S22/311 Antwoord vragen Voorbereidende vergadering 6-12-2022 Stijging rioolheffing WTPO.pdf
Tekst van het document
Antwoord op gestelde vraag van diverse fracties tijdens de Voorbereidende vergadering van 6 december 2022 over Stijging rioolheffing WTPO Datum vraag: 6 december 2022 Naam vraagsteller: diversen Nummer: S22/311 Datum antwoord: 12 december 2022 Stijging rioolheffing WTPO Vraag: In het raadsvoorstel staan percentage weergegeven. Graag zien we hierbij de bedragen. Antwoord: In onderstaande tabel ziet u de prognose voor de komende jaren van de rioolheffing. Hierbij is uitgegaan van een gemiddeld huishouden. Variant 1 Variant 2 Variant 3
2023 € 197,39* € 197,39 € 197,39
2024 € 207,26 € 203,32 € 199,37
2025 € 217,63 € 209,42 € 201,37
2026 € 230,67 € 214,37 € 205,40
2027 € 249,84 € 229,02 € 209,51
(* Dit bedrag bestaat uit het eigenarendeel €70,89 en het gebruikersdeel tot 300 m3 €126,50)
Bovenstaande is een prognose aangezien de rioolheffing 100% kostendekkend is wordt er gekeken naar de daadwerkelijke uitgaven. Er zijn een aantal factoren die dat bepalen: •
•
Planning: In de prognose gaan we uit van een bepaalde planning voor de projecten. Deze planning kan gaan afwijken door meerdere oorzaken zoals beperkte capaciteit, levertijden materialen en stikstof. Wanneer projecten later worden uitgevoerd stijgt de heffing minder. Rente: In deze prognose is uitgegaan van een bepaald rentepercentage. De rente is momenteel onstabiel en daardoor lastig te voorspellen. Een stijging van de rente betekend dat de heffing harder stijgt en andersom als de rente zakt stijgt de heffing minder.
In variant 1 en 2 gaan we investeren in de wateroverlast locaties en waar mogelijk afkoppelen. Dit heeft tot gevolg dat er minder m3 naar de waterzuivering getransporteerd wordt. De financiële voordelen zie je daarvan niet terug bij de gemeente maar bij het waterschap. Onze inwoners zien dit terug in de waterschapsbelasting. Dit zal geen verlaging betekenen maar een minder snelle stijging. In het WTPO is in het programma een alinea opgenomen betreffende ‘samen handhaven op lozingen op de riolering’ (blz. 13). Vraag: wat zijn de extra kosten van ODRA door intensivering van controle op lozingen? Wanneer de omgevingswet in werking treedt komen de lozingen van bedrijven die voorheen onder het waterschap vielen, de zogenaamde ‘indirecte lozingen’, van het waterschap naar de gemeente. In het WTPO wordt in het programma (blz 13) een viertal activiteiten omschreven om de controle van de lozingen door de ODRA in goede banen te leiden; • uitwerken rolverdeling tussen waterschap, gemeente en omgevingsdienstdoen bij de vergunningverlening, het toezicht, handhaving en de aanpak van calamiteiten; • maken van samenwerkingsafspraken; • verwerken van taken in de opdracht aan de omgevingsdienst; • zonodig herzien van lozingsregels met het oog op het functioneren van riolering en zuivering.
De genoemde activiteiten dienen in de komende maanden, voor de inwerkingtreding van de omgevingswet, te worden uitgevoerd. Uit het proces moet blijken welke kosten hiermee gemoeid zijn. In de betreffende alinea wordt niet gesproken over een intensivering van controle op (huidige) lozingen. In algemene zin kan gesteld worden dat wanneer aanvullende werkzaamheden bovenop de huidige afspraken komen, er aanvullende kosten mee samenhangen.