CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels Rheden 2016 locatie tussen Smidsweg 26 en 28 NL.IMRO.0275.BPRH03-VA01 (23.22).pdf

Raadsvergadering 25 april 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Rheden 2016, woongebieden, locatie Smidsweg tussen 26 en 28 (23.22)18.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28

2

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Huidige situatie en planbeschrijving Beschrijving bestemmingsplan

10 11

Beleidskaders

Rijk Provincie Waterschap Regio Gemeente

13 13 14 16 16 17

Haalbaarheid

20

Wonen Bodem Milieuzonering Luchtkwaliteit Geluid Water Niet gesprongen explosieven Externe veiligheid Natuur en Landschap Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Milieueffect rapportage

20 20 21 21 22 23 25 26 29 32 33 33

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

7 8 8 8 9 10

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

7

Gewenste situatie

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Inleiding

Algemeen Aanleiding bestemmingsplan Doelstelling Ligging plangebied Geldende bestemmingsplannen

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

5

Juridische aspecten

36

Algemeen Procedure bestemmingsplan Verbeelding en regels Reikwijdte bestemmingsplan Handhaving

36 36 37 40 40

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

3

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

41

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43

7.1 7.2 7.3

Inspraak Vooroverleg Zienswijzen

43 43 44

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

45

Bodemonderzoek Watertoets Quickscan flora en fauna

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

47 49 51

53 Inleidende regels

55

Begrippen Wijze van meten

55 60

Bestemmingsregels

61

Tuin Wonen Waarde - Archeologie 1

61 62 66

Algemene regels

68

Anti-dubbelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels

68 68 69 71 72 72

Overgangs- en slotregels

73

Overgangsrecht Slotregel

73 74

Bijlagen bij de regels

75

Bijlage 1 Bijlage 2

77 79

4

Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis Parkeernormen

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

Toelichting

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

5

6

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Inleiding

Leeswijzer De toelichting op een bestemmingsplan wordt binnen de gemeente volgens een vast stramien opgebouwd, en wel als volgt. hoofdstuk

inhoud

1 Inleiding

In de inleiding gaat het onder meer over de aanleiding van het bestemmingsplan

2 Gewenste situatie

Hier wordt het plangebied aan de hand van diverse aspecten de huidige stand van zaken beschreven en een beschrijving van de gewenste situatie gegeven.

3 Beleidskaders

Hier staat binnen welke beleidskaders en regels van het rijk, provincie, waterschap en de gemeente het bestemmingsplan is opgesteld.

4 Haalbaarheid

Hier vindt de toets plaats aan beleid en regelgeving

5 Juridische aspecten

Beschreven staat de procedure die een bestemmingsplan doorloopt, en een toelichting op de regels van het bestemmingsplan

6 Economische uitvoerbaarheid

Toegelicht staat of uitvoering van het bestemmingsplan voor de gemeente haalbaar is

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Dit hoofdstuk beschrijft hoe de procedure is verlopen tot de vaststelling van het bestemmingsplan

1.1

Algemeen In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen vastgelegd. Een bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Uit het samenspel van de verbeelding en de regels blijkt wat het bestemmingsplan juridisch toelaat. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft en wat de mogelijkheden zijn. Het digitale plan is bij een verschil ten opzichte van de papieren versie leidend. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status, echter is deze wel relevant voor de onderbouwing van de gemaakte keuze en de interpretatie van het bestemmingsplan. Gemeenten zijn volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht om voor hun hele grondgebied bestemmingsplannen vast te stellen. Het bestemmingsplan is bindend voor zowel overheid als burgers en bedrijven.

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

7

Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, voorzien op 1 januari 2024, worden vastgestelde bestemmingsplannen van rechtswege (tijdelijk) onderdeel van het omgevingsplan.

1.2

Aanleiding bestemmingsplan De initiatiefnemer heeft het plan om op het perceel, gelegen aan de Smidsweg naast nummer 28, een woning te bouwen. Voor deze ontwikkeling dient de aanwezig schuur gesloopt te worden. Om dit te kunnen

realiseren dient er een herziening van het

bestemmingsplan plaats te vinden. In dit document wordt toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.3

Doelstelling Het bestemmingsplan heeft het doel om voor de beschreven ontwikkeling het juridisch planologische kader te bieden. Met dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij recent tot stand gekomen bestemmingsplannen binnen de gemeente, om de uniformiteit van bestemmingen en regelgeving te bevorderen. Ook is gebruik gemaakt van de laatste digitale randvoorwaarden.

1.4

Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de Smidsweg naast 28 in de kern van Rheden. Het plangebied is kadastraal bekend als 'Rheden, Sectie C, perceelnummer 906'. De ligging van het plangebied is op onderstaande kaart globaal aangegeven.

Globale ligging plangebied (rood omcirkeld) (bron: openstreetmap.org)

8

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

1.5

Geldende bestemmingsplannen Het geldende bestemmingsplan op deze locatie is 'Rheden 2016, woongebieden', vastgesteld door de gemeenteraad op 28 maart 2017. Hierin heeft het plangebied de bestemming 'Wonen' en 'Tuin'. Tevens geldt er de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1'. Woningen kunnen alleen worden gebouwd binnen een bouwvlak. Met aanduidingen zijn het aantal woningen, aantal bouwlagen en de maximum bouwhoogte aangegeven.

Uitsnede geldende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied (blauw kader). Het nieuwe woonperceel is rood omkaderd

(bron:

ruimtelijke plannen)

De initiatiefnemer is voornemens een deel van het perceel af te splitsen en hier één woning te realiseren (rood omkaderd op bovenstaande afbeelding). Het perceel heeft reeds een woonbestemming, maar geen bouwvlak. Wel ligt een deel van het bouwvlak van de woningen Smidsweg 28 en Dorpsstraat 60 op het nieuwe woonperceel. Deze staat echter geen extra woning toe, omdat er reeds twee woningen aanwezig zijn. Om een nieuwe woning te kunnen realiseren is een herziening van het bestemmingsplan nodig.

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

9

Hoofdstuk 2 Gewenste situatie

2.1

Huidige situatie en planbeschrijving Huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de Smidsweg in het oudere, oostelijke deel van de kern Rheden, nabij het centrum van het dorp. De omgeving bestaat overwegend uit woningen met enkele andere functies, waaronder maatschappelijke en bedrijfsfuncties. Het perceel is gelegen naast Smidsweg 28. Op de planlocatie staat er in de huidige situatie een schuur, die toebehoort aan de woning aan de Dorpsstraat 60. Het overige deel van het perceel is nu in gebruik als tuin.

Luchtfoto van het plangebied in de omgeving.

Toekomstige situatie Het plan is om op het perceel een nieuwe woning te bouwen. Hiervoor wordt de aanwezige schuur gesloopt en het perceel wordt kadastraal gesplitst. Het nieuwe woonperceel heeft een oppervlakte van circa 400 m². Een deel van de gronden wordt in gebruik genomen als tuin bij de bestaande woning Dorpsstraat 60.

10

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

De nieuwe woning zal qua maat en schaal aansluiten op de woningen in de omgeving. Het pand wordt gebouwd in één bouwlaag met kap met een nokhoogte van maximaal 9 meter en in dezelfde rooilijn als de andere woningen aan de Smidsweg. Onderstaande afbeelding geeft de toekomstige inrichting weer. Naast de woning worden twee parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd.

Situering van de nieuwe woning op het perceel (ontwerp: D&M architecten adviseurs bv)

2.2

Beschrijving bestemmingsplan

2.2.1 Systematiek Onderhavig bestemmingsplan betreft maatwerk. Ten aanzien van de systematiek is aansluiting gezocht met de nota's: Nota Standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015; Nota Milieuzonering Rheden 2015; Nota Parkeernormen Rheden 2015.

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

11

De regels van het in werking zijnde bestemmingsplan 'Rheden 2016, woongebieden' dienen als basis voor onderhavig plan. Het aantal woningen; type woningen; bouwhoogtes en regelingen voor bijgebouwen zijn juridisch vastgelegd. Binnen de woonbestemming zijn mogelijkheden voor beroep of bedrijfsactiviteiten aan huis opgenomen. Bij de woningen is een gebied aangegeven waar tuinen gerealiseerd kunnen worden met de bijbehorende regelingen voor erf- en perceelafscheidingen. Maatvoering In onderhavig plan wordt

gewerkt met bouw- en goothoogtes. Op deze wijze is het

schetsontwerp specifiek vastgelegd in het bestemmingsplan, gebaseerd op het schetsontwerp van de woning. Parkeernormen Gezien de regelgeving met betrekking tot het vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening, zijn de parkeernormen thans vastgelegd in het bestemmingsplan. Ook deze zijn bezien op hun actualiteit en vloeien voort uit de Nota Parkeernormen Rheden 2015. Binnen de relevante bestemmingen is het gebruik gekoppeld aan parkeernormen. Deze normen, waaraan moet worden voldaan, zijn opgenomen in een bijlage bij de regels.

2.2.2 Toedeling bestemmingen en aanduidingen In onderstaande paragraaf zijn de bestemmingen uit onderhavig plangebied toegelicht. Tuin De bestemming Tuin is toegekend aan de voorzijde van het perceel, het gedeelte waarvoor bebouwing met gebouwen/overkappingen vanwege de ruimtelijke uitstraling aldaar uitdrukkelijk niet gewenst wordt gevonden. Door de bestemming Tuin wordt nadrukkelijker in beeld gebracht dat de betreffende gronden vrij van gebouwen dienen te blijven. Opgemerkt wordt dat inherent aan het gebruik als tuin is dat daarin mag worden geparkeerd. Wonen De bestemming Wonen is gelegd om ter plaatse een woning met daarbij behorende bijgebouwen te realiseren. Hier is behalve de activiteit wonen, geen andere activiteit toegestaan uitgezonderd een beroep / of bedrijf aan huis. In de begripsbepalingen is aangegeven om welke beroepen het gaat. Er is een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. Het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, de bijgebouwen (en overkappingen) mogen daarnaast ook gebouwd worden op de gronden buiten het bouwvlak. Voor de bijgebouwen en overkappingen geldt een maximaal bebouwingspercentage van het bouwperceel en een maximale goot- en bouwhoogte. Onder voorwaarden mogen deze worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een beroep of een bedrijfsactiviteiten aan huis.

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden in het gebied. Bij het oprichten van bouwwerken groter dan 100 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, moet eerst een onderzoek naar de archeologische waarden worden gedaan.

12

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Beleidskaders

In dit hoofdstuk komt vooral het ruimtelijke beleid aan de orde. Bij de beoordeling van de haalbaarheid in Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op specifiek beleid.

3.1

Rijk Kader Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd.

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

13

Ladder duurzame verstedelijking Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Beoordeling Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden. De geformuleerde nationale belangen zijn niet aan de orde. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van één woning.

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is derhalve niet ladderplichtig. Conclusie In onderhavig bestemmingsplan zijn geen onderwerpen aan de orde waar strijdigheid zou kunnen zijn met het Rijksbeleid.

3.2

Provincie Kader Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland. In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 1 februari 2022 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat:

14

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;

Een op de toekomst toegerust beschermend kwaliteiten;

Een voortvarend en innovatief circulair beleid;

Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;

Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;

Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;

Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen.

Woon- en leefklimaat Voor dit bestemmingsplan is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo worden de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt, nu en in de toekomst. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In de groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing.

Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Beoordeling Het voorliggende plan betreft het toevoegen van één woning binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit heeft geen raakvlak met de provinciaal beleid. Er zijn geen provinciale belangen, die zijn opgenomen in de Omgevingsverordening, in het geding.

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

15

Conclusie Het onderhavige plan past binnen het provinciaal beleid.

3.3

Waterschap Het waterschap heeft de zorg voor de waterkeringen, is verantwoordelijk voor het gronden oppervlaktewater in het landelijk gebied en in het stedelijk gebied voor het oppervlaktewater. Daarnaast heeft het waterschap als taak het zuiveren van het afvalwater. In de Keur geeft het waterschap regels ten aanzien van waterkeringen en oppervlaktewateren. In de Legger geeft het waterschap de gewenste staat van de watergangen en waterkeringen aan. Het plangebied is gelegen binnen het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerprogramma dat gaat over de periode van 2022 tot 2027 geeft het waterschap haar doelen aan, zoals ze deze heeft verwoord in de Watervisie 2030 (uit 2013). Voor het bestemmingsplan is van belang dat nieuwe ontwikkelingen en de benodigde ruimte voor waterbeheer op elkaar worden afgestemd. Beoordeling Voor dit plan is de digitale watertoets ingevuld. Het resultaat hiervan is toegevoegd als bijlage 2. Het waterschap heeft een positief advies gegeven op het plan. Paragraaf 4.6 licht de conclusie uit de watertoets toe. Conclusie Uit de resultaten van de watertoets blijkt dat er geen waterhuishoudkundige belangen aanwezig zijn. Hiermee is het initiatief passend binnen bestaand beleid van het waterschap.

3.4

Regio Kader Woonagenda subregio Arnhem e.o.

2021 t/m 2023

In de subregio Arnhem e.o. werken de gemeenten Arnhem, Lingewaard, Overbetuwe, Rheden, Renkum en Rozendaal op een praktische manier samen aan het thema wonen. Dat doen we op basis van vraagstukken die lokaal spelen en vraagstukken die bovenlokaal belangrijk zijn. Maar uiteraard doen we dat ook met het oog op afspraken met de provincie over afstemming van woningbouwplannen. Samen zoeken we meerwaarde op bovengemeentelijk niveau en informeren en inspireren we elkaar op thema's die er toe doen. Criteria vanuit de subregionale woonagenda zijn als volgt: 

Woningbouwontwikkelingen moeten inspelen op de behoefte, waarbij de Regionale Woningmarktanalyse leidend is;

16

Er moet aandacht zijn voor duurzaamheid en levensloopgeschiktheid;

Hergebruik van bestaand vastgoed;

Herontwikkeling rotte plekken;

Versterken verzorgingsstructuur door bijdrage aan een gevarieerde wijkopbouw;

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

Vroegtijdige betrokkenheid van inwoners;

Inbreiding gaat voor uitbreiding, tenzij dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit van de wijk of kern.

Met de woonagenda geven we verdere invulling aan de Groene Metropoolregio en de Woondeal. Daar zijn immers de belangrijkste opgaven en richtingen benoemd. Toetsing De criteria uit de subregionale woonagenda zijn geen harde eisen. Er wordt gevraagd om hier zoveel mogelijk aan te voldoen. Daarnaast vindt binnen de subregio afstemming over de plannen plaats voordat deze vastgelegd worden in bestemmingsplannen of overeenkomsten. Er zijn diverse criteria vanuit de subregionale woonagenda die ook aansluiten op de woonvisie van de gemeente Rheden en de ladder voor duurzame verstedelijking. Inspelen op de behoefte, met name vanuit de regionale woningmarktanalyse, aandacht voor duurzaamheid en levensloopgeschiktheid. Dit zijn standaard onderdelen van de toetsing van de woonvisie en de ladder. Conclusie Onderhavig plan maakt de ontwikkeling mogelijk van één woning binnen bestaand stedelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling past binnen eisen van het regionaal woonbeleid.

3.5

Gemeente

3.5.1 Wonen Kader In 2020 is de Woonvisie 2020-2026 'Samen wonen in Rheden" vastgesteld. Deze visie laat een toekomstbeeld zien hoe inwoners kunnen wonen en leven in de gemeente. Daarnaast staat er in hoe de gemeente dit wil bereiken. De woonvisie bestaat uit 3 pijlers met daarbij subdoelen. De pijlers zijn als volgt: 1.

Leefbare wijken voor alle inwoners

We zien in Rheden de zorgelijke ontwikkeling dat verschillen tussen sterke en kwetsbare wijken steeds groter worden. In de kwetsbare wijken wonen steeds meer mensen met hele lage inkomens en inwoners voelen zich minder veilig. Omdat wij een gemeente willen zijn waar al onze inwoners prettig kunnen wonen en leven pakken we de segregatie aan. Waar dat nodig is zorgen we voor meer sociaal economische draagkracht van de wijken. Zo ontstaat er een situatie in wijken en buurten waar het Rhedens model voor zorg en ondersteuning, met name op het punt van samenredzaamheid is versterkt. 2.

Bestaande woningvoorraad duurzaam en toekomstbestendig

We staan in Nederland voor de grote opgave van de energietransitie. Het verbruik van energie uit fossiele brandstoffen zal drastisch omlaag moeten en we moeten meer duurzame energie gaan opwekken. Ook moeten we onze woningen en wijken aanpassen om weersextremen op te kunnen vangen en de biodiversiteit te vergroten. We willen circulair bouwen stimuleren, net zoals duurzame mobiliteit. Dit vraagt om een integrale

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

17

aanpak, waarbij partijen samenwerken en per wijk ook de fysieke en sociale problematiek wordt aangepakt. Dit is een enorme uitdaging, die we samen aan willen gaan. Een toekomstbestendige woningvoorraad betekent ook dat we helpen om de woningvoorraad geschikt te maken voor de groeiende groep ouderen, die zo lang mogelijk zelfstandig moeten kunnen blijven wonen. 3.

Toevoegen van de juiste kwaliteit woningen.

Er is een groot woningtekort in Nederland. De komende jaren zullen er zo'n 700.000 woningen bij moeten komen. In de regio Arnhem/Nijmegen zijn er de komende 10 jaar 35.000 extra woningen nodig. Wij willen in Rheden graag meebouwen om het tekort terug te dringen. Voor 2027 wil de gemeente 550 woning realiseren om zo het woningtekort terug te dringen. Er zijn voldoende plannen binnen de dorpen om dit tekort in te lopen. Om ook in de toekomst voldoende plannen hebben om te kunnen voldoen aan de woningvraag is overprogrammering noodzakelijk.

Er is dan ook nog ruimte voor nieuwe plannen.

In de Woonvisie zijn kwaliteitscriteria opgesteld voor de nieuwe woningen. Plannen moet voldoen aan de volgende kwaliteitscriteria: 

70% betaalbaar: sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop (NHG grens) (>5 won.). Afwijken van de genoemde 70% is mogelijk indien aangetoond wordt dat een project niet haalbaar blijkt;

Alle nieuwbouw levensloopgeschikt (bijlage 5 van de woonvisie);

Splitsen van panden toegestaan als: app.>70m2 (GBO), levensloopgeschikt en min. label B;

In Velp moeten woningen >70m2 (GBO) zijn, in de overige kernen >60m2 (GBO);

Panden ombouwen tot kamers is niet toegestaan;

Project moet passen in het woonprofiel per kern (bijlage 1 van de woonvisie);

Bij projecten van enige omvang stellen wij het gebruik van een meetinstrument (BREEAM of een vergelijkbaar instrument) om de duurzaamheidsscore inzichtelijk te maken verplicht. In de komende jaren wordt op basis van de eerste ervaringen met meetinstrumenten het gewenste ambitieniveau voor de duurzaamheidsscore bepaald. Tot die tijd is de ondergrens BREAAM: 'very good' (of een vergelijkbare score van een ander meetinstrument).

Toetsing aan gemeentelijk woonbeleid Dat er een behoefte is blijkt uit het regionale woningmarktonderzoek van Companen uit 2019. Hierin staat benoemd dat er tot 2027 550 woningen extra nodig zijn binnen de gemeente Rheden. Tevens wordt voldaan aan de Woonvisie 2020-2026. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt in bijgedragen aan het realiseren van woningen om het woningtekort tegen te gaan. Tevens zullen de woningen voldoen aan de duurzaamheidseisen en kwaliteitseisen van de gemeente. Conclusie Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling past binnen eisen van de woonvisie.

18

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

3.5.2 Structuurvisie Rheden, mijn dorp van morgen Kader Voor het dorp Rheden is de structuurvisie Rheden, Mijn dorp van Morgen vastgesteld op 23 september 2014. De Structuurvisie geeft de koers weer voor het dorp Rheden tot 2030. Ook wordt daarbij aandacht besteed aan de gewenste maatregelen op korte termijn. Doelstelling van de structuurvisie is het in stand houden van de leefbaarheid van het dorp en de omgeving en waar mogelijk het verbeteren daarvan. Voor de herontwikkeling van vrijkomende locaties geldt dat per locatie een afweging zal worden gemaakt die past bij de ambities van de structuurvisie. De nadruk blijft liggen op grondgebonden woningen. De realisatie van appartementen op locaties waar dit minder passend is, wordt tegengegaan. Verder dienen woningen met zorg te worden aangeboden in wijken en straten die daarvoor geschikt zijn. Beoordeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet de realisatie van één woning binnen het bestaand stedelijk gebied van Rheden. Hiermee is sprake van inbreiding. Het initiatief past passend binnen de structuurvisie Rheden. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan past in het gemeentelijk beleid.

3.5.3 Biodiversiteit Kader Op 28 juni 2022 is de gemeentelijke beleidsnota Biodiversiteitsplan 2022-2032 vastgesteld. Het college en de gemeenteraad van de gemeente Rheden hebben besloten om hoog in te zetten op de biodiversiteit. Een ontwikkeling vanuit dit beleid is het behouden en herstellen van de biodiversiteit en het natuurinclusief ontwerpen en inrichten van projecten aan de hand van een puntensysteem. Beoordeling Momenteel wordt gewerkt aan het puntensysteem, deze is nog niet gereed. Gelet op de biodiversiteitsambities is het wenselijk het natuurinclusief bouwen en inrichten als uitgangspunt gehanteerd te worden in de uitwerking van de inrichting en ontwikkeling van het project. Het natuurinclusief bouwen en inrichten is niet verbonden met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Biodiversiteit is overal om ons heen en op elke schaal kan een bijdrage geleverd worden. In de nieuwbouw kunnen voorzieningen gecreëerd worden voor flora en fauna. Rond de parkeerplaatsen en in de tuinen kunnen maatregelen opgenomen/ uitgewerkt worden die bijdragen aan de biodiversiteit zoals het toepassen van inheemse hagen, natuurlijke beplanting en nestgelegenheid voor flora en fauna. Dit wordt meegegeven aan de initiatiefnemer van het plan. Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect biodiversiteit.

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

19

Hoofdstuk 4 Haalbaarheid

Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, beleid van de gemeente en van andere overheden (zie hoofdstuk 3) en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de beoogde ontwikkelingen die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst.

Hier wordt de afweging

beschreven die gemaakt is bij het leggen van de toepasselijke bestemmingen. Indien noodzakelijk bij nieuwe ontwikkelingen, wordt ingegaan op het opgestelde rapport.

4.1

Wonen Kader In Hoofdstuk 3 is het beleidskader aangegeven waaraan getoetst dient te worden. Beoordeling Voorliggend plan voorziet in de realisatie van één woning op een bestaand woonperceel binnen de kern Rheden. Dit past binnen het beleid uit de Woonvisie 2020-2026. Het plan is niet aan te wijzen als een stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Volgens jurisprudentie is dat pas aan de orde bij een ontwikkeling van 11 woningen of meer. Een nadere toetsing is daarmee niet nodig. Conclusie Voorliggende ontwikkeling voorziet in het toevoegen van één woning aan de woningvoorraad van de kern Rheden. Hiermee past het plan binnen de Woonvisie 20202026.

4.2

Bodem Kader Daar waar het bestemmingsplan mogelijkheden bieden die uitstijgen boven de standaardmogelijkheden op een locatie die verdacht wordt van de aanwezigheid van een (ernstige) bodemverontreiniging, dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Bodemonderzoeken die als onderbouwing dienen voor een bestemmingsplanherziening, mogen niet ouder zijn dan 5 jaar. Beoordeling In het kader van voorliggend plan is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd als bijlage 1. Bij het verkennend onderzoek werden verhoogde gehalten in de grond onder de bestaande schuur aangetroffen. Gezien de ouderdom van de bebouwing wordt gedacht aan een diffuse historische bodembelasting.

20

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

Uit het uitgevoerde aanvullende onderzoek blijkt dat er ter plaatse van twee boringen sprake is van lokale spots van sterke verontreiningen met PAK respectievelijk lood. Deze zijn van beperkte omvang, aangezien bij de boringen rondom en elders op het terrein geen tot ten hoogste lichte verontreinigingen zijn aangetoond. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat er minder dan 25 m3 grond tot boven de interventiewaarde verontreinigd is en er dus geen sprake is van een zogenaamd geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming en dat er dus geen sprake is van een saneringsnoodzaak. Geconcludeerd wordt dat het terrein vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt is voor de toekomstige bestemming. Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem.

4.3

Milieuzonering Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding, afstand, tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. Beoordeling Het plangebied is gelegen in een gebied dat voornamelijk bestaat uit woningen. Verspreid liggen enkele andere functies. Op circa 15 meter van het plangebied ligt aan de Dorpsstraat een perceel met de bestemming 'Gemengd - 2'. Binnen

opgenomen. Binnen

deze bestemming zijn functies en bedrijven van ten hoogste milieucategorie 1 toegestaan. Dit zijn functies die in het algemeen goed passen in een woonomgeving. Direct grenzend aan het perceel liggen ook reeds meerdere woonbestemmingen. Op ruim 40 meter ligt een perceel mt de bestemming 'Bedrijf'. Binnen het vigerende bestemmingsplan 'Rheden 2016, woongebieden' zijn ten hoogste bedrijven toegestaan met milieucategorie 2. Voor dergelijke bedrijven wordt volgens de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' een richtafstand gehanteerd van 30 meter. Daar wordt ruim aan voldaan. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Omdat er reeds meerdere woningen op kortere afstand zijn gelegen heeft de bouw van een nieuwe woning geen beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van genoemde functies tot gevolg. Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect milieuzonering.

4.4

Luchtkwaliteit Kader De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels. De Wm heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

21

luchtverontreiniging, onder andere als gevolg van het verkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat sprake is van één van onderstaande gevallen (artikel 5.16 Wm): 

het bestemmingsplan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden;

de luchtkwaliteit verbetert per saldo als gevolg van het bestemmingsplan blijft ten minste gelijk;

het bestemmingsplan draagt niet in betekende mate bij aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen;

de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

Bij ministeriële regeling (de Regeling niet in betekende mate bijdragen) zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin (o.a.) het vaststellen van een bestemmingsplan dan wel het verlenen van een omgevingsvergunning voor een projectafwijking in ieder geval niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Voor onder meer woningbouwlocaties en kantoorlocaties zijn categorieën van gevallen aangewezen.

Beoordeling De ontwikkeling van één woning valt onder de AMvB Niet in betekende mate. Derhalve is onderzoek voor dit aspect niet noodzakelijk. Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit.

4.5

Geluid Kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard.

22

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden. Beoordeling Het plangebied ligt aan de Smidsweg en nabij de Dorpsstraat. Deze wegen hebben ter hoogte van het plangebied een 30 km-regime en zijn daarmee niet onderzoeksplichtig op basis van de Wet geluidhinder. De intensiteiten op deze wegen zijn beperkt en geven geen aanleiding om het woon- en leefklimaat nader te onderzoeken op het aspect geluid. Aangenomen mag worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid.

4.6

Water Kader Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: 

vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd.

schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

23

Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterprogramma Het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur, scheepvaart en de functies van de rijkswateren. Het Rijk werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: 

de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en

de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan.

Beleid waterschap Rijn en IJssel Voor dit plan is het beleid van Waterschap Rijn en IJssel niet relevant, omdat het gaat om een klein plan dat niet in de nabijheid van oppervlaktewater ligt. Gemeentelijk waterbeleid Bij raadsbesluit van 31 mei 2022 is de “Verordening afvoer hemelwater en grondwater Rheden” gewijzigd. De waterbergingseis voor nieuwe bouwwerken en ingrijpende verbouwingen is verhoogd naar 60 mm. Dit heeft te maken met de klimaatontwikkeling waardoor de regenbuien heviger worden. Dit geldt in de gebieden waar het water in de bodem kan en mag zakken (infiltreren). Ten minste 60 mm hemelwater per m2 nieuw verhard oppervlak en nieuw bouwwerk moet op eigen perceel worden verwerkt. Deze verordening is van toepassing op nieuwbouw en ingrijpende verbouwingen met een verhard oppervlak van meer dan 60 m2 (daken + terreinverharding / bestrating). Hiervoor kan de volgende berekening worden gehanteerd: benodigde waterberging (in m³) = verhard oppervlak (in m²) * 0,06 m.

24

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

De factor 0,06 m vertegenwoordigt een maatgevende bui van 60 mm per uur. (De waterdoorlatendheid van de bodem ter plaatse van de waterberging moet minimaal 1 meter per dag zijn. Vermijd toepassing van uitlogende bouwmaterialen die in aanraking komen met het afstromende hemelwater en de bodem kunnen verontreinigen.) Op 20 december 2022 is het Watertakenplan Olburgen 2023-2027 vastgesteld. Met dit WTPO voldoet de gemeente Rheden aan de planverplichting voor de rioleringszorg die rechtstreeks voortkomt uit de Wet milieubeheer. In dit plan heeft de gemeente samen met o.a. de Waterschappen 'Rijn en IJssel' en 'Vallei en Veluwe' het water- en rioleringsbeleid vastgelegd. De strategie bij de inzameling van afvalwater is afgestemd op rijks- en provinciaal beleid. Ook de zorgplicht voor afstromend hemelwater en grondwater, binnen het stedelijke gebied, zijn geborgd in het WTPO. Beoordeling Er is sprake van nieuwbouw. Met voorliggend plan wordt een nieuwe woning gebouwd met een footprint van ca. 10 x 7,5 m. Daarnaast zal een deel van het perceel worden voorzien van erfverharding. De bouwlocatie is geschikt voor de verwerking en infiltratie van het hemelwater in de bodem. Indien wordt voldaan aan de eis van 60 mm waterberging is het advies voor dit bouwplan positief. Het waterschap heeft aangegeven positief te adviseren over het plan.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.

4.7

Niet gesprongen explosieven Kader Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben ook in de gemeente Rheden diverse gevechtshandelingen plaatsgevonden waardoor Conventionele Explosieven in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Door werkzaamheden kunnen deze een reëel gevaar opleveren voor betrokken medewerkers en de (directe) omgeving. Bij ontwikkelingen die gepaard gaan met bodemingrepen moet daarom voor de ingreep worden nagegaan of explosieven aanwezig zijn. Op zich raakt dit niet aan de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan, het haakt vooral aan bij het bieden van een veilige werkomgeving en op de veiligheid voor de omgeving bij het werk. Reden om het in dit plan te benoemen is dan ook vooral als invulling van een signaalfunctie. Aan de hand van informatie uit de Tweede Wereldoorlog en gegevens van ruimingen daarna is een historisch vooronderzoek naar explosieven verricht. De conclusie ervan staat op de Risicokaart Explosieven. De risicokaart geeft een overzicht van de gebieden waar nog explosieven aanwezig kunnen zijn. Dit zijn de verdachte gebieden. Beoordeling De onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart explosieven van de gemeente Rheden.

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

25

Uitsnede Risicokaart Explosieven (bron: gemeente Rheden)

Uit bovenstaande afbeelding is op te maken dat er in het plangebied (blauwe cirkel) en omgeving geen verhoogd risico is op aanwezigheid van explosieven. Conclusie Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.

4.8

Externe veiligheid Kader Externe veiligheid gaat over het beperken van de blootstelling van mensen aan een verhoogd gevaar als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Denk aan de productie, het behandelen of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Dat kan door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en kwetsbare objecten. Dat zijn woningen, scholen, gezondheidscentra en dagverblijven. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen/voorzieningen zoals kantoren, winkels en bedrijven. Voor transportassen dat wil zeggen verkeerswegen, spoorwegen en vaarwegen, zijn de regels vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes, voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor bedrijven in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarnaast wordt in deze paragraaf ook aandacht besteed aan gasdruk regel- en meetstations.

26

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

Al die besluiten hanteren dezelfde risico benadering. Daarbij worden twee soorten risico beschouwd. Het gaat in de eerste plaats over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger, oftewel het plaatsgebonden risico. De veiligheidszone / plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. De veiligheidszone wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden, en of in de directe omgeving mag worden gebouwd. In de tweede plaats gaat het om het groepsrisico (GR). Het GR is een maat om de kans weer te geven op een ongeval met een bepaald aantal dodelijke slachtoffers. Tevens wordt het GR als maat voor de maatschappelijke ontwrichting beschouwd die kan ontstaan ten gevolge van een ongeval. Daarnaast kan er bij het vervoer van gevaarlijke stoffen sprake zijn van een plasbrandaandachtsgebied. Dit is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen.

Het plasbrandaandachtsgebied wordt gemeten vanaf de rechterrijstrook in het geval van een weg of de oeverlijn in het geval van een rivier. Beoordeling Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de risicokaart ter hoogte van het plangebied.

Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl)

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

27

Uit bovenstaande kaart is op te maken dat in de omgeving van het plangebied meerdere inrichtingen, leidingen en transportroutes aanwezig zijn. Transportroutes Ten noorden van het plangebied loopt een spoor, hierover vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied ligt buiten de 200 meter-zone van de transportroute. Daarom kan volstaan worden met een beperkte verantwoordingsplicht. Binnen het Basisnet water is de IJssel als zwarte route (frequent transport) aangemerkt. Het invloedsgebied bedraagt 35 meter. Dit is op grote afstand (ca. 540 m) van het plangebied. Inrichtingen Op circa 85 meter ten zuidoosten van het plangebied is, bij het zwembad, een opslag van chloor aanwezig.

De 10-6 risicocontour ligt op het eigen perceel van deze inrichting en

vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief. Buisleidingen Ten noorden van het plangebied, op circa 660 meter, loopt de gastransportleiding N-55920. De buisleiding heeft een 100%-letaliteitscontour ligt op 50 meter van de leiding, en de 1%-letaliteitscontour ligt op 95 meter. Het plangebied ligt ruim buiten de veiligheidsafstand van de buisleiding. Verantwoordingsplicht Op grond van het bovenstaande kan worden volstaan met een beperkte verantwoordingsplicht. Maatgevende scenario's De maatgevende scenario´s voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid waarbij het plangebied binnen het invloedsgebied van brandbare gassen en dat van toxische vloeistoffen/gassen ligt, zijn een wolkbrandexplosie en een toxische wolk. Onderstaand is vanuit deze scenario's ingegaan op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Eventuele secundaire branden in het plangebied kunnen met behulp van de primaire bluswatervoorzieningen worden bestreden door de brandweer.

De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Bereikbaarheid Het plangebied is bereikbaar via de Smidsweg. Dit is een relatief smalle woonstraat, die in noordelijke richting aansluit op de Veerweg en in zuidelijke richting op de Dorpsstraat. Doordat het plangebied van twee zijden is te benaderen is sprake van een voldoende bereikbaarheid.

28

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Bij een wolkbrandexplosie scenario is het advies om te vluchten van de risicobron af. Conclusie Gelet op het voorgaande wordt het groepsrisico als aanvaardbaar beschouwd. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.

4.9

Natuur en Landschap Kader De bescherming van gebieden is vastgelegd de Wet Natuurbescherming en de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten (flora en fauna) geldt de Wet Natuurbescherming. Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermingszones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000 gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden. Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitat en leefgebieden van aanwezige soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat uit alle bestaande natuur en een zoekgebied voor nog te realiseren nieuwe natuur. In het GNN geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk, hiervoor gelden specifieke regels die garanderen dat het GNN in stand blijft.

Groene Ontwikkelingszone (GO) De GO is een gebied waar partners en partijen worden uitgenodigd om actief 'groen' doelen mee te helpen realiseren. Er is in dit gebied ruimte voor de verdere ontwikkeling van bestaande en bij het gebied behorende bedrijvigheid of bewoning. Het landelijk Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

29

bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Daarnaast worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap. Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving. Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, een vast rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb. De wet kent drie verschillende beschermingsregimes: 

alle van nature in het wild levende vogels: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Vogelrichtlijn;

soorten opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Habitatrichtlijn;

andere soorten genoemd in bijlage A van de Wnb: de bescherming van deze soorten, die veelal op de rode lijst staan, is iets minder stringent dan die van de Vogel- en Habitatrichtlijn;

De provincie heeft in de Omgevingsverordening aangegeven voor welke algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Beoordeling Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbij gelegen is het Natura 2000-gebied Rijntakken op een afstand van circa 350 meter. Gelet op de aard en omvang van het project (sloop van een schuur en bouw van één woning), het effectbereik en de grote afstand, worden er geen significante nadelige effecten op het Natura 2000-gebied verwacht als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen etc. Het gebruik van de woning leidt tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen, maar dit is zo beperkt in relatie tot de afstand dat dit niet zal leiden tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De woning wordt gasloos gebouwd, waardoor deze geen stikstofuitstoot heeft. Ten tijde van het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan is geen AERIUS-berekening opgesteld vanwege de destijds geldende bouwvrijstelling. Omdat deze door de uitspraak van de Raad van State is vervallen, heeft er voor deze locatie en de werkzaamheden een herbeoordeling op het aspect stikstof voor de bouwfase plaatsgevonden. Natura 2000-gebied Rijntakken is op ca 350 meter gelegen, maar deze natuur is een stuk minder gevoelig voor (tijdelijke) stikstofuitstoot.

N2000-gebied Veluwe is wel zeer gevoelig en daarom maatgevend. De kortste afstand tot Veluwe is circa 800 meter. Door de relatieve kleinschaligheid van het project (sloop schuur en bouw woning) is een berekening voor de bouwfase niet nodig. Om toch meer zekerheid te creëren is er een proefberekening gemaakt voor de bouwfase met een overschatting van de stikstofemissie.

30

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

Het rekenresultaat met de AERIUS-software geeft geen deposities aan hoger dan de norm (0.00 mol stikstof/hectare/jaar). Dit resultaat geeft voldoende zekerheid dat er geen significante effecten zijn als gevolg van stikstofemissie. Verdere acties zijn niet noodzakelijk voor deze locatie.

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied

Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied als het Gelders Natuurnetwerk, Groene Ontwikkelingszone, weidevogelgebied, ganzenrustgebied of een beschermingszone voor natte landnatuur. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is.

Ligging plangebied ten opzichte van GO en GNN

Rheden 2016, locatie tussen Smidsweg 26 en 28 (vastgesteld)

31

Soortenbescherming Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen beschermde soorten zijn te verwachten. Wel kunnen er tijdens het broedseizoen nesten van algemene broedvogels rond de werkplek voorkomen. Het slopen mag daarom niet worden uitgevoerd tijdens de piek van het broedseizoen (globaal tussen 15 maart en 1 juli), tenzij zeker is dat door de sloopwerkzaamheden geen broedende vogels worden gestoord. De rapportage van het onderzoek is opgenomen in bijlage 3. Conclusie Er vindt geen overtreding van de Wet natuurbescherming plaats. Het plan is uitvoerbaar op het aspect ecologie.

4.10 Archeologie en Cultuurhistorie Archeologie Kader Vanaf 2012 geldt de verplichting dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische (waaronder de archeologische) waarden in het plangebied. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden die onder andere de Monumentenwet 1988 vervangt. Ten aanzien van archeologie blijven belangrijke punten: 

nadruk op 'behoud in situ'; archeologische resten moeten zoveel mogelijk in de bodem zelf bewaard blijven;

toepassing van het principe dat de verstoorder betaalt. De initiatiefnemer/ projectontwikkelaar betaalt de kosten voor het noodzakelijk archeologisch onderzoek;

het vergunningenstelsel voor opgravingen is echter vervangen door een certificering stelsel. Alleen conform de bepalingen van de Erfgoedwet gecertificeerde bedrijven en overheidsinstanties mogen opgravingen verrichten. In de wet is voorzien in een overgangsbepaling.

Daarnaast dient in deze toelichting beschreven te worden de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Beoordeling Het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' ten behoeve van de bescherming van (mogelijk) aanwezige archeologische waarden. Er geldt een onderzoeksplicht indien voorgenomen werkzaamheden (zoals sloop- en bouwwerkzaamheden) een oppervlakte hebben van 100 m² en de verstoring dieper gaat dan 30 cm -mv. Alhoewel de precieze verstoring op dit moment nog niet duidelijk is, is de kans groot dat de sloop- en bouwwerkzaamheden de ondergrens overschrijden. In dat geval wordt geadviseerd een gecombineerd archeologische bureau- en booronderzoek (karterend) uit te voeren. Op basis van de resultaten wordt bepaald of vervolgonderzoek noodzakelijk is. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt nader gekeken of het uitvoeren van een archeologisch onderzoek inderdaad nodig is In voorliggend plan is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' overgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=8dc898e5-281a-4938-b8bf-b691668ec510