Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4_Toelichting.pdf
Tekst van het document
4.4.8 Water kader Aan de hand van het Watertoetsproces is het aspect water in onderhavig plan meegenomen. Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Op 6 mei 2021 (Bijlage 2 Wateradvies) is door het Waterschap Vallei en Veluwe advies uitgebracht voor onderhavig plan (korte procedure). Bij dit plan is het omgaan met hemelwater aan de orde. In dit verband wordt als volgorde gehanteerd: water zoveel mogelijk vasthouden, vervolgens het overtollig water tijdelijk bergen en in de laatste plaats het afvoeren van water.
De initiatiefnemer moet de wijze waarop wordt omgegaan met de afvoer van hemelwater aantonen. Op de inrichtingstekening van het bouwplan moet de hemelwaterinfiltratievoorziening duidelijk en begrijpbaar staan aangegeven. Op de inrichtingstekening van het bouwplan staat de hemelwaterinfiltratievoorziening aangegeven. Het realiseren van nieuwe watergangen is niet aan de orde, binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige aspecten voor onderhavig bestemmingsplan relevant zijn. waterhuishoudkundig
relevant omschrijving
aspect 1
veiligheid
nee
In het plangebied liggen geen gronden die behoren tot het rivierbed van de IJssel.
34 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
2
wateroverlast
nee
Er is geen toename van verhard oppervlak met meer dan 500 m² dat loost op oppervlaktewater. In het plangebied bevinden zich geen natte en laag gelegen gebieden, beekdalen en/of overstromingsvlaktes.
3
riolering
ja
Voorkomen dient te worden dat schoon regenwater wordt afgevoerd via het (openbare) riool (vasthouden-bergen- afvoeren). Zie verder de toelichting.
4
watervoorziening
nee
Het plangebied betreft bestaand bebouwd gebied. Het plan ligt niet in een beschermingsgebied voor drinkwaterwinning. Het plangebied ligt niet in een regionaal waterbergingsgebied.
5
volksgezondheid
nee
Het plangebied betreft bestaand bebouwd gebied. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. In het plangebied bevinden zich geen riooloverstorten.
6
bodemdaling
nee
In het plangebied gaat het hoofdzakelijk om zandige ondergrond. Eventuele zettingen zijn niet relevant.
7
grondwateroverlast
ja
In het plangebied is mogelijk sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond. Hierdoor kunnen schijngrondwaterstanden aanwezig zijn.
8
oppervlaktewater-
nee
kwaliteit 9
grondwaterkwaliteit
In de omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.
nee
Het plan ligt niet in een beschermingsgebied voor drinkwaterwinning of een infiltratiegebied voor (kwelafhankelijk) natuurgebied.
10 verdroging
nee
Het plangebied is grotendeels bestaand bebouwd gebied. Verdroging speelt geen rol.
11 natte natuur
nee
Het plangebied is grotendeels bestaand bebouwd gebied en bevat geen hydrologische beïnvloedings- zones rond natuurgebieden of ecologische wateren.
12 inrichting en beheer
nee
Binnen het plangebied bevinden zich geen oppervlaktewateren die in beheer zijn van het waterschap. Rioleringswerken zijn in beheer bij de gemeente.
De uitkomsten van de tabel geeft aanleiding voor de volgende toelichting. Ad 3 Riolering Het hemelwater dient op eigen terrein verwerkt te worden. Het is niet toegestaan hemelwater of grondwater af te voeren via het (openbare) gemengde riool. Bij nieuwe ontwikkelingen moet met hemelwater worden omgegaan overeenkomstig de Verordening afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015. In het plan zijn alle rioleringsvoorzieningen toegestaan. Ter voorkoming van bodemen/of grondwaterverontreiniging moeten uitlogende en verontreinigende 35 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
materiaaltoepassingen vermeden worden. Ad 7 Grondwateroverlast In het plangebied is mogelijk sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond waardoor hemelwater minder makkelijk in de bodem wegzakt. Incidenteel kunnen in dit gebied hogere grondwaterstanden voorkomen. Bij ondergronds bouwen (kruipruimten) is het raadzaam hiermee rekening te houden. conclusie Vanuit het aspect water bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
4.4.9 Luchtkwaliteit kader De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels. De Wm heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging, onder andere als gevolg van het verkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat sprake is van één van onderstaande gevallen (artikel 5.16 Wm): het bestemmingsplan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; de luchtkwaliteit verbetert per saldo als gevolg van het bestemmingsplan blijft ten minste gelijk; het bestemmingsplan draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Bij ministeriële regeling (de Regeling niet in betekenende mate bijdragen) zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin (o.a.) het vaststellen van een bestemmingsplan dan wel het verlenen van een omgevingsvergunning voor een projectafwijking in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Voor onder meer woningbouwlocaties en kantoorlocaties zijn categorieën van gevallen aangewezen.
beoordeling Een onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Voor onderhavig plangebied geldt dat de ontwikkeling valt onder de AMvB en daarmee binnen het Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM). Het plangebied ligt voorts niet in de zone van een rijks- of provinciale weg zoals bedoeld in het Besluit Gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Op grond van de Wet milieubeheer is het daarom niet nodig de luchtkwaliteit te 36 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
onderzoeken. Er wordt immers voldaan aan artikel 5.16 lid c Wm: het bestemmingsplan draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
4.4.10
Parkeren kader Bij het opstellen van bestemmingsplannen wordt in de regels verankerd dat voldaan moet worden aan de parkeernormen van de gemeente. In de Nota parkeernormen Rheden 2015 zijn gemeentelijke parkeernormen opgenomen waaraan moet worden voldaan. Daarbij is naast de norm voor het aantal ook de bruikbaarheid van de parkeervoorziening van belang. In de Nota is vastgelegd dat bij de hoofdfunctie Wonen, bij een vrijstaande woning een norm van 1,6 parkeerplaats per woning wordt gehanteerd. Dit wordt afgerond op 2. Gezien het ontbreken van openbare parkeergelegenheid in de nabije omgeving dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte. Door het realiseren van een dubbele oprit met een minimale breedte van 5,50 meter, zodat twee auto's onafhankelijk van elkaar het terrein kunnen verlaten, wordt voldaan aan de parkeernorm. beoordeling Op de inrichtingstekening van het bouwplan is een parkeervoorziening opgenomen van een dubbele oprit met een breedte van 5,50 meter. Tevens is voorzien in de bouw van een schuur/garage op het achterterrein. Hiermee wordt voldaan aan het berekeningsaantal zoals deze is vastgelegd in de Nota parkeernormen Rheden 2015. conclusie Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
4.4.11
Milieueffectrapportage kader De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 8.
In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen 37
Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 9.
In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.
Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e,r,-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. beoordeling Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor deze ontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: 'D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Een stedelijke ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. De beoogde ontwikkeling behelst de realisatie van bouw van slechts één zelfstandige wooneenheid. Daarmee blijft dit plan ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet m.e.r.-plichtig. Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-m.e.r.
als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op enige afstand van Natura2000 gebied Rijktakken (circa 425 meter) en Natura2000 gebied Veluwe (circa 1,8 km). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en geen deel uit van Gelders Natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die ligt buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk die een effect zouden kunnen hebben op de kernkwaliteiten van het GNN of GO. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Hiertoe is een aanmeldnotitie opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Deze is aan de toelichting toegevoged als bijlage 8. conclusie Het doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige 38 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. In het kader van de notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van het plan voor de realisatie van een nieuwbouwwoning tussen Landweg 2 en 4 in Spankeren. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten wordt geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure voor dit project.
39 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
40 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten
5.1
Algemeen Een bestemmingsplan is een juridisch instrument waarbij de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de grond en de opstallen zijn vastgelegd. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf en overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn. Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan gevolgd moeten worden.
Daarmee wijkt onderhavig bestemmingsplan in de (benaming) van bestemmingen, gebruikte symbolen en de (opbouw) van regels af van de systematiek zoals die is gehanteerd bij de bestemmingsplannen Dieren - Zuid, Dieren - Midden en Dieren - Noord en van diverse herzieningen van die plannen.
5.2
Procedure De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moet worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het 41
Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.
5.3
Verbeelding en regels De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden.
5.3.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder paragraaf 5.3.2.
5.3.2 Regels De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op enige planregels. 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). 2 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens, als die er zijn de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Denk aan de dubbelbestemmingen zoals ten aanzien van archeologie en cultuurhistorische waarden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld.
3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus 42 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. In de algemene bouwregels is een regeling opgenomen die een dakoverstek tot 1,0 meter toelaat, mits dit niet ten behoeve van het vergroten van het woonoppervlak is en dit puur vanuit esthetisch oogpunt is gedaan. Hierbij is tevens opgenomen dat een postitief advies van welstand vereist is. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingsregels interpretaties worden verricht. In dit verband wordt gewezen op de algemene aanduidingsregels die de mogelijkheden geboden in de bestemmingsregels kunnen beperken. In dit hoofdstuk worden ook regels gegeven over het ondergronds bouwen. Daarbij zal in voorkomende gevallen door middel van een geohydrologisch onderzoek aangetoond moeten worden dat grondwaterstromen niet worden verstoord. De oppervlakte van een ondergrondse ruimte wordt niet meegeteld indien een maximum is gesteld.
Ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, wordt verwezen naar bijlage 1 Nota parkeernormen Rheden 2015 bij onderhavig plan. Wat voldoende is, wordt op basis van de normen niet alleen bepaald bij de beoordeling van een bouwaanvraag, maar ook bij een wijziging in het gebruik. 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Voor zover relevant worden de planregels hierna nog artikelgewijs nader toegelicht. Begrippen Voor een goede uitleg van de regels moeten de begripsbepalingen correct worden toegepast. Zij bieden uitsluitsel over de gebruikte termen en zijn doorslaggevend bij de interpretatie van de regels. Ten aanzien van het begrip bijgebouw (artikel 1.13 kan nog worden opgemerkt dat expliciet niet is gekozen voor de term bijbehorend bouwwerk waar in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van wordt gesproken. Dit vloeit voort uit de keuze om in beginsel geen functieonderscheid voor te schrijven tussen hoofd- en bijgebouw. Opgemerkt wordt dat een carport onder het begrip overkapping valt. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe dient te worden gemeten. Bij het toepassen van de betreffende regels (zoals opgenomen in de algemene aanduidingsregels van dit plan) dient dus te worden gemeten conform de aangegeven meetmethodiek.
Tuin Deze bestemming ziet op gronden die als tuin in gebruik worden genomen en die in 43 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
beginsel vrij van gebouwen dienen te blijven. Erf- en terreinafscheidingen in de bestemming Tuin mogen maximaal 1 m hoog zijn. Wonen Deze bestemming betreft de nieuw te bouwen woning met bijgebouwen. Er is geen ander gebruik dan wonen, behalve een beroep - of bedrijfsactiviteit aan huis is toegestaan. In het bouwvlak is één woning toegestaan. Ten aanzien van kamerverhuur kan worden opgemerkt, dat bij iedere woning -maar niet in een vrijstaand bijgebouw- maximaal 2 kamers mogen worden verhuurd aan personen die niet tot het huishouden behoren (waaronder niet begrepen bed en breakfast, dit valt onder de regeling van aan huis gebonden beroepen/bedrijven). Dit volgt uit de begripsbepaling van woning (artikel 1.48). Ingevolge de begripsbepaling van het begrip woning moet sprake zijn van een huishouden. Onder het begrip huishouden wordt niet alleen een gezin verstaan. Ook minder traditionele woonvormen verdragen zich met de bestemming Wonen, mits sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning met een zekere mate van verbondenheid tussen de bewoners. Verder is het ook hier toegelaten dat een bewoner aan huis een beroep of bedrijf uitoefent. Hiervoor gelden voorwaarden. De aan huis gebonden beroepen zijn krachtens jurisprudentie standaard toegestaan; in de begripsbepalingen is aangegeven om welke beroepen het gaat (artikel 1.9).
De bedrijfsactiviteiten aan huis vormen een aanvulling hierop. In d e Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis -opgenomen als Bijlage 2 Lijst bedrijfsactiviteiten aan huis bij de regels van dit plan- is na te lezen welke bedrijven dit betreft. Als een beroep niet past binnen de begripsbepaling dan wel een bedrijf niet voorkomt op deze lijst is afwijking eventueel mogelijk mits voldaan wordt aan de aangegeven criteria. Opgemerkt wordt dat ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, derhalve ook bij de uitoefening van een bedrijf of beroep aan huis, in bij dit plan voorwaarden zijn gesteld. In deze bijlage zijn onder andere bruikbaarheidsvereisten en de normen per functie vastgelegd. Wat voldoende is, wordt op basis van deze bijlage bepaald bij de beoordeling van een bouwaanvraag dan wel bij een functiewijziging. Er is een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. De hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, de bijgebouwen (en overkappingen) mogen daarnaast ook gebouwd worden op de gronden buiten het bouwvlak. Van belang is dat het verschil met het hoofdgebouw bestaat uit een bouwkundige/architectonische ondergeschiktheid. Functionele ondergeschiktheid is op basis van het bestemmingsplan uitdrukkelijk niet aan de orde. Dit volgt uit de begripsbepaling van bijgebouw zoals neergelegd in artikel 1.13.
Ten aanzien van de maatvoering van de hoofdgebouwen geldt de meer specifieke benadering van het vastleggen van maximaal toegestane goothoogtes en bouwhoogtes. Voor de bijgebouwen en overkappingen geldt een maximaal bebouwingspercentage van het bouwperceel en een maximale goot- en bouwhoogte.
44 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
Waarde - archeologie 1 Deze dubbelbestemming is gebaseerd op het archeologiebeleid in de gemeente Rheden. In de regels van deze dubbelbestemming wordt de bescherming van de archeologische waarden geregeld via een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen de aanlegvergunning). Zonder een dergelijke vergunning mag niet zomaar de grond worden geroerd, en daardoor blijven de (mogelijke) archeologische waarden in de grond onaangeroerd. De vergunningsplicht ziet er op toe dat éérst inzicht ontstaat in de mogelijke waarde van de bodem waarna, op basis van een afweging, alsnog een vergunning afgegeven kan worden voor het roeren van de bodem. Voor de verschillende te onderscheiden gebieden geldt dat een omgevingsvergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen aanlegvergunning genaamd). Waarbij de oppervlakte van de bodemingreep en de diepte ervan bepalen of de omgevingsvergunning nodig is of niet. Er moet dus aan beide criteria worden voldaan voordat een omgevingsvergunning nodig is. De diepte is daarbij maatgevend op het diepste punt (dus een ingreep boven de maatgevende oppervlakte en op één punt dieper dan de maatgevende diepte is vergunningplichtig).
De volgende gebieden worden onderscheiden waarbij per gebied het maatgevend minimale oppervlakte (in vierkante meters) wordt aangegeven als ook de maatgevende diepte (in strekkende centimeters). Verwachtingswaarde categorie-indeling onderzoek volgens
noodzakelijk bij
archeologische
bodemingrepen
Dubbelbestemming
beleidskaart terrein van
aandachtsgebied
cultuurhistorische
groter dan 100 m2 en Waarde - Archeologie 1 dieper dan 30 cm
waarde, opgehoogd erf, buitenplaats, kasteelterrein, kern historische nederzetting hoge verwachting,
aandachtsgebied
waarschijnlijk goede
groter dan 100 m2 en Waarde - Archeologie 1 dieper dan 30 cm
conservering hoge verwachting,
aandachtsgebied
mogelijk goede
groter dan 100 m2 en Waarde - Archeologie 1 dieper dan 30 cm
conservering middelhoge
onderzoeksgebied groter dan 250 m2 en Waarde - Archeologie 2
verwachting lage verwachting
dieper dan 30 cm archeologisch
groter dan 2500 m2
gebied met lage
en dieper dan 30 cm
Waarde - Archeologie 3
verwachting water
waterbodems
groter dan 2500 m2
Waarde - Archeologie 3
en dieper dan 30 cm
45 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
bekende
groter dan 100 m2 en Waarde - archeologie 1
archeologische
dieper dan 30 cm
vindplaatsen en een straal van 25 m daaromheen
Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat al bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken. De tekst van de regeling volgt uit het Bro. Algemene bouwregels Voor diverse geringe bouwonderdelen geldt, dat deze bij de toets aan de planregels als zodanig buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Hoofdregel is, dat hetgeen bovengronds is toegestaan, ook ondergronds kan worden toegestaan. Daarnaast zijn enkele verbijzonderingen opgenomen. Algemene gebruiksregels Voor de redactie van dit artikel is de algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming bepalend. In verband met het schrappen van het bordeelverbod is expliciet opgenomen dat onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening in ieder geval wordt verstaan het (laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. Dit om discussie te voorkomen.
Met deze regeling wordt ook bij de actualisatie van de bestemmingsplannen aangesloten bij het beleid van de gemeente op dit gebied. Verder wordt nog voorzien in een regeling ten aanzien van het parkeren en de parkeernormen. De parkeernormen zijn als bijlage bij de regels opgenomen en maken als zodanig onderdeel uit van de regels van het voorliggende bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels Aan burgemeester en wethouders wordt hier de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de bestemmingsregels. Evident is dat niet alle afwijkingsregels op alle bestemmingen van toepassing zijn. Voorts is van belang dat het bestaan van de bevoegdheid niet mag leiden tot een automatisme in het afwijken: conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten burgemeester en wethouders de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afwegen. Overigens is de bevoegdheid beperkt in die zin dat geen omgevingsvergunning voor afwijken mag worden verleend indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een aantal met name genoemde belangen. Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen zijn de algemene procedureregels van toepassing. 46 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
Het is nodig deze in het bestemmingsplan te regelen omdat de Awb hierin niet voorziet. Overgangsrecht De redactie van dit recht volgt uit het Bro. Bij het overgangsrecht wordt onderscheid gemaakt naar bouwwerken en gebruik. Bij bouwwerken gaat het er om of ze op de peildatum in enigerlei opzicht afwijken van het plan. Doorgaans betreffen die afwijkingen de bouwregels. Ze mogen gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd of na een calamiteit worden herbouwd, mits de bestaande afwijkingen naar hun aard niet worden vergroot. Bij de vraag of de afwijking wordt vergroot kan ook het gebruik relevant zijn. Van de mogelijkheid tot gedeeltelijke vernieuwing of verandering zijn uitgesloten de illegale bouwwerken. Daaronder worden verstaan de bouwwerken die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning -voor zover vereist- zijn gebouwd in strijd met het toen geldende bestemmingsplan. Voor een vergroting van de inhoud van een bouwwerk met niet meer dan 5% kan met een omgevingsvergunning eenmalig worden afgeweken. Peildatum voor bouwwerken is het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het gebruik is bepaald dat bestaand, met het plan strijdig gebruik mag worden voortgezet. Een uitsluitingsclausule is opgenomen voor gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Deze regel laat de wrakingsjurisprudentie onverlet.
5.4
Reikwijdte bestemmingsplan Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplan- initiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand.
47 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
48 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
Kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. Beoordeling Het perceel is geen eigendom van de gemeente en de particuliere eigenaar draagt de kosten van het bouwplan, eventuele gemeentelijke maatregelen op het perceel of in het openbaar gebied. De eigenaar vrijwaart de gemeente van planschade. Dit alles is vastgelegd in een anterieure overeenkomst met de eigenaar van het perceel. Daarmee is het verhaal van kosten voldoende verzekerd en behoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Realisatie binnen de planperiode door de eigenaar is reëel. Overigens betreft de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt geen bouwplan waarvoor op grond van de Wro een grondexploitatieplan behoeft te worden opgesteld.
49 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
50 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Inspraak kader De gemeente kent op grond van de Gemeentewet een inspraakverordening. Deze verordening verplicht niet tot het geven van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. Het geven van inspraak valt buiten de wettelijke procedure. beoordeling De omvang van het bouwplan is gering en de initiatiefnemer is eigenaar van het naastgelegen perceel. De intitiatiefnemer draagt zorg voor afstemming met de omgeving en heeft ons op de hoogte gehouden van het draagvlak van het plan in de omgeving. conclusie Besloten is om geen voorontwerpbestemmingsplan voor inspraak ter inzage te leggen.
7.2
Vooroverleg kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening wordt vooroverleg gepleegd met de besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en met diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor een goede ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Van de kant van de provincie Gelderland en het rijk is bericht in welke gevallen zij vooroverleg nodig vinden. In onderhavig geval is dit niet nodig. Met het waterschap Vallei en Veluwe is gelet op het positieve wateradvies geen vooroverleg gepleegd. beoordeling In het kader van het vooroverleg is de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op het ontwerpbestemmingsplan. De reacties uit het vooroverleg zijn hieronder beknopt samengevat. De reacties zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
51 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
Over de ontvangen reacties wordt het volgende opgemerkt.
conclusie Het vooroverleg vormt aanleiding om in de toelichting ............... In de regels wordt ...........................In de verbeelding .................... Gezien de reacties <kan het plan in procedure worden genomen.>
7.3
Zienswijzen kader Het Besluit ruimtelijke ordening voorziet erin dat, voordat de formele procedure wordt gestart met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, wordt kennis gegeven van het voornemen om een bestemmingsplan te vervaardigen. De vooraankondiging is op <.....................> geplaatst in de Regiobode, een huis-aan-huisblad. En is daarnaast gepubliceerd in het elektronische Gemeenteblad op de website www.overheid.nl. Deze website is ook bereikbaar via een link op de gemeentelijke website. De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met het ontwerpbesluit is ingevolge de Wet ruimtelijke ordening op <......................> bekend gemaakt in de Regiobode, de Staatscourant en in het elektronische Gemeenteblad. Op de gemeentelijke website is voor de in procedure zijnde bestemmingsplannen een link geplaatst die doorleidt naar de officiële bekendmakingen op de website www.overheid.nl. Gedurende de termijn van terinzagelegging van <................ tot en met .............> heeft een ieder de mogelijkheid gehad zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren te brengen. In deze periode was het bestemmingsplan met het ontwerpbesluit via www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal te raadplegen. De analoge versie lag ter inzage in het gemeentehuis. beoordeling Er zijn <...............> zienswijzen naar voren gebracht.
De beantwoording van de ingediende zienswijzen zal plaatsvinden via een bijlage bij het raadsbesluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.
52 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (ontwerp)
Velp | Rheden | De Steeg | Ellecom | Dieren Spankeren | Laag-Soeren | Landelijk gebied
Gemeentehuis Hoofdstraat 3 | 6994 AB De Steeg | postbus 9110 | 6994 ZJ De Steeg T 026 4976911 | F 026 4976518 | E gemeente@rheden.nl | www.rheden.nl
gemeente Rheden