Subsidiekader 2026 B1
Tekst van het document
Subsidiekader Gemeente Rheden 2026 – B1 1. INLEIDING Dit document legt uit hoe de gemeente Rheden omgaat met subsidies. Een subsidie is geld dat de gemeente geeft aan inwoners, verenigingen of organisaties om activiteiten mogelijk te maken die goed zijn voor de samenleving. De gemeente wil met subsidies werken aan een sterke, leefbare en duurzame omgeving. De regels voor subsidies staan in dit subsidiekader, in de Algemene Subsidieverordening (ASV) en in verschillende regelingen per onderwerp. Het doel is om duidelijk en eerlijk te werken met publiek geld. 2. DOEL VAN HET SUBSIDIEKADER Met dit kader wil de gemeente: • • • •
duidelijk maken waarom, wanneer en hoe subsidie wordt gegeven; aanvragen eerlijk beoordelen; subsidies volgens de wet en financiële regels verstrekken; controleren of de subsidie het gewenste effect heeft.
3. UITGANGSPUNTEN VOOR SUBSIDIES • • • • • • • •
Subsidies moeten bijdragen aan doelen van de gemeente, zoals leefbaarheid, sport, cultuur, duurzaamheid, erfgoed en recreatie. De gemeente werkt samen met inwoners en organisaties. De hoogte van de subsidie bepaalt hoeveel toezicht de gemeente houdt. Subsidies worden alleen verstrekt binnen de begroting. Goede ideeën van inwoners krijgen ruimte. We letten op doelmatigheid, rechtmatigheid en transparantie. Subsidie is aanvullend: een organisatie probeert ook zelf geld te verdienen of op te halen. Alleen organisaties of initiatieven die in de gemeente actief zijn, kunnen subsidie aanvragen.
3.1 DOELGERICHTE INZET VAN SUBSIDIES Subsidies moeten aansluiten bij de beleidsdoelen van de gemeente. Aanvragers beschrijven duidelijk hoe hun activiteiten bijdragen aan het doel van de regeling. Als er geen duidelijke beleidsdoelen zijn, koppelt de gemeente het doel aan algemeen beleid. 4. SUBSIDIE OF INKOOP Subsidie is iets anders dan inkoop. Bij subsidie stimuleert de gemeente activiteiten. Organisaties zijn niet verplicht om de activiteit uit te voeren, maar krijgen alleen geld als ze het wél doen. Bij inkoop koopt de gemeente een dienst en kan zij eisen stellen aan uitvoering. Daarom moet de gemeente vooraf bewust kiezen tussen subsidie of inkoop.
5. JURIDISCH KADER Subsidies vallen onder: • • • •
de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Gemeentewet, de Algemene Subsidieverordening (ASV), subsidieregelingen en soms aparte verordeningen.
5.1 ALGEMENE WET BESTUURSRECHT De Awb omschrijft subsidie als geld van de overheid voor activiteiten van een aanvrager, anders dan betaling voor een dienst. Belangrijk is dat een subsidie niet verplicht tot uitvoering, maar wel dat de gemeente geld kan terugvorderen als activiteiten niet plaatsvinden. 5.2 ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING (ASV) De ASV legt vast: • • • •
hoe en wanneer subsidie kan worden aangevraagd; hoe het college aanvragen beoordeelt; welke verplichtingen gelden; hoe verantwoording werkt.
5.3 AANVULLENDE REGELINGEN Per beleidsterrein kan de gemeente extra regels opstellen. Soms is een aparte verordening nodig of wordt een incidentele subsidie gegeven. 5.4 BEVOEGDHEDEN • •
De gemeenteraad bepaalt de financiële ruimte en doelen. Het college voert het subsidiebeleid uit en beslist over aanvragen.
5.5 DOORBETALING SUBSIDIES Organisaties mogen soms subsidie doorgeven aan andere initiatieven, maar dit moet goed worden vastgelegd. 6. SOORTEN SUBSIDIES De gemeente kent: • •
Structurele subsidies: voor doorlopende activiteiten (maximaal vier jaar). Eenmalige subsidies: voor projecten van beperkte duur (maximaal vier jaar).
Aanvragen verlopen via de website. De verantwoording hangt af van de hoogte van het subsidiebedrag. 6.1 MEERJARIGE SUBSIDIES De gemeente werkt graag samen met organisaties als partners. Meerjarige subsidies kunnen helpen bij een langdurige samenwerking, geven meer zekerheid en zorgen voor minder administratie. De gemeente kijkt of:
• • • •
een meerjarige subsidie de kwaliteit en impact verhoogt; organisaties zekerheid nodig hebben; beleidsdoelen beter worden bereikt; dit financieel mogelijk is.
De gemeente blijft in de tussentijd in gesprek en kan de subsidie stoppen als doelen niet worden gehaald, waarbij rekening wordt gehouden met de wettelijke termijnen. 6.2 EERLIJKE VERDELING Als meer partijen subsidie willen dan er geld is, heet dat ‘schaarse subsidie’. De gemeente kiest dan een duidelijke verdeelmethode, zoals: 1. 2. 3. 4.
beoordeling op kwaliteit (tender); volgorde van binnenkomst; loting; langdurige subsidies voor specifieke doelen.
7. FINANCIËLE KADERS 7.1 SUBSIDIEPLAFONDS Per regeling wordt een maximaal budget vastgesteld. Als het op is, kan een aanvraag worden afgewezen. 7.2 INSPANNINGSVERPLICHTING De gemeente wil dat organisaties zo min mogelijk afhankelijk zijn van subsidie en stimuleert hen om ook eigen inkomsten te hebben. Dit betekent dat organisaties naast subsidie zelf meebetalen, bijvoorbeeld met contributie, sponsoring of andere inkomsten. Als dit niet lukt en de organisatie uitlegt waarom, kan toch subsidie worden verstrekt. 7.3 VERMOGENSTOETS De gemeente beoordeelt of organisaties voldoende eigen vermogen hebben. Als een organisatie genoeg middelen heeft, kan subsidie worden geweigerd. 8. TOEZICHT EN VERANTWOORDING De hoeveelheid verantwoording hangt af van het subsidiebedrag. De gemeente stelt niet meer eisen dan nodig. 8.1 VERANTWOORDINGSREGELS • •
Hoe hoger de subsidie, hoe meer verantwoording. De gemeente controleert doelmatigheid en rechtmatigheid.
8.2 PRAKTISCHE REGELS • • •
Tot €5.000: weinig verantwoording. €5.000–€50.000: activiteitenverslag verplicht. Vanaf €50.000: uitgebreid verslag, financieel overzicht en soms accountantsverklaring.
9. TRANSPARANTIE De gemeente wil open zijn over alle subsidies. Daarom komt er jaarlijks een subsidieregister met: • • •
welke organisaties subsidie kregen; voor welke activiteiten; in welke categorie.
Op de website staat welke subsidies er zijn en hoe aanvragen werkt, zodat ook nieuwe organisaties de weg weten te vinden.