780 Raadsvoorstel Vaststelling Programma Landelijk Gebied
Tekst van het document
Bestuurlijk Voorstel raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatie Onderwerp
: : : : : : :
16 december 2025 Irene Molenaar 780 Bert Fintelman Gemeenteraad Openbaar Vaststelling Programma Landelijk Gebied
Voorstel:
<test> De gemeenteraad besluit: 1. Het Programma Landelijk Gebied vast te stellen, met daarin 15 maatregelen die in 2026-2030 worden uitgewerkt en uitgevoerd. Deze maatregelen zijn het startpunt voor de inzet van de gemeente om de doelen van het programma te halen: 1. Ruimte voor toekomstbestendige bedrijvigheid (functieverandering); 2. Zoveel mogelijk behoud van landbouwgrond; 3. Inzichtelijk maken vergunningen; 4. Duurzaam pachtbeleid gemeente; 5. Wonen en boeren in balans; 6. Mobiliteitsmaatregelen landelijk gebied; 7. Versterken streekidentiteit en korte ketens; 8. Samenwerken aan herstel van het natuurlijk systeem; 9. Regenwaterinfiltratie op de heuvelrug 10. Ecologisch beheer gemeentelijke gronden; 11. Samenwerken aan basiskwaliteit natuur; 12. Landschappelijke verbindingen; 13. Regenwaterinfiltratie in het bewoond gebied; 14. Opwek duurzame energie; 15. Ondersteuning en compensatie bij ruimtelijke ontwikkelingen. 2. Het college opdracht te geven om jaarlijks een uitvoeringsprogramma op te stellen voor de uitwerking van deze maatregelen, inclusief planning en gevolgen voor middelen en capaciteit. En de gemeenteraad te informeren over de voortgang.<Test> Inleiding In juni 2023 heeft de gemeenteraad de Visie op Rhenen 2035 vastgesteld. De Visie op Rhenen 2035 is een toekomst- en omgevingsvisie ineen. Het beschrijft welke kant we met elkaar op willen de komende jaren.
En vormt daarmee het strategisch kader voor de ruimtelijke, maatschappelijke en economische ontwikkeling van Rhenen. Het helpt bij het maken van keuzes in zaken als samenleven, wonen, werken, ontspannen, vervoer. Alle keuzes die de gemeente in de nabije toekomst maakt, moeten in lijn zijn met de Visie op Rhenen 2035. Verdere uitwerking Visie op Rhenen 2035 In de Visie op Rhenen 2035 staan opgaven voor het landelijk gebied, de randzones en een verkenning van een nieuwe kern. Voor de uitwerking hiervan zijn drie afzonderlijke processen gestart: het Programma Landelijk Gebied, de Randzonevisie en de Gebiedsverkenning Binnenveld. De drie trajecten vormen samen het strategisch kader voor de ruimtelijke, maatschappelijke en economische ontwikkeling van Rhenen. 1
In de commissievergadering van 24 september 2025 consulteerden we de commissie Economie en Ruimte over deze drie ruimtelijke trajecten. Dit deden we aan de hand van de conceptnotities van de drie trajecten, presentaties en verschillende stellingen. De wijze waarop de fracties reflecteerden op de presentaties en stellingen gaf het college input voor de definitieve stukken. In bijlage 4 leest u het verslag van de avond. Tijdens de commissievergadering van de 24 september is de vraag gesteld hoeveel oppervlakte landbouwgrond is omgezet naar natuur. In bijlage 5 vindt u een kaart die antwoord geeft op deze vraag. De drie ruimtelijke trajecten kennen een grote mate van samenhang. Een besluit bij het ene traject, heeft gevolgen voor het ander. Om die samenhang nog verder te duiden is een memo opgesteld (zie bijlage 3). Verdere uitwerking Programma Landelijk Gebied De afgelopen jaren zijn er veel opgaven van het landelijk gebied op gemeente Rhenen afgekomen. Te denken valt aan de benodigde transitie van de landbouw, het herstel van het natuurlijk systeem, de behoefte aan woningen en energievraagstukken om aan de energiebehoefte te voldoen. Het Programma Landelijk Gebied is hier een reactie op. En is een verdere uitwerking van de opgaven voor het landelijk gebied zoals beschreven in de Visie op Rhenen 2035.
Daarbij is het belangrijk te vermelden dat het Programma zich richt op het landschap rondom de kernen. Het gaat om de volgende deelgebieden: het Binnenveld, Utrechtse Heuvelrug, de flanken en de uiterwaarden. Het proces om te komen tot een Programma Landelijk Gebied is gestart met het bepalen van de kaders door de gemeenteraad. Aan de hand van de kaders en van de analyse die gemaakt is van het landelijk gebied, hebben er in Q1 en Q2 van dit jaar een aantal gebiedsbijeenkomsten plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomsten is er gesproken over de analyse, zijn programmaprincipes bepaald en zijn conceptmaatregelen besproken en beoordeeld. Naast deze gebiedsbijeenkomsten hebben ook gesprekken plaatsgevonden met enkele gebiedspartijen. Uiteindelijk heeft dit alles geleid tot een vijftiental maatregelen voor het landelijk gebied, op basis waarvan de gemeente tot een toekomstbestendig landelijk gebied wil komen. Nu dit proces is afgerond, wordt de gemeenteraad gevraagd het Programma Landelijk Gebied vast te stellen. Kaders Het Programma Landelijk Gebied staat niet op zichzelf en heeft samenhang met lopende nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke trajecten: Rijk: Ontwerp-Nota Ruimte (moet nog vastgesteld worden).
Provincie Utrecht: Utrechts Programma Landelijk Gebied (vast te stellen in 2026 door Gedeputeerde Staten); Omgevingsverordening Utrecht, wordt in 2026 geactualiseerd, (vast te stellen door Provinciale Staten). Regio Foodvalley: Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley (vastgesteld door gemeenteraden). Gemeente Rhenen: Visie op Rhenen 2035 (vastgesteld door de gemeenteraad); Omgevingsplan (bestemmingsplan Rhenen buitengebied 2010, vastgesteld door de gemeenteraad); Functieveranderingsbeleid Regio Foodvalley en Amersfoort (vastgesteld door gemeenteraad). Beoogd doel Een economisch gezonde agrarische gemeente in balans met het natuurlijk systeem.
2
Argumenten 1.1 Met het Programma geven we richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente De Visie op Rhenen is onze omgevingsvisie. Het geeft aan waar de gemeente ruimtelijke kwaliteiten en kansen ziet. Het is op een hoger abstractie niveau geschreven. Het programma landelijk gebied is een verdere uitwerking van de Visie op Rhenen voor het landelijk gebied. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt om ruimtelijke keuzes. Niet alles kan overal in de gemeente. Met een duidelijke visie en bijbehorende ambities kunnen we als gemeente de regie voeren richting een economisch gezond en toekomstbestendig landelijk gebied. 1.2 We nemen de regie en bieden we de agrariërs perspectief en stabiliteit Vanuit hogere overheden komt er veel op ons af. Er liggen opgaven op het gebied van onder andere stikstof, woningbouw, herstel van Natura 2000-gebieden, de energiebehoefte en de Kaderrichtlijn Water. Veel van deze opgaven raken de agrarische sector. Om deze reden is er bij agrariërs behoefte aan een lokaal en duidelijk perspectief. Dit biedt de sector rust en stabiliteit. 1.3 Het Programma Landelijk gebied helpt ons met positioneren richting andere overheden We nemen op lokaal niveau de regie en we wachten niet af tot andere overheden besluiten nemen.
Met het Programma maken we duidelijk voor welke belangen we als gemeente staan, wat onze identiteit is en hoe we bepaalde beleidsdoelen willen bereiken. De standpunten uit het Programma brengen wij bijvoorbeeld in bij de totstandkoming van het Utrechts Programma Landelijk Gebied. We zetten ons in om samen met andere overheden goede randvoorwaarden voor het landelijk gebied op te stellen. Voor veel ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn we afhankelijk van duidelijke weten regelgeving en toereikende compensatiemaatregelen vanuit het Rijk en de provincie(s). 1.4 Met deze maatregelen geven we concreet invulling aan onze ambities. Om uitvoering te geven aan de ambities uit het programma landelijk gebied zijn er maatregelen opgesteld. Deze maatregelen richten zich op wat we als gemeente zelf kunnen doen binnen het landelijk gebied, met beschikbare capaciteit en middelen. Het gaat om de volgende maatregelen:
Maatregelen Programma Landelijk Gebied Rhenen 1
9
3
Ruimte voor toekomstbestendige bedrijvigheid (functieverandering) Zoveel mogelijk behoud van landbouwgrond Inzichtelijk maken vergunningen
4
Duurzaam pachtbeleid gemeente
12
5
Wonen en boeren in balans
13
6
Mobiliteitsmaatregelen landelijk gebied Versterken streekidentiteit en korte ketens Samenwerken aan herstel van het natuurlijk systeem
14
2
7 8
10 11
15
Regenwaterinfiltratie op de heuvelrug Ecologisch beheer gemeentelijke gronden Samenwerken aan basiskwaliteit natuur Landschappelijke verbindingen Regenwaterinfiltratie in het bewoond gebied Opwek duurzame energie Ondersteuning en compensatie bij ruimtelijke ontwikkelingen
1.5 De maatregelen komen voort uit een zorgvuldige afweging van lokale ambities en wet -en regelgeving hogere overheden en participatie Samen met de gemeenteraad zijn de kaders bepaald voor het Programma (zie pagina 4 van het Programma Landelijk Gebied). Deze kaders omvatten de waarden en ambities vanuit de gemeente voor het landelijk gebied. Deze kaders zijn in het participatieproces vertaald in programmaprincipes.
3
Het gaat om de volgende principes: 1. We zijn trots op het Rhenense landschap en de lokale identiteit. Het programma draagt daaraan bij. 2. De gemeente neemt de regie waar dit kan en wacht niet af tot andere overheden besluiten nemen. 3. Grondeigenaren met initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen van dit programma, worden zoveel mogelijk gefaciliteerd. 4. We willen de natuur versterken in de gebieden waar het al is. Het gaat om de kwaliteit van de (bestaande) natuur is, niet de kwantiteit. 5. Om duurzaam en toekomstbestendig te boeren, is grond nodig. We gaan bij alle initiatieven uit van vrijwilligheid. 6. We werken aan herstel van het natuurlijk systeem door grondgebruik steeds meer te laten aansluiten bij wat past bij het water- en bodemsysteem. 7. We gaan duurzaam om met ons water voor toekomstige generaties Ook hebben we voor het landelijk gebied te maken met wet- en regelgeving van hogere overheden. Aan de hand van de kaders, programmaprincipes en wet- en regelgeving zijn een aantal maatregelen opgesteld. De maatregelen zijn voorgelegd tijdens de participatieavonden. We werken samen met agrariërs, inwoners, natuurorganisaties, landgoedeigenaren, waterschappen en diverse gebiedspartijen in het Binnenveld. Deelnemers kregen de gelegenheid op diverse maatregelen te reageren. Maatregelen werden weggestemd, aangevuld of benadrukt.
De input van de participatie heeft bijgedragen aan de uiteindelijk selectie van de maatregelen. 1.6 Het programma is een kapstok voor teams en beleidsvelden Initiatieven vanuit het gebied of beleidsopgaven vanuit andere overheden zijn vaak complexe en multidisciplinaire vraagstukken. Door met de uitvoering van maatregelen aan de slag te gaan, worden vragen vanuit het gebied en beleidsopgaven van andere overheden opgepakt. Wanneer een vraagstuk niet ondervangen wordt door de uitvoering van de maatregelen, vallen we terug op de programmaprincipes. Deze principes kunnen ingezet worden als toetsingskader. Vanuit de programmaprincipes kunnen vraagstukken uit het landelijk gebied opgavegericht en integraal opgepakt worden. 2.1 Met een jaarlijks uitvoeringsprogramma prioriteren we maatregelen Het programma kent 15 maatregelen. Als we alle maatregelen in een keer zouden willen uitvoeren zou dat extra capaciteit en middelen vragen. Dit is met de huidige bezetting niet mogelijk. Het college zal dan ook in het eerste kwartaal van elk jaar een uitvoeringsprogramma opstellen. In het uitvoeringsprogramma geeft college het aan welke maatregelen in het volgende jaar prioriteit hebben. 2.2 Jaarlijks maken we de voortgang inzichtelijk en wat we nodig hebben voor het volgende jaar Het uitvoeringprogramma is ook een instrument om het voorgaande jaar te evalueren.
Verder geeft het aan wat de voorgestelde maatregelen gaan kosten wat betreft capaciteit en financiële middelen. Hierbij kijken we dan nadrukkelijk naar mogelijkheden bij andere overheden, zoals subsidies of inzet ‘in kind’. 2.3 De gemeenteraad wordt geïnformeerd over het uitvoeringsprogramma De gemeenteraad wordt elk jaar geïnformeerd over uitvoeringsprogramma en de resultaten die zijn behaald. Daar krijgt de gemeenteraad mogelijkheid om vragen te stellen. Mochten de maatregelen meer geld vragen dan begroot, zal het college dit via de perspectiefnota aanvragen. Daarmee behoudt de gemeenteraad haar budgetterende rol. Kanttekeningen (risico's en nadelen) 1.1 In het landelijke gebied komen ruimtevragende opgaven samen, dit vraagt om keuzes Behoud en transitie van de agrarische sector vraagt om ruimte en om keuzes ten aanzien van andere opgaven. Uitvoering van het programma vraagt om keuzes en duidelijkheid op het gebied van onder andere verstedelijking, de energiebehoefte, mobiliteit en natuurcompensatie. Ontwikkelingen op het
4
gebied van bijvoorbeeld woningbouw, compensatie en energie zijn van invloed maatregelen als ‘Ruimte voor toekomstbestendige bedrijvigheid’ of ‘zoveel mogelijk behoud van landbouwgrond’. Omdat niet overal alles kan, moeten er keuzes gemaakt worden. Deze keuzes hebben invloed op de uitvoerbaarheid van sommige maatregelen. Zowel bij de Gebiedsverkenning Binnenveld als de Randzonevisie streven we ernaar om het verlies aan landbouwgronden zoveel mogelijk te beperken. 1.2. We zijn afhankelijk van andere organisaties voor de uitvoering We zijn voor de uitvoering van sommige maatregelen afhankelijk van de inzet van andere organisaties, zoals de Omgevingsdienst Utrecht (de ODU). Bijvoorbeeld voor het op orde brengen van de vergunningen. Bij een aantal maatregelen hebben we maar een zeer beperkte rol in de verdere uitwerking en uitvoering. 1.3 Het programma geeft geen antwoord op wat waar wel of niet ontwikkeld kan worden Het Programma en de maatregelen kunnen niet ingezet worden als ruimtelijke/ planologische uitwerking van het gebied. Deze beleidsuitwerking is niet bedoeld om functies aan locaties toe te delen.. Gedurende het jaar worden door veel inwoners en ondernemers vragen aan ons gesteld over wat waar kan en wat niet. Het Programma Landelijk Gebied geeft daar in detail geen antwoord op. Dit is een vraag die bij de uitwerking van de maatregelen aan bod komt.
Zo worden hier bijvoorbeeld uitspraken over gedaan in het kader van de herziening van het functieveranderingsbeleid. Daarnaast worden er voor een deel van het landelijk gebied al keuzes gemaakt in de Randzonevisie. 1.4 Mogelijk kunnen enkele belanghebbenden zich niet in de voorgestelde maatregelen herkennen Tijdens de laatste participatieavond zijn diverse maatregelen besproken. Deelnemers konden met stickers aangeven welke maatregel(en) zij belangrijk vonden. Naar aanleiding van de avond zijn sommige maatregelen samengevoegd. We hebben een afweging gemaakt vanuit het algemeen belang én vanuit de uitvoerbaarheid van maatregelen. Sommige maatregelen zijn daarom niet in de definitieve versie van het programma geland (denk aan langjarige structurele middelen voor agrarisch natuurbeheer – dit is onrealistisch om vanuit de gemeente te financieren, en zou vanuit een hogere overheid moeten komen). Dat betekent niet dat we hiervoor kunnen lobbyen bij andere overheden. Sommige minder populaire maatregelen zijn juist wel in het Programma beland, omdat de maatregel een gemeentelijke verplichting is vanuit hogere overheden (denk aan de maatregel “samenwerken aan systeemherstel”). Om transparant te zijn waarom bepaalde maatregelen toch opgenomen zijn in het programma, is aan de maatregelentabel toegevoegd of dit een verplichting is vanuit hogere overheden.
1.5 Als er niet genoeg middelen en personeel zijn, kan het langer duren voordat sommige maatregelen worden uitgevoerd Voor het uitvoeren van alle maatregelen schatten we in dat 2 fte nodig is. Deze 2 fte is verdeeld over zes functies: beleidsadviseur landelijk gebied, adviseur ruimtelijke ontwikkeling, adviseur grondzaken, ecoloog, bedrijfscontactfunctionaris en rentmeester. Niet alle maatregelen worden gelijktijdig uitgevoerd. Daarnaast kan het zijn dat er extra expertise nodig is, denk aan de ODU. In het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven welke maatregelen we dat jaar uitvoeren en welk budget daarbij hoort. We streven er naar om de maatregelen binnen de bestaande formatie en budgetten uit te voeren. Als dit niet lukt en de maatregel is toch belangrijk, is het mogelijk om de gemeenteraad (onderbouwd) te vragen voor extra middelen of capaciteit. Aanvullende financiële notities Om de maatregelen uit dit programma te kunnen uitvoeren is de inzet van capaciteit en financiële middelen nodig. Voor de benodigde capaciteit zoeken we naar mogelijkheden binnen de huidige bezetting van onze ambtelijke organisatie. Daarnaast gaan we onderzoeken of we voor bepaalde maatregelen projectopdrachten kunnen inzetten. De capaciteit kan mogelijk gevonden worden bij een andere organisatie, zoals de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) of via een inkoopopdracht.
Vanzelfsprekend zijn hier middelen voor nodig. Deze middelen zoeken we vooral in subsidies van andere overheden. Denk daarbij aan subsidies van Provincie Utrecht (subsidie voor gebiedsprocessen)
5
of van het Rijk (inzet CDOKE). Andere mogelijke middelen kunnen komen van flankerende trajecten, zoals de uitwerking van de Gebiedsverkenning Binnenveld. Vervolg Proces In Q1 2026 stellen we een uitvoeringsprogramma op. Richting het college wordt een voorstel gedaan van welke maatregelen in 2026 uitgewerkt en/ of uitgevoerd worden. Onderdeel van het uitvoeringsvoorstel is een budgetvoorstel. In Q1 2027 evalueren we de voortgang van het programma en de maatregelen met de raad en stellen we het uitvoeringsprogramma (incl. financiën) op voor 2027. Participatie Per uit te werken maatregel zal bekeken worden welke vorm van participatie passend is. Op basis daarvan wordt bepaald welke stakeholders worden uitgenodigd. Communicatie Na besluitvorming door de gemeenteraad wordt bericht over het raadsbesluit. Dit kan via de gemeentelijke website en/of via de gemeentelijke pagina in de Rijnpost. Daarnaast zullen de deelnemers aan de gebiedsavonden worden bericht over het besluit. En mogelijk dat buurgemeenten nog worden geïnformeerd. Het Programma zelf zal op de gemeentelijke website worden geplaatst. Bijlagen Bijlage 1: Programma Landelijk Gebied; Bijlage 2: Bijlagen Programma Landelijk Gebied; Bijlage 3: Memo samenhang drie trajecten; Bijlage 4: Verslag consultatie drie ruimtelijke trajecten, commissievergadering 24 september 2025; Bijlage 5: Kaart bestemmingsplannen natuur.
6