Verslag financiële commissie 16 december 2021.pdf
Tekst van het document
Verslag Financiële commissie 16 december 2021 Aanwezig: mw. M. Visser (voorzitter), dhr. J.G. Hanssen, dhr. H. Boesveld, dhr. B. de Lange, dhr. J.A. Kuijpers, dhr. R.H.C. van der Weijden, dhr. H. van Valburg, dhr. F. Ort, mw. L.M. Nieuwenhoven, dhr. P. van den Hazel, dhr. T. Eskes, dhr. H. Witteveen (leden) en dhr. J.P.M. Leenders (secretaris) Voorts zijn aanwezig: dhr. T.A.F.A. Klomberg (wethouder) mw. N. Renkema-Holstein (gemeentesecretaris), mw. N. Koning-Lucas (directeur bedrijfsvoering), de heer R. Kuipers (concerncontroller), de heer W. Aarns (financieel controller) en de heer D. Jans (Lias-Pauw) 1
Opening en vaststelling van de agenda De voorzitter opent de vergadering. De agenda wordt vastgesteld.
2
Notulen vergadering 17 november 2021 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld.
3
Financiële stand van zaken gemeente Rheden Wethouder Klomberg deelt mee dat er geen actuele opmerkingen zijn die niet al bij andere onderwerpen aan de orde komen.
4
Presentatie ontwikkelingen gemeentefonds Er wordt een presentatie verzorgd door de heer D. Jans van Inergy (Lias-Pauw) over de opbouw en de ontwikkelingen in het gemeentefonds. De presentatie is als bijlage bij dit verslag gevoegd. Voor de mondelinge toelichting op deze presentatie en beantwoording van vragen wordt verwezen naar de digitale opname via www.rheden.nl/gemeenteraad. Wethouder Klomberg deelt mee dat hij de laatste weken druk bezig is geweest met dit onderwerp. Met de gemeenten rondom Arnhem is hierover een publicatie gedaan in de Gelderlander. Die is ook ter informatie verzonden aan de VNG. Tevens heeft er een gesprek plaatsgevonden met de VNG om aandacht te vragen voor de nadelen die kleven aan deze nieuwe herverdeling. Op 13 januari vindt er een ALV plaats. Gisteren heeft hij een gesprek bijgewoond met andere wethouders om te praten over bouwstenen voor een op te stellen motie. De directeur van de VNG is volgens de wethouder niet tevreden met het regeerakkoord en heeft hierover een brief gestuurd naar het Kabinet. Daarin noemt hij dit een valse start, onder andere omdat het advies met betrekking tot de jeugdhulp niet is gerespecteerd en omdat de opschalingskorting alleen wordt bevroren voor deze periode. Voorts noemt hij dat de woninggelden uit het gemeentefonds worden gehaald en rechtstreeks naar de gemeenten gaan, hetgeen een sigaar uit eigen doos is.
Op basis hiervan verwacht de wethouder een stevige stellingname tijdens de ALV richting het kabinet. Voorts noemt de wethouder een actie vanuit de gemeenten Overijssel om niet akkoord te gaan met de herverdeling, welke actie hij als wethouder heeft ondersteund. Hij vindt het onterecht dat de gemeente minder geld krijgt en hij zal zich als wethouder maximaal inzetten om dit te beperken. De heer Aarns deelt desgevraagd mee dat ten aanzien van de herverdeling van het gemeentefonds in de begroting is uitgegaan van een effect van € 25 per inwoner in
2024 en 2025. Dat is gebaseerd op de informatie die op dat moment beschikbaar was. Het nadeel waar nu vanuit moet worden gegaan is een nadeel van € 45 per inwoner in 2025 en € 50 in 2026. Dit komt neer op een bedrag van € 870.000. Als hiertoe wordt besloten zullen maatregelen nodig zijn om tot een sluitend meerjarenperspectief te kunnen komen. De heer Van Valburg stelt voor om, wanneer dit bekend is, dit mee te nemen bij de coalitieonderhandelingen en dit op te nemen in het overdrachtsdocument. 5
Planning van de P&C documenten in 2022 Er wordt een presentatie verzorgd door de heer Aarns. De presentatie is als bijlage bij dit verslag gevoegd. Naar aanleiding hiervan worden de volgende 2 bespreekpunten aan de commissie voorgelegd: 1. Wat is de rol van de financiële commissie / gemeenteraad in relatie tot de Zomer- en Winterrapportage? 2. De Zomerrapportage is nu ingestoken op peildatum per 1 april. In hoeverre is het wenselijk om de peildatum te verzetten naar 1 mei?
Naar aanleiding van vragen uit de commissie deelt wethouder Klomberg mee dat het in het afgelopen jaar moeilijk bleek om de stukken tijdig en op een goede wijze aan te leveren, waardoor de raad niet goed in positie kon worden gebracht voor de uitvoering van zijn kaderstellende en controlerende rol. Met het voorstel om het aantal tussentijdse rapportages terug te brengen tot 2 wil het college kwalitatief goede rapportages bieden die binnen de daarvoor afgesproken termijnen kunnen worden opgeleverd. De heer Aarns deelt mee dat voorgesteld wordt om de zomerrapportage te baseren op de peildatum 1 april. Dat betekent dat dit dan voor de zomer behandeld kan worden in de raad. Aan de commissie is de vraag voorgelegd of zij het wenselijk vindt om de peildatum te verzetten naar 1 mei. Dit zou dan wel als consequentie hebben dat deze rapportage pas in september kan worden behandeld. Na discussie stelt de voorzitter vast dat de commissie wil vasthouden aan behandeling van deze rapportage vóór behandeling en besluitvorming over de kadernota. Vanuit de commissie wordt opgemerkt dat zij graag wil vasthouden aan de kwartaalrapportages. Over de omvang van deze rapportages kan worden gediscussieerd. Maar het terugbrengen van het aantal rapportagemomenten naar 2 keer per jaar ziet de commissie als een stap terug.
Een rapportage ziet de commissie als mogelijkheid om het gesprek aan te gaan tussen de raad en het college. De heer Kuipers deelt mee dat wanneer de raad een herfstrapportage wenst in een vergelijkbare vorm als de zomerrapportage dit veel ambtelijke capaciteit kost. In dezelfde periode wordt immers gewerkt aan de programmabegroting. Een oplossing kan worden gevonden in de omvang van de rapportage. Als alternatief voor de herfstrapportage stelt de heer Aarns voor om de informatie over het tweede kwartaal mee te nemen met de informatie over de
Pagina 2
septembercirculaire. Die verschijnt eind van die maand september. De raad kan dan begin oktober worden geïnformeerd over de impact die deze circulaire heeft op de begroting en het meerjarenperspectief alsmede over de effecten van het tweede kwartaal. Wethouder Klomberg constateert dat de commissie hecht aan een informatiemoment na het zomerreces over de financiële stand van zaken per 1 juli en een moment rondom de begroting. Hij betrekt daarbij de opmerking vanuit de commissie dat een dergelijke rapportage beperkt kan blijven tot 1 à 2 pagina’s. Dit vraagt volgens hem minder voorbereidingstijd voor zowel het opstellen van de rapportage als het lezen ervan door de raad. Hij stelt voor om nog een keer naar de planning te kijken en in januari een aangepast voorstel te doen. Voor wat betreft de planning van de jaarrekeningcontrole deelt de heer Kuipers tot slot mee dat de concept jaarstukken (zowel financieel als beleidsmatig) worden gedeeld met de raad op 22 april. De cijfers worden zo volledig mogelijk in de jaarrekening opgenomen. Naar aanleiding van de accountantscontrole kunnen deze cijfers nog worden aangepast. Deze wijzigingen zullen dan voor de raad duidelijk kenbaar worden aangegeven.
De voorzitter stelt resumerend vast: - De commissie stemt in met het voorstel om de peildatum voor de zomerrapportage te handhaven op 1 april en deze te behandelen in de raadscyclus van juni. - De raad ontvangt de concept jaarstukken (zowel financieel als beleidsmatig) op 22 april 2022. - Voor de planning na de zomer zal een nieuw voorstel worden gedaan door de wethouder. Dit voorstel zal worden geagendeerd voor de vergadering van de financiële commissie van januari. De vraag ‘Wat is de rol van de financiële commissie / gemeenteraad in relatie tot de Zomer- en Winterrapportage?’ is niet behandeld. Dit is van belang om de rol van deze commissie in de planning te kunnen opnemen. Dit onderdeel zal worden meegenomen bij de bespreking van het herziene planningsvoorstel in de vergadering van januari. 6
Evaluatie financiële commissie Naar aanleiding van de afspraak om de werking en de effecten van de financiële commissie na een jaar te evalueren is een werkgroep ingesteld bestaande uit Sjir Hanssen, Bert de Lange en Henk van Valburg, met begeleiding van Sjaak Leenders. Naar aanleiding hiervan zijn vragenlijsten uitgezet onder de raadsleden, de raadsvolgers, de leden van de commissie en de adviseurs. De heer Hanssen deelt mee dat in de vorige vergadering in beslotenheid is gesproken over de reacties van de raadsleden, de raadsvolgers en de leden van de commissie. Onlangs heeft ook een verdiepend gesprek plaatsgevonden met de 4 adviseurs om een betere duiding te krijgen van hun reactie. De aanbevelingen van de adviseurs zijn integraal opgenomen in het memo dat aan de commissie is gezonden. Naar aanleiding van vragen uit de commissie deelt hij mee dat de financiële commissie een adviescommissie is van de raad. Dat betekent dat zij alleen een rol heeft in de beeldvormende fase. Naar aanleiding van de vraag waarom het audit comité en de financiële commissie niet kunnen worden samengevoegd deelt hij mee dat deze gremia verschillende taken hebben die niet in elkaars verlengde liggen. Het audit comité is een
Pagina 3
afstemmingsorgaan en de financiële commissie is een adviescommissie van de raad. Aanbeveling 7 van de adviseurs is niet overgenomen, omdat de werkgroep de wethouder beschouwt als spreekbuis van het college en niet alleen als wethouder financiën. Uit de ingevulde vragenlijsten komt onder andere naar voren dat een lagere frequentie van vergaderen (1 keer per 2 maanden) voldoende moet zijn. Het is een vrijheid van de commissie zelf om dat te koppelen aan de P&C cyclus. Voor een efficiënte vergadering is het belangrijk dat de agenda met de stukken ruim voor de vergadering beschikbaar is. Hij ziet hierin de laatste maanden een verbetering. Adviespunt 2 wordt aangevuld met de tekst ‘Het is aan de fracties zelf om te bepalen of er met een of twee afgevaardigden deel wordt genomen aan de overleggen’. De heer Kuipers geeft een toelichting op aanbeveling 7 van de adviseurs. Hij deelt mee dat de wethouder financiën in de commissie zowel wordt aangesproken als adviseur als vertegenwoordiger van het college. Het is belangrijk om hierin meer duidelijkheid te krijgen. Hij adviseert om te kiezen voor de rol van adviseur, omdat dit meer past bij het karakter van een technische bespreking. De heer Hanssen deelt mee dat het moeilijk is om onderscheid te maken in deze rollen, maar dat ervoor moet worden gewaakt dat deze in de vergadering door elkaar heen gaan lopen.
De commissie moet hier alert op zijn. De heer Kuipers stelt voor om bij elk agendapunt aan te geven wat de rol is van de wethouder bij dit specifieke punt. Wethouder Klomberg deelt mee dat het belangrijk is om te weten in welke setting je met elkaar in gesprek bent. Volgens de verordening is hij adviseur. Wanneer een uitgebreidere rol van hem wordt verwacht verzoekt hij de verordening hierop aan te passen. Na discussie stelt de heer Hanssen voor om adviespunt 4 zodanig aan te passen dat ook de rol van de adviseurs duidelijk moet worden beschreven. Tot slot deelt hij mee dat de werkgroep samen met de ambtelijk secretaris zal bezien op welke wijze het advies van de commissie aan de raad kan worden gedaan en op welke wijze de aanbevelingen kunnen worden belegd. 7
Rondvraag Geen.
8
Sluiting
Pagina 4