CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

vast te stellen bestemmingsplan toelichting en regels Thematische herziening 2023

Raadsvergadering 24 september 2024, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Thematische herziening 2023' (24.53)15.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemm Thematische herziening 2023

Velp

Rheden

De Steeg

Ellecom

Dieren

Spankeren

Laag-Soeren

Landelijk gebied

Thematische herziening 2023

2 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding

Algemeen Aanleiding bestemmingsplan Ligging plangebied Geldende bestemmingsplan

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

5

Planbeschrijving

Inleiding De locaties en thema's

7 7 7 8 8 9 9 9

Hoofdstuk 3

Beleid

25

Hoofdstuk 4

Haalbaarheid

27

Hoofdstuk 5

Juridische aspecten

29

Algemeen Procedure Dit bestemmingsplan Reikwijdte van bestemmingsplannen

29 30 31 32

5.1 5.2 5.3 5.4

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

33

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

35

7.1 7.2

Vooroverleg en inspraak Zienswijzen

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Archeologisch onderzoek Rhederhof Archeologisch onderzoek Nimmer Dor Grontmij Archeologisch onderzoek Nimmer Dor Synthegra Archeologisch onderzoek Kattenberg

35 35 37 39 69 89 123

3 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2

183 Inleidende regels

185

Begrippen Wijze van meten

185 186

Bestemmingsregels

189

Artikel 3 Relatie met de geldende bestemmingsplannen en aanpassingen Artikel 4 Tuin Artikel 5 Wonen Artikel 6 Leiding - Riool Artikel 7 Waarde - Archeologie geen verwachtingswaarde Artikel 8 Waarde - Archeologie 1 Artikel 9 Waarde - Archeologie 2 Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Algemene regels

197

Relatie met de geldende bestemmingsplannen Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels

197 197 197

Overgangs- en slotregels

199

Overgangsrecht Slotregel

199 200

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

201 Aanpassingen in bestemmingsplannen Parkeernormen

4 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

189 191 191 192 192 192 194

203 207

Toelichting

5 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

6 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen aangegeven door middel van kleuren en symbolen, waarbij per object regels zijn gegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat juridisch wordt toegestaan. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status.

1.2

Aanleiding bestemmingsplan Recent heeft een actualisering plaatsgevonden van diverse bestemmingsplannen in de gemeente Rheden. Op een aantal thema's is echter nog geen sprake van eenduidigheid in de benadering. Dit betreft de thema's die in hoofdstuk 2 staan beschreven. Deze thema's zijn niet volledig of niet eenduidig verwerkt in de bestemmingsplannen van de gemeente Rheden. Het is wel wenselijk om deze thema's te verwerken. Daarom is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan is een zogenoemd 'paraplubestemmingsplan'. Een 'parapluplan' is een bestemmingsplan waarbij in één keer een aantal bestemmingsplannen gedeeltelijk wordt herzien en waarbij het onderliggende bestemmingsplan grotendeels van kracht blijft. Zo'n plan biedt dus de mogelijkheid om in meerdere plannen een regeling op te nemen over een of meerdere specifieke onderwerpen/thema's. De herzieningen hebben onder andere betrekking op verwijzingen in regels en het verduidelijken van regels en aanduidingen op de verbeelding. Het bestemmingsplan heeft voornamelijk een beheersgericht karakter. Het beheersgerichte karakter houdt in dat de bestaande situatie, zoals die bij het opstellen van het bestemmingsplan bekend is, wordt vastgelegd. Het plan is hierbij zoveel mogelijk gebaseerd op de geldende bestemmingsplannen.

Plannen, die reeds bestuurlijk en maatschappelijk zijn geaccordeerd en waarover geen discussie meer bestaat, zijn opgenomen. Gelijktijdig worden er twee bestemmingsplannen in procedure gebracht: bestemmingsplan 'Veegplan snippergroen 2023' en bestemmingsplan 'Thematische herziening 2023'. Het blijkt technisch niet mogelijk om in een en hetzelfde bestemmingsplan locaties met een enkelbestemming en locaties met uitsluitend een dubbelbestemming of aanduiding zonder enkelbestemming op te nemen. Vandaar dat 7

Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

er twee bestemmingsplannen zijn voorbereid, waarbij in het 'Veegplan snippergroen 2023' op dezelfde locatie tevens in een aantal gevallen een dubbelbestemming of aanduiding voorkomt en in het voorliggende bestemmingsplan 'Thematische herziening 2023' niet de locaties van enkelbestemmingen worden herzien.

1.3

Ligging plangebied Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op aanpassing voor (een groot deel) van de dorpen in de gemeente. Het heeft dus geen betrekking op het landelijk gebied. De aan te passen geldende bestemmingsplannen zijn genoemd in Bijlage 1 Aanpassingen in bestemmngsplannen.

1.4

Geldende bestemmingsplan Zie vorige paragraaf.

8 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1

Inleiding Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de verschillende locaties of thema's die meegenomen zijn in dit plan. Per locatie/thema is aangegeven waarom het herzien wordt. Tenzij anders aangegeven betreft de verandering telkens in grote lijnen de bebouwde kommen van de gemeente. In de regels is precies aangeven welke bestemmingsplannen worden aangepast.

2.2

De locaties en thema's

2.2.1 Parkeernormen Bij de invoering van de Wet ruimtelijk ordening (Wro) in 2008 heeft de wetgever bepaald dat de mogelijkheid - op grond van artikel 8 lid 5 van de Woningwet - om stedenbouwkundige voorschriften in de bouwverordening op te nemen, kan vervallen. Reden hiervoor was dat de Wro nu voorschrijft dat een gemeente voor het gehele grondgebied een bestemmingsplan of beheersverordening moet vaststellen. Onder de voorgaande Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) gold deze verplichting alleen voor het buitengebied. Daarom waren voor het overige gebied van de gemeente stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening nodig. Daarnaast vormden de stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening een vangnet voor gebieden waarvoor wel een bestemmingsplan was vastgesteld, maar waar dat bestemmingsplan geen voorschriften bevatte die hetzelfde onderwerp regelden. Op 29 november 2014 trad daarop de Reparatiewet BZK 2014 (Stb. 2014, 458) in werking. Hierdoor zijn de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening komen te vervallen. Wel is voorzien in een overgangsregeling. Deze overgangsregeling is inmiddels vervallen. Daarom is het gewenst om te voorzien in een regeling in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Inmiddels is ook het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd waardoor het mogelijk is geworden om in een bestemmingsplan te verwijzen naar beleidsregels.

Er is in artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a van het Bro een wettelijke grondslag geschapen om wat betreft het parkeren in het bestemmingsplan direct te verwijzen naar beleidsregels die parkeernormen bevatten. Daarbij is het mogelijk om middels een zogenaamde dynamische verwijzing te bepalen dat indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening gehouden dient te worden met het gewijzigde beleid. Volgens recente jurisprudentie (ABRS 18 september 2019) kan een dynamische verwijzing enkel opgenomen worden als deze afhankelijk is van de verlening van een 9 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

omgevingsvergunning. Bij een gebruikswijziging in een bestemmingsplan, zonder vergunningplicht, kan derhalve geen dynamische verwijzing opgenomen worden. In de regels is voor de dynamische verwijzing daarom een onderscheid gemaakt in bouwen en gebruik. De gemeenteraad van Rheden heeft op 26 mei 2015 de Nota Parkeernormen Rheden 2015 vastgesteld. In de parkeernormen is nader uitgewerkt wat de parkeerbehoefte bij een bepaald gebruik is en, als de extra parkeerbehoefte niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd, onder welke voorwaarden er ontheffing, respectievelijk een afwijkingsvergunning, kan worden verleend. Het voorliggende bestemmingsplan is ontwikkeld als een overkoepelend plan waarmee voor alle (in de regels genoemde) bestemmingsplannen in Rheden een (zelfde) regeling voor parkeren gaat gelden. Voor zover in de vigerende bestemmingsplannen nog geen regeling voor parkeren is opgenomen, of indien er al wel een regeling is opgenomen, wordt de bestaande regeling vervangen door de regeling in het veegplan. Ten opzichte van de recente bestemmingsplannen is het verschil met de geldende regeling met name dat er de beoogde regeling ook minimumeisen bevat voor de omvang van parkeerplaatsen, en dat er richtlijnen zijn opgenomen voor (voldoende) ruimte laden en lossen, daar waar dat aan de orde is.

2.2.2 Erkers Een erker is een kleine vergroting van de oppervlakte van het hoofdgebouw. Vaak niet meer dan een uitgebouwd kozijn of venster. Uitgangspunt is dat het om een beperkte uitbreiding gaat die ondergeschikt is aan de gevel van het hoofdgebouw. In de bestemmingsplannen is dit uitgangspunt vertaald in een mogelijkheid om het bouwvlak en zelfs het bestemmingsvlak te overschrijden tot maximaal 1,50 meter diepte (in de algemene bouwregels). Wat een erkers is, en hoe breed die mag zijn staat nergens omschreven. Het voorliggende bestemmingsplan beoogt in dit hiaat te voorzien. Voorgesteld wordt om een begripsbepaling op te nemen, namelijk dat het een uit de gevel van het hoofdgebouw gebouwd venster ten behoeve van de vergroting van een ruimte of vertrek van het hoofdgebouw is. Voorgesteld wordt om daar tevens bij te bepalen dat de breedte van de erker niet meer mag bedragen dan 60% van de breedte van de gevel waarin deze is geplaatst. Als iemand een bredere erker wil plaatsen kan dat niet bij recht. Verder wil het voorliggende bestemmingsplan regelen dat het overschrijden van een bouwvlak ten behoeve van een erker niet zonder meer mogelijk is in een beschermd dorpsgezicht of als er een stedenbouwkundig waardevolle zone van toepassing is. Het streven om de openheid van het straatbeeld te behouden is hier het uitgangspunt.

Ruime(re) bouwmogelijkheden passen niet binnen dit streven. Ter toelichting nog het voglende. Een aan- of uitbouw heeft eveneens een vergroting van de oppervlakte van het hoofdgebouw ten doel. Echter, is de schaal hiervan vaak 10 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

groter dan van de kleine uitbreiding van een erker. In de bestemmingsplannen zijn bouwzones aangewezen waarbinnen aan- en uitbouwen kunnen worden gebouwd (bijgebouwen zone). Uitgangspunt hierbij is dat ze in situering op het perceel ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw. Over het algemeen ligt de mogelijkheid voor het bouwen van bijgebouwen (en aan- en uitbouwen) daarom achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw. Hiermee komt het hiërarchische onderscheid tussen hoofd- en bijgebouwen tot uitdrukking.

2.2.3 Kliko-ombouwen Regelmatig komen er verzoeken voor gebouwde container- of kliko-ombouwen in het voorerfgebied bij woningen. Kliko-ombouwen zijn bouwwerken om afvalcontainers van particulieren (kliko's) in op te bergen zodat ze uit het zicht worden onttrokken. Dergelijke bouwwerken kunnen op basis van de bestemmingsplannen doorgaans worden opgericht in de bestemming Wonen. Echter, in zekere gevallen zijn ze gesitueerd op voorterreinen bij woningen in de bestemming Tuin. De bestemming Tuin voorziet niet in de bouw van deze kliko-ombouwen. Het ontbreekt de gemeente aan een toetsingskader voor kliko-ombouwen in de bestemming Tuin. Ook wordt bij de toetsing het bouwwerk niet altijd onder dezelfde categorie bouwwerken geschaard. In onderhavig veegplan wordt een begripsbepaling opgenomen van kliko-ombouwen en wordt het in de tuinbestemming mogelijk gemaakt.

2.2.4 Hondentrimsalons De regels van de bestemming Wonen worden gewijzigd door de bijlage 'Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis' van de desbetreffende bestemmingsplannen te wijzigen door hondentrimsalons toe te voegen aan een bestaande categorie. Dit is een activiteit die in de regel ook als bedrijfsactiviteit aan huis wordt uitgevoerd. De ruimtelijke effecten van deze activiteit zijn vergelijkbaar met de overigen in deze bijlage genoemde bedrijfsactiviteiten aan huis. Door de planregelingen op dit punt hoeft er niet onnodig een procedure te worden gevolgd.

2.2.5 Archeologie Op 26 februari 2013 heeft de gemeenteraad van Rheden de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaart met toelichting vastgesteld. Op 15 april 2014 heeft de raad het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regels Buitenplaatsen' vastgesteld. Hierin is het archeologiebeleid juridisch vastgelegd. Bij latere bestemmingsplannen is deze regeling niet altijd juist overgenomen, waardoor gebieden met een hoge vondstdichtheid soms onbeschermd zijn. Daarnaast zijn er gebieden waar na archeologisch onderzoek is gebleken dat er in het verleden bodemverstoring heeft plaatsgevonden en waar de archeologische verwachtingswaarde naar beneden bijgesteld kan worden. De volgende locaties zijn opgenomen in het voorliggende plan: locatie

reden

11 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Velp, Hoofdstraat 73-75 zuidelijk deel

In het bovengenoemde bestemmingsplan voor archeologie was dit niet meegenomen omdat het bestemmingsplan 'Velp-Midden, locatie Hoofdstraat 73-75', vastgesteld door de raad op 23 april 2013, een specifieke regeling kent. Voor het noordelijk deel is met bestemmingsplan 'Velp-Midden, herziening locatie Hoofdstraat 73-75', vastgesteld door de raad op 30 september 2020, inmiddels al wel een adequate bestemmingsregeling voor archeologie opgenomen. De rest wordt nu meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Deels bestemming 'Waarde - Archeologie 1' en deels 'Waarde - Archeologie 2'.

Rheden, Rhederhof oostelijke deel

Voor het westelijke deel geldt een oud bestemmingsplan uit 1990. Een partiële herziening is niet mogelijk. Voor het oostelijke deel geldt een nieuwer plan en is een partiële herziening wel mogelijk. Naar aanleiding van uitgevoerd archeologisch onderzoek wordt de archeologische verwachtingswaarde hier naar boven bijgesteld. Volgens de archeologische verwachtings- en beleidskaart was het gebied deels benoemd tot lage, middelhoge en hoge verwachtingswaarde. Dat wordt nu bijgesteld door voor het hele gebied een hoge verwachtingswaarde op te nemen en dus een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' op te nemen. De archeologische onderzoeken zijn als bijlage bijgevoegd.

Rheden, Apollostraat

In het specifieke bestemmingsplan voor archeologie niet meegenomen omdat het vigerende bestemmingsplan ouder was dan 10 jaar en daardoor niet meegenomen kon worden. Nu is het vigerend bestemmingsplan 'Rheden 2016, woongebieden' en kan een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2'' krijgen.

12 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Rheden, Laakweg

In het specifieke bestemmingsplan voor archeologie niet meegenomen omdat het vigerend bestemmingsplan ouder was dan 10 jaar en daardoor niet meegenomen kon worden. Nu is het vigerende bestemmingsplan 'Rheden 2016, woongebieden' en kan een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' krijgen.

Ellecom, Pieperslaan 19-21

In het specifieke bestemmingsplan voor archeologie niet meegenomen omdat het vigerende bestemmingsplan ouder was dan 10 jaar en daardoor niet meegenomen kon worden. Nu is het vigerend bestemmingsplan 'Ellecom 2015' en kan een dubbelbestemming voor archeologie krijgen (Waarde - Archeologie 2).

Laag Soeren, Nimmerdor

In specifieke bestemmingsplan voor archeologie niet meegenomen omdat vigerend bestemmingsplan ouder was dan 10 jaar en daardoor niet meegenomen kon worden. Nu is vigerend bestemmingsplan 'Laag-Soeren Oost' vastgesteld in 2013 en kan een dubbelbestemming voor archeologie krijgen. Het onderzochte deel is deels grijs en dat heeft geen archeologische waarde. De twee rode vlakken (nummer 14) hebben een hoge archeologische verwachtingswaarde en de twee oranje vlakken een middelhoge (nummer 13) en krijgen achtereenvolgens een dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1' resp. 'Waarde - Archeologie 2'. Dat is afwijkend van de archeologische verwachtings- en beleidskaart. De archeologische onderzoeken zijn derhalve als bijlage bijgevoegd.

Laag Soeren, Priesnitzlaan/prof. Pellaan

In het eerdere bestemmingsplan voor archeologie niet meegenomen omdat het vigerende bestemmingsplan ouder was dan 10 jaar en daardoor niet meegenomen kon worden. Nu is vigerende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied, locatie Priesnitzlaan 10 en 23' vastgesteld in 2013 en kan een dubbelbestemming voor archeologie krijgen. Het rode vlak (nummer 17) heeft 'Waarde - Archeologie 1' en het oranje vlak (nummer 18) heeft 'Waarde Archeologie 2'. 13

Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Dieren, Mezenlaan

In het eerdere bestemmingsplan voor archeologie niet meegenomen omdat het vigerende bestemmingsplan ouder was dan 10 jaar en daardoor niet meegenomen kon worden. Nu is het vigerende bestemmingsplan 'Dieren 2017, woongebieden Noord' en kan een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' krijgen.

Dieren, locatie Kattenberg

Deels betreft dit een oud bestemmingsplan waardoor hier geen veegplan voor opgesteld kan worden. Deels valt het in het bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid'. Dat gedeelte krijgt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Dat is afwijkend van de archeologische verwachtings- en beleidskaart. De archeologische onderzoeken zijn derhalve als bijlage bijgevoegd.

Velp, Hoofdstraat 73-75, zuidelijk deel

14 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Rheden, Rhederhof geheel

Rheden, Rhederhof oostelijke deel

15 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Rheden, Apollostraat en Laakweg

16 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Ellecom, Pieperslaan 19-21

17 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Laag Soeren, Nimmerdor

18 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Laag Soeren, Priesnitzlaan/prof. Pellaan

19 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Dieren, Mezenlaan

20 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Dieren, locatie Kattenberg

21 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

2.2.6 Rioolleiding De grotere rioolleidingen die beschermd moeten worden in een bestemmingsplan, zijn niet overal goed op de verbeelding opgenomen. Dat wordt met het onderhavige bestemmingsplan hersteld, zodat ook daar het bestemmingsplan bescherming biedt tegen beschadiging. Het gaat om een al lang bestaande transportriool (/3 parallelle riolen) in de nabijheid van de thuislaan in Velp, zoals hieronder globaal aangegeven (van linksboven naar rechtonder). Deze leiding is niet beschermd in het hier geldende bestemmingsplan 'Velp 2016, woongebieden-zuid' De breedte van de strook is 6 meter, dat wil zeggen 3 meter aan weerszijden. Het riool is (impliciet) beschermd langs privaatrechtelijke weg, maar in de eigendomsbewijzen staan de erfdienstbaarheden niet uitgeschreven. Vanwege het belang van het riool en daarenboven de ligging op percelen van particulieren is het gewenst deze ook planologisch-juridisch te beschermen. Met een dubbelbestemming Leiding kan dat. Daarmee komt de leiding ook in beeld bij een aanvraag omgevingsvergunning op die locatie.

22 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

2.2.7 Regels bestemmingsplan Dieren 2017, Woongebieden-Noord In de woonbestemming van bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Noord' is een foutieve verwijzing opgenomen. In artikel 22.3 'Afwijken van de bouwregels' is opgenomen: a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 22.2.1 onder f ten behoeve van een vermeerdering dan wel een vermindering van de aangegeven hoogtemaatvoering met niet meer dan 5%; 2. 22.2.3 onder g ten behoeve van een vermeerdering van de bouwhoogte tot 6 m. De verwijzing in de laatste zin 'onder g.' moet 'onder i' zijn. Dit is een kennelijke verschrijving die bij deze wordt hersteld.

23 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

24 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Beleid

Onderhavige herziening betreft het bestendigen van bestaande planologische regelgeving en heeft geen gevolgen voor het beleid zoals dat is vastgelegd door het rijk, de provincie of de stadsregio. Evenmin ontstaat er strijdigheid met gemeentelijk beleid.

25 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

26 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Haalbaarheid

Het bestemmingsplan dient binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het plan te toetsen aan de regelgeving, het beleid van de gemeente en van andere overheden en de uitkomsten van onderzoeken. Het onderhavige bestemmingsplan legt de regeling vast zoals deze nu van toepassing is volgens vigerende bestemmingsplannen en verleende vrijstellingen. Er vinden geen nieuwe ontwikkelingen plaats. Gezien de aard van de herziening zijn er geen aspecten in het geding die nader onderzoek vereisen op het gebied van geluid, bodem, milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid, verkeer, water, cultuurhistorie, archeologie, flora en fauna of privaatrechtelijke aspecten.

27 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

28 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten

5.1

Algemeen

Een bestemmingsplan is een juridisch instrument waarbij de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de grond en de opstallen zijn vastgelegd. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen.

Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de toegestane bebouwing en voor het gebruik van gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk wordt een toelichting op de systematiek en de inhoud van de verschillende toegekende bestemmingen van het bestemmingsplan gegeven. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Het plan voldoet aan de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Dit plan is voor een deel een partiële herziening van wat oudere, papieren (analoge) bestemmingsplannen. Sinds 1 januari 2010 bestaat er een digitaliseringsverplichting voor ruimtelijke plannen. Een digitaal plan is een ruimtelijk plan dat elektronisch is vastgelegd. De wet stelt technische eisen om digitale plannen te kunnen gebruiken en uit te wisselen. Als gevolg van deze digitaliseringsverplichting zou het niet meer mogelijk zijn om papieren (analoge) bestemmingsplannen gedeeltelijk te herzien. Daarom is in september 2010 artikel 8.1.2 van het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd.

Door deze wijziging is het mogelijk om ook ná 1 januari 2010 geldende papieren bestemmingsplannen partieel te herzien zonder dat de Regeling standaarden 29 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

ruimtelijke ordening 2008 daarop van toepassing is. Voor een dergelijke herziening op papier gelden wel twee belangrijke randvoorwaarden. Allereerst is het gedeeltelijk herzien van papieren bestemmingsplannen alleen mogelijk tot de datum waarop het onderliggende bestemmingsplan moet worden herzien. Deze actualiseringsverplichting is geregeld in artikel 3.1, tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening. Dit betekent dat een partiële herziening van een papieren bestemmingsplan moet plaatsvinden binnen tien jaar na vaststelling van het geldende bestemmingsplan. In de Wet afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen en beheersverordeningen is voorzien in de afschaffing van de verplichting om bestemmingsplannen die elektronisch raadpleegbaar zijn binnen een periode van 10 jaar opnieuw vast te stellen. De voorliggende regeling voor het kunnen toepassen van parapluplannen geldt dus niet voor bestemmingsplannen die ouder zijn dan 2013 én niet elektronisch raadpleegbaar zijn. Ten tweede kunnen er bij het gedeeltelijk herzien van papieren bestemmingsplannen geen nieuwe bestemmingen worden vastgesteld en kunnen bestemmingen niet worden gewijzigd.

Het mag niet gaan om nieuwe bestemmingen maar wel om een herziening van de bestemming op onderdelen, zoals het wijzigen van de bouwregels, het toevoegen van een functie aan de bestemmingsomschrijving of het toevoegen of wijzigen van een aanduiding. Het leggen van een dubbelbestemming behoort ook tot de mogelijkheden.

5.2

Procedure De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moet worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.

30 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

5.3

Dit bestemmingsplan De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast.

5.3.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak.

5.3.2 Regels De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels In artikel 1 is aangegeven voor welke bestemmingsplannen het onderhavige bestemmingsplan van toepassing is. Tevens is aangegeven welke bestaande voorschriften worden ingetrokken. In dit hoofdstuk worden verder aanvullende begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt als aanvulling op de geldende bestemmingsplannen (artikel 2). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Daarnaast zijn de begrippen 'extensief recreatief medegebruik' en 'kleinschalige groepsactiviteiten' opgenomen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de aanpassingen van de bestemmingsregels van geldende bestemmingsplannen opgenomen. In een bijlage bij de regels Bijlage 1 Aanpassingen in bestemmingsplannen is aangegeven voor welke bestemmingsplannen iets wordt aangepast. Het kan voorkomen dat een perceel binnen het plangebied ligt van het voorliggende bestemmingsplan (Thematische herziening 2023), maar waarbij niet (meer) een in deze bijlage genoemd bestemmingsplan van kracht is. Voor dat perceel heeft het voorliggend bestemmingsplan geen direct gevolg. Overigens kan het zo zijn dat een geldend bestemmingsplan niet meer van kracht is voor het hele plangebied waarvoor dat bestemmingsplan was vastgesteld.

Als een geldend plangebied voor een bepaald deelgebied niet meer van kracht is, is de aanpassing met het voorliggende bestemmingsplan ook niet relevant. Na een algemeen deel zijn voor enkele thema's bepalingen van de (dubbel)bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Deze worden hieronder nader toegelicht. Leiding - Riool De dubbelbestemming 'Leiding - Riool' is opgenomen om een rioolleiding te bestemmen en daarmee te zorgen voor bescherming van de leiding. Waarde - Archeologie 1 en Waarde - Archeologie 2 De dubbelbestemmingen archeologie zorgen voor bescherming van mogelijke archeologische waarden. De bestemming is afgestemd op de mate waarin 31 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

archeologische waarden worden verwacht. Al naar gelang daarvan is in de regels van de bestemming een oppervlaktemaat opgenomen, die bepaald wanneer nader naar archeologie moet worden gekeken. Daar waar al dubbelbestemmingen voor archeologie op deze locaties gelden, komen die met dit veegplan daarmee te vervallen en worden vervangen door Waarde Archeologie 1 of Waarde - Archeologie 2. Waarde - Archeologie geen verwachtingswaarde Op een plek is door archeologisch onderzoek duidelijk dat er (verder) niet/nauwelijks archeologische waarden te verwachten zijn. Eerdere dubbelbestemmingen worden met deze nieuwe dubbelbestemming verwijderd. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingsregels interpretaties worden verricht. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel).

5.4

Reikwijdte van bestemmingsplannen Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het bouwregelgeving. Ook is bij bouwen bijvoorbeeld een toets aan welstand relevant.

32 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken (bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten), deze kosten moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. In het bestemmingsplan worden, in planologische zin, geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarvoor een kostenverhaalsverplichting geldt. Het bestemmingsplan betreft een aanpassing van een aantal geldende bestemmingsplannen. Met betrekking tot de realisering van dit plan bestaan er voor de gemeente geen kosten in de exploitatiesfeer. Gezien het voorgaande is het plan financieel uitvoerbaar.

33 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

34 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Vooroverleg en inspraak Het provinciale beleid omtrent de toepassing van de instrumenten die de provincie heeft ingevolge de Wet ruimtelijke ordening geeft aan dat plannen van lokaal belang niet voor overleg behoeven te worden aangeboden. Ook gezien de aard van het bestemmingsplan bestaat hiertoe geen aanleiding. De gemeentelijke inspraakverordening schrijft geen inspraak voor. Gezien het vorenstaande is geen aanleiding gevonden om onverplicht inspraak te geven.

7.2

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met het ontwerpbesluit van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. De tervisielegging is bekendgemaakt op de gemeentelijke bekendmakingenpagina, in een huis-aan-huis blad en op de gemeentelijke website www.rheden.nl. Via www.ruimtelijkeplannen.nl kon het plan worden ingezien en worden gedownload. De verbeelding op papier lag tevens ter inzage in het gemeentehuis. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

35 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

36 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Bijlagen bij de toelichting

37 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

38 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek Rhederhof

39 Thematische herziening 2023 (vastgesteld)

28

Rheden Rhederhof

27

Bouwhistorie Archeologie Architectuurhistorie Cultuurhistorie

29

26

25

24

23

22

20

Archeologische prospectie 19

18

Drs. P.J.M. Koop Augustus 2002 BAAC rapport 02.030

BAAC bv

21

28

Rheden Rhederhof

27

Bouwhistorie Archeologie Architectuurhistorie Cultuurhistorie

29

26

25

24

23

21

BAAC bv

22

20

Archeologische prospectie

19

18

drs. P.J.M. Koop Augustus 2002 BAAC-rapport 02.030

Colofon ISBN:

90-77000-41-0

Redactie:

drs. H.M.P. Bouwmeester drs. E.A. Schorn

Teksten:

drs. P.J.M. Koop

Veldwerk:

drs. P.J.M. Koop T. Nales

Tekeningen:

J. Heersink

Vondstverwerking:

M. Vergeer

Determinatie aardewerk:

Copyright:

drs. H.M.P. Bouwmeester drs. T. Spitzers Portaal Ontwikkeling / BAAC bv, Deventer

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Portaal Ontwikkeling en/of BAAC bv te Deventer.

BAAC bv onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Tel.: (073) 61 36 219 Fax: (073) 61 49 877 E-mail: denbosch@baac.nl

Hofstraat 4-6 7411 PD Deventer Tel.: (0570) 67 00 55 Fax: (0570) 618 430 E-mail: deventer@baac.nl

BAAC bv

Rheden, de Rhederhof

Inhoud 1

Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Ligging van het gebied

1 1 2

2

Werkwijze 2.1 Bureauonderzoek 2.2 Inventariserend veldonderzoek

3 3 3

3

Resultaten bureauonderzoek 3.1 Geologie en bodem 3.2 Historische ontwikkeling van de Rhederhof 3.3 ARCHIS archief

5 5 6 7

4

Resultaten veldonderzoek 4.1 Booronderzoek 4.2 Beschrijving van de vondsten 4.3 Archeologische Interpretatie

8 8 9 12

5

Conclusies en aanbevelingen 5.1 Conclusies 5.2 Aanbevelingen

15 15 15

6

Literatuur en kaarten

16

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5:

Overzicht archeologische perioden en culturen Boorpuntenkaart Vondstverspreidingskaart Overzicht codering textuurklassificatie Relevante vondstenlijst

BAAC bv

Rheden, de Rhederhof

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader In opdracht van Portaal Ontwikkeling heeft het onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuurhistorie en Cultuurhistorie (BAAC bv) een archeologische prospectie uitgevoerd op de Rhederhof te Rheden. Aanleiding voor dit onderzoek is de geplande bouw van woningen. Het doel van deze archeologische prospectie is het vaststellen van eventueel aanwezige archeologische resten en/of vindplaatsen in het plangebied. Het onderzoek is uitgesplitst in twee delen: een bureauonderzoek (Standaard Archeologische Inventarisatie, SAI) gevolgd door een inventariserend veldonderzoek (Aanvullend Archeologische Inventarisatie, AAI). Het doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het onderzoeksgebied. Bij het inventariserend veldonderzoek is met behulp van waarnemingen in het veld deze informatie getoetst en aangevuld. In dit rapport zijn de resultaten van dit onderzoek beschreven. Op basis van deze resultaten zijn aansluitend aanbevelingen gegeven over de eventueel noodzakelijke bescherming van het gebied of mogelijk vervolgonderzoek. Het veldwerk van dit onderzoek heeft plaatsgevonden in mei, juni en juli 2002. Het onderzoek is uitgevoerd conform het concept handboek Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 2.0.

1

BAAC bv

1.2

Rheden, de Rhederhof

Ligging van het gebied Het te onderzoeken gebied, de Rhederhof, ligt in de gemeente Rheden, provincie Gelderland (figuur 1). De Rhederhof is een oud landgoed waarop in de 19e eeuw een park werd aangelegd. Thans staat op het terrein, naast het oorspronkelijke landhuis, koetshuis en tuinmanswoning, een asielzoekerscentrum.

Figuur 1: Ligging van het onderzoeksgebied

De Rhederhof wordt in het zuiden begrensd door de Arnhemsestraatweg en in het westen door de Snippendaalseweg. In het noorden grenst het terrein aan bosgebied, in het oosten aan grasland. Het gebied is in totaal 8 ha groot en bestaat uit een afwisseling van bossen en grasland. In het plangebied zal woningbouw plaatsvinden. De volgende twee coördinatenparen, volgens het rijksdriehoek-meetsysteem, geven de ligging van het onderzoeksgebied aan: Zuidwesthoek: X: 198.232 / Y: 446.736 Noordoosthoek: X: 198.420 / Y: 447.036

2

BAAC bv

Rheden, de Rhederhof

2

Werkwijze

2.1

Bureauonderzoek Tijdens het bureauonderzoek is aan de hand van bestaande bronnen informatie verzameld omtrent bestaande archeologische waarden. Bij de inventarisatie van bekende archeologische waarden is gebruik gemaakt van gegevens uit het Centraal Archeologisch Archief (CAA) en het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Hierbij is het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) gebruikt. Daarnaast is zowel de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) van de ROB, de bodemkaart, de geomorfologische kaart alsmede de geologische overzichtskaart geraadpleegd.

2.2

Inventariserend veldonderzoek Op basis van de gegevens die bij het bureauonderzoek zijn verzameld, wordt het veldonderzoek uitgevoerd. De totale grootte van het plangebied bedraagt circa 8 ha. Het landgebruik van het terrein bestaat uit een afwisseling van bossen en grasland. Hierdoor is het niet mogelijk om aan het oppervlak archeologische indicatoren waar te nemen. Om in dit onderzoeksgebied de aanwezige vindplaatsen toch te kunnen traceren is men aangewezen op grondboringen. Voor het gehele plangebied is een booronderzoek uitgevoerd. Om de kans op het aantreffen van archeologische indicatoren zo groot mogelijk te laten zijn, zijn de boringen uitgevoerd tot tenminste 25 cm in de schone C-horizont. Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van boorkoppen met verschillende diameter. Edelmanboringen met een diameter van 7 cm zijn uitgevoerd om inzicht te krijgen in de bodemkundige en lithologische gesteldheid van de grond. Megaboringen, met een diameter van 15 cm, zijn uitgevoerd om een beter zicht te krijgen op de aanwezigheid van archeologische vondsten in de bodem. Hierbij zijn de grondmonsters door middel van een zeef met een maaswijdte van 4 mm onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Archeologische indicatoren kunnen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid, ter plaatse of in de nabijheid, van een archeologische vindplaats.

Deze indicatoren kunnen bestaan uit bijvoorbeeld aardewerk, huttenleem, vuursteen, metaal, houtskool en (verbrand) bot. Onderzoek met de megaboor heeft als voordeel dat een groter bodemmonster door middel van zeven op archeologisch materiaal onderzocht kan worden. De trefkans is daarbij groter dan bij een edelmanboring. Er is getracht te werken volgens een boorraster van 40 x 50 meter. Dit betekent dat de boorraaien 40 meter uit elkaar liggen en dat de boringen binnen de raaien gezet zijn op een onderlinge afstand van 50 meter. Door de plaatselijk hoge bebouwingsdichtheid en de dichte begroeiing bleek het echter niet mogelijk om deze systematische boorkartering in de praktijk uit te voeren. Delen van het terrein bleken ter plekke niet toegankelijk. Gepoogd is om binnen het

3

BAAC bv

Rheden, de Rhederhof

onderzoeksgebied de spreiding van de boringen zo optimaal mogelijk te laten zijn. Aangezien megaboringen (diameter 15 cm) minder geschikt zijn om een betrouwbare bodembeschrijving te maken is naast elke megaboring tevens één boring met een edelmanboor (diameter 7 cm) uitgevoerd, waarbij de lithologische en bodemkundige opbouw van de bodem gedetailleerd is beschreven. Tijdens de waarderende fase van het veldonderzoek is het waarnemingsnet verdicht om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van de vindplaatsen vast te stellen. In deze fase zijn aanvullende megaboringen gezet rond plaatsen waar tijdens de karterende fase een concentratie van archeologische indicatoren is gevonden. Bij het waarderende onderzoek zijn de boringen op een veel kleinere onderlinge afstand geplaatst dan bij het karterend onderzoek. In de waarderende fase is gewerkt met een intensief megabooronderzoek, waarbij gebruik is gemaakt van een boorraster van 20 x 25 meter. Dit betekent dat de boorraaien 20 meter uit elkaar liggen en dat de boringen binnen de raaien gezet zijn op een onderlinge afstand van 25 meter. Door het al eerder geschetste probleem van de lokale ontoegankelijkheid van het terrein is ook van dit raster afgeweken. De locatie (x,y) van de boringen is ingemeten met behulp van meetlinten. De hoogteligging van het terrein ten opzichte van NAP is bepaald met behulp van een waterpasinstrument.

4

BAAC bv

Rheden, de Rhederhof

3

Resultaten bureauonderzoek

3.1

Geologie en bodem Het onderzoeksgebied is gelegen in het Midden-Nederlandse zandgebied op de overgang van het Veluwemassief en het lager gelegen IJsseldal. Het gebied ligt op een waaiervormige glooiing en is volgens de geomorfologische kaart (blad 40) een daluitspoelingswaaier. Deze vorm is ontstaan in de laatste ijstijd, het Weichselien (110.000 - 10.000 jaar geleden), en behoort geologisch tot de Formatie van Twente. Het ontstaan van een daluitspoelingswaaier hangt samen met het koude klimaat dat gedurende een groot deel van het Weichselien in Nederland heerste (Berendsen, 1996). De ondergrond bleef het hele jaar door bevroren. In de zomer ontdooide alleen de 1 à 2 meter dikke bovenlaag. Het smeltwater dat daarbij vrijkwam en niet in de grond kon wegzakken gaf aanleiding tot een breiige massa. Een helling van enkele graden is voldoende om een dergelijke massa naar beneden te laten glijden. Dit proces heet gelifluctie. Behalve door gelifluctie is ook veel materiaal verplaatst door stromend water. Op hellingen kan een geconcentreerde afstroming van sneeuwsmeltwater leiden tot insnijding in de bevroren ondergrond. Daardoor kunnen sneeuwsmeltwaterdalen ontstaan. Aan het uiteinde van de dalen werd het geërodeerde materiaal weer afgezet in de vorm van daluitspoelingswaaiers.

Het materiaal op deze waaiers bestaat uit heterogeen materiaal waar in een fijne matrix grof zand, grind en kiezels voorkomen. Het fijnste materiaal is waarschijnlijk voor een deel door de wind verplaatst. Het gaat hier om löss dat aan de oostkant van de stuwwal van de Veluwe in de luwte is afgezet. De bodemkaart (blad 40 west) geeft aan dat in het onderzoeksgebied bruine enkeerdgronden op lemig fijn zand (bEZ23) voorkomen. Het lemige karakter van deze bodems komt door de löss-achtige ondergrond waarin ze zijn ontwikkeld. Enkeerdgronden zijn gronden met een niet vergraven, humushoudende bovengrond die dikker is dan 50 cm. Deze bestaat doorgaans uit een zogenaamd "esdek". Dit is ontstaan door het eeuwenlang opbrengen van potstalstrooisel op de akker. Dat strooisel bestond uit plaggen die in de stal werden gelegd om de uitwerpselen van het gestalde vee op te vangen. De plaggen werden met de uitwerpselen als mest op de akker gebracht. Op deze wijze kon een akkercomplex op zandgrond gedurende eeuwen jaarlijks opnieuw bebouwd worden zonder dat de bodem uitgeput raakte. De vorming van een esdek kan teruggaan tot de 11e eeuw. Bestond het stalstrooisel uit bosstrooisel of grasplaggen dan ontstond een bruin esdek. Zwarte enkeerdgronden wijzen op een gebruik van heideplaggen.

Op deze wijze kon het land rond het akkercomplex gedeeltelijk ontgrond raken, terwijl de akkergrond tot ruim een meter opgehoogd kon worden. In gebieden met esdekken dient rekening te worden gehouden met een rijk bodemarchief. Het oorspronkelijke oppervlak is op deze plaatsen vanaf de Middeleeuwen opgehoogd door bemesting. Dit betekent dat de eventueel aanwezige archeologische resten uit de perioden van vóór de Middeleeuwen hierdoor meestal goed bewaard zijn gebleven. 5

BAAC bv

3.2

Rheden, de Rhederhof

Historische ontwikkeling van de Rhederhof Na de grootschalige ontbossing in de Middeleeuwen bestond de Veluwe grotendeels uit stuifzand. Op de overgang van deze stuifzanden met het natte IJsseldal werd in 1859 het landgoed de Rhederhof gesticht (Bureau B+B, 1997). Er werd een landhuis, koetshuis en tuinmanswoning gebouwd en een park aangelegd. Op de historische kaart uit 1903 is het landgoed als eenheid goed herkenbaar (figuur 2). Ten westen hiervan lag bouwland (witte gebied op de kaart), waarop rond 1965 een bejaardencentrum werd gebouwd. Dit complex is thans in gebruik als asielzoekerscentrum. Recent zijn aan de noordzijde hiervan 3 gebouwen bij gebouwd. Deze zijn niet afzonderlijk terug te vinden op de kadastrale kaart. Op deze plek kon geen veldonderzoek worden uitgevoerd.

Figuur 2: Ligging van het onderzoeksgebied op de historische kaart uit 1903

6

BAAC bv

3.3

Rheden, de Rhederhof

ARCHIS archief Voor het bureauonderzoek zijn tevens de archeologische vondstmeldingen van het betreffende gebied uit het ARCHIS-archief van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) geïnventariseerd. Uit dit archief blijkt dat er uit het onderzoeksgebied zelf geen vondstmeldingen bekend zijn. Direct ten zuidwesten van het terrein zijn echter binnen een straal van 100 meter bij een archeologische opgraving uit 1924 wel vondsten aangetroffen (ARCHIS waarnemingsnummer 7265). Het betreft hier een Urnenveld uit vermoedelijk de IJzertijd. Bij de opgraving zijn een drietal kringgreppels en enkele urnen aangetroffen. In 1928 is bij graafwerk in een nabijgelegen moestuin een Romeins grafveld gevonden. Er is Romeins aardewerk en bronzen vaatwerk aangetroffen. De locatie van de twee ARCHIS-meldingen zijn aangegeven in bijlage 3. Uit de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden blijkt dat het gehele plangebied in een zone ligt met een hoge indicatieve archeologische waarde. Deze trefkans is gebaseerd op landschappelijk kenmerken van het terrein, zoals bodemgesteldheid (dikker cultuurdek) en geomorfologie.

7

BAAC bv

Rheden, de Rhederhof

4

Resultaten veldonderzoek

4.1

Booronderzoek Tijdens de karterende en waarderende fase van het booronderzoek zijn in totaal 48 megaboringen en 48 edelmanboringen uitgevoerd. De locatie van de boringen en de vindplaatsen van de relevante vondsten is terug te vinden in bijlage 2 en bijlage 3. Vanwege de recente uitbreiding van het asielzoekerscentrum, het al bestaande complex en de dichte bosschages op het landgoed bleek het niet mogelijk om de boringen in een systematisch grid te leggen. Uiteindelijk bleek van de oorspronkelijke 8 ha slechts 5,5 ha geschikt voor het veldonderzoek. Met behulp van een waterpasinstrument is duidelijkheid verkregen over de exacte hoogteligging van het terrein. Vanwege de plaatselijk hoge bebouwingsdichtheid en dichte begroeiing bleek het niet mogelijk om elk boorpunt afzonderlijk in te meten. Er is daarom gekozen om loodrecht op de hoogtelijnen één centrale lijn over het onderzoeksterrein te leggen en hierop op enkele plaatsen de hoogte te meten. Het terrein bereikt bij boorpunt 37 een hoogte van 32,09 m + NAP. Bij boorpunt 8 is de hoogte 21,92 m + NAP. Het terrein heeft over dit traject (280 m lang) een gemiddelde hellingshoek van circa 3,6 %, maar de hellingshoek neemt van boven naar beneden toe af (concave helling). Het materiaal in de boringen is heterogeen van samenstelling. De matrix bestaat uit fijn, lössachtig materiaal waarin grind en kiezels voorkomen.

Onderin de meeste boringen (C-horizont) bestaat de matrix uit grof zand. Dit zand is zeer slecht gesorteerd en voelt scherp aan. Ook hierin bevinden zich weer grind en kiezels. De bodemopbouw in het onderzoeksgebied is in veel gevallen niet erg duidelijk. Een mooi esdek is in het onderzoeksgebied niet aangetroffen. Het uitgangsmateriaal, de al eerder genoemde grofzandige afzettingen, ligt in nagenoeg alle boringen dieper dan 100 cm -mv. In het bovenste, lössachtige dek zijn bodemhorizonten moeilijk te onderscheiden. Onder de matig humeuze, donkerbruine bouwvoor ligt een bruin tot lichtbruin pakket dat naar onder toe langzaam lichter van kleur wordt. De overgang tussen dit pakket en het uitgangsmateriaal is vaak erg vaag. In het onderzoeksgebied ziet een bodemprofiel er als volgt uit: Boring 23

Hoogte maaiveld: circa 27, 42 m + NAP

Diepte (cm mv)

Textuur

Kleur

Mediaan

Horizont

0 - 40 cm

Zs1h1

donkerbruin

150-210 µm

Ap

40 - 140 cm

Zs1h0

bruin

150-210 µm

A2

> 140 cm

Z

geelbruin

300-850 µm

C

Voor een verklaring van de textuurcodes zie bijlage 4

8

BAAC bv

Rheden, de Rhederhof

Uitzonderingen op deze bodemopbouw zijn te vinden in boring 3, 10, 26 en 27. Deze laatste drie boringen hebben tussen de A en C-horizont in nog een duidelijke B-horizont. Deze horizont is vermoedelijk het restant van een oudere podzolbodem die oorspronkelijk aan het oppervlak heeft gelegen. De dikte van deze inspoelingshorizont B fluctueert, en is in de meeste boringen dus zelfs helemaal afwezig. Indien er oorspronkelijk een oude bodemlaag onder het esdek aanwezig is geweest, is deze door homogenisatie inmiddels verdwenen. Boring 3 is de enige boring waarin een begraven bodem is aangetroffen. Deze bevind zich op 140 cm beneden maaiveld en bevat veel houtskool, sintels en slakken. Het is dus waarschijnlijk een antropogene laag en vermoedelijk te interpreteren als een voormalige vuurplaats of ijzeroven. Bij de vondstbeschrijving (paragraaf 4.2) wordt hier nader op ingegaan. Op basis van de resultaten van het booronderzoek kan de volgende reconstructie van de landschappelijke ontwikkeling worden gemaakt: In het Saalien (250.000 - 120.000 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland en duwde de ondergrond op tot langgerekte heuvels, de stuwwallen. Toen het ijs begon te smelten, stroomde een groot deel van het smeltwater over de laagste plaatsen van de stuwwallen. Aan de achterzijde hiervan werd grof materiaal afgezet: smeltwaterafzettingen (sandrs).

Het onderste, grofste materiaal in de boringen is vermoedelijk sandrmateriaal. In de ijstijd die op het Saalien volgde, het Weichselien, vormde zich een uitspoelingswaaier (zie paragraaf 3.2). Het materiaal waaruit deze waaier bestaat is zeer heterogeen van samenstelling, hoewel de fijne fractie overheerst. In het Holoceen zorgde een snel toenemend vegetatiedek voor stabilisatie van de hellingen en voor een sterke afname in de hellingprocessen. Vermoedelijk is op de uitspoelingswaaier een esdek opgebracht. Dit esdek is sterk lemig en bevat zeer veel grove componenten. Hoewel volgens de bodemclassificatie de bodems in het onderzoeksgebied tot de enkeerdgronden vallen, hebben ze een ander karakter dan de enkeerdgronden zoals die op dekzandruggen worden aangetroffen. De dikte van het esdek is soms erg groot (tot 2 meter), er zitten veel grindjes en kiezels in het materiaal en de overgang van esdek naar schone C-horizont is erg vaag. Uitgezonderd boring 3 is in geen enkele boring een begraven bodem aangetroffen. In het onderzoeksgebied is de bodemopbouw dus onduidelijk en vertoont weinig kenmerken van een "echte" enkeerdgrond. Het is dan ook aannemelijk om te veronderstellen dat een deel van het esdek door een natuurlijke oorzaak is ontstaan.

Aangezien ten behoeve van de ijzerindustrie in de Middeleeuwen op grote schaal ontbossingen hebben plaatsgevonden is het goed denkbaar dat stromend water op de hellingen voor een hernieuwde activiteit van hellingprocessen heeft gezorgd. In het onderzoeksgebied zal een deel van het bovenste pakket vermoedelijk bestaan uit colluvium (verspoeld hellingmateriaal). Dit verklaard ook de slechte sortering van het materiaal en de dikte van het pakket. In de 19e eeuw is er op deze locatie een landgoed met villa aangelegd.

9

BAAC bv

4.2

Rheden, de Rhederhof

Beschrijving van de vondsten In het onderzoeksgebied De Rhederhof zijn in verschillende boringen vondsten gedaan (bijlage 5). Deze vondsten kunnen wat betreft ouderdom worden onderverdeeld in 4 groepen: vondsten uit de IJzertijd, Romeinse Tijd, Merovingische Tijd en de Middeleeuwen. Een aantal vondsten kon niet nader worden gedetermineerd. Eén hiervan is een vermoedelijk bewerkte vuursteen uit boring 18 (vondstnummer 17). Dit fragment bevond zich op 170 cm diepte op de overgang van esdek naar C-horizont. Als niet vermeldt staat uit welke bodemlaag de vondsten komen, bevonden de vondsten zich in het (vermoedelijke) esdek. Vondsten uit de IJzertijd (800 - 12 voor Chr.): In het onderzoeksgebied is in boring 26 (vondstnummer 26) een aardewerkfragment uit vermoedelijk de IJzertijd aangetroffen. Het gaat hier om een wandscherf van handgevormd, besmeten aardewerk. De scherf bevond zich op een diepte van 140 cm, net boven de grofzandige C-horizont. Vondsten uit de Romeinse Tijd (12 voor Chr. - 400 na Chr.): Er zijn een aantal vondsten die vermoedelijk uit de Romeinse Tijd komen. Deze vondsten komen uit de boringen 3, 8, 10, 19 en 26. Boring 3 (vondstnummer 5): Deze boring wijkt qua bodemopbouw af van het algemene beeld. Op 140 cm diepte is hier een begraven bodem aangetroffen die veel houtskool, sintels en slakken bevat.

Tevens is in deze laag een wandscherf aangetroffen die vermoedelijk uit de Romeinse Tijd komt. Het gaat hier om handgevormd aardewerk dat versierd is met een nagelindruk. Gezien de grote hoeveelheid houtskool, sintels en slakken gaat het hier waarschijnlijk om een vuurplaats uit de Romeinse Tijd. Boring 8 (vondstnummer 8): Op slechts 50 cm beneden maaiveld zijn hier een tweetal fragmenten aangetroffen die mogelijk uit de Romeinse Tijd komen. Deze fragmenten konden niet nader worden omschreven. Op dezelfde diepte is tevens een puntje houtskool aangetroffen, ook een mogelijke aanwijzing voor menselijke activiteiten. Boring 10 (vondstnummer 9): Op 90 cm onder het maaiveld zijn hier drie wandscherven gevonden die vermoedelijk uit de Romeinse Tijd komen. Ook hiervan kon geen nadere omschrijving worden gegeven. In deze boring is wel duidelijk een B-horizont aangetroffen. De drie fragmenten bevonden zich op de overgang van B-horizont naar C-horizont, waarbij ook houtskool is aangetroffen. Boring 19 (vondstnummer 19): In deze boring is op 140 cm diepte onder het maaiveld twee vondsten gedaan. Het gaat hier om een organisch gemagerde wandscherf en een bodemscherf met zeer fijne grindmagering. De twee scherven zijn gedateerd in de Romeinse Tijd of de Vroege Middeleeuwen (in dit geval 450-700 na Chr.). De fragmenten kwamen uit de A2-horizont net boven de overgang naar C-horizont.

Op deze diepte is ook houtskool aangetroffen. Boring 26 (vondstnummer 25): Op 100 cm diepte zijn een drietal fragmenten aangetroffen. Ten eerste een wandscherf (Terra Nigra) die vermoedelijk uit de Midden tot Laat Romeinse Tijd komt (70 - 450 na Chr.). Tevens is er een ruwwandige wandscherf uit de 4e eeuw gevonden (Laat-Romeins). Ten slotte is 10

BAAC bv

Rheden, de Rhederhof

een randscherf (handgevormd aardewerk) aangetroffen die vermoedelijk ook uit de Romeinse Tijd komt. Ook in deze boring is een B-horizont waargenomen. De scherven zijn gevonden op de overgang van A-horizont naar B-horizont. Vondsten uit de Merovingische Tijd (400 - 750 na Chr.)en Karolingische Tijd (750 - 900 na Chr.): Er zijn een aantal vondsten die vermoedelijk uit de Merovingische Tijd en/of de Karolingische Tijd komen. Deze vondsten komen uit de boringen 16, (19), 21, 25, 30, 31, 32, 45. Boring 16 (vondstnummers 12 en 13): In deze boring zijn op twee niveaus vondsten gedaan uit vermoedelijk de Merovingische Tijd. Op 100 cm diepte is een wandscherf van mogelijk een knikwandpot gevonden. Vermoedelijk komt dit fragment uit de Laat-Merovingische periode of de eerste helft van de 8e eeuw. Op 120 cm diepte is een wandscherf uit vermoedelijk de 8e eeuw aangetroffen. Het gaat hier dan om Mayen-aardewerk. Boring 19 (vondstnummer 19): Zie onder Romeinse Tijd. Boring 21 (vondstnummer 21): In deze boring, in het uiterste noordoosten van het onderzoeksgebied, op het hoogste punt, zijn op 70 cm diepte twee vondsten gedaan. Het eerste fragment betreft een wandscherf uit de Merovingische Tijd; het tweede betreft een fragment handgevormd aardewerk dat niet nader kon worden gedateerd als van vóór 1200.

Boring 25 (vondstnummer 23): Op 100 cm diepte zijn één handgevormde en één ruwwandige handscherf gevonden. De eerst bleek niet nader te determineren, de laatste komt vermoedelijk uit de 8e eeuw (vroeg-Mayen). Boring 30 (vondstnummers 29 en 30): In deze boring is veel vondstmateriaal aangetroffen uit de Merovingische Tijd. Op 90 cm diepte bevond zich een handgevormde wandscherf, een fragment aardewerk met fijne grindmagering (vermoedelijk Vroeg Middeleeuws) en een wandscherf van mogelijk een knikwandpot. Op 110 cm diepte, op de overgang van esdek naar C-horizont is een wandscherf aangetroffen die vermoedelijk lokaal geproduceerd is en waarschijnlijk uit de Laat-Merovingische Tijd komt. Boring 31 (vondstnummers 31 en 32): Op 100 cm diepte zijn verschillende vondsten gedaan. Ten eerste is een randscherf van een Frankische kookpot met uitgerekte dekselgeul aangetroffen. Dit fragment komt vermoedelijk uit de eerste helft van de 8e eeuw. Tevens zijn twee wandscherven aangetroffen, waarvan één mogelijk van een grijze knikwandpot afkomstig is. De andere wandscherf is van gedraaid aardewerk die vermoedelijk secundair verbrand is. Op 120 cm diepte, op de overgang naar de C-horizont is een fragment aardewerk aangetroffen dat vermoedelijk uit de 8e eeuw komt (Late Hessen Schortens). Boring 32 (vondstnummers 33 en 34): Op 90 cm diepte is een kogelpotscherf gevonden (8e -12e eeuw).

Op 120 cm diepte is een gedraaide wandscherf uit vermoedelijk de 8e eeuw aangetroffen. Tevens is in het hele profiel houtskool gevonden. Boring 45 (vondstnummer 40): Op 120 cm diepte is een fragment aardewerk gevonden dat vermoedelijk uit de Vroege Middeleeuwen komt. Bovendien is op deze diepte huttenleem en houtskool aangetroffen.

11

BAAC bv

Rheden, de Rhederhof

Vondsten uit de Volle en Late Middeleeuwen (1000-1500): Er zijn een aantal vondsten die vermoedelijk uit de Volle en Late Middeleeuwen komen. Deze vondsten komen uit de boringen 10, 38, 42, 46 Boring 10 (vondstnummer 9): Op 90 cm diepte is een Pingsdorf wandscherf gevonden uit vermoedelijk de 10e - 12e eeuw. In deze boring is ook houtskool aangetroffen. Boring 38 (vondstnummer 38): Op 100 cm diepte is een gedraaide wandscherf met verfrest gevonden. Het gaat hier vermoedelijk om een Pingsdorf-scherf uit de 10e eeuw.) Boring 42 (vondstnummer 39): Op 120 cm diepte is een handgevormde kogelpotscherf gevonden die niet nader te dateren was als van vóór 1200. Boring 46 (vondstnummer 40): Op 90 cm diepte is een Pingsdorf wandscherf aangetroffen uit vermoedelijk de 10e - 12e eeuw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=dcb93b99-8b54-4a21-9c8e-c292964a61f9