Uitvoeringsplan Wmo RCG 2026
Tekst van het document
UITVOERINGSPLAN WMO 2026 Houdbaarheidsagenda Wmo Regio Centraal Gelderland
Samen leren
Samenhang organiseren
Samen verbeteren
20251203
1
Inhoud 1.
Inleiding ............................................................................................................................3 1.
Aanleiding .........................................................................................................................3
2.
Vraagstelling .....................................................................................................................3
3.
Proces ..............................................................................................................................4
4.
Leeswijzer .........................................................................................................................4
2. Probleemstelling .......................................................................................................................5 1.
Probleemstelling ...............................................................................................................5
2.
Ontwikkelingen binnen Centraal Gelderland .......................................................................5
3.
Conclusie: De meerwaarde van samenwerking op Wmo .....................................................6
3. Aanpak ....................................................................................................................................10 1.
Doelen ............................................................................................................................10
2.
Veranderstrategie ............................................................................................................10
3.
Uitgangspunten en criteria ...............................................................................................11
4. Prioriteiten voor 2026 ...............................................................................................................13 1.
Algemeen en randvoorwaarden ........................................................................................13
2.
Samen leren en ontwikkelen (Themalijn 1) ........................................................................15
3.
Samenhang organiseren (Themalijn 2) ..............................................................................16
4.
Samen verbeteren (Themalijn 3) .......................................................................................17
5. Organisatie en financiën...........................................................................................................19 1.
Organisatie en planning ...................................................................................................19
2.
Begroting ........................................................................................................................22
3.
Vervolgproces .................................................................................................................22
BIJLAGEN ....................................................................................................................................24 1.
Kerngegevens regio Centraal Gelderland Wmo .................................................................25
2.
Leidende principes regio in relatie tot het Uitvoeringsplan Wmo ........................................28
3.
Groslijst activiteiten 2026 ................................................................................................29
4.
Urenraming activiteiten 2026 ...........................................................................................32
20251203
2
1. Inleiding 1. Aanleiding Het RPO Zorg van 11 april 2025 heeft een opdracht vastgesteld om te komen tot een Regionaal Uitvoeringsplan Wmo. Op basis van dit besluit is voor de periode juni t/m december 2025 tijdelijk een regioadviseur Wmo aangesteld, die samen met een werkgroep uitvoering heeft gegeven aan deze opdracht. Het betreft hier een nieuwe opdracht, waarin inhoudelijk en organisatorisch “kwartier” gemaakt moet worden om te komen tot een meerjarige werkwijze op de Wmo tussen de regiogemeenten binnen de regio Centraal Gelderland. Er is behoefte om slimmer gebruik te maken van de gezamenlijke kennis binnen de beperkte tijd die er beschikbaar is. Die behoefte wordt juist nu gevoeld, omdat er ook vanuit IZA (en nu ook AZWA en HLO), de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming verwachtingen zijn richting de Wmo. Dit brengt een extra uitdaging met zich mee, waar het gaat om het behalen van de transformatiedoelen Wmo. Dit vraagt voorbereiding en coördinatie; een werkwijze waar vanuit Jeugd met de inzet van Regioadviseurs Jeugd al eerder aan begonnen is. Op 19 september 2025 heeft het RPO Zorg de Startnotitie van dit Uitvoeringplan vastgesteld. Uitgangspunt daarbij is om de aanpak te faseren, waarbij eerst een Regionaal Uitvoeringsplan Wmo voor 2026 wordt opgesteld, vooruitlopend op een in 2026 te ontwikkelen meerjarig plan.
Zo kunnen gemeenten eerst samen een basis leggen en een praktijk opbouwen, die meer inzicht geeft in datgene wat nodig en haalhaar is in meerjarenperspectief. Door middel van concrete en zichtbare resultaten in 2026 kan de meerwaarde van die samenwerking bovendien duidelijker worden aangetoond. De gemeenten kunnen zo ook beter inschatten waar voor hen die meerwaarde i.r.t. de Wmo echt zit en deze gefaseerde aanpak biedt het nieuwe colleges (en raden) de ruimte daar zelf nog op te sturen. Dat versterkt het eigenaarschap in koers en uitvoering.
2. Vraagstelling De bestuurlijke opdracht is om te zoeken naar meerwaarde voor regionale samenwerking: •
Binnen transformatiedoelen Wmo
•
In relatie tot de bredere transformatie in het sociaal domein
•
Met behulp van lokale en regionale data (tellen en vertellen).
Het beoogd resultaat daarvan is om een Uitvoeringsplan WMO voor Centraal Gelderland op te stellen met daarbij een voorstel voor hoe dit plan gerealiseerd kan worden (te verwachten meerwaarde voor de regiogemeenten, planning, noodzakelijke juridische, financiële en personele randvoorwaarden), zodat colleges kunnen besluiten of dit in uitvoering moet worden gebracht.
20251203
3
3. Proces Op basis van de uitgangspunten van de Startnotitie, heeft er op 30 september 2025 een werksessie plaatsgevonden met de leden van de Themagroep Wmo om tot een prioritering voor 2026 te komen. Daarbij zijn de relaties met IZA, Jeugd, BW en HGKM nadrukkelijk aan de orde gekomen. Ook de inkooporganisatie is hierbij betrokken. Mede op basis daarvan heeft de werkgroep dit Uitvoeringsplan opgesteld. Hoofdstuk 5 (organisatie en financiën) is in overleg met de betrokken financial en met de MGR tot stand gekomen. Daarbij is gezocht naar vergelijkbare inrichtingsprincipes als bij de regionale samenwerking op jeugd. NB! De regionale besluitvorming over de dekking van de IZA middelen voor 2026 vindt parallel aan de besluitvorming over dit Uitvoeringsplan plaats. Aangezien de dekking voor dit plan gevonden wordt binnen IZA, ligt hier een afhankelijkheid (en daarmee een voorbehoud).
4. Leeswijzer De hoofdstukken 2 (probleemstelling) en 3 (aanpak) zijn een samenvatting van de eerder verschenen Startnotitie. Hoofdstuk 4 opent met enkele algemene acties voor 2026 en agendeert enkele randvoorwaarden voor een duurzame samenwerking op de Wmo. Vervolgens worden per themalijn de prioriteiten voor 2026 opgesomd en wordt de keuze voor de prioriteiten toegelicht. Verder wordt aangegeven welk resultaat beoogd is en hoe dat bijdraagt aan een volgende stap daarna (vanaf 2027). Juist omdat het hier om een eerste Uitvoeringsplan gaat, is scherp gekeken wat er nu in 2026 nodig en haalbaar is om een goede start te maken en tot concrete resultaten te komen. Zo kunnen we kort cyclisch bouwen aan versterking van de regionale samenwerking. Hoofdstuk 5 gaat concreet in op de consequenties van die keuzes: Wat leveren we wanneer op en hoeveel tijd is ermee gemoeid. In dit hoofdstuk staat ook de systematiek voor verdeling van de uren per gemeente en de uitkomst daarvan. Tot slot bevat dit hoofdstuk een begroting en paragraaf over het vervolgproces.
20251203
4
2. Probleemstelling 1. Probleemstelling De maatschappelijke probleemstelling die centraal staat, is de vraag: Hoe houden we binnen de regio Centraal Gelderland de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo op termijn beschikbaar voor de mensen die het echt nodig hebben? Die houdbaarheid van de Wmo is landelijk 1, maar zeker ook de regio in het geding. Er zijn een aantal gemeenschappelijke (maatschappelijke) problemen die de komende jaren op alle gemeenten in de regio afkomen en die van invloed zijn op de houdbaarheid van de Wmo: • •
•
Demografische ontwikkelingen (dubbele vergrijzing en daarmee toenemende zorgzwaarte) i.r.t. krapte op de arbeidsmarkt en beschikbaarheid van personeel; Ambulantisering en langer thuis wonen: De vragen voor Wmo-ondersteuning nemen daardoor toe en de periode waarvoor de ondersteuning nodig is wordt langer. Door deze ontwikkelingen wordt de ondersteuning in de thuissituatie zwaarder en neemt de complexiteit van situaties (zorgzwaarte) ook toe. Financiële uitdagingen mede i.r.t. het open einde karakter van de Wmo (en uitgestelde wetgeving).
2. Ontwikkelingen binnen Centraal Gelderland In de startnotitie hebben we deze maatschappelijke problemen en trends uitgebreid beschreven. Samenvattend kan gesteld worden dat de situatie in Centraal Gelderland relatief ongunstig is (of gaat worden) t.o.v. de rest van Nederland. We constateren ook dat hierover nog veel aan inzicht te winnen is, als gemeenten met behulp van het regionale dashboard (en eigen gegevens) samen (periodiek) data-analyses gaan maken. In bijlage 1. hebben we een set met kerngegevens bijgevoegd, om inzicht te geven in enkele ontwikkelingen en trends in Central Gelderland. Landelijk zijn er akkoorden gesloten2 en programma's ontwikkeld die kaders bieden voor en richting geven aan de transformatie die nodig is om deze maatschappelijke problemen het hoofd te bieden: •
Hervormingsagenda en Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming
•
IZA en AZWA (Aanvullend Zorg-en Welzijns akkoord) en Hoofdlijnenakkoord Ouderen (HLO).
Zie de analyses die zijn opgesteld in het kader van het landelijke Houdbaarheidsonderzoek Wmo. Eindrapport verschijnt naar verwachting eind 2025. 2 Nu nog onderhandelingsakkoord, ondertekening eind 2025 verwacht. Maar voorbereidingen voor 1
implementatie worden wel getroffen (denk aan domein overstijgend indiceren).
20251203
5
Het gaat hierbij grosso modo om de volgende bewegingen: •
Van preventie naar gezondheid (beweging naar voren, meer algemene voorzieningen en netwerken in de wijk);
•
Integrale lokale teams (0-100), systeemgericht en met aandacht voor veiligheid;
•
Zo lang mogelijk thuis wonen (met passende ondersteuning, bescherming);
•
Aandacht voor complexe hulpvragen (over domeinen heen, in/door/uitstroom);
•
Vereenvoudiging van het stelsel om het toekomstbestendig te houden (arbeidsmarkt, financiën).
De gemeenten in Centraal Gelderland werken samen met ketenpartners aan die transformatie: •
Jeugd (Hervormingsprogramma en Toekomstscenario Jeugd- en gezinsbescherming): Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd 2025 en ontwikkeling van een Sociale Visie jeugd. Dit gebeurt langs vijf themalijnen:
•
o
Verbeteren regionale samenwerking
o
Versterken lokale toegang
o
Voorkomen complexe hulpvragen en bevorderen uitstroom
o
Versterken kind- en gezinsbescherming
o
Stevige verbindingen met aanpalende terreinen
Huiselijk geweld en Kindermishandeling: Herijking Samen Veilig, Herijking Regiovisie Huiselijk geweld en Kindermishandeling, Arnhem – Achterhoek 2024-2028. Denk hierbij ook aan de relatie met o.m. Ouderenmishandeling.
•
•
De transformatieopgave van Beschermd wonen naar Beschermd Thuis: Samenwerking binnen de gemeente, tussen de gemeenten en ook met aanbieders en woningcorporaties. Uitgewerkt in de Kadernota “Samen aan Zet – de volgende stap in de transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis”. IZA: Regiobeeld, Regiovisie en Werkagenda zijn in Centraal Gelderland vastgesteld.
3. Conclusie: De meerwaarde van samenwerking op Wmo De gemeenten in Centraal Gelderland hebben de komende jaren te maken met forse maatschappelijke uitdagingen, ook binnen de Wmo zelf. Dit vraagt veel inspanning (integraal beleid, inrichting, regelgeving) van gemeenten en ketenpartners. Het is nodig om elkaar als gemeenten daarin te gaan opzoeken, ondersteunen en aanvullen. Om dit te kunnen doen, biedt regionale samenwerking voordelen en is op onderdelen noodzaak. In deze paragraaf wordt samengevat wat de meerwaarde is van regionale samenwerking op de Wmo. Gedeelde maatschappelijke problemen De analyses in het kader van het landelijke Houdbaarheidsonderzoek Wmo tonen aan dat transformatie ook binnen de Wmo noodzaak is. De problematiek waar de gemeenten in deze regio de komende jaren voor staan heeft veel overeenkomsten: In onze regio wordt de vergrijzing relatief nijpend en is de afstand tussen de woonplaats van ouders en kinderen relatief groot. De krapte op de arbeidsmarkt (mede door de concurrentie met de WLZ) neemt toe. Ook hier zien we een toenemend beslag op de Wmo (niet alleen door ouderen, maar ook door jongvolwassen). 20251203
6
Een breed regionaal speelveld •Rijk •Zorgverzekeraars Landelijk •Zorgkantoor •(Zorg)partijen die hulp en ondersteuning Wmo bieden (en vaak ook Wlz - en ZvW-gefinancierd zijn of jeugdhulp bieden) •Overige zorgpartijen •Woningcorporaties Regionaal •Inkooporganisatie SDCG: Jeugd en Wmo •Samenwerking gemeenten Centraal Gelderland: Jeugd, IZA / AZWA, …
Lokaal
•Inwoners •Partijen sociale basis (inclusief lokale teams 0-100) •Partijen basiszorg lokaal (1e lijn)
De problemen waar gemeenten voor gesteld staan, spelen ook bij externe partners, zoals eerstelijnszorg, zorgaanbieders, welzijn, zorgverzekeraars en zorgkantoor. Die partijen zijn vaak (niet altijd) in meerdere gemeenten of regionaal georganiseerd (zie figuur hierboven). Zij hebben ook belang bij een regionale koers. Sturingsmogelijkheden op regionaal niveau Gemeenten hebben in de loop der jaren de facto minder sturingsmogelijkheden binnen Wmo gekregen t.g.v. jurisprudentie en wetgeving. Dat blijkt uit o.m. het landelijke Houdbaarheidsonderzoek. Ook is het gedrag van inwoners een lastig te beïnvloeden factor. De Wmo is een open einderegeling en de uitgaven staan mn. onder druk door externe factoren: demografie, Wlz, ZvW, woningmarkt, arbeidsmarkt, sociale zekerheid. Externe factoren beïnvloeden uitgaven Wmo sterker dan investeringen in sociale basis (de kost gaat voor de baat uit). Trend: Extra toestroom vanuit de zorg Steeds meer ouderen met een indicatie voor verpleeghuiszorg ontvangen die zorg buiten het verpleeghuis. Het aandeel verpleeghuisbewoners met een lichte indicatie (VV4) dat in een verpleeghuis woont is gedaald van 75 procent in 2015 tot 46 procent in 2023. Dat betekent dus ook meer leegstand in verpleeghuizen. In dat kader ligt er ook een kans als delen van verpleeghuizen tot geclusterde woonvormen met VPT omgevormd kunnen worden.
Voor mensen met zorgprofiel VV4 hanteren zorgkantoren sinds 2024 bij de zorginkoop het beleid ‘thuis, tenzij’. De verwachting is dat deze trend door zal zetten. Daardoor ontstaan er steeds meer woonzorgvormen buiten het verpleeghuis voor mensen met een Wlz-indicatie. Deze zorg vraagt heel veel van mantelzorgers. Dat vraagt daarmee ook veel van de Wmo. Kortom: Steeds meer zorgaanbieders gaan VPT zorg (volledig pakket thuis) bieden in de wijken. Er is steeds minder en later instroom intramuraal mogelijk. De zorg die aan huis geboden moet worden, wordt daardoor steeds complexer. Tegelijkertijd blijven inwoners die thuis VPT zorg ontvangen aanspraak maken op Wmo woningaanpassingen -voorzieningen en hulpmiddelen.
20251203
7
Het is dus belangrijk te zoeken naar (extra) sturingsmogelijkheden. Op regionaal niveau liggen nog onbenutte kansen: •
•
•
•
•
•
De transformatie van de sociale basis is primair een lokale aangelegenheid, die veel aandacht vraagt van de lokale teams en andere lokale partners. De eisen waar gemeenten aan moeten voldoen zijn echter gelijksoortig: Hierin kunnen gemeenten (en partners) elkaar nog meer helpen. Een succesvol georganiseerd voorveld is een randvoorwaarde voor houdbaarheid van de Wmo en ook van belang voor de omliggende gemeenten, omdat dit het beroep op schaarse tweedelijns voorzieningen kan dempen. Een belangrijke opgave is om vereenvoudiging van het stelsel te organiseren (binnen Wmo en binnen het hele sociaal domein). Dit vraagt om de organisatie van meer regionale samenhang. Daarmee wordt niet bedoeld om de lokale beleidsvrijheid in te perken, maar wel om samen te onderzoeken waar terminologie, bekostigingssystematiek etc. meer geharmoniseerd kunnen worden ten gunste van een efficiëntere inzet van schaars personeel en middelen; Vanuit toekomstbestendigheid en kosten is het nodig om gerichter te sturen op de (regionaal ingekochte) maatwerkvoorzieningen Wmo in aansluiting op lokale inkoop en de Wlzvoorzieningen. Als inrichtingskeuzes voor de toegang en inkoop van maatwerkondersteuning goed op elkaar aansluiten, zijn gemeenten ook beter in staat om te sturen op de uitgaven aan maatwerkondersteuning.
Vanuit inwonerperspectief is het bovendien van belang dat het stelsel een geheel is en dat niemand tussen de wal en het schip valt, zeker nu mensen vaker en langer thuis blijven wonen; Verder is het nodig (i.v.m. de arbeidskrapte en vanuit kostenbeheersing) de concurrentie te verminderen tussen de zorgsector en het sociaal domein (Wlz/ZvW- versus Wmo-gefinancierde ondersteuning) en meer onderlinge samenhang te organiseren. Ook dit is gezien het speelveld een (boven)regionale opgave; Innovatie in partnerschap met regionaal opererende aanbieders en opdrachtgevers (Wmo / Wlz / Zvw) is een andere knop om aan te draaien. Daarbij gaat het om domein overstijgend samenwerken (en indiceren): als de regio zich duidelijker als partij kan profileren t.o.v. zorgkantoren en zorgverzekeraars, kan daarmee meer impact georganiseerd worden; Tot slot kunnen gemeenten samen lobbyen richting Rijk, Zorgkantoor en Zorgverzekeraar.
De opgaves binnen de Wmo maken onderdeel uit van de bredere transformatie Tot nu toe is het perspectief vanuit de Wmo (en de Wmo doelgroepen) nog niet altijd voldoende meegenomen in de transformatie. Dat is een landelijke constatering, maar dat zien we ook regionaal terug. Met het oog op de genoemde maatschappelijke en beleidsmatige risico’s (ook i.r.t. aanpalende terreinen zoals Wlz) en kansen is het nodig om samen te bepalen wat er nu (en op termijn) nodig is als het gaat om de houdbaarheid van de Wmo. 20251203
8
Betrokkenen in de regio constateren ook dat er nu te weinig voordeel met de samenwerking wordt gedaan en dat er te weinig structureel van elkaar wordt geleerd. Daar is winst te behalen. Er moet ook een been bijgetrokken worden om het perspectief van de Wmo beter op de kaart te zetten bij andere transformatieprogramma’s (Jeugd, IZA/ AZWA, BW). Onze inzet op de Wmo is al voor een groot deel regionaal Op het gebied van de Wmo voeren de gemeenten (een deel van) de inkoop samen uit. Een groot deel van de gemeentelijke Wmo-uitgaven wordt besteed aan regionaal ingekochte hulp en ondersteuning (percentage via data-analyse nog nader te specificeren). Ook in het kader van de transformatie BW naar BT wordt regionaal samengewerkt (centrumgemeente Arnhem ontvangt hier een regionaal budget voor). Als de samenwerkende gemeenten nog beter (strategischer en pro-actiever) hun rol pakken in evaluatie en vraagarticulatie rond de inkoop Wmo, is daar ook voordeel bij te halen. Daarbij is het ook belangrijk dat de beschikbare data (structureel) beter benut worden voor analyse, monitoring en innovatie. Zo kan je de maatschappelijke probleemstelling koppelen aan de vraagarticulatie. Immers, de transformatie die iedereen nu lokaal vormgeeft, heeft ook impact op datgene wat samen regionaal wordt ingekocht.
Een voorbeeld hiervan is de trend dat (ambulante) basisbegeleiding steeds meer lokaal wordt ingekocht als onderdeel van de lokale infrastructuur. Dit heeft impact op de regionaal ingekochte zorg. Er ontstaat een grijs gebied tussen het voorliggende veld (lokale inkoop van voorliggende activiteiten) en specialistische zorg (regionale inkoop). Het volume (en daarmee het schaalvoordeel) van de regionale inkoop daalt, wat weer impact heeft op de concurrentiepositie t.o.v. de Wlz.
20251203
9
3. Aanpak
Dubbele vergrijzing
Mantelzorgpotentieel beperkt
Van BW naar BT
Hervormingsagenda
Financieel tekort en open einde
Schaarste arbeidsmarkt
Toenemende zorgzwaarte thuis
Wetgeving Wmo
Toekomstscenario
IZA / AZWA / HLO
Lokale transformatie agenda’s Samen leren
Samenhang organiseren
Prios Wmo regio
Samen verbeteren
Leidende principes & governance regio
1. Doelen Hoofddoel is om er samen voor te zorgen dat de ondersteuning vanuit de Wmo ook op termijn beschikbaar blijft voor die mensen die het echt nodig hebben, zodat de inwoners in deze regio in staat zijn om zelfstandig te blijven wonen en actief deel te nemen aan de maatschappij. Om dat te bereiken is het nodig om de uitdagingen waar de samenwerkende gemeenten staan effectiever en meer toekomstgericht het hoofd te bieden. Dat kunnen de gemeenten samendoen door: 3 • • • • •
Systematischer van elkaar te leren; Meer toekomstgericht te programmeren; Efficiënter samen te werken in aansluiting op de lokale opgaves en schaalvoordelen benutten; Effectiever integraal samen te werken tussen de domeinen en daarbij koppelkansen benutten; Resultaatgerichter te werken en beter te borgen en te communiceren wat is afgesproken.
2. Veranderstrategie Het Uitvoeringsplan Wmo 2026 is een praktisch plan als 1e stap in een meerjarige transformatie: •
We kijken vanuit een maatschappelijke probleemstelling met een brede blik naar de meerjarige ontwikkeling van de Wmo in relatie tot alle inwoners met zorg of ondersteuning op verschillende leefgebieden:
3
Zie uitgebreider in Startnotitie.
20251203
10
Veel gemeenten hebben hun Wmo-beleid binnen een bredere visie op het sociaal domein uitgewerkt. Immers, de verschillende Wmo doelgroepen hebben vaak niet alleen met de Wmo te maken, maar ook met de Jeugdwet, de GGZ, de Wlz en de Zorgverzekeringswet (etc). Daarom kijken we met brede blik naar de impact die de veranderingen in het sociaal domein hebben op deze doelgroepen en op ketenpartners en organiseren samenhang met aanpalende terreinen, als dat nodig is. •
We zetten in 2026 een eerste stap, waarbij we voorsorteren op een meerjarige aanpak door middel van een aantal concrete en actuele activiteiten, zonder vooruit te lopen op een evnetuele volgende stap.
Het Uitvoeringsplan wordt uitgewerkt langs drie themalijnen (of ontwikkellijnen): 1. Samen leren en ontwikkelen m.b.t. transformatievraagstukken Wmo: Het systematisch delen van kennis over lopende lokale of subregionale ontwikkelingen, zodat daarmee beter voordeel gedaan kan worden. Hieronder valt ook het versterken van onze informatiepositie o.a. d.m.v. casusanalyse en systematische data-analyse; 2. Samenhang organiseren: Adresseren en anders organiseren: Het proactief agenderen en zo nodig samen (anders) organiseren van gemeenschappelijke vraagstukken vanuit het perspectief van de Wmo in relatie tot Jeugd, IZA (AZWA) en BW (en de betrokken ketenpartners); 3. Samen verbeteren: Strategische inkoopvraagstukken (+ toezicht): Verbeteringen die we als gemeenten samen kunnen aanbrengen m.b.t. de inhoud en het proces van (de regionaal ingekochte) maatwerkvoorzieningen met het oog op de bredere transformatieopgave van de gemeenten (bijvoorbeeld huidige pilot begeleiding kleine groepen). Het gaat hier niet om de operatie zelf, maar om strategische vraagstukken gericht op verbetering van de vraagarticulatie (het WAT) en het daarbij beter benutten van kennis en data. Daarbij gaat het ook om vertaling van de strategie richting de operatie: Bijvoorbeeld verheldering over grenzen tussen regio – lokaal.
3. Uitgangspunten en criteria De regiogemeenten hebben in 2025 een aantal leidende principes vastgesteld. In de Startnotitie is aangegeven hoe we die vertalen naar de aanpak op de Wmo (zie bijlage 2). We sluiten aan bij de praktijk en ambities die in de regio zijn ontwikkeld als het gaat om samenwerking tussen gemeenten binnen de regio Centraal Gelderland. Het gaat vooral om het zoeken naar meerwaarde van en een passende vorm voor die samenwerking (Regionaal wat kan en lokaal wat moet): In aanvulling op de leidende principes hanteren we de volgende uitgangspunten: • •
We maken een onderscheid tussen samen leren (kennis delen) – samen ontwikkelen (beleid, pilots) - samen doen (zoals inkoop); We stimuleren en organiseren kennisdeling over lokale praktijken en ambities. Zo kunnen we bestaande praktijken slim verbinden, om de uitvoeringspraktijk te vereenvoudigen (kennislunch, inspiratiebijeenkomst, etc.) 20251203
11
• •
We hebben oog voor onderlinge overeenkomsten, zodat we kansen voor gezamenlijke ontwikkeling vergroten; Eenheid in verscheidenheid: Niet alles hoeft samen (cafetaria-model). Afhankelijk van de meerwaarde kiezen gemeenten met wie ze op een onderwerp samen willen leren, ontwikkelen of uitvoeren. Daarbij is het motto: Zwaan-kleef-aan.
Om te komen tot prioriteiten voor 2026, hanteren we de volgende criteria: •
Het moet: Er is een wettelijke verplichting en/of het thema draagt bij aan prioritaire doelen (zie inhoudelijke leidende principes). Plus: Is er een koppeling met prioriteiten op Jeugd, IZA, BW, inkoop in 2026.
•
NU: Actie in 2026 is nodig (i.v.m. termijnen of de volgorde der dingen).
•
Regionaal: Regionale aanpak heeft meerwaarde t.o.v. lokale aanpak (i.v.m. kwaliteit, kwetsbaarheid, kosten).
•
Het rendeert: De te verwachten impact van de interventie is relatief groot (i.r.t. doel en investering).
•
Het is te doen: Is realistisch en uitvoerbaar (en draagt bij aan verhoging efficiency en effectiviteit voor lokale teams en partners).
20251203
12
4. Prioriteiten voor 2026 1. Algemeen en randvoorwaarden Een nieuwe fase in de samenwerking Wmo Met dit Uitvoeringsplan Wmo 2026 wordt de samenwerking op de Wmo in Centraal Gelderland voor het eerst vertaald naar een concrete agenda, zoals bedoeld in de nieuwe governance structuur. Daarbij is nadrukkelijk gezocht naar de meerwaarde van schaal, zonder te treden in de lokale beleidsvrijheid. Juist omdat het hier om een eerste Uitvoeringsplan gaat, is scherp gekeken wat er nu in 2026 nodig en haalbaar is om een goede start te maken en tot concrete resultaten te komen. Vooruitlopend op een meerjarige aanpak In 2026 zal een volgende stap gezet worden met de ontwikkeling van een meerjarig Uitvoeringsplan 2027-2030. De financiële consequenties van dit plan moeten zodanig tijdig helder zijn, dat die in de lokale kadernota ’s en begrotingen 2027 meegenomen kunnen worden. De gedachte is om vanaf 2027 te gaan werken met een meerjarige aanpak, die jaarlijks flexibel aan te passen is aan veranderende omstandigheden. Aanbeveling daarbij is om steeds meer de verbinding met andere domeinen op te zoeken (Jeugd, Toekomstscenario, HGKM, IZA, etc.), wie weet in de toekomst uitmondend in een gezamenlijk integraal regionaal plan voor zorg & ondersteuning.
Randvoorwaarden Om de gestelde doelen op de Wmo te behalen, zijn er enkele generieke randvoorwaarden in de regionale samenwerking, die vanuit dit plan geagendeerd worden: Versterking van de regionale informatiepositie Om systematisch en proactief in te kunnen spelen op veranderingen, is het nodig om regionaal te beschikken over actuele informatie over regionale realisatie (inkoop), lokaal beleid (en lokale transformatie) en data over de Wmo in de 11 gemeenten (tellen en vertellen). Dit draagt ook bij aan onderbouwing van regionale voorstellen en keuzes over prioritering en samenwerking tussen bestuurlijke trekkers (domein overstijgend). Onderdeel hiervan is het ontwikkelen van periodieke rapportages en data-analyse, gericht op monitoring, (bij)sturing en innovatie (zie ook volgende punt). Dit onderwerp wordt (parallel aan dit plan) vanuit de inkooporganisatie opgepakt. Dit past ook bij de doorontwikkeling van het contractmanagement. Daaraan gekoppeld gaat het verder om de vertaling naar opgaven (opgavegericht werken) en de doorvertaling naar concrete beleidsdoelstellingen en KPI’s. Sturingscyclus i.r.t.
inkoop Om proactiever te kunnen sturen op doelen en ambities in relatie tot de aanbieders, is het nodig om opnieuw een systematisch proces van vraagarticulatie en evaluatie in het reguliere inkoopproces in te bouwen, zodat er periodieke wisselwerking ontstaat tussen gemeenten, aanbieders en inkoop 20251203
13
SDCG. Het gaat hierbij om systematische vraagstelling en opvolging van beleidskwesties in voortgangsgesprekken (Wmo en Jeugd). Dit punt komt ook aan de orde in bovengenoemd voorstel voor doorontwikkeling van het contractmanagement. Prioriteiten 2026 Aan de hand van de gestelde criteria (zie H 3.) zijn prioriteiten bepaald uit een groslijst met relevante onderwerpen op het gebied van de Wmo (zie bijlage 3.). Op basis daarvan zijn per themalijn 3 prioriteiten voor 2026 bepaald, die in de paragrafen 2. tot en met 4. worden toegelicht. In tweede instantie hebben we enkele prioriteiten voor 2026 moeten herschikken, omdat het plan anders binnen de bestaande middelen en uren niet uitvoerbaar zou zijn. Inhoudelijk worden deze activiteiten nog steeds van belang geacht (oranje blokken). Daarom zijn ze hier wel blijven staan. Ze worden (deels)doorgeschoven naar 2027. Mocht gaandeweg het jaar blijken dat het toch mogelijk is hier uitvoering aan te geven, dan zullen we die activiteiten in 2026 alsnog oppakken en afronden.
Prioriteiten Wmo 2026 Algemeen
Uitvoeringsplan Wmo 2027- 2030
1: Samen leren en ontwikkelen
Kennis uitwisselen over de lokale transformatie
Ontwikkelkracht bundelen bij verplichte onderdelen Wmo (hulpmiddelen)
Ontwikkelen van gemeenschappelijke taal op kernbegrippen *
2. Samenhang organiseren
Participeren vanuit de Wmo binnen het Uitvoeringsplan Jeugd en Toekomstscenario
Inventariseren wat de impact van IZA/AZWA op de Wmo is (als 1e stap)
Quick wins realiseren in relatie tot het arbeidsmarktvraagstuk
Grens Regionaal en Lokaal bepalen *
Invulling geven aan Wmo KwaliteitsToezicht
3. Samen verbeteren Verkennen wat de impact van de transformatie op de inkoop is Doorlopend vanuit 2025
Productbeschrijving Begeleiding kleine groepen
*Wordt deels doorgeschoven naar 2027.
20251203
14
2. Samen leren en ontwikkelen (Themalijn 1) Kennis uitwisselen over de lokale transformatie Wat gaan we doen? Kennisuitwisseling organiseren tussen gemeenten en met betrokken partijen over de aanpak van de (lokale) transformatie Wmo, om beter kansen te benutten voor (sub)regionale samenwerking (alleen prioritaire thema’s), zoals: •
Beweging naar voren: Beweging naar meer lokale (collectieve) algemene voorzieningen
•
Beweging naar zorg thuis en de verbinding met Wlz: Bijvoorbeeld (sub)regionale pilot Zorgzame buurten met Menzis
•
Sterke lokale teams 0-100
•
Prioriteiten i.r.t. wonen en mobiliteit (Groene Metropoolregio)
•
Kennisdelen over prestatieafspraken woningcorporaties (i.r.t. Wmo).
Om die kansen te benutten, moet er eerst beter inzicht zijn in de stand van zaken van de transformatie in elke gemeente. De eerste stap die in 2026 gezet moet worden is, om antwoord te formuleren op de volgende vragen: •
Waar staat elke gemeente wat betreft de lokale transformatie (met focus op Wmo)?
•
Welke kansen en uitdagingen liggen er?
•
Welke overeenkomsten en verschillen in koers en uitwerking zien we?
Het uiteindelijke doel is om schaalvoordelen beter te gaan benutten (bijv. zelfde koers i.r.t. aanbieders en zorgverzekeraars). Mogelijk biedt dit ook kansen voor een betere ingang (of lobby) richting zorgverzekeraar of zorgkantoor. Hier ligt ook een koppeling met themalijn 3: Samenwerking kan tot meer duidelijkheid (en gemeenschappelijke afspraken) richting aanbieders leiden. Op basis van het verkregen inzicht kan daarna (via separate besluitvorming) bepaald worden in hoeverre gemeenten bepaalde onderwerpen samen (sub)regionaal willen ontwikkelen. Ontwikkelkracht bundelen bij verplichte onderdelen Wmo (hulpmiddelen) Wat gaan we doen? Ontwikkelkracht bundelen met betrekking tot (verplichte) generieke dossiers. Er zijn verschillende generieke onderwerpen op de Wmo waar iedereen mee te maken krijgt en/of die voor elke gemeente verplichtingen met zich meebrengen. Die kunnen regionaal worden voorbereid (taken verdelen) om schaalvoordelen te behalen: De beschikbare ambtelijke capaciteit kan slimmer ingezet worden door de taken te verdelen (portefeuilles op onderwerp of expertise). Voor 2026 is het actueel om te verkennen of de verschillende subregionale samenwerkingen m.b.t. hulpmiddelen op te schalen zijn (zie Implementatie verbeteragenda hulpmiddelen). Alle gemeenten moeten hiermee aan de slag. Daarbij gaat het ook om het brandveilig stallen en delen van scootmobiels.
Hier ligt een relatie met AZWA. 20251203
15
Een ander mogelijk voorbeeld is domein overstijgend samenwerken en mentale gezondheid. Ontwikkelen van gemeenschappelijke taal op kernbegrippen Wat gaan we doen? De begrippen Eigen Kracht, Gebruikelijke hulp en Normaliseren definiëren en operationaliseren. Deze begrippen worden door alle gemeenten gebruikt, maar de definitie en operationalisering van deze begrippen is niet overal gelijk. Verheldering van deze begrippen is een randvoorwaarde om tot meer afstemming en eenvoud in het stelsel te komen. Het gaat erom met behoud van ieders lokale visie een gemeenschappelijke taal te vinden, zodat dit vertaald kan worden (geoperationaliseerd) naar lokale regelgeving (verordeningen) en afspraken met aanbieders (inkoop), zodat voor iedereen helder is wat bedoeld wordt. Dit is ook van relevant i.r.t. domein overstijgend indiceren (IZA). Daarnaast ligt er een relatie met Jeugd, voor wat betreft Sterke Lokale Teams. Herprioritering: Gezien de beschikbare middelen en uren, is dit onderwerp deels verschoven naar 2027.
3. Samenhang organiseren (Themalijn 2) Participeren vanuit de Wmo binnen het Uitvoeringsplan Jeugd en Toekomstscenario Wat gaan we doen? Het Wmo perspectief organiseren in Toekomstscenario en Hervormingsagenda. Daarbij gaat het om het toevoegen van het 18+perspectief (gezinsgericht en met oog op veiligheid) bij de ontwikkeling van de lokale teams 0-100. Uit analyses binnen de Toekomstscenario blijkt dat ouders zich nu vaak niet gehoord of gezien voelen door professionals in de keten. Het voornemen is om meer actief met hen samen te gaan werken. Daarbij gaat het ook om rechtsbescherming: dat is het recht van kinderen en ouders op informatie, participatie en ondersteuning in de besluitvormingsprocedure. Jeugd is een belangrijke prioriteit in de Wmo voor 2026: Het is “een rijdende trein” waar de Wmo in de regio op moet zien te springen. Daarbij gaat het niet alleen om het volgen wat er gebeurt, maar ook om het bundelen van expertise en waar gewenst participeren in werkgroepen Jeugd. Het is belangrijk dat hierin meer wisselwerking ontstaat tussen beide domeinen. Het gaat erom de kennis vanuit de Wmo en het perspectief van het gezinssysteem toe te voegen. Het thema van de overgang en doorlopende lijn 18-/18+ maakt hier een belangrijk onderdeel van uit.
Hier ligt een koppeling met de inkoop en met lokale regelgeving (verordeningen en beleidsregels) : Daarbij gaat het om het versterken van de doorgaande lijn tussen Jeugd en Wmo. Inventariseren wat de impact van IZA/AZWA op de Wmo is Wat gaan we doen? Inventariseren wat de gevolgen zijn van de afspraken binnen IZA/ AZWA (inclusief HLO) voor de Wmo en zo nodig issues agenderen of adresseren op de “IZA-tafels”. 20251203
16
De opgave voor 2026 is om eerst te inventariseren wat de impact van IZA/ AZWA op Wmo is, om dan vanuit dat overzicht tot keuzes te komen waarop concreet ingezet moet worden vanuit de Wmo. Nu ontbreekt dat overzicht en inzicht nog. Net als voor jeugd is dit een rijdende trein, die niet gemist mag worden. Bovendien ligt binnen dit domein de sleutel om de houdbaarheid van de Wmo op termijn in stand te houden. Quick wins realiseren in relatie tot het arbeidsmarktvraagstuk Wat gaan we doen? Meedenken bij de implementatie quick wins arbeidsmarkt schaarste. Vanuit Inkoop SDCG is een plan van aanpak gemaakt met daarin 10 makkelijke oplossingen voor de schaarste op de arbeidsmarkt (Wmo + Jeugd). Op dit moment wordt binnen dit plan nog naar prioriteitsstelling gezocht, op basis waarvan opdrachtverlening kan plaatsvinden. Het voornemen is om dit plan in 2026 te gaan implementeren. Dit gaat over quick wins voor de kortere termijn. Er wordt nog niet gekeken naar de langere termijn. Voor Wmo beleid in de regio zal dit niet veel tijd vergen, maar het is in relatie tot het maatschappelijke probleem wel een belangrijke activiteit. Voorbehoud is wel, dat er nog separaat besluitvorming over dit onderwerp moet plaatsvinden.
4. Samen verbeteren (Themalijn 3) Verkennen wat de impact van de transformatie is op de inkoop Wat gaan we doen? Verkennen in hoeverre het nodig is om de inkoop door te ontwikkelen, met het oog op de transformatie die nu gaande is (focus Wmo). Daarbij gaat het om aspecten, zoals: •
De doorgaande lijn inkoop Wmo en Wlz;
•
De samenhang tussen inkoop Wmo en Jeugd;
•
Alternatieven voor huidige zorgvormen.
Het gaat hier om doorontwikkeling van de rol van gemeenten als opdrachtgever voor de Wmo, juist nu gemeenten lokaal bezig zijn met transformatie van het lokale veld. Dat betekent dat er een verstaalslag gemaakt moet worden vanuit visie naar verwachtingen t.a.v. de inkooporganisatie en aanbieders. Belangrijk aspect is bijvoorbeeld de verbetering van de doorgaande lijn. Het gaat erom dat de infrastructuur (en de sturing daarop) zo wordt vormgeven dat dat ook aantrekkelijk blijft voor de markt. Als we de lijn met het voorliggende veld willen versterken, is het belangrijk meer toe te werken naar strategisch partnerschap. Hoewel dit een meer een randvoorwaardelijke kwestie is, die de Wmo overstijgt, wordt geadviseerd om in 2026 vanuit het perspectief van de Wmo wel te gaan verkennen wat hier nodig is. Dit is een eenmalige activiteit. 20251203
17
Dit sluit bovendien aan bij een ontwikkeling, die binnen de uitvoeringsorganisatie (Inkoop SDCG) al gaande is m.b.t. bestuurlijke overlegtafels en doorontwikkeling van het contractmanagement (besluitvorming loopt parallel aan die uitvoeringsplan). Grens Regionaal en Lokaal bepalen Wat gaan we doen? Helderheid creëren over de afbakening van de grens tussen regionale en lokale inkoop en de overgang daartussen goed regelen (mede i.v.m. houdbaarheid Wmo). Daarbij gaat het bijvoorbeeld om vragen als: •
Wat kunnen we samen vereenvoudigen (regionale basisset) en wat is couleur locale (lokale basisset)?
•
Wat is de impact van de beweging naar voren op sturing, bekostiging en inkoop? Bijv. begeleiding (basis Wmo) verschuift naar (lokaal) voorveld. Wat doet dit voor volume inkoop en arbeidsmarkt?
Het is belangrijk om in 2026 eerst samen te bepalen waar die grens tussen lokaal en regionaal nu ligt, zodat iedereen dat weet. Het uiteindelijke doel is dat de portefeuillehouders weten aan welke knoppen ze kunnen draaien. Hierin kunnen gemeenten ook van elkaar leren: Puzzelen met data en onderling vergelijken helpen daarbij. Ook dit punt sluit in de tijd goed aan bij ontwikkelingen binnen Inkoop SDCG. Herprioritering: Gezien de beschikbare middelen en uren, is dit onderwerp deels verschoven naar 2027. Invulling geven aan Wmo Kwaliteitstoezicht Wat gaan we doen? In overleg met de uitvoeringsorganisatie bepalen hoe we invulling willen geven aan Wmo Kwaliteitstoezicht. Wmo Kwaliteitstoezicht betreft een wettelijke verplichting en dit onderwerp is actueel in 2026. Parallel aan dit uitvoeringsplan ligt een stuk ter besluitvorming vanuit Inkoop SDCG over een landelijk toetsingskader Wmo Kwaliteitstoezicht. Vanuit een opdracht tot verkenning die de GGD zelf heeft uitgevoerd m.b.t. de toekomst van het Wmo- Kwaliteitstoezicht (samenwerking GGD met andere GGD-regio’s), is geadviseerd om meer signaalgestuurd toezicht uit te voeren naast het proactief toezicht. Het is belangrijk om vanuit beleid hierin het voortouw te nemen in nauwe samenwerking met de kwaliteitscoördinator van Inkoop SDCG, omdat daar de expertise en ervaring is verworven in de afgelopen 6 jaar m.b.t.
de uitvoering van het toezicht.
20251203
18
5. Organisatie en financiën 1. Organisatie en planning Globale planning activiteiten De tabel op de volgende pagina toont een schematisch overzicht van de planning van de voorgenomen activiteiten. Per onderwerp wordt steeds een (globaal) resultaat, termijnen en actoren opgesomd. Volgens de werkwijze binnen huidige governance zal dit na vaststelling van het Uitvoeringsplan Wmo vertaald worden naar opdrachten die binnen kaders van dit plan passen. Het voornemen daarbij is om dit 1e jaar veel kort cyclische activiteiten te ontplooien, om met uitkomsten en resultaten daarvan in 2027 een logische follow up te kunnen organiseren. In het overzicht bedoelen we met ”actoren” in eerste instantie de betrokken trekkers vanuit beleid Wmo (en soms inkoop SDCG). In de tabel benoemen we de volgende categorieën: •
Regioadviseur Wmo (RA)
•
Beleidsmedewerker gemeenten (BG)
•
Themagroep (T)
•
Werkgroepen.
De momenten van de geplande Themagroepen zullen ook benut worden voor leer- en ontwikkelsessies. Als er een product opgeleverd moet worden of besluitvorming moet worden voorbereid dan is uitvoering door een werkgroep in ieder geval nodig. Uiteraard zullen we in de uit te werken opdrachten steeds concreet duidelijk maken wie op welke manier nog meer betrokken wordt. Denk daarbij aan de volgende mogelijke betrokkenen: •
Inkoop SDCG
•
Gemeenten: Ambtenaren andere domeinen; colleges/ raden
•
Andere regionale programma’s: Jeugd, Toekomstscenario, IZA, BW, HGKM
•
Aanbieders en andere ketenpartners
•
Ervaringsdeskundigen.
20251203
19
Prioriteiten 2026 Algemeen Onderwerp Resultaat Wanneer Wie
Uitvoeringsplan Wmo 2027-2030 Voorstel met begroting (richting colleges) Q1 - Q2 Werkgroep
1: Samen leren en ontwikkelen Onderwerp
Kennis uitwisselen over de lokale transformatie
Resultaat
Werksessie + Dynamisch ambtelijk werkdocument, ter verkenning follow up
Wanneer Wie
Q1 RA + Themagroep
Ontwikkelkracht bundelen bij verplichte onderdelen Wmo (hulpmiddelen) • Werkafspraken over taakverdeling • Notitie verkenning voor RPO Q1 en Q3 • Themagroep • Werkgroep
Ontwikkelen van gemeenschappelijke taal op kernbegrippen Notitie met voorstel voor RPO
Q4 2026 – Q1 2027 Werkgroep
2. Samenhang organiseren Onderwerp
Participeren vanuit de Wmo binnen het Uitvoeringsplan Jeugd en Toekomstscenario
Inventariseren wat de impact van IZA/AZWA op de Wmo is
Resultaat
Deelname in werkgroepen jeugd en /of aanleveren expertise Wmo Heel 2026 RA + BG + Themagroep
Werksessie + Dynamisch ambtelijk werkdocument, ter verkenning follow up Q2 RA + BG + Themagroep
Wanneer Wie
Quick wins realiseren in relatie tot het arbeidsmarktvraagstuk (o.v.b. akkoord op opdracht) Adviesrol vanuit beleid Wmo in werkgroep Inkoop n.t.b. Inkoop SDCG + RA + BG
3. Samen verbeteren Onderwerp Resultaat Wanneer Wie
Verkennen wat de impact van de transformatie op de inkoop is Werksessie + Ambtelijk werkdocument, ter verkenning follow up Q2 RA + BG
Grens Regionaal en Lokaal bepalen
Invulling geven aan Wmo Kwaliteitstoezicht
Notitie met voorstel voor RPO
Voorstel voor RPO
Q4 2026 - Q1 2027 Werkgroep
Q4 Werkgroep + Inkoop SDCG
Doorlopend vanuit 2025 Onderwerp Resultaat Wanneer Wie
Productbeschrijving Begeleiding kleine groepen Productbeschrijving Q1 en Q2 Werkgroep + Inkoop SDCG 20251203
20
Urenraming 2026 Op basis van bovenstaande planning van activiteiten per themalijn is een raming gemaakt van de benodigde uren voor de verschillende rollen of functies. Deze raming past binnen de begroting van dit Uitvoeringsplan en is daarmee gemaximeerd op 2331 uur (gemeenten inclusief Regioadvies). De uit te werken opdrachten moeten binnen deze raming passen. Zie bijlage 4. Interne verschuivingen binnen het totaal zijn mogelijk zolang het maximum per kolom niet overschreven wordt. In dit plan was aanvankelijk voorzien in de toevoeging van (572) uren voor een regionale beleidsadviseur (medior). Aangezien hier geen dekking voor gevonden is, heeft er in tweede instantie een herprioritering plaatsgevonden binnen de beschikbare middelen en uren. Verdeelsleutel uren per gemeente De totale vereiste inzet in 2026 voor alle gemeenten samen komt neer op 1179 uur (gebaseerd op 48 weken/ jaar). We hanteren daarbij een vergelijkbare verdeelsleutel voor de inzet per gemeente als bij jeugd. Voor de Wmo gaan we uit van het aantal 18plussers per 1-1-2024. Op basis daarvan komen we tot de volgende verdeling: Gemeente
18+ per 1-1-2024
% 18+
Urenverdeling 2026
Arnhem
137777
34,8%
410
Doesburg
9465
2,4%
28
Duiven
20573
5,2%
61
Lingewaard
38472
9,7%
114
Overbetuwe
38985
9,8%
116
Renkum
26374
6,7%
79
Rheden
36577
9,2%
108
Rozendaal
1424
0,4%
5
Wageningen
36723
9,3%
110
Westervoort
12382
3,1%
37
Zevenaar
37354
9,4%
111
Totaal regio
396106
100,0%
1179
20251203
21
NB! Aandachtspunt is dat voorkomen moet worden dat de inzet te versnipperd wordt ingezet. Immers voor enkele gemeenten gaat het om heel weinig uren. Advies is om te komen tot subregionale samenwerking en portefeuilleverdeling per opdracht, om zo tot een efficiënte verdeling van taken te komen.
2. Begroting Kostenopstelling: Op basis van de urenraming voor 2026 is een begroting voor 2026 opgesteld: 24 uur Regioadviseur Wmo (schaal 12) Activiteitskosten Totaal
135.000 10.000 145.000
De MGR rekent geen overheadkosten, omdat bij de begroting is uitgegaan van een inhuurtarief en omdat het om tijdelijke inzet gaat. Dekking: (SPUK) IZA: Voor 2026 is een IZA-aanvraag gedaan van €150.000. De besluitvorming over de dekking van de IZAmiddelen voor 2026 vindt parallel aan de besluitvorming over dit plan plaats. Aangezien de dekking voor dit plan gevonden wordt binnen IZA, ligt hier een afhankelijkheid (en daarmee een voorbehoud). Deze aanvraag is een vervolg op die van 2025: Over 2025 was ook al een IZA (SPUK)-aanvraag voor de inzet van een Regioadviseur WMO gehonoreerd van €120.000 (via de gemeente Wageningen). Deze aanvraag is doorgetrokken naar 2026. Daarnaast is een nieuwe aanvraag gedaan voor een extra bedrag van €30.000.
3. Vervolgproces Dit Uitvoeringsplan zal na vaststelling in het RPO Zorg voor akkoord doorgeleid worden naar de 11 colleges in Centraal Gelderland Er is ook een verlenging (en actualisering) nodig van het Addendum bij het DVO t.b.v. tijdelijke uitvoering regioadvies Wmo voor 2026. Besluitvorming in het DB hierover vindt in het verlengde van de besluitvorming over dit Uitvoeringsplan plaats. Het vastgestelde Uitvoeringsplan zal gedeeld worden in de 11 gemeenten, met Inkoop SDCG en met projectleiders resp. regioadviseurs van de betrokken domeinen (Jeugd, Toekomstscenario, BW, HGKM en IZA). Vooruitlopend daarop is al gestart met het uitwerken van opdrachten. In het Managersoverleg zal bepaald worden wie de rol van bestuurlijk opdrachtgever, ambtelijk opdrachtgever en ambtelijk opdrachtnemer op zich zal nemen. Randvoorwaarde is dat de opdrachten passen binnen de kaders van dit plan (inhoudelijk, organisatorisch en financieel). Daarna zal ook de werving van de regioadviseur (en eventueel de regionale beleidsmedewerker) plaatsvinden. 20251203
22
In de verdere uitwerking ligt een belangrijke taak voor de regioadviseur Wmo om in 2026 te blijven sturen op samenhang met Jeugd, Toekomstscenario, IZA/AZWA, BW en HGKM, om op die manier efficiënt en effectief met inzet van mensen en middelen om te gaan. Bij de uitvoering zal steeds actief de verbinding gezocht worden met de werkgroepen en tafels die binnen de regio Centraal Gelderland op andere domeinen al functioneren. Zo voorkomen we overlap en versterken we de samenhang. Ook als het gaat om de relaties met het veld, zoeken we eerst de aansluiting via bestaande tafels, voordat we overwegen er iets nieuws naast te zetten.
20251203
23
BIJLAGEN
1. Kerngegevens regio Centraal Gelderland Wmo 2. Leidende principes regio in relatie tot het Uitvoeringsplan Wmo 3. Groslijst activiteiten 2026 4. Urenraming activiteiten 2026
20251203
24
1. Kerngegevens regio Centraal Gelderland Wmo BEVOLKING 160000
Aantal 18+ per gemeente
2020
2021
2022
2023
2024
2025
140000 120000 100000 80000 60000 40000 20000
ar Ze ve na
W
es
te
rv
in
ge
oo rt
n
l W ag
en
nd aa
Ro
ze
ed en Rh
ku m Re n
uw e et
rd
O ve rb
ew aa
ive n
Li ng
Du
Do
Ar
nh
em
es bu rg
0
PRODUCTEN Gemeente
Waarde Toewijzing
Benutting
Benuttings%
Arnhem Zevenaar Rheden Overbetuwe Renkum Duiven Wageningen Westervoort Doesburg Rozendaal Totaal
€ 23.518.340 € 8.303.658 € 7.048.321 € 6.113.813 € 5.230.528 € 5.103.599 € 3.335.550 € 2.606.015 € 2.540.959 € 78.057 € 63.878.839
€ 19.057.807 € 7.157.105 € 6.051.110 € 5.180.376 € 4.162.806 € 3.764.592 € 2.283.708 € 2.254.543 € 2.108.076 € 62.720 € 52.082.841
81,00% 86,20% 85,90% 84,70% 79,60% 73,80% 68,50% 86,50% 83,00% 80,40% 81,50%
20251203
25
20251203
26
HO per leeftijdsgroep: Aantallen cliënten en benutting in €
BG per leeftijdsgroep: Aantallen cliënten en benutting in €
20251203
27
2. Leidende principes regio in relatie tot het Uitvoeringsplan Wmo De regiogemeenten hebben in 2025 een aantal leidende principes vastgesteld. Hieronder wordt aangeven hoe we die vertalen naar de aanpak op de Wmo. De eerste 2 zijn principes op inhoud en de laatste 4 op samenwerking: 1. We hebben focus en stellen prioriteiten. De gezamenlijke opgaven zijn daarbij leidend De meerwaarde van regionale samenwerking zit in de opgaven waar iedere gemeente voor staat. Opdrachten die geen bijdrage leveren aan deze gezamenlijke opgaven krijgen geen regionale prioriteit. We bundelen onze krachten en maken gebruik van elkaars expertise. De leidende opgaven hebben een tijdelijk karakter. Voor nu zijn het: •
Hervormingsagenda Jeugd
•
IZA/GALA
•
Transitie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis
•
Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming
Toepassing voor Wmo: Bij het benoemen van raakvlakken en samenhang, ligt de focus en prioriteit op de relatie tussen Wmo en de 4 leidende opgaves. 2. We zetten in op preventie, gezondheid en stevige sociale basis en sluiten aan op algemeen toegankelijke ondersteuning De inwoner staat hierbij centraal; we gaan uit van de kracht van de inwoner en de samenleving. Het start met elkaar kennen en ontmoeten (in de wijk, de buurt, de stad, het dorp) Naar elkaar omkijken en helpen (laagdrempelige ondersteuning, jongerenwerk, ouderenbeleid, verbinding met huisarts) Met waar nodig: kortdurende lichte professionele zorg (ambulante jeugdzorg, wmo aanbod). In geval van ernstige problematiek: (medisch) specialistische zorg in samenhang laten aansluiten (politie, 2e lijnszorg). Met aandacht voor in-, door- en uitstroom. Toepassing voor Wmo: De kern van de Wmo-opdracht valt binnen dit inhoudelijke leidende principe. In feite wordt hier een transformatie beschreven waar regiogemeenten op inzetten en waar ook binnen de Wmo mede uitvoering aan moet worden geven. 3. We zijn transparant, eerlijk en open 4. Het collectieve resultaat staat in de samenwerking centraal 5. We verdelen taken over degenen met de juiste expertise 6. We creëren een goede samenwerkingsomgeving
20251203
28
Toepassing Wmo: Bij het opzetten van dit plan van aanpak hebben we deze 4 leidende principes gehanteerd. En ook bij de uitvoering ervan hanteren we dit als leidraad voor ons handelen.
3. Groslijst activiteiten 2026 Onderwerp
Prio in 2026 4
Themalijn 1: Samen leren 1. Kennisuitwisseling organiseren met betrokken partijen over de aanpak van de (lokale) transformatie Wmo, om kansen te vinden voor (sub)regionale samenwerking (alleen prioritaire thema’s), zoals: • Beweging naar voren: Beweging naar meer lokale (collectieve) algemene voorzieningen • Beweging naar zorg thuis en de verbinding met Wlz: Bijvoorbeeld pilot Menzis • Sterke lokale teams 0-100 • Prioriteiten i.r.t. wonen en mobiliteit (Groene Metropoolregio)
1
2. Ontwikkelkracht bundelen om samen (regionaal of subregionaal) lokale pilots Wmo in het voorveld te ontwikkelen: 3. Verkennen of de verschillende subregionale samenwerkingen m.b.t. hulpmiddelen op te schalen zijn:
2
Zie Implementatie verbeteragenda hulpmiddelen Scootmobiels: brandveilig stallen en delen Zie ook AZWA 4. Verkennen of het zinvol is meer regionaal op te trekken in vraaggericht vervoer (VAV) Zijn er aanbieders zijn die het vervoer zelf willen/kunnen verzorgen en dan evt. ontschot vervoer (dus wlz en wmo samen). 5. Kennis delen over de benodigde aanpak m.b.t. implementatie wetswijziging Wmo per 2027
3
Voorgenomen wetgeving inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo-hulp (ivb) per 2027 6. Gemeenschappelijke taal ontwikkelen voor het begrip Eigen Kracht Overzicht maken van de lokale omschrijvingen van “eigen kracht” om daarin een gemeenschappelijke taal te vinden. Toevoeging: Ook taal over normaliseren
4
3
Prio 1 = hoogste prio / meest gescoord
20251203
29
Onderwerp
Prio in 2026
Themalijn 2: Samenhang organiseren 7. Het Wmo perspectief m.b.t. het arbeidsmarktvraagstuk inbrengen op de IZA- en Jeugd-tafels
3
Hier zit ook een relatie met inkoop (concurrentie op arbeidsmarkt tussen WLZ en Wmo, zie hieronder) 8. Inventariseren wat de gevolgen zijn van de afspraken binnen IZA/ AZWA (inclusief HLO) voor de Wmo en zo nodig issues agenderen of adresseren Voorbeelden: • Hulpmiddelen • Relatie inkoop Wmo en WLZ • Domein overstijgend indiceren • Beperking instroom WLZ heeft impact op Wmo: Zie ook samen leren, pilot in Arnhem (Menzis) 9. Het Wmo perspectief inbrengen (participeren in) bij Toekomstscenario en Hervormingsagenda als het gaat om het kijken met 0-100 blik naar de ontwikkeling van de lokale teams (gezinsgericht en m.b.t. veiligheid)
2
1
10. Verkennen wat er nodig is om de aansluiting 18- / 18+ te verbeteren (integraal met jeugd) en zo nodig daar met voorstellen voor komen
3
Onderwerp
Prio in 2026
Themalijn 3: Samen verbeteren (strategische inkoopvraagstukken) 11. Samen helderheid creëren over de afbakening van de grens tussen regionale en lokale inkoop en de overgang daartussen goed regelen (mede i.v.m. houdbaarheid Wmo) Bijvoorbeeld: • Wat kunnen we samen vereenvoudigen (regionale basisset) en wat is couleur locale (lokale basisset)? • Wat is de impact van de beweging naar voren op sturing/ bekostiging/ inkoop? Bijv. begeleiding (basis Wmo) verschuift naar (lokaal) voorveld. Wat doet dit voor volume inkoop en arbeidsmarkt? 12. Onderzoeken in hoeverre het nodig is om de inkoop door te ontwikkelen, met het oog op de transformatie die nu gaande is. Daarbij gaat het om aspecten, zoals:
2
1 20251203
30
Onderwerp • • •
Prio in 2026
De doorgaande lijn inkoop Wmo en Wlz De samenhang tussen inkoop Wmo en Jeugd Alternatieven voor huidige zorgvormen
13. Inzicht vergroten en afspraken maken m.b.t. Grip op lokaal maatwerk: Er loopt een onderzoek om grip op maatwerk (jeugd en wmo) te krijgen (advisering vanuit inkoop). Onderzoeken waarom er zoveel maatwerkcontracten zijn.
5
14. Systematischer en meer toekomstgericht werken aan de relatie met aanbieders Opschalen van problemen met aanbieders over kwaliteit en levering. Monitoring voorkomen uitval (datagestuurd) 15. Productbeschrijving Wmo begeleiding kleine groepen maken Lopende werkgroep Wmo: Deadline is uitgesteld naar juni 2026
3
3
16. Definitie en toepassing Groepsbegeleiding verhelderen Uitgangspunt: groepsaanpak tenzij... beter nuanceren en flexibeler toepassen. Wat is impact voor de doelgroep/ budget? 17. Uitvoeren van het plan voor quick wins op de arbeidsmarkt Het plan gericht op 10 makkelijke oplossingen ivm schaarste wordt in 2026 uitgevoerd 18. Met elkaar uitwisselen hoe invulling te geven aan Wmo Toezicht Welke kwaliteit is gewenst en wat is daarvoor nodig? Bijvoorbeeld: Meer proactief, meer interactie nodig 19. Verkennen waar samenwerking in de lokale backoffices zinvol is
4
3
5
20251203
31
4. Urenraming activiteiten 2026 Globale urenraming per activiteit in 2026 (gebaseerd op 48 weken/ jaar): Onderwerp Algemeen UvP 27 - 30 Themagroep Opdrachten 2027 Onvoorzien Subtotaal Samen leren Lokale transformatie: sessie en verkenning Ontwikkelkracht: notitie Taal: notitie Subtotaal Samenhang organiseren
De 11 gemeenten
Regioadvies
Totaal 2026
119 264 46 100
200 72 72 56
319 336 118 156 940
87 76 32
84 72 32
171 148 64 372
Jeugd: expertise en deelname
110
144
254
IZA: sessie en inventarisatie
100
144
244
Advies quick wins arbeidsmarkt Overige Subtotaal Samen verbeteren
32 16
32 60
64 76 638
Inkoop: sessie en verkenning
64
72
136
Grens lokaal en regionaal: notitie Kwaliteitstoezicht: notitie Subtotaal Uit 2025 Productbeschrijving Kleine groepen
48 60
32 56
80 116 332
25
24
49
1179
1152
2331
Totaal Gebaseerd op inzet 48 weken
20251203
32