CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Sociale visie (ter achtergrond)

Informatiebijeenkomst sessie 1 20 oktober 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Startnotitie koersdocument Sociaal domein 2023- 20294.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VAN ZELFREDZAAMHEID NAAR SAMENREDZAAMHEID Een Rhedense Visie op het Sociale Domein

“Wij hechten aan de kracht van mensen. Tevens realiseren we ons ook dat er een groep mensen in de samenleving is, die het niet redt zonder ondersteuning. Voor hen wil de gemeente een vangnet in stand houden om te voorkomen dat mensen nodeloos buiten de boot vallen. De gemeente is alert op wijzigingen in de samenstelling en behoeften van deze groep”. “Visie Rheden 2020”

1. Visie op het sociale domein 1.1 Een visie op onze samenleving We willen als gemeente Rheden dat onze burgers gezond, veilig en relatief gelukkig in onze gemeente kunnen wonen, kunnen werken, kunnen recreëren, zich kunnen verplaatsen, jong kunnen zijn en ouder kunnen worden. We formuleren daartoe, binnen de geldende wet- en regelgeving, op meerdere terreinen beleid. We willen uiteraard dat ons beleid effectief is. Om met ons beleid het gewenste resultaat te behalen is het van essentieel belang dat we een goed begrip hebben van de dynamiek van de lokale samenleving en van de leefwereld van onze inwoners. Hoe beter onze visie op samenleving en burger aansluit bij deze dynamiek en leefwereld hoe effectiever het beleid zal zijn dat wij met elkaar maken. We hebben het beleidsmatig vaak over “de samenleving” zonder goed te duiden wat we daar nu precies onder verstaan. Feitelijk is een samenleving niet meer dan een grote of kleinere groep mensen die in hun dagelijks leven sterk op elkaar gericht zijn. In de samenleving staat het netwerk van de relaties tussen mensen dan ook centraal. Het komt ons veelal voor dat onze samenleving zich als een autonoom organisme gedraagt en dat de maakbaarheid ervan een utopie is.

Om als locale overheid niet achter de feiten aan te lopen is het belangrijk een antwoord te formuleren op de vraag wat de gemeente kan en moet doen om de dynamiek van de lokale samenleving te beïnvloeden ten behoeve van bovengenoemd doel. Voor een beter begrip van deze dynamiek maken we hier een vergelijking met een zwerm vogels. Iedereen heeft wel eens gezien hoe deze heen en weer zwenkt, stijgt, daalt en neerstrijkt zonder aanwijsbare (aan)leiding. De individuen in de zwerm volgen het gedrag van diegenen naast hen en andersom. Geen enkel individu heeft een compleet beeld van wat er elders in de zwerm gebeurt. Samen bepalen ze de, op dat moment gunstigste, richting. Het belangrijkste verschil tussen een samenleving van mensen en een zwerm vogels is dat mensen, in tegenstelling tot dieren, bewust vorm geven aan hun samenleving. Daarin ligt zowel een rol weggelegd voor de individuele mens als voor de (lokale) overheid, het instituut dat diezelfde mensen met elkaar hebben opgericht om hun algemene belang (en richting) te bewaken. De specifieke invulling van die rollen en de bijbehorende verantwoordelijkheden is sterk afhankelijk van de samenstelling van de groep, de behoeften van de betreffende individuen en de juiste onderlinge verhoudingen. De eerste zorg van mensen is altijd de vervulling van hun primaire biologische behoeften, de tweede zorg die van hun bestaanszekerheid.

Voor hen die beide niet zelf kunnen voorzien heeft de lokale overheid een belangrijke verantwoordelijkheid. Pas indien mensen zich verzekerd weten van eten, onderdak en inkomen komen ze toe aan de vervulling van hun sociale en maatschappelijke behoeftes en verantwoordelijkheden. De afgelopen decennia heeft de overheid echter een groot deel van de verantwoordelijkheden in het sociale domein van de burger overgenomen. Het gevolg daarvan is dat het netwerk van relaties, normaal gesproken het vangnet van de samenleving, is verzwakt. Dat zorgt voor onbehagen en voor sociale onrust.

1

Als lokale overheid moeten we, met behoud van onze basisverantwoordelijkheid, het sociale domein weer teruggeven aan onze burgers. Zo kunnen mensen op hun eigen manier en onder hun eigen voorwaarden zelf vorm geven aan hun eigen samenleven in de buurt en in de wijk. Zo doen we tevens recht aan de dynamiek van de samenleving en de leefwereld van onze burgers.

1.2 Een visie op onze burger Mensen leven van nature met elkaar in groepen. Zij zijn het gelukkigst als ze met en voor elkaar hun samenleven vorm kunnen geven, door met elkaar te wonen, te werken, op te groeien en ouder te worden en door zich vrijwillig in te zetten voor elkaar. In een samenleving waar het sociale domein aan de burgers toebehoort, bekommeren mensen zich vanzelfsprekend om hun medemensen en zijn zij betrokken bij wat er gebeurt in hun straat en buurt. In onze visie op het sociale domein staat daarom onze burger centraal. De burger die nooit het gehele speelveld kan overzien. Hij ziet alleen dat wat nabij is helder en heeft daar de meeste invloed op. Hoe verder weg van het individu, hoe minder het zicht en hoe minder dus ook de controle op wat er gebeurt. Men beweegt dan mee in de algemene richting van de groep, want dat is dan, net als bij een zwerm vogels, het veiligst. Met deze wetenschap komt de eigen kracht van onze burger dan ook het meest tot zijn recht in zijn of haar directe omgeving. Dat is ook waar alle maatschappelijke verandering uiteindelijk begint waarvan wij als overheid mede de richting kunnen bepalen, door het scheppen van bepaalde voorwaarden. In ons “Rhedens Model”, dat binnen de Wmo al een aantal jaren wordt gebruikt, komt deze visie op onze burger goed tot uiting.

We zien in één oogopslag wat nabij is en wat verder van het individu afstaat, we zien waar hulp gehaald (en gegeven) kan worden en van hoever deze soms moet komen als de openingen tussen de verschillende ondersteuningssferen niet op elkaar aansluiten.

De essentie van dit model, waarin de burger altijd het vertrekpunt is, bestaat uit een goed begrip van de grenzen die aan de inzet van familie, vrienden, buurtnetwerken en georganiseerd vrijwilligerswerk zitten. Deze grenzen zijn wel flexibel en altijd afhankelijk van een goed evenwicht tussen de behoefte aan ondersteuning en het aanbod in de gegeven omstandigheden. Alleen aan de inzet van de professionele ondersteuning zit geen natuurlijke grens; mits men voldoende geld kan investeren is deze hulp altijd voorhanden. In een evenwichtige samenleving, waarin in ieders basisbehoeften kan worden voorzien, is het een normale en gewenste gang van zaken dat mensen zichzelf en elkaar helpen. Dit versterkt het sociale weefsel van de samenleving. Wanneer het evenwicht echter door omstandigheden opschuift en een toenemend aantal mensen daardoor verstoken blijft van steun en bijstand, 2

zowel op primair niveau als op sociaal niveau, vinden wij het de taak van onze overheid om daar een passend antwoord op te vinden, collectief dan wel individueel. Het Rhedens Model is daarmee universeel van toepassing; zowel op zelfredzame burgers als op ouderen met een hulpvraag of (soms overbelaste) mantelzorgers en evenzeer op werkzoekenden met een uitkering, arbeidsgehandicapten en risicojongeren.

1.3 Een visie op de rol van onze gemeente Wat kan en moet de gemeente doen om de dynamiek van de lokale samenleving zodanig te beïnvloeden dat al onze burgers gezond, veilig en relatief gelukkig in onze gemeente kunnen wonen, werken, opgroeien en ouder worden? In onze visie is de (lokale) overheid een belangrijke speler die het hele veld kan overzien en waar nodig kan bijsturen. Dat is ook haar primaire rol, het bewaken van het algemene belang. Dit doen we door in eerste instantie te borgen dat al onze burgers in hun primaire levensbehoeften kunnen voorzien. In tweede instantie sluiten we aan bij de eigen kracht van onze burger en doen we wat nodig is om deze te optimaliseren en onze burgers alle kans te geven om actief deel uit te maken van de lokale samenleving. Daarbij mogen we niet vergeten dat meedoen altijd afhankelijk is van het persoonlijk vermogen van burgers. Soms kan er geen sprake zijn van actief meedoen maar bestaat ons doel eruit dat deze mensen anderen in hun omgeving niet beperken of tot last zijn. Om de intrinsieke kracht van de samenleving zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen moeten we ons ook realiseren dat de gemeente Rheden relatief onevenwichtig is samengesteld. Wij tellen meer hulpvragers per 1000 inwoners dan gemiddeld het geval is in onze regio.

Voor de ene persoon is daarbij het eigen netwerk groter dan voor de andere persoon en niet voor elke behoefte is passende informele ondersteuning voorhanden. In ons model is de positie van de gemeente daarom een cruciale. Ze is de schakel tussen het (eindige) informele netwerk en de, in principe oneindige, professionele zorg. De centrale ambitie van de gemeente Rheden is ervoor te zorgen dat de binnenste netwerken rondom mensen, zoals verbeeld in het Rhedens Model, zo sterk mogelijk zijn. Het beroep dat dan nog op de professionele zorg en ondersteuning gemaakt moet worden kan zo kleiner zijn. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat de gemeente de focus op kleinschaligheid houdt en dicht bij haar burgers blijft. Doordat ze het oerwoud aan regels en controles afslankt tot het hoogst noodzakelijke. Doordat ze het goede voorbeeld geeft en voortdurend de omstandigheden zodanig weet te beïnvloeden dat het gewenste resultaat wordt bereikt, een krachtige en zelfredzame samenleving. Als wij weten aan te sluiten bij de leefwereld van onze burger, haar serieus nemen en ondersteunen waar nodig dan beweegt onze samenleving ongemerkt en ongedwongen de gewenste, veiligste, richting op.

Als wij tevens weten te bereiken dat de aansluiting tussen de diverse soorten ondersteuning in ons Rhedens Model goed en soepel verloopt, kan onder regie van de gemeente het begrip “zelfredzaamheid” worden omgebogen naar het beter passende begrip “samenredzaamheid”.

3

2.

DE VISIE VERTAALD

2.1 De kanteling van het sociale domein De opgave waar de gemeente voor staat is groot. Nieuwe taken, nieuwe doelgroepen, omvangrijke nieuwe budgetten. Tegelijkertijd moet de gemeente het doen met minder middelen dan de Rijksoverheid beschikbaar had voor deze zelfde taken. Ook moet de gemeente het werk anders organiseren dan tot nog toe gebruikelijk is. Hieronder beschrijven we de uitgangspunten die we hanteren voor de kanteling van het sociale domein. Integraal werken vanuit de directe leefwereld van de burger Beroepskrachten communiceren niet langer per telefoon of internet, maar spreken met de mensen daar waar deze zich veilig voelen; bij hen thuis. Ze nemen de tijd voor een gesprek, bij wijze van spreken aan de keukentafel, en doen dat vanuit een brede open houding waarbij ook de directe leefomgeving van de hulpvrager in de observatie kan worden meegenomen. Dit vraagt een vrije, onbevooroordeelde en algemene benaderingswijze. In dit gesprek staat de vraag centraal: ‘wat is er nodig’ en niet ‘wat kunnen we doen’. Een individu kan niet los gezien worden van zijn of haar omgeving. Iedereen maakt deel uit van een sociaal netwerk, hoewel dit soms ernstig verzwakt kan zijn.

Hulpvragen analyseren wij daarom vanuit het gehele ‘systeem’ van sociale relaties om de hulpvrager heen: het huishouden, het gezin, familie, vrienden, kennissen en de woonomgeving en niet slechts vanuit de individuele vraag. De beroepskrachten hanteren één benaderingswijze voor alle leefdomeinen te weten wonen, werken, inkomen, gezondheid, sociale contacten, vrijetijdsbesteding, onderwijs. Er vindt aanbodcoördinatie plaats op basis van 1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur. Eigen verantwoordelijkheid en zelfregie Mensen zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid en het organiseren van hulp en ondersteuning. De (keukentafel)gesprekken die met mensen worden gevoerd zijn er dan ook in eerste instantie op gericht om mensen te helpen met het nadenken over wat ze zelf kunnen bijdragen aan de oplossing van hun probleem. Het is daarbij belangrijk om onze aangeboren behoefte aan wederkerigheid nieuw leven in te blazen. Als een burger ondersteund moet worden in dat wat zij niet meer kan is het belangrijk om deze daarbij te motiveren om dat wat zij nog wèl kan ten dienste te stellen van anderen. Dit bevordert het welbevinden van de betreffende burger; zij doet er namelijk weer toe, ondanks de beperking. We praten mét de burger en niet óver de burger.

De burger heeft zelf de regie over haar eigen leven, zeker als zij een duidelijke hulpvraag heeft, maar ook wanneer signalen van anderen aanleiding zijn voor het eerste contact. In het gesprek staan de eigen wensen en motivatie van de burger centraal. De focus ligt niet op de problemen, maar op de mogelijkheden en kansen. Zelf bedachte oplossingen zijn namelijk vele malen duurzamer dan door hulpverleners opgelegde maatregelen. Focus op kwetsbare groepen Het overgrote deel van de mensen redt zich prima. Voor hen geldt dat er geen gesubsidieerd welzijns- of ondersteuningsaanbod meer is. Burgers die het initiatief nemen om kwetsbare medeburgers op enigerlei wijze bij te staan kunnen rekenen op actieve steun van de gemeente. Een klein deel van de mensen (10-15%) is tijdelijk minder zelfredzaam. De overheidsinspanning is dan gericht op het zo goed en zo snel mogelijk herstellen van zelfregie. Circa 5 % van al onze burgers is langdurig, en wellicht permanent, afhankelijk van de overheid. Zowel om te voorzien in hun primaire levensbehoeftes als om hen in staat te stellen tot het aangaan van sociale contacten en mee te doen in de samenleving. Dat accepteren we en we bieden hen de zorg en ondersteuning die daarvoor nodig is.

4

Inzetten op sociale netwerken Als iemand er zelf niet uit komt, doet hij in eerste instantie een beroep op zijn sociale netwerk: familie, vrienden, kennissen, buren. Dit zijn de eerste ‘schillen’ van het Rhedens Model waar een burger op terug kan vallen als hij problemen heeft of belemmeringen ervaart bij zijn functioneren. Deze mensen komen veelal niet eens bij ons in beeld, ze redden zich. Een burger die wel voor ondersteuning aanklopt bij de gemeente heeft mogelijk slechts een beperkt netwerk of voelt zich bezwaard om het netwerk aan te spreken, mogelijk begint het overbelast te raken. Het is in die omstandigheden dan ook gewenst dat er bij het contact tussen de beroepskracht en de hulpvrager iemand uit het sociale netwerk aanwezig is. Bijvoorbeeld een mantelzorger, een vertrouwenspersoon, een familielid of een vriend(in). Zo kan bekeken worden of en hoe het maatschappelijk steunsysteem om de hulpvrager opgebouwd of versterkt kan worden. Preventief voor curatief Zelfredzaamheid is ook op tijd om ondersteuning vragen, voorkomen is beter dan genezen. Voor de burger zelf natuurlijk, die dan niet in een onnodig diep dal terecht komt. Voor de gemeente, die ziet dat haar burgers daardoor zichzelf en dus elkaar beter kunnen redden. En voor de algemene financiën; preventie voorkomt veelal het onnodige beroep op dure (specialistische) zorg.

De beroepskrachten aan de keukentafel sporen problemen vroegtijdig op. Lichte problemen worden direct aangepakt met zo min mogelijk doorverwijzing. En als er verwezen wordt dan gebeurd dit ‘warm’, dat wil zeggen snel en adequaat, zodat geen onnodige tijd verloren gaat. Een belangrijke preventieve werking gaat uit van de samenleving zelf: de zorg en vrijwillige inzet voor elkaar, gesteund en soms mogelijk gemaakt door de gemeente. Collectief voor individueel We motiveren, en faciliteren indien nodig, mensen om zoveel mogelijk gebruik te maken van algemene diensten en voorzieningen zoals het openbaar vervoer, de boodschappendienst van de supermarkt of de (lokale) maaltijdleverancier. Alles wat men zelf nog kan regelen regelt men dan ook zelf. Daarnaast zetten wij in op het collectiviseren van voorzieningen. Dit betekent enerzijds dat wij het organiseren van diensten voor een specifieke doelgroep faciliteren en ondersteunen, al dan niet met of door vrijwilligers, zoals het vrijwillig vervoer op maat of de scootmobielpool. Anderzijds dragen wij er zorg voor dat de toegang tot algemene voorzieningen voor specifieke doelgroepen in collectieve zin wordt geregeld. Een voorbeeld hiervan is de Regiotaxipas, de Wmoregeling voor de maaltijdlevering of de groepsactiviteiten in het kader van re-integratie.

Pas in laatste instantie hoeven mensen dan een beroep doen op individuele professionele ondersteuning of begeleiding. Dan komen de beroepskrachten van de thuiszorg in actie, de begeleiders van de GGZ of de consulenten van een re-integratiebedrijf. Maatwerk: met unieke oplossingen sturen op resultaat De omstandigheden waarin iemand verkeert zijn altijd uniek. Geen situatie is gelijk. En als elke situatie uniek is, zijn tevens de oplossingen uniek. Dit is een radicale verandering ten opzichte van de huidige uitvoeringspraktijk. We focussen op het proces om te komen tot geschikte oplossingen. Het voorkomen van willekeur komt dan voort uit een zorgvuldige procesgang in plaats van het streven naar een gelijke uitkomst. Maatwerkoplossingen doen zowel recht aan de individuele leefsituatie van de burger als aan de nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling tussen burger en overheid. Zo staat ook niet langer het aanbod van een instelling centraal, maar het resultaat dat behaald moet worden. Het belang van de burger domineert boven het institutioneel belang van de professionele instellingen. De gemeente gaat hier actief op sturen. Wij gaan, in overleg met onze maatschappelijke partners, nieuwe manieren van horizontale verantwoording en resultaatmeting invoeren. Onze burgers zijn niet langer klanten, zij bepalen zelf mede de maatwerkoplossing in hun geval ofwel het resultaat.

In onze financieringsrelatie met professionele instellingen creëren we de ruimte voor uitvoerders om hun werk continu aan te passen aan de geconstateerde vraag vanuit de samenleving en zich 5

steeds veranderende lokale omstandigheden. Verantwoording vindt niet langer plaats in termen van deelnemersaantallen, maar in termen van behaald effect bij burgers of in de samenleving.

2.2 Onze werkwijze opnieuw bekeken Niet alleen onze burgers moeten kantelen, ook wij als organisatie moeten een omslag maken in ons werken. Wij moeten niet langer primair denken en handelen vanuit de wet- en regelgeving en met een checklist in de hand onze burger bedienen. Zolang de regels, de wetgeving waar een burger onder valt, voor ons leidend zijn, zijn de daaraan ontleende stigma’s dat ook. We denken nog te vaak dat we het goed hebben gedaan als we ons maar aan de juiste regels houden, ook als we het in de praktijk van de burger misschien helemaal niet zo goed hebben gedaan. Wanneer we leren denken vanuit de leefwereld van burgers kunnen we ook van daaruit handelen, gericht op dat wat werkelijk nodig is om deze burger een stap vooruit te helpen. Wet- en regelgeving moeten daarbij kaderstellend zijn, niet primair bepalend. Dit geldt tevens voor de professionele instellingen wiens taak het is om, daar waar mensen het zelf niet meer kunnen, op individuele basis zorg en ondersteuning op maat te leveren. Deze zienswijze leidt tot een andere verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen burgers, gemeente en professionele instellingen. Als wij terugkeren naar ons Rhedens Model zien wij hoe de gemeente in die verdeling een cruciale rol heeft. Als wij die eruit lichten en nader willen bekijken kan dat bijvoorbeeld met behulp van onderstaande piramide.

RadarAdvies gebruikt de volgende piramide om de rol van de gemeente in de drie grote decentralisaties te beschrijven. Aan de basis We zien aan de basis van de piramide (0) de rode, oranje en gele netwerken en burgerinitiatieven uit het Rhedens Model terug. De groene ruit van de gemeente is aan de basis (en in de top) niet dominant aanwezig. Zij geeft het zelfoplossend vermogen van burgers een kans. Iedereen kan in zijn leven in kwetsbaar makende omstandigheden terechtkomen en al dan niet tijdelijk hulp nodig hebben, bijvoorbeeld door ziekte, ongeval, verlies van werk en dergelijke. Zulke omstandigheden kunnen de deelname aan de samenleving in meer of mindere mate belemmeren. Ons uitgangspunt is dat de belemmeringen zo snel mogelijk weer worden weggenomen, zonder deze onnodig te problematiseren en te institutionaliseren. Ons doel is daarbij de oplossing zo laag mogelijk in de piramide te vinden. Middels het stimuleren van burgerinitiatieven en het faciliteren van het georganiseerde vrijwilligerswerk kan de gemeente daar een belangrijke versterkende rol spelen. In het midden Het middenstuk (1) staat voor professionele en algemene ondersteuning in de eigen omgeving. De rol van de gemeente is daar groot, ze organiseert de toegang tot professionele ondersteuning laagdrempelig en dicht bij de burger.

In termen van het Rhedens Model zijn de poorten tussen de verschillende netwerkringen optimaal op elkaar afgestemd en kan men, indien nodig, direct de toegang tot de blauwe ring van de professionele ondersteuning vinden. De beroepskrachten zijn toegankelijk, makkelijk benaderbaar en hebben basiskennis van alle leefgebieden. Ze kennen de

6

netwerken en voorzieningen in de wijk en kunnen kortdurende hulp bieden zodat de veel problemen direct opgelost kunnen worden. Is er meer aan de hand dan kunnen zij zonder al te veel bureaucratie doorverwijzen naar specialistische zorg en ondersteuning. Om complexere hulpvragen adequaat aan te pakken werken alle betrokken beroepskrachten volgens het principe: 1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur. Zij zorgen er onderling voor dat problemen vroegtijdig worden aangepakt om erger te voorkomen. Aan de top In de top van de piramide (2) vinden we de specialistische hulp en zorgverlening. Dit is veelal langdurige en intensive hulp voor kwetsbare burgers die er zelf niet uit kunnen komen, ook niet met hulp van de omgeving, het georganiseerde vrijwilligerswerk of door minder intensieve vormen van professionele hulp. Het gaat dan bijvoorbeeld om beschut werken, jeugdzorg, intensieve thuiszorg of hulp bij verslaving. Hier heeft de gemeente minder vaak een directe invloed want met veel specialistische zorg heeft gemeente immers geen directe of inkooprelatie. Daar waar dat wel het geval is, bijvoorbeeld bij thuiszorg of re-integratiebureaus, maakt zij met hen prestatieafspraken.

De gemeente zal in toenemende mate via benchmarking, (bestuurlijke) aanbesteding en raamcontracten sturen op samenwerking tussen de instellingen ten behoeve van de burger en het voorkomen van zowel overlap als omissies in het ondersteuningsaanbod. Instellingen zullen hun kernkwaliteiten moeten benadrukken. Minder doen maar wel beter wordt het devies.

3. REGIE OP RESULTATEN 3.1 Wat willen we bereiken Op basis van onze sociale visie willen we bereiken dat we als gemeente een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het leven van de burgers in de gemeente Rheden. Wij willen bereiken dat zij zich veilig en gelukkig voelen. Dat mensen en organisaties elkaars kracht beter benutten. Het geheel van de samenleving is meer dan de som der delen. Er is plaats voor iedereen en iedereen doet er toe. Er wordt niet alleen gehaald, er wordt vooral ook gegeven. We komen zo tot de volgende algemene doelstellingen in het sociale domein: • • • •

Het aanboren, behouden en vergroten van de zelfstandigheid en zelfregie van onze inwoners en van de samenredzaamheid van onze locale samenleving; Het effectief organiseren van een integrale, samenhangende ondersteuningsstructuur voor inwoners die het (tijdelijk) niet zelfstandig redden; Het komen tot een integrale en samenhangende bekostiging van deze ondersteuning; Het ontwikkelen van een systeem van daartoe geëigende kwaliteitsindicatoren om op resultaten te kunnen sturen.

We vertalen onze doelen in onder andere de volgende effecten: • • • • • • •

Er is een significante afname van het beroep op duurdere specialistische ondersteuning; De hulpverlening is integraal en dicht bij de inwoners georganiseerd; Er zijn minder hulpverleners per huishouden; Vrijwilligers worden op hun waarde geschat en zijn gelijkwaardige partners in de het steunsysteem rondom een hulpvrager; Er zijn meer mensen met een beperking regulier aan het werk; Er wordt meer gebruik gemaakt van collectieve voorzieningen; Er is een afname van het beroep op specifieke en individuele voorzieningen.

7

In de verdere uitwerkingen zal, om het meetbaar te maken, aandacht worden geschonken aan specifieke indicatoren en de wijze van registratie er van.

3.2 Raakvlak met andere visies Bij de inrichting van beleid en organisatie wordt de burger en het door die burger gevoelde probleem centraal gesteld en niet de organisaties, systemen of bestaande stelsels en regels. Klant in Beeld Rheden heeft de afgelopen jaren onder de noemer Klant in Beeld diverse projecten gestart om de dienstverlening aan de burgers te verbeteren. Er is een Rhedense dienstverleningsvisie aangenomen die centraal stelt dat de gemeentelijke dienstverlening moet passen bij wat de klant echt nodig heeft. Deze dienstverleningsvisie sluit aan bij onze sociale visie. Burger in Beeld Deze noemer bestaat nog niet maar is wel de kern van de wijze waarop de afdeling Openbaar Beheer haar werk in de gemeente Rheden gaat inrichten. De mensen van de buitendienst komen dagelijks in contact met burgers en ervaren hoe waardevol en belangrijk dit contact is om burgers te betrekken op het beheer van de openbare ruimte. De komende jaren wordt het buitenwerk georganiseerd op buurtniveau, dat wil zeggen met niet meer dan een paar straten per buurt. Dit blijkt het meest effectief te zijn als het gaat om het betrekken van inwoners bij wat er in hun buurt gebeurt. Het is een uitdaging om deze groene en grijze componenten te verbinden met de rode en oranje componenten van het Rheden Model.

Voor de sociale samenhang in een buurt is samenwerken aan het groen en grijs een prachtige manier om dat te bereiken.

4.

Slot

Bovenstaand vormt de Rhedense sociale visie en haar eerste uitwerking. Deze visie is leidend voor het hele sociale domein en laat zich niet beperken tot bijvoorbeeld de drie sociale decentralisaties, welke nu volop in de belangstelling staan. Dit werkdocument vormt de basis waarop ambtenaren en bestuurders vanuit de gemeente Rheden een bijdrage leveren aan lokaleen, in tweede instantie, regionale beleidsontwikkeling. De komende periode zullen wij met diverse partijen in gesprek gaan om mee te denken over de (her)inrichting van het sociale domein. Gezamenlijk bepalen we de uitgangspunten en formuleren we de veranderopgave. Gaandeweg zal feedback vanuit de verschillende partners, lokaal en in de regio, mogelijkheden bieden om onze visie op het sociale domein aan te scherpen. Dit zal zich in de loop van 2012, mogelijk ook in 2013, verder uitkristalliseren. Indien nodig zal dit leiden tot een evaluatie en herijking van de in deze notitie neergelegde visie. Lokaal zal de uitwerking van de visie plaatsvinden in verschillende beleidsnota’s die al op stapel staan of de komende jaren nog aan de orde komen, zoals het meerjarenbeleidsplan Wmo en het meerjarenbeleidsplan Wwnv. De Steeg, mei 2012.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=d6d7ebb2-95d6-4790-a832-de84c5d56f3d