Uitvoeringsplan Jeugd Regio Centraal Gelderland - definitief
Tekst van het document
Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd 2024 en verder
1
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 Hoofdstuk 1 – Inleiding ............................................................................................................................ 3 1.1 Van visie naar uitvoering ............................................................................................................ 3 1.2 Samenwerking ............................................................................................................................ 3 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 – Regionale Samenwerking ................................................................................................ 4 2.1 Goede beweging ........................................................................................................................ 4 2.2 Doorontwikkeling ........................................................................................................................ 4 Hoofdstuk 3 - Onze context: actuele ontwikkelingen ..............................................................................
5 3.1 Een sector onder druk ................................................................................................................ 5 3.2 Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 ...................................................................................... 6 3.3 Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming ...................................................................... 7 Hoofdstuk 4 – De Regionale prioriteiten .................................................................................................. 9 4.1 Thema Kind- en Gezinsbescherming ....................................................................................... 10 4.2 Thema Sterke Lokale Toegang ................................................................................................ 12 4.3 Thema Complexe Hulpvragen ................................................................................................. 14 Hoofdstuk 5 – Financiën en organisatie ................................................................................................ 16 5.1 Regionale Begroting Jeugd ...................................................................................................... 16 5.2 POK- middelen Toekomsttuin ..................................................................................................
17 5.4 Team Regionaal Adviseurs Jeugd ........................................................................................... 18 5.5 Themagroepen en Werkgroepen ............................................................................................. 18 5.6 Monitoren, leren en verbeteren ................................................................................................ 18 5.7 Communicatie .......................................................................................................................... 19 5.8 Ervaringsdeskundigheid ........................................................................................................... 19 Bijlage 1 – Leidende principes............................................................................................................... 20
2
Hoofdstuk 1 – Inleiding
1.1 Van visie naar uitvoering Eind 2021 is de regiovisie ‘Samenwerking en Opdrachtgeverschap Jeugd, Wmo, Beschermd Wonen’ voor de regio Centraal Gelderland vastgesteld. Deze regiovisie heeft een hoog abstractieniveau. Voor u ligt het Regionale Uitvoeringsplan Jeugd van de regio Centraal Gelderland. Hierin maken we de vertaling van de regiovisie naar uitvoering voor 2024 en verder. In het Uitvoeringsplan wordt beschreven hoe de gemeenten de drie thema’s: Kind- en Gezinsbescherming, Versterken Lokale Toegang en Complexe Hulpvragen, gezamenlijk willen uitvoeren. De thema’s staan onderling met elkaar in verbinding en kunnen dus niet los van elkaar worden gezien. De successen of knelpunten binnen één thema hebben direct invloed op de successen en knelpunten in de andere thema’s. Landelijke ontwikkelingen kunnen in de komende jaren aanleiding zijn om sommige activiteiten binnen de drie thema’s te heroverwegen of bij te stellen. 1.2 Samenwerking In Centraal Gelderland wordt binnen het sociaal domein al een aantal jaar intensief samengewerkt. De eerste jaren na de decentralisatie stonden vooral in het teken van het op orde brengen van de basis. Er is veel tijd en energie gestoken in het oppakken van de nieuwe taken, de inrichting en optimalisatie van systemen en het op orde krijgen van de daarbij behorende processen.
In de regio mogen we met trots zeggen dat gezamenlijk mooie resultaten zijn geboekt. Dat betekent niet dat we achterover kunnen leunen. Ons vizier is gericht op de toekomst. Kijkend naar de huidige situatie en naar de landelijke ontwikkelingen. De ontwikkelingen zoals het Toekomstscenario en de Hervormingsagenda Jeugd vragen er om dat we in gesprek blijven en de handen ineen blijven slaan. In Centraal Gelderland staan we de komende jaren hiermee voor een spannende en uitdagende opgave. We kunnen gezamenlijk werken aan een regio waarin alle jeugdigen gezond en veilig kunnen opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen. 1.3 Leeswijzer In dit plan wordt in hoofdstuk 2 eerst ingegaan op de regionale samenwerking. In hoofdstuk 3 worden actuele ontwikkelingen genoemd welke effect hebben op de uitvoering. De thema’s worden uitgewerkt in hoofdstuk 4, met telkens een korte samenvatting, wat er al gebeurt en wat in 2024 en verder extra aandacht vraagt. Hoofdstuk 5 gaat over de organisatie en financiën.
3
Hoofdstuk 2 – Regionale Samenwerking 2.1 Goede beweging Regionale samenwerking is geen nieuw fenomeen, ook niet in de regio Centraal Gelderland. Na de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeente heeft de regio Centraal Gelderland een goede beweging in gang gezet en is hard gewerkt aan de beoogde transformatie. Gemeenten in de regio werken vanaf het begin samen met lokale partners en zorgaanbieders aan transformatie vraagstukken in het jeugdstelsel. In 2017 is een transformatieagenda voor jeugdhulp opgesteld. Naast samenwerking rondom transformatievraagstukken, heeft de regio het onderdeel inkoop regionaal georganiseerd. Voor de inkoop van zorg op het gebied van Wmo en Jeugd trekken we regionaal met elkaar op, zodat zorgaanbieders niet 11 verschillende contracten hoeven af te sluiten, maar één aanspreekpunt hebben namens onze regio. De regionale samenwerking heeft eerst in 2017 een formele vorm gekregen: de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Centraal Gelderland (MGR). Tot die tijd werd al samengewerkt maar dan op basis van overeenstemming. Met de komst van deze regeling zijn de diverse overlegvormen gepositioneerd. Zo kennen we een Regionaal Portefeuille Overleg Zorg (RPO Zorg), welke bestaat uit de portefeuillehouders Jeugd van de 11 gemeenten en een voorzitter. Waarin we met elkaar samenwerken en van elkaar leren en delen.
Voor onze opgaven binnen Jeugd hebben we gezamenlijk een regionaal budget vrijgemaakt. Vanuit dit budget geven we invulling aan regionale projecten Jeugd, welke ambtelijk worden ondersteund door een team van regionale adviseurs Jeugd. 2.2 Doorontwikkeling In de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 ligt een grote nadruk op verdere samenwerking tussen gemeenten, tussen gemeenten en aanbieders, en die tussen gemeenten, aanbieders en andere domeinen. De consistentie van samenwerken zou rust moeten brengen in het zorglandschap en voor (specialistische) jeugdhulpaanbieders. Er ligt een opgave om deze samenwerking te versterken. Gemeenten moeten bijvoorbeeld taken beleggen bij een regionale entiteit en jeugdhulpaanbieders moeten zich anders gaan verhouden tot de jeugdregio’s. Dit is noodzakelijk voor een goede beschikbaarheid van jeugdhulp. Deze maatregelen zijn een grote operatie en hangen nauw samen met het effectueren van standaardisatie van inkoop, kwaliteit en administratie. We kunnen op veel gebieden er dus niet meer om heen om regionaal de samenwerking op te zoeken. Binnen de regio Centraal Gelderland constateren we dat al goed op weg zijn binnen de regionale samenwerking, we beginnen niet op een nul. Een volgende stap gezien de Hervormingsagenda Jeugd is om vanuit een gezamenlijk verantwoordelijkheid de doorontwikkeling van de regionale samenwerking verder vorm te geven.
Waarbij gewerkt wordt vanuit een gemeenschappelijke regionale visie welke past bij de actuele ontwikkelingen. Zodat we gezamenlijk kunnen werken aan een duurzame, gezonde en veilige regio. Voor inwoners, met gemeenten.
4
Hoofdstuk 3 - Onze context: actuele ontwikkelingen In dit hoofdstuk staan ontwikkelingen benoemd die van invloed zijn op de activiteiten binnen de drie thema’s in 2024 en verder. 3.1 Een sector onder druk De meeste jeugdigen groeien gezond en gelukkig op. Tegelijk zien we in onze regio net als bij het landelijk beeld een toenemend gebruik van de jeugdzorg. Bijna één op de zeven kinderen in ons land krijgt een vorm van jeugdzorg. Er is vooral een explosieve groei van ‘lichte’ vormen van jeugdzorg. De voornaamste oorzaken van het hoge aantal kinderen en gezinnen dat een beroep doet op de Jeugdwet zijn van maatschappelijke en context-bepaalde aard. Armoede, schulden, huisvestingsproblemen, de druk van de prestatiemaatschappij, problematiek van ouders, knelpunten in het onderwijs: dit alles is van invloed op kinderen en gezinnen en daarmee op de vraag naar jeugdzorg1. De manier waarop we de hulp en bescherming van kinderen en gezinnen, kortweg kind- en gezinsbescherming, nu hebben geregeld, knelt. Diverse onderzoeken bevestigen dat. Het oplopende personeelstekort heeft steeds meer impact. Het is een probleem dat niet uniek is voor de zorg, maar ook speelt bij partners als het onderwijs en partners op het gebied van veiligheid. Het zorgt voor lange wachttijden en een hogere caseload in de uitvoering, terwijl we die caseload juist willen en moeten verlagen.
Daarnaast spelen knelpunten als hoge werkdruk, administratieve lastendruk, gebrek aan beschikbaarheid van zorg door tekortschietende inkoop op het juiste schaalniveau, organisatiewijze, voortschrijdende wetenschappelijke kennis en visies (lange tijd zijn de schadelijke effecten van uithuisplaatsingen onvoldoende onderkend) of het geven van individuele antwoorden die eigenlijk worden veroorzaakt door brede maatschappelijke vraagstukken. Tevens neemt de financiële druk binnen de sector toe. Als grote aanbieders financieel in de problemen komen, zal hun brede aanbod niet eenvoudig door andere aanbieders kunnen worden overgenomen. Dit betekent een reëel risico op de beschikbaarheid van voldoende jeugdzorg. Bovendien neemt de vraag naar jeugdzorg nog steeds toe en is het de verwachting dat deze vraag in de toekomst alleen maar zal blijven toenemen. Op een gegeven moment zijn de mensen en middelen er niet meer om aan de vraag te voldoen. Voor een deel is dit al het geval, gezien de wachttijden. De roep tot verbetering, zowel van binnen als van buiten de jeugdzorg, is dan ook groot. Vanuit alle mogelijke invalshoeken worden verbeteringen aangedragen, variërend van relatief beperkte aanpassingen tot omvangrijke stelselwijzigingen. Het meest recente voorbeeld hiervan is de Hervormingsagenda Jeugd. De jeugdhulp staat voor grote opgaven.
Om deze toekomstbestendig te maken zijn stevige veranderingen in het denken en doen nodig. Geen enkele partij of professional is in staat deze veranderingen alleen door te voeren. We moeten het daarom echt samen doen.
1 De stand van de Jeugdzorg – Jeugdautoriteit – juni 2023
5
3.2 Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 De Hervormingsagenda Jeugd beschrijft de aanpak van een grote transitie die we de komende jaren met elkaar moeten maken. De doelstelling van de hervormingsagenda is tweeledig: 1. Betere en tijdige hulp en ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. 2. Hulp en ondersteuning wordt aangeboden binnen een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelstel. Deze onlosmakelijk verbonden doelstellingen zijn uitgewerkt in een veelheid aan opdrachten aan o.a. gemeenten, maar ook aan de jeugdzorgregio’s. Er zal structureel worden geïnvesteerd in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Ook komt er een aanpassing van de Jeugdwet, waardoor duidelijker wordt waarvoor kinderen en ouders hulp kunnen krijgen. De belangrijkste opgaven voor de gemeenten zijn de verbinding naar het sociale domein (domeinoverstijgende aanpak), terugdringen administratieve lasten, regionalisering en landelijke inkoop. Zo worden gemeenten verplicht bepaalde specialistische zorg regionaal in te kopen om beschikbaarheid en continuïteit van zorg beter te organiseren. Ook dienen lokale teams te worden versterkt. Dit moeten ‘multidisciplinaire teams met goed opgeleide professionals, met de juist expertise, tijd ruimte en mandaat zijn, die, indien nodig, zelf ook nog ‘passende basishulp’ geven’.
De gemeentelijke rol ondergaat in het licht van de Hervormingsagenda een aantal veranderingen: • De focus komt sterker te liggen op te bereiken resultaten (de vrijblijvendheid voorbij) en samenwerking. • Er komen meer kaders voor de wijze van organiseren (standaardiseren van werkwijzen, herijken van schaalniveaus). • Tegelijkertijd is sprake van een verbreding van de opgave nu het speelveld danig wordt verruimd en de aansluiting dient te worden gemaakt naar flankerende beleidsvelden. • De kaders worden strakker met het oog op het verbeteren van de kwaliteit van zorg en een betere beheersing van de daarmee gepaard gaande kosten. • Duidelijkheid over risicoverdeling en financiële afrekening tussen het rijk en gemeenten. De landelijke Hervormingsagenda is een uitvloeisel van het advies van de zgn. ‘Commissie van Wijzen’, waarin het Rijk en de gemeenten het dringende advies kregen om een agenda op te stellen om de opgaven in de jeugdzorg aan te pakken met een pakket aan maatregelen en besparingen. Met de Hervormingsagenda gaat conform het advies van de Commissie van Wijzen een besparing gepaard. Tot 2026 moeten gemeenten ruim 1,1 miljard bezuinigen op de jeugdzorg en in 2026 961 miljoen euro. In het principeakkoord is de afspraak gemaakt dat er in zowel 2023, 2024 en 2025 steeds 374 miljoen euro wordt bezuinigd2.
In totaal worden de eerder ingeboekte bezuinigingen met 285 miljoen euro verlaagd. De extra middelen voor de jaren 2024 en 2025 worden met het sluiten van de Hervormingsagenda toegevoegd aan het gemeentefonds. De beschikbaarstelling van de gereserveerde structurele middelen bij het Rijk voor de jaren 2026 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie in 2025 en in 2028 of die bezuiniging haalbaar zijn. Als dat niet zo is, komt de deskundigencommissie met een zwaarwegend advies over hoe gemeenten en Rijk daarmee moeten omgaan.
2 VNG Ledenbrief 21 april 2023 – Principeakkoord Kabinet Hervormingsagenda Jeugd
6
De opgaven in het jeugddomein strekken verder en zij zijn breder dan wat de Hervormingsagenda kan aanpakken. De inzet vanuit de Hervormingsagenda richt zich hier primair op de beschikbaarheid, organisatie en houdbaarheid van de jeugdzorg en het jeugdhulpstelsel zelf, maar wordt in nauwe samenhang met andere landelijke trajecten uitgewerkt, zoals het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en het landelijke Team Aanpak Wachttijden van Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) van het ministerie van VWS. 3.3 Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming worden structurele verbeteringen aangebracht in de keten van de jeugdbescherming . Het beoogt een fundamenteel andere manier van werken in de kind- en gezinsbescherming zodat gezinnen en kinderen waar onveiligheid speelt of wanneer een ontwikkelingsbedreiging van een kind aan de orde is, eerder en beter geholpen worden. Binnen het Toekomstscenario wordt voortgebouwd op de gelegde fundamenten vanuit het programma Geweld hoort nergens thuis. Binnen het Toekomstscenario staan vier basisprincipes centraal: gezinsgericht, rechtsbeschermend & transparant, eenvoudig en lerend. Deze basisprincipes omvatten een programmatische aanpak met een aantal actielijnen om de gestelde doelen te behalen.
Het Toekomstscenario gaat uit van de volgende organisatie en werkwijze: • Om kinderen en volwassenen (0 – 100), gezinnen en huishoudens heen staat het lokaal (wijk)team dat hulp verleent. • Er is voor een gezin of huishouden één vast gezicht binnen het lokaal (wijk)team dat indien nodig samen optrekt met een professional uit een op te richten regionale veiligheidsorganisatie met als werknaam regionaal veiligheidsteam. • Het regionaal veiligheidsteam heeft (ten opzichte van het lokaal team aanvullende) expertise en bevoegdheden op gebied van veiligheidsvraagstukken in gezinnen en huishoudens. In deze organisatie zijn functies van de GI’s, Veilig Thuis en de RvdK samengebracht, waarbij
7
•
•
nog wordt gekeken of de nu beoogde functies passend zijn of juist anders moeten worden ingevuld dan wel aanvulling behoeven. Professionals van lokale teams, regionale veiligheidsteams en specialistische aanbieders werken gezins-/systeemgericht en in gezamenlijkheid (integraal) aan het effectief en duurzaam borgen van veiligheid. Professionals worden gefaciliteerd om samen te werken en een lerende omgeving te vormen. Dicht bij deze professionals en gezinnen staat een netwerk van specialisten met kennis van kinderen, volwassenen en specifieke uitingsvormen van geweld.
Het Toekomstscenario is een meerjarig programma en schetst een toekomstbeeld en een langdurig traject (5 tot 10 jaar), maar is nog geen uitgewerkt plan. Het concretiseren en realiseren van het in het Toekomscenario kind- en gezinsbescherming geschetste toekomstbeeld en de daarmee gepaard gaande maatschappelijke effecten gebeurt stapsgewijs. De concretisering ziet ook op de inrichting van regionale veiligheidsteams, die samen met andere gewenste vernieuwingen tot stelsel- en structuurwijzigingen kan leiden. Doel is dat eind 2024 er een uitgewerkte en onderbouwde voorkeursvariant ligt voor de regionale veiligheidsteams en de benodigde wijzigingen van het stelsel alsmede een beeld van welke wetgeving verder in gang gezet moet worden om de andere manier van werken mogelijk te maken. Tweede helft van 2025 volgt een politiek besluit3.
3 Programmaplan Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming 2023-2026
8
Hoofdstuk 4 – De Regionale prioriteiten In dit hoofdstuk lopen we de activiteiten, één voor één langs, geordend in drie thema’s: Kind- en Gezinsbescherming, Sterke Lokale Toegang en Complexe Hulpvragen. Deze thema’s vragen onze aandacht voor de komende jaren. De thema’s uit dit uitvoeringsplan zullen worden vertaald in concrete plannen van aanpak. Hierin wordt meer stil gestaan bij wat het doel is van het thema, de probleemstelling, de gewenste resultaten en de benodigde activiteiten. In het plan van aanpak is er tevens aandacht voor de uitgangspunten zoals verwoord in de regiovisie. Deze uitgangspunten zijn verder uitgewerkt en geactualiseerd op basis van de landelijke ontwikkelingen (zie bijlage 1). In het vervolg spreken we over ‘leidende principes’. Ook zullen we in het plan van aanpak de activiteiten prioriteren en faseren. Wanneer we prioriteren, betekent het dat we op een aantal andere zaken minder, (nog) even niet of anders inzetten. Prioriteren en faseren betekent echter niet, dat andere thema’s niet belangrijk zijn, toch moeten we focus aanbrengen gezien de beperkte capaciteit, zoals personeel en financiën. Maar ook prioriteren omdat een aantal activiteiten samenhangen met een planning vanuit landelijke programma’s zoals de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario. Met onderstaand schema bieden we een overzicht van de thema’s en aan welke activiteiten ze bijdragen:
9
4.1 Thema Kind- en Gezinsbescherming Het lukt ons onvoldoende om onze kwetsbare kinderen en gezinnen te beschermen4. Dit hangt samen met een stelsel voor jeugdbescherming dat een estafettemodel is, maar ook met het niet tijdig in kunnen zetten van de best passende zorg. Hiervoor gaan we aan de slag binnen het thema Sterke lokale teams en Complexe hulpvragen, met bijvoorbeeld het project Samenwerkende Voordeuren, de Aanpak Wachttijden, maar ook in gezamenlijkheid met inkoop, om wanneer er dan jeugdzorg nodig is, hierin ook voldoende passend aanbod in te hebben. We hebben als doel het juist laten landen en borgen van al deze ontwikkelingen ten goede van zorg aan jeugdigen waar veiligheid in het geding komt en/of waar sprake is van een beschermingsmaatregel. Dit doen we door middel van de Gelderse Verbeteragenda, als opmaat naar het nieuwe stelsel binnen het Toekomstscenario, maar ook met inzet van de Beschermingstafel. Het thema heeft de volgende doelen: - Door ontwikkelen van de samenwerkingsafspraken op G7 niveau; - Zorgen dat kinderen en gezinnen in onveilige situaties besproken kunnen worden; - Zorgen dat we voldoende zicht hebben op hoe onze inwoners geholpen kunnen worden in crisis en spoed situaties; - Het implementeren van een nieuwe werkwijze om ervoor te zorgen dat kinderen veilig kunnen opgroeien en kinderen niet worden belemmerd in hun ontwikkeling.
Gelderse verbeteragenda
De Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming (GVJB) is in 2020 als een project van start gegaan om de afspraken met de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) en de samenwerking met Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en de Lokale Teams in Gelderland te verbeteren. Dit heeft o.a. opgeleverd dat in heel Gelderland vanaf 2022 met uniforme contracten en tarieven voor jeugdbescherming wordt gewerkt. Daarnaast zijn veel samenwerkingsafspraken gemaakt rondom het aanmelden en inzetten van jeugdhulp. Begin 2023 is de GVJB geëvalueerd. Op basis hiervan heeft het bestuurlijk overleg besloten om het project voort te zetten met als hoofdopdracht om de aandacht voor kind- en gezinsbescherming en noodzaak om daarin samen op te trekken overeind te houden. Daarbij willen bestuurders in Gelderland leren van de toekomsttuinen voor kind- en gezinsbescherming, die in de verschillende jeugdhulpregio’s worden opgezet. Daarnaast willen ze gezamenlijk afspraken maken over landelijke ontwikkelingen, zoals de komst van het toekomstscenario en de landelijke tarieven voor jeugdbescherming. In de zomer 2023 heeft de Regiegroep in concept een uitvoeringsplan voor 2023-2024 opgesteld.
Prioriteiten daarin zijn verbeteren van het aanmeldproces, leren van de toekomsttuinen, monitoren van de gemaakte GVJB-afspraken via het contract managersoverleg en zicht houden op de inzet van passende en tijdige jeugdhulp. Besluitvorming hierover zal in het najaar van 2023 plaatsvinden.
4
Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd' van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (2019)
10
Regio Centraal Gelderland heeft in de bovenregionale samenwerking rondom de GVJB een belangrijke rol, omdat de regio door het Rijk is aangewezen als accounthoudende regio voor Jeugdbescherming Gelderland. Daarnaast is het van belang dat we ervaringen uitwisselen en samen werken aan verbeteringen in het complexe beschermingsstelsel. Middels een werkgroep met ketenpartners borgen we de implementatie van de GVJB. We signaleren knelpunten en zorgen voor korte lijnen, om het werken met de agenda voor iedereen begrijpelijk en makkelijk te maken, zodat we ook de werkdruk bij de GI’s helpen verminderen. Daarnaast organiseren we bijeenkomsten met als doel om de samenwerking te bevorderen, kennis en expertise uitwisselen en de borging van de GVJB werkwijze op te laten gaan in de Toekomsttuin en het Toekomstscenario. Beschermingstafel
De Beschermingstafel maakt als ‘bouwsteen vier’ onderdeel uit van de GVJB. De Beschermingstafel is een gremium dat is opgezet waar lokale teams, GI’s of Veilig Thuis een aanmelding tot bespreking kan doen als er zorgen zijn over de ontwikkeling of opvoedsituatie van een kind. De hulp die ouders en hun kind tot dan toe binnen het vrijwillige kader hebben ontvangen, heeft onvoldoende de zorgen kunnen wegnemen waardoor het kind (mogelijk) in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Het doel van het gesprek aan de beschermingstafel is te komen tot een besluit of hulp in het vrijwillig kader kan blijven plaatsvinden of dat de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek start naar de noodzaak van een kinderbeschermingsmaatregel. In de nieuwe opdracht van de Beschermingstafel zal ook aandacht zijn voor de signalerende en adviserende rol van de Beschermingstafel. De adviezen vanuit de beschermingstafel zullen dan vertaald worden naar inzet die nodig is bij de GVJB of voor de doorontwikkeling van de lokale toegang. Crisis en Spoed
Binnen de regio Centraal Gelderland hebben we bij onze inkoop gekozen om geen onderscheid te maken tussen reguliere inzet en spoed/ crisis inzet. Dat maakt dat we onvoldoende zicht hebben op hoe onze inwoners geholpen worden in die situaties. Om de in-, door- en uitstroom van zorg goed te laten verlopen (en geen opstoppingen te laten ontstaan) zoeken we bovenregionale afstemming, en brengen we onze regionale crisisroutes in kaart. We krijgen dan zicht op waar deze zorg stokt en zorgt voor opstopping, en wat we kunnen doen om dit te voorkomen en te verbeteren. Hier is ook weer een directe link met de aanpak wachttijden van het OZJ, die hierin kan ondersteunen. Toekomsttuin & Toekomstscenario
De afgelopen periode hebben we in onze regio met vertegenwoordigers vanuit de gemeenten, Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en (jeugd)hulpaanbieders veelvuldig om tafel gezeten over hoe we in deze regio ons willen voorbereiden op het Toekomstscenario. Ieder heeft hierin vanuit de wet een verantwoordelijkheid. Het doel is om de partijen samen op te laten trekken. Dit vindt plaats vanuit de Stuurgroep en Werkgroep Toekomsttuin waarin de regio is vertegenwoordigd door twee bestuurlijke opdrachtgevers en beleidsadviseurs. Begin 2023 wordt met behulp van een ingehuurde projectleider de proeftuin verder ingericht. Er ligt inmiddels een rapport ‘Een verdiepend beeld van Centraal Gelderland’ en nadere uitwerking van de actielijnen. We staan in onze uitrol van de Toekomsttuin in nauw contact met andere regionale proeftuinen en het landelijke programma Toekomstscenario. Eind 2024 wordt er landelijk verwacht dat er een onderbouwde voorkeursvariant ligt voor de regionale veiligheidsteams en de benodigde wijzigingen van het stelsel alsmede een beeld van welke wetgeving er verder in gang moeten worden 11
gezet om de andere manier van werken mogelijk te maken. Tweede helft van 2025 volgt een politiek besluit. Ondertussen bereiden we ons voor op het landelijke Toekomstscenario en met de lessen die we gaan leren zullen we bezien hoe we de werkwijze uiteindelijk gaan implementeren in onze regio.
4.2 Thema Sterke Lokale Toegang Sommige jeugdigen of hun ouders/opvoeders krijgen te maken met problemen die verder reiken dan vanuit het dagelijks netwerk opgelost kunnen worden. Voor hen is passende ondersteuning nodig. Daarvoor is in de wijk een laagdrempelig, kwalitatief goed, lokaal team beschikbaar (met stevige relaties met specialistische jeugdhulp voor als dat nodig blijkt) dat samen met jeugdigen en hun ouders goed beziet wat nodig is, verbindingen legt tussen jeugdhulp en het onderwijs en kijkt naar bredere aspecten in het leven van gezinnen (schulden, vechtscheidingen, etc.). Het thema heeft de volgende doelen: - Zorgen dat de lokale teams de basis op orde is beschikken over ; - Versterken afstemming onderwijs en jeugdhulp; - Door ontwikkelen van het vroegtijdig signaleren rondom complexe scheidingen. Convenant Sterke Lokale Teams
Voor de lokale teams is een centrale rol voorzien in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en in de Hervormingsagenda jeugd. Het doel is dat dat jeugdigen en hun ouders laagdrempelig en dichtbij huis terecht kunnen. Men wil dit onder meer bereiken door in te zetten op stevige lokale teams met voldoende kennis en expertise en verbinding met specialistische hulp. Teams die met ouders en jeugdigen kijken naar wat echt nodig is. Die niet alleen toegang verlenen, maar zelf lichtere hulp verstrekken, gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht van gezinnen en jeugdigen. De lokale teams laten veel variatie zien in hoe zij werken, waar zij sterk in zijn en waar verbeteringen nodig zijn. Vanuit dat perspectief gezien komt het Rijk nu met het convenant Stevige Lokale Teams. Het is een niet vrijblijvend convenant, waarin duidelijk randvoorwaarden zijn benoemd en waar gemeenten zich aan committeren. Elke gemeente van Centraal Gelderland dient in dit licht na te denken over een betere inrichting van de toegang en lokale teams. De lokale teams in onze regio hebben weliswaar de potentie, maar vormen op dit moment nog niet landelijk het stevige fundament voor het jeugdhulpstelsel en het vereenvoudigde jeugdbeschermingsstelsel. In de komende jaren zullen we daarin de juiste stappen moeten zetten om bestaande vraagstukken op te lossen.
Een belangrijk onderdeel van het Convenant betreft de Kwaliteitskader ‘Werken aan Veiligheid’, waarbij de gemeenten in de regio ondersteund zullen worden door een externe adviseur. Samen met het Regionale Managersoverleg Lokale Teams en de Themagroep Sterke Lokale Teams zal een routekaart opgesteld worden voor de overige onderdelen van het convenant.
12
Afstemming Onderwijs en Jeugdhulp
Jeugdigen met een extra ondersteuningsbehoefte in het onderwijs hebben soms ook zorg of jeugdhulp nodig. De school zorgt voor onderwijsondersteuning, de gemeente voor extra zorg voor kind en gezin waar dat nodig is. Een goede samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp is essentieel. Veel van de uitvoering vindt plaats op lokaal niveau, maar er is ook afstemming nodig op regionaal niveau. Dit is wenselijk daar de Jeugdwet en de Wet Passend Onderwijs elkaar onvoldoende aanvullen en er sprake is van een grijs gebied. Daarnaast is de samenwerking tussen betrokken partijen nog onvoldoende op orde en moet het verplichte OOGO opnieuw worden opgestart. In lijn met de Hervormingsagenda gaan we werken aan een betere afstemming en samenwerking met het onderwijs. We zorgen ervoor dat we jeugdigen in onze regio, wanneer nodig, kunnen ondersteunen met passende hulp zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. We werken toe naar integrale samenwerking, passend aanbod en een sterke netwerk rondom jeugdigen. Complexe Scheidingen
Complexe scheidingen is niet meer weg te denken binnen de jeugdzorg. Een groot deel van de jeugdigen (en hun gezinnen) met jeugdzorg en vooral jeugdhulp heeft te maken met een (complexe) scheiding. Het is een onderwerp dat politiek en maatschappij constant bezighoudt en men ook deels wil oplossen met de structurele oplossingen van het Toekomstscenario en Hervormingsagenda. De focus zal komen te liggen op het voorkomen van complexe scheidingen door vroegtijdige ondersteuning, zodat kinderen in deze situatie gezond en veilig kunnen opgroeien. De beweging van achteraf oplossen naar voorkomen, is ook de beweging die we in de regio beogen. In onze regio bieden we ouders en hun kinderen de mogelijkheid om aan te kloppen bij het Digitale Scheidingsloket. Door inzet van het loket wordt alle informatie op één plek aangeboden, gecombineerd met een luisterend oor van de deskundigen in het loket en er wordt advies gegeven. We zorgen ervoor dat het Digitale Scheidingsloket blijft aansluiten op de wensen van ouders en hun kinderen en dat er voldoende bekendheid is bij professionals over de mogelijkheden van het Digitale Scheidingsloket. We gaan ons daarom de komende jaren focussen op speerpunten als wees er vroeg bij, psycho- educatie (Ouderbijeenkomsten), omgaan met complexiteit en gezamenlijk leren.
Daarnaast is er blijvende aandacht voor het werken volgens de principes uit programma Scheiden zonder Schade.
13
4.3 Thema Complexe Hulpvragen We zijn als gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van jeugdigen en gezinnen met hulpvragen. Dat doen we door tijdig, passende jeugdhulp te organiseren, maar ook door te investeren in het voorkomen van hulpvragen, normaliseren en het realiseren van praktische, onorthodoxe oplossingen. Bovendien leren we van de oplossingen die worden gevonden voor de knelpunten. In regionaal verband richten we ons binnen dit thema op de ‘complexe’ hulpvragen. Er bestaat geen landelijke definitie voor het begrip ‘complexe hulpvragen’. Om pragmatische redenen hanteren wij het begrip complexe hulpvragen als de hulpvragen die vanuit de lokale toegang niet eenvoudig met een gecontracteerde zorgaanbieder kunnen worden opgepakt; het is noodzakelijk of wenselijk dat meer deskundigen meekijken om te kunnen bepalen wat voor de jongere en/of het gezin nodig is en dat meer aanbieders meedenken over het tijdig leveren van de passende zorg. Het thema heeft de volgende doelen: - Voorkomen dat hulpvragen complex worden; - Zorgen dat er tijdig, passende hulp beschikbaar is; - Door ontwikkelen van het zorgaanbod - Leren van de knelpunten en werken aan verbeteringen. Voorkomen dat hulpvragen complex worden
Voorkomen dat hulpvragen complex worden moet bijdragen aan het doel dat minder kinderen uit huis worden geplaatst. In 2023 is de herziene richtlijn uithuisplaatsing en terugplaatsing gepubliceerd. Deze richtlijn is opgesteld voor professionals die te maken krijgen met complexe hulpvragen. Het vraagt van Lokale Teams en Gecertificeerde Instellingen om hun medewerkers hierin bij te scholen. Regionaal willen we dit ondersteunen, via het Regionaal Expert Team Centraal Gelderland (RET) en met gecontracteerde zorgaanbieders, zodat ze elkaar sneller op zoeken om kennis en ervaringen uit te kunnen wisselen en om te voorkomen dat situaties in gezinnen escaleren en leiden tot spoed of crisis. Ook de inzet van ervaringsdeskundigen en maatjes valt hieronder. Dit onderdeel sluit aan bij het thema sterke lokale toegang en de afspraken die met lokale teams, huisartsen en de gecertificeerde instellingen worden gemaakt. Zorgen dat er tijdig passende hulp beschikbaar is
Hulpvragen moeten beoordeeld en opgepakt worden en kwetsbare kinderen en gezinnen moeten beschermd worden. Op lokaal niveau zijn lokale teams, huisartsen en andere verwijzers primair verantwoordelijk voor deze taak. Wanneer men vastloopt bij een complexe casuïstiek die valt onder de Jeugdwet kan men in onze regio terecht bij het Regionaal Expert Team Centraal Gelderland (RET). Het RET draagt bij aan het voorkomen van uithuisplaatsingen, helpt bij het organiseren van passende en tijdige jeugdhulp en zorgt voor inzicht in het jeugdzorglandschap via monitoring en signaleert knelpunten in het aanbod. Ook het verbeteren van afspraken over de overgang 18- / 18+ valt hieronder. Bij specialistische vragen kan het RET de deskundigheid van het bovenregionaal Expertise Netwerk (BOEG) inschakelen.
14
Het komt voor dat jeugdigen niet altijd tijdig de passende hulp ontvangen en komen te staan op een wachtlijst. Wachttijden van drie tot soms acht maanden voor jeugdigen is niet nieuw. Met het nieuwe project Aanpak Wachttijden zal een projectleider met een werkgroep een analyse maken van de wachtlijsten in onze regio, maar staan we ook stil bij de vraag waar deze wachtlijsten vandaan komen en wat we daar aan kunnen doen. Immers, we verrichten met elkaar al veel inspanningen om de zorg voor jeugdigen en gezinnen goed te organiseren, maar het stelsel is complex en we hebben voortduren te maken met schaarste. Aan de hand van de aanpak wachttijden beoordelen we of de kwetsbare kinderen en gezinnen de juiste zorg krijgen en of we op onderdelen moeten bijsturen.
Door ontwikkelen van het zorgaanbod
Het huidige, gecontracteerde zorgaanbod sluit niet altijd goed aan bij de behoeften van onze jeugdigen en gezinnen en bij de nieuwe regionale inzichten ten aanzien van het voorkomen van uithuisplaatsingen. Via de regionale inkoop van jeugdzorg en de bovenregionale inkoop van essentiële functies zorgen we voor aanpassing van het zorgaanbod. Daarnaast stimuleren we de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de regionale opgaven via het samenwerkingsconvenant ‘het Collectief’ met gecontracteerde zorgaanbieders . Daarnaast ondersteunen we pilots op het gebied van ambulante trajecten met intensieve begeleiding van gezinnen in de thuissituatie in combinatie met korte opvang van jeugdigen in verblijf (ThuisBest). Ook het versterken van de pleegzorg door middel van werving van nieuwe pleegouders en het behouden van pleegouders valt onder deze lijn. Analyseren, leren en verbeteren
De optimale aanpak van complexe hulpvragen vereist goed inzicht in de inspanningen en resultaten die we met elkaar organiseren. We zullen beter moeten leren wat wel en wat niet werkt. Goede zoektools, een dashboard en verdiepende analyses zijn hierbij essentieel als onderdeel van een lerende werkwijze.
15
Hoofdstuk 5 – Financiën en organisatie 5.1 Regionale Begroting Jeugd Om vorm te geven aan het Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd zullen kosten worden gemaakt. Deze kunnen gedekt worden uit de Regionale Begroting Jeugd. Sinds 2022 is deze regionale begroting opgesteld met een omvang van € 1,25 miljoen. Hieronder staat een overzicht van de kosten die gemaakt kunnen worden:
Begroting Thema’s: • Kind- en Gezinsbescherming5 o Toekomsttuin - Projectleider • Versterken Lokale Toegang o Complexe Scheidingen ▪ Digitale Scheidingsloket ▪ Ouderbijeenkomsten o Kwaliteitskader Lokale Teams - Adviseur • Complexe Hulpvragen o RET / Samenwerkende Voordeuren (Voorzitter, projectleider en organisatie) o Pleegzorg ▪ Pleegzorgcampagne ▪ Project Kindgericht Werven o Aanpak Wachttijden (Projectleider, juridisch advies, communicatie en verbetertraject) Overige activiteiten: JongerenNetwerk Nieuwe Projecten Organisatie en Communicatie
2024 2025 Voorstel Voorstel € 1.250.000 € 1.250.000
2026 2027 Voorstel Voorstel € 1.250.000 € 1.250.000
100.000
75.000
75.000
50.000
100.000 9.000 25.000
100.000 9.000
100.000 9.000
100.000 9.000
210.000
210.000
210.000
210.000
24.000 88.000 175.000
24.000
24.000
24.000
12.500 16.500 490.000
12.500 129.500 490.000
12.500 329.500 490.000
12.500 354.500 490.000
200.000
Bovenstaande begroting is op hoofdlijnen en geldt als vertrekpunt. Nadere specificering vindt plaats in de plannen van aanpak. Voorstel is om budget te reserveren voor nieuwe projecten, zodat er tijdig geacteerd kan worden op landelijke of regionale ontwikkelingen, welke samenhang hebben met onze thema’s. De opgenomen bedragen betreffen voornamelijk projectkosten en uitvoeringsgelden, met uitzondering voor het Digitale Scheidingsloket voor 2024-2027 en voor project Kindgericht Werven. Dit verloopt via subsidiegelden via Centrumgemeente Arnhem. Budgethouder voor de regionale begroting is de gemeente Arnhem. Business control van Arnhem is aangewezen als budgetbeheerder. Vanaf 2024 is het voornomen om de begroting onder te brengen bij de MGR. Hierover wordt in Q4 van 2023 afzonderlijk een besluit genomen.
5 Beschermingstafel wordt verrekend via Veiligheidshuis.
16
5.2 POK- middelen Toekomsttuin In de meicirculaire 2022 zijn extra gelden vrijgekomen vanuit de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK middelen). Deze gelden zijn in het kader van kind- en gezinsbescherming aan de decentralisatie uitkering vrouwenopvang (DUVO gelden) toegevoegd. Centrumgemeente Arnhem heeft deze gelden geclaimd en deze staan gereserveerd voor de ontwikkelingen rondom de Toekomsttuin. Centrumgemeente Ede heeft de POK- middelen ontvangen voor gemeente Wageningen (regioindeling). POK- middelen staan daar gereserveerd met de bestemming Toekomsttuinen. De afspraak met Centrumgemeente Ede is dat Wageningen met een inhoudelijk plan en financiële onderbouwing mag komen om gebruik te maken van de POK-middelen. Het beschikbare bedrag is:
2022 2023 2024 2025 TOTAAL
POK-middelen Centrumgemeenten Arnhem € 475.800 ,-€ 453.050,-€ 453.050,-€ 453.050,-€ 1.834.950,--
POK- middelen Centrumgemeente Ede voor Wageningen +/- 25.000,00 +/- 25.000,00 +/- 25.000,00 +/- 25.000,00 +/- € 100.000,--
De beschikbare POK-middelen zullen ingezet worden op de vier actielijnen van de Toekomsttuin: 1. We zetten in op stevige lokale teams en toegang 2. We verkleinen en brengen samenhang in visies/ methodieken/ protocollen voor het werken aan veiligheid 3. We vormen een flexibel lerend netwerk om het gezinssysteem heen 4. We bevorderen onderlinge samenwerking en kennisuitwisseling De actielijnen houden sterk verband met elkaar, alle initiatieven dragen samen bij aan het ontwikkelen van de nieuwe werkwijze. De stuurgroep Toekomsttuin met daarin een vertegenwoordiging van twee bestuurlijke opdrachtgevers vanuit het Regionaal Portefeuillehouders Overleg (RPO) Zorg zien toe op een correcte inzet van de POK- middelen. 5.3 Besluitvormingsroute Alle ontwikkelingen komen samen in het Regionaal Portefeuillehouders Overleg (RPO) Zorg, waaraan elke gemeente deelneemt. In dit overleg wordt afgestemd over inhoudelijke onderwerpen, maar worden geen formele besluiten genomen. Besluitvorming vindt in de individuele gemeenten plaats. Voor het uitvoeringsplan ziet de samenwerking tussen de gemeenten en de structuur van de regio er als volgt uit:
17
5.4 Team Regionaal Adviseurs Jeugd Het team Regionaal Adviseurs Jeugd ondersteunt de regio in de gezamenlijke ontwikkeling en houdt overzicht op (de voortgang van) alle activiteiten en thema’s, en zo ook op de voortgang op het regionale uitvoeringsplan Jeugd. Het team vormt de schakel tussen het lokale beleid, regionale afspraken en (boven)regionale en landelijke ontwikkelingen. Daarbij is de rol van het team het verbinden, stimuleren, informeren, informatie ophalen, rapporteren, ‘halen en brengen’, bij de ambtelijke regio-collega’s. Het team zit het Regionaal Ambtelijk Overleg Jeugd voor en adviseert het Regionale Ambtelijke Overleg Zorg. Tevens wordt er deelgenomen aan verschillende regionale, bovenregionale en landelijke bijeenkomsten om kennis en ervaringen te delen. De belangrijkste zijn op dit moment: • Afstemmingsbijeenkomsten in Gelderland tussen de 7 jeugdhulpregio’s (bovenregionaal), het AOG7; • De bovenregionale verwerving Essentiële Functies; • De bovenregionale werkgroep Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming; • Landelijke overlegtafel accounthouders GI; • Deelname aan landelijke bijeenkomsten zoals J42 en Toekomstscenario en landelijke werkgroepen die met dezelfde onderwerpen aan de slag gaan.
5.5 Themagroepen en Werkgroepen Aan de drie thema’s van het regionaal uitvoeringsplan zijn inhoudelijke themagroepen en werkgroepen gekoppeld. De groepen bestaan uit ambtelijke regiocollega’s als beleidsadviseurs, teamleiders maar ook managers. Daarnaast sluiten samenwerkingspartners op basis van expertise aan zoals zorgaanbieders en GI’s. Met behulp van voornamelijk ambtelijke capaciteit kunnen we de activiteiten behorend bij de drie thema’s uitvoeren. De Themagroep is per onderwerp de plek waar alle onderliggende werkgroepen terug komen en waar de balans wordt opgemaakt. Wanneer een onderwerp ter besluitvorming voorgelegd dient te worden, bereidt de themagroep dit voor richting het RAO Jeugd. Met enige regelmaat komen de werkgroep en themagroepen bijeen. Zo houden we elkaar goed vast in het bereiken van onze activiteiten.
5.6 Monitoren, leren en verbeteren Ieder kind in de regio Centraal Gelderland krijgt de kans om gezond en veilig op te groeien. We streven ernaar kwalitatief goede ondersteuning en gespecialiseerde jeugdhulp te bieden: zo licht of zwaar en kort of lang als nodig is, waarbij de veiligheid van de jeugdige gewaarborgd wordt. Kinderen groeien zoveel mogelijk thuis op of in de eigen woonomgeving. Dit alles maakt onderdeel van de drie thema’s van dit uitvoeringsplan welke verder zullen worden uitgewerkt in plannen van aanpak. Onderdeel van die uitwerking is het formuleren van een probleemstelling, doelen en resultaten. Hierbij willen we volgen of de inzet hieraan bijdraagt en de kwaliteit van de steun en hulp aan kinderen, jongeren en gezinnen bewaken en verbeteren. Regelmatig willen we daarvoor binnen de themagroep het gesprek voeren: ‘Doen we de goede dingen?’. En doen we de dingen goed? Een lerende cyclus is een proces van kleine stappen. Een proces van continu bijsturen en gaandeweg leren welke oplossingen goed werken. Monitoring is daarin geen aparte activiteit, maar structureel onderdeel van een actieve meet, leer- en verbeterbeweging, gericht op de beoogde maatschappelijke resultaten.
18
Het is belangrijk om te weten of we op de goede weg zijn. Om dit inzichtelijk gaan we kaders en werkwijze van het monitoren, leren en verbeteren formuleren. We omschrijven de beweging die we willen zien. Onderstaande afbeelding weergeeft deze beweging op hoofdlijnen:
5.7 Communicatie Voor een goed resultaat is communicatie van groot belang. Voor alle betrokken organisaties en professionals is het van belang om te weten waar de prioriteiten in de regio liggen en wat we concreet willen bereiken. Maar ook om kennis en ervaringen binnen de thema’s te delen. Hiervoor maken we gebruik van de website regio Centraal Gelderland. Daarnaast organiseren we themabijeenkomsten om professionals in ons netwerk te informeren over belangrijke ontwikkelingen en afspraken.
5.8 Ervaringsdeskundigheid De rol en inzet van ervaringsdeskundigen komt op meerdere punten binnen dit uitvoeringsplan tot zijn recht. Zo zijn ervaringsdeskundigen betrokken geweest bij de opzet van de Toekomstscenario en Hervormingsagenda Jeugd. Wij als regio schatten de inzet van ervaringsdeskundigen al op waarde door onder meer het JongerenNetwerk. Vanuit BOEG wordt er bovenregionaal gewerkt aan een handreiking voor verdere vormgeving van ervaringsdeskundigen. Deze handreiking wordt eind 2023 verwacht en ook gebruikt als inspiratie bij de uitwerking van de plannen van aanpak. 19
Bijlage 1 – Leidende principes De volgende leidende principes geven richting aan ons handelen als regio Centraal Gelderland: 1. De vraag van de jeugdige centraal Niet het product of het aanbod, maar de vraag of de behoefte van de jeugdige vormt het uitgangspunt van ons handelen. De meesten van hen hebben gelukkig grotendeels een goede jeugd. Maar soms hebben jeugdigen (tijdelijk) ondersteuning nodig. Deze ondersteuning bieden we op maat aan, met hierin focus op eigen kracht. Hierbij richten we ons op het optimaliseren van zelfstandig functioneren in het waarborgen van een adequaat leef- en opvoedklimaat met hierbij ruimte voor eigen cultuur en regie. We organiseren de ondersteuning op een zodanige wijze dat deze voor jeugdigen in hun gezinssysteem logisch en begrijpelijk is. Het belangrijkste doel is dat jeugdigen – naar vermogen – weer zelf de regie krijgen over hun leven. Soms is de vraag niet helder en soms melden jeugdigen met grote problemen zich niet zelfstandig. Dan is het nodig om de ‘vraag achter de vraag’ (de latente vraag) te achterhalen. Bij het opstellen van een ondersteuningsplan werken we samen met het gezin, waarbinnen een onvoorwaardelijk hulpverleningscontact wordt gegenereerd, waardoor ruimte ontstaat voor een actueel beeld met krachten en uitdagingen van het gezinssysteem. We hebben oog voor het feit dat jeugdigen verschillende vragen en behoeften hebben.
Jeugdigen kunnen in een bepaalde fase van hun leven geen problemen ervaren en in een andere fase of door een ingrijpende gebeurtenis juist wel. Sommige jeugdigen blijven voor een langere tijd kwetsbaar en andere hebben voldoende steun (ingezet) om weer zelfredzaam te worden. De ondersteuning of jeugdhulp schalen we op- of af, op basis van de daadwerkelijke vraag.
2. Eigen Kracht We gaan uit van wat iemand wél kan in plaats van wat iemand niet kan. Het versterken van eigen kracht, is het bewuste proces om het vermogen van individuen om het leven optimaal vorm te geven en problemen op te lossen, te vergroten. Om eigen kracht te versterken is aandacht nodig voor zowel de innerlijke kracht van jeugdigen, ouders of het gezinssysteem, als ook voor het sociale netwerk van deze personen. Het versterken van eigen kracht kunnen we definiëren als: ‘Het aanboren, vergroten en benutten van eigen sterke kanten en van het sociale netwerk van burgers om te zorgen dat zij weer grip krijgen op hun leven en in staat zijn (lichte) problemen op te lossen en waar mogelijk te voorkomen in de toekomst’6. Dit vanuit een open hulpverleningsrelatie waarbij uitdagingen / kwetsbaarheden besproken worden om gezamenlijk kracht en competenties te vergroten. Eigen kracht betekent ook dat jeugdigen en opvoeders meebeslissen en dat hun opvattingen over wat wel of niet bij hen werkt worden meegewogen in de bepaling welke hulp ze krijgen. Eigen kracht betekent niet dat we jeugdigen en opvoeders die hulp nodig hebben aan hun lot overlaten, het principe van eigen kracht moet juist uitnodigen tot steun die hun uiteindelijk zo onafhankelijk mogelijk maakt van hulp. 6 Brink, 2013, Denktank Transformatie Jeugdstelsel, 2014
20
Het principe van ‘eigen kracht’ is ook nauw verwant met begrippen als zelfregie, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid: • Bij zelfregie gaat het erom zelf te beslissen over het leven en eventuele ondersteuning daarbinnen. De kernvraag is ‘wat wil ik?’. Het verwijst dus naar zelf kiezen en zelf bepalen. Het gaat om zelf bepalen niet om zelf doen. Ouders en meerderjarige jeugdigen hebben zelf de regie over hun leven en het oplossen van hun problemen. Zij kunnen zelf bepalen wat er gebeurt, maar hebben daarbij soms ondersteuning nodig omdat ze onvoldoende zelfredzaam zijn. In relatie tot de hulp betekent dit dat een professional de mogelijkheid schetst, maar dat de cliënt bepaalt welke keuze hij daarin maakt. • Zelfredzaamheid verwijst naar het zelf kunnen, al dan niet met ondersteuning van anderen uit het sociale netwerk. Als zich problemen voordoen in de opvoeding of bij het opgroeien, dan zijn ouders en jeugdigen in staat deze zoveel mogelijk (eventueel met hulp van hun sociale netwerk) zelf op te lossen. • Eigen verantwoordelijkheid gaat over zelf moeten of mogen. Dit betekent dat opvoeders, jeugdigen en sociaal netwerk zelf de dingen doen waartoe ze in staat zijn. 3. Zo thuis en dichtbij mogelijk Jeugdigen groeien thuis op en als er hulp nodig is, wordt die zo veel mogelijk in de leefwereld van de jeugdige geboden.
Dat betekent dat we de jeugdhulp zo organiseren en het systeem zo inrichten dat een groot aantal vormen van jeugdhulp dichtbij aanwezig is. Dus thuis, in de wijk waar het kind woont en/of op of nabij de school. Elke jeugdige heeft recht op een liefdevolle en stabiele omgeving om in op te groeien. We willen dat steeds meer jeugdigen gewoon thuis kunnen opgroeien. Dit betekent onder andere ervoor zorgen dat er in het gezinssysteem voldoende positieve omstandigheden zijn die maken dat het nog verantwoord is dat jeugdigen thuis blijven wonen. Verantwoord in de zin dat er gewerkt wordt aan een adequaat leef- en opvoedklimaat, met hierbij ruimte voor eigen cultuur en religie (denk hierbij aan taalgebruik binnen verschillende culturen. Schreeuwen betekent niet perse geweld). Als we zorgen voor een voldoende steunstructuur kunnen jeugdigen, ook als de omstandigheden niet optimaal zijn, toch beter thuis blijven wonen. Kunnen jeugdigen niet meer thuis wonen, dan willen we dat zij in kleinschalige of gezinssysteemgerichte voorzieningen worden opgevangen of in pleeggezinnen, zo dicht mogelijk bij het eigen netwerk. We realiseren ons dat er ook een groep jeugdigen bestaat, die vanwege specifieke problematiek juist niet gebaat is bij een dergelijke voorziening/opvang dichtbij huis. Ook voor deze jeugdigen zorgen we voor passende woonvoorzieningen
4. Inclusieve samenleving Iedereen mag meedoen! Voor iedere jeugdige is er een plek in onze maatschappij en kan mee doen met dezelfde kansen en mogelijkheden. We zorgen voor een inclusieve samenleving waarin niet wordt uitgesloten. Iedere jeugdige moet de kans hebben om zich gelijkwaardig te ontwikkelen en ontplooien, ongeacht leeftijd, sekse, beperking, seksuele voorkeur, sociaaleconomische status, opleidingsniveau, etniciteit of godsdienst.
21
5. Ontwikkelingsgericht Wij kiezen voor een benadering waarbij de betekenisgeving voor de jeugdige en zijn gezinssysteem centraal staat: waar wil deze naar toe, wat maakt hem/haar gelukkig en hoe kan ook de omgeving daarvoor worden ingericht zodat de jeugdige zijn plek kan vinden die aansluit bij zijn talenten en mogelijkheden. Een benadering dus die niet klacht-gericht is of vanuit het streven iets te ‘repareren’ wordt ingezet. Het ontwikkelperspectief van het gezinssysteem wordt hier ook in meegenomen: wat gebeurt er in dit gezinssysteem, hoe heeft dat impact op de jeugdige en wat is er dus nodig? Tegelijkertijd is er oog en bekrachtiging voor zowel de jeugdige als het gezinssysteem in wat goed gaat. Hierbij werken we kans gestuurd in plaats van risico gestuurd. 6. Normaliseren, ontzorgen en demedicaliseren We richten ons op het dagelijks leven en het bieden van handvatten en we werken ondersteuningsgericht op het perspectief van de jeugdige en het gezinssysteem. We voeren een gezamenlijk gesprek over wat met elkaar normaal gedrag vinden. We toetsen het leef- en opvoedklimaat, gedrag en de emotionele ontwikkeling van jeugdigen aan de hand van de theoretische kaders van de ontwikkeltaken van kinderen, actuele onderzoeken en wettelijke kaders.
Niet alle vragen of behoefte hoeven als probleem te worden ervaren en hiervoor hoeft ook niet altijd eerst naar oplossingen in professionele hulpverlening gekeken te worden. We laten de verantwoordelijkheid liggen daar waar het hoort te liggen, namelijk bij het gezinssysteem. Druk gedrag, tegendraadsheid, onzekerheid enz.; het zijn tot op zekere hoogte normale verschijnselen bij kinderen, vaak gebonden aan de ontwikkelingsfase waarin zij zitten. Het (leren) omgaan met deze verschijnselen is de gewone opgave voor ouders. We accepteren dat het in het leven soms meezit en soms tegenzit en nemen dit mee in de beoordeling van een ondersteuningsvraagstuk. Niet ieder kind dat ondersteuning nodig heeft, heeft per definitie jeugdhulp nodig. Dat houdt in dat professionals ook ruimte voelen en krijgen om samen met de jeugdige en/of ouders te zoeken naar alternatieve oplossingen. Samengevat betekent dit dat: • Verantwoordelijkheid voor opvoeding laten liggen daar waar het hoort; • We accepteren dat verdriet en tegenslag – tot op zekere hoogte – bij het leven horen. Niet alles is op te lossen en ‘goed is goed genoeg’; • Het stellen van een diagnose is niet altijd noodzakelijk. Wanneer het stellen van een diagnose helpend kan zijn voor het kind en gezinssysteem, doen we dat; • Wanneer er een diagnose gesteld is, betekent dit niet dat er (zware) jeugdhulp nodig is.
Dit hangt af van de situatie. • We collectieve oplossingen zoeken voor individuele hulpvragen, bijvoorbeeld door een sterke sociale en pedagogische basis op te bouwen; • Een kind stroomt uit jeugdhulp zodra dat kan. • Zo mogelijk afschalen van zorg naar welzijn.
22
7. Integraal werken We beperken ons niet tot een domein, maar sturen over de domeinen heen. In een gezinssysteem kunnen verschillende problemen met elkaar samenhangen en elkaar versterken. We kijken daarom integraal naar de behoeften, de mogelijkheden en wensen van de jeugdige en het gezinssysteem en niet vanuit ‘de aandoening’ of het ‘etiket’. Dit vraagt om ontschotting, op inhoud (jeugd-wmo-participatie-schuldhulpverlening). We ondersteunen de jeugdige bij hun Big 5. Om zelfstandig te worden heeft de jeugdige een stevige basis nodig op de vijf leefdomeinen ook wel de Big 5 genoemd. Deze leefdomeinen zijn support, wonen, school en werk, inkomen en welzijn. In onze werkwijze betekent dit dat we wensen en belemmeringen op de Big 5 , in de gezinssysteem context in kaart brengen. We pakken de problemen én mogelijkheden van jeugdigen – op de verschillende terreinen van het gemeentelijke beleid – in de onderlinge samenhang aan. We doen dit volgens het uitgangspunt één gezinssysteem, één plan, één regisseur.’ We erkennen bij integraal werken tevens de waarde van het inzetten van ervaringskennis en – deskundigheid, en zetten dit waar mogelijk in. Hier kan gedacht worden aan het creëren van draagvlak, beleid of dienstverlening. 8. Toekomstgericht Toekomstgericht werken houdt in dat er een helder perspectief is op de toekomst van de jeugdige en het gezinssysteem.
Participatie in onderwijs, werk, sport etc. speelt hierin een belangrijke rol. Het is belangrijk om doelen te stellen die gericht zijn op maatschappelijke participatie, bijvoorbeeld het behalen van een diploma. Alle onderdelen van de hulp richten zich gezamenlijk op zaken die een jeugdige en het gezinssysteem belemmeren om dat doel te behalen.
23