Startnotitie Woonzorgvisie (22.23)
Tekst van het document
FEBRUARI 2022
J
Woonzorgvisie
STARTNOTITIE
Aanleiding nieuwe Woonzorgvisie De huidige Visie Wonen, Welzijn, Zorg van de gemeente Rheden is vastgesteld in 2016. Inmiddels is er veel veranderd, ook op het gebied waar wonen en zorg elkaar raken. Er moet dus een nieuwe visie komen, die inzoomt op datgene wat zorgdoelgroepen in onze gemeente nodig hebben om goed te kunnen wonen met de juiste zorg. In 2020 heeft Companen vraag en aanbod van wonen met zorg in beeld gebracht. Deze cijfers zijn al met de raad gedeeld in september 2020. We zijn nagegaan of deze cijfers nog actueel genoeg zijn. Alleen voor de doelgroep jeugd moesten ze bijgesteld worden. Met deze startnotitie adviseren we de raad om in te stemmen met de volgende kaders voor de Woonzorgvisie: • • •
•
• •
De afbakening van de doelgroepen: we richten ons alleen op bewoners die een zorgvraag hebben gekoppeld aan een huisvestingsvraag. Het Rhedens model als uitgangspunt De cijfers van vraag en aanbod (onderzoek Companen) als uitgangspunt: bouwen voor de behoefte. Uitzondering hierop zijn de cijfers voor jeugdzorg, we zien dat de vraag kan worden gespecificeerd en het aanbod zich sinds het opstellen van het rapport heeft ontwikkeld. Onderbouwing van de nieuwe cijfers voor vraag en aanbod van jeugdzorg wordt toegelicht in bijlage 2. Omdat vormen van jeugdhulp met verblijf vaak een regionale functie hebben is het belangrijk om het totale regionale beeld compleet te hebben, hiervoor wordt regionaal onderzoek uitgevoerd. Dit regionale onderzoek zal de basis vormen voor ons gemeentelijk beleid (Jeugdagenda). Afhankelijk van de oplevering van het regionale beeld wordt jeugdzorg met verblijf op een later moment als integraal onderdeel toegevoegd aan de woonzorgvisie. De thema’s van de Woonzorgvisie, waarbij het huidige aanbod, realisatie van eventueel benodigd extra aanbod, de leefomgeving, de rol van familie, vrijwilligers, zorg – en welzijnsprofessionals, woningcorporaties, gemeente en spreiding lokaal/regionaal aan de orde komen. De tijdsplanning: vaststelling startnotitie in april 2022, Woonzorgvisie in april 2023 De kosten: 4.000 euro uit bestaand budget wonen en budget zorg.
De uitgangspunten en het advies voor de kaders zijn uitgewerkt in onderstaande hoofdstukken. De nieuwe Woonzorgvisie zal na vaststelling integraal deel uitmaken van de Woonvisie 2020-2026. De Woonzorgvisie sluit aan bij de kaders zoals gesteld in de Woonvisie. De Woonvisie vormt een bouwsteen voor de nieuwe Omgevingsvisie. In de Omgevingvisie worden het strategische beleid/de hoofdzaken overgenomen uit de Woonvisie. De Woonvisie gaat vervolgens deel uitmaken van de nieuwe Omgevingsvisie.
Afbakening doelgroepen In de Woonzorgvisie richten we ons alleen op bewoners, die een zorgvraag hebben, gekoppeld aan een huisvestingsvraag. We adviseren uit te gaan van de volgende doelgroepen: Mensen die zelfstandig kunnen wonen Deze mensen hebben een ondersteuningsvraag gekoppeld aan een huisvestingsvraag, waarin de gemeente een rol speelt. • • • •
Aangepaste woning Ouderen met een lichte lichamelijke beperking Overige mensen met een (lichte) lichamelijke beperking Reguliere woning Cliënten die uitstromen uit beschermd wonen of maatschappelijke opvang Jeugd (18-plus) die uitstromen uit jeugdzorg met verblijf. 2
Mensen die niet zelfstandig kunnen wonen Deze mensen hebben zorg nodig en een specifieke woonvorm • • • • • •
Inwoners met psychogeriatrische zorgvraag (PG dementie) Inwoners met somatische zorgvraag (SOM lichamelijke zorgbehoefte) (Licht) Lichamelijk gehandicapten (LG) (Licht) Verstandelijk beperkt/gehandicapten (LvB / VG) Cliënten binnen beschermd wonen en maatschappelijke opvang Kinderen en jongeren (18-) die instromen in de jeugdzorg met verblijf
Rhedens model als uitgangspunt In het Rhedens Model (zie bijlage 1) staan de inwoner en zijn leefwereld centraal. Daar waar hulp nodig is, wordt deze zo dicht mogelijk bij de bewoner gezocht. Eerst wordt gezocht in de informele omgeving (familie, buren, vrienden). Aanvullend wordt gekeken of vrijwilligers de benodigde ondersteuning kunnen bieden. Daarna komt de gemeente (Wmo) om de hoek kijken en tot slot wordt professionele ondersteuning gezocht. Voor de gemeente zit de grootste uitdaging in het zorgen dat deze verschillende 'ondersteuningsschillen' op elkaar aansluiten en dat de weg die inwoners afleggen door de verschillende ondersteuningsschillen soepel verloopt.
Onderzoek vraag en aanbod als uitgangspunt In samenspraak met woningcorporaties, zorgpartijen, welzijnsorganisaties en vrijwilligers heeft Companen een onderzoek gedaan naar wonen met zorg in onze gemeente: Herijking visie Wonen, Welzijn, Zorg (2020). Het gaat in dit onderzoek om de huisvestingsvraag, er is dus niet gekeken naar de verschillende financieringsvormen. Ze hebben gekeken naar 7 doelgroepen: • • • • • • •
Ouderen met een lichte woonzorgvraag (zelfstandig wonende) Ouderen met psychogeriatrische zorgvraag (PG dementie) Ouderen met somatische zorgvraag (SOM lichamelijke zorgbehoefte) Lichamelijk gehandicapten (LG) Verstandelijk gehandicapten (VG) Cliënten binnen Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO) Kinderen en jongeren (18-) die instromen in de jeugdzorg met verblijf.
Voor elke doelgroep is vraag en aanbod in beeld gebracht en is gekeken naar prognoses. Dat levert het volgende beeld op:
Vraag en aanbodbalans levensloopgeschike woningen -3000
-2500
-2000
2019
2030
-1500
-1000
-500
0
Levensloopgeschikte woningen
2040
Levensloopgeschikte woningen Opvallend is het grote tekort aan geschikte reguliere woningen, ook wel levensloopgeschikte woningen genoemd. De definitie voor een levensloopgeschikte woning is toegevoegd in bijlage 3. Ook uit het onderzoek van Anbo/Actiz (2020) komen dezelfde aantallen naar voren. Zo’n 1800 3
ouderen met mobiliteitsproblemen wonen in een niet geschikte woning. Dit aantal zal tot 2040 oplopen tot ca. 2.700 ouderen. Een deel van de huidige woningvoorraad is geschikt te maken als levensloopbestendige woning.
Vraag- en aanbodbalans per doelgroep -150
-100
-50
2019
2030
2040
0
50
100
150
200
Ouderen PG dementie Ouderen Somatiek geclusterd wonen Lichamelijk gehandicapten (LG) Verstandelijk gehandicapten (VG) Beschermd wonen/GGZ, scenario "regionalisering"
Ouderen met zwaardere zorgvraag Voor ouderen met dementie is er gemeentebreed voldoende aanbod de komende 10 jaar, er is niet ingezoomd per dorp, dus het is wel mogelijk dat er in bepaalde dorpen een tekort is. Toch zullen we ons in eerste instantie moeten richten op geclusterde woonvormen voor ouderen met een lichamelijke zorgbehoefte. Gehandicapten Voor lichamelijk gehandicapten is er meer aanbod dan vraag. Voor verstandelijk gehandicapten is er juist meer vraag dan aanbod. Hier moeten we goed kijken naar de prognoses en in gesprek met betrokken zorgpartijen en regiogemeenten. Beschermd wonen In Rheden hebben we verhoudingsgewijs veel beschermd wonen voor volwassenen. We gaan uitzoeken wat we als taak zien voor de gemeente Rheden en welke rol de andere regiogemeenten op zich kunnen nemen. Het onderzoek van Companen geeft als advies om ook de uitstroom uit het beschermd wonen en de uitstroom uit de jeugdzorg (18+) goed in kaart te brengen en te organiseren.
Vraag en aanbodbalans jeugdzorg met verblijf -35
-30
-25
-20
-15
-10
Pleegzorg Logeren Gezinshuis Leefgroepen Behandelgroep zwaar 2021
2040 4
-5
0
5
10
15
Jeugdzorg met verblijf Voor Jeugdzorg met verblijf zijn er veel ontwikkelingen gaande en gebruiken we actuelere gemeentelijke cijfers aangepast aan deze ontwikkelingen. Hiermee wijken we voor deze doelgroep af van de cijfers van het rapport van Companen. Omdat vormen van jeugdhulp met verblijf vaak een regionale functie hebben is het belangrijk om het totale regionale beeld compleet te hebben, hiervoor wordt regionaal onderzoek uitgevoerd. Dit regionale onderzoek zal de basis vormen voor ons gemeentelijk beleid (Jeugdagenda). Afhankelijk van de oplevering van het regionale beeld wordt jeugdzorg met verblijf op een later moment als integraal onderdeel toegevoegd aan de woonzorgvisie.
Thema’s en opbouw Woonzorgvisie Het advies is de Woonzorgvisie op te bouwen aan de hand van het Rhedens model. We starten met de mensen die een beetje ondersteuning nodig hebben en eindigen met de mensen met een zware zorgvraag. De volgende thema’s komen in de Woonzorgvisie aan bod: 1.
Visie en beleidskaders
2.
Mensen die zelfstandig kunnen wonen Deze mensen hebben een ondersteuningsvraag gekoppeld aan een huisvestingsvraag, waarin de gemeente een rol speelt. 2.1 Mensen met een lichte lichamelijke beperking (aangepaste woning) Omschrijving van de doelgroep Vraag en aanbod levensloopgeschikte woningen Realisatie extra aanbod levensloopgeschikte woningen De rol van familie, vrienden, vrijwilligers De rol van woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen en gemeente Kwaliteit leefomgeving verbeteren 2.2 Mensen die uitstromen uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en jeugdzorg (naar een reguliere woning) Omschrijving van de doelgroep Vraag en aanbod huisvesting Realisatie extra aanbod voor de doelgroep De rol van familie, vrienden, vrijwilligers De rol van woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen en gemeente De rol van de regio Kwaliteit leefomgeving verbeteren
3.
Mensen die niet zelfstandig kunnen wonen Deze mensen hebben zorg nodig en een specifieke woonvorm 3.1 De ouderen met een zwaardere zorgvraag Omschrijving van de doelgroep Vraag en aanbod huisvesting De rol van familie, vrienden, vrijwilligers De rol van woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen en gemeente De rol van de regio Kwaliteit leefomgeving verbeteren 3.2 De mensen met een (lichte) lichamelijke of (lichte) verstandelijke beperking Omschrijving van de doelgroep Vraag en aanbod huisvesting De rol van familie, vrienden, vrijwilligers De rol van woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen en gemeente 5
-
De rol van de regio Kwaliteit leefomgeving verbeteren
3.3 De mensen binnen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en jeugdzorg met verblijf (van jong tot oud) Omschrijving van de doelgroep Vraag en aanbod huisvesting De rol van familie, vrienden, vrijwilligers De rol van woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen en gemeente De rol van de regio Kwaliteit leefomgeving verbeteren 4.
Een afwegingskader voor nieuwe woonzorg initiatieven Bijdrage aan balans van vraag en aanbod Evenwichtige verdeling per kern Kwaliteit van zorg Draagkracht en leefbaarheid van de omgeving Prioritering initiatieven nabij voorzieningen en steunsystemen Mogelijkheden voor maatwerk Passend binnen het juridisch kader (Omgevingsvisie/plannen) De rol van de regio
Planning en kosten Planning Startnotitie intern bespreken Startnotitie in CO Startnotitie met Vivare en Veluwonen en zorgpartijen/zorgdoelgroepen bespreken Startnotitie in CO en college Startnotitie in raad Bureauonderzoek Week van Wonen met Zorg Bijeenkomst met corporaties, zorgpartijen en zorgdoelgroepen, projectteam Eerste concept visie Woonzorgvisie Concept Woonzorgvisie in CO/College Concept naar corporaties, zorgpartijen en zorgdoelgroepen Definitieve Woonzorgvisie in CO/College Vaststellen Woonzorgvisie in raad
November 2021 December 2021 Januari 2022 Februari 2022 April 2022 Mei 2022 Mei 2022 Juni 2022 September 2022 Oktober 2022 November 2022 Februari 2023 April 2023
Kosten Begeleiding workshop met bewoners en 3.000 euro professionals Inhuur juridisch advies 1.000 euro Totaal 4.000 euro Dit kan betaald worden uit het reguliere budget wonen en het reguliere budget zorg. Uren Projectleiders Kernteamaren Adviesteam
200 uur 80 uur p.p. 30 uur p.p.
6
Projectteam Woonzorgvisie Bestuurlijk opdrachtgever: Gea Hofstede Ambtelijk opdrachtgever: Maarten van der Leeden Het projectteam voor de Woonzorgvisie bestaat uit: Intern Kernteam Zorg – Nadine Peekstok (projectleider) Wonen - Geke Blokland (projectleider) Jeugd – Beleidsmedewerker Jeugd Beschermd Wonen – Beleidsmedewerker Beschermd Wonen Zorg – Beleidsmedewerker WMO Communicatie – Communicatieadviseur Adviesgroep Wonen – Beleidsmedewerker Wonen RO – Beleidsadviseur RO Beheer openbare ruimte – Beleidsmedewerker Openbaar Beheer Planbegeleiding/jurist – Jurist WABO Ondersteuning – Beleidsondersteuner RO Extern Vivare HVR Veluwonen Samen Een Zorgpartijen Welzijnspartijen Vertegenwoordiging zorgdoelgroepen
7
Bijlage 1
Rhedens model
De Rhedense sociale filosofie is uitgebeeld middels Rhedens model. De kracht van dit model zit in de eenvoud, het gaat om het vinden van de weg. Het model maakt de (sociale) netwerken en de onderlinge samenhang rondom een individu in vijf cirkels zichtbaar. Het uitgangspunt van het model vormt de eigen potentie van de indivuele inwoner en de mogelijkheden en kracht van zijn/haar netwerk van familie en vrienden. Hoe dichter je bij de inwoner blijft en hier rondom organiseert, hoe meer de inwoner zelf kan doen en wil doen. Daarmee verklein je de kans op formele verplichtingen vanuit protocollen. Ook geven de cirkels in het model de grenzen aan die je tegen kunt komen als je hulp en ondersteuning nodig hebt en geven ze de grens aan van wat een samenleving kan betekenen.
De cirkels van het Rhedens Model Het Rhedens Model is de onderlegger voor ondersteuning aan en begeleiding van mensen in een kwetsbare positie. De ene vorm van ondersteuning sluit de ander niet uit, soms is professionele ondersteuning een voorwaarde om de mantelzorg dan wel vrijwillige ondersteuning goed te volbrengen. Op deze manier kan de volgende opsomming worden gelezen: 1. Het uitgangspunt vormt de eigen potentie en kracht van onze inwoners èn de mogelijkheden en kracht van hun netwerk van familie en vrienden. Mensen zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun eigen leven. Als zij daarbij hulp nodig hebben, doen zij normaal gesproken een beroep op hun meest nabije netwerk: familie en vrienden. 2. Als mensen een ondersteunings- of begeleidingsbehoefte hebben, waarin zijzelf en hun nabije netwerk niet kunnen voorzien, komt de volgende ring in beeld: de vrijwillige ondersteuning of begeleiding vanuit kennissen of vanuit de buurt. Hierbij komen bijvoorbeeld de buren in actie, de kerk of de sportvereniging. 3. Mensen kunnen daarnaast ook een beroep doen op de georganiseerde vrijwillige ondersteuning. Hier komen de vrijwilligers in beeld die een specifieke dienst leveren; ze hoeven de betreffende persoon niet persoonlijk te kennen. Denk bijvoorbeeld aan de vrijwilligers die een klusje opknappen of de vrijwilligers die mantelzorgers tijdelijk ontlasten. 4. en 5.
Tot slot: als vrijwilligers en mantelzorgers niet of moeilijk kunnen voorzien in de noodzakelijke ondersteuning, kunnen mensen een beroep doen op professionele ondersteuning of begeleiding. Dan komen de beroepskrachten van de thuiszorg in actie, de begeleiders van de GGZ of de consulenten van een re-integratiebedrijf. Het is hiermee niet gezegd dat het één noodzakelijk voorafgaat aan het ander. Het kan ook zo zijn dat de inzet van professionele hulp noodzakelijk is om het de mensen makkelijk te maken om bijvoorbeeld te mantelzorgen of vrijwillig een handje te helpen. De gemeente heeft hierin een regisserende rol, dat wil zeggen op de verbindingen tussen de verschillende ondersteuningsvormen en initiatieven. 8
De centrale ambitie van de gemeente Rheden is om ervoor te zorgen dat de binnenste cirkels rondom mensen zo sterk mogelijk zijn, opdat het beroep op de buitenste cirkels zo klein mogelijk is. Daarnaast is het de ambitie van de gemeente Rheden dat de naastgelegen cirkels naadloos op elkaar aansluiten. Het bevorderen van sociale netwerken in de wijk en het ondersteunen van mantelzorg zijn gemeentelijke aandachtspunten om de binnenste cirkels te versterken. Komt men terecht in de professionele circuits dan streeft de gemeente ernaar mensen zoveel mogelijk via algemene voorzieningen te ondersteunen en als dat niet mogelijk is, is maatwerk aan de orde.
9
Bijlage 2
Uitgangspunten cijfers jeugdzorg met verblijf
Voor jeugdzorg met verblijf zullen we afwijken van het rapport van Companen. We zien dat de vraag kan worden gespecificeerd en het aanbod zich sinds het opstellen van het rapport heeft ontwikkeld. De vraag naar jeugdzorg met verblijf: In het rapport van Companen wordt uitgegaan van beschikkingen. We zullen voor de visie uitgaan van individuele cliënten, om dubbele telling te voorkomen. Daarnaast is eerder nog geen onderscheid gemaakt naar soorten jeugdhulp met verblijf. Deze gegevens komen uit het registratiesysteem van de gemeente Rheden. Voor de toekomstontwikkeling gaan we uit van een gelijke ontwikkeling als geschetst in het rapport van Companen. In het regionale overleg in het kader van de nieuwe Jeugdagenda wordt onderstaande vraag naar jeugdzorg met verblijf het startpunt:
Vraag en aanbodbalans jeugdzorg met verblijf -35
-30
-25
-20
-15
-10
Pleegzorg Logeren Gezinshuis Leefgroepen Behandelgroep zwaar 2021
10
2040
-5
0
5
10
15
Bijlage 3 woningen
Richtlijnen levensloop- en rolstoelgeschikte
Levensloopgeschikte woonruimten
1. Goed bereikbare entree a. De entree van de woonruimte dient goed bereikbaar te zijn, dat wil zeggen dat een bewoner/ bezoeker die gebruik maakt van loophulpmiddelen de woning goed moet kunnen gebruiken: b. De toegangsroute naar een woning dient verhard en voldoende stroef te zijn c. Breedte van de toegangsroute dient groter dan 900 mm te zijn d. Hoogteverschil dient kleiner dan 250 mm te zijn, te overbruggen met helling niet steiler dan 1:12 e. De toegangsroute naar een woongebouw dient verhard en voldoende stroef te zijn f. Breedte van de toegangsroute groter dan 1200 mm g. Hoogteverschil tussen 250 en 500 mm, te overbruggen met een helling niet steiler dan 1:12 h. Hoogteverschil vanaf openbare weg mag niet meer zijn dan 500 mm i. Bij appartementen dient een lift aanwezig te zijn voor woonruimten die niet op de begane grond liggen. j. Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van minimaal 1200 x 1200 mm te zijn, op waterpas niveau. Aan de binnenzijde minimaal 1200 m breed en 1500 mm diep met ruimte voor een garderobe. 2. Indeling Alle primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet, hoofdslaapkamer en badkamer) dienen op één bouwlaag te liggen. Als er verblijfsruimten op meer dan één bouwlaag liggen, zijn ze onderling verbonden door een veilige trap.
Als de primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet, hoofdslaapkamer en badkamer) op meer dan één bouwlaag liggen, moet tevens de mogelijkheid aanwezig zijn om een traplift aan te brengen. 3. Drempels en draaicirkels a. In de woonruimte zijn lage (max. 20 mm) of geen drempels. Dat geldt ook voor de toegangsdeuren tot de woonruimte of het woongebouw (in het geval van appartementen e.d.). b. Als dat laatste niet mogelijk is, dienen hogere drempels door een hellingbaan te worden overbrugd. c. De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen zodanig te zijn dat een draaicirkel van 1200 mm mogelijk is. d. In het geval van een afzonderlijk toilet dient de toegangsdeur bij voorkeur haaks op de lengterichting van de toiletpot te staan. 4. De vertrekken a. Voor alle vertrekken geldt dat alle deurposten minimaal 750 mm breed zijn. b. Een woonruimte van minimaal 19 m2 en een breedte van minimaal 3,30 m, ruimte voor zitten en eten, voldoende vrij uitzicht. c. Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2000 x 1200 mm, met de bereikbaarheid conform punt 1c. d. Een open of gesloten keuken met een aanrechtlengte van bij voorkeur 2400 mm en een vrije ruimte achter het aanrecht van minimaal 1200 mm diep. e.
Een hoofdslaapruimte van minimaal 10 m2, een breedte van minimaal 2700 mm, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobe kast van minimaal 800 mm. f. Een badruimte met een bij voorkeur drempelloze douche, wastafel en toilet, en antislipvloer. 5. Indien sprake is van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen de volgende voorzieningen te worden getroffen: a. De aanwezigheid van een intercom/videofoon. b. Een goede verlichting in de hal, trappenhuizen, bergingen, enz. 11
c. Een goed voor rollatorgebruikers bereikbare entree. d. Een goed voor rollatorgebruikers bereikbare berging. e. Bij de entree van het woongebouw een vrije ruimte aan de buitenzijde van minimaal 1500 mm x 1500 mm, op waterpas niveau. f. In de entreehal een vrije ruimte van 1500 mm x 1500 mm excl. een vaste zitplaats voor 2 personen g. Een lift met een binnenbreedte van minimaal 900 mm breed en 1300 mm diep, met schuifdeur of automatische deur . h. Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1200 mm breed. i. Licht of elektrisch bedienbare deuren van minimaal 800 mm breed en drempelloos dan wel met een lage drempel. j. Een stalling en oplaadpunt voor een scootmobiel. 6. In de woonruimte dient voldoende comfort (binnenklimaat) te zijn. Indien sprake is van een woongebouw dient dit gebouw voldoende veiligheid (sociale veiligheid, valveiligheid) binnen en buiten de woonruimte te bieden. 7. Corporaties kunnen overeenkomstig certificaat A (rollatorgeschikt) van het Handboek WoonKeur Bestaande Bouw aanvullende eisen stellen. Rolstoelgeschikte woonruimten
Naast de hierboven genoemde voorschriften voor levensloopgeschikte woningen gelden voor rolstoelgeschikte woonruimten de volgende aanvullende voorschriften: 1. Goed bereikbare entree a. De bezoekbaarheid van de woning dient goed te zijn, dat wil zeggen dat een bewoner/bezoeker die gebruik maakt van een rolstoel de woning goed moet kunnen gebruiken. b. Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van minimaal 1500 mm x 1500 mm te zijn, op waterpas niveau. Aan de binnenzijde eveneens minimaal 1500 mm x 1500 mm diep met ruimte voor een garderobe. 2. De vertrekken a. Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2000 mm x 1500 m. b. Een hoofdslaapruimte van minimaal 12 m2, een breedte van minimaal 3000 mm, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobekast van minimaal 900 mm; c. De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen zodanig te zijn dat een draaicirkel van 1500 mm mogelijk is. d. Het aanrecht dient onderrijdbaar en nastelbaar te zijn voor iemand in een rolstoel. e. Een badruimte met extra ruimte in voor de grotere draaicirkel van een rolstoel en extra parkeerruimte naast closet en douchezitje. f. Wanneer sprake is van drie of meer slaapkamers een apart tweede toilet van minimaal 1100 mm x 850 mm. 3.
In het geval van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen alle deuropeningen minimaal 850 mm breed en drempelloos te zijn. Indien dit niet anders kan, dient een drempel maximaal 20 mm hoog te zijn. 4. Indien sprake is van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen de volgende voorzieningen te worden getroffen: a. Een goed voor rolstoelgebruikers bereikbare berging met een bergingsgang van minimaal 1100 mm breed. b. Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1500 mm breed. c. Bij voorkeur licht of elektrisch bedienbare deuren van minimaal 850 mm breed en drempelloos.
12