Samenvatting Enquêtevragen Omgevingswet (21.17)
Tekst van het document
21.17 Bijlage Samenvatting uitkomsten enquête over raadswerkgroep Omgevingswet en werkvorm raadswerkgroep in het algemeen Voor de evaluatie van de raadswerkgroep Omgevingswet is een enquête uitgezet onder de groepen die te maken hebben met deze raadswerkgroep: raadsleden/raadsvolgers, college/betrokken beleidsmedewerkers en de leden van de werkgroep. Aan hen zijn vergelijkbare vragen gesteld. De vragen en reacties treffen jullie per groep in onderstaande overzichten aan. Op basis van de uitkomsten is samengevat het volgende geconcludeerd:
De respondenten uit alle groepen waren 100% op de hoogte van het bestaan van de raadswerkgroep Omgevingswet; Een kleine meerderheid van de respondenten uit de raad vindt dat de raadsgroep meerwaarde heeft gehad. Bij de respondenten uit de werkgroep was dit een ruime meerderheid. Een kleine meerderheid van de respondenten uit de groep college/medewerkers is echter van oordeel dat de werkgroep voor hen geen meerwaarde heeft gehad. Een ruime meerderheid van de respondenten uit raad is van mening dat door de vertegenwoordiger in de werkgroep meer informatie over de invoering van de Omgevingswet is verkregen. Alle respondenten uit de werkgroep vinden dat zij meer informatie hebben gekregen over de Omgevingswet door deelname aan de werkgroep. Van de respondenten uit de groep college/medewerkers geeft de meerderheid aan geen mening te hebben over de vraag of er via de werkgroep meer informatie aan de raad is verstrekt over de Omgevingswet. Een meerderheid van de respondenten uit de raad vindt dat hij/zij geen invloed op het proces heeft uit kunnen oefenen via zijn/haar vertegenwoordiger. De meerderheid van de werkgroepleden vindt dat hij/zij hierop wel invloed heeft kunnen uitoefenen en de fractie ook meer inzicht heeft kunnen geven in het proces.
Een kleine meerderheid van de respondenten uit de werkgroep geeft daarnaast aan ook verder invloed te hebben kunnen uitoefenen op het proces. De meerderheid uit groep college/medewerkers vindt dat zij door de werkgroep niet meer inzicht heeft gekregen in wat de raad nodig heeft voor de invoering van de Omgevingswet. De meerderheid van alle respondenten (raad, college/medewerkers, werkgroepleden) is van mening dat de instelling en/of de werkwijze van de werkgroep anders had gekund om tot een beter resultaat te leiden. Over de wijze waarop dit had gekund zijn opmerkingen gemaakt (zie onderstaand), maar deze zijn te divers om daaruit een conclusies te kunnen trekken. Over het werken met werkgroepen in het algemeen wordt divers gedacht. De respondenten uit de raad vinden in ruime meerderheid dat dit binnen bepaalde randvoorwaarden (zoals helderheid doel en mandaat) een goede werkvorm kan zijn. Ook bij de respondenten uit de werkgroep komt naar voren dat werken met raadswerkgroepen van meerwaarde kan zijn, met name voor informatievoorziening en vergroten van kennis en betrokkenheid. Bij de respondenten uit de groep college/medewerkers antwoordt 50% met ‘nee’ en 50% ‘ja’, waarbij het college opmerkt een voorkeur te hebben voor het instellen van een commissiestructuur voor het voeren van een inhoudelijke dialoog.
Er zijn meerdere uiteenlopende opmerkingen/suggesties door de respondenten op de enquête gedaan t.a.v. de raadswerkgroep Omgevingswet in het bijzonder en over raadswerkgroepen in het algemeen. Hiervoor wordt verwezen naar de bijlage.
Kanttekening: Gelet op de geringe respons kunnen de uitkomsten van de enquête voor de groep raadsleden/raadsvolgers niet als representatief beschouwd worden.
Bij de groep college/medewerkers is door het college als orgaan gereageerd.
Reacties raadsleden en raadsvolgers Aantal uitgezet: 40 Respons :11 (25%) Nr.
Vraag
Ja/Nee
Aantal
Opmerking/Reden
1
Wist u dat er een Raadswerkgroep Omgevingswet was?
Ja Nee
11 0
1) Ja, Deze is gekozen uit alle geledingen
2
Heeft de werkgroep voor u al dan niet via uw vertegenwoordiger in de werkgroep, meerwaarde gehad?
Ja Nee Geen ja/nee
6 2 3
1) Ja, denk het wel. Kan niet concreet benoemen waar het voordeel ligt, maar heb er wel vertrouwen in dat het iets bij heeft gedragen 2) Ja, Zie reden bij vraag 6. Ook is het op deze manier een constant agendapunt tijdens fractieoverleg, wat gezien de aard en diepgang van deze wetwijziging gewenst is 3) Ja, zeker op gebied van informeren 4) Geen ja/nee, antwoord: nauwelijks 5) Geen ja/nee, antwoord: weet ik niet
3
Hebt u door uw vertegenwoordiger in de werkgroep meer informatie over de invoering van de omgevingswet gekregen?
Ja Nee geen ja/nee
9 1 1
1) Ja, al kan je je afvragen of dat komt door de werkgroep of dat het komt door de kennis van de vertegenwoordiger 2) Ja, maar ook over het proces meer duidelijkheid 3) Geen ja/nee, antwoord: nauwelijks
4
Hebt u door de vertegenwoordiger invloed op het proces uit kunnen oefenen?
Ja Nee Geen ja/nee
3 6 2
1) Ja, door terugkoppelingen in de fractie werd ook om input van de fractie gevraagd 2) Nee, maar had ook niet het idee dat in de werkgroep veel procesmatig besloten werd 3) Nee, dat proces is toch afhankelijk van landelijke radertjes 4) Geen ja/nee, antwoord: niet duidelijk welke invloed dat dan geweest is
5) Geen ja/nee, antwoord: ik denk het wel, niet mijn portefeuille dus heb me er inhoudelijk niet mee bemoeid
5
Hadden de instelling en/of de werkwijze van de werkgroep anders gekund om tot een beter resultaat te leiden?
Ja Nee Geen ja/nee
4 3 4
1) Ja, als aan het begin duidelijk was wat wel/niet voor de werkgroep zou zijn geweest 2) Ja, in een fractieoverleg wordt wel een terugkoppeling gegeven, maar dat heeft in praktijk iets ‘vluchtigs’. Wat meer schriftelijke verslaglegging zou goed zijn. Dan kan ik het proces beter volgen en kan ik ook meer tactisch invloed uitoefenen. 3) Ja, meer afweging over de juiste normstelling, samenwerkingsproblemen binnen de gemeente tussen verschillende domeinen en hoe daar mee om te gaan 4) Ja, de werkgroep moet zich niet laten verleiden tot besluiten of het richting geven. Doelen en werkwijze moeten vooral voor iedereen duidelijk zijn. 5) Nee, meer discussie om iedereen erbij te betrekken: vooral op gebied van participatie staat natuurlijk veel te gebeuren.’ 6) Geen ja/nee, antwoord: ‘Dit vind ik lastig als niet portefeuillehouder en niet-werkgroeplid lastig in te schatten. Vandaar dat ik de vraag niet beantwoord met ‘ja’of ‘nee’. 7) Geen ja/nee, antwoord: ‘Misschien, op de huidige manier komt er weinig kennis bij de raad. Dat is erg jammer 8) Geen ja/nee, antwoord: ’Geen idee’
6
Acht u het in het algemeen een goede werkwijze om bij invoeringsprocessen / trajecten met een raadswerkgroep (zonder politieke kleuring) te werken
Ja Nee Geen ja/nee
9 1 1
1) Ja, behoud van de werkgroep voor afstemming proces, inhoudelijke voorbereiding & verdieping voor de raad en het monitoren van relevante ontwikkelingen voor / door raadsleden. Voortzetting van de werkgroep op deze manier is mijn inziens nuttig. De werkgroep niet langer voortzetten omdat er niet de gewenste politieke keuzes worden gemaakt door de werkgroep, of dat de raad een ander besluit neemt, is jammer voor de meerwaarde die de werkgroep kan hebben als voorbereidend orgaan op deze grote wetwijziging. 2) Ja, met duidelijke opdracht en mandaat en beperkte bestaansduur. Een werkgroep moet niet bedoeld zijn om dingen in de week te leggen/te sonderen. 3) Ja, zeker! 4) Ja, maar dan moet het doel van de werkgroep duidelijk zijn
5) Nee, het blijft altijd de vraag wat het mandaat is van de werkgroep … 6) Geen ja/nee, antwoord: ‘Kan wel maar dan moet er een goede borging zijn voor besluiten van de Raad. Ook is het raadzaam om zoveel mogelijk kennis naar alle raadsleden te laten doorgaan. Nu wordt het voor de andere raadsleden vaak een blackbox. Als het dan in de Raad komt ontploft het doordat de (overige) raadsleden er niet (voldoende) van weten. Dit alles nog los van dat wat burgers kunnen /moeten weten. Het openbare belang dus.’
7
Overige opmerkingen en/of suggesties
1) Doe minder met werkgroepen. Bestuur als raad meer op hoofdlijnen en zorg dat je besluitvorming open en transparant is. 2) Ik vind het een goede zaak dat een werkgroep als deze alleen ingezet worden rond het proces van de invoering. Het betreft landelijke wetgeving die voor iedereen te volgen is en waar de VNG ook bij betrokken is. Daar zouden dan de wat meer politiek getinte vertegenwoordigers mogen zijn. 3) Meer snelheid in proces 4) Bij deze werkgroep was het soms onduidelijk wat hun taak/rol was. Soms bestond tijdens de behandeling in de raad de indruk dat er al besluiten waren genomen of richting was gegeven. Dat is heel verwarrend en moet in de toekomst echt voorkomen worden.
Conclusie: Ad 1. Het bestaan van de raadswerkgroep is bij alle respondenten bekend. Ad 2. Een kleine meerderheid (55%) vindt dat de raadswerkgroep meerwaarde heeft gehad. Ad 3. Circa 82% vindt dat hij/zij meer informatie over de invoering van de Omgevingswet heeft gekregen Ad 4. Circa 55% is van mening dat hij/zij geen invloed op het proces uit kunnen oefenen via zijn/haar vertegenwoordiger Ad 5. Of de instelling en/of de werkwijze van de werkgroep anders had gekund om tot een beter resultaat te leiden. Over deze vraag wordt wisselend gedacht: 37% vindt dat het beter had gekund, 28% is van mening dat het niet beter had gekund en 37% heeft hierover geen mening. Ad 6. 82% van de respondenten vindt in het in het algemeen een goede werkwijze om bij invoeringsprocessen / trajecten te werken met een raadswerkgroep Ad 7. Uit de suggesties/opmerkingen is geen conclusie te trekken, omdat deze te divers van aard zijn. Kanttekening: Gelet op de geringe respons kunnen de uitkomsten van de enquête niet als representatief beschouwd worden voor de groep raadsleden/raadsvolgers
Reacties enquêtevragen voor collegeleden / ambtenaren afdeling RO Aantal uitgezet: 7 Respons : 4 (college 1 reactie als orgaan) (33%) Nr.
Vraag
Ja/Nee
Aantal
Opmerking/Reden
1
Wist u dat er een Raadswerkgroep Omgevingswet was?
Ja Nee
4 0
2
Heeft de werkgroep voor u meerwaarde gehad?
Ja Nee Geen ja /nee
2 1 1
1) Ja, zij het beperkt; om zonder last en ruggenspraak te kunnen spreken over de vormgeving van het proces, helpt bij het opstarten en zou tijdswinst op kunnen leveren. Echter, het instellen van de werkgroep kost ook capaciteit en tijd o.a. om duidelijkheid te scheppen over de rol en werkwijze vd werkgroep 2) Ja, het helpt om gevoel te krijgen hoe de gemeenteraad aankijkt tegen de implementatie van de omgevingswet. 3) Nee, wel terugkoppeling door Programma manager, maar geen concrete zaken uit de Raadswerkgroep waar de projecten op dat moment iets mee konden. Andersom was er vanuit de projecten ook geen input voor de raadwerkgroep.
3
Hebt u via de werkgroep meer informatie over de invoering van de omgevingswet aan de raad kunnen geven?
Ja Nee Geen ja /nee
1 1 2
1) nee, is ons niet bekend, misschien indirect via de Programmamanager 2) Beperkt, Sonderen + overbrengen van info via fractie leden die in werkgroep zitten is een verdienste. 3) Geen mening. Ik heb vanuit mijn rol geen direct contact gehad met de raadswerkgroep
4
Hebt u via de werkgroep inzicht gekregen in wat de raad nodig heeft voor de invoering van de Omgevingswet?
Ja Nee
1 3
1) Nee, teammanager en de programma manager hadden voldoende inzicht wat er nodig is om dit traject te bewandelen. 2) Nee, Niet direct agv mijn rol, maar ik denk dat het voor de programmamanager/het programma in algemene zin wel inzichtelijk is geworden
5
Hadden de instelling en/of de werkwijze van de werkgroep anders gekund om tot een beter resultaat te leiden?
Ja Nee Geen ja/nee
3 0 1
1) Ja, als op voorhand al duidelijke richtlijnen zijn over de rol en werkwijze
6
Acht u het in het algemeen een goede werkwijze om bij invoeringsprocessen / trajecten met een raadswerkgroep (zonder politieke kleuring) te werken
Ja Nee
2 2
1) Ja, het helpt om gevoel te krijgen hoe de gemeenteraad aankijkt tegen de implementatie van de omgevingswet. 2) Ja, hiermee kan de Raad vroegtijdig meegenomen worden in de Omgevingswet en wat er straks voor hen gaat/kan veranderen. Het kan bij de juiste inzet een goed middel zijn om de verbinding en de aansluiting wederzijds te versterken en zo te komen tot een gedragen voorstel en dito besluit. 3) Nee, uiteindelijk kostte bovenstaande discussie te veel tijd. Zelfde discussie kwam bij herhaling terug. Veel zaken vergen toch een politiek oordeel; die kan niet in werkgroep beslecht worden. 4) Nee, het College spreekt zich uit liever te werken met een commissie structuur en is van mening dat een commissiestructuur kan bijdragen aan het voeren van de gezamenlijke inhoudelijke dialoog
7
Overige opmerkingen en/of suggesties
vd werkgroep zou dat veel discussie (=tijd) hebben gescheeld. Als het proces van de invoering staat dan worden zaken al snel politiek van aard. Binnen de werkgroep was bij herhaling discussie over wat wel/niet tot scope vd werkgroep behoort. Discussie die vervolgens ook in de raad werd gevoerd. 2) Ja, er was lang onduidelijkheid over het ambitieniveau van de raad(swerkgroep) tan aanzien van het programma. 3) Ja, het College zou liever een commissie RO instellen 4) Geen ja of nee, lastig om te beoordelen omdat we geen goed inzicht hebben in de instelling en/of de werkwijze van de werkgroep en/of wat het exacte doel van de werkgroep was.
1) Ambtelijke reactie: voorstander van breder inzetten van de ambtelijke betrokkenheid dan alleen via de programmamanager. Het is daarbij handig om een vorm te kiezen waarbij alle deelprojecten aan bod kunnen komen.
Conclusie: Ad 1. Het bestaan van de raadswerkgroep is bij 100% van de respondenten bekend. Ad 2. Voor 50%van de respondenten heeft de raadswerkgroep meerwaarde gehad. Voor 25% heeft deze geen meerwaarde gehad en voor 25% is dit onduidelijk. Ad 3. Voor 50% van de respondenten had er geen mening over of zij via de werkgroep meer informatie over de invoering van de omgevingswet aan de raad hebben kunnen geven, omdat zij daaraan niet hebben deelgenomen.
Ad 4. Voor 75% van de respondenten geldt dat zij via de werkgroep geen inzicht hebben gekregen in wat de raad nodig heeft voor de invoering van de Omgevingswet Ad 5. Voor 75% van de respondenten geldt dat de instelling en/of de werkwijze van de werkgroep anders had gekund om tot een beter resultaat te leiden. Ad 6. 50% van de respondenten vindt in het in het algemeen een goede werkwijze om bij invoeringsprocessen / trajecten te werken met een raadswerkgroep en 50% vindt het geen goede werkwijze en daarbij wordt een voorkeur uitgesproken voor een commissiestructuur Ad 7. De suggestie/opmerking is indirect van invloed op het al dan niet inzetten van een raadswerkgroep Reactie leden van de werkgroep Omgevingswet Uitgezet: 8 Respons: 6 (75%) Nr.
Vraag
Ja/Nee
Aantal
Opmerking/Reden
1
Wist u dat er een Raadswerkgroep Omgevingswet was?
Ja Nee
6 0
1) Ja, goede informatievoorziening voor een langlopend, maar zeer relevant proces. Lage drempel voor stellen vragen. 2) Ja, het heeft mijn kennis vergroot, ik heb meer inzicht in de omvang en
de dilemma’s 3) Ja, we hebben meer begrip van en meer grip op het proces van
invoering kunnen hebben, ook al zitten we nog in de beginfase daarvan 4) Ja, goed om ons samen te verdiepen in de consequenties van de wet 5) Ja, in een wat kleinere groep een onderwerp bij de kop pakken levert zeker wat op. Zij het dat ik over deze werkgroep niet heel erg tevreden ben.
2
Hebt u meer informatie over de invoering van de omgevingswet gekregen?
Ja Nee
6 0
1) Ja, ik heb wel wat meer zicht op de complexiteit voor de organisatie,
en de enorme reikwijdte en risico’s 2) Ja, door de informatie in kleiner verband van de wethouder, de
programma-manager en de externe input. 3) Ja, Had nog meer/beter gekund door er meer tijd voor te nemen
3
Heeft u uw fractie meer inzicht in het proces kunnen geven?
Ja Nee Geen ja/nee
5 0 1
1) Ja, Fractie heeft veel bij mij laten liggen, maar waarde kwam vooral
sterk naar voren bij agendering van stukken. 2) Ja, Dat hoop ik wel
3) Ja, hoewel dat nog niet zo makkelijker is op inhoud, vanwege de
complexiteit van de nieuwe wet en de daaruit volgende vraagstukken mbt de implementatie. Het is makkelijker om het proces in de fractie uit te leggen: dus wat wordt wanneer waarom op de agenda gezet? 4) Geen ja/nee, antwoord: ’Deels, hield niet over, eigenlijk geen mening.’ 4
5
6
Hebt u via de werkgroep aan kunnen geven wat de raad nodig heeft voor de invoering van de Omgevingswet?
Ja Nee
5 1
1) Nee, het is een zeer complex dossier waar ik eigenlijk niet eens
Heeft u verder invloed op het proces uit kunnen oefenen?
Ja Nee Geen ja/nee
3 1 2
1) Ja, hoewel het een beetje uit de lucht kwam vallen dat het
Hadden de instelling en/of de werkwijze van de werkgroep anders gekund om tot een beter resultaat te leiden?
Ja Geen ja/nee
5 1
1) Ja, ik merkte dat het apolitieke karakter op zichzelf kan werken, maar
precies van weet wat we nodig hebben. Blijft nog een uitdagend en onzeker onderwerp. 2) Ja, voor zover dat te overzien is, denk ik dat we daar een rol in hebben gespeeld 3) Ja er was alle ruimte om aandacht te vragen voor specifieke onderdelen, zoals opleiding, participatie, etc. 4) Ja, zij het beperkt, dit had ook nog beter gekund
ambitiedocument, inmiddels procesdocument, na de zomer van 2020 van de agenda werd gehaald. 2) Nee, ik hoefde ook geen invloed op het proces uit te oefenen. Mijn doel was vooral geïnformeerd worden en meegenomen worden. 3) Geen ja of nee, dat weet ik niet 4) Geen ja of nee: ‘?, beperkt denk ik, een ambtelijke trein met een sturende wethouder is al lastig te beïnvloeden, maar ook de werkgroep zelf kwam onvoldoende los van de politiek om dit goed te kunnen oppakken.’
toch ook vaak beperkend werkt. Veel vragen vanuit organisatie en werkgroepleden schuurden toch tegen politiek aan. Vraag is of dat erg is. 2) Ja, de werkgroep had zich wel langer kunnen bezighouden met de opdracht, ipv relatief snel het voor gezien te houden (waar nu voorkeur voor lijkt te zijn). 3) Ja, het is niet goed gegaan, gezien de reacties. Maar ik begrijp niet goed waardoor. 1.Volgens mij had niet iedereen onze opdracht meer
scherp. 2.Misschien moet er meer regie gevoerd worden, of door het college, of beter nog door de voorzitter. 3.Misschien kunnen we vooraf een voorzitter en een plaatsvervanger aanwijzen die het proces sturen. Alleen een wisselende technisch voorzitter beviel mij niet zo. 4. Belangrijk hierin is steeds goed te bepalen wat in de werkgroep moet en wat in de voltallige raad. 4) Ja, Ik vind dat de wethouder te veel invloed had, ik zou de volgende keer een bestuurder alleen op nadrukkelijke afroep laten meedoen. 5) Ja, meer op proces te richten en meer in het voortraject. Nu was de werkgroep denk ik te laat geformeerd. Denk dat een dergelijke werkgroep alleen even hoeft en kan bestaan aan het echte begin van het proces van invoering van een nieuwe wettelijke regeling. 6) Geen ja of nee, het proces is mi raar verlopen, omdat, op het moment dat het, toen nog, ambitiedocument in de raad zou komen, enkele partijen dat niet wilden. Daar ging in sommige partijen denk ik echt iets mis tussen de leden van de raadswerkgroep en ‘de anderen’, en dat had beter gekund.
7
Acht u het in het algemeen een goede werkwijze om bij invoeringsprocessen / trajecten met een raadswerkgroep (zonder politieke kleuring) te werken
Ja Nee Geen ja/Nee
4 1 1
1) Ja, het werkt met name als de ontwikkelingen volatiel en complex zijn,
maar je als raad wel goed geïnformeerd wil blijven. Werkt minder als verdiepend orgaan, vanwege de beperking van politieke kleuring. 2) Ja, ik denk dat dit nuttig kan zijn om kennis en betrokkenheid van de raad te vergroten 3) Ja, de opdracht was m.i. ook prima geformuleerd en in de raad ingebed. Wel lijkt het in de praktijk soms lastig om het politieke buiten de deur te houden; en dan niet zo zeer in de besprekingen van de werkgroep want daar ging dat prima, maar vanuit het college leek de verwachting: ‘de werkgroep is akkoord met een stuk dus is ook de raad akkoord met het stuk’ te bestaan. En dat is gezien de opdracht niet geheel correct. 4) Ja. leren van de ervaringen met deze werkgroep. Ik ben benieuwd naar de antwoorden op vraag 6 5) Nee, politieke kleuring blijft moeizaam buiten de deur. 6) Geen ja of nee, Ik acht dit een goede werkwijze, maar het stelt wel eisen aan de leden van de werkgroep. Zij moeten er echt op persoonlijke titel inzitten, zonder politieke kleuring. Dat is nu helaas niet gelukt.
8
Overige opmerkingen en/of suggesties
1) De omgevingswet blijkt zo’n enorme verandering te zijn in de hele RO
en alles wat daar mee samen hangt, dat het mi nodig is om daar de hele raad bij te betrekken. Dit is te groot en heeft te veel aspecten voor alleen een raadswerkgroep. 2) Het gesprek in de werkgroep om al dan niet door te gaan had het beste pas na de evaluatie kunnen worden gevoerd. Een vaste voorzitter (die dan ook best periodiek als rol kan worden doorgegeven) ipv ad hoc, zou nog kunnen helpen om discussies/ gesprekken meer voor te bereiden. 3) Zie suggestie over rol bestuurder(afroep). Conclusie: Ad 1. Het bestaan van de raadswerkgroep is bij 100% van de respondenten bekend. Ad 2. Voor 100% van de respondenten geeft aan meer informatie te hebben gekregen door de raadswerkgroep. Ad 3. 84% van de respondenten heeft zijn/haar fractie meer inzicht in het proces kunnen geven. Ad 4. 84% van de respondenten is van mening dat hij/zij via de werkgroep aan heeft kunnen geven wat de raad nodig heeft voor de invoering van de Omgevingswet Ad 5. 50% van de respondenten geeft aan dat hij/zij verder invloed op het proces heeft uit kunnen oefenen. Ad 6. Voor 75% van de respondenten geldt dat de instelling en/of de werkwijze van de werkgroep anders had gekund om tot een beter resultaat te leiden. Ad 7. 67% van de respondenten vindt in het in het algemeen een goede werkwijze om bij invoeringsprocessen / trajecten te werken met een raadswerkgroep (zonder politieke kleuring) Ad 8.
De suggesties/opmerkingen zijn te divers om hier een conclusie aan te verbinden