelen natuur'. Concreet houdt dit in dat 84 hectare waardevolle landbouwgrond op termijn moet worden omgezet naar natuur. Gemeente Rhenen heeft een groot deel van de gronden in ‘de Goede Troost’ in bezit, deze gronden worden verpacht en zijn van belang voor de agrarische sector. Deze maatregelen leiden ertoe dat deze percelen niet meer agrarisch gebruikt kunnen worden. Niet meer ten behoeve van de reguliere agrarische bedrijfsvoering en al helemaal niet ten behoeve van de extensivering van de landbouw. We zijn het niet eens met de wijze waarop de Provincie tot natuurherstel wil komen en verzoeken de provincie dan ook om een second opinion uit te voeren.
Het gaat met name om de maatregelen met betrekking tot het 5
natuurherstel van De Hellen en de Bennekomse Meent. En de schaal van de geambieerde extensivering van de landbouw. Wij zijn van mening dat er ook andere maatregelen dan de aanwijzing van de verschillende gebieden tot ‘essentiële natuur’ mogelijk zijn. Om zo tot het benodigde natuurherstel van de N2000-gebieden te komen en missen een onderbouwing waarom enkel de voorgestelde aanpak in het UPLG mogelijk is. U heeft veel ruimtelijke ambities met een grote ruimtedruk op het landelijk gebied. Dit heeft aanzienlijke impact op agrarische ondernemers en grondeigenaren. Aan de andere kant begrijpen we dat de kwaliteit van de leefomgeving hersteld moet worden en dat de provincie te maken heeft met een verslechteringsverbod vanuit de Europese wetgeving (de Vogel- en Habitatrichtlijn). Herstel van het natuurlijk systeem is nodig om aan het additionaliteitsvereiste te voldoen en de vergunningverlening van het slot te krijgen. We willen ons als gemeente inzetten in o.a. gebiedsprocessen om een onze bijdrage te leveren aan natuurherstel.
Onze inzet voor natuurherstel blijkt ook uit ons recent vastgestelde Programma Landelijk Gebied Toekomst van de landbouw in Utrecht in relatie tot voedselzekerheid en behoud levensvatbare agrarische sector Zienswijze: Wij vragen u duidelijk te maken hoeveel boeren er nodig zijn om de voedselzekerheid te garanderen en in beeld te brengen bij welke aantallen agrarische bedrijven en nog sprake is van een gezonde, levensvatbare agrarische sector. Wij hebben grote zorgen over de toekomst van de landbouw in onze gemeente en regio Foodvalley. De afgelopen jaren zijn al veel agrariërs gestopt. We vrezen dat naar aanleiding van het ontwerp-UPLG en daaruit voortvloeiende maatregelen nog meer agrarische bedrijven zullen verdwijnen. En dat hierbij een bepaald ondergrens wordt bereikt. Dit heeft ook gevolgen voor aanverwante bedrijven. Het verdwijnen van agrarische bedrijven en aanverwante bedrijven kan uiteindelijk de voedselzekerheid beïnvloeden. Wij vinden dan ook dat boeren nodig zijn voor de voedselzekerheid, maar ook om alle doelen in het landelijk gebied te bereiken. Wij vragen u dan ook hoeveel boeren u nodig acht die er nodig zijn om de voedselzekerheid. Sociaaleconomische impact van de maatregelen Zienswijze: wij verzoeken u de eerder uitgevoerde sociaaleconomische analyse verder aan te scherpen.
Zodat nog beter inzichtelijk wordt welke gevolgen het ontwerp-UPLG heeft voor de agrarische sector en het landelijk gebied in zijn geheel. De provincie spreekt in de ontwerp-omgevingsvisie en het UPLG veel ambities uit over hoe de leefomgeving eruit moet gaan zien. Er is hierbij naar onze mening te weinig aandacht voor de mensen die in dit gebied wonen en werken en wat dit voor hen betekent. De maatregelen die u aankondigt in het UPLG en de omgevingsverordening hebben grote impact op de agrarische en de aan deze sector aanverwante bedrijvigheid. In het UPLG missen we een duidelijke analyse van de sociaaleconomische effecten van het UPLG. Wat is de invloed van de maatregelen en (stikstof)normering op de leefbaarheid en de nog uit te oefenen functies op het platteland? Dit is een vraag die wij graag beantwoord willen zien. Onze bijdrage aan herstel natuurlijk systeem in onder andere de Groene Contour Zienswijze: Wij vragen u om in gebiedsprocessen samen te werken aan herstel natuurlijk systeem door middel van een natuurvisie Wij begrijpen dat de kwaliteit van de leefomgeving hersteld moet worden en dat de provincie te maken heeft met een verslechteringsverbod vanuit de Europese wetgeving (de Vogel- en Habitatrichtlijn). Herstel van het natuurlijk systeem is nodig om aan het additionaliteitsvereiste te voldoen en de vergunningverlening van het slot te krijgen.
We willen ons als gemeente inzetten in o.a. gebiedsprocessen om een onze bijdrage te leveren aan natuurherstel. Wij merken op dat het UPLG en de omgevingsverordening met de aanwijzing als ‘Groene contour’, vooruitloopt op de Natuurvisie die wij gaan opstellen. Dit is een uitvoeringsmaatregel van de Randzonevisie, een wijziging van de Visie op Rhenen 2035, die de gemeenteraad in december 2025 vastgesteld heeft. Met de natuurvisie willen wij ervoor zorgen dat ruimtelijke opgaven zorgvuldig worden ingepast, en dat de samenhang en kwaliteit van onder meer het natuurnetwerk op de lange termijn behouden blijft en zelfs versterkt wordt. Wij onderzoeken daarbij de kansen en mogelijkheden hoe
6
kwaliteitsverbetering in het ene gebied kan zorgen voor (stedelijke) ontwikkeling in een ander gebied. Op basis van die visie worden wellicht ook andere oplossingen denkbaar. Wij begrijpen dat de kwaliteit van de leefomgeving hersteld moet worden en dat de provincie te maken heeft met een verslechteringsverbod vanuit de Europese wetgeving (de Vogel- en Habitatrichtlijn). Herstel van het natuurlijk systeem is nodig om aan het additionaliteitsvereiste te voldoen en de vergunningverlening van het slot te krijgen. We willen ons als gemeente inzetten in o.a. gebiedsprocessen om een onze bijdrage te leveren aan natuurherstel.
Essentiele percelen natuur in de uiterwaarden: voortzetting agrarisch medegebruik en behoud mogelijkheden woonfunctie. Zienswijze: Wij vragen u te verklaren hoe u tot de toewijzing en begrenzing van de essentiële percelen natuur bent gekomen. En voor Elst in het bijzonder naar aanleiding van de inrichting van de Elster Buitenwaarden. Wij vragen u te verklaren hoe essentieel deze percelen daadwerkelijk zijn voor het herstel van de natuur. Wij vragen u te verklaren waarom voor bepaalde percelen wel schadeloosstelling geldt en voor anderen niet, terwijl het gebruik vaak hetzelfde is. Wij vragen aan u te bevestigen dat de begrenzing van de percelen essentiële natuur aangepast wordt aan de begrenzing van de woonfunctie zoals die geldt in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan van de gemeente Rhenen, met in het bijzonder bestemmingsplan Kern Elst 2012. Wij vragen u, wanneer u toch vasthoudt aan het omzetten van de percelen naar natuur, inzichtelijk te maken, welke gebruiksmogelijkheden er in de toekomst op deze percelen zijn. Daarbij verzoeken wij u rekening te houden met het woongenot, de bedrijfsvoering en de huidige gebruiksmogelijkheden van de grondeigenaren. Naast de 'Goede Troost' zijn er enkele percelen in de uiterwaarden aangewezen als essentiële percelen natuur. Bij de stad Rhenen betreft het agrarische percelen die naar de functie natuur moeten worden omgezet.
Deze gronden worden gebruikt door een agrarisch bedrijf en zijn daarmee essentieel voor de bedrijfsvoering. Het is ons niet duidelijk wat de waarde van deze percelen is in het kader van het natuurherstel. De omliggende percelen hebben in het verleden allemaal een natuurfunctie verkregen. Echter, is op basis van het Omgevingsplan agrarisch medegebruik toegestaan. Hierop hebben wij onze pachtovereenkomsten aangepast, zodat de percelen niet te intensief gebruikt worden. Wij gaan ervanuit dat op de betreffende (essentiële) percelen ook agrarisch medegebruik toegestaan zal zijn. Zodoende blijven deze percelen van waarde voor het agrarisch bedrijf, al is het dan minder intensief qua gebruik. De afgelopen jaren zijn de percelen in de Elster Buitenwaarden ingericht als natuur. Als gevolg hiervan is de grens tussen de Elster Buitenwaarden en de percelen die nu door de provincie zijn aangewezen als essentiële natuur, opnieuw bepaald. De agrarische functie, al worden deze gronden niet door een agrarisch bedrijf gebruikt, bleef behouden. Nu bent u toch voornemens de functie van deze percelen te wijzigen in natuur. Hoe waardevol zijn deze percelen in het kader van het natuurherstel? En is het huidig gebruik wel van negatieve invloed op de natuur in de Elster Buitenwaarden? Op die vragen willen we graag een antwoord op hebben.
Aan de hand van de antwoorden daarop kan bepaald worden of de agrarische functie in een natuurfunctie moet worden omgezet. Naar onze mening is het niet noodzakelijk en niet redelijk deze strook om te zetten naar natuur.
Duidelijkheid voor de agrarische sector ten aanzien van zones en overgangsgebieden Zienswijze: wij verzoeken u inzichtelijk te maken welke (maat-)regel of norm voor welke agrariër van toepassing is, zodat duidelijk wordt welke consequenties dit voor de bedrijfsvoering heeft (bijvoorbeeld beperking hoeveelheid vee, verdere verlegging emissies et cetera). Er gelden vanuit het ontwerp-UPLG verschillende zones (essentiële percelen natuur, stikstof e.d.). Agrarische bedrijven kunnen bijvoorbeeld buiten de stikstofzone van 250 meter mogelijk te maken kunnen krijgen met een maatwerkaanpak stalemissies. Op basis van de in het UPLG omschreven aanpak is het
7
voor boeren in de buurt van de stikstofzone niet duidelijk of dit maatwerk consequenties heeft voor hun bedrijfsvoering (eventuele beperking hoeveelheid vee, verdere verlaging emissies). Noodzaak van realistische, uitvoerbare en sectorgerichte stikstofnormen Zienswijze: Wij verzoeken u de genoemde reductiepercentages niet op te nemen in de Omgevingsverordening. In plaats daarvan stellen wij voor om als norm te hanteren dat bedrijven de best beschikbare technieken (BBT) toepassen, zoals chemische luchtwassers. Indien uit metingen later blijkt dat deze technieken een lagere reductie realiseren dan vooraf verondersteld, worden bedrijven niet geconfronteerd met onhaalbare normen, mits zij BBT hebben ingezet. Op deze wijze ontstaat een juridisch houdbare, uitvoerbare en zorgvuldig te monitoren systematiek. Voor de niet grondgebonden veehouderij wordt in het UPLG en de omgevingsverordening gestuurd op de inzet van de beste beschikbare technieken in relatie tot bestaande en toekomstige stalsystemen. De inzet van best beschikbare techniek wilt u borgen door een emissieplafond per gerealiseerde dierplaats op te nemen in de Omgevingsverordening. Dit doel dient in 2035 te zijn behaald en is niet afhankelijk van het halen van het reductiepad in 2028 en verder.
De op te nemen toelaatbare normen voor emissies van NH3 zijn 90-95% lager dan een traditioneel stalsysteem en kunnen doorgaans alleen met een luchtwasser worden gehaald. De provincie stelt dat de genoemde normen met de nu geborgde best beschikbare technieken (van chemische luchtwassers) al haalbaar is en worden daarom binnen nu en 10 jaar realiseerbaar geacht. Gemeente Rhenen sluit aan bij de zorgen die in de zienswijze vanuit de Regio Foodvalley worden benoemd. Kort samengevat vindt gemeente Rhenen de voorgestelde emissiereductieopgave van 90-95% ten opzichte van een basisstal voor niet-grondgebonden veehouderij te ambitieus. Vanuit de regio worden andere percentages voor de niet-grondgebonden veehouderij als haalbaar gezien, namelijk reducties tussen 60–95% voor pluimveestallen en voor kalverhouderijen reducties tussen 70–95%. Deze bandbreedtes weerspiegelen de variatie in technische mogelijkheden en de beperkingen van verschillende stalsystemen. Volledig gesloten systemen of chemische luchtwassers zijn niet voor alle bedrijven toepasbaar, bijvoorbeeld bij vrije uitloop en biologische pluimveehouderijen.
Impact van provinciale stikstofnormen op de toekomst van de grondgebonden veehouderij Zienswijze: wij verzoeken de provincie met realistische maatregelen te komen voor grondgebonden veehouderrij. Bijvoorbeeld door maatwerk per bedrijf toe te passen ten aanzien van het bedrijfsplafond. Voor de grondgebonden veehouderij wordt er in het UPLG en de Omgevingsverordening voor gekozen om eerst een vrijwillig reductiepad in te zetten. Voer- en managementmaatregelen op bedrijfsniveau kunnen tot voldoende emissiereductie leiden. Belangrijke maatregelen die vanuit de sector zijn aangedragen zijn een vermindering van ammoniakemissies via sturing op de combinatie van tankmelkureum en het aantal uren weidegang. De voortgang wordt gemonitord en vanaf 2029 kan dan het besluit genomen worden dat alsnog het emissiedoel van 40-42 kg NH3 per hectare per jaar voor grondgebonden veehouderij van kracht wordt. In 2030 kan deze emissienorm ingaan en in 2035 moet de norm behaald worden. Vanuit de sector krijgt gemeente Rhenen het signaal dat het instellen van een bedrijfsgebonden stikstofnorm te veel stuurt op grond en intensiteit. De provincie komt nu met een zo fors doel dat wij vrezen dat de grondgebonden veehouderij geen toekomst meer heeft.
Door de doelen per hectare door te rekenen én de hoeveelheid landbouwareaal in onze gemeente fors te verlagen, zal de prijs van landbouwgrond nog verder stijgen. De verduurzaming van de melkveehouderij is daarmee niet meer rond te rekenen.
8
Noodzaak uniforme stikstof aanpak provincies Utrecht en Gelderland Zienswijze: wij vragen om intensieve afstemming met de provincie Gelderland en de Regio Foodvalley. In het bijzonder met betrekking tot het gebiedsproces Binnenveld, de Aanpak Veluwe en het Uitvoeringsprogramma Stikstof. De gemeente Rhenen maakt onderdeel uit van de Regio Foodvalley. De Gelderse Vallei is een samenhangend agrarisch gebied over provinciegrenzen heen. Wij willen een ongelijk speelveld of tegenstrijdige regels op het gebied van verduurzaming, innovatie en stikstofreductie te allen tijde voorkomen. Verschillen in beleid, tempo en instrumentarium leiden in de praktijk tot knelpunten, (rechts)onzekerheid en ongelijkheid. We vragen de provincie om deze reden om duidelijkheid te bieden hoe het UPLG zich verhoudt tot de Aanpak Veluwe en het Uitvoeringsplan Stikstof. Om inzicht te krijgen in de impact van de maatregelen op o.a. de agrarische sector is het, voor Utrechtse Foodvalley gemeenten in het bijzonder, van belang te weten welke wet- en regelgeving voor hen geldt. We verzoeken provincie Utrecht om wat betreft de stikstofaanpak uit het UPLG aan te sluiten bij de voorgestelde aanpak van het Uitvoeringsplan Stikstof wat onderdeel uitmaakt van de Aanpak Veluwe van provincie Gelderland.
Aansluiting bij dit plan is in ieder geval wenselijk voor het deel van provincie Utrecht dat in de regio Foodvalley ligt. Vanuit de regio is het niet wenselijk om normen per bedrijf of dierplaats vast te leggen. Het ene bedrijf kan sneller en gemakkelijker voldoen aan de reductiedoelstellingen dan het andere bedrijf. Ook kan er soms in collectieven van agrarische bedrijven meer bereikt worden dan per individueel bedrijf. De normen vanuit het UPLG sluiten dan ook niet goed aan bij de praktijk en bieden weinig ruimte voor maatwerk. Het Uitvoeringsplan vanuit de regio Foodvalley gaat uit van een combinatie van een bedrijfsplafond en een gebiedsplafond. Daarnaast zijn de mogelijkheden om stikstof te reduceren gekoppeld aan vergunningsmogelijkheden om te innoveren. We zien dit als een essentiële voorwaarde om tot een haalbare, realistische uitvoering te komen. De beperkte mogelijkheden van de niet-grondgebonden bedrijven om zowel te kunnen groeien als innoveren in samenhang met te schaarse grond van grondgebonden bedrijven om te kunnen extensiveren zet de sector klem. Er wordt in het UPLG alleen gesproken over dat dit in 2027 ingezet wordt op doelsturingsvergunningen.
Koppeling tussen de stikstofreductieopgave en beschikbare vergunningsruimte om te kunnen innoveren. Zienswijze: Het UPLG is deels afhankelijk van vergunningverlening, terwijl het programma tegelijk wordt gebruikt om vergunningverlening te onderbouwen. We vragen de provincie het risico op deze cirkelredenering te voorkomen en een scenario aan te geven waarin de additionaliteitsvereiste kan worden gehaald. Het UPLG leunt voor een belangrijk deel op stikstofreductie via innovatie en andere maatregelen op agrarische bedrijven. Een groot deel van deze maatregelen is vergunningplichtig, vanwege de uitspraak over intern salderen. Bij de beoordeling van vergunningaanvragen moet het additionaliteitsvereiste worden betrokken, wat inhoudt dat stikstofreductie die nodig is voor herstel van Natura 2000-gebieden niet kan worden ingezet om nieuwe stikstofemitterende activiteiten mogelijk te maken. In vergunningprocedures ligt het voor de hand te verwijzen naar het UPLG om aan te tonen dat de provincie (voldoende) werkt aan natuurherstel, terwijl de uitvoering van het UPLG zelf deels afhankelijk is van die vergunningverlening. Dit leidt tot een risico op een cirkelredenering: het UPLG is deels afhankelijk van vergunningverlening, terwijl het programma tegelijk wordt gebruikt om vergunningverlening te onderbouwen.
We zien in het UPLG graag terug hoe een start gemaakt kan worden met de beoogde innovaties van agrarische bedrijven. Dit kan bijvoorbeeld door eerst de stikstofruimte uit de landelijke stopperregelingen voor een beperkt deel in Utrecht voor innovatie te gebruiken, zodat de doelsturing op gang kan komen.
9
Bovenwettelijke maatregelen Zienswijze: wij verzoeken de provincie om duidelijkheid hoe bovenwettelijke maatregelen worden voorkomen. Mocht de provincie besluiten toch bovenwettelijke doelen te willen behalen, willen wij vragen hoe de provincie dit denkt te financieren. Op het moment van schrijven is het nog onduidelijk hoe het UPLG zich verhoudt tot nieuw rijksbeleid. Het zou kunnen zijn dat het rijksbeleid soepeler uitpakt dan het ontwerp-UPLG. Hoe denkt de provincie hiermee om te gaan? Dit willen we graag verwoord zien in het ontwerp-UPLG.
Transitie Landbouw Zienswijze: wij verzoeken de provincie het grondvraagstuk te erkennen en oplossingen te bieden die extensivering mogelijk maken. Tevens vragen wij om een regeling waarmee vrijkomende agrarische gronden bij bedrijfsbeëindiging hun agrarische functie behouden en beschikbaar blijven voor toekomstbestendige bedrijven. In zowel de Omgevingsvisie als het UPLG heeft u de ambitie uitgesproken dat de landbouwsector in 2050 de omschakeling maakt naar rendabele kringlooplandbouw. In verband hiermee wordt gestreefd naar een aandeel van minimaal 15% biologisch landbouwareaal in 2030. Rhenen heeft een grote grondopgave, er ligt een enorm ruimtedruk op o.a. de agrarische gronden in het Binnenveld om alleen al de landbouwgronden te kunnen behouden voor de gangbare veehouderij. Biologische landbouwbedrijven kunnen alleen rendabel zijn indien een boer voldoende grond voor zijn bedrijf heeft. Een gemiddeld melkveebedrijf heeft 50 à 60 ha grond nodig om enigszins extensief te kunnen boeren. Extensivering van de bestaande melkveehouderij in Rhenen leidt tot een forse grondopgave. Om deze ambitie te kunnen realiseren, is immers grond nodig om te kunnen extensiveren. Landbouwgrond die er nu al niet is en steeds verder onder druk komt te staan. Zeker omdat wij deze grond ook nodig hebben woningbouw, herstel van het natuurlijk systeem en opgaven als de energietransitie.
Perspectief voor agrariërs en toekomstbestendige bedrijfsmodellen Zienswijze: Wij vragen de provincie om structurele, marktconforme financiering voor agrarisch natuurbeheer en kringlooplandbouw; Wij vragen de provincie om langjarige contracten en zekerheid voor ondernemers die willen investeren; Wij vragen de provincie om voldoende middelen voor bedrijfsbegeleiding, ondernemersplannen en vergunningsmogelijkheden voor innovatietrajecten. Zoals aangegeven staat de (agrarische) landbouwsector voor grote veranderingen. Om perspectief te bieden zijn langjarige, stabiele verdienmodellen noodzakelijk, ook juist vanuit sociaaleconomisch perspectief. Op dit moment is de termijn voor een financiële regeling/ subsidie maximaal 3 jaar (zoals ANLb regelingen waarbij maximaal 3 jaar vooruit gekeken kan worden). Wanneer een agrariërs (ingrijpende) investeringen moet verrichten, land moet omvormen of grootschalige diensten moet verrichten is langjarig ontwikkelperspectief nodig. Het is essentieel voor een agrariër om ver vooruit te kunnen denken aan de hand van langjarige beloningen. Uit het UPLG wordt onvoldoende duidelijk of de beschikbare rijksmiddelen binnen de transitiefondsen voldoende en structureel zijn. Wanneer blijkt dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn, moeten de doelen worden aangepast naargelang het beschikbare budget.
Moratorium geitenhouderijen Zienswijze Wij verzoeken de provincie in het UPLG en de Omgevingsverordening te verduidelijken welke uitzonderingen gelden op basis van het advies van de Gezondheidsraad en het verbod van nieuwvestiging van geitehouderijen in de Omgevingsvisie.
10
-
Wij vragen de provincie aan te geven hoe wordt omgegaan met verplaatsing van geitenhouderijen indien bronmaatregelen niet mogelijk blijken.
In onze gemeenten zijn een tweetal geitenhouderijen gevestigd. Mogelijk wordt er een beperking opgelegd van nieuwbouwontwikkelingen binnen een straal van 1 km van een geitenhouderij. Dit zou voor ons in kunnen houden dat inbreiding en uitbreiding in de randen van onze kernen met woningbouw niet meer mogelijk is. Dit terwijl er grote behoefte is aan woningen. Aan de andere kant hebben de agrariërs ook behoefte aan duidelijkheid ten aanzien van te nemen bronmaatregelen, en of de provincie verplaatsing van een geitenhouderij ziet als nieuwvestiging. Graag gaan we met de provincie het gesprek aan om met elkaar te kijken welke mogelijkheden er zijn voor eventuele bedrijfsverplaatsingen of het treffen van bronmaatregelen en zo de woningbouw in en rond de kernen mogelijk te laten blijven. Sierteelt Zienswijze: gemeente Rhenen verzoekt de provincie te erkennen dat sierteelt niet alleen vanwege het gebruik van bestrijdingsmiddelen, maar ook door de aanzienlijke wateronttrekking schadelijk kan zijn voor de leefomgeving. Wij vragen de provincie daarom te beoordelen of omschakeling naar sierteelt om deze reden eveneens beperkt of verboden zou moeten worden, ongeacht het gebruik van bestrijdingsmiddelen. In de Omgevingsvisie en -verordening wordt de omschakeling van sierteelt op volle grond op percelen verboden.
Onder sierteelt verstaan we bollenteelt, bloemen, bomen en vaste planten, omdat bij de teelt van deze gewassen relatief veel chemische gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Deze middelen hebben een negatief effect op de waterkwaliteit en volksgezondheid. Een uitzondering wordt gemaakt voor sierteelt die geen gebruik maakt van die middelen. Sierteelt is niet alleen vanwege het gebruik van bestrijdingsmiddelen schadelijk voor de leefomgeving. Wij hebben begrepen dat sierteelt ook leidt tot een forse wateronttrekking. Wij vinden dan ook dat de omschakeling naar sierteelt om deze reden eveneens beperkt of verboden zou moeten worden, ongeacht het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Sturing op stoppers Zienswijze: We verzoeken de provincie duidelijk te maken hoe grond van stoppende boeren veiliggesteld wordt zodat deze gronden daadwerkelijk ingezet kunnen worden voor de beoogde transitie van de landbouwsector. Graag zien we in het UPLG en omgevingsverordening instrumenten terug die ervoor zorgen dat gronden van stoppende boeren ook beschikbaar blijven voor de agrarische sector, in het bijzonder de grondgebonden veehouderij. In de Omgevingsvisie en het UPLG wordt de transitie naar duurzame, natuurinclusieve en economisch rendabele agrarische bedrijven meerdere malen benoemd.
De provincie geeft aan dat bij stoppende boeren eerst gekeken wordt of het gebied behouden kan blijven voor de landbouw. Indien dit niet het geval is, dan wordt de locatie en bebouwing gebruikt voor woningen of bedrijven. In de omgevingsvisie wordt een toekomstbeeld geschetst waarbij het overgrote deel van de bestaande landbouwgronden in 2025 in 2050 ook beschikbaar zullen zijn voor de landbouw. Afhankelijk van de plek, is dat soms in combinatie met agrarisch natuurbeheer, energie-opwek of recreatie. Het is van belangrijk voor het behoud van melkveehouderij dat de momenteel beschikbare graslanden ook in de toekomst beschikbaar blijven voor de sector. Bovendien moeten er extra gronden voor de sector vrijkomen om te kunnen extensiveren. Op dit moment blijven vrijgekomen gronden niet binnen de agrarische sector maar gaat de grond ook regelmatig naar de hoogste bieder. Dit leidt tot een prijsopdrijvende werking van de al schaarse gronden. Vanuit de regio zijn er diverse ideeën om ruimtelijke ordeningsinstrumenten in te zetten om deze gronden te behouden. Te denken valt aan het instellen van een graslandnorm, sturen op grasland in bepaalde landschappen of melkveehouderijen in de landbouwontwikkelingsgebieden als zodanig te bestemmen.
Thema: Duurzame energie en circulaire samenleving Duurzame energie
11
Zienswijze: ook voor de duurzame energie opwek is een geïntegreerde aanpak nodig. Vanuit de ontwerpomgevingsverordening nodigen we u uit om weer met ons het gesprek aan te gaan om mogelijkheden te verkennen voor een zonneveld bij Remmerden. Ook op het thema 'duurzame energie’ heeft u flinke ambities. Bij deze ambities horen uitdagingen die te maken hebben met de inrichting van de fysieke leefomgeving. Zoals ruimte voor nieuwe hoogspanningsstations, energieopwek, energieopslag, etc. Hierbij constateert u op pagina 75 zelf dat deze ambities een geïntegreerde aanpak vereist. Dit onderstrepen wij. Zoals eerder gemeld, zien wij in het slim combineren van functies in de openbare ruimte juist een oplossing om al uw ruimtelijke ambities te behalen. Een voorbeeld hiervan is de grond rondom Remmerden (niet zijnde de ruimte die voor uitbreiding Remmerden nodig is). Deze grond wordt nu gebruikt als akker en ligt in het NNN-gebied. Voor dit stuk grond is al eens een plan aan u gepresenteerd voor de opwek van zonne-energie. Dit plan kon toentertijd niet doorgaan door uw regelgeving. In uw ontwerp-verordening is in hoofdstuk 5, artikel 5.5 hierover een nieuwe tekst toegevoegd.
Hier staat het volgende: “…dat als het zonneveld wordt verwijderd, dan wordt de oorspronkelijke toestand hersteld met behoud van de aangebrachte verbeteringen die een aantoonbare meerwaarde hebben voor ecologie en landschap.” Naar aanleiding van deze nieuwe tekst in uw ontwerp-verordening willen we graag weer het gesprek met u voeren over de eerder vermelde plannen. Want wij blijven bij onze stelling: om een zonneveld mogelijk te maken in de beperkte ruimte is een geïntegreerde aanpak noodzakelijk. Hierbij moet door een afweging te maken tussen de verschillende belangen een keuze worden gemaakt. Bij het thema ‘vitale steden en dorpen’ gaan we verder in op ontwikkeling in NNN-gebied ten behoeve duurzame energie.
Circulaire samenleving Zienswijze: Ook op het gebied van circulariteit is er extra ruimte voor bedrijven nodig in provincie Utrecht. Wij verzoeken de provincie om in uw omgevingsverordening flexibiliteit te bieden om Remmerden uit te breiden. In uw omgevingsvisie stelt u als ambitie om in 2050 een circulaire samenleving te willen zijn. De transitie naar een circulaire samenleving vraagt ook om fysieke ruimte zoals het inzamelen van materialen, opslag, productie, etc. Circulaire processen brengen ook extra transportbewegingen met zich mee. Bij dit laatste vragen we ons af in hoeverre dit gevolgen heeft voor de extra verkeersdruk op de N233 en N225 en vooral ook het verkeer door de binnenstad van Rhenen. Verder heeft de circulaire economie meer ruimte nodig. Om een circulaire samenleving mogelijk te maken zijn er ook grootschalige industriële activiteiten nodig. Deze activiteiten kunnen overlast geven (geur, geluid, stof). Veel circulaire processen vallen dan ook in milieucategorieën 4 tot en met 6. Onze bedrijventerrein Remmerden heeft mogelijkheden voor dergelijke hogere milieu categorieën. Wij willen u dan ook uitnodigen om met ons te kijken naar de mogelijkheden voor het uitbreiden van ons bedrijventerrein. Deze extra ruimte voor bedrijven met hogere milieu categorieën zou kunnen helpen bij uw ambitie voor een circulaire samenleving.
Extra ruimte voor Remmerden komt terug bij het thema economie.
Thema: goede bereikbaarheid Openbaarvervoerontsluiting tussen Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal Zienswijze: wij willen u helpen met het onderzoek naar de Openbaarvervoerontsluiting tussen Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal In het NOVEX-gebied Arnhem Nijmegen Foodvalley staat de bereikbaarheid van zowel bestaande als nieuwe woongebieden steeds meer onder druk. Deze ontwikkeling vraagt om gerichte maatregelen om de ruimtelijke groei en mobiliteitsbehoefte in balans te houden. U stelt dan ook dat u het openbaar vervoer aantrekkelijk wilt maken tussen Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal. Wij steunen deze ambitie.
12
Om te onderzoeken wat er nodig is om het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken wilt u een nadere verkenning uitvoeren. Daarnaast is er grensoverschrijdende samenwerking nodig met de betrokken gemeenten en provincie Gelderland. Via deze zienswijze beloven wij u alvast onze medewerking.
Doorfietsroute Amersfoort–Barneveld–Veenendaal–Rhenen–Kesteren Zienswijze: wij vragen de provincie om werk te maken van een conflictvrije oversteek van de N233 bij Achterberg Wij zijn verheugd dat de ontwikkeling van de doorfietsroute Amersfoort–Barneveld–Veenendaal–Rhenen– Kesteren (via Rhenen-centrum) nadrukkelijk wordt genoemd. Deze ambitie sluit nauw aan bij onze gemeentelijke fietsagenda, die binnenkort ter besluitvorming wordt voorgelegd. Wij hopen dat de provinciale inzet op deze route ook aanleiding vormt om de realisatie van een conflictvrije oversteek van de N233 bij Achterberg te versnellen.
Multimodale knooppuntontwikkeling Station Rhenen Zienswijze: wij vragen u om uw actieve deelname aan de visievorming voor de ruimte rondom het station te benoemen in uw omgevingsvisie De provincie werkt samen met de gemeente Rhenen en ProRail aan een visie voor de ontwikkeling van station Rhenen en de directe omgeving. ProRail is reeds gestart met het opstellen van een handelingsperspectief. Dit station wordt ook in de netwerkanalyse Foodvalley, in relatie tot woningbouwopgave, als belangrijk instrument benoemd. De regionale overstapfunctie van station Rhenen is de afgelopen jaren versterkt door de komst van nieuwe buslijnen. Met de geplande verbreding van de Rijnbrug neemt bovendien het potentieel toe voor station Rhenen als overstappunt van auto naar trein voor verkeer vanuit Rivierenland richting Utrecht. Om deze functie van mondiaal knooppunt optimaal te benutten, is het noodzakelijk om:
overstappen te bundelen en te stroomlijnen; veilige en comfortabele routes voor langzaam verkeer te realiseren; de doorstroming op de kruising N225/N233 te verbeteren ten behoeve van een betrouwbare busdienstregeling; mogelijkheden voor transit-oriented development (TOD) rondom het station te verkennen.
Hoewel de provincie actief deelneemt aan de visievorming, komt deze inzet nog onvoldoende terug in de Omgevingsvisie. De visie spreekt wel over het doorontwikkelen van multimodale knooppunten, maar blijft abstract in de uitwerking en maakt geen duidelijke keuzes voor specifieke locaties. In het kaartbeeld ‘Goede bereikbaarheid’ (p. 93) worden alle bestaande NS-stations aangeduid, zonder prioritering of focus. Station Rhenen verschijnt daarbij als een klein, nauwelijks zichtbaar punt, wat niet in verhouding staat tot de actuele en gezamenlijke inzet op dit station. Wij verzoeken de provincie om de multimodale knooppuntontwikkeling van station Rhenen expliciet te vermelden in de omgevingsvisie (inclusief kaartbeelden)
Verbreding van de Rijnbrug Zienswijze: wij verzoeken de provincie om de verbreding van de Rijnbrug op te nemen als opgave in kaartmateriaal (zoals die op blz. 93 van uw omgevingsvisie) De verbreding van de Rijnbrug is een cruciale opgave voor de bereikbaarheid van de regio en vormt een essentiële randvoorwaarde voor het realiseren van de woningbouwopgave. Hoewel de tekst van de Omgevingsvisie hier voldoende aandacht aan besteedt, ontbreekt deze opgave in de kaartbeelden, waaronder die op blz. 93. Wij achten het van groot belang dat de verbreding van de Rijnbrug zichtbaar en herkenbaar wordt opgenomen in de kaartbeelden, zodat de strategische betekenis ervan voor de regionale bereikbaarheid helder wordt weergegeven.
13
Leefbaarheid/verkeersoverlast Zienswijze: wij verzoeken de provincie in haar omgevingsvisie meer oog te hebben voor de negatieve impact van provinciale wegen door stads- en dorpskernen De N225 door de kernen van Rhenen en Elst vormt al geruime tijd een knelpunt op het gebied van doorstroming, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Hoewel de Omgevingsvisie in algemene zin aandacht heeft voor deze thema’s, ontbreekt een concrete uitwerking voor specifieke trajecten. Ook in de kaartbeelden worden deze opgaven niet zichtbaar gemaakt. Wij vinden het belangrijk dat de negatieve impact van provinciale wegen door stads- en dorpskernen expliciet wordt erkend en dat trajecten waar deze problematiek het meest speelt – waaronder de N225 door Rhenen en Elst – duidelijk worden benoemd.
Vitale steden en dorpen Wonen en volkshuisvesting Zienswijze: wij vragen u meer rekening te houden met de stapeling van eisen voor woningbouw In uw omgevingsvisie kondigt u aan dat u in de nabije toekomst een volkshuisvestingsprogramma gaat opstellen. Dit is een verplichting die u krijgt vanuit de wet versterking regie volkshuisvesting. In uw omgevingsvisie kondigt u verschillende maatregelen waarmee u de wijze het bouwen van woningen en het wonen zelf beïnvloeden. Een voorbeeld hiervan is het netbewust bouwen of groen groeit mee. Deze maatregelen komen bovenop maatregelen vanuit het Rijk. Wij willen u hierbij attenderen dat uw aangekondigde maatregelen ieder op zich goed kunnen zijn. Maar de maatregelen stapelen zich wel op. Wij willen u hierbij waarschuwen dat het stapelen van maatregelen juist vertragend en prijsverhogend zal werken voor woningbouw. Ontwikkelaars moeten immers steeds meer investeren om aan al die eisen te voldoen.
Economie Zienswijze: wij verzoeken u om (ruimte voor) economie nadrukkelijker in uw omgevingsvisie te benoemen Rondom economie merken we op dat het ons verbaast dat het een onderdeel is van een thema en niet als apart thema is opgenomen. Dat daargelaten, lezen wij dat u constateert dat er op dit moment te weinig ruimte beschikbaar is voor de vestiging en ontwikkeling van bedrijven in provincie Utrecht. Wij onderschrijven deze constatering, maar geven u mee dat we twee locaties in onze gemeente hebben die uw tekort kunnen oplossen. Dit kan door middel van het combineren van functies. Maar hiervoor is wel meer flexibiliteit nodig in de uitvoering van uw omgevingsverordening. Hieronder gaan we daar meer in detail op in.
Uitbreiding van Remmerden Zienswijze: Wij maken bezwaar tegen de uitwerking van artikel 6.9 lid 2 van de ontwerpomgevingsverordening. Door dit artikel wordt de combinaties van functies voor een groot deel van het grondgebied van gemeente Rhenen onmogelijk. Remmerden is een middelgroot bedrijventerrein binnen onze gemeente. Het terrein beslaat bruto 46 hectare en er zijn indicatief 170 bedrijven gevestigd, met milieucategorieën variërend van MC 1 tot MC 4 Binnen het bestaande terrein zijn weinig mogelijkheden om te intensiveren, waardoor de ruimte voor groei zeer beperkt is. Het bedrijventerrein wordt volledig omringd door gronden met een NNN-status. Juist dit maakt de situatie knellend: door deze begrenzing zijn namelijk de uitbreidingsmogelijkheden uitgesloten, terwijl de behoefte aan extra bedrijfsruimte groot is. Ondernemers op Remmerden willen 14
doorgroeien, maar kunnen dat niet binnen het huidige ruimteaanbod. Daarnaast zijn er bedrijven uit de kernen die graag willen verplaatsen naar Remmerden. Dat zou ruimte in de kernen vrijmaken voor woningbouw, wat past bij de lokale woningbouwopgaven. Verder zijn we op Remmerden bezig om een energy hub te organiseren. Een energy hub (E-hub) is een lokaal energiesysteem waar verschillende partijen samenwerken om energie op te wekken en/of op te slaan, te gebruiken en/of te verhandelen. Het doel is om het energienet efficiënter te benutten. Het is een manier om vraag en aanbod van energie lokaal te balanceren, waardoor de belasting van het centrale energienet verminderd wordt. In de E-hub van Remmerden werken bedrijven en overheid samen om energieopwekking, - opslag en – verbruik op elkaar af te stemmen. Voor de E-hub zijn diverse maatregelen nodig. Maar ook hiervoor is ruimte nodig. Zoals eerder gezegd wordt Remmerden omringd door NNN-gebied. En voor dergelijke gebieden stelt u in artikel 6.9 lid 2 het volgende: “De compensatie van verlies aan kwaliteit, oppervlakte en samenhang vindt in beginsel in de nabijheid van de aantasting plaats. Als het functioneren van het natuurnetwerk dat vereist, vindt de compensatie alleen in nabijheid van de aantasting plaats” Wij maken uitdrukkelijk bezwaar tegen dit artikel.
Voor Remmerden zijn er namelijk geen mogelijkheden om NNN-gebied in de nabijheid te compenseren. Door uw compensatie-eisen zorgt u ervoor dat Remmerden niet kan uitbreiden. Waardoor bedrijven dreigen te vertrekken uit onze gemeente en dat we de netcongestie voor ons bedrijventerrein niet kunnen verminderen. Terwijl deze combinatie toch echt quick-wins zijn voor uw ambities rondom duurzame energie en ruimte voor bedrijven. Beiden ambities staan nadrukkelijk in uw omgevingsvisie. Wij als gemeente hebben hiervoor een oplossing. Wij zouden graag met u willen onderzoeken of er andere locaties zijn waar natuur kan worden gecompenseerd. In onze gemeente zien we daarvoor diverse mogelijkheden. Mogelijkheden waarbij we de hoeveelheid NNN-gebied intact laten en waarbij we de kwaliteit van de natuur kunnen verbeteren. Deze oplossing ligt alleen niet in de nabijheid van het bedrijventerrein. Hiervoor is het dus wel nodig dat u het nabijheidsbeginsel in artikel 6.9 lid 2 flexibeler gebruikt. Niet alleen Remmerden ondervindt grote hinder van de compensatiebepaling in omgevingsverordening. Ook Ouwehands Dierenpark is omgeven door NNN-gebied. Ouwehands Dierenpark is één van de grootste werkgever in onze gemeente. Geen enkel ander dierenpark of attractiepark in de provincie Utrecht trekt zoveel bezoekers als Ouwehands Dierenpark.
Ouwehands dierenpark wilt graag uitbreiden, maar wordt ook beperkt door de compensatieregeling van Provincie Utrecht. Zij hebben al goede ideeën hoe en waar zij ruimte kunnen compenseren. Maar ook voor hen geldt: het nabijheidsbeginsel is hierin de beperkende factor.
NNN-status en evenementen Zienswijze: wij maken bezwaar tegen uw intentie om geen evenementen toe te laten in NNN-gebied In de ontwerp-omgevingsvisie en ontwerp-omgevingsverordening geeft u verder aan dat er meer beperkingen gaan gelden in NNN-gebieden. Op pagina 59 geeft u aan dat u verder melding dat u verdere aantasting van dit soort gebieden wilt voorkomen. Volgens u valt hier ook tijdelijke aantasting onder, zoals evenementen. Wij willen u vragen hoe wij deze tekst moeten interpreteren. Gaat het bijvoorbeeld om nieuwe evenementen of om bestaande. Als het om bestaande evenementen gaat, maken we bezwaar tegen deze intentie. Dit omdat wij evenementen organiseren in onze gemeente die deels in NNN-gebied plaatsvinden. Het gaat om evenementen die belangrijk zijn voor onze inwoners en de sociale binding in onze gemeente.
15
16
Aansluiting van verstedelijkingsfuncties Zienswijze: Om flexibiliteit in uw omgevingsverordening te behouden verzoeken we u artikel 9.16 lid 1 te herdefiniëren Een andere casus in onze gemeente waar uw omgevingsverordening zelf een ambitie niet mogelijk maakt is het werklandschap. Een lokale ontwikkelaar wil op de plek van een voormalig agrarisch bedrijf aan de Cuneraweg 218 een werklandschap ontwikkelen. Op deze werklandschap kan een groot aantal lokale ZZPbedrijven zich vestigen. Deze ontwikkeling sluit ruimtelijk aan bij de bestaande bedrijvigheid. Naast deze bebouwde functies ligt het werklandschap naast stedelijke infrastructuur in de vorm van een provinciale weg en de spoorlijn. Daarnaast past het initiatief binnen de door de gemeente Rhenen in december 2025 vastgestelde Randzonevisie, waarin voor deze locatie expliciet ruimte is voorzien voor bedrijvigheid. Voor de verdere uitwerking van dit initiatief heeft de initiatiefnemer een integrale gebiedsvisie laten opstellen. Met dit initiatief ontstaat een ontwikkeling dat niet alleen meerwaarde biedt voor de gemeente Rhenen, maar ook voor de regio Foodvalley en de provincie Utrecht. In november 2025 heeft de provincie Utrecht het initiatief ambtelijk beoordeeld in het kader van programma wonen en werken. Het initiatief werd als niet‑kansrijk beoordeeld.
Een van de belangrijkste bezwaren daarbij was dat het onvoldoende aansluiting heeft op bestaand stedelijk gebied. In artikel 9.16 lid i (in uw huidige omgevingsverordening artikel 9.26) schrijft u: “De uitbreiding bedrijventerrein tot 1 hectare vindt plaats in aansluiting op een bestaand bedrijventerrein in het Stedelijk gebied, de uitbreiding bedrijventerrein groter dan 1 hectare vindt plaats in aansluiting op bestaand bedrijventerrein of, wanneer dat niet mogelijk is, in aansluiting op het stedelijk gebied.” Met dit artikel wilt u voorkomen dat dat de vrije ruimte zomaar verommelt door stedelijke functies. Dat begrijpen wij. Maar wij vinden dat u met dit artikel uw doel voorbijschiet. Wij zijn namelijk van mening dat bij dit initiatief wél sprake is van een logische en functionele aansluiting op stedelijk gebied. Namelijk tegen de lintbebouwing en stedelijke infrastructuur aan. Daarnaast is het voor onze gemeente belangrijk dat er op korte termijn mogelijkheden zijn voor bedrijven om zich te vestigen. Zodat we de lokale ondernemers kunnen behouden in onze gemeente. Wij vragen u dan ook bij de casus van het werklandschap te kijken naar mogelijkheden om de ontwikkeling toch toe te staan. Dit is namelijk een voorbeeld waarbij een belangrijke ambitie van u kan worden bereikt in onze gemeente.