Toelichting
Tekst van het document
Bestemm Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5b Toelichting
Velp
Rheden
De Steeg
Ellecom
Dieren
Spankeren
Laag-Soeren
Landelijk gebied
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5b
2 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Haalbaarheid en afweging
Bodem Geluid Natuur/Ecologie Groen Water Archeologie Cultuurhistorie en landschap Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren Externe veiligheid Milieuzonering Milieueffectrapportage
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Beleid
Rijk Provincie Waterschap Gemeente
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
Beschrijving van het plan
Algemeen Beschrijving plangebied De beoogde ontwikkeling Afweging
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding
Algemeen Aanleiding bestemmingsplan Ligging plangebied Geldende bestemmingsplannen
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4
5 7 7 8 8 10 15 15 15 17 19 21 21 23 27 27 31 31 32 33 35 36 39 40 40 41 42 43 43
Juridische aspecten
45
Algemeen Procedure bestemmingsplan
45 45 3
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
5.3 5.4 5.5
Verbeelding en regels Reikwijdte bestemmingsplan Handhaving
45 47 48
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
49
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
51
7.1 7.2 7.3
Inspraak Vooroverleg Zienswijzen
4 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
51 51 53
Toelichting
5 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
6 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Hoofdstuk 1 Inleiding
Leeswijzer De toelichting op een bestemmingsplan wordt binnen de gemeente volgens een vast stramien opgebouwd, en wel als volgt. Hoofdstuk
Inhoud
1 Inleiding
Kort wordt ingegaan op het bestemmingsplan in het algemeen; de aanleiding voor onderhavig plan; de ligging van het plangebied en het geldende bestemmingsplan.
2 Beschrijving van het plan
Hier wordt de huidige stand van zaken beschreven en een beschrijving van de beoogde ontwikkeling gegeven.
3 Beleid
Aangegeven wordt binnen welke beleidskaders en regels van het rijk, provincie, waterschap en de gemeente het bestemmingsplan is opgesteld.
4 Haalbaarheid en afweging
De haalbaarheid en afweging, de uitgevoerde onderzoeken en conclusies komen hier aan de orde.
5 Juridische aspecten
Beschreven wordt de procedure die een bestemmingsplan doorloopt en wordt een toelichting gegeven op de regels van het bestemmingsplan.
6 Economische uitvoerbaarheid
Toegelicht wordt of uitvoering van het bestemmingsplan economisch haalbaar is.
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Hier wordt beschreven hoe de procedure is verlopen tot de vaststelling van het bestemmingsplan.
1.1
Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen aangegeven door middel van kleuren en symbolen, waarbij per object regels zijn gegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat juridisch wordt toegestaan. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status. Na inwerking van de Omgevingswet maakt voorliggend bestemmingsplan in eerste instantie onderdeel uit van het omgevingsplan-van-rechtswege (tijdelijke omgevingsplan). 7
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
1.2
Aanleiding bestemmingsplan Het bestemmingsplan bevindt zich in Landgoed Biljoen. Binnen het landgoed is een pachtboerderij gelegen. Het betreft boerderij 'Elzenhof' die vanaf de provinciale weg Zutphensestraatweg N785 werd ontsloten. Deze ontsluiting, ook wel het Blauwe Laantje genoemd, is meer een pad dan een weg en kruist de spoorlijn Arnhem-Zutphen. Hier is sprake van een zogenaamde particuliere overweg, namelijk een onbewaakt overpad dat met hekken van de spoorbaan is afgescheiden. Vanwege het drukke treinverkeer en het passeren van goederentreinen in de nacht was dit voor zowel de bewoners van de boerderij als ook ProRail een onacceptabele situatie. De overweg was de enige mogelijkheid om de boerderij te bereiken. Hierop is aan de hand van een variantenstudie, opgesteld door Sweco (Alternatievenstudie Blauwe Laantje, 12-09-2017), besloten een tijdelijke weg aan te leggen parallel aan het spoor die ontsluit op de Biljoen. De ligging langs het spoor is gekozen vanwege de minst visuele impact op het landschapsbeeld van het landgoed. De weg volgt de barrière welke gevormd wordt door de spoorbaanligging in het landschap. Het onderhavige bestemmingsplan heeft als doel om de bestaande tijdelijke weg om te zetten naar een definitieve weg. De weg heeft een definitieve status nodig om de bestaande onbeveiligde overgang bij het Blauwe Laantje te kunnen saneren.
De spoorwegovergang is reeds afgesloten met hekwerken. De nieuwe definitieve weg past niet binnen het geldende bestemmingplan. De weg is gelegen in het Gelders natuurnetwerk. Vanuit de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland (artikel 5.12) volgt dat voor een dergelijke ontwikkeling in het Gelders natuurnetwerk compensatie nodig is. Deze compensatielocatie maakt ook deel uit van dit bestemmingsplan.
1.3
Ligging plangebied Het plangebied ligt ten oosten van het dorp Velp in de gemeente Rheden. De weg is gelegen aan de noordkant van het landgoed Biljoen en loopt van de spoorwegovergang bij het Blauwe Laantje (oostelijk) naar de Biljoen (westelijk).
8 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied
Ook een locatie waar natuur wordt gecompenseerd maakt onderdeel uit van het plangebied. Deze locatie is niet op bovenstaande afbeelding weergegeven, maar bevindt zich enkele honderden meters ten zuiden van de weg. Voor de exacte begrenzing en ligging van het plangebied kan de digitale verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan worden geraadpleegd. Daarnaast betreft landgoed Biljoen een rijksmonument. Het betreft de historische buitenplaats Biljoen inclusief de omliggende parkaanleg. Zie afbeelding 1.2 voor de begrenzing van het rijksmonument landgoed Biljoen.
9 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Afbeelding 1.2: begrenzing rijksmonument landgoed Biljoen met aanwezige rijksmonumentpunten (bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, webgispublisher)
1.4
Geldende bestemmingsplannen Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan Landelijk Gebied dat op 26 augustus 2010 door de gemeente Rheden is vastgesteld. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. De rode lijn in de afbeelding geeft globaal de ligging van de weg aan. Binnen het rode vak is de locatie gelegen waar natuurcompensatie wordt gerealiseerd. In het geldende bestemmingsplan valt de locatie in de volgende bestemmingen: 1.
Agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden (artikel 2.1)
2.
Buitenplaats (artikel 2.6)
3.
Water (artikel 2.10)
4.
Zone transportleiding (artikel 2.13)
10 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
De wens om de tijdelijke weg om te zetten in een definitieve weg is in strijd met het bestemmingsplan. De bestemming Agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarde is bedoeld voor bestaande gebiedsontsluitings- en erftoegangswegen. De gewenste permanente weg is hiermee in strijd, omdat deze weg nog niet bestond toen het bestemmingsplan ter visie ging. In dit geval is sprake van het omzetten van een tijdelijke vergunde weg naar een permanente weg. De permanente weg past niet binnen de vigerende bestemming. Het gedeelte van de weg in de bestemming Buitenplaats is wel passend. Deze gronden zijn bestemd voor onder andere erfontsluitingswegen en andere voorzieningen ten behoeve van het verkeer. De permanente weg past binnen deze bestemming. Binnen de gronden met bestemming Water zijn bruggen en andere civieltechnische werken toegestaan. De weg inclusief duiker ter plaatse van de watergang past hiermee binnen deze bestemming. Het oostelijke gedeelte van de weg raakt een strook met dubbelbestemming Leidingen. Op deze gronden zijn naast de gegeven basisbestemmingen tevens hoofdtransportleidingen voor aardgas, water, afvalwater of andere nutsvoorzieningen toegestaan inclusief bijbehorende bouwwerken. De dubbelbestemming wordt in voorliggend bestemmingsplan overgenomen om zo de leidingen te beschermen.
11 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan Landelijk Gebied (2010-08-26)
Op de cultuurhistorische waardenkaart behorende bij het bestemmingsplan Landelijk Gebied is het plangebied tevens aangewezen als cultuurhistorisch waardevol gebied.
12 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Afbeelding 1.4: Uitsnede verbeelding cultuurhistorische waardenkaart gemeente Rheden
In het plangebied is tevens het bestemmingsplan Archeologie van toepassing, dat op 15 april 2014 door de gemeente is vastgesteld. Hier ligt de weg overwegend in de bestemming Waarde - Archeologie 2, gedeeltelijk in Waarde - Archeologie 3 en voor een klein gedeelte in Waarde - Archeologie 1. Op de compensatielocatie is sprake van overwegend Waarde - Archeologie 3 en voor een klein gedeelte Waarde - Archeologie 1.
Afbeelding 1.5: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Archeologie
13 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
14 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan
2.1
Algemeen Dit hoofdstuk gaat in op de volgende punten: de ligging van de desbetreffende locatie; een beschrijving van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt; stedenbouwkundige uitgangspunten/afweging
2.2
Beschrijving plangebied Huidige situatie De tijdelijke weg is gelegen in het landgoed Biljoen. Het landgoed is circa 162 hectare groot, waarvan ongeveer 70 hectare is aangewezen als beschermd Rijksmonument. Het landschap kenmerkt zich door het kasteel Biljoen met waterpartijen, bossen en landerijen. Het landgoed is eigendom van Geldersch Landschap en Kasteelen (GLK). De tijdelijke noodweg betreft een halfverhard pad met een maximale breedte van 4 meter en een lengte van 424 meter parallel aan het spoor. Het pad loopt bij Biljoen tussen de bestaande beukenbomen door. In verband met de veiligheid is in samenspraak met ProRail een verplichte rijrichting aangegeven, waardoor grote motorvoertuigen vanaf de boerderij linksaf (zuidwaarts) Biljoen op rijden. Het is niet toegestaan om via de spoorwegovergang (noordwaarts) bij Biljoen het erf te verlaten. In afbeelding 2.1a is de huidige situatie van de tijdelijke noodweg weergegeven. Voor de exacte locatie van de ontwikkeling wordt verwezen naar de verbeelding.
15 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Afbeelding 2.1a: Huidige situatie tijdelijke noodweg met Biljoen (west) en de te saneren overgang (oost). Ook is boerderij 'De Elzenhof'zichtbaar waarvoor de ontsluitingsweg is bedoeld.
De compensatielocatie bestaat in de huidige situatie uit onbebouwd agrarisch grasland. Zie afbeelding 2.1b voor een weergave van de huidige situatie. De exacte locatie en begrenzing is weergegeven in de bijbehorende verbeelding.
16 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Afbeelding 2.1b: Huidige situatie compensatielocatie
2.3
De beoogde ontwikkeling Nieuwe situatie Conform het beleid van ProRail om alle Niet Actief Beveiligde Overgangen (NABO's) aan te pakken is de alternatieve tijdelijke weg aangelegd. Uitgangspunt is om de overgang bij het Blauwe Laantje te saneren. Dit betekent dat een permanent alternatief voor de ontsluiting voor de boerderij nodig is. Sweco heeft hiervoor in 2017 een alternatievenstudie (Alternatievenstudie Blauwe Laantje, SWNL0201176, 12 september 2017) uitgevoerd, waaruit blijkt dat het omzetten van de tijdelijke weg parallel aan het spoor naar een permanente weg de meest gunstige maatregel betreft. De tijdelijke weg is aangelegd als tijdelijke oplossing om de spoorwegovergang te kunnen sluiten. De aanleg van de weg is op grond van artikel 4, lid 11 van het Besluit omgevingsrecht vergund met een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan voor maximaal tien jaar. Om de permanente weg te kunnen realiseren dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Natuurcompensatie De tijdelijke weg is gelegen in het Gelders Natuur Netwerk. Dit betekent dat naast 17
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
landschappelijke inpassing ook maatregelen nodig zijn om de GNN te compenseren. De benodigde compensatie komt voort uit de GNN-toetsing die voor de ontwikkeling is gedaan. De toetsing is nader uitgewerkt in paragraaf 4.3 Natuur/Ecologie. Landschappelijke inpassing Landgoed Biljoen betreft een rijksmonument. Het betreft de historische buitenplaats Biljoen inclusief de omliggende parkaanleg. Deze zijn in cultuur-, architectuur- en tuinhistorisch opzicht van algemeen belang vanwege het kasteel, de deels in structuur en detail bewaard gebleven historische tuin- en parkaanleg in landsschapsstijl. Ook de visuele samenhang en de ornamentale waarde van de onderdelen van het complex dragen hieraan bij. Voor deze ruimtelijke ontwikkeling moet dus worden aangetoond dat de ontwikkeling de cultuur-, natuur- en landschappelijke waarden niet schaadt en dat sprake is van een algemene kwaliteitsverbetering. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. In het inpassingplan is naast de locatie van de permanente weg ook het Blauwe Laantje na saneren van de NABO meegenomen. Dit betekent dat de inpassing gedeeltelijk buiten het plangebied van dit bestemmingsplan wordt uitgevoerd. Het inpassingsplan benoemt een viertal maatregelen die in dit bestemmingsplan geborgd dienen te worden en tot uitvoer moeten worden gebracht. Het betreft: 1.
de aansluiting van de weg op Biljoen.
2.
het 'herstructureren' van het zuidelijk deel van het Blauwe Laantje ter compensatie van de aanleg van de weg.
3.
Het parklandschap versterken en 'inpassen' van het trafohuisje ter compensatie van de aanleg van de weg.
4.
Het afsluiten van het Blauwe Laantje ten noorden van de Zutphensestraatweg voor gemotoriseerd verkeer.
18 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Afbeelding 2.2: Huidige situatie landgoed Biljoen met locaties van de maatregelen 1 t/m 4 weergegeven.
2.4
Afweging Zoals in de vorige paragraaf beschreven wordt de beoogde planontwikkeling getoetst aan de geldende regelgeving en is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Daarbij vindt ook de benodigde natuurcompensatie plaats. Hiermee voldoet het plan aan een goede ruimtelijke ordening.
19 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
20 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Hoofdstuk 3 Beleid
In dit hoofdstuk komt het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen aan de orde. Het gaat hier om vigerend beleid op rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau. Bij de beoordeling van de haalbaarheid in Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op specifiek beleid.
3.1
Rijk
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de structuurvisie 'Nationale Omgevingsvisie (NOVI)' vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen.
21 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Betekenis voor dit plan/conclusie Het plangebied ligt in een aangewezen gebied uit de NOVI, namelijk het NatuurnetwerkNederland. Voor dit onderdeel wordt een compensatieperceel opgenomen in dit bestemmingsplan. Het aspect Natuur wordt nader uitgewerkt in hoofdstuk 4.3. De overige geformuleerde nationale belangen zijn niet aan de orde.
3.1.2 Barro Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Zaken die hierin genoemd worden zijn bijvoorbeeld rijksvaarwegen, grote rivieren, defensie, hoofdwegen, landelijke spoorwegen etc. Betekenis voor dit plan/conclusie De voorgenomen ontwikkeling in dit plan heeft geen betrekking op genoemde belangen in het Barro, met uitzondering van het Natuurnetwerk Nederland (afdeling 2.10). In het besluit wordt echter beschreven dat de aanwijzing van deze gebieden als ook de kenmerken, waarden en bijbehorende regels voor planologische inpassing nader wordt uitgewerkt in de provinciale verordening. Het Barro vormt daarmee geen strijdigheid met dit plan.
3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking(Bro) Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Betekenis voor dit plan/conclusie De mogelijkheden die het plan bevat, betreffen geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening, aangezien infrastructuur niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt ( ECLI:NL:RVS:2015:448). Geconcludeerd kan worden dat het plan voldoet aan de Lader duurzame verstedelijking. In onderhavig bestemmingsplan komen verder geen onderwerpen aan de orde waar strijdigheid zou kunnen zijn met het Rijksbeleid.
22 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
3.1.4 Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is er één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet zijn regels opgenomen voor het aanwijzen van een rijksmonument. Voor het uitvoeren van handelingen die kunnen leiden tot het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument is een omgevingsvergunningplicht opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (art. 2.1 lid f). Betekenis voor dit plan/conclusie De tijdelijke weg is gelegen in het rijksbeschermde landgoed Biljoen. Er is sprake van het permanent maken van deze weg. De fysieke handelingen die van invloed zijn op de monumentale waarden van het landgoed worden gecompenseerd in de landschappelijke inpassing. Dit draagt bij aan een verbetering van de monumentale structuur van het landgoed. De ontwikkeling waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld heeft daarom geen negatieve gevolgen voor de monumentale status van landgoed Biljoen.
3.2
Provincie
3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat.
Betekenis voor dit plan/conclusie De ontwikkeling waarvoor dit bestemmingsplan wordt opgesteld draagt niet direct bij aan de ambities van Gaaf Gelderland, maar gaat ook niet ten koste van het beleid. Het plan is niet in strijd met de beoogde belangen en doelen. Onderhavig plan om de tijdelijke ontsluitingsweg om te zetten naar een permanente weg en daarmee de NABO te kunnen saneren, is dan ook in overeenstemming met de Omgevingsvisie van de provincie Gelderland. 23 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
3.2.2 Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Gelderland is het ruimtelijke beleid zoals dat in de Omgevingsvisie Gelderland is verwoord, deels verankerd. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De omgevingsverordening wordt regelmatig geactualiseerd. Voor onderhavig plan is gebruik gemaakt van de op 21 december 2022 vastgestelde versie. Deze verordening is bindend voor de gemeente. Voor onderhavig bestemmingsplan zijn de volgende onderwerpen uit de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing: Gelders natuurnetwerk Groene ontwikkelzone
Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone worden beschermd door in bestemmingsplannen hiermee rekening te houden. Daarvoor vormt de Omgevingsverordening Gelderland de basis. In de Omgevingsverordening zijn de kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone vastgelegd. Binnen het Gelders Natuurnetwerk worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt. In de Groene Ontwikkelingszone worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied.
Hiervan kan slechts worden afgeweken indien er geen reële alternatieven zijn, sprake is van redenen van groot openbaar belang, de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en samenhang zoveel mogelijk worden beperkt en gelijkwaardig worden gecompenseerd. Daarnaast is volledigheidshalve getoetst of het plangebied betrekking heeft op het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingzone zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Gelderland, hetgeen het geval is gebleken. Betekenis voor dit plan/conclusie De locatie van de ontsluitingsweg bevindt zich binnen het Gelders Natuurnetwerk.
24 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Afbeelding 3.1: Uitsnede weergave ligging ontsluitingsweg ten opzichte van het Gelders natuurnetwerk.
Artikel 2.39 van de Omgevingsverordening Gelderland beschrijft dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het Gelders natuurnetwerk een andere bestemming dan natuur alleen mogelijk maakt als er sprake is van een groot openbaar belang en er voor de realisering daarvan geen reële alternatieven zijn en als de negatieve effecten op de kernkwaliteiten en oppervlakte van het gebied en de ecologische samenhang binnen het gebied zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Artikel 2.45 geeft aan dat bij een nieuwe ontwikkeling in het Gelders natuurnetwerk onderzoek naar de te verwachten effecten van die activiteit of ontwikkeling op de kernkwaliteiten, oppervlakte en samenhang van het Gelders natuurnetwerk moet plaatsvinden. In artikel 2.48 t/m 2.51 wordt ingegaan op de voorwaarden voor een compensatieplan voor de benodigde natuurcompensatie. Hier wordt beschreven op welke wijze de compensatie moet plaatsvinden en waar het plan inzicht in moet geven. Het plangebied raakt daarnaast de Groene Ontwikkelingszone.
25 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Afbeelding 3.2: Uitsnede weergave ligging ontsluitingsweg ten opzichte van de Groene Ontwikkelingszone.
De Groene ontwikkelingszone (artikel 2.52 t/m 2.54 van de Omgevingsverordening Gelderland) heeft een dubbeldoelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling, in combinatie met versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. Randvoorwaarde is alleen dat de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen per saldo niet worden aangetast. Bij een ontwikkeling of activiteit in het GO moet de natuurkwaliteit worden versterkt. Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer een initiatiefnemer iets wil bouwen in deze zone, tegelijkertijd de kernkwaliteiten moeten worden versterkt door aanleg van natuur- en landschapselementen. Dit betekent dat vervolgstappen nodig zijn om te bepalen wat de invloed van de weg op de Groene Ontwikkelingszone is. De gevolgen van het plan op het Gelders natuurnetwerk als ook de Groene Ontwikkelingszone worden verder uitgewerkt in paragraaf 4.3 Natuur/Ecologie.
26 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
3.3
Waterschap Het waterschap heeft de zorg voor de waterkeringen, is verantwoordelijk voor het grond- en oppervlaktewater in het landelijke gebied en in het stedelijk gebied voor het oppervlaktewater. Daarnaast heeft het waterschap als taak het zuiveren van het afvalwater. Het plangebied is gelegen binnen het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel. Waterschap Rijn en IJssel In het Waterbeheerplan 2022-2027 geeft het waterschap haar doelen aan, zoals ze deze heeft verwoord in de Watervisie 2030 (uit 2013). Voor het bestemmingsplan is van belang dat nieuwe ontwikkelingen en de benodigde ruimte voor waterbeheer op elkaar worden afgestemd. In de Waterbeheerplannen van het waterschap Rijn en IJssel zijn geen projecten beschreven die nopen tot een regeling in onderhavig plangebied. Of een bestemmingsplan het belang van het waterschap raakt, wordt door het waterschap getoetst. De belangen van het waterschap zijn binnen het watertoetsproces mee gewogen. In de Waterbeheerplannen van het waterschap Rijn en IJssel zijn geen projecten beschreven die nopen tot een regeling in onderhavig plangebied. De belangen van het waterschap zijn binnen het watertoetsproces mee gewogen. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.5.
3.4
Gemeente Voor onderhavig plangebied is het volgende gemeentelijke beleid van belang.
3.4.1 Omgevingsvisie Buitengebied Rheden Op 29 oktober 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Rheden de Omgevingsvisie Buitengebied vastgesteld. Eén van de gebiedsgerichte thema's die hierin naar voren komen is het instandhouden en ontwikkelen van landgoederen. Betekenis voor dit plan/conclusie Met het permanent maken van de weg wordt het bestaande landgoed niet geschaad. De weg wordt namelijk landschappelijk ingepast, zodat de bestaande culturele waarden behouden blijven. Daarnaast vindt de benodigde natuurcompensatie plaats in de nabijheid van het landgoed, zodat het landgoed voldoende in stand wordt gehouden.
27 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
3.4.2 Cultuurhistorie De gemeenteraad heeft op 30 mei 2017 de Erfgoednota Verbindend Verleden vastgesteld. Daarin is het erfgoedbeleid over de jaren 2012-2016 geëvalueerd en worden de plannen voor de periode 2017-2021 geformuleerd. De evaluatie is aanleiding om voort te gaan op de ingeslagen weg; met dezelfde visie maar met nieuwe plannen waarin zoveel mogelijk erfgoedwensen zijn verwerkt. Erfgoed gaat over menselijke sporen die uit het verleden die zichtbaar en tastbaar zijn in het heden. Dat kunnen voorwerpen zijn, archeologische vondsten, archieven, en gebouwde en groene monumenten zoals landgoederen, begraafplaatsen en landschappen. Maar ook bepaalde gebruiken, verhalen en gewoonten horen erbij. In de visie is het cultuurhistorische erfgoed is van cruciaal belang voor de ruimtelijke en sociale karakteristiek van de gemeente Rheden. Allereerst gaat het om het in goede staat doorgeven van cultuurhistorisch erfgoed aan volgende generaties. Daarnaast willen wij ons erfgoed inzetten als (hulp)motor om de economische, sociale en klimatologische doelen te bereiken en als verbindende schakel tussen gemeentebrede beleidsdoelstellingen. De visie is voor de verschillende delen van het erfgoed (landschap, archeologie, bouwkunst en de verhalen) uitgewerkt in de volgende thema's: behoud en ontwikkeling; kennis vermeerderen en delen; promotie en beleving.
Naast uiteraard de kerntaak van erfgoed - instandhouding - is de focus de komende jaren gericht op het behalen van de gemeentebrede doelen op het gebied van klimaat, toerisme en recreatie en het sociale domein. Met een proactieve houding zal geprobeerd worden het voor eigenaren aantrekkelijk(er) te maken om hun erfgoed te behouden. De gemeenteraad heeft in 2008 de archeologienota Uitgediept vastgesteld. Hierin wordt een aantal beleidsvoornemens ten aanzien van archeologie verwoordt. Archeologie wordt op grond van deze nota voortaan beschermd via de bestemmingsplannen. Dit laat onverlet dat mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd zijn beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Of een vondst van archeologische resten uiteindelijk moet leiden tot behoud van deze resten of een opgraving wordt door burgemeester en wethouders bepaald op basis van het advies van de regioarcheoloog die zijn advies opstelt aan de hand van de in de archeologienota uitgewerkte selectiemethode. Landgoed Biljoen betreft een rijksmonument. Het betreft de historische buitenplaats Biljoen inclusief de omliggende parkaanleg.
Deze zijn in cultuur-, architectuur- en tuinhistorisch opzicht van algemeen belang vanwege het kasteel, de deels in structuur en detail bewaard gebleven historische tuin- en parkaanleg in landsschapsstijl. Ook de visuele samenhang en de ornamentale waarde van de onderdelen van het complex dragen hieraan bij.
28 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Betekenis voor dit plan/conclusie In 2013 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaarten met toelichting die bij de nota horen vastgesteld. Deze kaarten dienden als basis voor het geldende bestemmingsplan Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen. De archeologische bepalingen uit dat bestemmingsplan zijn in onderhavig bestemmingsplan verwerkt.
3.4.3 Groen In het gemeentelijke Groenstructuurplan uit 2002 en de Beleidsnota Bomen uit 2005 is de leidraad dat de groene kenmerken en karakteristieken in de dorpen en deelgebieden worden versterkt. Het raamwerk vormt het groene geraamte van een dorp of deelgebied en de basis is vastgelegd in het Groenstructuurplan 2002. In de Beleidsnota Bomen wordt nader ingegaan op de bomen in het raamwerk. Betekenis voor dit plan/conclusie De ontsluitingsweg waarvoor dit bestemmingsplan wordt opgesteld valt niet binnen de beschreven dorpen en deelgebieden in de Beleidsnota Bomen. Wel wordt gesproken over bosranden en de verschillende landgoederen. De bescherming van bos en bosranden vindt plaats via de Wet natuurbescherming en het bestemmingsplan. Onderdeel van dit plan zijn natuurcompensatie en landschappelijke inpassing. Hiermee wordt dit aspect voldoende geborgd.
3.4.4 Biodiversiteit In relatie tot de natuurcompensatie heeft het college en de gemeenteraad van de gemeente Rheden besloten om hoog in te zetten op de biodiversiteit middels de inzet van een gemeentelijk biodiversiteitsplan. Het plan is in juni 2022 vastgesteld met een hoge ambitie. Een ontwikkeling vanuit dit beleid is het behouden en herstellen van de biodiversiteit en natuurinclusief ontwerpen van projecten. Er is sprake van natuurcompensatie (GNN), waarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit door o.a. een ander maaibeleid ten opzichte van de bestaande situatie (Bijlage 2). Gelet op de biodiversiteitsambities dient een extra plus ten behoeve van de biodiversiteit als uitgangspunt gehanteerd te worden in de inrichting en ontwikkeling van het project. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van het creëren van extra nestgelegenheid voor fauna. Met het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 2) dat wordt gerealiseerd, wordt een bijdrage geleverd aan de biodiversiteit: er worden solitaire bomen aangeplant in de weide tussen het spoor en de Zutphensestraatweg en de structuur van het blauwe laantje wordt versterkt, waarbij ook aanplanting plaats zal vinden.
29 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
30 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Hoofdstuk 4 Haalbaarheid en afweging
Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, aan beleid van andere overheden en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de (nieuwe) mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst. Ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt verantwoording afgelegd volgens het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro inzake de onderbouwing van de behoefte. In de paragrafen 4.1 tot en met 4.12 zijn de voorgenomen ontwikkelingen getoetst aan diverse aspecten. Per paragraaf is eerst het toetsingskader aangegeven, gevolgd door de beoordeling en de conclusie. Het kader is voor beide locaties gelijk. De beoordeling is onderverdeeld per locatie. Bij de conclusie is de onderverdeling per locatie indien noodzakelijk apart gegeven.
4.1
Bodem Kader Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. Bodemonderzoeken mogen niet meer dan 5 jaar oud zijn. Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de bouwvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. In de praktijk worden deze onderzoeken vaak gecombineerd. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Beoordeling In het kader van voorgenomen ontwikkeling wordt geen nieuwe bodemgevoelige functie gerealiseerd. Zowel de ontsluitingsweg als de natuurcompensatie betreffen geen bodemgevoelige functie en hiervoor behoeft geen bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Gezien het huidige gebruik van de gronden is er geen reden om aan te nemen dat de grond verontreinigd is. Daarbij is bij het omzetten van de tijdelijke naar de definitieve weg geen sprake van fysieke handelingen in de grond.
Het aspect bodemkwaliteit is daarom niet relevant voor deze ontwikkeling.
31 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.2
Geluid Kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidsgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'.
De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden. Beoordeling Langs de tijdelijke weg zijn geen geluidsgevoelige bestemmingen gelegen waarvoor een geluidsonderzoek dient te worden uitgevoerd. De weg zelf is ook niet aan te merken als een geluidsgevoelige bestemming of object. Een nader onderzoek naar akoestiek is daarom niet noodzakelijk. Daarbij kent de weg in de bestaande situatie al de aanduiding 'eigen weg', waardoor deze als een eigen ontsluitingsweg van de boerderij kan worden beschouwd. Dit betekent dat de weg die niet over een
32 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
geluidszone beschikt. Op grond van de Wet geluidhinder is namelijk geen sprake van een geluidzone bij wegen die vallen onder woonerven en wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De natuurcompensatie is voor het aspect geluid niet relevant. Hierbij is namelijk geen sprake van een geluidsbron. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.3
Natuur/Ecologie Kader De bescherming van gebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten geldt alleen de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermingszones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en de Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden. Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Het landelijke Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone.
Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschaps- elementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Daarnaast worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap. Stikstofdepositie In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van 33
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken, de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. De effectbeoordeling stikstofdepositie wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader onderzoek nodig is (passende beoordeling). In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen: gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot 'significante effecten' op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming (Wnb) vergunning. Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving.
Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, een vaste rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb. Deze wet kent drie verschillende beschermingsregimes: Alle van nature in het wild levende vogels: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Vogelrichtlijn; Soorten opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Habitatrichtlijn; Ander soorten genoemd in bijlage A van de Wnb: de bescherming van deze soorten, die veelal op de rode lijst staan, is iets minder stringent dan die van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De provincie heeft in de Omgevingsverordening aangegeven voor welke algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Beoordeling De ontsluitingsweg is gelegen in het Gelders Natuurnetwerk en raakt daarnaast de Groene Ontwikkelingszone. Op grond van artikel 2.40 van de Omgevingsverordening Gelderland is in een bestemmingsplan voor gronden binnen het Gelders Natuurnetwerk een andere bestemming dan natuur alleen mogelijk als sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en sprake is van gelijkwaardige compensatie. Deze aspecten worden in Bijlage 1 uitvoerig behandeld.
De conclusie is dat sprake is van een groot openbaar belang en dat er geen alternatieven zijn, op basis van een eerder uitgevoerde variantenstudie in 2017. Dit betekent dat de ontwikkeling kan plaatsvinden, mits compensatie plaatsvindt. In het ecologisch onderzoek is tevens onderzocht wat de te verwachten effecten zijn 34 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
van de ontwikkeling op de kernkwaliteiten, oppervlakte en samenhang van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. De ontstluitingsweg leidt niet tot het aantasten hiervan en heeft geen negatief effect op de realisatiemogelijkheden van de aangewezen ontwikkeldoelen op het terrein van het landgoed. Voor de benodigde natuurcompensatie is onderzocht wat de aangewezen natuurtypes zijn binnen het plangebied en hoeveel natuur gecompenseerd dient te worden. Op deze manier wordt duidelijk wat de compensatieopgave betreft. Voor de compensatie is een grasland aangewezen binnen het landgoed Biljoen, waarbinnen de aangetaste natuurbeheertypes gecompenseerd kunnen worden. Met betrekking tot de toetsing voor de Groene Ontwikkelingszone is gebruik gemaakt van het Formulier Berekening verrsterking Groene Ontwikkelingszone. Hierin worden de verliesfactor, impactfactor en de versterkingsfactor berekend. Door 1 hectare droge natuurgraslanden aan te leggen, grenzend aan de compensatielocatie van het Gelders Natuurnetwerk, ontstaan voldoende versterkingspunten om het voorgenomen plan te realiseren. Voor het inrichten van de compensatielocatie is een beheer- en inrichtingsplan opgesteld dat onderdeel uitmaakt van Bijlage 1. Voor de gebruiksfase van de ontsluitingsweg is een Aerius-berekening gemaakt van de verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe situatie.
Hieruit blijkt dat de ontwikkeling geen toename van stikstofdepositie in de gebruiksfase tot gevolg heeft. Voor de beoogde activiteiten geldt daarmee geen vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. De Aerius-berekening is opgenomen in Bijlage 4. Conclusie Het aspect natuur/ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.4
Groen De gemeente Rheden heeft een lijst met bijzondere bomen opgesteld. Het gaat hierbij om bomen die een speciale plek hebben in de samenleving vanwege de historische waarde, de bijzondere soort of de plek waarop die staat. Deze bomen zijn extra beschermd en mogen alleen worden gekapt als het echt niet anders kan. Beoordeling Bij het omzetten van de tijdelijke naar de definitieve ontsluitingsweg is geen sprake van het kappen van bomen. Daarbij zijn op de locatie geen beschermde bomen aanwezig. In het landschappelijk inpassingsplan wordt tevens voorzien in de aanplant van nieuw groen. Zo wordt bij de aansluiting op Biljoen een nieuw haagplantsoen aangebracht en wordt de bosrand hersteld door het aanbrengen van struiken. Bij het zuidelijke deel van het Blauwe Laantje worden nieuwe bomen aangeplant om de laanstructuur te versterken. Verder worden voorjaarsbloeiers aangeplant. Ook worden solitaire bomen aangeplant om het trafohuisje in het weiland ten westen van de spoorlijn beter in te passen. 35
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Conclusie Het aspect groen is voldoende beschouwd in het opgestelde landschappelijke inpassingsplan en vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.5
Water Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en waterlast voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Daarom is het noodzakelijk dat gebiedseigen water zo lang mogelijk in het gebied zelf blijft. Dit gebeurt door middel van het afkoppelen van het schone hemelwater (regen) wat op verhardingen valt zo bijvoorbeeld de daken. Aan de hand van de Handreiking Watertoets is het aspect water in onderhavig plan meegenomen. Doel van het watertoetsproces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Beoordeling Voor het project is een digitale watertoets uitgevoerd. Het advies van het waterschap is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Bij dit plan is het omgaan met hemelwater aan de orde, namelijk hemelwater wat afgevoerd wordt van de ontsluitingsweg. Het realiseren van nieuwe watergangen is niet aan de orde. Wel kruist de ontsluitingsweg een watergang die is opgenomen op de Legger van het Waterschap Rijn en IJssel, namelijk de Beekhuizerbeek. Hiervoor is bij de aanleg van de tijdelijke weg al een dam met duiker gerealiseerd.
36 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Afbeelding 4.1: Uitsnede Legger waterschap Rijn en IJssel met de locatie van de tijdelijke weg (rood omkaderd) en in het westen de Beekhuizerbeek die gekruist wordt.
In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke waterthema's voor het bestemmingsplan relevant zijn. Na de tabel volgt een toelichting op de relevante aspecten. Thema
Toetsvraag
Relevant
Hoofdthema's Veiligheid
Ligt in of nabij het plangebied een primaire of
Nee
regionale waterkering? Ligt in of nabij het plangebied een kade? Is er toename van het afvalwater (DWA)?
Nee
Riolering en
Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ?
Nee
afvalwaterketen
Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het
Nee
waterschap? Is er sprake van toename van het verhard oppervlak? Wateroverlast (oppervlaktewater)
Nee
Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?
Ja
In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen,
Nee
overstromingsvlaktes? 37 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
Grondwateroverlast Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond?
Nee
Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van
Nee
de Rijn of IJssel?
Nee
Is in het plangebied sprake van kwel?
Nee
Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren? Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd?
Nee
Oppervlaktewater
Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED
Nee
kwaliteit
water?
Nee
Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied? Grondwaterkwaliteit Ligt het plangebied in de beschermingszone van
Nee
een drinkwateronttrekking? Volksgezondheid
In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde
Nee
gescheiden stelsel? Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het Nee plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Verdroging
Bevindt het plangebied zich in of nabij
Nee
beschermingszones voor natte natuur? Natte Natuur
Bevindt het plangebied zich in of nabij een
Nee
natte EVZ? Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur? Inrichting en Beheer Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het
Ja
waterschap? Heeft het plan herinrichting van watergangen tot
Nee
doel? Aandachtsthema's Recreatie
Bevinden zich in het plangebied watergangen
Nee
en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? Cultuurhistorie
Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het
Nee
plangebied aanwezig? De uitkomsten van de tabel geven aanleiding voor de volgende toelichting. Met betrekking tot het aanwezige oppervlaktewater in het plangebied adviseert het waterschap dat het beheer en onderhoud van het watersysteem mogelijk dient te zijn met het reguliere onderhoudsmaterieel van het waterschap. In de Legger zijn kern- en beschermingszones vastgelegd, waarmee de watergangen en de bijbehorende onderhoudsstroken worden beschermd. De onderhoudsstroken dienen vrij gehouden te worden van obstakels. Voor activiteiten binnen de kern- en beschermingszone dient 38 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
een watervergunning aangevraagd te worden. Verontreiniging van het oppervlaktewater dient te worden voorkomen. Voor de aanleg van de reeds aanwezige dam met duiker over de Beekhuizerbeek is in 2016 een tijdelijke watervergunning verleend. Dit omdat toen nog geen sprake was van een permanente situatie van de ontsluitingsweg. De tijdelijke watervergunning (WRIJVERG-2-61425) is verleend tot 31-12-2021. Er dient een nieuwe watervergunning te worden aangevraagd voor de permanente situatie. Ten aanzien van de verharding zijn in de recent vastgestelde Keur Waterschap Rijn en IJssel 2023 regels opgenomen. Bij meer dan 500m2 verharding is een watervergunning noodzakelijk. Dit was in 2016 nog niet het geval. Het waterschap adviseert daarom om ook het onderdeel verharding aan te vragen om de permanente situatie zo te formaliseren. Omdat de weg bestaat uit puinverharding kan dit worden aangemerkt als 50%-verharding. Gezien de ligging en grondslag zal het hemelwater afkomstig van de verharding in de bodem infiltreren. Compensatie van het verhard oppervlak is daarom niet nodig. In de vergunning wordt een regel opgenomen voor het geval er toch geloosd wordt op het watersysteem, als borging in geval er toch afstroming naar het watersysteem plaatsvindt. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.6
Archeologie
Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan dient de initiatiefnemer hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Beoordeling De gemeente Rheden heeft het aantasten van archeologisch erfgoed beschermd door middel van het bestemmingsplan Archeologie. Op de locatie van de tijdelijke ontsluitingsweg is sprake van een drietal gradaties, namelijk Waarde-Archeologie 1, 2 en 3. Hierbij is sprake van de noodzaak tot archeologisch onderzoek bij ingrepen dieper dan 30 cm en groter dan 100m2 (waarde 1), 250m2 (waarde 2) en 2500 m2 (waarde 3). Wat betreft het omzetten van de tijdelijke weg naar een definitieve ontsluitingsweg is geen sprake van ingrepen in de grond. Wel is voor compensatie van landschap sprake van het aanbrengen van diepwortelende bomen. Hierbij worden de genoemde vrijgestelde oppervlakten echter niet overschreden. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
39 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5 b (concept)
4.7
Cultuurhistorie en landschap Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is in artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a opgenomen dat een bestemmingsplan/wijzigingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. Beoordeling Voor dit onderdeel wordt verwezen naar de landschappelijke inpassing die voor dit project is opgesteld. De uit te voeren maatregelen zijn reeds beknopt beschreven in hoofdstuk 2.3 De beoogde ontwikkeling. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Bijlage 2. Conclusie Door het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan is dit onderdeel voldoende beschouwd. Het aspect cultuurhistorie en landschap vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. Ook het rijksmonumentale karakter is meegenomen in het landschappelijk inpassingsplan en daarmee voldoende geborgd.
4.8
Luchtkwaliteit
Kader Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Bij bepaalde nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse. Beoordeling Het voorliggende plan draagt 'niet in betekenende mate bij' aan de luchtverontreiniging. Het betreft namelijk enkel het omzetten van een tijdelijke naar een definitieve weg en bijbehorende natuurcompensatie. De weg is een dermate kleinschalige ontwikkeling dat deze geen invloed heeft op de luchtkwaliteit. Daarbij is de NIMB-tool gebruikt waarbij als worst-case scenario een toename van 100 voertuigbewegingen per dag met 100% aandeel vrachtverkeer is berekend. De tool geeft aan dat in dit scenario de bijdrage niet in betekenende mate is en geen nader onderzoek nodig is. Op basis hiervan kan worden gesteld dat weg voldoet aan de normen met betrekking tot luchtkwaliteit. De aanleg van natuur betreft geen activiteit waarbij sprake is van schadelijke stoffen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.