CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

20240126 reflectieformulier RPLG

Raadsvergadering 9 juli 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Achtergrondinformatie Regionaal Perspectief Landelijk Gebied1.445 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afdeling Gelderse Vallei

t: 06 – 41 69 21 62

Regio Foodvalley Datum: Betreft:

e: secretariaat@ltogeldersevallei.nl w: www.ltogeldersevallei.nl

26 januari 2024 Reflectie op concept RPLG van LTO Noord Gelderse Vallei

Geachte heer/mevrouw, 1. Wat is uw algemene indruk van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied? Een overbodig, tijd- en kosten verslindend proces, wat – behalve volume – niets toevoegt in de massa beleidsdocumenten die thans voorliggen. Zeker nu het RPLG ook geen Regio Arrangement is (waar we eerder van uitgingen) ontstaat met het NPLG, het VLGG, en de Regio Arrangementen een assortiment beleidsstukken die deels overlappen. Voor burgers en ondernemers is niet meer te volgen waar de verschillen zitten, welke documenten nu nieuw beleid zijn en hoe hier over besloten wordt. Verder is de besluitvorming in de raden onduidelijk nu het basisdocument en de verdieping onvoldoende van elkaar zijn losgemaakt. Naar onze mening is het straks niet duidelijk waar de raden op en over moeten beslissen. 2. Ziet u gemiste kansen? Zo ja, welke is dat en waar draagt de kans aan bij? Goed ruimtelijk beleid is aan de gemeenten en hun samenwerkingsverband de Regio Foodvalley. De RFV kan de sector faciliteren en stimuleren op tal van onderwerpen. Daartoe moet de ondernemersgeest, vakkennis en input van uit de sector als uitgangspunt genomen worden en niet de vergezichten van de RFV zelf. We zien dit steeds meer uit elkaar groeien en ervaren dat als een gemiste kans. 3. Zijn er passages, die meer uitleg vragen? Gelijkwaardigheid of gelijkheid.

In het vast te stellen deel 2.2 wordt verwezen naar gelijkwaardigheid. In het niet vast te stellen deel 4.1 wordt daar dan over uitgelegd dat gelijkwaardigheid anders is dan gelijkheid. Wij zijn van mening dat alle Nederlanders voor de wet gelijk zijn en in gelijke situaties gelijk behandeld dienen te worden. De omschrijving rond gelijkwaardigheid lijkt onnodig afbreuk te doen aan dat principe. Onnodig want een ieder snapt dat gebiedsgerichte aanpak betekent dat er per gebied andere keuzes gemaakt kunnen worden. We ervaren deze tekst als verhullend taalgebruik. Ook een regionale visie heeft cirkels van betrokkenheid en van invloed. In het vast te stellen deel 3 wordt verwezen naar besteding van publieke middelen. Uit de verdieping blijkt dan weer dat het dan gaat om Europese middelen (GLB) waar de gemeenten in onze regio helemaal niet over gaan. Vraagt dit document nu werkelijk aan de raden om in te stemmen met een andere besteding van GLB middelen? Maak dat dan ook duidelijk voor de raadsleden in het vast te stellen deel! Hetzelfde geldt met opmerkingen rond voedselverspilling. Agrarische producten zijn doorgaans van nature bederfelijk. Dit is dus op landelijk niveau een belangrijk thema waar hard op gewerkt wordt en geborgde resultaten worden behaald. Wat is de invloed van de raden in de RFV en hoe zinvol is het om hen daar een besluit over te laten nemen?

Afdeling Gelderse Vallei

Rerooting the Dutch food system; De regio is groot geworden door een combinatie van ondernemingszin, gunstige locatie en faciliterend ruimtelijk beleid. Precies in die volgorde. In passages als ‘rerooting etc.’ trekt de RFV een veel te grote en verkeerde jas aan. De sector bruist en gonst van innovatie en transitie. Ondernemers werken aan het omzetten van bedreigingen in kansen. De RFV kan de sector zeker steunen maar moet niet willen sturen. Woordenspel? Op pag. 21 staat dat bodem – en watersysteem conditionerend zijn i.p.v. faciliterend. Het klinkt als een paradigma shift maar de strekking is onduidelijk en wordt niet nader geduid. Wat beslist een raadslid nu eigenlijk door daarmee in te stemmen? Opmerkingen m.b.t. Deel B: Nieuwe verdienmodellen Op pag. 12 wordt ten onrechte de indruk gewekt dat de zoektocht naar nieuwe verdienmodellen nodig is omdat boeren op dit moment niet eenvoudig inkomen kunnen genereren. Dit is bezijden de waarheid. De zoektocht naar nieuwe verdienmodellen is nodig om inkomenszekerheid te ontlenen aan productie binnen nieuwe maatschappelijke wensen. De sector is in beginsel altijd bereid om te voldoen aan die wensen maar economisch rendement is noodzakelijk en tegelijk niet voor de hand liggend. Korte ketenmodellen en nieuwe bedrijfsonderdelen Door tal van ondernemers wordt naar nieuwe wegen gezocht. Soms met succes.

De verdieping mist de notie dat al die wegen slechts voor een deel (niche) een kans bieden. Geen van deze concepten heeft potentie als verdienmodel voor de sector in de breedte. De conclusie dat de sector veelzijdiger zal worden, en dat daar in ruimtelijk beleid rekening mee moet worden gehouden, is een juiste. Verzachten van harde grenzen Alhoewel we in beginsel niet tegen het uitgangspunt zijn is dit geen onderdeel van H1 want het beschrijft de huidige situatie niet. Het is een nieuw voornemen. Door de plaats in het document blijft open wat de strekking er nu van is. Waterkaart pag.22. Deze kaart is zacht gezegd uitdagend voor gevestigde bedrijven en hun handelingsperspectief. De kaart schetst de gevolgen van robuuste maatregelen en wordt ten onrechte gepresenteerd als behorend bij H1. De kaart schetst niet het huidige beeld. De kaart kan wat ons betreft achterwege blijven. Bij de beschrijving van de huidige situatie mist de notie dat verdroging van de Veluwe verergerd zo niet veroorzaakt is door het aanleggen van de Flevopolder. Het oppompen van water vanuit de Randmeren en simpelweg opzetten van peil naar onwerkbare niveaus is ‘dweilen met de kraan open’. Er zijn diepgravende oplossingen nodig die uitwerking vereisen. Oppervlaktewater: kwantiteit en kwaliteit Nadelige invloeden op waterkwaliteit vanuit de agrarische bedrijfsvoering is op aansprekende wijze opgepakt.

Er zijn goede resultaten gehaald en we zijn op de goede weg. Nog niet bij het einddoel maar er wordt stevig aan gewerkt. Dit moment vraagt ook om het helder benoemen van andere bronnen die de waterkwaliteit aantasten. Het document is onvolledig zonder benoemen van de negatieve invloed van riool overstorten en medicijnresten in oppervlaktewater. Langetermijnstudies bij H3 Omwille van leesbaarheid gaan we niet in detail. Veel van de beschreven studies zijn tendentieus of bespiegelend. Meer in de sfeer van mening dan feiten. Veel onderwerpen vallen ook buiten de invloed van de gemeenteraden. Deze studies voegen hier niets toe en vergroten de onduidelijkheid over de strekking van een te nemen raadsbesluit.

Afdeling Gelderse Vallei

Bij H9 Uitvoeringsstrategie Hier komt wederom een verwijzing naar GLB beleid bij het kopje ‘Publiek geld inzetten voor verminderen van toekomstige schade’: we lezen hier dat ‘WE’ dit geld anders in kunnen zetten. Onduidelijk is wie die ‘WE’ dan zijn. Wat kan een gemeenteraad hierin beslissen? En wat voor zin heeft een dergelijke bespiegeling in een besluitvormend stuk op gemeenteniveau? Sierteelt en vezelteelt Wij kunnen ons niet verenigen met de negatieve opmerkingen over sierteelt. Binnen de veelzijdigheid van de sector is een vrije teeltkeuze van groot belang. Onze regio telt tal van legale en hardwerkende ondernemers die deze benadering niet verdienen. Met betrekking tot vezelteelt of biomaterialen die geen restproduct zijn, geldt voor ons primair de ondernemersvrijheid. Extra stimulatie vanuit de overheid is ongewenst in het licht van de concurrentie op ruimte en de essentiële vraag of we ons in de RFV niet moeten focussen op voedselproductie. 4. Zijn er zaken waar uw organisatie zich niet in kan vinden? Zo ja, welk onderdeel en waarom? Hebt u een suggestie hiermee om te gaan? Samenvattend vinden we het verwarrend wat hier nu precies wel en niet aan de raden wordt voorgelegd en hoe het hoofddocument en de verdieping straks een eigen leven gaan leiden in ruimtelijke besluiten en afwegingen.

Verwijzend naar de lange geschiedenis van het RPLG en het vele werk wat hier in is verzet hebben we het gevoel dat ‘de berg een muis heeft gebaard’. De raden gaan niet over GLB middelen, maar wel over een doelmatige inzet van ambtelijke capaciteit. Zeker nu blijkt dat het RPLG niet het Regioarrangement vormt, is het ons onduidelijk wat dit RPLG nu gaat bijdragen in het aangaan van de complexe issues die spelen en hoe het de leidraad kan zijn voor een goede toekomst voor de RFV. Hoe dan wel? Om in de eigen woorden van het RPLG te blijven: Practice what you preach, en pak het van onderaf op. Goede gebiedsprocessen met draagvlak van boeren, natuurbeheerders, terrein beherende organisaties en waterschappers, kunnen leiden tot pragmatische afspraken die op korte termijn daadwerkelijk bijdragen aan het terugdringen van emissies en het herstellen van de natuur. Zet uw ambtenaren daar op in (in plaats van dure adviesbureaus) dat lijkt ons een veel zinniger besteding van de schaars beschikbare capaciteit. Erken dat de realiteit van NPLG, VLGG en Ruimtelijk voorstel van de Provincie (als reactie op de brief van Minister de Jonge) het RPLG hebben ingehaald, en staak deze exercitie. Met vriendelijke groet, Wim Brouwer Voorzitter E-mail: voorzitter@ltogeldersevallei.nl Mobiel: 06 51 52 00 77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14201381/1