Uitvoeringsagenda groen-blauw raamwerk_definitief
Tekst van het document
UITVOERINGSAGENDA GROEN-BLAUW RAAMWERK EN LANDELIJK GEBIED ELST, SEPTEMBER 2025
1. INLEIDING EN CONTEXT
INHOUDSOPGAVE 1.
Inleiding en context
3
2.
Leeswijzer
5
3.
Overzicht regiobrede thema’s
6
4. 4.1. 4.2.
Concretisering en actualisering acties gebieden Werken met een gebiedsaanpak Overzicht gebiedsaanpakken
10 10 11
5.
Organisatie
22
6. 6.1. 6.2.
Middelen: capaciteit en geld Middelen coördinator en afstemming Middelen voor de uitvoering
23 23 23
Bijlage 1: Toelichting ruimtelijke trajecten en hoe deze zich tot de huidige uitvoeringsagenda verhouden
24
Bijlage 2: Canvassen regiobrede thema’s
26
Bijlage 3: Canvassen gebiedsaanpakken
38
WAT LIGT VOOR U?
verder is uitgewerkt in het regioarrangement “Meer landschap, meer stad”, etc. Deze documenten zijn het uitgangspunt voor deze uitvoeringsagenda.
Dit is de uitvoeringsagenda voor processen van het groen-blauw raamwerk en landelijk gebied van de Groene Metropoolregio. In deze uitvoeringsagenda geven we aan hoe we binnen de regionale samenwerking van de opgave Ontspannen regio van de Groene Metropoolregio, vormgeven aan de versterking van natuur, landschap, water en het landelijk gebied. Waar mogelijk combineren we deze versterking met andere ruimtevragers, zoals recreatie en toerisme, klimaatadaptatie, energietransitie etc. Dit als invulling van het “meer landschap” uit ons motto “Meer landschap, meer stad”.
Als Groene Metropoolregio werken we, samen met onze partners, aan “Meer landschap, meer stad”. Zoals in onder andere de Regionale agenda 2025-2028 is verwoord, staan we voor de uitdaging om de groei van wonen, werken en mobiliteit zo te realiseren dat we een balans vinden tussen levendige stedelijkheid en ontspannen leefkwaliteit.
De verstedelijkingsstrategie en -afspraken, het regioarrangement en het NOVEX-ontwikkelperspectief zijn en worden nog verder uitgewerkt in de gebiedsprogramma’s per deelgebied. In de gebiedsprogramma’s wordt onderzocht en advies gegeven over hoe de verschillende functies (woningbouw, energie, landschap, etc.) in een gebied in balans een plek kunnen vinden. Er is een hele nauwe link tussen de gebiedsprogramma’s en deze uitvoeringsagenda: de activiteiten in deze agenda die specifiek op de deelgebieden gericht zijn, vormen input voor de gebiedsprogramma’s. Andersom gebruiken wij de gebiedsprogramma’s als input voor deze uitvoeringsagenda. Deze samenhang is cruciaal, omdat we geen dingen dubbel willen doen, maar vooral omdat we alle ruimteclaims zo veel mogelijk in samenhang willen en moeten bekijken. Alleen dan kunnen we de juiste keuzes maken om onze regio in balans te laten groeien: meer landschap én meer stad. Naast deze trajecten vormt ook het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP, vastgesteld begin 2025) een belangrijk kader. Mobiliteit en bereikbaarheid zijn immers nauw verweven met de ruimtelijke inrichting en de kwaliteit van landschap en leefomgeving. Het RMP geeft richting aan de mobiliteitsopgaven in de regio en sluit aan bij gebiedsgerichte processen, zoals de verkeersvisie Park Lingezegen en de mobiliteitsopgave Zuidflank.
Zie bijlage 1 voor een nadere toelichting op de verschillende ruimtelijke trajecten die er lopen en de samenhang daarvan met deze uitvoeringsagenda.
De afgelopen jaren hebben we deze ambitie en de doelen die we daarbinnen hebben, vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten, samen met provincie, waterschappen en rijk. Denk aan de Verstedelijkingsstrategie, het NOVEX-ontwikkelperspectief, het rapport Vervlochten regio dat
Naast wat er in deze uitvoeringsagenda is opgenomen, bestaan er natuurlijk ook ander beleid en acties van onze partners in het landelijk gebied. Zo werkt de provincie Gelderland samen met andere partijen aan o.a. het afronden van de natuuropgave uit het Natuurpact, maatregelen
Deze uitvoeringsagenda is een product van de samenwerkende gemeenten in de Groene Metropoolregio en opgesteld in nauwe samenwerking met de provincie Gelderland en de betrokken waterschappen. Daarnaast zijn allerlei andere, niet-overheidspartners betrokken geweest bij de uitwerking van onderdelen van deze uitvoeringsagenda. Via verschillende bijeenkomsten, zowel over de uitvoeringsagenda als geheel als voor bepaalde onderdelen, is input en commitment opgehaald om samen aan de slag te gaan met het versterken van ons groen, blauw en landelijk gebied.
CONTEXT EN UITGANGSPUNTEN
2
3
2. LEESWIJZER TIJDSPAD
uit de natuurbeheerplannen N2000 (de Veluwe, Rijntakken en de Bruuk), de KRW-opgaven en de bossenstrategie. Ook wordt er binnen de provincie gewerkt aan de actualisatie van landbouwbeleid (bijv. Kadernota Agrifood) en zal de provincie na afschaffing van het Transitiefonds en het NPLG inspelen op nieuwe rijksontwikkelingen. Denk aan de Rijksbrief Ruimte voor Landbouw en Natuur, middelen voor ANB en ANLb, de agrarische stoppersregelingen gericht op ammoniakreductie, etc. Het programma VLGG krijgt als zodanig geen vervolg meer. De versnellingsaanpak Stikstof is de nieuwe Gelderse koers (2025). In dit kader wil GS de gebiedsprocessen op en rondom de Veluwe, Winterswijk en enkele gebiedsprocessen op of rondom Natura 2000 gebieden met stikstofopgave doorzetten. Dit geldt in ieder geval voor gebiedsprocessen in de Veluwezoomgemeenten, het Rijk van Nijmegen en de Gelderse Poort. De provincie ziet daarbij een focus op stikstofreductie natuurherstel en wateropgaven en vraagt het integrale gebiedsproces daarop in te richten plus aandacht voor kortetermijnmaatregelen. Partijen zijn in gesprek over wat de recente ontwikkelingen en gewenste focus betekent voor de inzet en organisatie van de verschillende gebiedsprocessen.
Wat voor de provincie geldt, geldt ook voor de waterschappen en andere betrokkenen bij het groen, blauw en landelijk gebied: er zijn veel initiatieven, ideeën, ontwikkelingen en projecten om groen en blauw te versterken. Bij de verdere uitwerking van deze uitvoeringsagenda houden we rekening met en sluiten we waar mogelijk aan bij deze ontwikkelingen.
Het tijdspad van de uitvoeringsagenda is in principe gelijk aan die van het regioarrangement, namelijk tot 2040. Echter kunnen we de uitvoeringsagenda op dit moment, gezien de opstartfase van de uitvoeringsagenda en ontwikkelingen op rijks- en provinciaal niveau, vaak alleen voorzien van acties voor de korte termijn. Daarnaast verschilt het tijdspad per thema en deelgebied. Verdere uitwerking van de programmering in de tijd, ook voor de lange termijn, is een belangrijk aandachtspunt in het vervolg. We evalueren jaarlijks de voortgang van deze agenda en stellen bij waar nodig, steeds in afstemming met de gebiedsprogramma’s en alle ruimtelijke trajecten die er lopen. Waar we in deze agenda nog vooral eerste stappen zullen beschrijven om te komen tot uitvoering, zal in de loop van de tijd deze uitvoeringsagenda steeds concreter worden en steeds meer uitgewerkt worden in projectplannen voor projecten die leiden tot het versterken van het groen, blauw en landelijk gebied in de regio.
We hebben deze uitvoeringsagenda ingedeeld aan de hand van vijf thema’s die we voor de hele regio uitwerken en vijf gebiedsaanpakken voor de deelgebieden in onze regio.
Deze regiobrede thema’s en gebiedsaanpakken zijn nauw met elkaar verbonden: wat we in de regiobrede thema’s doen, gebruiken we in de gebiedsaanpakken en andersom. Bijvoorbeeld: de regiobrede uitwerking van water en bodem sturend kan gebruikt worden in de gebiedsaanpakken. Andersom wordt kennis over de ontwikkelingen in de gebiedsaanpakken meegenomen in onderzoeken zoals die voor ruimte voor recreatie. De regiobrede thema’s zetten we uiteen in de tabel in hoofdstuk 3 en de gebiedsaanpakken in de tabel in hoofdstuk 4. Deze tabellen bieden een samenvattend overzicht van alle thema’s en gebiedsaanpakken. Voor een meer uitgebreide uitleg over ieder thema en iedere gebiedsaanpak, zie de canvassen in bijlagen 2 en 3. We merken dat het een hele kunst is om alle betrokkenen goed geïnformeerd en aangehaakt te houden en om te zorgen dat de samenhang met allerlei andere trajecten goed is geborgd. In hoofdstuk 5 besteden we daarom bijzondere aandacht aan de organisatie, hoe we iedereen willen betrekken en hoe we de samenwerking en samenhang borgen met de gebiedsaanpakken, ook in relatie tot de gebiedsprogramma’s. Hoofdstuk 6, tenslotte, gaat in op de benodigde middelen voor het groen-blauw raamwerk en de dekking hiervan, zowel in capaciteit als in geld.
De 5 regiobrede thema’s zijn: 1. Ontwikkeling landbouw en voedsel 2. Recreatief uitloopgebied 3. Ruimte voor recreatie 4. Water en bodem sturend 5. Groen in stad en dorp De 5 gebiedsaanpakken zijn: 1. Veluwezoom 2. De Liemers 3. Rijk van Nijmegen 4. Middengebied 5. Gelderse poort
In deze agenda staat vooral beschreven welke acties we als overheden gezamenlijk willen oppakken in de regio, in samenwerking met onze partners die geen overheid zijn.
4
5
3. OVERZICHT REGIOBREDE THEMA’S De regiobrede thema’s zijn uitgewerkt in de canvassen in bijlage 2. Hier beperken we ons tot een samenvatting per thema. THEMA VERLEDEN
HUIDIGE FASE VERVOLG EN ACTIVITEITEN
TREKKER PLANNING EN BETROKKENEN
ONTWIKKELING LANDBOUW EN VOEDSEL
Verkennen mogelijkheden om landbouwstructuur GMR in kaart te brengen.
Verkennende gesprekken met NLTO en ZLTO, later ook andere betrokkenen.
Ambitiedocument Verhaallijnen.
Opstarten verhaallijn ‘Gezond en lekker leven’ i.s.m. speerpunt Recreatie en toerisme. Inventarisatie en ophalen bestaande activiteiten en verhalen.
Mogelijk (afhankelijk van eerste verkennende gesprekken): in kaart brengen landbouwstructuur GMR. Opstellen actieplan en programmateam voor ‘Gezond en lekker leven’.
Doorlopend: Bijhouden en inspelen op ontwikkelingen en behoeften gemeenten t.b.v. kennisdeling en samenwerking. Daarnaast wordt in de gebiedsaanpakken (hoofdstuk 4) gewerkt aan de doorontwikkeling van de landbouw. RECREATIEF UITLOOPGEBIED
RUIMTE VOOR RECREATIE
n.v.t.
Analyse door Flux landschapsarchitecten naar recreatieve uitloopgebieden in Foodvalley en de GMR.
n.v.t.
Analyse van huidige situatie, toekomstige ontwikkelingen en kansen en knelpunten door Bureau voor Ruimte en Vrije Tijd.
6
We maken een realisatiestrategie voor de uitloopgebieden in NOVEX verband.
Vaststellen vervolgstappen.
Verkennende gesprekken: najaar 2025. Gezond en lekker leven: Q2-Q3 2025: start inventarisatie.
Gezond en lekker leven: ambtenaren recreatie en toerisme, kernteam Q3-Q4 2025: opstellen groen-blauw raamwerk, maatschappelijke partijen actieplan en programmabetrokken bij korte ketens, team. ondernemers waaronder agrariërs, TVAN (N.B. in deze fase zijn de genoemde partners nog niet betrokken. Dit zal gebeuren na/tijdens de opstartfase van de verhaallijn), provincie, waterschappen, GMR.
VRO/BZK, Provincie, LVVN, Staatsbosbeheer, Waterschappen, Natuurmonumenten, Park Lingezegen, gemeenten, Foodvalley, GMR.
Q1-Q3 2025: analyse Flux. Q4 2025: voorleggen van de studie uitloopgebieden aan BO leefomgeving.
Ambtenaren recreatie en toerisme, kernteam groenblauw raamwerk, TVAN, provincie Gelderland, Bureau voor Ruimte en vrije tijd, diverse natuur- en recreatiebeheerders en andere kennishouders, GMR.
Q1-Q4 2025: analyse Q4 2025: vaststellen vervolgstappen.
KOSTEN HUIDIGE FASE EN FINANCIERING In beeld brengen landbouwstructuur: t.z.t. de kosten te bepalen en de financiering afhankelijk van vervolg. Gezond en lekker leven: €40.000 voor huidige fase en vervolg. Financiering door provincie Gelderland en budget Ontspannen regio.
De huidige analyse wordt gefinancierd door de NOVEX-samenwerking. In de volgende fase wordt bekeken hoe de financiering voor de uitloopgebieden georganiseerd wordt. De analyse wordt gefinancierd vanuit de Ontspannen regio.
7
WATER EN BODEM STUREND
2024: GMR 2120 door de WUR. 2024: Onderzoek en regiosessies door College van Rijksadviseurs, Deltares en H+N+S Landschapsarchitecten.
Werkgroep water en bodem sturend en sessies ter aanscherping en verrijking van bestaand onderzoek en advies.
We werken aan een uitwerking waarbij we o.a. signaleringskaarten gaan maken voor de gehele GMR. Naar aanleiding daarvan maken we een handelingsperspectief.
De waterschappen, Rijkswaterstaat, provincie, klimaatregio’s, GMR (Groene Groei en Ontspannen Regio).
Q2-Q3 2025: twee sessies voor het aanscherpen en verrijken van het advies van het College van Rijksadviseurs en anderen. De planning volgt op basis van deze sessies.
De opgave Groene Groei financiert dit traject.
GROEN IN STAD EN DORP
n.v.t.
Er zijn contacten gelegd met o.a. Foodvalley en het Rijk over het programma Groen in en om de stad en basiskwaliteit natuur.
We breiden onze contacten met Foodvalley en het Rijk uit en kijken, of en zo ja, hoe we Groen in de stad en basiskwaliteit kunnen benutten en vertalen naar onze regio.
Foodvalley, rijkspartners (LVVN en VRO), gemeenten, GMR.
Q4 2025-Q2 2026.
Gefinancierd vanuit begroting Ontspannen regio (met name capaciteit).
Naast deze regiobrede thema’s is de GMR ook een van de veertig pilotregio’s van het Europese project Pathway2Resilience. Pathway2Resilience is een onderzoeks- en innovatieprogramma onder Horizon Europa. Het heeft als doel een innovatieve benadering te bevorderen voor het versterken van klimaatbestendigheid. Deze innovatieve benadering heet de Regional Resilience Journey en is de methodiek die gebruikt wordt. De bedoeling is om tijdens deze reis met stakeholders uit de regio een actieplan, investeringsplan en een innovatie agenda te vormen om te komen tot een klimaatresistente regio. Als GMR doen we dit samen met Stichting Soil Valley. We richten ons specifiek op klimaatadaptief bouwen vanwege de grote woningbouwopgave. De pilot wordt getrokken vanuit de opgave Circulaire Regio met input van de Ontspannen Regio.
8
9
4. CONCRETISERING EN ACTUALISERING ACTIES 4.1. W ERKEN MET EEN GEBIEDSAANPAK
De Gelderse gebiedsaanpak is niet een op zichzelf staand doel, maar een middel om onze gebiedsaanpakken verder te brengen. We zetten de gebiedsaanpak in op een manier die passend is bij de opgaven, ambities en identiteit in het gebied. Dit betekent dat we niet (altijd) een zware gebiedsontwikkeling inzetten, zoals vaak wordt verwacht bij (pré-)verkenningen, maar juist pragmatisch kijken hoe we toegevoegde waarde kunnen creëren en stappen naar uitvoering kunnen zetten. We hanteren dus een lerende aanpak, samen met alle partners. De verschillende fases in de gebiedsaanpak zijn door de provincie uitgebreid beschreven. Hier volstaan we met een illustratie van de fasen op de volgende pagina. De concretisering en actualisering van de acties in de gebieden, zoals hieronder beschreven, doen we aan de hand van deze systematiek.
Voor wat betreft de gebiedsaanpakken, gebruiken we de Gelderse gebiedsaanpak van de provincie Gelderland. In elk gebied wordt deze systematiek op maat toegepast: het is een leidraad om goede afspraken met elkaar te maken, stappen te initiëren en ieders rol goed scherp te hebben en houden. De gebiedsaanpak geeft houvast en een gemeenschappelijke taal. Het biedt de mogelijkheid om een (potentiële) gebiedsontwikkeling op te knippen en per fase een plan en doel te bepalen die richtinggevend zijn. Tussen de fasen vinden heldere besluitmomenten (ambtelijk en bestuurlijk) plaats om projectfasen af te sluiten en expliciet te toetsen of alles in beeld is en de volgende fase gestart kan worden. Dit geeft ook de mogelijkheid om met alle partners de samenwerking te vieren en samen de volgende stap in te zetten.
4.2. OVERZICHT GEBIEDSAANPAKKEN
In bijlage 3 zijn de gebiedsaanpakken in canvassen uitgewerkt. Hier beperken we ons tot een samenvatting per gebiedsaanpak.
We richten ons op vijf gebieden: de Veluwezoom (Renkums en Heelsums beekdal, Zuidflank en Soerens beekdal), het Rijk van Nijmegen (Groene Mantel en Blauwe motor), de Liemers, het Middengebied en de Gelderse Poort.
GEBIEDSAANPAKKEN LANDELIJK GEBIED GROEN-BLAUW RAAMWERK
Soerens beekdal
Dieren
dynamische rivieren en uiterwaarden (programma Integraal Riviermanagement / Ruimte voor de Rivier verbinding tussen gradientbossen en uiterwaarden kansrijke verbinding
A50 lagere gronden, broeklanden, komgronden en weteringen
A12 potentiële klimaatbuffer
Doesburg
Zuidflank
vitaliseren gradientbossen (loof-naald-gemengd) - accent op bescherming en reguleren
Rheden
Wolfheze
rivierduinbossen rivierduinen ontwikkelen
Velp
Renkum en Heelsumse beekArnhem
drinkwaterreserveringsgebied_kwetsbaar
Angerlo
Oosterbeek
Renkum
drinkwaterwinningspunten
IJssel
Doorwerth
natuurgebieden (rietmoeras Lingezegen, Ooijse Graaf, De Bruuk en Sint Jansberg) Nederrijn
klimaatadaptatie en stedelijk groen
Westervoort <A12>
Heteren
HWBP dijken
Arnhem-Zuid
gebiedsaanpakken
Duiven
Groene Mantel Rijk van Nijmegen
Linge
Zetten
A50
middengebied - doorontwikkeling park Lingezegen, EVZ, stadslandbouw, GBDA, recreatie, natuur
Liemers
Huissen
A325
PAGW Gelderse Poort
Zevenaar
rietmoeras Lingezegen
Middengebied
natuur- en beekherstel Veluwezoom / Berg en Dal
Andelst
A15 A12
Bemmel Oosterhout
Druten
Gelderse Poort
Gendt NijmegenNoord Beuningen
Millingen
Rijn
Lobith Tolkamer
Waal
Ooijse Graaf
<A50>
Groene Mantel
Nijmegen
Wijchen
Kranenburg (DE) Malden
Kleef (DE)
Groesbeek
Blauwe motor De Bruuk
Sint Jansberg
0
1
2
3
4
5
04.06.2025
10
11
GEBIEDSAANPAK VERLEDEN
HUIDIGE FASE VERVOLG EN ACTIVITEITEN
TREKKER PLANNING EN BETROKKENEN
KOSTEN HUIDIGE FASE EN FINANCIERING
Oriëntatiefase: Go/no go voor pré-ver• Analyse van het natuurkenning door bestuurders. en watersysteem en de bewoningsgeschiedenis. • Overzicht maken van huidige kennis, lopende projecten en beleid en kansen en knelpunten voor het vervolg. • Opzetten organisatie en plan van aanpak. • Aantrekken projectleider.
Gemeenten Rheden, Arnhem, Rozendaal, Renkum, waterschap Rijn en IJssel, waterschap Vallei en Veluwe, provincie Gelderland, grondbezitters en maatschappelijke partijen, GMR.
Oriëntatiefase en bijbehorende activiteiten 6 maanden na start projectleider.
Financiering huidige fase: gemeente Rheden en GMR.
Go/no go moment voor pré-verkenning na afronding oriëntatiefase.
Voor afronding oriëntatiefase en evt. vervolg: 0,6 fte projectleider en procesgeld voor Zuidflank en Soerens beekdal wordt een SPUK-aanvraag bij de provincie ingediend van in totaal €635.000.
VELUWEZOOM ZUIDFLANK
Start-up sessie Q4 2024.
Afronding pré-verkenningsfase 2 jaar na de start van de projectleider.
Financiering door GMR en provincie (mogelijke inzet budget gebiedsprocessen). SOERENS BEEKDAL
Start-up sessie en oriëntatiefase Q4 2024- Q1 2025.
Pré-verkenning: • Plan van aanpak. • Thema’s natuur, water landschap en landbouw •V erkenning geschiedenis en landschapskwaliteiten. • Verkennende gesprekken met agrariërs.
Uitvoeren van plan van aanpak Pré-verkenning en toewerken naar een getekende intentieovereenkomst.
Gemeenten Rheden, Brummen, Waterschap Rijn en IJssel, provincie Gelderland, grondbezitters, agrariërs, maatschappelijke partijen, GMR.
Uitvoeren plan van aanpak Financiering huidige fase: pré-verkenning Q3-Q4 gemeente Rheden en pro2025. vincie Gelderland. Opstellen intentieovereen- Voor pré-verkenning komst Q4 2026. en evt. vervolg: 0,6 fte projectleider en procesGo/no go moment voor geld voor Zuidflank en verkenning eind Q4 2027. Soerens beekdal wordt een SPUK-aanvraag bij de provincie ingediend van in totaal €635.000. Financiering door GMR en provincie (mogelijke inzet budget gebiedsprocessen).
12
13
RENKUMS EN HEELSUMS BEEKDAL
Start pré-verkenning Q1 2024.
HAVIKERWAARD, BEIMERWAARD, FRATERWAARD EN OLBURGERWAARD (HBFO)
Zie Gelderse poort.
RIVIERKLIMAATPARK IJSSELPOORT (RKP)
Zie Gelderse poort.
Pré-verkenning: Bureaustudie en sessies waarbij GMR en gemeenten input leveren over de inhoud en het proces.
Verkenning: indien van toepassing (afhankelijk van uitkomst pré-verkenning) beoogde start in Q4 2025.
Gemeenten Ede, WageBeoogde beslissing en ningen, Renkum, Arnhem, afronding pré-verkenning Rozendaal, waterschap in Q4 2025. Vallei en Veluwe, provincie Gelderland, grootgrondbezitters en maatschappelijke partijen, GMR.
Financiering huidige fase: provincie Gelderland.
Oriëntatiefase: • Verkenning gebiedsontwikkeling: Inventarisatie en advies over aanpak voor het vervolg, begeleid door bureau P2.
Go/no go voor pré-verkenning.
Gemeenten Westervoort, Duiven, Zevenaar, waterschap Rijn en IJssel, provincie Gelderland, Liemerse Ambassade, GMR. Vervolg: agrariërs, grondeigenaren en bewoners.
Verkenning gebiedsontwikkeling tussen Q2 en Q4 van 2025.
Budget voor verkenning komt uit bestaande budgetten van de provincie en de regio.
Oriëntatiefase: Verkenning gebiedsontwikkeling, o.a. op basis van de studie door Flux naar uitloopgebieden en sessie over het gebied rondom de A15 tussen Duiven-Zevenaa.r
Vervolg bepalen n.a.v. studie uitloopgebieden (groene scheggen).
Gemeenten Westervoort, Duiven, Zevenaar, waterschap Rijn en IJssel, provincie Gelderland, Rijkswaterstaat, GMR.
Verkenningen gebiedsontwikkeling tussen Q2 en Q4 van 2025.
DE LIEMERS HET BROEK
STEDELIJKE UITLOOPGEBIEDEN
N.v.t.
Start-up sessie.
RIVIERKLIMAATPARK IJSSELPOORT (RKP)
Zie Gelderse poort.
RIJNSTRANGEN
Zie Gelderse poort.
14
Voor de uitvoering zal een separaat budget moeten worden aangevraagd. Het gebied Duiven-Westervoort is uitgewerkt en gefinancierd door de gemeenten. Voor de uitvoering zal een separaat budget moeten worden aangevraagd.
15
RIJK VAN NIJMEGEN GROENE MANTEL RONDOM NIJMEGEN (HIERNA: GROENE MANTEL)
Plan van aanpak (2024). Pré-verkenning: • Programma van eisen en financieringsstrategie. • Werkwijze voor uitvoering (incl. inventarisatie en start pilots en kennisbijeenkomsten).
Verkenning: Uitvoeringsprogramma incl. acties voor korte en lange termijn uitvoering.
Uitvoering projecten en implementeren beleid en beheer.
Gemeenten, waterschap Rivierenland, provincie Gelderland, ZLTO, Via Natura, Radboud Universiteit, Collectief Rivierenland, GMR.
Opdracht programma van eisen en financieringsstrategie: Q1-Q3 2025.
Beide opdrachten worden gefinancierd door de gemeenten.
Opdracht werkwijze: Q1Q3 2025.
Voor de volgende fase wordt een aanvraag SPUK ingediend van ruim €500.000 bij de provincie).
Opstellen uitvoeringsprogramma: Q2-Q4 2025.
HERSTEL BLAUWE MOTOR STUWWAL (HIERNA: BLAUWE MOTOR)
Voorafgaand proces Blauwe Motor.
Pré-verkenning: • Onderzoek naar de potentiële gebiedsontwikkeling. • Opstellen en ondertekenen intentieovereenkomst i.s.m. Groene Mantel.
RUIMTELIJK PERSPECTIEF DRUTEN-BEUNINGEN-WIJCHEN-NIJMEGEN
N.v.t.
Start-up sessie Q4 2024.
Ondertekenen intentieovereenkomst en besluit over vervolg (invulling verkenningsfase). Werksessie met raden en presentatie advies en borging.
Provincie Gelderland, gemeenten Nijmegen, Berg en Dal en Heumen, Waterschap Rivierenland, GMR.
Ondertekenen intentieovereenkomst in Q2-Q3 2025.
De pré-verkenning wordt gefinancierd door de provincie Gelderland. Voor de volgende fase willen we financiering vanuit provincie inzetten (mogelijke inzet budget gebiedsprocessen).
Opstellen en uitwerken denkrichtingen ruimtelijk perspectief.
Gemeenten Nijmegen, Druten, Wijchen, Beuningen, provincie Gelderland, GMR, waterschap Rivierenland.
Opstellen ruimtelijk perspectief, werksessie raden en presentatie advies en borging tussen Q2 en Q4 2025.
Gefinancierd door gemeenten, Groene groeiregio en de provincie Gelderland.
Pré-verkenning: Verkenning naar middelen Ontwikkelen van een reali- voor uitvoering. satieplan.
Gemeenten Overbetuwe, Lingewaard, Arnhem en Nijmegen, Provincie Gelderland, Waterschap Rivierenland, Groene Metropoolregio (GMR), en diverse maatschappelijke partners en terreinbeheerders. Een projectteam met vertegenwoordigers van deze partners begeleidt het proces.
Start: juli 2025. Doorlooptijd: tot april 2026.
Totale kostenraming: €135.000. Projectleiding (0,2-0,3 fte) geleverd door GMR, via provinciebudget: €20.000 Bijdragen gemeenten Overbetuwe en Lingewaard, waterschap en provincie (ieder €10.000): €40.000. Bijdrage uit programma Ontspannen Regio: €75.000.
MIDDENGEBIED Middengebied.
Bouwen van een coalitie van overheden en maatschappelijke partners.
Uiterwaarden Huissen.
Zie Gelderse poort.
16
17
GELDERSE POORT Splitsingspuntengebied uitwerking RWS_ON/ Deltaprogramma.
Sessies in 2025.
Het Rijk moet beleidskeuzes maken om problemen in het rivierengebied aan te pakken. De1efase gebiedsuitwerking helpt om een beeld te krijgen van de impact van deze keuzes op het splitsingspuntengebied.
Rijkswaterstaat, Waterschap, Deltaprogramma Rijn, provincie Gelderland, gemeenten, GMR.
Q2 2025 – Q4 2025. Werksessie HBFO: 16 september 2025 PannerdenschKanaal: 30 september 2025. Rijnstrangen: 14 oktober 2025. Waalbochten: 24 september 2025.
Wordt gefinancierd door het Rijk.
Werksessie toets beelden HBFO: 8 oktober 2025. PannerdenschKanaal: 28 oktober 2025. Rijnstrangen: 4 november 2025. Waalbochten: 15 oktober 2025. Opstellen concept Eindrapport: 10 december 2025. Rapportage opstellen eindconcept Eindrapport: 21 januari 2026. Gelderse Poort aanvullend traject GMR.
Start-up sessie Q4 2025.
Oriëntatiefase.
Vanuit het perspectief van de regio maken we een visie op de Gelderse poort. Accent ligt op beleving, nature based solutions en ruimtelijke kwaliteit.
Rijkswaterstaat, Waterschap, Deltaprogramma Rijn, provincie Gelderland, gemeenten, GMR en Stakeholders ( maatschappelijke organisaties SBB.
Q3 2025 - 2027.
Aanvraag voor financiering ihkv versnellingsgelden VLGG moet nog worden opgesteld.
Havikerwaard, Beimerwaard, Fraterwaard en Olburgerwaard (HBFO).
pm.
pm.
pm.
pm.
pm.
pm.
GMR heeft hier (nog) geen rol in.
18
19
Rivierklimaatpark IJsselpoort (RKP).
pm.
Planuitwerkingsfase.
Planuitwerkingsfase en start uitvoering.
Gemeenten Arnhem, Duiven, Rheden, Westervoort en Zevenaar, Natuurmonumenten, provincie Gelderland, Waterschap Rijn en IJssel en Rijkswaterstaat.
Oktober 2020 ondertekenen Samenwerkingsovereenkomst.
GMR heeft hier (nog) geen rol in.
2026 start uitvoering.
De samenwerkings-partners financieren gezamenlijk het project.
2022-2026 Planuitwerkingsfase.
2027 KRW-werkzaamheden gereed. 2030 Overige werkzaamheden gereed. Rijnstrangen en uiterwaarden Huissen.
n.v.t.
Verkennend traject van Rijkswaterstaat. Testcase bij de uiterwaarden bij Huissen over de samenwerking met alle partners (incl. GMR en gemeenten) voor een toekomstbestendige inrichting van het gebied.
20
Besluit opdracht gebiedsagenda.
Rijkswaterstaat, Waterschap, Deltaprogramma Rijn, provincie Gelderland, gemeenten, GMR.
Opstellen opdracht gebiedsagenda Q3 2025.
Beoogde financiering budget provincie (mogelijke inzet budget gebiedsprocessen).
21
5. ORGANISATIE
6. MIDDELEN: CAPACITEIT EN GELD
Op het niveau van de uitvoeringsagenda als geheel Het bewaken van de voortgang en samenhang van deze uitvoeringsagenda, gebeurt binnen de opgave Ontspannen regio van de GMR. Dit in nauwe samenwerking met de andere opgaven, met name Groene Groeiregio, Verbonden regio (Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP), en Circulaire regio (waar klimaatadaptatie en energietransitie onderdeel van uit maken), gemeenten, provincie, waterschappen en andere partners. De bestuurlijk opdrachtgever en het bestuurlijk opgaveteam Ontspannen regio, bewaken in nauwe afstemming en overleg met de bestuurlijk platforms van groen-blauw raamwerk, Groene groei (RO) en Circulaire regio de samenhang en voortgang van deze uitvoeringsagenda en stellen waar nodig bij.
Op het niveau van thema’s en aanpakken De rol die het bestuurlijk opgaveteam en het kernteam heeft, is vooral een coördinerende en afstemmende rol voor het totaal van de uitvoeringsagenda. De daadwerkelijke uitvoering, dus het uitvoeren van de acties voor de gebiedsbrede thema’s en gebiedsaanpakken, wordt per regiobreed thema en per gebiedsaanpak anders georganiseerd. Dit wordt apart voor elk thema en voor elk gebiedsaanpak beschreven in de opdrachten en plannen van aanpak die hiervoor zijn. Deze beschrijven we hier niet in detail. Bij het uitwerken van de thema’s en gebiedsaanpakken, zorgen we voor een goede afstemming met de gebiedsprogramma’s die er per deelgebied zijn. De uitvoering en resultaten van de gebiedsbrede thema’s en de gebiedsaanpakken worden ingebed in deze gebiedsprogramma’s. Coördinatie van en sturing op deze uitvoering valt daarmee binnen de organisatie van deze gebiedsprogramma’s: de gebiedsteams en gebiedstrekkers (ambtelijk en bestuurlijk). Zo borgen we dat de uitvoering van deze uitvoeringsagenda goed wordt afgestemd met ruimtelijke ontwikkelingen in andere domeinen, zoals bijvoorbeeld, mobiliteit, wonen, economie en energietransitie. In de canvassen en samenvattende tabellen in de vorige paragrafen, hebben we per gebiedsaanpak wel kort beschreven wie de trekker is en wie de belangrijkste betrokkenen zijn.
Ambtelijk opdrachtgever is de opgavemanager Ontspannen regio. Opdrachtnemer is het kernteam groen-blauw raamwerk, onder leiding van de speerpuntcoördinatoren groen-blauw raamwerk. In het kernteam zitten vertegenwoordigers van de deelgebieden, de provincie, het waterschap Rivierenland en de GMR. Daarmee wordt de samenwerking met andere overheden dus ook direct vormgegeven. Daar waar afstemming op bestuurlijk niveau met provincie en waterschappen over deze uitvoeringsagenda van belang is, gebruiken we het bestuurlijk overleg regioarrangement. Indien nodig kan vanuit hier opgeschaald worden naar NOVEX-niveau (samenwerking met regio’s, provincie en Rijk).
In de hoofdstukken 3 en 4 zijn de kosten en afgesproken financiering per regiobreed thema en gebiedsaanpak voor zover nu bekend, opgenomen. De belangrijkste inzet van gemeentelijke ambtenaren, namelijk hun inzet in de gebiedsaanpakken, blijkt erg moeilijk in te schatten. Dit verschilt sterk per gebiedsaanpak, maar ook per persoon en per gemeente. Op basis van een aantal ervaringscijfers, verwachten wij dat de gemiddelde tijdsbesteding neer zal komen op 2-4 uur per week voor één ambtenaar bij een bij de gebiedsaanpak betrokken gemeente. Dit is lang niet altijd “extra” werk. Vaak zijn gemeentelijk ambtenaren al bij deze aanpakken betroken (geweest) vanuit hun “reguliere” functie. Het blijft dus maatwerk. Het is daarom van belang dat iedere medewerker hier met zijn of haar leidinggevende goede afspraken over maakt. Voor de korte termijn zijn de benodigde procesmiddelen al geborgd. Dit betekent dat de uitvoering in 2025 en 2026 kan plaatsvinden zonder dat er aanvullende financiële bijdragen van gemeenten nodig zijn. Voor deze periode volstaat de inwonerbijdrage aan de GMR, aangevuld met reeds door gemeenten voorgefinancierde middelen. Voor 2025 en 2026 is er dus geen extra geldelijke bijdrage bovenop deze bestaande afspraken nodig.
Daarnaast zijn er verschillende gemeentelijke en andere ambtenaren betrokken bij de ambtelijk platforms. Dit kost circa 1 uur per maand per persoon.
6.2. MIDDELEN VOOR DE UITVOERING Hierboven zijn alleen de middelen voor de processen opgenomen. Grote zorg van alle betrokkenen is dat, zeker met het wegvallen van het transitiefonds, er onvoldoende middelen zullen zijn voor de uitvoering. De opgaven bevatten een orde van 300 miljoen (huidige schatting op basis van rapport Tauw, 2023) aan investeringen. Daarom gaan we gezamenlijk een financierings- en bekostigingsstrategie ontwikkelen. Deze strategie brengt de totale investeringsopgave, baten en risico’s in beeld en verkent mogelijke dekkingsbronnen vanuit rijk, provincie, EU en publieke en private partijen. Ook worden instrumenten zoals fondsen, een grondbank, subsidies en cofinanciering betrokken. De strategie biedt daarmee een handelingsperspectief voor het organiseren van investeringen, zowel regiobreed als binnen de gebiedsaanpakken. In elk gebiedsproces wordt gekeken naar de verwachte kosten en financieringsmogelijkheden; aanvullend wordt op regionaal niveau gewerkt aan innovatieve constructies en koppelkansen met andere opgaven (zoals energie, klimaat en recreatie). De strategie wordt getoetst in twee gebiedsaanpakken en resulteert in een eindrapport met aanbevelingen en een voorstel voor portefeuilleopbouw. Deze verkenning wordt samen met de opgaven Groene Groei en Circulaire regio opgepakt en (mede) gefinancierd.
Naast de procesmiddelen voor de gebiedsbrede thema’s en gebiedsaanpakken, zijn er middelen nodig voor de coördinatie en afstemming en voor de uitvoering. Hieronder gaan we nader hierop in.
6.1. MIDDELEN COÖRDINATOR EN AFSTEMMING Voor coördinatie en afstemming is de volgende capaciteit beschikbaar: - Speerpuntcoördinatoren: 1,4 fte geleverd door GMR (deels geleverd door GMR, deels tijdelijk voor een jaar door provincie (gestationeerd bij de GMR) vanaf 1 juni 2025 - Projectmedewerker: 1,0 fte geleverd door GMR - Deelname aan kernteam door provincie, gemeenten en waterschap. 4-6 uur per maand per deelnemer
Zowel op GMR-niveau als op het niveau van het BO regioarrangement en NOVEX geldt dat dit tafels zijn waarop wordt afgestemd, samenhang wordt bewaakt en keuzes worden voorbereid. Daadwerkelijke keuzes worden altijd gemaakt in de daartoe bevoegd gezagen, zijnde de colleges, raden, staten en besturen van de betrokken overheden en andere partners.
22
23
BIJLAGE 1: TOELICHTING RUIMTELIJKE TRAJECTEN EN HOE DEZE ZICH TOT DE HUIDIGE UITVOERINGSAGENDA VERHOUDEN In de regio lopen er verschillende ruimtelijke trajecten waartoe we ons met deze uitvoeringsagenda verhouden. De verstedelijkingsstrategie “Meer landschap, meer stad” vormt de basis waarop we werken. Daarin is afgesproken dat we als regio groeien in balans: Meer landschap, meer stad. Wonen, leefomgeving, mobiliteit en economie zijn hierin benoemd als belangrijke bouwstenen voor “groene groei”. De verstedelijkingsstrategie is later uitgebreid met de onderwerpen landelijk gebied en energie en het thema economie is verbreed naar circulaire economie. Die verschillende thema’s zijn uitgewerkt in verschillende meer sectorale beleidsdocumenten, zoals het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG), dat inmiddels van tafel is, maar waarin wel veel inhoud is ontwikkeld. In het regioarrangement, gemaakt door waterschappen, provincie en samenwerkende gemeenten in de GMR, is deze uitbreiding opgenomen. Het regioarrangement vormt op haar beurt weer input voor het ruimtelijk voorstel en het ruimtelijk arrangement, dat door de provincie wordt opgesteld. Hierin maken provincie en Rijk afspraken over belangrijke ruimtelijke vraagstukken. De provincie Gelderland bouwt dit op vanuit de regioarrangementen van de regio’s.
Ook in het NOVEX-ontwikkelperspectief komt dezelfde inhoud terug als in de verstedelijkingsstrategie en in het regioarrangement, maar dan op een hoger abstractieniveau. In het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen Foodvalley werken we namelijk niet alleen met provincie en waterschappen in onze regio samen, maar ook met verschillende departementen van het Rijk, de regio Foodvalley en de provincie Utrecht. Het NOVEX-ontwikkelperspectief is uitgewerkt in een uitvoeringsagenda.
De gebiedsprogramma’s zijn een uitwerking van de verstedelijkingsstrategie en het regioarrangement op het niveau van de deelgebieden Veluwezoom (inclusief spoorzone Arnhem-Oost), Rijk van Nijmegen, De Liemers en het Middengebied. Hierin worden de uitgangspunten uit verstedelijkingsstrategie en regioarrangement vertaald naar de deelgebieden en verder uitgewerkt. Daarbij wordt niet alleen afgestemd met het regioarrangement, maar ook met de NOVEX-uitvoeringsagenda: dat wat deelgebied of regio-overstijgend is, wordt op de tafel van het regioarrangement of op de NOVEX-tafel gebracht. Deze uitvoeringsagenda groen-blauw raamwerk en landelijk gebied is een uitwerking van één van de onderdelen van de gebiedsprogramma’s: de bouwsteen leefomgeving, die is verbreed en verrijkt in het groen-blauw raamwerk en landelijk gebied en als zodanig ook een plek heeft in het regioarrangement. Ook hierin zijn verbindingen te leggen met de NOVEX-tafel. Bijvoorbeeld het begrip “uitloopgebied” dat op de NOVEX-tafel wordt uitgewerkt. Op de afbeelding op de volgende pagina hebben we de verschillende ruimtelijke trajecten verbeeld. Daarbij hebben we het ruimtelijk arrangement en het ruimtelijk voorstel buiten beschouwing gelaten, omdat we vanuit de regio hier wel input aan geven, maar niet rechtstreeks aan tafel zitten.
24
* Inclusief programma’s Natuur, Biodiversiteit, het regionaal Waterprogramma, Gelders Klimaatplan en de Kadernota Agrifood
25
BIJLAGE 2: CANVASSEN REGIOBREDE THEMA’S lekker leven’. Deze richt zich op het versterken van recreatieve mogelijkheden, gekoppeld aan het welzijn van inwoners. Denk aan lokaal en gezond voedsel, sport, spel en zingeving. Met deze verhaallijn zoeken we bewust de verbinding tussen verschillende beleidsdomeinen, en versterken we de samenwerking tussen de agrarische en recreatieve sector. Daarnaast kunnen we – waar nodig – gemeenten en andere partners, zoals de provincie, ondersteunen met kennisuitwisseling en samenwerking rondom lopende programma’s en beleid voor het landelijk gebied. Daarbij is het uitgangspunt dat we gemeenten helpen hun rol in de landbouwtransitie goed te vervullen, door te zorgen voor voldoende kennis en capaciteit.
Op basis van de inventarisatie kunnen we de vervolgacties bepalen en een programmaorganisatie opbouwen. In een actieplan werken we de volgende elementen uit: •T oegankelijke recreatie voor iedereen in buitengebieden. • Inspiratiesessie gastheerschap voor agrarische bedrijven en innovators Foodsector. •R egio brede dekking en logische (digitale) verbindingen ‘smaakmakers’. •P ilot: concept en businessplan beleving streekiconen. Met deze acties brengen we verschillende beleidsdomeinen bij elkaar, met name die voor natuur en landschap, voedsel, sport en beweging en recreatie en toerisme.
WAT GAAN WE DOEN?
ONTWIKKELING LANDBOUW EN VOEDSEL Een groot deel van de Groene Metropoolregio bestaat uit landbouwgebied, met daarin veel variatie. Denk aan veeteelt, laan- en fruitbomenteelt, en kleinschalige stadslandbouw. In de regio bevinden zich veel innovatieve en toonaangevende pioniers die werken aan de landbouwtransitie. Zij richten zich op uiteenlopende thema’s, zoals groenblauwe dooradering (natuurvriendelijke water- en groenstructuren), korte voedselketens (tussen producent en consument), agroforestry (boslandbouw), bodemverbetering, biologische landbouw en zelfoogstmoestuinen. Veel van deze initiatieven hebben ook recreatieve of toeristische waarde.
werken aan een duurzame landbouwtoekomst. Tegelijkertijd ervaren deze partijen belemmeringen binnen het huidige economische en maatschappelijke systeem. Als Groene Metropoolregio willen we de samenwerking opzoeken met deze partijen om te onderzoeken wat we kunnen doen om deze belemmeringen weg te nemen en voedselproductie, natuur (inclusief stikstofreductie), water, bodem en klimaat hand in hand te laten gaan. Daarbij hebben we ervoor gekozen om op regionaal niveau niet te werken aan en met een overkoepelende landbouw- en voedselstrategie of structureel overleg. Wel onderzoeken we mogelijkheden om samen met alle betrokkenen de landbouwstructuur van de Groene Metropoolregio goed in kaart te brengen. Ook sluiten we met het thema ‘korte ketens’ en een regionaal voedsellandschap aan bij het speerpunt Recreatie en Toerisme, met als centrale verhaallijn: ‘Gezond en
We zien dan ook veel potentie voor verdere ontwikkeling en verduurzaming van de landbouw in de regio. Dit kan echter alleen als we vanaf het begin samen met agrariërs en andere betrokken partijen hieraan werken. Dat kan, want we zien in de regio veel enthousiasme en bereidheid om te
26
Onderzoeken mogelijkheden om landbouwstructuur in kaart te brengen •O nderzoeken van de mogelijkheden om de landbouwstructuur van de Groene Metropoolregio goed in kaart te brengen
OVERIG Bijhouden en inspelen op ontwikkelingen en behoeften gemeenten t.b.v. kennisdeling en samenwerking. Wie doen er mee? Onderzoeken mogelijkheden in kaart brengen landbouwstructuur In eerste instantie voeren we gesprekken met NLTO en ZLTO, die hiervoor het initiatief hebben genomen. In een later stadium willen we ook andere betrokkenen bij voedsel en landbouw in de regio benaderen.
Samen met, in eerste instantie, ZLTO en NLTO brengen we in kaart of en zo ja welke mogelijkheden er zijn om met alle betrokkenen de landbouwstructuur van de Groene Metropoolregio goed in kaart te brengen. Op basis hiervan kunnen we mogelijkheden voor verdere doorontwikkeling beter in beeld brengen. Verhaallijn ‘Gezond en lekker leven’ •H et inventariseren en ophalen van bestaande activiteiten en verhalen.
Verhaallijn ‘Gezond en lekker leven’ Ambtenaren recreatie en toerisme, kernteam groen-blauw raamwerk, maatschappelijke partijen betrokken bij korte ketens, ondernemers waaronder agrariërs, TVAN. In deze fase zijn de genoemde partners nog niet betrokken. Dit gebeurt na de opstartfase van de verhaallijn.
Met deze en de volgende actie leggen we de basis voor deze verhaallijn. We beginnen niet op nul; er zijn al initiatieven in de regio waar we op voortborduren. Het is belangrijk dat we de lessen leren die zijn opgedaan en we willen het netwerk binnen de regio versterken en uitbreiden. Daarin is bekendheid en inspiratie belangrijk. •H et opstellen van een actieplan en programmateam.
Overig Kernteam groen-blauw raamwerk, gemeenten, provincie, waterschap.
27
PLANNING Onderzoeken mogelijkheden in kaart brengen landbouwstructuur Activiteit Periode Eerste verkennende Najaar 2025 gesprekken met NLTO en ZLTO Vervolg Afhankelijk van eerste verkennende gesprekken
RECREATIEF UITLOOPGEBIED
Verhaallijn ‘Gezond en lekker leven’ Activiteit Periode Start inventarisatie
Juni/Juli 2025
Opstellen actieplan en programmateam
Najaar 2025
In de Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley, die in middels is verbreed naar het NOVEX ontwikkelperspectief, is afgesproken dat we bij het realiseren van nieuwe woningen, ook voldoende ruimte maken voor groen om te recreëren. Daarbij is voor de woningbouwopgave van 100.000 woningen gerekend met 500 m2 recreatief uitloopgebied per woning. Hierbij is een verdeling opgenomen tussen de GMR en Regio Foodvalley van respectievelijk 60.000 woningen/3000ha uitloopgebied en 40.000 woningen/2000 ha uitloopgebied te realiseren tussen 2020 en 2040. Dit betekent dus dat ongeveer 3000ha uitloopgebied in de Groene Metropoolregio zou moeten landen.
HOE FINANCIEREN WE DIT? Onderzoeken mogelijkheden in kaart brengen landbouwstructuur Financiering afhankelijk van de eerste verkennende gesprekken. Verhaallijn ‘Gezond en lekker leven’ Voor deze verhaallijn is in deze fase 40.000 euro gereserveerd, met name als financiering voor het projectteam. Dit bedrag wordt gefinancierd vanuit de provincie Gelderland. Daarnaast wordt vanuit het budget van de Ontspannen regio een bijdrage geleverd aan de activiteiten.
als landbouw, waterbeschikbaarheid, energie-opwek, een robuuster watersysteem, bestaande natuur, agrarisch natuurbeheer, groen-blauwe dooradering en recreatief medegebruik. Daarnaast is er een eerste duiding van gebieden waar de groene scheggen effectief zijn en gekoppeld kunnen worden aan de NOVEX opgave. De verstedelijking vindt plaats in de as Wijchen-Nijmegen, Elst-Arnhem en bij Westervoort, Duiven en Zevenaar. In de westflank van Nijmegen, in de Overbetuwe en in de Liemers zijn daarom nieuwe uitloopgebieden gewenst om vanuit de verstedelijkingsopgave en de nieuwe bewoners voldoende recreatieruimte te creëren en de bestaande natuur te ontlasten. De nieuw te creëren uitloopgebieden zorgen ervoor dat de druk op de bestaande kwetsbare natuur in de regio wordt afgeleid. Dit geldt voor het Nationaal park Veluwezoom, de Hatertse Vennen en het stuwwalgebied bij Nijmegen. Hier is mede door de toenemende verstedelijking de druk te hoog.
Om invulling te geven aan deze afspraak, is in opdracht van de NOVEX samenwerking een concept ontwikkeld voor deze recreatieve uitloopgebieden. Kern hiervan is dat de uitloopgebieden ook wel Groene scheg genoemd, de verbinding leggen tussen de bestaande steden en dorpen met hun nieuwe woningbouwlocaties en de omringende landschappen. De zogenaamde groene scheggen zijn geen traditionele parken, maar bestaan uit een productief landschap met functies
Overig Budget Ontspannen regio
28
29
ZOEKGEBIEDEN UITLOOPGEBIED
RUIMTE VOOR RECREATIE
Bron: Rapport ‘Groene Scheggen – publiekspresentatie juli 2025’ door Flux Landscape Architecture.
WAT GAAN WE DOEN?
PLANNING
We maken een realisatiestrategie voor de uitloopgebieden in NOVEX verband. Daarin worden de mogelijke scheggen verder onderzocht en uitgewerkt: hoe en in welke mate dragen ze bij aan onze doelen, hoe haalbaar zijn ze, zijn er financieringsmogelijkheden en wat is in welk tempo het meest realistische om op te pakken?
Voorleggen van de studie uitloopgebieden aan BO leefomgeving en BO-Mirt (najaar 2025).
HOE FINANCIEREN WE DIT? Dit wordt uitgezocht in de realisatiestrategie.
WIE DOEN ER MEE? VRO/BZK, Provincie, LVVN, SBB, Waterschappen, Natuurmonumenten, Gemeenten.
30
De Groene Metropoolregio is een aantrekkelijke plek om te recreëren – voor zowel inwoners als bezoekers. Dit geldt voor dagjesmensen én voor mensen die langer in de regio verblijven. Vooral recreatie in de natuur (zoals wandelen, fietsen of varen) en het bezoeken van bijzondere culturele plekken (bijvoorbeeld landgoederen, de Romeinse Limes of locaties die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog) zijn hierbij belangrijk. De regio wil een fijne plek blijven om te wonen en te bezoeken. Daarom streven we naar goede en toegankelijke voorzieningen voor recreatie en toerisme. Deze voorzieningen moeten passen bij wat mensen zoeken én bijdragen aan het behoud en herstel van natuur, landschap en cultuurhistorie. Het genieten van groen en water draagt bovendien bij aan de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Op veel plekken is er ruimte voor recreatie, maar op sommige locaties wordt het erg druk – wat nadelig is voor zowel mensen als natuur. Denk bijvoorbeeld aan de stuwwal bij Nijmegen, de Hatertse en Overasseltse vennen en de Posbank. We willen daarom zorgen voor voldoende aantrekkelijke recreatieplekken in de hele regio, zodat de drukte beter wordt verspreid en natuur
zich kan herstellen. Dit wordt nog belangrijker naarmate er meer woningen worden gebouwd en het aantal inwoners toeneemt.
WAT GAAN WE DOEN? Recreatie goed spreiden en combineren met natuur vraagt om actie. Daarom gaan we aan de slag met: • Het versterken van de bestaande recreatieve infrastructuur, zoals fietsroutes en veerpontjes. • Het beter benutten van Toeristische Overstappunten (TOP’s) om mensen op een duurzame manier naar recreatiegebieden te leiden. • Het afstemmen met bestaande plannen voor recreatiespreiding, zoals het recreatiezoneringsplan voor de Veluwe en het Masterplan Veluwezoom. • Samenwerking in lopende initiatieven, zoals bij de stuwwal bij Nijmegen en de vennen in de regio. We werken hierbij samen met het speerpunt Recreatie en toerisme. Ons gezamenlijke doel is om, aanvullend op het groen-blauw raamwerk, een toekomstvisie te ontwikkelen voor groen-blauwe recreatie in de regio. Deze visie helpt gemeenten om goede keuzes te maken in de ruimtelijke inrichting van hun gebied.
31
PLANNING
Hoe pakken we dit aan? De eerste stap is het uitvoeren van een analyse van de huidige en toekomstige situatie en de kansen en knelpunten voor recreatieve ontwikkelingen in de regio. Dit onderzoek kijkt naar: • Welke recreatieve voorzieningen er zijn; • Hoe intensief ze gebruikt worden; • Wat de ecologische draagkracht van de gebieden is; • Welke toekomstige ontwikkelingen invloed zullen hebben op de vraag naar recreatieve voorzieningen en waar kansen en knelpunten liggen voor verbetering of uitbreiding.
Activiteit Periode Analyse door Bureau voor Ruimte en Vrije Tijd
Januari-december 2025
Vaststellen volgende stappen
Eind 2025
HOE FINANCIEREN WE DIT? De opdracht aan Bureau voor Ruimte en Vrije Tijd wordt gefinancierd vanuit het budget van de Ontspannen Regio. Financiering voor de vervolgstappen is nader te bepalen.
Deze analyse wordt in 2025 uitgevoerd. Daarbij worden natuurorganisaties, beheerders en andere betrokken partijen actief betrokken. De uitkomsten worden gepresenteerd in een rapport met kaarten. Deze vormen de basis voor een gezamenlijk toekomstbeeld én afspraken over beleid en ruimtelijke planning voor recreatie in het groen en blauw.
WATER EN BODEM STUREND Een gezond water- en bodemsysteem is essentieel voor ons leven. Het vormt de basis voor natuur, schoon drinkwater, landbouw, economie én de manier waarop we ons land bouwen en inrichten. In Nederland – een klein, dichtbevolkt land – hebben we het landschap sterk aangepast aan onze behoeften. Dit heeft ons veel opgeleverd, maar we lopen nu tegen grenzen aan. Die problemen worden nog groter door klimaatverandering.
WIE DOEN ER MEE? Ambtenaren recreatie en toerisme, kernteam groen-blauw raamwerk, TVAN, provincie Gelderland, Bureau voor Ruimte en vrije tijd, diverse natuur- en recreatiebeheerders en andere kennishouders.
Om ook in de toekomst te kunnen rekenen op een sterke natuur, een fijne leefomgeving en voldoende water, moeten we anders omgaan met water en bodem. In plaats van het landschap naar onze wensen te vormen, moeten we onze plannen en inrichting juist afstemmen op wat water en bodem aankunnen. Dit noemen we: water en bodem sturend. We sluiten aan bij de koerswijziging die het kabinet in 2022 heeft ingezet. In een brief aan de Tweede Kamer heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een aantal uitgangspunten en keuzes beschreven die invulling geven aan het principe water en bodem sturend. De Provincie Gelderland heeft dit landelijke beleid vertaald naar een eigen aanpak, met richtlijnen (gidsprincipes) die passen bij de provinciale situatie. Om dit principe ook op regionaal niveau te gebruiken, hebben wij het opgenomen als leidend uitgangspunt in het regioarrangement ‘Meer landschap, meer stad’ van de Groene Metropoolregio.
In de Groene Metropoolregio merken we dit onder andere aan verdroging en verzuring van de bodem op de stuwwallen. Daardoor gaat de kwaliteit van bossen en beekdalen achteruit. Ook in steden, dorpen en landbouwgebieden hebben we steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden zoals langdurige droogte, hittegolven en hevige regenval. Zelfs de grote rivieren, zoals die bij de Gelderse Poort, worden beïnvloed door hoe we het landschap hebben ingericht en door het veranderende klimaat. Dit kan grote gevolgen hebben voor de waterverdeling in Nederland en voor alles wat afhankelijk is van die rivieren – zowel in de natuur als in de samenleving.
32
33
WAT GAAN WE DOEN? De visie GMR 2120 heeft tot tien perspectieven geleid voor water en bodem sturend en de keuzes die daarbij gemaakt moeten worden voor een klimaatbestendige regio van de toekomst. In samenwerking met het College van Rijksadviseurs, Deltares en H+N+S Landschapsarchitecten zijn er twee regiosessies georganiseerd in april 2024, om water en bodem sturend gebiedsgericht in beeld te brengen. De resultaten van deze sessies zijn uitgewerkt in een rapport. Al deze producten vormen samen een basis, waarop we voort kunnen bouwen in het Groen-blauw raamwerk en de integrale gebiedsprogramma’s: wat betekent water en bodem sturend voor de ruimtelijke keuzes die we moeten maken? Het advies van het College van Rijksadviseurs, Deltares en H+N+S Landschapsarchitecten scherpen we aan en verrijken we met andere lopende trajecten. Het beoogde resultaat is een signaleringskaart van de opgaven m.b.t. water en bodem sturend voor de regio. Daarnaast zorgen we ervoor dat we het netwerk onderhouden, zodat we goed aangehaakt blijven bij landelijke trajecten die ook betrekking hebben op water en bodem sturend en mogelijk kansen bieden voor de regio.
WIE DOEN ER MEE? De Waterschappen, Rijkswaterstaat, de Provincie. De GMR trekt deze werkgroep.
PLANNING Voor het aanscherpen en verrijken van het advies van het College van Rijksadviseurs, Deltares en H+N+S Landschapsarchitecten, organiseren we in Q2/Q3 van 2025 twee werksessies. De planning volgt op basis van die sessies.
HOE FINANCIEREN WE DIT? Het opstellen van het advies en uitwerking daarvan wordt gefinancierd door de opgave Groene Groeiregio.
Bron: Praktijkgids Water en bodem sturend door College van Rijksadviseurs. Figuur van Polyfern landscape architects. https://www.collegevanrijksadviseurs.nl/actueel/nieuws/2023/11/09/ praktijkgids-water-en-bodem-sturend.
GROEN IN STAD EN DORP Het groen-blauw raamwerk stopt niet bij het buitengebied. Het strekt zich juist ook uit tot in steden en dorpen. Groene en waterrijke plekken in woonwijken, centra en op werkplekken zijn belangrijk voor de biodiversiteit en de leefbaarheid van stedelijke gebieden.
actief in voor vergroening en klimaatadaptatie. De provincie Gelderland heeft bijvoorbeeld een Actieplan Klimaatadaptatie, met als onderdeel de subsidieregeling ‘Challenge Groene Icoonprojecten’. Het Rijksprogramma ‘Groen in en om de Stad’ wil steden groener, gezonder en leefbaarder maken. Dit sluit goed aan bij de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (ANF) en het NOVEX-ontwikkelperspectief. Beide zetten in op een sterk landschap en een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
Groen is onmisbaar voor gezonde steden en dorpen, zeker nu de effecten van klimaatverandering steeds duidelijker worden. Denk aan verkoeling in hete zomers en opvang van regenwater bij zware buien. Dat kan gaan om kleine ingrepen zoals geveltuinen en wadi’s, maar ook om grote stadsparken zoals het Sonsbeekpark in Arnhem. Zulke plekken versterken de identiteit van buurten, verbeteren de gezondheid van inwoners en bevorderen sociale samenhang. Voor de Groene Metropoolregio is het belangrijk dat de groene verbindingen vanuit de stad naar het buitengebied worden versterkt. Denk aan de Groene Wig in Arnhem en de Groene Corridor in Nijmegen – beide zijn essentieel voor toekomstige woningbouw.
Ook de Groene Metropoolregio wil bijdragen aan deze vergroening, niet alleen op het platteland, maar juist ook in steden en dorpen. We onderzoeken hoe we kennis kunnen delen en elkaar kunnen inspireren om vergroening naar een hoger niveau te tillen.
WAT GAAN WE DOEN? We onderzoeken de mogelijkheden om aan te sluiten bij het programma “Groen in en om de stad” en het initiatief voor Basiskwaliteit Natuur – zowel voor stedelijk als landelijk gebied – van
Gelukkig gebeurt er al veel. Organisaties zoals Stichting Steenbreek en overheden zetten zich
34
35
het Ministerie van LVVN. Daarbij kunnen we leren van de Regio Foodvalley, die al een pilot voor Basiskwaliteit natuur heeft lopen. Verschillende gemeenten in onze regio hebben al ervaring opgedaan met Basiskwaliteit Natuur, zoals de gemeente Renkum (bij Foodvalley) en de gemeente Berg en Dal. Als GMR gaan we onderzoeken of, en zo ja, hoe, we dit ook in onze regio kunnen toepassen.
Bron: ’MooiNL: Green and healthy living in cities’ door FABRIcations.https://www.fabrications.nl/ work/mooinl-green-and-healthy-living-in-cities?itemId=hm5wf4gp2un4bux6eflmbkx2byvp8m
WIE DOEN ER MEE? We starten de inventarisatie met gemeenten en het Rijk. We zoeken gaandeweg welke partners we hier verder bij willen betrekken.
PLANNING Volgt na de eerste verkenningen.
HOE FINANCIEREN WE DIT? Vooralsnog is naast capaciteit geen investering nodig voor dit thema.
36
37
BIJLAGE 3: CANVASSEN GEBIEDSAANPAKKEN
DE VELUWEZOOM Oriëntatiefase Zuidflank Voor de Zuidflank starten we met een brede analyse om inzicht te krijgen in de samenhang tussen het watersysteem, natuur en bewoning, vroeger en nu. Dit gebied loopt van Doorwerth tot Dieren en van de stuwwal tot de uiterwaarden van de Nederrijn en IJssel. We onderzoeken: •D e ondergrond en het watersysteem van beken en droogdalen. •D e bewoningsgeschiedenis en hoe deze samenhangt met het landschap en het watersysteem. •D e natuuropgaven en het huidige natuurbeleid. •L opende projecten, relevant beleid en bestaande kennis. •K nelpunten, kansen en ambities in het gebied.
landbouw en ecologische verbindingen tussen de Natura 2000 gebieden in een bijzonder cultuurlandschap. De Veluwezoom heeft een sterk profiel met waardevolle natuur (o.a. Natura 2000), beek- en droogdalen, cultuurhistorie en recreatie, maar ook een grote verstedelijkingsopgave. Het vormt de groene long van Gelderland en speelt een belangrijke rol in natuurbehoud, waterbeheer en de regionale economie. Ook de Nederrijn en IJssel, met hun uiterwaarden, zijn belangrijk voor waterveiligheid, natuur en zoetwatervoorziening.
• Aandacht voor behoud en versterking cultuurhistorie (de landgoederenzone van Gelders Arcadië) en een goede spreiding van recreatie
De grote uitdaging is het versterken van natuur en waterbeheer. Dit vraagt om: • Betere ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. •E en sterk bodem- en watersysteem, waarin water en bodem leidend zijn. •N atuurinclusieve, toekomstbestendige landbouw en stikstofreductie om de natuur te beschermen. • Klimaatadaptatie, vooral tegen wateroverlast.
Waar ligt de focus? Binnen de uitvoeringsagenda groen-blauw raamwerk richten we ons op: 1. R enkumse & Heelsumse beekdalen: behoud van Natura 2000-doelen, tegengaan van droogte en reguleren van recreatie. 2. Z uidflank: behoud en versterking van het watersysteem, cultuurhistorie en verbinding tussen de Veluwe en de rivieren. 3. S oerens beekdal: een robuust watersysteem, een natuurinclusieve en toekomstbestendige
Een integrale aanpak, waarbij recreatie en natuurherstel hand in hand gaan, is nodig. Ook de verbinding met de rivieren en initiatieven zoals het Rivierklimaatpark IJsselpoort dragen bij aan een samenhangend landschap.
38
WAT GAAN WE DOEN? Pré-verkenning Renkums en Heelsums beekdal We onderzoeken de belangrijkste uitdagingen in dit gebied, met focus op Natura 2000-doelen. Dit doen we via een bureaustudie waarin we bestaande kennis en gegevens verzamelen. We kijken naar: • Het behalen van Natura 2000-doelen. •D e afronding van het Gelders Natuur Netwerk (GNN). •H et voldoen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). •H et verbeteren van de groen-blauwe verbindingen.
Op basis van deze inzichten besluiten we of een verdere gebiedsaanpak nuttig is voor natuur, waterbeheer en klimaatadaptatie in de Zuidflank. Bestuurders van betrokken partijen bepalen of we doorgaan met een pré-verkenning.
Daarnaast onderzoeken we of het initiatief “Stromende Beken Verbinding” van Stichting Renkums Beekdal kansen biedt om deze doelen te ondersteunen.
Pré-verkenning Soerens beekdal Het Soerens Beekdal is een vervolg op een eer-
39
der gebiedsproces dat plaatsvond op initiatief van partijen in het gebied. Het betreft het hele stroomgebied van de Soerense Beek, deels in de gemeente Rheden en deels in de gemeente Brummen. We onderzoeken de volgende opgaven voor het gebied: • Een watersysteem dat bestand is tegen toenemende weersextremen • Een natuurinclusief en toekomstbestendig landbouwgebied • Een rijke en veerkrachtige natuur • Een landschap waarin bodem, water, natuur, cultuur en beleving optimaal op elkaar zijn afgestemd
Zuidflank • Gemeenten: Renkum, Arnhem, Rozendaal en Rheden, Waterschap Rijn en IJssel, Waterschap Vallei en Veluwe provincie Gelderland, GMR, landgoedeigenaren en grootgrondbezitters, zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Geldersch Landschap & Kasteelen.
GEBIED
Soerens beekdal • Boeren, landgoedbeheerders, inwoners, gemeenten: Rheden en Brummen, Waterschap Vallei en Veluwe, provincie Gelderland, GMR.
Soerens Beekdal
WIE DOEN ER MEE? Renkums en Heelsums beekdal • Gemeenten: Ede, Wageningen, Renkum, Arnhem, Rozendaal, Renkum, Waterschap Vallei en Veluwe, provincie Gelderland, GMR, grootgrondbezitters, zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, defensie.
PLANNING GEBIED
ACTIVITEIT
PERIODE
Renkums en Heelsums beekdal
• Voorkeursscenario’s gebiedsontwikkeling. • Besluitvorming go/no go gebiedsontwikkeling.
Jan-jun 2025
• Uitwerken feitenbeeld en bewoningsgeschiedenis wordt uitgevoerd H+N+S Landschapsarchitecten en Gelders Genootschap in samenwerking met gemeenten, provincie, waterschappen en betrokken partijen. • Opzetten organisatie, maken plan van aanpak voor geheel (incl. andere deelopdrachten), organiseren middelen hiervoor door GMR (trekker), gemeenten, provincie en waterschappen.
Sept 2025
Zuidflank
40
Mei-jun 2025
April 2025
ACTIVITEIT
PERIODE
•A fronding oriëntatiefase Zuidflank, samenhangend geheel maken en voorbereiden go/ no go richting pré-verkenning gebiedsontwikkeling.
Okt-dec 2025
•G esprekken met agrariërs om hun toekomstperspectief in het gebied te verkennen. •O nderzoek naar de gebiedsidentiteit als basis voor de ontwikkeling van het beekdal. •M aken plan van aanpak met alle partijen, organiseren middelen door GMR (trekker), gemeenten, provincie en waterschappen. •U itvoering plan van aanpak, aanzet maken voor een integraal gebiedsplan, besluitvorming go/no go voor een verkenningsfase.