Spankeren 2021_ontwerp_1_Regels
Tekst van het document
Bouwregels
Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd evenwel met uitzondering van overkappingen.
11.2.1 Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen. b. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen voor zover gesitueerd op hoekpercelen welke grenzen aan openbaar groen dan wel aan de openbare weg mag niet meer dan 2 m bedragen indien deze zijn geplaatst achter de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. c. De bouwhoogte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen. d. In overige gevallen mag de bouwhoogte van overige bouwwerken niet meer dan 6 m bedragen. e. Afwijkingen in afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen gehandhaafd worden.
Regels (ontwerp)
29
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 12 12.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
a. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. wegen met de daarbij behorende technische voorzieningen, bouwwerken en gebouwen; 2. (on)gelijkvloerse kruisingen; 3. geluidwerende voorzieningen; 4. passages ten behoeve van faunaverkeer (ecoducten en dergelijke). b. De gronden zijn tevens bestemd voor groen- en parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, hemelwater-infiltratievoorzieningen en rioleringswerken, straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen. 12.2
Bouwregels
a. Op de in lid 12.1 bedoelde gronden zijn toegestaan bouwwerken geen gebouw zijnde tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter met dien verstande dat 1. voor vrijstaande reclame uitingen de bouwhoogte maximaal 3,5 meter bedraagt; 2. voor erf- en perceelafscheidingen de bouwhoogte maximaal 2,5 meter bedraagt.
30
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 13 13.1
Verkeer - railverkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
Spoorwegen met de daarbij behorende technische voorzieningen. (On)gelijkvloerse kruisingen. Passages ten behoeve van faunaverkeer (ecoducten en dergelijke). Groen- en parkeervoorzieningen, hemelwater- infiltratievoorzieningen en rioleringswerken, straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen.
13.2
Bouwregels
Op de voor 'Verkeer - railverkeer' aangewezen gronden mogen overige bouwwerken worden gebouwd. 13.2.1 Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken -niet zijnde overkappingen- gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 2,50 m bedragen. b. De bouwhoogte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 3,50 m bedragen. c. In overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 10 m bedragen. 13.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden voor geluidwerende voorzieningen.
Regels (ontwerp)
31
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 14 14.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
a. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. woningen; 2. een beroep aan huis als genoemd in artikel 1.15 of een bedrijfsactiviteit genoemd in Bijlage 6 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis; 3. kamerverhuur aan meer dan twee personen, met dien verstande dat: kamerverhuur uitsluitend is toegestaan in aanvulling op het gebruik als woning als bedoeld in artikel 1.84; niet meer dan 1% van de woningen in het plan mag worden aangewend voor kamerverhuur; de onderlinge afstand tussen de kamerverhuurpanden niet minder dan 50 m mag bedragen. b. In aanvulling op het bepaalde in lid a zijn de gronden tevens bestemd voor: 1. kano-/waterfietsenverhuur ten behoeve van watersportrecreatie ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - watersportverhuur'; 2. ambachtelijk vervaardigen van houtproducten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - ambachtelijk vervaardigen van houtproducten'; 3. hobbymatig houden van vee ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen hobbymatig houden van vee'; 4. ambachtelijk vervaardigen van houtproducten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – ambachtelijk vervaardigen van houtproducten'; c. In afwijking van het bepaalde onder a zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bed & breakfast' alleen bestemd voor een bed& breakfastvoorziening en voor bijgebouwen. d.
De gronden zijn tevens bestemd voor parkeer- en groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, hemelwaterinfiltratievoorzieningen en rioleringswerken, watergangen en waterpartijen, straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen, alsmede voor de ontsluiting van direct aangrenzende percelen. 14.2
Bouwregels
Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen gebouwen en overige bouwwerken worden gebouwd.
14.2.1 Hoofdgebouwen Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd. b. Het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer dan 1 bedragen, dan wel het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden '. c. De bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen. d. In afwijking van het bepaalde onder c mag de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' niet meer bedragen dan de aangegeven bouwhoogte. e. In afwijking van het bepaalde onder c mag de goothoogte en de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' niet meer bedragen dan de aangegeven goothoogte en bouwhoogte. f. Een hoofdgebouw mag bestaan uit: 1. een onderbouw; 2. niet meer dan 2 bouwlagen, tenzij: ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen ' een ander maximum is aangegeven, dan wel 3. een bovenbouw. g. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogtemaatvoering' geldt in afwijking van het gestelde onder c en onder e dat de bestaande goothoogte en de bestaande bouwhoogte moet worden gehandhaafd. h. Afwijkingen in maten en aantallen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging
32
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021 van het ontwerp van dit plan gelden als maximale maat. 14.2.2 Bijgebouwen en overkappingen Voor bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. Bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd. b. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag per bouwperceel niet meer dan 75 m2 bedragen. c. Het bebouwingspercentage van de bijgebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag per bouwperceel niet meer dan 40 bedragen. d. In afwijking van het bepaalde onder b en c geldt ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' dat de oppervlakte ter plekke niet meer mag bedragen dan de aangegeven oppervlakte. e. De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3,50 m bedragen. f. De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 5 m bedragen. g. De bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,50 m bedragen. h. Afwijkingen in percentages, maten en afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen: 1. voor zover het betreft grotere percentages en oppervlaktes gehandhaafd worden waarbij tevens geldt dat het bestaande percentage/de bestaande oppervlakte geldt als maximale maat; 2. voor zover het betreft overige gevallen, gehandhaafd worden.
14.2.3 Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken -niet zijnde overkappingen- gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen. b. De bouwhoogte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen. c. In overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedragen. d. Afwijkingen in afmetingen en situering zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen gehandhaafd worden. 14.3
Afwijken van de bouwregels
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 14.2.1 onder g ten behoeve van een vermeerdering dan wel een vermindering van de aangegeven hoogtemaatvoering met niet meer dan 5%; 2. 14.2.2 onder f ten behoeve van een vermeerdering van de bouwhoogte tot 6 m. b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: 1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige karakteristiek van het straat- en bebouwingsbeeld; 2. geen onevenredige aantasting plaats vindt ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. de vermeerdering dan wel vermindering bijdraagt aan een substantiële verbetering van de architectonische dan wel technische situatie dan wel aan de ruimtelijke aansluiting op de belendende percelen. 14.4
Specifieke gebruiksregels
a. Gebruik van ruimten binnen de woning dan wel een (vrijstaand) bijgebouw ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis of een bedrijfsactiviteit als genoemd in Bijlage 6 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis is toegestaan mits: 1. de activiteit wordt uitgeoefend door in ieder geval de bewoner van de woning, en naast de bewoner is tegelijkertijd niet meer dan 1 persoon werkzaam; 2. de ruimte(n) waar de activiteiten plaatsvinden niet groter is dan 50 m², gemeten vanaf de
Regels (ontwerp)
33
bestemmingsplan Spankeren 2021 binnenzijde van (scheidings)muren; 3. buiten de ruimte als bedoeld onder 2 geen opslag plaatsvindt en geen beroeps- of bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend, met uitzondering van activiteiten die verband houden met het uitoefenen van een bed and breakfast of van gastouderschap; 4. de uiterlijke verschijningsvorm van de woning behouden wordt, waarbij reclame uitingen zich beperken tot een onverlichte oppervlakte van niet meer dan 0,50 m2 en deze bij grondgebonden woningen niet hoger worden aangebracht dan tot 1,5 m boven maaiveld; 5. het gebruik geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefmilieu heeft; 6. ten behoeve van de activiteit wordt voldaan aan het gestelde in artikel 22.2; 7. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer. b. In aanvulling op het bepaalde in lid a onder 2 is ter plaatse van de aanduiding 'bed and breakfast' een bed and breakfast toegelaten met een oppervlakte van niet meer dan 90 m². c. Behoudens het gestelde onder a, is het verboden bijgebouwen, gelegen buiten het bouwvlak, anders te gebruiken dan ten dienste van het hoofdgebouw, tenzij het bijgebouw is voorzien van een aanduiding als bedoeld in lid 14.1 onder b in welk geval het aangeduide gebruik is toegestaan. 14.5
Afwijken van de gebruiksregels
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 14.1 onder a sub 2 en een beroep aan huis toestaan dat naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met de beroepen aan huis zoals genoemd in artikel 1.15 waarbij het gestelde in lid 14.4 onder a sub 1 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing is; 2. lid 14.1 onder a sub 2 en bedrijfsactiviteiten toestaan die niet zijn genoemd in Bijlage 6 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis en die naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met bedrijfsactiviteiten die wel in die lijst zijn opgenomen, waarbij het gestelde in lid 14.4 onder a sub 1 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing is; b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid.
34
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 15 15.1
Leiding - Riool
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor hoofdtransportleidingen voor afvalwater.
15.2
Voorrangsbepaling
In geval strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. Verder geldt voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, dat de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' voorrang krijgt.
15.3
Bouwregels
Op of in de in lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd.
15.4
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.
15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Riool' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen en rooien van hoogopgaand en/of diepwortelende beplantingen en bomen; 2. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; 4. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen,ophogen en aanleggen van drainage; 5. het permanent opslaan van goederen; 6. Het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. b. het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: 1. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. die het normale onderhoud ten aan zien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; 3. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatieuitwisseling ondergrondse netten; 4. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. c.
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig schaden. d. Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in lid 15.5, onder a, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig worden
Regels (ontwerp)
35
bestemmingsplan Spankeren 2021 geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
36
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 16 16.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde en voor gronden met een bekende archeologische vindplaats.
16.2
Bouwregels
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundig archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c.
Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 16.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 100 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5. het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7.
het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8. alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning;
Regels (ontwerp)
37
bestemmingsplan Spankeren 2021 2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. c. De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een deskundig archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.
38
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 17 17.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
17.2
Bouwregels
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundig archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c.
Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 17.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5. het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7.
het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8. alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is;
Regels (ontwerp)
39
bestemmingsplan Spankeren 2021 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. c. De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een deskundig archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.
40
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 18 18.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een lage archeologische verwachtingswaarde en waterbodems.
18.2
Bouwregels
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 2500 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundig archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c.
Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 18.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 2500 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5. het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7.
het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8. alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning;
Regels (ontwerp)
41
bestemmingsplan Spankeren 2021 2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. c. De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een deskundig archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.
42
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 19 19.1
Waterstaat - Waterstaatkundige functie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. Afvoer van hoogwater, sediment, ijs en de waterhuishouding. b. Scheep- en recreatievaart. c. Voorzieningen ten behoeve van de aanleg, onderhoud en verbetering van de hoofdwaterkering, het aanpassen van bestaande kribben, plaatsen van bakens en het constructief aanpassen van aanmeergelegenheden. d. Vergroting van de afvoercapaciteit. 19.2
Bouwregels
Op de in lid 19.1 bedoelde gronden mag, in afwijking van de regels behorende bij de ter plaatse geldende bestemming, niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. Bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van het in lid 19.1 vermelde gebruik en met een maximale bouwhoogte van 5 meter. b. De gedeeltelijke of gehele vervangende herbouw/vernieuwing van een bouwwerk, mits de oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot ten opzichte van de bestaande oppervlakte. c. Gebouwen en bouwwerken waarvoor op grond van artikel 6.12 lid 2 van het Waterbesluit geen watervergunning is vereist. 19.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), indien de afvoercapaciteit van de rivier in voldoende mate is gewaarborgd en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van het oppervlaktewaterlichaam.
19.4
Specifieke gebruiksregels
In van geval strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor op de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
Regels (ontwerp)
43
bestemmingsplan Spankeren 2021
Hoofdstuk 3 Artikel 20
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
44
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 21 21.1
Algemene bouwregels
Algemene regels
a. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen bouwvlakken, tenzij in deze regels anders is bepaald. b. Bij het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen een bouwvlak worden buiten beschouwing gelaten: 1. ondergeschikte bouwdelen als funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, dakoverstekken, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en goten mits het bouwvlak met niet meer dan 0,5 meter wordt overschreden; 2. erkers, luifels, balkons en brandtrappen voor zover zij ondergeschikt zijn aan de gevel van het hoofdgebouw, mits het bouwvlak met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden; 3. entreepartijen op de begane grond, voor zover zij ondergeschikt zijn aan de gevel van het hoofdgebouw mits het bouwvlak met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden. c. Het bepaalde onder b geldt tevens in situaties waarbij hierdoor een bestemmingsgrens wordt overschreden. d. Een bouwvlak mag volledig worden bebouwd tenzij daaraan een maximum is gesteld. e. Bij het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte worden buiten beschouwing gelaten: liftschachten, trappenhuizen, balustrades, balkonhekken en opbouwen voor technische installaties en dergelijke. 21.2
Nutsvoorzieningen
Binnen de bestemmingen als gegeven in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn toegestaan gebouwen ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een goothoogte van maximaal 3,5 meter en een bouwhoogte van maximaal 5 meter en maximale oppervlakte van 10 m², met uitzondering van de gronden welke op de verbeelding zijn aangeduid als 'maximum bebouwd oppervlakte (m2)' waar de maximale oppervlakte op de verbeelding is aangeduid.
21.3
Ondergronds bouwen
a. Binnen de bestemmingen als gegeven in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels is het ondergronds bouwen toegestaan, voor zover uit geohydrologisch onderzoek blijkt dat geen negatieve gevolgen optreden voor het grondwatersysteem, voor: 1. ruimten die een functionele eenheid vormen met en/of dienstbaar zijn aan de toegestane functies, tot een diepte van maximaal 4 meter; 2. voorzieningen voor het ter plaatse bergen of infiltreren van hemelwater en/of huishoudelijk afvalwater, tot een diepte van maximaal 6 meter. b. Constructies ten behoeve van de ontsluiting van de ondergrondse ruimte zijn slechts toegestaan binnen het betreffende bouwperceel. c. Ondergrondse bouwwerken als bedoeld onder a en onder b worden bij het toepassen van deze regels niet betrokken bij de in de regels aangegeven maten en afmetingen, voor zover het betreft de bouwgedeeltes welke zijn gelegen onder het maaiveld, tenzij hierover in deze regels expliciet iets anders is bepaald.
Regels (ontwerp)
45
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 22 22.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
a. Als strijdig met de bestemming of het plan wordt in ieder geval aangemerkt het (doen of laten) gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van: 1. het opslaan, lozen of storten, al dan niet ten verkoop, van onbruikbare dan wel aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, materialen, stoffen, voer- of vaartuigen of machines; 2. het (doen of laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting dan wel ten behoeve van een escortbedrijf; 3. het gebruiken of laten gebruiken ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties dan wel als markt of standplaats. b. Gebruik dat afwijkt van het bepaalde onder a sub 3 echter waarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling is verleend, dan wel waarvoor een melding is gedaan, mag worden gehandhaafd. c. Als strijdig met de bestemming of het bestemmingsplan wordt niet aangemerkt: 1. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daardoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling vereist is en deze is verleend, dan wel een melding is gedaan; 2.
het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is, tenzij deze in het bestemmingsplan als zodanig zijn bestemd; hoogspanningsleidingen, tenzij deze in het bestemmingsplan als zodanig zijn bestemd. 22.2
Parkeren
22.2.1 Terreininrichting Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen in deze regels mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig de bestemming indien de betreffende bouwpercelen zodanig zijn ingericht dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren of stallen van auto's, vrachtauto's en fietsen als ook het eventuele laden en lossen van goederen op het bijbehorende terrein te kunnen afwikkelen. Indien ten behoeve van het stallen of parkeren van auto's in, op of onder een gebouw ruimte wordt aangebracht zoals hierboven is beschreven, moet worden voldaan aan het gestelde in Bijlage 1 Parkeernormen.
22.2.2 Parkeergelegenheid 1. De gronden mogen enkel worden gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is, zoals neergelegd in de op 26 mei 2015 door de raad vastgestelde nota 'Nota parkeernormen Rheden 2015' zoals opgenomen in Bijlage 1 Parkeernormen. 2. het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, indien bij aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals neergelegd in de 'Nota parkeernormen Rheden 2015'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen en rekenmethode. 3. De onder 1. bedoelde plaatsen voor het stallen van voertuigen moeten afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen, zoals neergelegd in de 'Nota parkeernormen Rheden 2015'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.
46
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Regels (ontwerp)
47
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 23 23.1
Algemene aanduidingsregels
veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven
23.1.1 Omschrijving aanduiding Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven' geldt dat die gronden, naast de andere aangewezen bestemmingen, tevens bestemd zijn voor de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven in de bodem.
23.1.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden -in aanvulling op het hierover gestelde in de overige bestemmingsregels- de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport in de vorm van een risicoanalyse te overleggen, waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate is vastgesteld. b. Het rapport als bedoeld onder a kan bestaan uit een onderzoek naar de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond na de oorlog zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein wordt. Deze informatie hoeft niet te zijn verkregen van een gespecialiseerd bedrijf. c. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de bescherming van het woon- en leefklimaat niet in voldoende mate is vastgesteld, dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet gedaan worden. Dit kan door het indienen van: 1. een Projectgebonden Risicoanalyse, en indien nodig/of door een 2. detectieonderzoek, en indien nodig gevolgd door een 3. benadering. d. Alle onder c genoemde onderzoeken moeten worden uitgevoerd conform de WSCS-OCE. e.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die mogen worden opgericht krachtens een reeds verleende vergunning. 23.1.3 Specifieke gebruiksregels In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor op de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
23.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken en werkzaamheden uit te voeren waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm. b. Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing indien een rapport in de vorm van een (beperkte) risicoanalyse is overgelegd, waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate is vastgesteld. c. Het rapport als bedoeld onder b kan bestaan uit informatie over de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond na de oorlog zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein wordt. Deze informatie hoeft niet te zijn verkregen van een gespecialiseerd bedrijf. d. Het verbod als bedoeld onder a is tevens niet van toepassing op de volgende werken en/of werkzaamheden: 1. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen op het tijdstip van
48
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021 inwerkingtreding van dit plan; 2. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. e. Ingevolge het bovenstaande is een omgevingsvergunning als bedoeld onder a vereist, indien: 1. geen rapport als bedoeld onder b is overgelegd of 2. uit het onder b genoemde rapport blijkt dat de bescherming van het woon- en leefklimaat niet in voldoende mate is vastgesteld. f. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet worden gedaan. Dit kan door het indienen van: 1. een Projectgebonden Risicoanalyse, en indien nodig/of door een 2. detectieonderzoek, en indien nodig gevolgd door een 3. benadering. g. Alle onder f genoemde onderzoeken moeten worden uitgevoerd conform de WSCS-OCE.
Regels (ontwerp)
49
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 24
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. Een bestemmingsgrens en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft. b. De bestemmingsbepalingen en toestaan dat een bouwvlak wordt verschoven indien dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, of in het belang is van een technisch of ruimtelijk dan wel cultuurhistorisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, met dien verstande dat de afwijking maximaal 3 meter mag bedragen en dat de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder niet wordt overschreden. c. De bestemmingsbepalingen en toestaan dat geluidwerende voorzieningen worden gerealiseerd tot een hoogte van 3 meter. d. De bestemmingsbepalingen en toestaan dat schotelantennes worden geplaatst, waarbij aan de zijde van het openbare gebied de afwijking slechts gegeven kan worden voorzover de antenne wordt geplaatst binnen het horizontale en verticale vlak van een balkon. e. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a tot en met d kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid.
50
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 25
Algemene procedureregels
Voor een besluit tot het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. Het voornemen ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage;. b. De terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. c. De bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn. d. Burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.
Regels (ontwerp)
51
bestemmingsplan Spankeren 2021
Hoofdstuk 4 Artikel 26 26.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Bouwwerken
26.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 26.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 5%.
26.1.3 Uitzondering Het bepaalde onder 26.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
26.2
Gebruik
26.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
26.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder 26.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
26.2.3 Uitzondering a. Het bepaalde onder 26.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. b. In afwijking van het bepaalde onder 26.2.3 sub a geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - overgangsrecht caravanhandel' dat het bestaande gebruik voor detailhandel in caravans mag worden voortgezet, waarbij geldt dat het gebruik uitsluitend mag worden uitgeoefend door de bestaande gebruiker te weten de eigenaar van de caravanhandel (ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer KvK 09037970) ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan en niet door diens rechtopvolgers; c. een ander gebruik dan caravanhandel of een andere vorm van detailhandel is niet toegestaan.
52
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Spankeren 2021
26.2.4 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld onder 26.2.1 dan wel als bedoeld onder 26.2.3 onder b na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Regels (ontwerp)
53
bestemmingsplan Spankeren 2021
Artikel 27
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Spankeren 2021.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ……………
54
Regels (ontwerp)