CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021 10 15 Brief Utrechtse burgemeesters

Raadsvergadering 9 november 2021, gemeente RhenenBij agendapunt: Brief Utrechtse burgemeesters1.035 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Minister Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Leden van de Tweede Kamer Formateurs

Onderwerp

: Brief Utrechtse gemeenten over negatieve gevolgen effecten herverdeling Gemeentefonds

Datum

: 15 oktober 2021

Geachte Minister, leden van de Tweede Kamer en formateurs, De gemeentelijke positie is de afgelopen jaren verzwakt door de wijze waarop het Rijk is omgesprongen met decentralisaties van taken, wetgeving en de financiering. De oorzaken en gevolgen worden in meerdere rapporten duidelijk gemaakt. Daarvan is de rapportage Rust-Reinheid-Regelmaat van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB, d.d. 11 maart 20211) een aansprekend voorbeeld. De voorlopige uitkomsten herverdeling van het Gemeentefonds is een extra aanslag op deze al verzwakte gemeentelijke positie. Het overgrote deel van de Utrechtse gemeenten is fors nadeel-gemeente geworden, het merendeel voor het maximale kortingsbedrag! Een belangrijke oorzaak is dat in de herverdelingswijze teveel nadruk is gelegd op het gemiddelde inkomen in plaats van de specifieke aandachtsgroepen die het kostenpatroon voor de gemeente feitelijk veroorzaken. Daarmee krijgen gemeenten met een lager gemiddeld inkomen een hogere bijdrage. Aangezien het gemiddeld inkomen in de regio Utrecht hoger ligt dan landelijk, heeft dat bij de herverdeling onmiskenbaar geleid tot een nog grotere korting. Echter de problematiek is in de praktijk niet anders dan bij andere gemeenten! Het Rijk lijkt gemeenten te vragen zelf haar schaarste te verdelen in de wetenschap dat het beschikbare budget structureel ontoereikend is voor de gemeentelijke taken.

Het gevolg is dat veel tijd en energie wordt gestoken in het vinden van een nieuw verdeelmodel, maar de onderliggende knelpunten niet worden aangepakt. Aan deze systematiek vanuit het Rijk moet een einde komen. De ongelijke verhoudingen tussen Rijk en gemeenten is zowel bestuurlijk als financieel schadelijk en tast bovendien de lokale democratie steeds verder aan. Het is ook een gemiste kans om gemeenten juist beter in positie te brengen en enthousiast te maken om de grote maatschappelijke opgaven gezamenlijk met het Rijk en provincies te gaan oppakken.

1

Opgesteld door de Raad voor het Openbaar Bestuur,11 maart 2021. https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2021/03/11/adviesrapport-rust-reinheidregelmaat

De omvang van budgetten moet passen bij de maatschappelijke landelijke en lokale opgaven en uitdagingen. Dat betekent niet het herverdelen van tekorten, maar aanvullen tot wat nodig is. Ook geen incidentele onzekere, maar structurele toereikende budgetten. Het bestaand financieel instrumentarium en de spelregels moeten hierop aangepast worden. Zoals de ROB stelt mogen het Gemeentefonds en decentralisaties niet als duizenddingendoekjes gebruikt blijven worden voor diverse vraagstukken in het openbaar bestuur. Voorbeelden hiervan zijn o.a. de actualisatie normvergoeding onderwijshuisvesting, herziening jeugdzorg, opschalingskorting, open einde regelingen sociaal domein, financiële effecten omgevingswet, decentralisatie beschermd wonen, Wet Inburgering, Wet Open overheid. Veel van deze opgedragen taken worden mede gefinancierd vanuit de lokale belastingen en middelen oorspronkelijk bedoeld voor andere taken. Lastenverhogingen, het interen op eigen vermogen en afbreken van lokale voorzieningen zijn hiervan het gevolg. De financiële gevolgen zijn meerdere malen inzichtelijk gemaakt. Zo is er structureel 700 miljoen nodig alleen al voor de verduurzaming van de onderwijshuisvesting, laat staan de norm vergoeding voor schoolbouw (volgens VNG vanaf 2019 al tekort 40% om aan minimale eisen van bouwbesluit te kunnen voldoen, los van verduurzaming).

Het feit dat een arbitragecommissie nodig is om tekorten in de jeugdzorg geregeld te krijgen zegt voldoende over de onderlinge verhoudingen tussen Rijk en gemeenten. De effecten op de ambtelijke organisatie om hier elk jaar op te moeten anticiperen zijn hierbij nog niet eens gekwantificeerd. De voedingsbodem voor transformatie bestaat nu uit financiële tekorten of incidentele middelen, ontoereikend rijksbeleid, gebrek aan marktwerking en sturingsmogelijkheden. Dat is te schraal en feitelijk ondoenlijk om daadwerkelijk aansprekende structurele resultaten te bereiken. In het DNA van de gemeenten zit een groot verantwoordelijkheidsgevoel om samen te werken met provincies en het Rijk, maar de mogelijkheden om dat op een financieel verantwoorde manier te blijven doen zijn nagenoeg uitgeput. De afgelopen jaren heeft de VNG diverse pogingen gedaan om tot structurele verbeteringen te komen in de onderlinge verstandhouding, maar het Rijk heeft die steeds aangehouden. Met de komst van een nieuw kabinet nemen de Utrechtse gemeenten in afstemming met de VNG hun verantwoordelijkheid om een duidelijk statement te maken, aanvullend op de lopende onderhandelingen VNG-Rijk. Daarvoor nemen de gemeenten nu zelf het initiatief.

Vanuit onze eigen verantwoordelijkheid én om voldoende druk op dat onderhandelingsproces te houden benadrukken wij dat we pas bereid zijn om afspraken te maken over nieuwe ambities (o.a. beschermd wonen en maatschappelijke opvang, inburgering en onderwijshuisvesting) wanneer er duidelijke afspraken zijn tussen VNG en het Rijk over de onderlinge verhoudingen en de structurele toereikende financiering. We handelen hiermee ook in lijn met de aangenomen resolutie uit de Algemene Ledenvergadering van de VNG op 12 februari 2021 en zo voorkomen we nieuwe risico’s voor onze bestuurlijke verantwoordelijkheid, zowel inhoudelijk als financieel.

Een logisch moment om tot daadwerkelijke uitvoering te komen van deze stap is per 1 juni 2022. Voor deze datum mag verwacht worden dat een nieuw kabinet voldoende tijd heeft kunnen nemen een besluit te nemen over de herverdeling Gemeentefonds. Daarnaast biedt de meicirculaire 2022 de mogelijkheid om uitspraken te doen over de bestuurlijke verhoudingen en bijbehorende toereikende structurele middelen in het Gemeentefonds vanaf 2023. De Utrechtse gemeenten willen vanaf dat moment hun bestuurlijke verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van de toevertrouwde taken in zowel de uitvoering als in de verantwoording. We doen het goed of we doen het niet!

Met hoogachting, Lucas Bolsius, burgemeester Amersfoort Mark Roëll, burgemeester Baarn Ruud van Bennekom, burgemeester Bunnik Melis van de Groep, burgemeester Bunschoten Sjoerd Potters, burgemeester De Bilt Maarten Divendal, burgemeester De Ronde Venen Roland van Benthem, burgemeester Eemnes Gilbert Isabella, burgemeester Houten Gerolf Bouwmeester, burgemeester Leusden Laurens de Graaf, burgemeester Lopik Petra van Hartskamp, burgemeester Montfoort Frans Backhuijs, burgemeester Nieuwegein Danny de Vries, burgemeester Oudewater Petra Doornenbal, burgemeester Renswoude Hans van der Pas, burgemeester Rhenen Rob Metz, burgemeester Soest Ab Reinders, burgemeester Stichtse Vecht Sharon Dijksma, burgemeester Utrecht Frits Naafs, burgemeester Utrechtse Heuvelrug Gert-Jan Kats, burgemeester Veenendaal Sjors Fröhlich, burgemeester Vijfheerenlanden Victor Molkenboer, burgemeester Woerden Yvonne van Mastrigt, burgemeester Woudenberg Iris Meerts, burgemeester Wijk bij Duurstede Patrick van Domburg, burgemeester IJsselstein Koos Janssen, burgemeester Zeist

Cc: VNG (Postbus 30435, 2500 GK DEN HAAG), ROB (Raad voor Openbaar Bestuur, Korte Voorhout 7, 2511 CW DEN HAAG)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10678961/1