CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzenota Ontwerp - Lokale klimaatadaptatiestrategie gemRheden

Raadsvergadering 27 januari 2026, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststelling lokale klimaatadaptatiestrategie3.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzenota Ontwerp Lokale klimaatadaptatiestrategie gemeente Rheden (versie 4)

Bijlage 2 bij raadsvoorstel 27 januari 2026

2

1. Inleiding Gemeente Rheden heeft conform de ‘Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening gemeente Rheden)’ het Ontwerp Lokale klimaatadaptatiestrategie van 22 september tot en met 2 november 2025 ter inzage gelegd. Tijdens de inzageperiode heeft de gemeente Rheden 4 zienswijzen ontvangen. De ingediende zienswijzen zijn door de gemeente beoordeeld en in deze zienswijzenota voorzien van een antwoord. Dit heeft geleid tot meerdere tekstuele aanpassing van het Ontwerp Lokale klimaatadaptatiestrategie. Opbouw Zienswijzenota In de zienswijzenota is in hoofdstuk 2 een overzicht opgenomen van de binnengekomen zienswijzen. Dit is in tabelvorm weergegeven, waarbij de zienswijzen zijn geanonimiseerd. Elke indiener heeft een nummer gekregen. In het overzicht is elke zienswijze gerangschikt naar het nummer van de indiener. In hoofdstuk 3 is in tabelvorm een overzicht opgenomen van ambtshalve zienswijzen. Resultaten zienswijzen Drie van de vier indieners hebben uitgesproken dat de adaptatiestrategie een degelijk, overzichtelijk en duidelijk beleidsdocument is geworden, vanuit een integrale aanpak. Daarnaast is aangegeven dat de adaptatiestrategie voldoende handvaten biedt voor een verdere praktische uitwerking.

De ontvangen zienswijzen hebben geleid tot acht wijzigingen en aanvullingen in het definitieve besluit ten opzichte van het ontwerpbesluit. Gelijktijdig met de terinzagelegging en de ingediende zienswijzen, zijn ook ambtshalve een zestal zienswijzen ontvangen en verwerkt. Deze mutaties betreffen voornamelijk wijzigingen in leesbaarheid, opmaak en enkele tekstuele aanvullingen voor verduidelijking. De betreffende mutaties zijn terug te vinden in hoofdstuk 3. Vaststellingsprocedure Met de terinzagelegging is voor iedereen de kans geboden om te reageren op het Ontwerp Lokale klimaatadaptatiestrategie (versie 4). De adaptatiestrategie was digitaal te raadplegen via Overheid.nl de officiële bekendmakingen (dossiernummer 409116) of via een papieren versie in het gemeentehuis. In aanvulling op onze wettelijke verplichtingen hebben we onze gebiedspartners en belanghebbenden actief geïnformeerd over de ter inzagelegging. De zienswijzenota is als bijlage gevoegd bij het raadsbesluit van 27 januari 2026. Na de ter inzagelegging en formele besluitvorming van de raad ontvangen alle indieners een bericht over de afhandeling van de ingediende zienswijze. In dit bericht wordt aangegeven welk nummer is toegewezen aan de indiener, inclusief de door de raad vastgestelde zienswijzenota als bijlage.

3

2. Reactie van de gemeente Rheden per zienswijze De beantwoording van de individuele zienswijzen is als volgt opgebouwd: 1. Een samenvattende weergave van de ingekomen zienswijze; 2. De reactie van de gemeente Rheden, met eventuele verwijzing naar reacties op andere binnengekomen zienswijzen; 3. De eventuele wijziging van het beleid als gevolg van de ingekomen zienswijze. Indien er

Nr.

Inhoud zienswijze

Reactie

Tekstuele aanpassing LAS

1

1.1

De strategie stelt terecht dat verkoeling en beperking van hittestress belangrijke opgaven zijn. Er wordt daarbij benadrukt dat lichte kleuren en materialen de voorkeur hebben, omdat deze minder warmte vasthouden en daarmee bijdragen aan een gezond leefklimaat.

Vaak gaan de doelstellingen van de klimaatadaptatiestrategie en de welstand prima samen. Gebiedskarakteristieke uit de historie overgeleverde elementen als wit gepleisterde gevels, luiken en leilinden bijvoorbeeld, gaan opwarming tegen. Reflecterende folies en zwaardere isolatiesoorten onder een donker pannendak bieden goede alternatieve oplossingen door een faseverschuiving (de tijd tussen een warmtepiek buiten en de warmtepiek binnen) die zomernachtkoeling mogelijk te maken.

Geen.

Indiener stelt dat deze uitgangspunten haaks staan op onderdelen op de huidige Welstandsnota van de gemeente Rheden. In verschillende gebieden, waaronder in Velp, schrijft de welstandstoetsing juist het gebruik van donkere gevelmaterialen en dakpannen voor om aan te sluiten bij het bestaande straat- en dorpsbeeld. Dit leidt tot tegenstrijdige beleidsuitgangspunten voor initiatiefnemers. Waar de Klimaatadaptatiestrategie aanstuurt op lichte kleuren, verlangt de Welstandsnota donkere materialen. Dit kan in de praktijk voor rechtsonzekerheid zorgen en de toepassing van klimaatadaptieve maatregelen belemmeren.

Op korte termijn overwegen we niet om de welstandnota te actualiseren. Bij conflicterende situaties tussen welstand en klimaatadaptatie werken we aan expliciete keuzes per casus. Vanuit de Lokale klimaatadaptatiestrategie hebben lichtere kleuren en bepaalde materialen de voorkeur. Dit is een ambitie waarbij maatwerk mogelijk blijft.

Indiener stelt voor om in de definitieve Klimaatadaptatiestrategie duidelijk te maken hoe deze nieuwe uitgangspunten zich verhouden tot de Welstandsnota. Daarbij kan overwogen worden om: • de Welstandsnota te actualiseren zodat klimaatrobuuste en natuurinclusieve keuzes niet worden tegengewerkt, of; • expliciet aan te geven welke afweging (welstand versus klimaatadaptatie) bij vergunningverlening leidend zal zijn.

4

2

2.1

Natuurbranden Bosbranden zijn een toenemend risico in het buitengebied. De indiener vraagt bijzonder aandacht voor dit risico. Terreineigenaren nemen hiertegen maatregelen door o.a. het streven naar een diverse bossamenstelling. Wat op dit moment vooral mist, is de coördinatie van plan van aanpak bij het ontstaan van bosbranden. Indiener ziet hierin een flink risico, mocht er daadwerkelijk een brand ontstaan. De indiener verzoekt de gemeente om deze coördinerende rol op zich te nemen.

De coördinatie van een natuurbrand ligt bij de veiligheidsregio/brandweer (VGGM). Tijdens extreem droge periodes is er extra toezicht en als er een brand ontstaat is de brandweer als eerste aanzet. Naargelang het incident wordt er opgeschaald volgens het rampenplan. Mocht er meer behoefte zijn aan informatie dan kan de gemeente samen met de veiligheidsregio met de indiener in gesprek.

Geen.

2.2

Groen Blauw raamwerk De indiener ondersteunt onze aanpak voor het verstevigen van het zogenaamde Groen Blauwe raamwerk. Hierbij pleit de indiener ervoor om bij de aanpak hiervan niet te beperken tot het stedelijk gebied, maar beheer en aanleg van landschapselementen en natuurvriendelijke wateroevers juist ook in het landelijk gebied te bevorderen.

We onderschrijven de zienswijze dat een groenblauw raamwerk zich niet alleen beperkt tot het bebouwd gebied. In de formulering van de aanpak komt onvoldoende naar voren dat het groenblauwe raamwerk ook het landelijk gebied betreft. In de definitieve versie komt een aanvulling in de tekst in relatie tot het landelijk gebied.

De alinea waarin de aanpak van het groenblauw raamwerk (pagina 15) is omschreven, wordt tekstueel aangevuld met: 1. In het landelijke gebied werken we aan verbetering van de landschaps-ecologische kwaliteiten door waar mogelijk, het realiseren en versterken van habitats en ecologische infrastructuur. 2. In het landelijk gebied bevorderen we onder andere de aanleg van landschapselementen en realisatie van natuurvriendelijke oevers, passend bij het landschapstype en breiden we het ecologisch beheer uit.

5

2.3

Groen Blauw raamwerk U geeft aan in te zetten op inheemse soorten, uitgezonderd stedelijk gebied. De indiener verzoekt om de aanplant van uitheemse soorten wel mogelijk te houden in het landelijk gebied. Dit met het oog op het Groene Erfgoed in de parken, tuinen en bossen op de landgoederen. Daarnaast worden uitheemse soorten in het bosbeheer aangeplant om in te spelen op klimaatveranderingen.

We onderschrijven de zienswijze dat aanplant van uitheemse soorten onder bepaalde omstandigheden mogelijk moet zijn in het landelijk gebied, met name in het Groene Erfgoed. Het uitganspunt is het toe passen van inheemse soorten ten behoeve van de biodiversiteit. Uitheemse soorten in het landelijk gebied is alleen van toepassing indien er een voldoende onderbouwing is om in specifieke situaties af te wijken van het gebruik van inheems materiaal.

De alinea waarin de aanpak van het groenblauw raamwerk (pagina 15) is omschreven, wordt tekstueel aangevuld met: Daarnaast blijven we ons inzetten voor inheemse gebiedseigen soorten met mogelijkheden voor uitheemse soorten in bebouwd en landelijk gebied, indien voldoende onderbouwd kan worden waarom inheemse soorten niet de voorkeur hebben (zoals waar het gaat om het Groene Erfgoed).

Een overstroming is het onder waterlopen van land dat normaal gesproken droog is. Er zijn verschillende soorten overstromingen. Dit zijn: 1. Kustoverstromingen: overstromingen vanuit zee of oceaan, bijvoorbeeld door stormvloeden; 2. Fluviaal: overstromingen vanuit de rivier; 3. Overstromingen door neerslag: overstromingen die direct worden veroorzaakt door intense regen, vaak met een meer lokale impact.

Geen.

Indiener vraagt om de genoemde punten aanvullend op te nemen in de adaptatiestrategie.

3

3.1

Overstroming t.g.v. een dijkdoorbraak van de IJssel Op de kaart van pag. 26 wordt aangegeven dat dijkdoorbraak grote gevolgen kan hebben voor de gemeente. Overstromingen tot een diepte van 5 m kunnen voorkomen, vooral in de uiterwaarden. In gebouwd gebied wordt dat echter vrijwel steeds beperkt tot maximaal 3,5 m (hoogte van de dijk). Indiener stelt dat in de adaptatiestrategie overstroming echter uitsluitend beschouwd wordt met de IJssel als bron. Maar óók het Veluwemassief kan als oorzaak van wateroverlast fungeren.

In de adaptatiestrategie is de keuze gemaakt om het thema ‘overstroming’ te koppelen aan de rivier. En overstroming door extreme neerslag te koppelen aan het thema ‘wateroverlast’. De keuze voor deze indeling is in de lijn met het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) Kennisportaal Klimaatadaptatie. In hoofdstuk 2 op pagina 9 en in Bijlage I op pagina 19, komt het thema wateroverlast aan bod. Hierbij wordt het oppervlakkig afstromend hemelwater bij extreme regenval van het Veluwemassief (stuwwal) omschreven als een van de oorzaken die wateroverlast (cq overstroming) kan veroorzaken.

6

3.2

3.3

Wateroverlast vanaf de Veluwe 1. Wateroverlast door oppervlakkig afstromend hemelwater vanaf hellend gebied ontstaat primair wanneer hoger gelegen gebied na perioden van extreme droogte vrijwel geen infiltratiecapaciteit meer hebben. Weeromslag met zware buien zorgen dan voor wateroverlast. In het rapport is dit uitgebreid geanalyseerd aan de hand van de ervaringen uit het verleden en mitigerende maatregelen worden in het rapport voorgesteld. 2. Indiener stelt dat een extreme stortvloed vanaf de heuvels/stuwwal een overstroming genoemd mag worden. Velp (en de andere dorpen) wordt niet alleen bedreigd vanuit het zuiden (IJssel), maar evenzeer vanuit het noorden (De Veluwe). Overstroming t.g.v. DANA Indiener heeft deelgenomen aan de voorbereidende inbreng en daarbij geattendeerd op een niet eerder onderkend risico: DANA (Depresión Aislada en Nivelles Altos of “geïsoleerde depressie op grote hoogte”). DANA is een geïsoleerde depressie op grote hoogte die dagenlang (wel 4-5 dagen) continu zware regenval met zich meebrengt. Een grove schatting: regenval met een gemiddelde intensiteit van 40 mm per uur leidt in vier dagen tijd tot een neerslaghoogte op het hele oppervlakte van het Veluwemassief van bijna 4 meter. Deze watermassa kan onmogelijk worden opgevangen door infiltratie en zoekt zich een uitweg via de uitspoelingsdalen, daartoe gevormd tijdens de laatste ijstijd.

Maar al dat water kan niet worden afgevoerd naar de IJssel: de dijk ligt hiervoor in de weg. 1. Door klimaatverandering neemt de kans op DANA in onze contreien aanzienlijk toe en vormt daarmee een reële bedreiging (zie de watersnood in Valkenburg veroorzaakt door DANA in aangrenzend Duitsland). De ontwerpnota geeft wél aan dat Velp een watersnoodramp zou kunnen overkomen door dijkdoorbraak bij een extreme waterstand in de IJssel, maar spreekt met geen woord over DANA. Maar áls dit ons overkomt, dan kunnen er hierdoor ook doden vallen. Bovendien is het een risico waar de meeste kernen van onze gemeente ook aan blootstaan.

1. Dit betreft een inhoudelijke aanvulling op de tekst. Dit nemen we mee in de definitieve versie. 2. Inhoudelijke reactie zie 3.1.

1. De eerste zin op pagina 9 en 20 wordt tekstueel aangevuld met: Wateroverlast ontstaat bij hevige regenval door oppervlakkig afstromend regenwater vanaf hellend gebied (stuwwal) onder andere via de (droge) beekdalen na perioden van extreme droogte waarbij de bodem vrijwel geen infiltratiecapaciteit meer heeft. 2. Geen.

1. De extreme regenbui van Limburg was aanleiding voor het Rijk om aan alle waterschappen te vragen om in kaart te brengen wat in hun werkgebied het effect zou zijn van zo'n enorme regenbui. Dit zijn de bovenregionale stresstesten. In de bovenregionale stresstest zijn scenario’s doorgerekend op basis van de bui die in Limburg in 2021 viel. De DANA is de Valencia bui. Dat is een gebeurtenis die in een andere klimatologische en geologische situatie plaatsvond. De resultaten van de bovenregionale stresstesten zijn zeer recent beschikbaar gekomen, zie Nieuwe kaarten tonen voor alle regio’s het effect van grootschalige extreme neerslag - Kennisportaal Klimaatadaptatie (publicatie 31 oktober 2025). Het was niet haalbaar om gegevens uit de bovenregionale stresstest en de uitkomsten hiervan op te nemen in de adaptatiestrategie. Deze gegevens waren niet beschikbaar het afgelopen jaar. De aanleiding voor het opstellen van de Lokale klimaatadaptatiestrategie is het veranderende klimaat en de gevolgen hiervan. Dit gaat juist om de weersextremen (zowel toename in aantal als intensiteit). De stresstestkaarten vormen de basis van de gevoerde risicodialogen. Alle beschikbare informatie vanuit de stresstesten en de dialogen, is vertaald in de geformuleerde ambities, doelen en aanpak.

1. In bijlage 1 thema wateroverlast (pagina 21) is aanvullend op de lokale wateroverlaststresstestkaart, een verwijzing opgenomen naar de bovenregionale stresstest die recent uitgevoerd is door het Waterschap Rijn en IJssel. Daarnaast wordt de tekst aangevuld met: De provincie Gelderland initieert risicodialogen, waarbij de resultaten van de bovenregionale stresstesten een nadere uitwerking krijgen. Als gemeente blijven we dit volgen en waar nodig participeren we in het proces. 1. Bij de inleiding (pagina 5) is de tweede zin aangevuld met: ‘zowel in intensiteit als toename in aantallen’. 2. Geen.

7

2. Omdat door maatregelen de gevolgen van DANA kunnen worden verkleind, hadden we verwacht dat de ontwerpnota zou aanbevelen tenminste onderzoek te doen naar de kans dat DANA in ons gebied kan optreden. De indiener stelt om DANA, en een aanbeveling voor onderzoek daartoe, in de Nota Lokale Klimaatadaptatiestrategie op te nemen.

In de adaptatiestrategie komt nadrukkelijk het risico van wateroverlast door oppervlakkig afstromend hemelwater vanaf de stuwwal aan bod. 2. Het uitvoeren van een onderzoek is geen onderdeel in een strategie. Uitvoering van maatregelen of het oppakken van acties (opstellen kaarten, onderzoek en dergelijke) zijn onderdeel in een uitvoeringsagenda. De bovenregionale stresstesten zijn raadpleegbaar via Grootschalige extreme regen - Klimaateffectatlas. Na de waterbeelden is de vervolgstap het voeren van een risicodialoog onder regie van de provincie. Dan wordt beoordeeld in welke mate de gevolgen van wateroverlastrisico’s acceptabel zijn. En wat gedaan kan worden om de ‘robuustheid van de ruimtelijke inrichting’ (en toegekende functies) te vergroten. Het vervolgproces is nog niet duidelijk in tijd vastgesteld. Conclusie De bovenregionale stresstest is uitgevoerd door het Waterschap Rijn en IJssel en het vervolgproces vindt plaats onder regie van de provincie Gelderland.

3.4

Hitte Er wordt in het ontwerprapport uitgebreid aandacht besteed aan het verminderen van hittestress door vergroening in de openbare ruimte. Maar ook buiten de openbare ruimte zijn er tal van vergroeningsmaatregelen denkbaar die aan het verlagen van de hittestress kunnen bijdragen. Gedacht kan worden aan mogelijkheden bij/in de gebouwen zelf. Een aandachtspunt voor zorginstellingen, woningcorporatie en ook eigen woningen die de gemeente sterk kan promoten. Te denken valt aan groenvoorziening op galerijen, plantenbakken (in de constructie), dakterrassen en groene daken. Indiener stelt dat voor de gemeente hier o.i. een promotietaak ligt, maar dit moet een structureel aandachtspunt zijn bij nieuwbouw.

We onderschrijven de zienswijze dat het thema hitte een structureel aandachtpunt moet zijn bij nieuwbouw. Het onderwerp ‘(nieuw)bouwen en inrichten gebeurt klimaatbestendig’ is als doel opgenomen in de adaptatiestrategie. Ook de overige geformuleerde doelen zijn gericht om verdere opwarming van de leefomgeving te voorkomen. De formulering ‘leefomgeving’ betreft naast de openbare ruimte, ook de bebouwde omgeving of private ruimte.

Geen.

Een nadere uitwerking hieromtrent is opgenomen in de uitvoeringsagenda.

8

4

4.1

4.2

Indiener herkent zich in de analyse dat zorginstellingen en zorgvoorzieningen behoren tot de kwetsbare functies binnen de gemeente, met name vanwege de effecten van hitte en wateroverlast op kwetsbare doelgroepen. De verbinding die de gemeente legt tussen klimaatadaptatie, gezondheid en leefomgeving sluit direct aan bij onze eigen duurzaamheidsdoelen en de Green Deal Duurzame Zorg 3.0. Als zorgorganisatie zijn wij actief bezig met de verduurzaming van ons vastgoed en het toekomstbestendig maken van onze gebouwen en terreinen. Daarbij nemen wij ook maatregelen op het gebied van: Vermindering van hittestress (groen en schaduw op terreinen, natuurlijke koeling), Wateropvang en hergebruik van hemelwater, Vergroening van buitenruimtes voor cliënten, medewerkers en bezoekers, Duurzaam energie- en materiaalgebruik. Indiener ziet de klimaatadaptatiestrategie niet als een risico, maar juist als een kans om deze ambities samen te brengen. Daarom pleit de indiener ervoor dat zorginstellingen in de uitvoeringsfase nadrukkelijk worden meegenomen als samenwerkingspartners. Dit kan helpen om klimaat adaptieve maatregelen te koppelen aan natuurlijke vervangingsmomenten en verduurzamings-projecten, gezamenlijk gebruik te maken van subsidiemogelijkheden en kennis en ervaring uit te wisselen rondom hittebestendigheid, vergroening en gezond binnen-en buitenklimaat.

Wij waarderen het dat u zich herkent in de analyse dat zorginstellingen en zorgvoorzieningen tot de kwetsbare functies binnen de gemeente behoren, met name vanwege de effecten van hitte en wateroverlast op kwetsbare doelgroepen.

Indiener vraagt de gemeente om bij de verdere uitwerking van de uitvoeringsagenda rekening te houden met deze specifieke zorgopgave, en waar mogelijk ondersteuning of tegemoetkoming te bieden voorzorglocaties die maatregelen willen realiseren binnen de kaders van de Green Deal Zorg en de lokale klimaatdoelen.

We erkennen het belang van de specifieke zorgopgave en de inzet van partners bij het realiseren van klimaatadaptieve en duurzame maatregelen binnen bestaande kaders. Bij de verdere uitwerking van de uitvoeringsagenda zal hier nadrukkelijk rekening mee worden gehouden. In concrete processen zal nader worden afgestemd op welke wijze ondersteuning en eventuele tegemoetkoming mogelijk is. Dit gebeurt in overleg tussen de betrokken samenwerkingspartners en vraagt om maatwerk, afhankelijk van de aard van de locatie, de opgave en de samenwerkingsmogelijkheden.

Zorginstellingen zijn als samenwerkingspartner toegevoegd in de opsomming bij thema ‘hitte’, plan van aanpak (pagina 16).

Wij onderschrijven het belang van de verbinding tussen klimaatadaptatie, gezondheid en leefomgeving. Deze integrale benadering sluit nauw aan bij de ambities uit onze Omgevingsvisie en de Lokale klimaatadaptatiestrategie, waarin we nadrukkelijk inzetten op samenwerking tussen verschillende disciplines. Net als u zien we de adaptatiestrategie als een kans om gezamenlijke ambities te realiseren. Wij zijn dan ook positief over de initiatieven die de indiener neemt om zorglocaties toekomstbestendig te maken, onder andere door vergroening, natuurlijke koeling, wateropvang en duurzaam materiaalgebruik. De oproep om zorginstellingen nadrukkelijker te betrekken bij de verdere uitwerking van de uitvoeringsagenda en bijbehorende plannen onderschrijven wij volledig en geven daar ook gehoor aan.

Geen.

9

De afstemming vindt plaats in samenhang met verschillende gemeentelijke beleidsterreinen, waaronder: Inrichting van de leefomgeving en verduurzaming; Sociaal Domein en GGD; Ruimtelijke Ordening en vastgoedontwikkeling. Voorbeelden van trajecten waarin deze samenwerking concreet vorm kan krijgen zijn de actualisatie van het Lokaal Hitteplan en de Integrale wijkaanpak Stenfert. Binnen deze kaders kunnen kansen worden benut om maatregelen te koppelen aan bredere klimaat- en gezondheidsdoelen in de leefomgeving.

10

3. Ambtshalve wijzigingen De volgende mutaties zijn doorgevoerd op basis van ambtshalve zienswijzen. Nr.

Inhoud zienswijze

Reactie

Tekstuele aanpassing LAS

1.

Wat gemist wordt is een koppeling tussen financiën en deze plannen. Hoe financieren we deze ambities? Zou handig zijn om daar wat denkrichtingen over in te zetten. In de strategie worden de beken genoemd, maar het zou goed zijn om op te nemen dat als je de beken bovengronds zou brengen dat dit helpt ter voorkoming van hitte.

Zienswijze verwerkt.

Een financieel hoofdstuk met denkrichtingen is toegevoegd in de definitieve versie (versie 5), pagina 18.

Hoofdstuk 2 en bijlage 1 omvat een beschrijving van de bestaande situatie. Beken komen in deze hoofdstukken aan bod. Het zichtbaar maken van beken betreft een concrete nadere uitwerking (actie) van de gestelde ambities en doelen. Dit is niet passend om op te nemen in het hoofdstuk 'bestaande situatie’.

Bij 3.3.3 biodiversiteit & groen (groenblauw raamwerk), pagina 15 is de tekst aangevuld met een voorbeeld van het zichtbaar maken van een beek.

2.

3.

4. 5.

6.

Het droogvallen van de kanovijver heeft met de hoogte van het water in de rivieren te maken. De afbeelding van de droge kanovijver is misschien niet het juiste plaatje op deze plek. Bij sommige foto’s staat een bron vermeld. Dit bij alle foto’s doen. Hoofdstuk 3.3 bevat veel opsommingen (staccato). Dit leest niet prettig. Deze opmaak wijzigen naar doorlopende teksten in de definitieve versie. In de toelichting bij het thema Hitte & gezondheid staat in de opsomming voor klimaatbestendig bouwen zowel nieuwbouw, renovatie en inrichting. Onder doelen ontbreekt ‘renovatie’ in de opsomming. Voor eenduidigheid, ‘renovatie’ toevoegen bij de opsomming onder doelen.

Het bovengronds -en daarmee zichtbaar- maken van beken draagt wel bij aan het creëren van een groenblauwraamwerk. Dit is passend als voorbeeld bij thema 3 biodiversiteit en groen, onder aanpak. Het is correct dat de kanovijver onder sterke invloed staat van de IJssel, wat in een andere alinea op de volgende pagina staat omschreven. Zienswijze verwerkt. De essentie is niet gewijzigd, de tekst is van staccato aangepast naar meer beschrijvend.

Zienswijze verwerkt.

De tekst bij de foto's is aangevuld. Daarnaast is de opmaak gewijzigd zodat tekst en afbeeldingen bij elkaar staan. Hierdoor is in bijlage 1 ‘Droogte’ een pagina vrijgekomen van tekst en beeld en daarmee komen te vervallen. Bronvermelding toegevoegd bij foto's waar deze vermelding ontbrak. Opsommingen in paragraaf 3.3 zijn aangepast naar doorlopende teksten.

Het woord 'renovatie’ is toegevoegd onder doelen, in de opsomming voor klimaatbestendig bouwen (thema hitte & gezondheid’, 3.3.4, pagina 16)

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=18e4623d-a935-4cf1-b903-37a2e4dfd601