A. Achtergrondinformatie - Bijlage 1 Zienswijze gemeente Rhenen tbv omgevingsvisie, omgevingsverordening en UPLG
Tekst van het document
Bijlage 1 - Opmerkingen ontwerpbesluit 2e wijziging Omgevingsverordening provincie Utrecht
Artikel 2.16 Instructieregel overstroombaar gebied
Hoofdstuk 6 Begrenzing Groene contour
De gebruiksmogelijkheden van gronden die zijn opgenomen in ‘overstroombaar gebied klasse IV’ zijn in de beoogde wijziging van de omgevingsverordening zeer beperkt. In zowel het stedelijk gebied van zowel Elst als Rhenen worden bestaande woningen hierin opgenomen. Wij zijn van mening dat de aandacht uit moet gaan naar de bescherming van deze inwoners en hun bezittingen. Aanmerking als ‘overstroombaar gebied klasse IV’ kan dan achterwege blijven. De grenzen van het gebied zijn niet gerelateerd op de feitelijke hoogteligging van de gebieden. Er liggen zowel lagere als hogere gebieden in. Gelijktijdig liggen er ook lagere gebieden buiten. Onze oplossing is om flexibiltietsbepaling toe te voegen aan deze regeling en vergelijkbaar. Op die wijze hoef je de bestaande grenzen niet aan te passen. Met voorwaarden dat door het project het overstromingsrisico lager wordt danwel dat er feitelijk geen risico is omdat het perceel hoog genoeg ligt en niet in aanmerking komt voor deze aanduiding, Aan de zuidrand van de kern Elst worden enkele percelen toegevoegd aan de Groene contour. We vermoeden dat dit gebeurt om uiteindelijk de hele uitwaarden in dit gebied aan het NNN toe te kunnen voegen. Echter, niet alle gronden in de uiterwaarden die geen deel uitmaken van het NNN worden in de beoogde wijziging toegevoegd aan de Groene contour.
De kadastrale percelen gemeente Rhenen, sectie I, nummers 830 en 874 en grote delen van nummers 875 en 933, worden nu niet aangewezen als Groene contour. We vragen ons af of hier sprake is van een omissie of dat hier een bewuste keuze is gemaakt. Het gaat hier om percelen in eigendom van particulieren. Als u voornemens bent om ook deze percelen toe te voegen aan de Groene contour, dan verzoeken wij u hierover de eigenaren te informeren.
Artikel 6.6, eerste lid, onder a
De formulering van dit artikel wordt gewijzigd. Waar voorheen verstedelijking in de nieuwe contour in samenhang met de realisatie van nieuwe natuur was toegestaan, is straks alleen nog verstedelijking ten behoeve van de realisatie van nieuwe natuur toegestaan. Ten eerste vrezen we dat dit een moeilijk te toetsen criterium is dat tot discussie kan leden. Als nieuwe natuur en verstedelijking bij een ontwikkeling hand in hand gaan is het waarschijnlijk niet altijd evident wat het hoofddoel van een ontwikkeling is. Ten tweede denken wij dat de nieuwe formulering niet bijdraagt aan het verwezenlijken van de doelstelling van de groene contour, namelijk het creëren van nieuwe natuur rondom het NNN. Hiervoor zijn we voor een groot deel afhankelijk van initiatieven van derden. In onze ogen moeten wij hen daarom stimuleren en faciliteren. Wij verzoeken u daarom om de formulering uit de vigerende omgevingsverordening te handhaven.
Artikel 9.2 Begrenzing Stedelijk gebied
Eind 2024 is het bestemmingsplan AchterbergWest fase 2 vastgesteld, waarmee de bouw van ruim 100 woningen mogelijk is gemaakt. Dit bestemmingsplan is inmiddels onherroepelijk en maakt deel uit van het omgevingsplan van Rhenen. Diverse omgevingsvergunningen voor de bouw van deze woningen zijn inmiddels aangevraagd en in behandeling. We willen u daarom verzoeken om het plangebied van Achterberg West fase 2 op te nemen in het Stedelijk gebied. Daarbij willen we ter overweging meegeven om ook de bestaande woning aan de Bovenweg 26 in Rhenen op te nemen in het stedelijk gebied, nu deze aan drie
zijden zal worden omringd door de woningen van Achterberg-West fase 2. Artikel 9.6, lid 2, onder a, onder 1
Deze formulering is voor ons niet geheel duidelijk. Doel is een kader te stellen waarbinnen het uitbreiden van een woning mogelijk is, terwijl één van de voorwaarden met zich meebrengt dat in sommige gevallen de bestaande inhoud van een woning als maximum geldt.
Artikel 9.6, lid 2, onder b
We waarderen het voornemen om regels aan de omgevingsverordening toe te voegen die splitsing van woningen mogelijk maakt.
Artikel 9.8a Instructieregel vakantiepark
Strikte lezing van artikel 9.8a, eerste lid, onder c, maakt dat een vakantiepark niet uit kan breiden zonder de biodiversiteit te verbeteren of uit te breiden. Dit is een eis die bij uitbreiding in andere bedrijfstakken niet wordt gesteld. We weten niet wat de achterliggende reden is. Dit blijkt ook niet uit de toelichting. We vrezen dat deze voorwaarde onduidelijk en belemmerend zal werken. We waarderen de manier waarop de nieuwe instructieregeling voor functiewijziging op (voormalige) agrarische percelen tot stand is gekomen en de ruimte die hierin wordt geboden om in de eigen gemeente of in regionaal verband kaders op te stellen voor de vereiste kwaliteitsverbetering.
Artikel 9.11 Functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel
Artikel 9.29 Instructieregel activiteiten aandachtsgebied stiltegebied
De aandachtsgebieden rond de stiltegebieden zijn naar onze mening te ruim vastgesteld. Dit leidt tot onnodig hoge onderzoekslasten. Zowel rijks- als provinciale infrastructuur doorsnijden deze aandachtsgebieden, waardoor de provincie zichzelf, maar ook Rijkswaterstaat en ProRail, zou verplichten om activiteiten langs deze wegen te toetsen aan de geluidseisen uit de Omgevingsverordening. Daarbij komt dat deze infrastructuurbronnen vaak zo dominant zijn dat de geluidsbijdrage van andere activiteiten in de omgeving verwaarloosbaar is. Daarnaast liggen diverse kernen geheel of gedeeltelijk binnen de aandachtsgebieden. Het is naar ons oordeel niet realistisch om te veronderstellen dat activiteiten binnen deze kernen invloed hebben op de stilte in de stiltegebieden. Toch verlangt de provincie dat voor nieuwe geluidbronnen een grenswaarde van 35 dB(A) op 50 meter van de grens van het stiltegebied wordt opgenomen in het omgevingsplan. Eerder hebben wij al
opmerkingen gemaakt over het opnemen van deze norm. Wij willen hieraan toevoegen dat er voldoende geluidbronnen zijn die, zelfs op relatief korte afstand van een stiltegebied, ruimschoots aan deze eis voldoen. Het is daarom niet redelijk om hiervoor aanvullende onderzoekslasten op te leggen. Geen overgangsrecht in de omgevingsverordening
Wij verzoeken u om een bepaling met betrekking tot overgangsrecht op te nemen in uw omgevingsvergunningen. Zonder een dergelijke regeling is het mogelijk dat omgevingsvergunningen, die in afwijking van het omgevingsplan maar in overeenstemming met uw omgevingsverordening zijn verleend, niet kunnen worden ingepast in het omgevingsplan als door tussentijdse aanpassing van de verordening de verleende omgevingsvergunning strijd met deze verordening is ontstaan. Dit is in onze ogen een onwenselijke situatie. Een vergunninghouder zou rechtszekerheid moeten kunnen ontlenen aan een verleende vergunning.