CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

20250219 Memo Analyse reikwijdte RvS-uitspraken Koerheuvel

Raadsvergadering 11 maart 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Technische vragen Projectvoorstel flexwoningen locatie Koerheuvel1.449 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo reikwijdte koninklijke uitspraken Koerheuvel Voorafgaand en tijdens de bouw van de woningen in het Koerheuvelgebied is verschillende keren bezwaar en beroep aangetekend. Dit heeft in 1965, 1967, 1988, 1992 en 1995 geleid tot een besluit op beroep door de Raad van State. In deze memo wordt een samenvatting gegeven van deze procedures en wordt uiteengezet in hoeverre deze uitspraken uit het verleden van invloed zijn bij de beoordeling van de planologische of juridische mogelijkheden van nieuwe ruimtelijke plannen. Beschrijving gebeurtenissen tot 1988 In de RvS uitspraak van 27 juni 1988, dat een uitspraak doet inzake een beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan ‘Koerheuvel’, is een heldere uiteenzetting gegeven van de woningbouwplannen en de bezwaren en beroepen hiertegen: “Voor een goede beoordeling van het onderhavige bestemmingsplan is een blik in de historie onontbeerlijk, met name omdat de planologische ontwikkeling van het Koer heuvelgebied de afgelopen twintig jaar herhaaldelijk aan de orde is geweest. In het in 1962 vastgestelde streekplan voor de Utrechtse Heuvelrug liep de grens van het stedelijk gebied van Rhenen dwars van zuidwest tot noordoost over het Koerheuvelgebied. Het gemeentebestuur stelde hiertegen beroep in bij de Kroon aangezien volledige bebouwing van de Koerheuvel werd gewenst.

Bij Koninklijk besluit van 21 juli 1965 stelde de Kroon zich achter het provinciale standpunt, dat er een bebouwingsvrije zone van 250 tot 350 m tot het waardevolle erosiedal in acht genomen diende te worden, en verklaarde derhalve, dat de grens van het stedelijk gebied van Rhenen ter plaatse terecht aldus was getrokken. De Kroon bevestigde deze uitspraak in het kader van het door de gemeente ingestelde beroep tegen ons besluit inzake de goedkeuring van het Plan in Hoofdzaak der gemeente Rhenen (Koninklijk besluit van 9 augustus 1967). Aan het eind van de zestiger jaren werd het bestemmingsplan "Donderberg" (inclusief de Koerheuvel) ontworpen, dat bij de Provinciale Planologische Commissie een kritisch onthaal kreeg omdat in dit bestemmingsplan de grens van het stedelijk gebied volgens het vigerende streekplan door de geprojecteerde woningbouw werd overschreden. Naar aanleiding hiervan heeft het gemeentebestuur het plan in heroverweging genomen en heeft de gemeenteraad, nadat gemeente en provincie in werkgroepverband omtrent de mate van bebouwing van de Koerheuvel tot overeenstemming waren gekomen, het bestemmingsplan "Donderberg" vastgesteld.

In 1973 besloten wij echter niettemin aan dit bestemmingsplan goedkeuring te onthouden omdat daarin geen fasering was opgenomen, waardoor de verzekering ontbrak dat de voor woningbouw bestemde gronden zo geleidelijk mogelijk zou- den worden gebruikt. Met betrekking tot ingediende bezwaren inzake de aantasting van de landschappelijke waarde van het gebied overwogen wij onder meer, dat gelet op de Rhenense woningbehoefte aan bebouwing van de Donderberg (inclusief Koerheuvel) niet is te ontkomen. Wij hebben daarbij met name gewezen op het waardevolle westelijk aan het plangebied grenzende gebied, en stelden, dat de gemeente terecht uitging van een zachte overgang tussen stedelijke bebouwing en het landschappelijke fraaie gebied in de vorm van een afnemende bebouwingsdichtheid. Wij achtten derhalve in 1973 geen belemmeringen aanwezig om de Koerheuvel te bebouwen met als uitgangspunt enige overschrijding van de grens van het in het vigerende streekplan aangegeven stedelijk gebied. In een ter voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan "Donderberg” in 1975 gehouden bestuurlijk overleg werd deze conclusie van provinciewege nogmaals bevestigd. Evenwel werd afgesproken, dat eerst voor het zuidelijke deel een bestemmingsplan zou worden vastgesteld en dat voor het noordelijke deel - de Koerheuvel dus - een aparte procedure zou worden gevolgd.

In 1978 keurden wij het bestemmingsplan "Donderberg" goed en verkreeg het rechtskracht. Op 16 februari 1978 werd het streekplan "Utrecht-Oost" vastgesteld en daarin is de grens van het stedelijk gebied van Rhenen in oostelijke richting teruggelegd. Het gemeentebestuur had een bezwaarschrift ingediend onder andere inhoudende dat "Donderberg-Noord" (Koerheuvel) niet als stedelijk gebied was opgenomen. Naar aanleiding daarvan overwogen provinciale staten, dat wanneer Rhenen kan aantonen, dat de behoefte aan woningbouw groter is dan in het streekplan

wordt geraamd, het provinciaal bestuur in beginsel bereid is om tezamen met de gemeente te zoeken naar de wijze waarop het beste in deze woningbehoefte kan worden voorzien. Vermeldenswaard is voorts, dat de gemeente Rhenen in 1969 het volledige aandelenpakket van de Rhenense Cultuurmaatschappij NV heeft aangekocht, ten einde de woningbouw in Rhenen gedurende lange tijd te verzekeren. Hierdoor kreeg de gemeente de beschikking over 54 ha grond, waarvan 26 ha diende ten behoeve van realisering van woningbouw in het bestemmingsplangebied "Donderberg" (inclusief Koerheuvel). In 1978 besloot de gemeenteraad gronden van genoemde NV (gemeente enige aandeelhouder) aan te kopen en in het grondbedrijf in te brengen. Zowel het besluit van 1969 als dat van 1978 hebben wij goedgekeurd, waarbij wij overigens een planologisch voorbehoud hebben gemaakt.” Beschrijving Gebeurtenissen 1988-1995 In 1990 is vervolgens het bestemmingsplan ‘Koerheuvel I’ door de gemeenteraad vastgesteld. Dat bestemmingsplan voorzag in de bouw van 140 woningen en de inrichting van het westelijk gedeelte van het Koerheuvelgebied als ‘Agrarisch gebied met bijzondere natuurlijke en landschappelijke kenmerken’ en ‘landschappelijke groenvoorzieningen’.

Dit bestemmingsplan deed, naar het oordeel van de Provincie, recht aan de bezwaren die de Provincie initieel had geuit bij het eerdere bestemmingsplan voor een uitbreidingswijk van 470 woningen. Op dit bestemmingsplan is bezwaar en beroep ingediend. In 1992 is door de RvS een uitspraak gedaan, waarbij er toch deels goedkeuring is onthouden op het bestemmingsplan. Hierdoor zijn de bestemde woningen teruggebracht van 140 naar 92 woningen. De RvS is tot deze beslissing gekomen omdat zij oordeelde dat het aantal van 140 woningen niet kon worden gezien als ‘enige bebouwing’. In haar uitspraak van 1988 had de RvS namelijk ingestemd met het oordeel van Provinciale Staten dat, met inachtneming van de maatregelen ter bescherming van de landschappelijke en natuurlijke waarden van het naastgelegen gebied, op het betreffende gedeelte van de Koerheuvel enige bebouwing kan worden toegelaten. De RvS baseerde zich dus wat betreft de inhoud op het oordeel en advies van Provinciale Staten en hield zich vervolgens strikt aan wat kan worden verstaan onder ‘enige bebouwing’. Op onderstaande bestemmingsplankaart is in rood aangegeven welke geplande woningen zijn geschrapt na de uitspraak van RvS in 1988. Dit is onder andere de locatie ‘Koerheuvel’, namelijk het grasveld gelegen aan de Toltoren/de Watertoren. Hierna is er nog een bestemmingsplan ‘Watertorenterrein Koerheuvel’ in 1992 vastgesteld.

Met het plan werden de verbouwing van de watertoren tot 7 appartementen, de bouw van 10 eengezinswoningen en 6 appartementen mogelijk gemaakt. Ook hier is in hoger beroep een uitspraak over gedaan door RvS in 1995. Dit beroep is echter deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard en heeft verder niet tot wijzigingen geleid. Huidige situatie en vigerend ruimtelijk beleid en regelgeving In de omgevingsverordening van Provincie Utrecht valt de locatie binnen het Stedelijk Gebied. In artikel 9.17 van deze verordening wordt gesteld dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het Stedelijk Gebied regels kan bevatten voor verstedelijking. En een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:

•

a. de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken;

• b. de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling; Het realiseren van (tijdelijke) woningen valt onder het begrip verstedelijking. In het omgevingsplan van de gemeente Rhenen is de locatie aangeduid als bestemming Groen en dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Om woningbouw mogelijk te maken dient er een wijziging van het Omgevingsplan te worden vastgesteld. In het geval van tijdelijke woningen kan dit ook middels een omgevingsvergunning voor een periode van maximaal 15 jaar juridisch mogelijk gemaakt worden.

In de Visie op Rhenen 2035 valt de locatie binnen het deelgebied Kern Rhenen. Dit deelgebied kenmerkt zich als volgt:

Daarnaast is in de Visie op Rhenen 2035 is in het algemeen een doelstelling geformuleerd voor het realiseren van ongeveer 1000 nieuwe woningen, verdeeld over de kernen en rond de kernen (pg 11). Een ontwikkeling van (tijdelijke) woningbouw op de locatie Koerheuvel (het grasveld gelegen aan de Toltoren/de Watertoren) is passend binnen de huidige kenmerken en de geformuleerde opgaven voor deelgebied Kern Rhenen. Conclusie De hierboven genoemde RvS-uitspraken zien enkel toe op het destijds geldende beleid, regelgeving en wetten. Inmiddels, 30 jaar later, zijn alle genoemde bestemmingsplannen en provinciale streekplannen niet meer van kracht, en vervangen door nieuw beleid en regelgeving. Hoofdzakelijk het Omgevingsplan gemeente Rhenen, de Visie op Rhenen 2035, en de provinciale omgevingsverordening. Inhoudelijke oordelen over dit gebied van de RvS in deze eerdere uitspraken hebben geen rechtskracht bij de beoordeling van nieuwe initiatieven. Indien de RvS zou oordelen over een nieuw beroep met betrekking tot nieuwe initiatieven in het Koerheuvelgebied dan zullen zij enkel toetsen aan de hand van het huidige geldende beleid en regelgeving. Deze uitspraken zijn dan niet relevant voor het oordeel van RvS.

https://ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.03400000Koerheuvel1/p_NL.IMRO.03400000Koerheuvel1-.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15181486/3