CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Zutphensestraatweg nr. 20 en nr. 40 Dieren_ontwerp_1_Toelichting_Bijlagen.pdf

Raadsvergadering 19 oktober 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Zutphensestraatweg nr. 20 en nr. 40 in Dieren24.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Infrasoil

200910#01.10.858-br

2010-09-24

Meldingsformulier BUS saneringsplan

Infrasoil

300310#01.10.858br01-BUS

2010-03-30

Sanerings evaluatie

Infrasoil

Onbekend

2009-06-05

Infrasoil

01.07.585-rapport

2008-07-28

Verkennend onderzoek Fugro Milieu Consult NEN 5740

82030257

2004-05-10

Nader onderzoek

D-0354/040

1994-06-09

Verkennend onderzoek Grontmij NVN 5740

Fugro Milieu Consult

GLD081

1994-02-01

Verkennend onderzoek Ecolyse NVN 5740

D354.10FL.

1993-07-07

Besluiten Type

Kenmerk

Datum

beschikking BUS saneringsevaluatie

00985975

2010-10-21

2010-012426

2010-07-12

BUS-melding correct aangeleverd

00884700

2010-04-22

beschikking BUS saneringsevaluatie

00720306

2009-07-20

00603258

2009-01-30

BUS-melding correct aangeleverd

00474146

2008-05-06

besch. ernstig, niet urgent

MW1995.56927-6022029

1996-01-15

Instemmen met SP

MW1995.56927-6022029

1996-01-15

Saneringsinformatie Bovengronds

Ondergronds

Start

voll. verw., aanvulgrond achtergrond

Niet van toepassing

2010-10-07

2009-01-26

3/4

Eind

1.7

Contact Geen contact informatie beschikbaar voor GE-Rheden

2

Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.

4/4

Van: Aan: Onderwerp: Datum: Bijlagen:

Auke Venema Rouwmaat Onderzoek & Advies RE: 200390 Zutphensestraatweg 40 Dieren / Opvragen bodeminformatie vrijdag 20 november 2020 17:19:18 image001.png 0089 Dieren Zutphensestraatweg 40 VO Rouwmaat MT.16132 dd 25 maart 2016.pdf 2020-11-20 16_31_40-Bijlage III_Tabel kengetallen standaardbodem.png

Beste heer Nijenhuis, Naar aanleiding van uw verzoek om bodemgegevens van de locatie Zutphensestraatweg 40 in Dieren bericht ik u het volgende. Beschikbare bodeminformatie Van de locatie Zutphensestraatweg 40-42 in Dieren zijn drie bodemdossiers in het archief aanwezig. Op de te onderzoeken locatie en het naastgelegen terrein (Zutphensestraatweg 42, het voormalige Welkoop terrein) zijn diverse bodemonderzoeken en saneringen uitgevoerd (periode 1993-2010). Deze onderzoeken zijn al wat ouder en niet digitaal beschikbaar. Uiteraard is het mogelijk om een afspraak te maken om deze dossiers in te zien. Ik vraag me echter af of dit zinvol is. Op de te onderzoeken locatie is namelijk in 2016 door Rouwmaat het bijgevoegde bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek geeft de meest actuele informatie met betrekking tot de locatie en lijkt me het meest relevant. Bodemkwaliteitskaart Voor wat betreft de bodemkwaliteitskaart ligt de locatie in deelgebied B6b (Overige historische bebouwing dorpen). De bovengrond valt dus in de kwaliteitsklasse Industrie-Stedelijk wonen. Een aantal gegevens van dit deelgebied is als bijlage aan dit bericht toegevoegd. Explosievenkaart De locatie ligt in een gebied dat niet verdacht is ten aanzien van niet-gesprongen explosieven uit de 2e Wereldoorlog (CE).

Graag verneem ik van u of u hiermee uit de voeten kunt of dat u een afspraak wilt maken voor het inzien van de bodemdossiers. Mocht u nog aanvullende informatie nodig hebben of naar aanleiding van het voorgaande opmerkingen of vragen hebben, aarzel dan niet om contact op te nemen.

Met vriendelijke groet, A.J. (Auke) Venema | medewerker bodem en ondergrond | Gemeente Rheden team Woon- en Leefomgeving

Hoofdstraat 3, 6994 AB De Steeg | Postbus 9110, 6994 ZJ De Steeg T (026) 49 76 341 | F (026) 49 76 518 E a.venema@rheden.nl | I www.rheden.nl Werkdagen: maandag t/m vrijdag

Momenteel alleen mobiel bereikbaar 06 148 08 463

Van: Jeroen Nijenhuis [mailto:J.Nijenhuis@rouwmaat.nl] Verzonden: maandag 16 november 2020 16:05 Aan: Bodemloket <bodemloket@rheden.nl> Onderwerp: 200390 Zutphensestraatweg 40 Dieren / Opvragen bodeminformatie Geachte mevrouw/heer, In het kader van vooronderzoek (NEN 5725) informeer ik naar relevante bodemgegevens van bovenstaande locatie. Zie bijlage voor de contouren van de onderzoekslocatie. Aanleiding onderzoek: Bestemmingsplanwijziging Beschikbare gegevens graag verzenden via het volgende adres: bodem@rouwmaat.nl Bij voorbaat dank. Met vriendelijke groet, Jeroen Nijenhuis

Postbus 74, 7140 AB Groenlo Tel: 0544-474040 Fax: 0544-474049 KvK: 08018439 www.rouwmaat.nl J.Nijenhuis@rouwmaat.nl Volg ons op:

Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bv Postbus 74 7140 AB Groenlo TEL. 0544-474040

Den Sliem 93 7141 JG Groenlo FAX. 0544-474049

Verkennend bodemonderzoek Zutphensestraatweg 40 te Dieren

Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode & plaats

: : : :

Rapportnummer

: MT.16132

Groenlo, 25 maart 2016

SAB Arnhem Dhr. B. Hermsen Postbus 479 6800 AL Arnhem

Opgesteld:

Paraaf:

W. Egging

Geautoriseerd:

Paraaf:

N. Looman

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Milieutechniek Rouwmaat Groenlo b.v.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ----------------------------------------------------------------------------------------------------- 3

2

VOORINFORMATIE ---------------------------------------------------------------------------------------- 4 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

LOCATIESPECIFIEKE INFORMATIE ------------------------------------------------------------------------------------------- 4 OMGEVINGSGEGEVENS ------------------------------------------------------------------------------------------------------ 4 GEOHYDROLOGISCHE GEGEVENS ------------------------------------------------------------------------------------------ 5 VOORGAANDE BODEMONDERZOEKEN-------------------------------------------------------------------------------------- 5 AFBAKENING LOCATIE VOOR BODEMONDERZOEK ------------------------------------------------------------------------ 5

VERWACHTINGSPATROON ---------------------------------------------------------------------------- 6 3.1 3.2

4

BODEMONDERZOEK ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- 6 ASBEST ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 6

ONDERZOEKSOPZET ------------------------------------------------------------------------------------- 7 4.1 4.2

5

ALGEMEEN--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 7 BOOR- EN ANALYSEFREQUENTIE ------------------------------------------------------------------------------------------- 7

RESULTATEN ------------------------------------------------------------------------------------------------ 8 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

6

TOETSINGSKADER ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 8 VERRICHTE WERKZAAMHEDEN ---------------------------------------------------------------------------------------------- 8 LOKALE BODEMOPBOUW ----------------------------------------------------------------------------------------------------- 8 ZINTUIGLIJKE WAARGENOMEN BIJZONDERHEDEN ------------------------------------------------------------------------ 9 METINGEN WATERMONSTERNAME------------------------------------------------------------------------------------------ 9 SAMENSTELLING (MENG)MONSTERS EN CHEMISCHE ANALYSES-------------------------------------------------------- 9 ANALYSERESULTATEN ----------------------------------------------------------------------------------------------------- 10 INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN----------------------------------------------------------------------------------- 10

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN --------------------------------------------------------------- 11 6.1 6.2 6.3 6.4

BIJLAGEN BIJLAGE 1a b BIJLAGE 1 c BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

ALGEMEEN------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 11 VERWACHTINGSPATROON ------------------------------------------------------------------------------------------------- 11 RESULTATEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 11 SLOTCONCLUSIE EN AANBEVELINGEN------------------------------------------------------------------------------------ 11

Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorbeschrijvingen Analysecertificaten grond Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen

Rapportnummer: MT.16132

pagina 2 van 11

1

INLEIDING

In opdracht van SAB Arnhem heeft Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bv op 18 maart 2016 een verkennend bodemonderzoek verricht ter plaatse van het perceel aan de Zutphensestraatweg 40 te Dieren (gemeente Rheden). De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2.100 m2. In bijlage 1 zijn de topografische en de kadastrale kaart met de ligging en het overzicht van de locatie opgenomen. Aanleiding voor het bodemonderzoek zijn voorgenomen bouwactiviteiten. Doel van dit onderzoek is om de algemene bodemkwaliteit te bepalen ter plaatse van de onderzoekslocatie, waarmee bekeken kan worden in hoeverre deze bodemkwaliteit een belemmering kan vormen voor het beoogde gebruik en/of de voorgenomen ontwikkelingen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm 5740 (NEN 5740). Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze norm, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm 5725 (NEN 5725). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo b.v. conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000, veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek. Milieutechniek Rouwmaat Groenlo b.v. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRL-SIKB protocollen 2001, 2002 en 2018.

De grond- en/of grondwateranalyses zijn uitgevoerd door een RVA-gecertificeerd en door de overheid erkend laboratorium. Tussen Milieutechniek Rouwmaat Groenlo b.v. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is op genomen in bijlage 7. In het voorliggende rapport wordt verslag gedaan van het uitgevoerde bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 is de locatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 het verwachtingspatroon gedefinieerd omtrent de verontreinigingssituatie. Hoofdstuk 4 behandelt de onderzoeksopzet, terwijl in hoofdstuk 5 de veldwaarnemingen en de analyseresultaten kort samengevat zijn weergegeven. Ten slotte zijn in hoofdstuk 6 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.

Rapportnummer: MT.16132

pagina 3 van 11

2

VOORINFORMATIE

Voor aanvang van het bodemonderzoek zijn de (historische) gegevens, die relevant zijn voor het onderzoek, verzameld op basisniveau. Het vooronderzoek heeft plaatsgevonden op het onderhavige perceel en de aangrenzende terreinen (maximaal tot 50 meter afstand). Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie bodematlas informatie van de gemeente informatie van de opdrachtgever locatie inspectie In bijlage 6 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. 2.1 Locatiespecifieke informatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Zutphensestraatweg 40 te Dieren (gemeente Rheden). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Dieren, sectie U, nummer 5662. Omschrijving van de onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is gelegen in de bebouwde kom van Dieren, op korte afstand van de IJssel. De onderzoekslocatie is in de huidige situatie in gebruik als woonperceel. Er staat een vrijstaande villa met tuin (grasveld). De initiatiefnemer is voornemens een kleinschalig woon-zorgcomplex te realiseren. Afbeelding onderzoekslocatie:

Historisch gebruik Er zijn geen relevante gegevens van de historie van het terrein bekend welke van invloed zouden kunnen zijn op de onderzoeksstrategie. Verhardingen, ophogingen, calamiteiten Het terrein is niet verhard. Het terrein is niet opgehoogd. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan. Asbest Bij het vooronderzoek zijn geen gegevens naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest op of in de bodem van de onderzoekslocatie. Volgens de bodematlas Gelderland heeft het perceel een kleine kans op het voorkomen van asbest. De villa heeft een pannendak. 2.2 Omgevingsgegevens De locatie wordt omgeven door woningbouw.

Rapportnummer: MT.16132

pagina 4 van 11

2.3 Geohydrologische gegevens Voor de bodemgegevens en de geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning, TNO, Delft 1983, kaartblad 33 oost). diepte (m-mv) 0 - 41 41 - 50 50 - 69

omschrijving Uiterst grof t/m middel grof zand. Pakket: 1e en 2e w.v.p. Matig grof t/m matig fijn zand. Pakket: Sliphoudend. 2e w.v.p. Sterk sliphoudend. Pakket: 2e sch. Laag.

Regionale grondwaterstroming De stromingsrichting van het grondwater is regionaal zuid-westelijk gericht. Lokaal kan de stroming van het grondwater worden beïnvloed door drainages en oppervlaktewater. Het grondwater onder de onderzoekslocatie is, voor zover bekend, niet onderhevig aan invloeden van buitenaf. Het grondwater bevindt zich dieper dan 5,0 m-mv en is derhalve niet meegenomen in dit onderzoek. 2.4 Voorgaande bodemonderzoeken Grenzend aan de onderzoekslocatie heeft in het verleden een welkoopterrein gevestigd gezeten. Hier zijn in het verleden verschillende onderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken hebben geleid tot een sanering in 2009. Hierbij zijn de sterke verontreinigingen met PAK, zware metalen, minerale olie en asbest gesaneerd. In 2010 heeft een sanering plaatsgevonden van een aangetroffen "zwarte laag"(dikte 0,3 meter) die sterk verontreinigd bleek met zink. Na de sanering voldoen alle monsters aan de bodemfunctieklasse Wonen. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met tetrachlooretheen. Aan de Zutphensestraatweg 38 is in 2000 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De bovengrond bleek destijds licht verontreinigd met zink, koper, lood en PAK's. Het grondwater is niet onderzocht. 2.5 Afbakening locatie voor bodemonderzoek Het vooronderzoek heeft plaatsgevonden op het onderhavige perceel en de aangrenzende terreinen (maximaal tot 50 meter afstand).

De geografische afbakening van het besluitvormingsgebied betreft het (gedeelte van het) perceel waarop de bestemmingsplanwijziging van toepassing is. Het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden op het gehele perceel. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2.100 m2.

Rapportnummer: MT.16132

pagina 5 van 11

3

VERWACHTINGSPATROON

3.1 Bodemonderzoek Op basis van de in hoofdstuk 2 verstrekte (historische) informatie is vooraf bekeken in hoeverre de bodem op de onderzoekslocatie verontreinigd kan zijn. Volgens de NEN 5740 dient dan een aanname te worden gemaakt omtrent de kans op bodemverontreiniging. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt in verdachte en niet verdachte locaties. Op basis van het vooronderzoek zijn geen deellocaties te onderscheiden. De gehele locatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd. De hypothese luidt dan ook: De gehele locatie is onverdacht. Ten behoeve van de gehele locatie wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' gehanteerd. Indien in geen van de monsters één van de onderzochte stoffen aanwezig is in een concentratie boven de streefwaarde van de toetsingstabel uit de circulaire "Circulaire bodemsanering 2009, Staatscourant nr. 6563 3 april 2012", wordt de hypothese aangenomen. 3.2 Asbest Bij het vooronderzoek zijn geen gegevens naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest op of in de bodem van de onderzoekslocatie. Volgens de bodematlas Gelderland heeft het perceel een kleine kans op het voorkomen van asbest. De villa heeft een pannendak.

Teneinde een uitspraak te kunnen doen over de concentratie aan asbest kan een asbestonderzoek uitgevoerd worden conform de NEN 5707 (bodem) en/of NEN 5897 (granulaten). Asbest is in dit onderzoek verder niet beschouwd. Wel wordt tijdens de veldwerkzaamheden gelet op het voorkomen van asbestverdachte materialen, in het opgeboorde materiaal en op de bodem van de onderzoekslocatie.

Rapportnummer: MT.16132

pagina 6 van 11

4

ONDERZOEKSOPZET

4.1 Algemeen 2 De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2.100 m . Het aantal boringen per laag en het aantal te analyseren grondmonsters is omschreven in de NEN 5740 en is afhankelijk van de oppervlakte en eventuele verdachte (deel)locaties. 4.2 Boor- en analysefrequentie De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000 veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek, Milieutechniek Rouwmaat Groenlo b.v. is hiervoor gecertificeerd. Het veldwerk is uitgevoerd volgens de van toepassing zijnde normen die in bijlage 8 staan vermeld. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Aantal boringen (excl. peilbuizen) Aantal peilbuizen Analyses grond Analyses water 9 tot ± 50 cm-mv geen 3 AS3000-pakketten grond geen 3 tot ± 200 cm-mv Standaardpakket grondmonsters: Lutum en organische stof (volgens AS3010)(bovengrond en optioneel in de ondergrond) Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) (volgens AS3010) PCB's (volgens AS3010 en AS3020) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (10 PAK uit Leidraad Bodembescherming, volgens AS3010) Minerale olie (C10-40) )(volgens AS3010)

De boringen worden in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen. De analyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek zullen worden uitgevoerd volgens het accreditatieschema AS3000. De AS3000 is een richtlijn waarin de kwaliteitseisen voor laboratoria zijn vastgelegd voor al het milieuhygiënisch bodemonderzoek. AS3000 vormt één van de centrale instrumenten voor bodemonderzoek in het kader van de nieuwe Regeling Bodemkwaliteit van het ministerie voor Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Alleen analysecertificaten van AS3000 erkende laboratoria worden dan nog geaccepteerd. Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bv besteedt haar analyses uit aan een RVA-gecertificeerd laboratorium, welke de AS3000 erkenning in haar bezit heeft.

Rapportnummer: MT.16132

pagina 7 van 11

5

RESULTATEN

5.1 Toetsingskader De meetwaarden worden gecorrigeerd naar een standaard bodemtype met 25% lutum en 10% organische stof. Deze gestandaardiseerde meetwaarden worden berekend en getoetst conform de landelijke toetsingsmodule BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice). De gemeten waarden staan vermeld op het analysecertificaat welke als bijlage zijn toegevoegd. De omgerekende waarden van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de "Circulaire bodemsanering 2009, Staatscourant nr. Staatscourant nr. 6563 3 april 2012"". De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde = referentiewaarde = toetsingswaarde voor nader onderzoek (½(S- + I- waarde)) toetsingswaarde interventiewaarde = toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem.

Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde = niet verontreinigd tussen achtergrond-/streefwaarde en toetsingswaarde = licht verontreinigd tussen toetsingswaarde en interventiewaarde = matig verontreinigd = sterk verontreinigd groter dan de interventiewaarde De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de streefwaarde. Overschrijding van de toetsingswaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de 3 3 gemiddelde concentratie van minimaal 25 m grond of 100 m grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. 5.2 Verrichte werkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo b.v. (de heer T. Huls) uitgevoerd op 18 maart 2016. In de volgende tabel zijn de verrichte werkzaamheden weergegeven: Aantal boringen (excl. peilbuizen) 9 boringen (01, 05, 06, 07, 08, 09, 10, 11, 12) tot ± 50 cm-mv 3 boringen (02, 03, 04) tot ± 200 cm-mv

Aantal peilbuizen geen

Op de tekening in bijlage 1c staan de diverse boringen weergegeven. De boorbeschrijvingen staan beschreven in bijlage 2. Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op korrelgrootte (=textuur), kleur, geur en andere bijzonderheden. De eventuele aanwezigheid van olie is aan de hand van een afwijkende bodemkleur (veelal blauwgrijs) en oliegeur beoordeeld. Bovendien is de grond ondergedompeld in water. Indien er een oliefilm op het water ontstaat, kan aan de hand van de dikte en de kleurschakering van de oliefilm het olieproduct indicatief beoordeeld worden. Deze test wordt een oliewaterreactie genoemd. De geur, kleur en de oliewaterreactie geven samen een indruk van de mate en soort olieverontreiniging. 5.3 Lokale bodemopbouw De bovengrond bestaat overwegend uit donkerbruin, matig fijn zand. Daaronder bestaat de ondergrond overwegend uit lichtbruin, matig fijn zand. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 2.

Rapportnummer: MT.16132

pagina 8 van 11

5.4 Zintuiglijke waargenomen bijzonderheden In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Boring

Traject (cm-mv)

Zintuiglijke afwijking

01

20-60

puin (licht)

02

0-160

puin (licht)

03

0-100

puin (licht)

05

0-50

puin (licht)

Tevens is gelet op het voorkomen van asbest. Visueel is op de bodem en in het opgeboorde materiaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Teneinde een uitspraak te kunnen doen over de concentratie aan asbest kan een asbestonderzoek uitgevoerd worden conform de NEN 5707 (bodem) en/of NEN 5897 (granulaten). Asbest is in dit onderzoek verder niet beschouwd. 5.5 Metingen watermonstername Omdat er binnen 5,0 m-mv geen grondwater is aangetroffen, heeft er conform de NEN5740 geen grondwateronderzoek plaats gevonden. 5.6 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. Bij het samenstellen van mengmonsters bedraagt de laagdikte waarover wordt gemengd in principe 0,5 meter; alleen bij een gelijke bodemkarakteristiek kunnen monsters worden gemengd over een grotere laagdikte. Verschillende grondsoorten (bijvoorbeeld klei, zand en veen) mogen niet worden vermengd. In onderstaande tabel zijn de verschillende (meng)monsters en de uitgevoerde analyses weergegeven. Monster MM1 MM2 MM3

Samenstelling 01-1, 02-1, 03-1 05-1 04-1 06-1, 07-1, 08-1, 09-1, 10-1, 11-1, 12-1 01-2 02-2, 02-3, 02-4, 3-2

Traject (cm-mv) 0-50 0-50 50-200

Analyse AS3000-pakket grond AS3000-pakket grond AS3000-pakket grond

Motivatie: MM1 en MM2 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond. MM3 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de ondergrond.

Rapportnummer: MT.16132

pagina 9 van 11

5.7 Analyseresultaten In bijlage 3 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen. De toetsingstabellen van de complete analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 4. Indien een "kleiner dan (< en <d)" teken vermeld staat bij de uitslag van een analyse, is de aangetroffen waarde kleiner dan de detectiegrens van het analysetoestel. In de onderstaande tabel(len) worden de concentraties aangegeven, die de Achtergrondwaarde/Streefwaarde van de betreffende component overschrijden. In de onderstaande tabellen worden de omgerekende waarden aangegeven.

Verbinding

MM1 (mg/kg.ds)

Metalen Lood Zink

180 + 177 +

PAK PAK (10) (0.7 factor)

1,87 +

Polychloorbifenylen (PCB) PCB (7) (som, 0.7 factor)

0,030 +

Grondmonsters MM2 (mg/kg.ds)

MM3 (mg/kg.ds)

109 + 189 +

92,9 +

MM1: 01-1, 02-1, 03-1, 05-1 (0-50 cm-mv) MM2: 04-1, 06-1, 07-1, 08-1, 09-1, 10-1, 11-1, 12-1 (0-50 cm-mv) MM3: 01-2, 02-2, 02-3, 02-4, 03-2 (50-200 cm-mv) Betekenis van de tekens en afkortingen: Blanco: geen toetsingswaarde vastgesteld, i: indicatieve norm, !: overschrijding echter niet alle normen bekend, -*: separate gehalten zijn onder achtergrondwaarde of detectiegrens, -: onder achtergrondwaarde of detectiegrens, +: tussen achtergrondwaarde en ½(AW+I), ++: tussen ½(AW+I) en interventiewaarde, +++: boven interventiewaarde, n.b.: niet bepaald.

5.8 Interpretatie analyseresultaten Uit de analyseresultaten met betrekking tot de grond blijkt dat: grondmengmonster MM1 licht verontreinigd is met Lood, Zink, PAK en PCB; grondmengmonster MM2 licht verontreinigd is met Lood en Zink; grondmengmonster MM3 licht verontreinigd is met Lood. Er zijn geen grondwatermonsters onderzocht voor deze onderzoekslocatie.

Rapportnummer: MT.16132

pagina 10 van 11

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

6.1 Algemeen In opdracht van SAB Arnhem heeft Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bv op 18 maart 2016 een verkennend bodemonderzoek verricht ter plaatse van het perceel aan de Zutphensestraatweg 40 te Dieren (gemeente Rheden). Aanleiding voor het bodemonderzoek zijn voorgenomen bouwactiviteiten. Doel van dit onderzoek is om de algemene bodemkwaliteit te bepalen ter plaatse van de onderzoekslocatie, waarmee bekeken kan worden in hoeverre deze bodemkwaliteit een belemmering kan vormen voor het beoogde gebruik en/of de voorgenomen ontwikkelingen. 6.2 Verwachtingspatroon De gehele locatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd. Bij het vooronderzoek zijn geen gegevens naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest op of in de bodem van de onderzoekslocatie. Het is niet bekend of op de onderzoekslocatie asbest in de bodem aanwezig is. Teneinde een uitspraak te kunnen doen over de concentratie aan asbest kan een asbestonderzoek uitgevoerd worden conform de NEN 5707 (bodem) en/of NEN 5897 (granulaten). Asbest is in dit onderzoek verder niet beschouwd. 6.3 Resultaten De bovengrond bestaat overwegend uit donkerbruin, matig fijn zand. Daaronder bestaat de ondergrond overwegend uit lichtbruin, matig fijn zand. Tijdens de veldwerkzaamheden is gelet op het voorkomen van asbest.

Visueel is op de bodem en in het opgeboorde materiaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Op zintuiglijke wijze is het volgende aangetroffen: (a) boring 01 (van 20-60 cm-mv) puin (licht); (b) boring 02 (van 0-160 cm-mv) puin (licht); (c) boring 03 (van 0-100 cm-mv) puin (licht); (d) boring 05 (van 0-50 cm-mv) puin (licht). Op basis van de analyseresultaten kan geconcludeerd worden dat: (a) de grond licht verontreinigd is met Lood, Zink, PAK en PCB; (b) er geen conclusies geformuleerd kunnen worden m.b.t. het grondwater, aangezien grondwateronderzoek is uitgevoerd omdat er binnen 5,0 m-mv geen grondwater is aangetroffen.

er

geen

Het is bekend dat in de bodem zware metalen in fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt (vermesting). De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. De verhoogde gehalten PAK in de grond worden (deels) waarschijnlijk veroorzaakt door antropogene bestandsdelen (puin-/kooldeeltjes) en/of door microscopisch kleine deeltjes (bijv. roet). Het betreffen dan diffuus verspreide verontreinigingen. PCB's werden onder andere toegepast als isolatievloeistof in transformatoren, als hydraulische vloeistof, koelvloeistof en weekmaker in kunststoffen. De PCB is mogelijk gerelateerd aan het (voormalige) gebruik van het terrein. De aangetroffen waarde overschrijdt het criterium voor een nader onderzoek niet. 6.4 Slotconclusie en aanbevelingen De hypothese "De gehele locatie is onverdacht" dient grotendeels aangenomen te worden. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er ons inziens op grond van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen bezwaar het onderzochte terreindeel voor de geplande bouwdoeleinden te gebruiken. Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen.

Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Rapportnummer: MT.16132

pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=7d501a6b-6c45-4387-8982-50af7a5da25e