Was Wordt tabel bij verordening leerlingenvervoer 2025 def
Tekst van het document
Was – wordt tabel bij verordening leerlingenvervoer 2025 De gemeente Rheden volgt de modelverordening leerlingenvervoer van de VNG. De modelverordening van april 2024 biedt een aantal keuzemogelijkheden voor gemeenten. De volgende, niet wettelijk verplichte, artikelen zijn opgenomen in de verordening leerlingenvervoer gemeente Rheden 2025:
Artikel 2. Aanvraag 1.Het college stelt een aanvraagformulier voor een vervoersvoorziening leerlingenvervoer vast. 2. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening kan worden ingediend voor een leerling die zijn woning in de gemeente heeft, door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend papieren of digitaal aanvraagformulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. Artikel 3. Onderzoek 1. Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, onderzoekt het college in elk geval de volgende aspecten: a. de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin, en b. de afstand en route tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school, en c. de mogelijke afstemming van de vervoersvoorziening met andere voorzieningen die in het kader van de WMO 2015, Jeugdwet, Participatiewet en overige minima regelingen aan de leerling of het gezin zijn verstrekt. 2. Het college kan in een gesprek met de ouders en desgewenst de leerling, de noodzakelijk vervoersvoorziening onderzoeken. Ook kan bij dit gesprek, als het college dat noodzakelijk acht, een medewerker uit een ander domein of een deskundige aansluiten. 3. Tijdens het gesprek als bedoeld in het tweede lid onderzoekt het college: a.
samen met de ouders en de leerling de mogelijkheden voor het zelfstandig reizen van de leerling. b. welke opties de ouders hebben om de leerling naar school te brengen en weer op te halen. c. welke afspraken kunnen worden gemaakt over het gebruik van deze mogelijkheden en de rol van de ouders daarin. 4. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden. Artikel 11. Aanwijzing opstapplaats 1. Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van het aangepast vervoer. 2. De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider. 3. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. 4. Het college wijst geen opstapplaats aan als naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden. Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1.
Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. 2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van het tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.
3. Als de vervoersvoorziening bestaat uit aangepast vervoer kan het college, in overleg met de gemeente waarin de leerling tijdelijk verblijft, besluiten dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van het tijdelijk verblijf het vervoer uitvoert. Artikel 15. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie bij verblijf in pleeggezin of internaat 6. Het college kan uitsluitend aangepast vervoer toekennen voor weekeinde en vakantievervoer wanneer: a. openbaar vervoer geheel ontbreekt; of b. het gaat om een leerling van het voortgezet speciaal onderwijs die verblijvend in een internaat of pleeggezin, wegens zijn structurele handicap niet zelfstandig, ook niet met een begeleider gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Artikel 16.2 Vervoersvoorziening naar stageadres b. de stage vindt plaats op één stageadres en de stagetijden sluiten zoveel mogelijk aan op de schooltijden. c. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan moet het stageadres gelegen zijn binnen de regio. Artikel 17. Vervoer tussen de buitenschoolse opvang en de school1.
Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening van de woning of de opstapplaats naar een school en terug kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer van de buitenschoolse opvang naar de school of terug, indien de buitenschoolse opvang niet in dat vervoer voorziet. 2. De vervoersvoorziening van de buitenschoolse opvang naar de school of terug wordt alleen verstrekt als de kosten voor de gemeente vergelijkbaar zijn met de kosten voor het vervoer van de woning naar de school en terug. 3. In afwijking van het tweede lid kan de vervoersvoorziening van de buitenschoolse opvang naar de school of terug ook worden toegekend als de ouders van de leerling de meerkosten zelf betalen. Artikel 18. Vervoerstraining 1. Het college kan, naast een vervoersvoorziening, ook een vervoerstraining inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid van de leerling, waardoor deze na de training niet langer zal zijn aangewezen op een vervoersvoorziening, of door de training gebruik leert te maken van een goedkopere vervoersvoorziening. 2. De training sluit aan op het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan. Artikel 29.
Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders of de meerderjarige leerling gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen. Was – wordt tabel bij verordening leerlingenvervoer 2025
Artikel
Bestaande tekst 2014
Artikel
Nieuwe tekst 2025
1
Begripsomschrijving
1
Definities
a. aangepast vervoer: vervoer per
besloten (school)busvervoer, taxi, taxibus
a. aangepast vervoer: door het college georganiseerd vervoer
b. afstand: afstand tussen de woning
en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;
b. afstand: afstand, overeenkomstig artikel 4, zesde lid, van de Wet op het primair
onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de
Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4,
vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, gemeten d.m.v. de routeplanner van de ANWB langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;
buitenschoolse opvang wordt niet benoemd in verordening 2014
d. buitenschoolse opvang: de
buitenschoolse opvang, bedoeld in artikel 1.1, van de Wet kinderopvang, van de
leerling waar de leerling voor of na afloop van de lestijd op school verblijft;
d. commissie van onderzoek:
commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de
expertisecentra. commissie voor de
begeleiding: commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de
e. Advies wordt niet langer gevraagd aan de commissie van onderzoek en de commissie van begeleiding maar aan een
deskundige: onafhankelijk medisch,
psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige
expertisecentra;
f. eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets;
h. leerling: leerling van een school als bedoeld onder q in dit artikel i. ondersteuningsplan: 1.voor het primair onderwijs:
ondersteuningsplan als bedoeld in
artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of
2.voor het voortgezet onderwijs:
g. eigen vervoer: vervoer per eigen
motorvoertuig of fiets dat onder eigen verantwoordelijkheid plaatsvindt
j. leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school
Vervangen door:
n. persoonlijk vervoersontwikkelingsplan: een schriftelijk plan waarin de activiteiten
worden beschreven door middel waarvan de leerling de vaardigheden kan aanleren die
nodig zijn om zoveel mogelijk zelfstandig
en met het openbaar vervoer of de fiets te reizen;
ondersteuningsplan als bedoeld in
artikel 17a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
j.opdc: orthopedagogisch en -
didactisch centrum als bedoeld in
artikel 17a, lid 10a, van de Wet op het voortgezet onderwijs
Niet genoemd in de verordening 2025
k. openbaar vervoer: voor een ieder
k. openbaar vervoer: personenvervoer dat
trein, metro, tram, veerdienst of auto
al dan niet tegen betaling gebruik van kan
openstaand personenvervoer per bus,
l. opstapplaats: plaats aangewezen
door het college, vanaf waar de leerling
openbaar toegankelijk is en waar iedereen maken
l. opstapplaats: de opstapplaats bedoeld in artikel 11, eerste lid
gebruik kan maken van het vervoer n. regionale verwijzingscommissie:
commissie als bedoeld in artikel 10g
Is vervangen door ‘commissie van onderzoek’ art 12 1e lid.
van de Wet op het voortgezet onderwijs;
o. reistijd: totale tijdsduur die ligt
tussen het verlaten van de woning en
Begrip reistijd is in de nieuwe verordening niet uitgewerkt in de definities
de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met
bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt
tussen het einde van de schooldag
volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele
wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij
gebruikmaking van aangepast vervoer p. samenwerkingsverband:
o. samenwerkingsverband:
1.voor het primair onderwijs:
1°. Samenwerkingsverband als bedoeld in
artikel 18a, tweede en vijftiende lid,
onderwijs;
samenwerkingsverband als bedoeld in
artikel 18a van de Wet op het primair
van de Wet op het primair onderwijs; of
2°. Samenwerkingsverband als bedoeld in
2.voor het voortgezet onderwijs:
expertisecentra; of
artikel 17a, tweede en zestiende lid,
artikel 2.47 van de Wet voortgezet
artikel 28a van de Wet op de
samenwerkingsverband als bedoeld in
3°. Samenwerkingsverband als bedoeld in
van de Wet op het voortgezet
onderwijs 2020
onderwijs;
r. stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding
schoolvakantie wordt niet genoemd in begrippenlijst
stage niet als definitie omschreven,
uitgewerkt in art. 16 verordening 2025 q. schoolvakantie: vakantie waarvan de datum is opgenomen in de schoolgids
s. toegankelijke school: school waarop
r. toegankelijke school: toegankelijke
verlangde godsdienstige of
onder a, van de Wet op het primair
de leerling is aangewezen van de
levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school
school als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de
Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4,
vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, waar plaats is en waarbij de op godsdienst
of levensbeschouwing van de ouders of de meerderjarige leerling berustende keuze van een school geëerbiedigd wordt
t. vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de
vervoer wordt niet omschreven in definities verordening 2025
woning dan wel de opstapplaats en de
school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een
leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt
u. vervoersvoorziening:
s.vervoersvoorziening:
1.bekostiging van de goedkoopst
1. Vergoeding van fietsvervoer voor de
mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider;
2.aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of
3.gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk
geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;
leerling en zo nodig van diens begeleider; 2. Vergoeding van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider;
3. Aanbieding van aangepast vervoer voor de leerling en zo nodig voor diens begeleider; of
4. Gehele of gedeeltelijke vergoeding van de vervoerkosten van de leerling en zo nodig van diens begeleider
2
De door het college noodzakelijk te
De inhoud van artikel 2 van de verordening
achten vervoersvoorziening
2014 komt in de verordening van 2025 niet terug in een artikel maar is anders
1.Ten behoeve van het schoolbezoek
opgenomen in de verordening 2025 en
kent het college aan de ouders van in
meer nadrukkelijk in
de gemeente verblijvende leerlingen op
Art 2, 8, 24 verordening 2025
aanvraag een vervoersvoorziening toe
met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.
2.Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een
gedeeltelijke bekostiging van de
vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het
bedrag dat de ouders volgens het
bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het
vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen.
3.De bepalingen in deze verordening
laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.
4.Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de
vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling. 4
Toekenning vervoersvoorziening Het college bepaalt bij de toekenning
van de vervoersvoorziening de wijze en
het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende
vervoersvoorziening.
3
Vervoersvoorziening naar de
dichtstbijzijnde toegankelijke school 1.Een vervoersvoorziening wordt
toegekend over de afstand tussen de
woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling
toegankelijke school, tenzij vervoer
12
Vervoersvoorziening naar de
dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. In overeenstemming met artikel 4, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de
expertisecentra en artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020,
naar een verder weggelegen school
wordt een vervoersvoorziening toegekend
zich mee zou brengen en de ouders
de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor
voor de gemeente minder kosten met met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2.Indien ouders een
vervoersvoorziening aanvragen voor
het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is
gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort, ontstaat slechts aanspraak op een
vervoersvoorziening naar
eerstgenoemde school als door de
ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben
tegen het openbaar onderwijs dan wel
tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soort
waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen. 3.Het college betrekt bij de
beoordeling van de aanvraag van een vervoersvoorziening het
ondersteuningsplan, zoals dat is vastgesteld door het
samenwerkingsverband na overleg met het college.
over de afstand tussen de woning dan wel de leerling toegankelijke school, tenzij
vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders of de
meerderjarige leerling als aanvrager met het vervoer naar die school schriftelijk instemt.
2. Er wordt, overeenkomstig artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder c en d, van de Wet op het primair onderwijs, eveneens een
vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en:
a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het
samenwerkingsverband van de basisschool
waarvan de leerling afkomstig is, als ouders daar schriftelijk mee instemmen; of b. een andere speciale school voor
basisonderwijs in het onder a bedoelde
samenwerkingsverband, als het vervoer
naar die school voor de gemeente minder
kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de
leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a en
ouders daar schriftelijk mee instemmen. 3. Als de ouders of de meerderjarige leerling vanwege een specifieke
onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar
een school op een grotere afstand, dan de
dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is
aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. aan het college is door de ouders of de
meerderjarige leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke
onderwijskundige onderwijsbehoefte is van de leerling; en
b. aan het college is door de ouders of de
meerderjarig leerling naar het oordeel van
het college voldoende aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de
onderwijssoort waarop de leerling is
aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het
noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod. 5
Aanvraagprocedure 1.Een aanvraag voor een
vervoersvoorziening wordt gedaan
door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend (digitaal) formulier,
voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.
2.Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken
aanvullende gegevens te verstrekken. 3.Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.
4.Het college kan het in het vorige lid
bedoelde besluit met ten hoogste vier
weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
5.Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:
a.wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders
verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b.wanneer het aanbieding van
aangepast vervoer betreft, met ingang
van een datum die zo mogelijk aansluit
bij de door de ouders verzochte datum.
3
Onderzoek 1. Bij de beoordeling van de aanvraag voor
een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, onderzoekt het
college in elk geval de volgende aspecten: a. de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin, en b. de afstand en route tot de
dichtstbijzijnde toegankelijke school, en c. de mogelijke afstemming van de vervoersvoorziening met andere
voorzieningen die in het kader van de WMO 2015, Jeugdwet, Participatiewet en overige minima regelingen aan de leerling of het gezin zijn verstrekt.
2. Het college kan in een gesprek met de ouders en desgewenst de leerling, de noodzakelijk vervoersvoorziening
onderzoeken. Ook kan bij dit gesprek, als het college dat noodzakelijk acht, een
medewerker uit een ander domein of een deskundige aansluiten.
3. Tijdens het gesprek als bedoeld in het tweede lid onderzoekt het college:
a. samen met de ouders en de leerling de
mogelijkheden voor het zelfstandig reizen van de leerling.
b. welke opties de ouders hebben om de
leerling naar school te brengen en weer op te halen.
c. welke afspraken kunnen worden gemaakt over het gebruik van deze mogelijkheden en de rol van de ouders daarin.
4. Bij gewijzigde omstandigheden kan het
gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden.
4. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden.
4. Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kan het college, in overleg met de ouders en desgewenst de leerling, gelet
op het ontwikkelingsperspectief van de leerling, een persoonlijk
vervoersontwikkelingsplan opstellen. Dit
plan maakt onderdeel uit van het besluit.
5. Na afloop van het onderzoek bevestigt het college schriftelijk de gemaakte
afspraken met de ouders en neemt een besluit over de aanvraag voor de vervoersvoorziening. 9 .4
Het college betrekt bij de beoordeling
van de aanvraag voor leerlingenvervoer
4
Inzet deskundige
eventuele (vervoers) adviezen van
1. Het college betrekt een deskundige bij
van de aanvraag van belang zijn.
te brengen, ter beoordeling van de
deskundigen die voor de beoordeling
het onderzoek en verzoekt deze advies uit individuele situatie van de leerling, op het moment dat het college specifieke deskundigheid noodzakelijk acht.
2. De ouders en de leerling verlenen
medewerking aan het onderzoek van de deskundige.
3. Indien de ouders of de leerling geen
medewerking verlenen aan het onderzoek, kan de aanvraag voor een
vervoersvoorziening, nadat de ouders of de leerling geen gebruik hebben gemaakt van de geboden hersteltermijn, buiten behandeling worden gesteld. 5
Onder Art 5 aanvraagprocedure, en: Beslistermijn Artikel 4:13 van de Awb bepaalt dat
een redelijke termijn waarbinnen een
beschikking dient te worden gegeven
in ieder geval is verstreken indien het college binnen acht weken geen
beschikking heeft gegeven, of aan de aanvrager een bericht van verdaging heeft gezonden.
Voor de verordening is gekozen voor de wettelijk toegestane beslistermijn van acht weken.
Verdaging Het kan voorkomen dat de gestelde afwikkelingstermijn niet haalbaar is voor de gemeente. Hiervan kan
5
Beslistermijn
1. Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening.
2. Het college kan de in het vorige lid
bedoelde besluitvormingstermijn met ten
hoogste vier weken verlengen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. De beslistermijn wordt dan
opgeschort, waarbij de aanvrager de
gelegenheid krijgt om binnen vier weken de ontbrekende informatie aan te vullen.
3. Als binnen de gestelde termijn van vier weken geen volledig te beoordelen
aanvraag is ontvangen, wordt de aanvraag
buiten behandeling gesteld, tenzij de ouder om meer tijd heeft verzocht. In dat geval
wordt de aanvraag aangehouden voor een
nader te bepalen termijn in overleg met de aanvrager.
bijvoorbeeld sprake zijn wanneer het
4. Het college besluit binnen acht weken na
uitblijft, of indien er sprake is van een
vervoersvoorziening.
gevraagde oordeel van deskundigen
ontvangst van de aanvraag voor een
bijzondere situatie. In dergelijke
5. Het college kan de in het vorige lid
gevallen kan het college de beslissing
bedoelde besluitvormingstermijn met ten
hoogste vier weken verlengen. Het college
voor ten hoogste vier weken verdagen
stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in
(artikel 5, vierde lid).
kennis.
Uiterlijk een dag vóór het verstrijken van de tweede termijn dient een
beschikking op de ingediende aanvraag door het college te zijn gegeven. Als blijkt dat ook de verdagingstermijn
onvoldoende is, bijvoorbeeld als gevolg van het uitblijven van het advies van deskundigen, dient er toch een
beschikking te worden afgegeven. Een beschikking treedt niet in werking voordat deze bekend is gemaakt
(artikel 3:44 van de Awb). De termijnen die in artikel 5 zijn opgenomen zijn
inclusief de tijd die het college nodig heeft om een genomen beschikking
aan de aanvragers bekend te maken. 6
Doorgeven van wijzigingen 1.De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de
toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van
wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het college.
26, 27
Doorgeven van wijzigingen De ouders of de meerderjarige en
handelingsbekwame leerling zijn verplicht
wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan het
2.Indien sprake is van een wijziging die
college.
vervoersvoorziening, vervalt de
intrekking en terugvordering van de
van invloed is op de toegekende
Beëindiging, opschorting, herziening,
aanspraak daarop en kent het college
vervoersvoorziening
vervoersvoorziening toe.
1. Het college kan een besluit tot
3.Indien de ouders niet voldoen aan het
beëindigen, opschorten, herzien, of
al dan niet opnieuw een
toekenning van een vervoersvoorziening
bepaalde in het eerste lid, en het
intrekken, als het vaststelt dat:
tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat
a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan
is verstrekt, vervalt de aanspraak op de
bij deze verordening;
het college al dan niet opnieuw een
dat, waren de juiste gegevens bekend
college een wijziging als bedoeld in het ten onrechte een vervoersvoorziening
de voorwaarden en verplichtingen gesteld
vervoersvoorziening terstond en kent
b.is dat die gegevens zodanig onjuist waren
vervoersvoorziening toe. Het college
deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders.
4.Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden
teruggevorderd, dan wel worden
verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.
geweest, een ander besluit zou zijn genomen;
c. de verstrekte vervoersvoorziening naar het oordeel van het college niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. ouders weigeren het drempelbedrag
bedoeld in artikel 24 te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan; e. ouders weigeren de
draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage
bedoeld in artikel 25 te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan;
f. sprake is van onaanvaardbaar gedrag
door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of
g. het vervoeren van de leerling leidt tot
een onveilige situatie voor de leerling zelf, andere reisgenoten of de chauffeur in het aangepast vervoer.
2. De kosten van een ten onrechte genoten vervoersvoorziening kunnen van de ouders
of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling worden teruggevorderd, of worden
verrekend met een verstrekte maar nog niet Peildatum leeftijd leerling 7
In artikel 11 is het leeftijdscriterium in het basisonderwijs als een van de wettelijk toegestane-
volumebeperkende middelen
opgenomen om al dan niet in
aanmerking te komen voor vervoer
onder begeleiding. Dan verdient het aanbeveling een peildatum van de
leeftijd van de leerling te kiezen. Om administratieve lasten te beperken is
een peildatum gewenst die geldt voor het gehele schooljaar. Aangezien 1
augustus de wettelijke start is van het
schooljaar, is deze datum als peildatum gekozen.
De bepaling houdt in dat indien de
leerling op 1 augustus van een bepaald schooljaar acht jaar is, hij in het kader van de modelverordening het gehele schooljaar als acht jaar wordt
aangemerkt, ook al wordt de leerling
halverwege het schooljaar negen jaar.
uitbetaalde vervoersvergoeding
Peildatum wordt niet als artikel
weergegeven in de verordening van 2025
het begrip peildatum is anders opgenomen in de verordening van 2025 en meer
nadrukkelijk in artikel 3 en artikel 20 van de verordening en artikel 24 van de
toelichting bij de verordening van 2025
Er hoeft dan ook maar één beschikking voor het gehele schooljaar te worden afgegeven.
Het recht op leerlingenvervoer staat overigens in geen relatie tot een
bepaalde leeftijdgrens. Toelating en inschrijving bij een school volstaat.
9
Algemene bepalingen omtrent het
vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs
1.In deze paragraaf wordt verstaan onder school:
8
Algemene bepalingen 1. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.
a. een basisschool of speciale school
2. Ten behoeve van het schoolbezoek van
Wet op het primair onderwijs; of
gemeente, kent het college aan de ouders
b. een school voor speciaal onderwijs
een vervoersvoorziening toe met
voortgezet speciaal onderwijs als
verordening. Hierbij vormt de goedkoopst
expertisecentra.
uitgangspunt.
voor basisonderwijs als bedoeld in de
een leerling die zijn woning heeft in de
of de meerderjarige leerling op aanvraag
of een school voor speciaal en
inachtneming van het bepaalde in deze
bedoeld in de Wet op de
passende vervoersvoorziening het
2.Deze paragraaf is niet van toepassing op leerlingen van scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die voortgezet onderwijs volgen.
3. De verantwoordelijkheid om als dat
nodig is te zorgen voor een begeleider
berust bij ouders, tenzij naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk
3.Met inachtneming van het bepaalde
onmogelijk is dan wel tot ernstige
vervoersvoorziening verstrekt over de
4. De verantwoordelijkheid voor het gedrag
opstapplaats en:
verblijf van de leerling in het aangepast
a.de dichtstbijzijnde voor de leerling
5. Bij de keuze voor de te verstrekken
basisonderwijs in het
achtereenvolgens beoordeeld of vervoer, al
basisschool waarvan de leerling
a. per fiets;
in artikel 3 wordt een
benadeling van het gezin zal leiden.
afstand tussen de woning dan wel de
van de minderjarige leerling gedurende het vervoer berust bij de ouders.
toegankelijke speciale school voor
vervoersvoorziening wordt
samenwerkingsverband van de
dan niet met begeleiding, mogelijk is:
afkomstig is, of
b. per openbaar vervoer;
b. een andere speciale school voor
d. met aangepast vervoer.
basisonderwijs in het onder a bedoelde
c. met eigen vervoer;
samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de
gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, 10 t/m 13
bedoeld onder a.
4. Het college betrekt bij de
beoordeling van de aanvraag voor
19 t/m 23
Artikel 19. Vervoersvergoeding voor de leerling
leerlingenvervoer eventuele
1. Het college bepaalt de hoogte van de te
die voor de beoordeling van die
van een vervoersvergoeding op basis van de
(vervoers)adviezen van deskundigen
verstrekken vervoersvoorziening in de vorm
aanvraag van belang zijn.
kosten van het openbaar vervoer en houdt
Bekostiging van de kosten van
openbaar vervoer en vervoer per fiets 1.Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt
bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de
dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes km bedraagt. 2.Indien aanspraak bestaat op
bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van
daarbij rekening met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.
2. Als aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid en de
leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan
maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders de vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets.
3. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan de laatst bekende fietskilometervergoeding volgens het laatst
het college, al dan niet onder
bekende normbedrag voor
het vervoer per fiets, verstrekt het
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
begeleiding, gebruik kan maken van college de ouders bekostiging op basis
van de kosten van het vervoer per fiets. Bekostiging van de kosten van
openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider
1.Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt
bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per
fiets van de leerling en een begeleider indien:
a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 10 en de
leerling jonger dan negen jaar is, en door de ouders ten behoeve van het
college genoegzaam wordt aangetoond
fietskilometervergoeding genoemd door de geldend voor het betreffende schooljaar, te vinden op: https://vng.nl/nieuws/basisnormbedragenleerlingenvervoer Artikel 20. Vervoersvergoeding voor de begeleider
1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt en daarvoor recht heeft op een
vervoersvergoeding op grond van deze
verordening, een vergoeding van de kosten
van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets van een begeleider van de leerling als:
a. de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de
vervoersvoorziening betrekking heeft jonger dan negen jaar is;
dat de leerling niet in staat is
b. de leerling op 1 augustus van het
de fiets gebruik te maken; of
vervoersvoorziening betrekking
zelfstandig van het openbaar vervoer of
schooljaar waarop de
heeft ouder dan negen jaar is en
b.de leerling door een structurele
naar het oordeel van het college
zintuiglijke handicap niet zelfstandig
leerling niet in staat is zelfstandig
gebruik kan maken.
gebruik te maken.
lichamelijke, verstandelijke of
voldoende is aangetoond dat de
van het openbaar vervoer of de fiets
van het openbaar vervoer of de fiets 2. Als een begeleider meer dan één leerling
2.Indien een begeleider meer dan één
tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten
slechts de kosten van het vervoer ten
begeleider voor vergoeding in aanmerking.
bekostiging in aanmerking.
openbaar vervoer houdt het college
Vervoersvoorziening in de vorm van
begeleider binnen het systeem kunnen
leerling tegelijk begeleidt, komen
van het vervoer ten behoeve van één
behoeve van één begeleider voor
3. Bij de vergoeding van de kosten van het
aangepast vervoer
1.Het college verstrekt een
vervoersvoorziening in de vorm van
aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals
bedoeld onder artikel 9 bezoekt, indien:
a. aanspraak bestaat op bekostiging
zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11 en de leerling met gebruikmaking van
openbaar vervoer naar school of terug,
meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;
b. aanspraak bestaat op bekostiging
zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het
college al dan niet onder begeleiding
gebruik kan maken van het vervoer per fiets;
c. aanspraak bestaat op bekostiging
zoals bedoeld in artikel 11 en door de ouders ten behoeve van het college
genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door
henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het
rekening met de kortingen die voor de gelden.
4. Artikel 19, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21. Vervoersvergoeding op basis van de kosten van door de ouders georganiseerd vervoer
1. Als aanspraak bestaat op een
vervoersvoorziening, kan het college de
ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren, als dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief.
2. Ouders kunnen op basis van het eerste lid niet verplicht worden om één of meer leerlingen zelf te vervoeren.
3. De vergoeding voor het door ouders zelf georganiseerde vervoer bestaat uit een
kilometervergoeding voor de eigen auto op basis van het belastingvrije
kilometerbedrag per kilometer, gebaseerd op twee retourreizen per dag.
4. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, vergoedt het
college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel
laten vervoeren, een bedrag op basis van
een kilometervergoeding voor de auto voor de rit en niet per leerling.
5. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die
voor het vervoer al een vergoeding van het
gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of
college ontvangen, wordt door het college geen vergoeding verstrekt.
6. Als ouders in samenwerking met andere
d.de leerling, naar het oordeel van het
ouders besluiten zelf een
lichamelijke, verstandelijke of
college, in afwijking van het tweede lid, een
ook niet onder begeleiding- van
als dit leidt tot een goedkoper
college, gelet op zijn structurele
vervoersvoorziening te organiseren, kan het
zintuiglijke handicap niet in staat is -
bijzonder kostendekkend tarief hanteren,
openbaar vervoer gebruik te maken.
vervoersalternatief.
2.Indien begeleiding in het aangepast
Artikel 22. Aangepast vervoer
geen andere kosten dan de
Het college verstrekt een
aan de begeleiding van de leerling in
aangepast vervoer als:
vervoer vereist is, vergoedt het college vervoerskosten welke verbonden zijn het aangepast vervoer.
Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer
1.Indien aanspraak bestaat op een
vervoersvoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of
meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
vervoersvoorziening in de vorm van
a. aanspraak bestaat op een vergoeding
zoals bedoeld in artikel 19 en de leerling
met gebruikmaking van openbaar vervoer
naar school of terug, rekening houdend met wachttijden, overstaptijden en de duur van de reis met verschillende vormen van
openbaar vervoer, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd
2.Indien toestemming ingevolge het
per openbaar vervoer kan worden
bekostigt het college aan de ouders die
b. aanspraak bestaat op een vergoeding
laten vervoeren:
vervoer ontbreekt;
a.een bedrag op basis van de kosten
grond van artikel 20 en naar het oordeel
aanspraak zou bestaan op bekostiging
dat begeleiding van de leerling door de
openbaar vervoer, behoudens het
onmogelijk is dan wel tot ernstige
eerste lid aan de ouders is verleend,
teruggebracht;
een leerling zelf vervoeren, dan wel
zoals bedoeld in artikel 19 en openbaar
c. aanspraak bestaat op een vergoeding op
van het openbaar vervoer, indien
van het college voldoende is aangetoond
op basis van de kosten van het
ouders of anderen uit hun netwerk
bepaalde in het vijfde lid; of
benadeling van het gezin zal leiden;
b.een bedrag op basis van een
college, ook niet onder begeleiding in staat
afgeleid van de Reisregeling
maken; of
bestaan op een voorziening in de vorm
vervoersalternatief.
bepaalde in het vierde lid.
Artikel 23. Vergoeding andere passende
d. de leerling, naar het oordeel van het
kilometervergoeding voor de auto,
is van het openbaar vervoer gebruik te
binnenland, indien aanspraak zou
e. dit leidt tot een goedkoper
van aangepast vervoer, behoudens het
3.Indien toestemming ingevolge het
vervoersvoorziening
eerste lid aan de ouders is verleend,
Als aanspraak bestaat op een
meer dan een leerling tegelijk zelf
overleg met de ouders een vergoeding
bekostigt het college aan de ouders die
vervoersvoorziening, kan het college na
vervoeren, dan wel laten vervoeren, een
verstrekken voor een andere passende
kilometervergoeding voor de auto
is aan de kosten van het openbaar vervoer.
bedrag op basis van een
voorziening, die goedkoper is dan of gelijk
afgeleid van de Reisregeling
binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
4. Aan de ouders die een of meer
leerlingen laten vervoeren door andere
ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen
bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door
het college geen bekostiging verstrekt. 5.Indien aanspraak bestaat op een
vervoersvoorziening en het college desgewenst toestaat, dan wel van
oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets,
bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een
kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.
Paragraaf 3 Artikel 16 t/m 19 beschrijft
In de verordening van 2025 zijn deze niet
de bepalingen omtrent het vervoer voor
apart vermeld maar opgenomen in artikel
leerlingen van het voortgezet
19 t/m 23.
onderwijs.
Vervoersvoorziening naar stageadres In de verordening van 2014 is het
vervoer naar een stageadres niet als artikel opgenomen. Wel wordt dit genoemd in de artikelsgewijze toelichting Art 2
1. Als er aanspraak bestaat op een 16
vervoersvoorziening naar school kan op
verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een
afzonderlijke aanvraag ingediend.
2. De vervoersvoorziening naar een
stageadres wordt, in aanvulling op de voorwaarden die gelden voor een
vervoersvoorziening naar school, slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de stage is onderdeel van het
onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract
b. de stage vindt plaats op één stageadres;
en de stagetijden sluiten zoveel mogelijk aan
op de schooltijden.
c. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school en de stagetijden sluiten
zoveel mogelijk aan op de schooltijden.
Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan moet het stageadres gelegen zijn binnen de regio. 3. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de
opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres.
Vervoer naar buitenschoolse opvang
wordt niet benoemd in de verordening van 2014
17
Vervoer tussen de buitenschoolse opvang en de school
1. Als er al aanspraak bestaat op een
vervoersvoorziening van de woning of de
opstapplaats naar een school en terug kan
op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer van de
buitenschoolse opvang naar de school of
terug, indien de buitenschoolse opvang niet
in dat vervoer voorziet.
2. De vervoersvoorziening van de
buitenschoolse opvang naar de school of
terug wordt alleen verstrekt als de kosten
voor de gemeente vergelijkbaar zijn met de
kosten voor het vervoer van de woning naar de school en terug.
3. In afwijking van het tweede lid kan de
vervoersvoorziening van de buitenschoolse
opvang naar de school of terug ook worden toegekend als de ouders van de leerling de meerkosten zelf betalen.
In de verordening van 2014 is de
18
mogelijkheid van een vervoerstraining
Vervoerstraining
1. Het college kan, naast een
vervoersvoorziening, ook een
niet opgenomen.
vervoerstraining inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid van de leerling,
waardoor deze na de training niet langer zal zijn aangewezen op een
vervoersvoorziening, of door de training
gebruik leert te maken van een goedkopere vervoersvoorziening.
2. De training sluit aan op het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan.
De Verordening Leerlingenvervoer 24
Intrekking oude regeling
30
gemeente Rheden 2014 wordt ingetrokken
De Verordening leerlingenvervoer
met ingang van de dag van
ingetrokken.
dien verstande dat deze van toepassing
gemeente Rheden 2010 wordt
inwerkingtreding van deze verordening met blijft op: a.
Aanvragen die voor inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend tot het tijdstip waarop de beschikking op
de aanvraag onherroepelijk is geworden; b.
Een lopende voorziening verstrekt op basis van die verordening, totdat de voorzienig afloopt dan wel het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is vertrekt wordt ingetrokken, herzien of beëindigd
Afwijken van bepalingen Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening,
zonodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.
29
Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten
gunste van de ouders of de meerderjarige leerling gemotiveerd afwijken van de
bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.