CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting_Bijlage 3 Quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 31 januari 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Rheden 2016, woongebieden, locatie Smidsweg tussen 26 en 28 in Rheden2.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA SMIDSWEG 28 | RHEDEN ADVISEUR

12-05-2022 | VERSIE 1.0

2

RHEDEN . 12-05-2022

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA | RHEDEN Adviseurs: | rapportage info@groenadviseurs.nl R. Kamperman | veldonderzoek info@groenadviseurs.nl

Opdrachtgever: Familie Peppinck

Jansen&Jansen Groenadviesbureau Velddijk 7a, Holten www.groenadviseurs.nl Versie: 1.0 Datum: 12 mei 2022

© Jansen & Jansen Groenadvies BV, Holten. Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitzonderingen door de wet gesteld, mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbenden niets uit dit document worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie of anderszins.

RHEDEN . 12-05-2022

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING 04

2

WERKWIJZE 05

3

WETTELIJK KADER 06

4

RESULTATEN 08

5

INGREEP 10

6

TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING

7

CONCLUSIE & ADVIES 12 LITERATUUR

BIJLAGE 1 - Overzichtskaart/projectgebied BIJLAGE 2 - Foto impressie van het plangebied

11

3

4

RHEDEN . 12-05-2022

1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING Jansen & Jansen Groenadviesbureau is door een opdrachtgever gevraagd om een quickscan flora en fauna uit te voeren voor de sloop van een schuur gelegen op een erf aan de Smidsweg 28 in Rheden. Op de vrijgekomen locatie zal een nieuwe bouwkavel worden gerealiseerd. Met deze quickscan wordt een inschatting van de effecten van de voorgenomen ontwikkeling gemaakt op door de Wet natuurbescherming beschermde flora en fauna. De quickscan levert hiernaast adviezen op die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. 1.2 DOEL In deze quickscan worden de volgende vragen beantwoord: • Welke, door de Wet natuurbescherming beschermde flora en fauna komen (potentieel) voor in het plangebied(H4)? • Welke negatieve effecten kunnen de (potentieel) aanwezige flora en fauna ondervinden van de voorgenomen ingreep(H4)? • Wordt met het uitvoeren van de voorgenomen ingreep de Wet natuurbescherming overtreden(H6)? • Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk om projectvertraging te minimaliseren en om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen(H7)? 1.3 PLANGEBIED Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Rheden. De omgeving van het plangebied bestaat uit een oudere stadswijk, opgebouwd uit een mix van kleine vrijstaande boerderijen en vrijstaande woningen met groene tuinen.

De wijk maakt als geheel een groene en kleinschalige (dorpse) indruk. Het plangebied zelf bestaat uit een oude te slopen schuur en een aanliggende tuin. De schuur heeft 1 bouwlaag en een pannendak. De wanden zijn opgebouwd uit steensmetselwerk zonder spouwmuur. Het dak is voorzien van strak sluitende dakpannen (wel tamelijk oud) en heeft geen dakbeschot. De schuur is leeg van binnen. De aanliggende tuin bestaat uit gazon en enkele heesters en lage struiken. Zie bijlage 1 voor een kaart van het plangebied en bijlage 2 voor een foto overzicht van het plangebied. Binnen het plangebied zijn de volgende ecotopen/onderdelen aanwezig: • Schuur: 1 bouwlaag en een pannendak. De wanden zijn opgebouwd uit steensmetselwerk zonder spouwmuur. Het dak is voorzien van strak sluitende dakpannen (wel tamelijk oud) en heeft geen dakbeschot. De schuur is leeg van binnen; • Tuin: Bestaande uit gazon en enkele heesters en lage struiken.

RHEDEN . 12-05-2022

2 WERKWIJZE Het onderzoek is op de volgende wijze uitgevoerd: [1] Op 05 mei 2022 is het plangebied door R. Kamperman bezocht. In het plangebied zijn ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Er is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hiervoor is gezocht naar onder meer zicht- en geluidswaarnemingen, uitwerpselen, nesten, krabsporen en pootafdrukken etc. Tijdens het onderzoek is van de volgende hulpmiddelen gebruik gemaakt: • verrekijker; • camera; • ladder; • zaklamp. [2] Vervolgens is een literatuurstudie uitgevoerd. De literatuurstudie richt zich op bekende (verspreidings) gegevens die relevant zijn voor het voorkomen van beschermde flora- en fauna op de locatie (Wet natuurbescherming). De gegevens over voorkomen van beschermde flora- en fauna zijn te vinden in onder meer soortgroepen atlassen en internet. Ook zijn de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna geraadpleegd. [3] Aan de hand van de gegevens uit de literatuurstudie en het veldbezoek kan een inschatting gemaakt worden welke beschermde flora en fauna in het plangebied of in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Vervolgens kan met deze gegevens een inschatting worden gemaakt wat de invloed van de voorgenomen ingreep is op de gevonden natuurwaarden.

[4] Uiteindelijk wordt getoetst of de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Aanvullend worden een aantal bondige adviezen gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld over het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing.

5

6

RHEDEN . 12-05-2022

3 WETTELIJK KADER In dit hoofdstuk wordt kort de Wet natuurbescherming beschreven en de toepassing op de bescherming van soorten. 3.1 WET NATUURBESCHERMING Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn: de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht. 3.1.1 Zorgplicht Voor alle flora en fauna die in het wild voorkomen geldt een algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen met betrekking tot in het wild levende flora en fauna en het leefgebied van deze flora en fauna.

Voor de uitvoer van handelingen (bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen) betekent dit dat voorafgaand aan de uitvoer er inzicht moet zijn in de aanwezige flora en fauna en wat het effect van de handelingen is op de aanwezige flora en fauna. Negatieve effecten op de aanwezige flora en fauna moeten in alle gevallen tot het minimale worden beperkt, ook als er een vrijstelling is voor bepaalde soorten, of als een ontheffing is verleend. 3.1.2 Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent verschillende beschermingsregimes. Er is een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bonn en het Verdrag van Bern. Daarnaast is er een apart beschermingsregime voor soorten die vanuit een nationaal belang beschermd worden. Elk beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten aan ontheffingen of vrijstellingen. De verschillende beschermingsregimes zijn in de Wet natuurbescherming vertaald naar de volgende categorieën: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels zijn beschermd onder het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1); 2.

Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt (paragraaf 3.2); 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal belang bescherming behoeven (paragraaf 3.3) .

RHEDEN . 12-05-2022

Categorie 1 (§ 3.1)

Categorie 2 (§ 3.2)

Categorie 3 (§ 3.3)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Tabel met een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. 3.1.3 Ontheffingen en vrijstellingen Het is mogelijk om in bepaalde gevallen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming middels een ontheffing of vrijstelling te ontwijken. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing of vrijstelling moet aan drie eisen/criteria worden voldaan: • Er is geen andere bevredigende oplossing voorhanden om overtreding van een verbodsartikel te voorkomen; • De handelingen worden uitgevoerd in het kader van een wettelijk belang. Voorbeelden van dergelijke belangen zijn ruimtelijke ontwikkeling, bestendig beheer en volksgezondheid; • De handelingen als geheel mogen geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding van een soort.

7

8

RHEDEN . 12-05-2022

4 RESULTATEN 4.1 SOORTBESCHERMING 4.1.1 Flora In het plangebied zijn geen sporen van beschermde flora aangetroffen. Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding en een siertuin; geen specifiek geschikte standplaats voor beschermde flora. De aanwezigheid van beschermde flora kan worden uitgesloten. 4.1.2 Amfibieën, vissen en reptielen In het plangebied zijn tijdens het veldonderzoek geen amfibieën, vissen of reptielen aangetroffen. Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding en een siertuin zonder vijver. In het plangebied is geen water aanwezig. De aanwezigheid van (beschermde) amfibieën, vissen en reptielen kan worden uitgesloten op basis van fysieke ongeschiktheid van het plangebied. 4.1.3 Vogels Tijdens het veldonderzoek is het plangebied nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van (of sporen van) vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen. Hierbij is specifiek gelet op de (mogelijke) aanwezigheid van verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen en uilen. De dakrand van de schuur bevindt zich op ongeveer 1.7m hoogte. Hierdoor kon de gehele dakrand tijdens de quickscan worden geïnspecteerd. Er werden geen sporen of aanwijzingen van verblijfplaatsen van huismussen aangetroffen. Het dak is niet voorzien van een dakbeschot, waardoor er niet of nauwelijks wegkruipplekken zijn voor vogels. Tijdens het veldonderzoek zijn geen sporen van vogels aangetroffen.

De aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Wel is het mogelijk dat algemene broedvogels tijdens de broedperiode gebruik maken van de struiken in de tuin van het plangebied. 4.1.4 Zoogdieren Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van sporen en aanwijzingen van zoogdieren. Hierbij is specifiek gelet op de aanwezigheid en sporen (uitwerpselen) van vleermuizen, steenmarters en kleine marterachtigen. Sporen of andere aanwijzingen die duiden op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van steenmarters of vleermuizen in de te slopen schuur werden niet aangetroffen. De te slopen schuur is erg eenvoudig van opzet. De schuur heeft geen spouwmuren en geen dakbeschotten. Verder was de schuur volledig leeg. Daardoor was de schuur tijdens het veldonderzoek volledig te inspecteren. Tijdens het veldonderzoek zijn geen openeningen of spleten aangetroffen die door soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen gebruikt kunnen worden. Geschikte wegkruipplekken zijn niet aanwezig. De tuin van het plangebied bestaat uit een goed onderhouden siertuin, grotendeels bestaande uit gazon met enkele heesters/ kleine struiken. De aanwezigheid van beschermde verblijfplaatsen van zoogdieren kan redelijkerwijs worden uitgesloten op basis van fysieke ongeschiktheid van het plangebied.

Op basis van gegevens uit literatuurstudie, geschiktheid van het plangebied en ervaringen van de onderzoeker is de onderstaande matrix ingevuld (zie tabel 1).

9

Foerageergebied

Vliegroute

Winterverblijfplaats

Paarverblijfplaats

Kraamverblijfplaats

Zomerverblijfplaats

RHEDEN . 12-05-2022

Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Rosse vleermuis Laatvlieger Gewone grootoorvleermuis Watervleermuis Meervleermuis Baardvleermuis Komt potentieel voor Geen negatief effect te verwachten Wel negatief effect te verwachten

Tabel 1: Matrix mogelijk voorkomende vleermuizen in/nabij het plangebied.

4.1.5 Libellen en dagvlinder In het plangebied ontbreekt voor (beschermde) libellen en vlinders geschikt leefgebied. De aanwezigheid van (beschermde) libellen en dagvlinders kan dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten. 4.1.6 Overige ongewervelden In het plangebied ontbreekt voor overige ongewervelden geschikt leefgebied. De aanwezigheid van overige ongewervelden kan dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten.

10

RHEDEN . 12-05-2022

5 INGREEP Het voornemen is om de schuur in het plangebied te slopen. Op de locatie van de schuur en de aanliggende siertuin (afgebakend als ‘plangebied’ op de onderstaande kaart) zal een nieuwe bouwkavel worden gerealiseerd.

ed

bi

ge

an Pl

n

pe

lo

s Te ur

hu

sc QUICKSCAN Themakaart:

Projectgebied blad 1/1

Datum: 12-05-2022 Schaal: n.v.t. Formaat: A3

RHEDEN . 12-05-2022

6 TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING Op basis van de resultaten van deze quickscan en de te verwachten effecten van de ingreep is een toetsing aan de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Hierdoor is duidelijk geworden voor welke soorten mogelijk een negatief effect optreedt en of hiervoor aanvullend onderzoek dan wel een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is. 6.1 SOORTBESCHERMING 6.1.1 Flora Er zijn geen beschermde soorten aanwezig. Negatieve effecten zijn niet te verwachten. 6.1.2 Amfibieën, vissen en reptielen Binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingreep zijn geen beschermde amfibieën, vissen en reptielen te verwachten. Wel kan het plangebied sporadisch gebruikt worden door algemene amfibiesoorten zoals de bruine kikker en de gewone pad op doortrek, of als plek om te foerageren. Wezenlijke negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn niet te verwachten. 6.1.3 Vogels Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Er zijn geen beschermde soorten te verwachten. Negatieve effecten zijn redelijkerwijs niet te verwachten. Tijdelijk beschermde verblijfplaatsen Rond de werkplekken zijn tijdens het broedseizoen nesten van algemene broedvogels te verwachten.

Het slopen mag niet worden uitgevoerd tijdens de piek van het broedseizoen globaal tussen 15 maart en 1 juli, tenzij zeker is dat door de sloopwerkzaamheden geen broedende vogels worden gestoord. 6.1.4 Zoogdieren Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Er zijn geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van zoogdieren in het plangebied te verwachten. Overtreding van de Wet natuurbescherming kan redelijkerwijs worden uitgesloten. 6.1.5 Libellen, dagvlinder en overige ongewervelden Er zijn geen beschermde soorten aanwezig. Negatieve effecten zijn niet te verwachten.

11

12

RHEDEN . 12-05-2022

7 CONCLUSIE & ADVIES • • •

Overtreding van de Wet natuurbescherming kan redelijkerwijs worden uitgesloten; De werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd conform projectplanning. Aanvullende maatregelen zijn niet noodzakelijk; Verstorende werkzaamheden mogen niet worden uitgevoerd tijdens de piek van het broedseizoen die globaal tussen 15 maart en 1 juli is, tenzij zeker is dat er op dat moment geen actieve nesten van vogels aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden. Let op! Ook buiten de piek van het broedseizoen zijn actieve nesten beschermd.

RHEDEN . 12-05-2022

LITERATUUR: LITERATUUR • Broekhuizen, S., Hoekstra, B., V. van Laar, C. Smeenk, & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Limpens, H.J.G.A., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen; Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Vogelbescherming Nederland 2004. Rode Lijst Nederlandse broedvogels. • Gedragscode Ruimtelijke ontwikkeling & inrichting, Vereniging Stadswerk Nederland, Vakgroep Groen, Natuur en Landschap, 2011-2015. • Vleermuizen; Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Kennisdocument soortenbescherming, BIJ12,Provincies. WEBSITES • www.floron.nl • www.ravon.nl • www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx • www.florafaunawet.stowa.nl • www.rijksoverheid.nl • www.telmee.nl • www.zoogdieratlas.nl • www.waarneming.nl • www.zoogdiervereniging.nl

13

14

RHEDEN . 12-05-2022

BIJLAGE 1 Overzichtskaart/projectgebied

ed

bi

ge

an Pl n pe

lo

s Te ur

hu

sc QUICKSCAN Themakaart:

Projectgebied blad 1/1

Datum: 12-05-2022 Schaal: n.v.t. Formaat: A3

RHEDEN . 12-05-2022

BIJLAGE 2 Foto impressie van het plangebied

15

16

RHEDEN . 12-05-2022

Overzicht

De te slopen schuur.

De te slopen schuur.

De te slopen schuur.

RHEDEN . 12-05-2022

Inspectie van de dakrand > geen sporen aangetroffen.

Geen dakbeschot aanwezig onder de dakpannen.

De schuur is leeg van binnen en goed te inspecteren.

17

Contact JANSEN&JANSEN groenadviesbureau Velddijk 7a, Holten www.groenadviseurs.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=ab163816-8fd0-4ae2-8998-e7084c9d92ab