S22 266 Deel 2 antwoord Technische vragen programmabegroting 2023 Raad deel 2.docx
Tekst van het document
Antwoord
We werken vanuit integraliteit en ook natuurinclusiviteit/biodiversiteit is een thema dat aandacht heeft in de bebouwde omgeving. Op pagina 33 1e alinea ziet u onder meer de integraliteit terug.
Dit is inderdaad concreet. We stellen echter ook dat alle doelen op het onderdeel Rheden CO2 neutraal onder voorbehoud van het burgerakkoord worden aangenomen.
Dat kan in principe wel, maar wij gaan uit van integraliteit en nemen meer thema's en onderwerpen mee bij nieuwbouwontwikkelingen dan hier genoemd staan. Die betreffende thema's staan wel elders in de begroting genoemd. We willen voorkomen dat we overal alle thema's benoemen en herhalen die samenhangen met een onderwerp en gaan uit van de integraliteitsgedachte. Het aantal bedrijven in de gemeente Rheden bedraagt 3900. Dit zijn dus geen startups. Het aantal startups in 2021 t.o.v. 2020 is gestegen met 3,6%.
Ik buurt mee! biedt zeker voldoende ruimte aan initiatiefnemers op dit thema. We denken als gemeente graag mee met initiatiefnemers om hun ideeën en wensen te realiseren. De afgelopen 2,5 jaar zijn er meer dan 100 initiatieven binnen ‘groen en grijs’ en ‘spelen’ succesvol uitgevoerd. Ik buurt mee! gaat uitdrukkelijk uit van de wens van de samenleving, daar willen we op voorhand niet op sturen.
De beantwoording op deze vraag volgt nog.
27 / 51
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
20. P99 Par E
Vraag nodig om deze resultaten te behalen.” Is dit het moment om hier een besluit over nemen? Komt het college met een voorstel, of vraagt dit een amendement? “Het bedrag voor inhuur bestaat voor het grootste deel, namelijk € 750.000, uit budget voor de implementatie omgevingswet.” De aanpak van de omgevingswet is gedegen en ambitieus, waarvoor waardering, maar is ook een soberder aanpak mogelijk?
Antwoord
Het is zozeer ambitieus, maar een reëel bedrag dat noodzakelijk is om de omgevingswet te implementeren. We willen dit op een manier doen waarbij we noodzakelijke werkzaamheden niet voor ons uitschuiven en waarbij we tegenstrijdigheden in het beleid waar mogelijk oplossen. Inhuur is nodig omdat kennis en capaciteit onvoldoende aanwezig is in onze organisatie.
28 / 51
Fractie: VPR Datum van indienen vragen: 14 oktober 2022
Nr. 1.
2.
3.
Verwijzing naar pagina/programma p11 Tabel: punt 2a Jeugdzorg reëel begroten p12 punt 2a Jeugdzorg reëel begroten Algemeen
Vraag
Antwoord
Er wordt 800K extra begroot voor jeugdzorg on der noemer reëel begroten. Vragen: 1. Is/zijn er specifieke groepen jeugd waarvoor deze toename van de kosten worden verwacht? Zo ja welke groepen zijn dit? 2. Welke hulpvragen verwacht u van deze specifieke groep(en)?
Er is geen sprake van toename in uitgaven aan jeugdhulp. Maar op deze manier maken we de begroting structureel passend aan de uitgaven die gedaan worden op basis van de cijfers 2021 en 2022 (reëel begroten).
De kadernota 2023 meldt op p6: Met de komst van het AZC en de Oekraïense vluchtelingen verwachten we extra kosten voor Wmo en Jeugdzorg. Het is nog onduidelijk welke gedeelten daarvan wel of niet worden vergoed. Daarnaast verwachten we als gevolg van deze ontwikkeling extra kosten voor peuteropvang, voorschoolse educatie en onderwijs. Het Rijk/COA geeft aan deze kosten voor gemeenten te vergoeden tot een bepaalde norm. We gaan er voorlopig vanuit dat eventuele extra kosten uit de OAB-rijksmiddelen en het gemeentelijk OABbudget voor peuteropvang kunnen worden gedekt. Vraag: 1. In de programmabegroting is hier slechts summier iets over terug te vinden. Wat is daarvoor de reden? Waarom wordt er in de PGB verder niets over deze verwachtingen gemeld?
Het uitgangspunt is COA de kosten vergoed. Hierover is tijdens de voorbereidende vergadering op 18 oktober een toelichting gegeven.
P30 Programmastaat 1 Samenleving – 5.2 Inkomensregelingen
De programmastaat geeft geen duidelijkheid over de financiële ondersteuning van statushouders. Er is daardoor ook geen zicht op mogelijke financiële risico´s voor 2023. Onderstaande vragen gaan over statushouders buiten het AZC. Vragen: 1. Hoeveel statushouders (huishoudens) telt de gemeente 2. Hoeveel statushouders ontvangen een uitkering van de gemeente? 3. In hoeveel gevallen worden er aan statushouders meerdere uitkeringen per huishouden verstrekt. 4. Welke soort uitkeringen betreft dit?
Onder statushouders verstaan we hieronder mensen die inburgeringsplichtig zijn. Hierin maken we onderscheid tussen statushouders die vallen onder de oude wet en onder de nieuwe wet (verblijfsvergunning na 1 januari 2022). Mensen die onder de oude wet vallen hebben we in beeld in het geval ze een bijstandsuitkering van ons ontvangen. Mensen die onder de nieuwe wet vallen, hebben we hoe dan ook in beeld. Hieronder de actuele cijfers: 3. Oude wet: 84 mensen Nieuwe wet: 26 mensen 29 / 51
4.
Van de genoemde ‘oude wetters’ ontvangt 100% een bijstandsuitkering, zoals hierboven toegelicht. Van de ‘nieuwe wetters’ ontvangt momenteel 46% een bijstandsuitkering. 5. Ieder huishouden ontvangt 1 (gezamenlijke) bijstandsuitkering. In een aantal gevallen ontvangt een inwonend meerderjarig kind er een zelfstandige bijstandsuitkering erbij. Zie vraag 3.
4.
P30 – Programmastaat Samenleving – 6.6, 6.71 en 6.72
Betreft Kosten voor asielzoekers in het AZC en Oekraïense vluchtelingen voor Wmo en Jeugdzorg. Vragen: 1. Welk bedrag is begroot voor Jeugdzorg van de migranten in het AZC? 2. Idem voor Oekraïense vluchtelingen? 3. Zijn de kosten voor jeugdzorg voor de migranten in het AZC in de begroting voor Jeugdzorg opgenomen of komen die uit een andere bron? 4. Idem voor Oekraïense vluchtelingen? 5. Als u voor de kosten van deze groepen geen aparte begroting heeft gemaakt wat zijn dan de schattingen voor deze kosten.
Binnen de begroting voor jeugdhulp is geen apart bedrag benoemd voor jeugdzorg voor kinderen in het AZC en kinderen uit Oekraïne. In de voorbereidende raadsvergadering van 18 oktober is toegelicht dat de kosten voor asielzoekers en Oekraïense vluchtelingen vergoed worden door het COA.
5.
P77 - Risicoinventarisatie PB 2023
Betreft het risico “Mogelijke kosten opvang statushouders/vluchtelingen” Er is geen financieel gevolg aan dit risico gekoppeld. Toch onderkent u dit als risico. Vraag: 1. Wilt u aub alsnog de kans en het financiële gevolg van dit risico aangeven?
Afgesproken is dat tijdens de winterrapportage een financieel overzicht wordt bijgevoegd omtrent vluchtelingen.
6.
P37 Omgevingswet , p77 – risicoinventarisatie
7.
P37/38 Omgevingswet
U begroot de invoering van de omgevingswet in 2023 op 1 miljoen euro. Een van de uitgangspunten voor omgevingswet is dat de invoering kostenneutraal is. Toch ziet u een financiële risico van 250K. Vraag: Verwacht u dat de kosten voor de invoering van de omgevingswet toch geheel of gedeeltelijk ten laste van de gemeente komen? Zo ja waarom denkt u dat? Voor de omgevingswet worden ook in de jaren 2024 t/m 2026 één miljoen euro per jaar begroot terwijl deze wet per 1 januari 2023 ingaat. Dan zou je denken dat per 2024 de omgevingswet geïmplementeerd zou moeten zijn, in de ICT-systemen, in de processen en in de organisatie. U geeft aan dat na
Dit valt nu niet met zekerheid te zeggen. Tegelijkertijd leren de ervaringen bij de decentralisatie in het Sociale Domein ons om terughoudend om te gaan met het bij voorbaat inboeken van tegemoetkomingen van Rijkswege. Wat op dit moment wel zeker is, is dat de tegemoetkoming vanuit het Rijk voor zowel de incidentele als de structurele, nog onderwerp van taaie gesprekken is met het Rijk. Na 2023 hebben we nog steeds een omvangrijk werkpakket te voltooien, zoals bijvoorbeeld het maken van het permanent Omgevingsplan, de Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma’s. Het motto “eenvoudig beter” van de Omgevingswet ziet vooral op het 30 / 51
8. 9.
P39 Volkshuisvesting P39 Volkshuisvesting
10.
P18 - Samenleving – Thema bestaanszekerheid
11.
P37 – 3e bullet
12.
P37 – 3e bullet
invoering besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving sneller en beter gaan en het omgevingsrecht is op gemeentelijk niveau inzichtelijk, voorspelbaar en gemakkelijk. Dan zou je toch denken dat de kosten voor de omgevingswet in de loop van de komende jaren sterk gaan dalen en dat de omgevingswet juist kostenverlagend op de uitvoeringsorganisatie werkt. Vragen: 1. Waarom daalt voor de jaren ná 2023 de investering voor de invoering van de omgevingswet niet? Wanneer is de omgevingswet volledig in al haar facetten geïmplementeerd (planning)? Vraag: Hoeveel woningen zijn er in 2023 gepland? Vraag: 1, Hoeveel woningen dienen er in 2023 aan statushouders te worden toegewezen? Vraag: 1. Welke steunmaatregelen neemt de gemeente om energiearmoede zoveel mogelijk te lenigen. Welke voornemens heeft de gemeente op gebied van het bestrijden van de energie- en inflatiearmoede? Vraag: Hoe wilt u bereiken dat er in 2025 minimaal 5 windmolens met een tiphoogte van 20 tot 50 meter in Rheden opgesteld. Momenteel is een aanvraag voor een windmolen in Rheden met een tiphoogte van 25 meter in behandeling bij de Provincie. Het is de verwachting dat na goedkeuring van deze aanvraag meerdere aanvragen voor windmolens zullen volgen Vraag: 1. Is de gemeente hier op enigerlei wijze financieel, beleidsmatig, adviserende en/of anderszins ondersteunend bij betrokken? 2.
Zo ja, wilt u de aard hiervan aangeven? 3. Waar is/zijn deze molnes gepland? 4. Wie is de indiener van de aanvraag bij de provincie?
gebruiksgemak voor de burger. De gemeente krijgt er taken bij en bijvoorbeeld de coördinatielast voor een aanvraag met meerdere bevoegde gezagen. Dit is makkelijker voor de burger, maar betekent meer werk voor ons. Volledige implementatie van de Omgevingswet wordt niet eerder voorzien dan 2029.
De inschatting is dat er in 2023 ca. 50 woningen bij komen. Dat is nu nog niet bekend. In 2022 moeten we 59 statushouders huisvesten plus een achterstand van 17 statushouders uit 2021. Dit jaar hebben we nog 9 vestigingen te verrichten voor de formele taakstelling. De rest van de taakstelling is aan voldaan. Er zijn al een aantal energiecoaches bezig om onze inwoners te adviseren met energiemaatregelen. Hiernaast zijn wij een mogelijkheid van inzet van een witgoedregeling aan het onderzoeken. U wordt op de raadsoriëntatieavond in november geïnformeerd over armoede, schulden en maatregelen. Wij willen het graag makkelijker maken voor (boeren)bedrijven die met behulp van zon en wind hun bedrijf CO2 neutraal willen maken. Er loopt momenteel een pilot met het aanvragen van een vergunning voor zo'n windmolen in de Beimerwaard. De gemeente heeft bij de aanvraag geadviseerd en de (hoge) kosten voor de leges middels een waarderingssubsidie aan de initiatiefnemer gedekt. De gevraagde tegenprestatie is geformuleerd in termen van de landschappelijke inpassing van de windmolen De molen is gepland in de Beimerwaard en de aanvrager is een van de daar gevestigde boerenbedrijven. Op dit moment zijn we nog in afwachting van het ecologische onderzoek dat uitsluitsel moet geven over de veiligheid van zo'n molen voor alles wat vliegt.
31 / 51
13.
P52 – Onderhoud openbare ruimte
Wegen worden onderhouden op minimaal CROW-niveau C. Kwaliteitsniveaus CROW A+ Zeer goed A Goed
Prachtig Goed
(zo goed als) nieuw Technisch goed in orde
B C
Voldoende Voldoende Heel en veilig Matig/Onvol- Sober/schraal Discomfort, veiligheid doende komt in het geding
D
Slecht
Verloedering
Kapitaals-vernietiging, functie verlies, aansprakelijkheidstelling
Het % voor de gehele verharding is niet inzichtelijk voor het hele areaal, vanwege de vele wegvakonderdelen, dit zijn er circa 13.000 stuks. Wel inzichtelijk is het gemiddelde van het totale areaal en per soort verharding, zie onderstaande tabellen.
1 x per 2 jaar worden de wegen visueel geïnspecteerd volgens de CROW systematiek. In 2020 is de Beheernota Openbare Ruimte” in de Raad vastgesteld en daarmee zijn ook de CROW beeldkwaliteitsniveau vastgesteld. Er is voor wegen gekozen voor CROW-niveau C (laag) op basis van kosten waarbij we accepteren dat er kleine oneensheden in de bestrating aanwezig zijn en we meer risico lopen als bij kwaliteitsniveau B (basis)
Vragen: 1. Hoeveel procent van het wegdek is op CROW-niveau C? 2. Hoe wordt de kwaliteit van de wegen gemonitord? 3. Waarom wordt CROW-niveau C niet gezien als een risico?
32 / 51
14.
P71 - OZB
Vraag
Peildatum 1-1-2022.
15.
P71/P72 – Afvalstoffenheffing
Welke peildatum WOZ-waarde wordt gehanteerd bij het opleggen van de aanslag 2023 voor OZB Tabel p71 geeft een opbrengst aan van € 4.939.000,00 Tabel p72 geeft een opbrengst aan van € 4.988.076,00 Vraag: 1. Wilt u dit verschil aub verklaren?
De € 49.000 verschil is als het volgt te verklaren. In de tabel op pagina 70 zijn de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten apart weergegeven: €4.939.283 voor afvalstoffenheffing en €48.793 voor reinigingsrechten. Dit bij elkaar opgeteld geeft €4.988.076.
16.
P72 – Afvalstoffenheffing Vraag: 1. Wilt u aub het verschil tussen de stijging van de afvalheffing (5,45%) en de opbrengst heffingen (een plus van bijna 11%) uitleggen?
17.
P93 – Rentemethodiek P134 Uiteenzetting financiële positie op p134)
U stelt het voorgecalculeerde renteomslagpercentage op 0,59% Berekening: Rente omslag (= toe te rekenen rente/waarde vaste activa per 1-1 -De toe te rekenen rente = 765 (tabel berekening omslagrente) -De waarde van de vast activa = 132.124 (pr 31-12-22 tabel Uiteenzetting financiële positie op p134) Renteomslag = 765/132.124 = 0,579 Vraag: 1. Klopt dit? 2. Zo ja dan is dit weliswaar een klein verschil in de door u gepresenteerde maar kunt u dit verschil verklaren?
De afvalstoffenheffing voor 2022 is inmiddels opgelegd en hierdoor zijn er meer recente eenheden voor de aanslagoplegging bekend. Voor de opbrengst van de afvalstoffenheffing 2022 is hierdoor een nieuwe berekening gemaakt. Deze komt voor 2022 nu uit op een bedrag van € 4.684.133. Over dit bedrag wordt de stijging van 5,45% berekend. (De bedragen jaar 2022 in tabel op pag. 72 betreffen die van de primaire begroting 2022). rek2022
begr 2023
verhoging
%
Reinig.recht
€ 42.218
€ 48.793
€ 6.575
15,57
Afvalst.hef.
€ 4.684.133
€ 4.939.283
€ 255.150
5,45
€ 4.726.351
€ 4.988.076
€ 261.725
Dit klopt. Het verschil wordt veroorzaakt door tussentijdse afrondingsverschillen.
33 / 51
18.
P89 – Langlopende leningen
In 2023 wordt voor een totaal van € 20M geherfinancierd. Vraag: 1. Met welk rentetarief en looptijd wordt hierbij rekening gehouden?
Hier is rekening gehouden met een rentetarief van 1,50% tegen een looptijd van 5 jaar.
19.
P95 – Ziekteverzuim
Om een redelijke inschatting te kunnen maken van het ziekteverzuim in 2023 Vraag: 1. Hoe hoog is het percentage ziekteverzuim in 2022 op dit moment? Hoe is het verloop van het ziekteverzuim in de afgelopen 2 jaren?
Het verzuimpercentage in het 1e halfjaar 2022 is 7,5%. In 2020 was dit 4,7% en in 2021 6,4%.
20.
P110/111 – Groene Metropool Regio
21.
P121 – Ontwikkeling reserve risicobuffer grondexploitatie
22.
P129
23.
P131 – Omgevingswet
“Naast een financiële bijdrage in de vaste lasten van de regio-organisatie, in 2023 € 112K, is per opgave een bedrag per inwoner verschuldigd. De aan de opgaves gerelateerde bijdrage bedraagt in 2023 in totaal € 222K. De Groene Metropoolregio werkt voor haar economische ambities nauw samen met The Economic Board. De deelnemende gemeenten dragen jaarlijks €1 per inwoner bij. Voor de gemeente Rheden bedraagt de bijdrage aan TEB € 43K.” Deze bedragen zijn niet terug te vinden in de tabel op p111. Vragen: Waar zijn deze bedragen terug te vinden? Graag precies aangeven. “Ten behoeve van de implementatie van de Omgevingswet wordt in totaal € 1.067.000,- onttrokken aan de reserve risicobuffer grondexploitaties. Daarvan is in 2021 inmiddels € 688.415,- geboekt. In de komende jaren wordt daarmee nog € 378.585,- aan de reserve onttrokken.” Vraag: 1. Een van de uitgangspunten voor de omgevingswet is dat de invoering kostenneutraal is. Waarom worden deze bedragen dan aan deze reserve onttrokken?
Vraag: Wat is VpB “Bron: KN23, PB23 € 500k (2023-2025).
We investeren op het terugdringen van ziekteverzuim door aandacht te geven aan vitaliteit, goede begeleiding en zorg. We hebben nog steeds te maken met uitval door corona en helaas hebben we een aantal niet beïnvloedbare, langdurige ziektegevallen. De beantwoording op deze vraag volgt nog.
Zie beantwoording vraag 9 D66 en vraag 23 VPR.
Vennootschapsbelasting Deze onttrekking is conform besluitvorming raad (zie ook antwoord bij vraag 9 D66). Zoals gemeld bij de 1e begrotingswijziging 2022 34 / 51
24.
Omgevingswet
Wat: Middelen voor de implementatie van de Omgevingswet. Het betreft het extra eenmalige budget boven op het structureel extra beschikbaar gestelde geld (per saldo € 500k). Aard: Eenmalig. Duur: Tot en met kalenderjaar 2025.” Vraag: Een van de uitgangspunten voor de omgevingswet is dat de invoering kostenneutraal is. Waarom worden deze bedragen dan aan deze reserve onttrokken? Vraag: Wilt u aub een volledig en integraal overzicht geven van alle kosten (en evt baten) en de herkomst/bron van de middelen voor de implementatie en uitvoering van de Omgevingswet.
(raad 22-2-2022) is Eén van de uitgangspunten bij de invoering van de omgevingswet dat deze uiteindelijk budgetneutraal moet worden ingevoerd. In dat kader willen we onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om de implementatiekosten terug te verdienen door deze om te slaan over de leges voor de komende 10 jaar. Zodra we dit verder in beeld hebben gebracht zullen we hierover bij uw raad terugkomen.
Fractie: Groenlinks Datum van indienen vragen: 14 oktober 2022
35 / 51
Nr. 1.
Verwijzing naar pagina/programma 15
2.
21
3.
21
4.
25
5.
25
6.
32
7.
33
Vraag
Antwoord
Er wordt gesteld dat de taakstelling organisatie en frictiekosten is op genomen zonder onderbouwing. Zijn er naast deze taakstelling nog meer taakstellingen die structureel niet gehaald worden? Als resultaat wordt benoemd dat 100% van het beschikbare cursusaanbod wordt benut. Waarom is voor deze doelstelling gekozen? Ligt het niet meer voor de hand om een minimumaantal cursisten te benoemen? Wat zien wij in ons beleid als jeugdigen?
Nagenoeg alle overige taakstellingen zijn ingevuld en/of afgeboekt.
“Het aantal doorverwijzingen naar maatwerkvoorzieningen jeugdhulp door huisartsen is in 2023 met 10% verminderd t.o.v. 2021” op welke manier gaat het college dit bereiken? Door cultuurparticipatie ontmoeten inwoners elkaar en ontwikkelen zij talenten Welke budgetten zijn hiervoor gereserveerd? Klopt het dat het co2 neutraal worden in 2040 niet als specifiek doel genoemd wordt? Waarom is dat zo?
Ten eerste door de inzet van de Ondersteuner jeugd en gezin vanaf 2021. En ten tweede door versterking van de sociale basis (onder meer via Incluzio).
Omgevingswet invoering wordt mogelijk weer vertraagd, heeft dat financiële effecten tot gevolg?
We streven naar een cursusaanbod met 75 cursisten.
In de basis gaat het om jeugdigen van 0 tot 18 jaar. Maar ook personen ouder dan 17 jaar scharen we hier onder, indien dat vanuit wetgeving hoort. Bijvoorbeeld (verlengde) jeugdhulp kan doorlopen tot 21 jaar en jeugdreclassering kan doorlopen tot 23 jaar.
Er is ca. € 600.000 gereserveerd voor cultuurparticipatie die wordt ingezet voor o.a. Cultuurbedrijf RiQQ, Podiumvoorziening, muziekfestival ZOOM.
Rheden CO2 neutraal is het algemene doel uit het kader voor het Rhedense klimaatbeleid. In de begroting hebben we ons gericht op de specifieke doelen die we moeten behalen om aan dat algemene doel te voldoen. Uitstel van de Omgevingswet heeft geen grote financiële gevolgen.
36 / 51
Nr.
Vraag
Antwoord
8.
Verwijzing naar pagina/programma 33
Is er geld gereserveerd om de uitkomsten van het Burgerberaad te financieren? Hoe gaan we in deze begroting om met de onzekerheid van de uitkomsten daarvan?
De uitkomsten van het burgerberaad worden gefinancierd vanuit de middelen die in de begroting staan opgenomen voor de versnelling van de klimaatopgave. Deze middelen worden ons door het rijk ter beschikking gesteld. De raad krijgt in 2023 de verschillende scenario's voor de uitvoering, inclusief de benodigde budgetten, ter besluitvorming voorgelegd.
9.
35
Er wordt gesproken over "financiële ontzorging en handelingsperspectief" bij aardgasvrij worden. De gemeente deed altijd mooie initiatieven met gezamenlijk aanbesteden. Hiermee werden bewoners praktisch ontzorgt. Vallen dit soort ontzorgingen hier ook onder?
Ja, deze vallen hier ook onder. Zie ook het antwoord op vraag 5.
10.
35
Door de Raad is een afvalscheidingspercentage van 75% als ambitie neergelegd. De hieraan gerelateerde hoeveelheid restafval is 100 kg per inwoner per jaar. Het (verminderen van het) gebruik van grondstoffen ligt buiten de invloedsfeer van de gemeente. Er is daarom hiervoor geen doelstelling opgenomen.
11.
36
Heeft de gemeente naast doelstellingen op scheidingspercentages ook doelstellingen op het verminderen van het gebruik van grondstoffen of het verminderen van afval? Zo nee, waarom niet? Wat is "Een volwaardig klimaatplatform"?
12.
40
"In 2030 moeten alle woningen gemiddeld label B hebben": hebben we hier zicht op? Niet iedereen vraagt een nieuw label aan na verduurzaming, omdat dit inmiddels aardig wat geld kost.
Voor een overzicht van de duurzaamheidslabels in Rheden maken we gebruik van de regionale woningmarktmonitor. Zij gaan uit van de labels zoals die geregistreerd staan. Als mensen geen nieuw label aanvragen na verduurzaming hebben we hier geen zicht op.
Met volwaardig bedoelen we in deze context een platform dat zichtbaar is, vindbaar, en toegankelijk voor iedereen, waarop mensen informatie kunnen vinden en ook delen en elkaar kunnen inspireren tot het ondernemen van actie om met elkaar de klimaatopgave aan te gaan. De gemeente fungeert als partner in de opgave en faciliteert/onderhoudt het platform en is eindverantwoordelijk voor de toegankelijkheid en de gepubliceerde inhoud.
37 / 51
Nr.
Vraag
Antwoord
13.
Verwijzing naar pagina/programma 40
Resultaat: "Integrale wijkvisie Stenfert Dieren", hier staan beleidsdocumenten. Wat wordt het resultaat dat we in die wijk gaan behalen?
We werken samen met inwoners uit de wijk en partners die werkzaam zijn in de wijk aan een Leidraad Integrale Wijkaanpak Dieren Stenfert, een integrale wijkvisie en een wijk(uitvoerings)agenda. Deze documenten worden in het eerste kwartaal van 2023 opgeleverd. Daarin staat de ambitie voor de diverse thema’s op de korte, middellange en lange termijn beschreven. Dit om de leefbaarheid in de wijk Stenfert te vergroten op het gebied van: Een goede toekomst voor de kinderen, Iedereen doet mee en fijn en veilig wonen.
14.
41
Doelstellingen op basis van de nieuwe economische visie zijn niet meegenomen in de programmabegroting 2023. De herinrichting van de Hoofdstraat betreft een ambitie die al langer bestaat.
15.
59
“ In 2023 ligt er een gedragen herinrichtingsplan voor een aantrekkelijker winkelgebied Velp (Hoofdstraat) dat zorgt voor aantrekkelijk gebied”. Maar de economische visie gaat ook over aantrekkelijk maken van der andere kernen in hoeverre is de uitvoering economische visie echt al verwerkt in deze begroting? Waarom is het budget in de loop van de jaren van 447.000 euro gekort naar 45.000 euro? Met name nu moet er veel meer aandacht zijn voor de energieproblemen waar eigenaren van monumentale panden voor worden geplaatst?
Er is geen sprake van een vermindering van de inzet op de verduurzaming van monumenten, integendeel: vanuit het Monumentenfonds wordt tot en met 2023 juist 350.000 extra geïnvesteerd voor het verduurzamingsproject Maatwerk voor Monumenten. Daar komt nog eens 120.000 provinciaal geld bij voor dat project. Het overzicht van de baten en lasten is wat vertekend omdat enerzijds veel geld is binnengehaald voor externe projecten voor erfgoed terwijl anderzijds door fouten bij het opmaken van de jaarrekening 2019 een deel van de (o.a. externe) gelden is weggeschreven bij het resultaat op de jaarrekening, zie ook het antwoord op de toelichting op taakveld 5.5 naar aanleiding van het technische vragenuur.
Fractie: CDA Datum van indienen vragen: 17 oktober 2022
Nr. 1.
Verwijzing naar pagina/programma 9
Vraag
Antwoord
Gaat om citaat: Versnelling van de energie- en warmte transitie.Gemeenten hebben een
In de voorliggende begroting bouwen wij deze zekerheid al in.Wij vragen uw raad om in te stemmen met een budget voor het realiseren van deze transitie. Op deze manier kunnen wij, vooruitlopend op de 38 / 51
Nr.
2.
Verwijzing naar pagina/programma
9
3.
12 en 13
4.
12
Vraag
Antwoord
belangrijke rol om de afspraken in het coalitieakkoord na tekomen. De verwachting is dat het Rijk ons hiervoor volledig compenseert.
beschikking die het rijk zal afgeven, in 2023 voortvarend aan de slag met onder meer de aanbevelingen uit het burgerakkoord.
Vraag: De verwachting wordt gewekt dat de overheid bijspringt. Dat is een afwachtende houding. Is er een mogelijkheid om zekerheid in te bouwen dat er dekking gezocht wordt naar deze transitie? Bij paragraaf Financieel perspectief staat vermeld dat “{ Het sturen op risico’s nog verdere invulling krijgt. Onze vraag luidt waarom dit niet nu al ion de begroting kan worden meegenomen? Op welke wijze en wanneer krijgt de Raad dan zicht op de verdere invulling van de risico’s en beheersmaatregelen daarvoor? Versnelling energie- en warmtetransitie. “Het college houdt er rekening mee dat we hiervoor volledig door het Rijk worden gecompenseerd”. Alhoewel de baten niet zeker, boekt dit college ze wel al in op blz. 12. Hoe verhoudt zich dit tot voorgaande jaren waarbij – vanuit het financiële voorzichtigheidsprincipe – baten pas ingeboekt worden als ze 100% zeker zijn? Jeugdzorg reële begroten. Mede door “macro-economische omstandigheden” is de post indexatie
De Raad heeft inzicht in de risico’s via de paragraaf weerstandscapaciteit, daarnaast is er vanaf deze programmabegroting opgenomen welke risico’s het doel in de weg staan. Wat hiermee bedoeld wordt is dat we in 2023 verdere invulling willen geven aan het onderwerp ‘integraal risicomanagement’. Meer hierover is te lezen op pagina 100 van de Programmabegroting.
Dit voorzichtigheidsprincipe is nog steeds van toepassing. Met betrekking tot genoemde post voor energie- en warmtetransitie hebben we, vanuit de gevoelde urgentie op dit onderwerp, gemeend de te verwachten rijksbijdragen al wel (budgetneutraal) in de meerjarenbegroting op te nemen. Hierover vinden momenteel nog gesprekken plaats tussen onder andere de VNG, het IPO en het Rijk.
Voor de jeugdhulp hebben gemeenten de plicht om in jeugdhulp te voorzien, indien die nodig is. De begroting is in die zin een indicatie van de uitgaven in het komende jaar, omdat op voorhand niet te voorspellen is wat de precieze ontwikkeling van de zorgvraag is. Op basis van de omvang van de zorgvraag 39 / 51
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
5.
13
6.
13
Vraag
Antwoord
fors hoger. Kunt u concreet aangeven wat de ontwikkelingen en de te treffen maatregelen zijn die een ophoging van het budget voor jeugdzorg met 800k structureel, rechtvaardigen?
in het lopende jaar 2022, zien we geen aanleiding om uit te gaan van substantieel lagere uitgaven voor jeugdhulp in komend jaar. Daarnaast houden we in de begroting ook rekening met o.a. de fors hogere indexatie, investering in de sociale basis middels bekostiging van de ondersteuner jeugd en gezin. De incidentele ophoging voor 2022 willen we daarom omzetten in een structurele bekostiging. Hiervoor is ook ruimte omdat we vanaf 2021 ontvangen vanuit het Rijk incidenteel en voor komende jaren structureel meer middelen voor jeugdhulp dan in de jaren voor 2021. We blijven inzetten op het normaliseren van de hulpvragen en inzetten op bieden van passende hulpverlening voor jeugdigen en gezinnen. Dit doen we onder meer vanaf 2021 mede door de Opdrachten Sociale Basis, Ondersteuner Jeugd en gezin en Opdracht Maatwerkdiensten Jeugdhulp. Dit heeft geleid in 2021 tot een lager beroep op jeugdhulp en een daling van de uitgaven ten op zichtte van jaren daarvoor. Wij onderzoeken de mogelijkheid of het inkomen/vermogen van inwoners al eerder dan de verwachte wetswijziging in 2025 kan worden meegenomen in het bepalen van de eigen bijdrage.
Eigen bijdrage huishoudelijke hulp. Een wetswijziging die in consultatie gaat, is nog lang geen wet in 2025 (over drie jaar). Desalniettemin meent het college deze te benoemen als een belangrijke ontwikkeling. Overweegt het college vanaf 2025 een eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp vanaf 2025? In paragraaf Leefomgeving 3b. staat dat er € 1 miljoen extra wordt opgenomen in het budget voor de Omgevingswet. Is het niet zo dat de centrale overheid heeft aangegeven dat de invoering kostenneutraal moet zijn voor de lokale overheden? Indien deze aanname juist is, is de vraag of deze kosten dan ook niet tevens als opbrengsten dienen te worden meegenomen? Nu de invoering van de Omgevingswet wederom is uitgesteld, heeft dat nog invloed op de genoemde kosten of periode waarvoor deze kosten zijn opgenomen?
In het Bestuursakkoord Omgevingswet 2016 is inderdaad de kostenneutraliteit van de invoering van de Omgevingswet als uitgangspunt opgenomen. Dit uitgangspunt is herbevestigd door de minister in de kamerbrief Omgevingswet van december 2021. Tegelijkertijd leren de ervaringen bij de decentralisatie in het Sociale Domein ons om terughoudend om te gaan met het bij voorbaat inboeken van tegemoetkomingen van Rijkswege. De tegemoetkoming vanuit het Rijk voor zowel de incidentele als de structurele, zijn op dit moment nog onderwerp van taaie gesprekken met het Rijk.
40 / 51
Nr. 7.
Verwijzing naar pagina/programma 14
8.
15
9.
15
10.
16/81
Vraag
Antwoord
Stelpost politieke wensen. “Reservering….daarvan”. Bij de presentatie van het coalitieakkoord had het college (coalitie) nog geen tijd gehad alle voornemens te vertalen naar concrete maatregelen en bedragen. Dat zou gebeuren bij de PB 2023 -2026. Moeten wij uit deze zinsnede opmaken dat het college nog steeds geen concrete maatregelen weet tav bijvoorbeeld zorg en redzaamheid, lokale ondersteuning en het betrekken van inwoners bij ons beleid? Onder 4f taakstellingen & frictiekosten staat dat er taakstellingen waren opgenomen die niet reëel meer bleken te zijn zodat ze worden afgeboekt. Onze vraag is welke taakstellingen zijn er dan niet gelukt en waarom zijn die niet gelukt? Risicovolle ontwikkeling tav ‘invoering nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugdwet’. 1) Kunt u de Raad exact informeren hoe nu staat met het aantal jeugdigen dat administratief onze gemeente ‘verlaat’ dan wel ‘binnenkomt’? 2) wilt de Raad informeren wat er dit jaar is gebeurd, dan wel staat te gebeuren, waardoor het college dit nu als een risicovolle ontwikkeling ziet? Er wordt vanaf 2023 jaarlijks een greep in de reserves gedaan. Blijkbaar zijn de uitgaven hoger dan de inkomsten. Terwijl op pagina 81 gezegd wordt dat
De beantwoording op deze vraag volgt nog.
De taakstelling was financieel ingeboekt, niet inhoudelijk geoormerkt en onderbouwd. Dit bleek in de afgelopen jaren niet haalbaar, integendeel omdat we juist te maken hebben met extra werk (zoals Privacywetgeving, AVG, rechtmatigheidscontrole, 3 D’s en voorbereiding Omgevingswet) en extra kosten door inhuur (agv de krapte op de arbeidsmarkt).
1. Vanwege het nieuwe woonplaatsbeginsel zijn in totaal 47 jeugdigen aan andere gemeenten overgedragen en er zijn 45 jeugdigen naar ons toegekomen. 2.Voor de beoordeling van de casussen moederkindhuis blijkt vanuit het landelijk adviesbureau een onjuiste handreiking gedeeld te zijn, waardoor de kans aanwezig is dat voor deze casussen niet de juiste gemeente verantwoordelijk is geworden. Het is nog onduidelijk of hier een correctie op plaats moet gaan vinden en of en wat dat financieel voor Rheden betekent. Verder hebben wij een beroep gedaan op de met de invoering van het woonplaatsbeginsel samenhangende compensatieregeling onderbreking financieringssystematiek voogdij en 18+. Definitieve vaststelling van de compensatie vindt plaats in de decembercirculaire 2022.
In het overzicht op pag. 16 (regel ‘saldo van toevoegingen en onttrekkingen reserves’) betreft het vanaf 2023 jaarlijks per saldo dotaties aan diverse reserves. Deze zijn nader gespecificeerd in bijlage 5 op pag. 148 en 159. Na verwerking van deze dotaties is er sprake van de gemelde begrotingsoverschotten in 2023 t/m 2025 (regel ‘Resultaat’ in genoemde tabel op pag. 16). 41 / 51
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
er een overschot gecreëerd dient te worden. Vraag: Hoe wil de gemeente dit realiseren? 11.
22
Bij ‘Beoogde resultaten’ 2e alinea. Daar wordt meermaals gesteld dat percentage omhoog moet/ gaat, maar telkens niet met hoeveel. Op welk resultaat kan de Raad sturen?
Voor de volledigheid geven wij u de meest recente cijfers horend bij de genoemde beoogde resultaten op pagina 22: - 37% van de volwassenen geeft aan dat zij zijn/haar gezondheidsvaardigheden als voldoende beoordeelt (2020) - 91,7% (5-6 jr.), 85,7% (10-11 jr) en 86,2% (13-14 jr) van de jeugdigen heeft een gezond gewicht (2019). De cijfers van 2022 verschijnen begin 2023. De cijfers van 2020 en 2021 zijn niet betrouwbaar omdat GGD beperkt onderzoek heeft kunnen doen wegens corona. - 12% (VMBO) en 9% (MAVO/HAVO/VWO) van de jeugdigen (12-19 jr) rookt (2018). - 22% (VMBO) en 28% (MAVO/HAVO/VWO) van de jeugdigen drinkt overmatig (2018) en 31% van de volwassenen (2020) drinkt overmatig alcohol.
12.
23
Kunt u de Raad inzicht verschaffen in de jaartallen van de “geplande vervanging van kunstgrasvelden”?
Wij koppelen geen specifieke percentages aan de resultaten. De ontwikkeling van deze percentages dienen namelijk niet als fluctuaties per jaar te worden bekeken, maar in trends over een periode van meerdere jaren (advies GGD). In plaats daarvan formuleren we de doelen in trends overeen langere periode (dalen, gelijk blijven of stijgen). Een voorbeeld: het percentage jongeren van 13-14 jaar met een gezond gewicht daalde tussen 2017 en 2018 (negatief), maar over de hele periode 2015-2019 zagen we in het geheel een stijgende trend in het percentage jeugdigen op gezond gewicht (positief). We willen deze stijgende trend voorzetten en zijn dus tevreden met iedere verdere stijging van het percentage op gezond gewicht. Ook speelt mee dat een percentage bepalen complex is omdat de inzet van de gemeente niet de enige factor is die invloed heeft. In het geval van het gezond gewicht speelt ook het gedrag van marktpartijen, de voedingsindustrie en inflatie een rol en kunnen voor fluctuaties op de korte termijn zorgen. Hierbij een overzicht van de verwachte vervangingsjaren, op basis van een afschrijvingstermijn van 12 jaar. Pinkenberg 42 / 51
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord Veld 1 - 2027 Veld 2 - 2024 Veld 3 - 2024 Veld 4 - 2027 Rheden Veld 2 – 2025 Korfbalveld – 2024 Ellecom Hoofdveld – 2027
13.
23
14.
23
Speelverkenner. Blijkbaar is een actieplan ‘stimuleren buitenspelen’ zo goed als klaar (is “opgesteld in 2022”). Wanneer wordt de raad geïnformeerd over de bevindingen van deze speelverkenner? Jeugdhulp met verblijf. Beoogd wordt om jeugdhulp met verblijf (in verleden de grootste en meest onvoorspelbare onkostenpost binnen de jeugdgelden) te reduceren. CDA Rheden steunt dit voornemen. 1) Maar hoe rijmt het college dit met de structurele ophoging van het jeugdbudget met 800k? 2) waarom verdisconteert het college de te verwachten daling van jeugdzorg met verblijf niet met de gestegen inflatiecijfers?
Dieren (Het Nieuwland) Veld 1 - 2024 Veld 4 - 2027 Veld 5 - 2025 Het actieplan voor stimuleren van buitenspelen is onderdeel van het door de raad vastgestelde Beleid ‘Buitenspelen’. Volgens huidige planning is het plan eind december 2022 gereed. Op dit moment stellen we het actieplan in samenspraak met partners en inwoners op. Zodra het actieplan gereed is, delen wij dit met de gemeenteraad.
Voor de jeugdhulp hebben gemeenten de plicht om in jeugdhulp te voorzien, indien die nodig is. De begroting is in die zin een indicatie van de uitgaven in het komende jaar, omdat op voorhand niet te voorspellen is wat de precieze ontwikkeling van de zorgvraag is. Op basis van de omvang van de zorgvraag in het lopende jaar 2022, zien we geen aanleiding om uit te gaan van substantieel lagere uitgaven voor jeugdhulp in komend jaar. Daarnaast houden we in de begroting ook rekening met o.a. de fors hogere indexatie, investering in de sociale basis middels bekostiging van de ondersteuner jeugd en gezin. De incidentele ophoging voor 2022 willen we daarom omzetten in een structurele bekostiging. Hiervoor is ook ruimte omdat we vanaf 2021 ontvangen vanuit het Rijk incidenteel en voor komende jaren structureel meer middelen voor jeugdhulp dan in de jaren voor 2021. We blijven inzetten op het normaliseren van de hulpvragen en inzetten op bieden van passende hulpverlening voor jeugdigen en gezinnen. Dit doen we onder meer vanaf 2021 mede door de Opdrachten Sociale Basis, Ondersteuner Jeugd en gezin en Opdracht Maatwerkdiensten Jeugdhulp. Dit 43 / 51
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord heeft geleid in 2021 tot een lager beroep op jeugdhulp en een daling van de uitgaven ten op zichtte van jaren daarvoor.
15.
23
16.
24
17.
35 en 37
18.
36
Bij de beoogde resultaten bij het onderwerp Sociale Basis staan bij bullits 3 en 4 geen concrete aantallen/percentages. Dat maakt het moeilijk meetbaar en controleerbaar. Op welk resultaat kan de Raad sturen? Bij het onderwerp Dorpen en wijken in de gemeente Rheden zijn samenredzaam staat bij de beoogde resultaten bij bullit 4 dat 33% van alle Rhedense huishoudens gebruik maakt van de Ik Buurt Mee cheques. De vraag is of het genoemde percentage het beoogde resultaat is? Indien dat het geval is, waar kan de Raad dan meten wat het resultaat ten opzichte van de vorige meting? Voor de energie- en warmtetransitie en bv veel meer zonnepanelen op daken hebben we in alle gevallen de vele corporatiehuizen nodig om deze doelen te halen. Waar kan de Raad lezen welke resultaatverplichtingen hiervoor worden aangegaan met de HVR , Vivare en andere corporaties? Op blz. 36 staat in het blokje ‘wat willen we bereiken?’ dat men in 1e instantie CO2-neutraal wil worden dmv zonnepanelen en in 2e instantie door kleinschalige windenergie.
In 2021 waren er 175 jeugdigen met verblijf, waarvan 89 jeugdigen (oftewel 51%) in pleegzorg of gezinshuiszorg hebben verbleven.
Genoemde 33% is met het huidige budget het beoogde deelnamepercentage. De raad wordt door het college twee keer per jaar geïnformeerd over de resultaten van Ik buurt mee! via een raadsmemo. Daarin staat altijd het resultaat van de actuele ronde afgezet tegen het resultaat van de vorige meting.
De resultaatverplichtingen worden vastgelegd in de prestatieafspraken met de woningcorporaties en huurdersverenigingen. Met Vivare en de HVR worden deze jaarlijks gemaakt. De prestatieafspraken voor 2023 zullen eind 2022 worden ondertekend door alle partijen en ter informatie naar de raad worden toegezonden. Alle bestaande prestatieafspraken met alle woningcorporaties in onze gemeente zijn ook ter informatie naar de raad gezonden.
Je moet hierbij denken aan bijvoorbeeld denken aan boerenbedrijven die eerst hun daken volleggen en dan eventueel nog een kleine windmolen willen plaatsen. Momenteel loopt er een pilotproject inde Havikerwaard.
44 / 51
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
Maar op blz. 25 staat bij de resultaten dat men 5 windmolens willen hebben staan in 2025. Dat is al best snel. Wat houdt dat in 1e en 2e instantie dan in? 19.
47
Bij de paragraaf Inrichting en beheer openbare ruimte is bij de risico’s vermeld dat er rekening wordt gehouden met stijging van de prijzen van 3% op groen en 10% op wegen. De vraag is op welke basis zijn deze prognoses opgesteld in het licht van de fors stijgende prijzen en zijn deze prognoses naar de mening van het College nog steeds geldend en actueel?
Deze prognose is opgesteld uit de prijzen die wij in de praktijk zien. Deze prognose is een gemiddelde van alle aspecten binnen de openbare ruimte in de gemeente Rheden. De prijzen zijn sinds het opstellen van deze begroting door gestegen en momenteel is de stijging hoger dan de prognose. Hoe dit zich zal ontwikkelen is niet te voorspellen. Vandaar het advies om het bij deze prognose te houden. Tijdens de verschillende rapportages in 2023 houden we u op de hoogte van de ontwikkelingen van de prijsstijgingen en de gevolgen.
20.
49
Verminderen verhard oppervlak met gemiddeld 10% (groen voor grijs). In de vorige periode lag dat percentage nog op 20%. Waarom halveert het college de ambitie op dit vlak van tegels, asfalt eruit en daarvoor in de plaats meer groen? (Rheden groener?)
In de afgelopen jaar zijn er een 4-tal herinrichtingsprojecten (willekeurig) vergeleken en het % aan vermindering in verharding inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat gemiddeld 20% vermindering van verharding niet haalbaar is zonder dat dit leidt tot functieverlies. Het niet halen van het gewenste percentage bij projecten heeft onder andere te maken met participatie (andere wensen van inwoners/ondernemers, bijv. parkeren i.p.v. groen). Een onderzoek door studenten van Hogeschool HAN Larenstein in opdracht van wegbeheer geeft aan dat bij bestaande situatie er ongeveer 4% verharding verminderd kan worden zonder dat dit leidt tot functieverlies. Dit wil zeggen dat in Rheden in zeer beperkte mate verharding zonder functie aanwezig is. Bij (herinrichting)projecten streven wij naar zoveel mogelijk verharding te verminderen. We houden minimale maten aan die nodig zijn voor een goed begaanbare en toegankelijke openbare ruimte. Realistisch gezien is 10% beter haalbaar. Het gaat hier om een gemiddelde. Er zijn projecten waar we max 5% en in andere projecten halen we 15%. Bepaald zal moeten worden of, bij het nastreven van een hoger percentage, functieverlies acceptabel is. Gelet op het onderzoek, onze ervaringen en een discussie over het functieverlies wordt op dit moment in (herinrichting) projecten ‘verminderen van 10% aan verharding’ als voorwaarde gesteld (vb. Oranjebuurt, Dieren).
45 / 51
Nr. 21.
Verwijzing naar pagina/programma 71
Vraag
Antwoord
Verhoging OZB belasting met ruim 9 %. Hoe wil een college dat als slogan heeft socialer en dichterbij hanteren als ze zo ver weg staan van de werkelijkheid? Veel inwoners hebben het moeilijk door oa de hogere inflatie.
Vanuit het recente verleden zijn er al tal van besparingen en bezuinigingen in onze begroting doorgevoerd. Wij achten de ambities zoals verwoord in het coalitieakkoord realistisch en hebben daar met voorliggende begroting invulling aan gegeven.
Daarnaast wordt er aangegeven dat het noodzaak is om de ambities te realiseren. Waarom kan er niet andersom gedacht worden? Dit geld is er beschikbaar en dit kunnen we realiseren. Omdenken noemen we dat in de zakelijke wereld.
22.
23.
77
82
Vraag: is de ambitie van het college te onrealistisch en zijn er op andere manieren besparingen te vinden die een verhoging van de OZB onnodig maken (uitgezonderd inflatiecorrectie van 3%) In de Risicoinventarisatie 2023 staat niets over de nieuwbouw van het gemeentehuis. Gezien de nu al veel hogere kosten zou een plek in de lijst niet verkeerd zijn. Vraag: Waarom wordt de bouw van het gemeentehuis niet genoemd in deze lijst? In de conclusie op deze pagina staat dat het noodzakelijk is om het vreemd vermogen te verminderen en onze algemene reserve te verhogen. Niet staat hoe dat gerealiseerd dient te
Over het project gemeentehuis is in de raad van 27 september jl. Een besluit genomen over het beschikbaar stellen van aanvullende middelen. Voor nadere inhoudelijke informatie verwijzen wij naar het betreffende raadsvoorstel. In de paragraaf weerstandsvermogen is er voor dit project geen apart risicobedrag geraamd, juist vanwege het feit dat recentelijk het investeringskrediet is bijgesteld naar huidige inzichten. Wel is bij de post ‘overige risico's (opgehoogd van 500k naar 1 mln) gemeld dat deze o.a. is bedoeld voor mogelijke kostenstijgingen bij diverse projecten. Daar valt ook het project gemeentehuis onder.
De investeringsportefeuille voor komende jaren zullen we kritisch blijven beoordelen, waarbij we kijken naar de benodigde omvang van investeringen, mogelijke bijdragen van derden en het faseren van geplande investeringen. We kijken naar mogelijkheden om de geplande investeringen minder te financieren door aantrekken van vreemd vermogen (afsluiten leningen), maar dekking te vinden binnen de reguliere begroting. Van belang daarvoor zijn begrotingsoverschotten. Met de realisatie van die 46 / 51
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
24.
92
25.
99
Vraag
Antwoord
worden volgens het College. Wil en kan het College dat alsnog uiteenzetten op welke wijze zij dat denkt te doen?
overschotten kunnen we ons eigen vermogen versterken (toevoeging voordelige rekeningsaldi aan algemene reserve). Daarnaast staat nog op de planning om onze totale reserves en voorzieningen nader te inventariseren op nut en noodzaak. Mogelijk dat hieruit overhevelingen naar de algemene reserve kunnen plaatsvinden.
In de tabel staat vermeld dat het verwachte financieringstekort groter is dan de kasgeldlimiet. De vraag is dan wat dit betekent voor de financiering en financieringspositie van de gemeente. Voor de toekomstige CAO ontwikkelingen is er rekening gehouden met een stijgingspercentage van 3%. Gelet op de forse prijsstijgingen en andere reeds gesloten CAO’s is de vraag of dit percentage reëel te noemen valt. Is het, teneinde te voorkomen om al in de zomer van 2023 weer met een bijstelling te moeten komen, niet beter om een hoger percentage aan te houden?
Dit betekent dat er in verhouding meer lang vreemd vermogen in de gemeente is dan kort vreemd vermogen. Dit zorgt dat de financieringspositie van de gemeente verslechterd. Dit is verder uitgewerkt in de geprognosticeerde balans (pag. 134). Hierin is te zien dat de omvang aan vaste schulden de komende jaren toeneemt.
Het klopt dat 3% momenteel te laag lijkt, gezien de moeizame onderhandelingen tussen werkgever en werknemers. Deze begroting is in de zomer opgesteld en op basis van de toenmalige inzichten is gekozen voor 3%. De verwachting is dat het hoger uitpakt, gezien de recente berichten. In de eerstvolgende rapportage doen we daar zo nodig een mutatie met toelichting op.
Fractie: GPRB Datum van indienen vragen: 17 oktober 2022
Nr. 1.
Verwijzing naar pagina/programma Pagina 19 PB.
Vraag
Antwoord
70% van de gestaarte schuldhulptrajecten wordt succes afgerond. 1-Wat er gebeurt met overige 30% en stand van de zaken?
Schuldhulptrajecten kunnen om verschillende redenen stoppen. De meest voorkomende redenen zijn dat mensen verhuizen of komen te overlijden of dat mensen zich niet houden aan de voorwaarden van een schuldhulptraject. We zetten erop in dit te voorkomen door ondersteuning naast een schuldhulptraject via budgetbeheer of onze maatschappelijke partners en door de inzet van saneringskredieten. 47 / 51
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Pagina 20 in PB
IN 2021 waren 778 kinderen Gelrepas en maken er gebruik van. 2-Hoeveel kinderen missen wij die zonder Gelrepas in bezit hebben, hoe gaan we de kinderen bereiken? 3-Hoeveel kinderen maken deelname sport/cultuur van de Gelrepas?
Antwoord De stand van zaken wordt gedeeld in een factsheet die uw raad iedere twee jaar ontvangt.
2.
Wij hebben dit voorjaar (2022) de minimascan geupdate. Omdat onze eerdere leverancier (Stimulansz) dit product niet meer aanbood zijn we overgestapt naar een andere leverancier (KWIZ). Zij bleken in staat met hun berekeningen de doelgroep veel nauwkeuriger te bepalen. Daardoor is gebleken dat het aantal kinderen in de inkomensgroep tot 150% (inkomensgrens Gelrepas voor kinderen) aanzienlijk hoger is dan eerdere aanname. Het blijkt te gaan om ruim 1700 kinderen in plaats van de eerder ingeschatte ruim 1200 kinderen. Dit betekent dat het % bereik van de Gelrepas onder kinderen lager is dan verwacht. Wij zullen samen met uitvoerder Paspartous en Stichting Leergeld onderzoeken hoe we het bereik van de pas onder de jeugdige doelgroep kunnen vergroten. In 2019 lag het uniek pasgebruik van pashouders in de leeftijd 4 t/m 11 jaar op 54%. In 2021 was dit gestegen naar 87%. Voor pashouders in de leeftijd van 12 t/m 17 jaar steeg dit gebruik van 39% in 2019 naar 76% in 2021. Pashouder benutten hun pas dus aanzienlijk beter.
3.
Pagina 72 in PB.
Voor het jaar 2023 verwachten we geen verhoging van de kwijtschelden. 4-Gezien te toename energiearmoede/inflatie?
4.
Pagina 59 PB.
Wat mag het kosten > Cultureel erfgoed in h jaar 2022 884k. 5- Hoe kan het op eens 73% minder begroot namelijk 242k?
5.
ENERGIE EN WARMTETRANSITIE: P36
Inwoners en bedrijven zijn zich bewust van … Een internetplatform is niet genoeg Risico is dat de samenwerking onvoldoende tot stand komt, en toch als doel: een volwaardig klimaatplatform; " watisjouwrheden"? Hoe ziet dat platform eruit? Wat kunnen we ons daarbij voorstellen?
6.
P36
In 2040 wekken wij alle energie die wij gebruiken duurzaam op
Voor gemeentelijke belastingen gelden landelijke normen die gekoppeld zijn aan de bijstandsnorm en de hoogte van het vermogen. Wij verwachten geen toename van het aantal mensen met een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm. Recent is er wettelijk ruimte gekomen om het vrij te laten vermogen iets te verruimen. Gevolgen van deze mogelijkheid worden onderzocht. Het overzicht van de baten en lasten is wat vertekend omdat enerzijds veel geld is binnengehaald voor externe projecten voor erfgoed terwijl anderzijds door fouten bij het opmaken van de jaarrekening 2019 een deel van de (o.a. externe) gelden is weggeschreven bij het resultaat op de jaarrekening, zie ook het antwoord op de toelichting op taakveld 5.5 naar aanleiding van het technische vragenuur. Met volwaardig bedoelen we in deze context een platform dat zichtbaar is, vindbaar, en toegankelijk voor iedereen, waarop mensen informatie kunnen vinden en ook delen en elkaar kunnen inspireren tot het ondernemen van actie om met elkaar de klimaatopgave aan te gaan. De gemeente fungeert als partner in de opgave en faciliteert/onderhoudt het platform en is eindverantwoordelijk voor de toegankelijkheid en de gepubliceerde inhoud.
We hebben een eerste stap gezet met de opzet van “Watisjouwrheden” en zijn in afwachting van het Burgerakkoord voordat we verder bouwen aan niet alleen het internetplatform maar ook aan de verschillende fysieke contacten en acties die daar aanvullend aan zijn. We hebben in regioverband afspraken gemaakt over de gezamenlijke opgave die we hebben op het gebied van de opwek van energie. In 2021 is de Regionale Energie Strategie 1.0 vastgesteld. In de RES 48 / 51
Nr.
7.
Verwijzing naar pagina/programma
P36
Vraag
Antwoord
In het coalitieakkoord staat dat de gemeente CO2 neutraal is. In de RES hebben we afspraken gemaakt over regionale doelstellingen. Laten we het aan het burgerberaad overlaten of we binnen de gemeente Rheden zelf de energie die we gebruiken (Co2 neutraal) opwekken Graag de definities behorende bij kleinschalige en grootschalige windenergie benoemen Wat wordt bedoeld met "afspraken met de RES zijn hiervoor noodzakelijk? Welke ambitie heeft het college tijdens deze gesprekken?
1.0 is afgesproken om regionaal in 2030 1,62 TWh elektriciteit op te wekken. Voor de gemeente Rheden ligt er een opgave voor het benutten van de grote daken voor zonnepanelen en onderzoek naar twee verkenningsgebieden wind. Inmiddels zijn we op weg naar een RES 2.0. De besluitvorming over de RES 2.0 staat gepland voor het laatste kwartaal in 2023. Deze wordt opnieuw aan alle gemeenteraden voorgelegd.
Huidige vergunning van windmolens: welk kader wordt op dit moment gehanteerd? Welke maximum normen voor hoogte, geluid, afstand tot woningen
We hanteren het kader zoals dat landelijk is vastgelegd (wettelijk kader zoals de GGD hanteert).
De resultaten van het burgerberaad in Rheden en de milieueffectrapportage (planMER) worden meegewogen in deze besluitvorming. De planMER laat zien welke positieve en/of nadelige milieueffecten plaatsvinden wanneer de beoogde duurzame opwek uit het RES 1.0 wordt gerealiseerd. Zo kan zorgvuldig beargumenteerd worden waarom locaties voor duurzame energie opwek geschikt, geschikt te maken of ongeschikt zijn. Voor de definities met betrekking tot kleinschalige dan wel grootschalige opwek van energie verwijzen we naar het Beleidskader Energie en Landschap zoals uw raad heeft vastgesteld in juli 2021.
We praten hier over windmolen van 3.5 en 5,6 MW ALGEMENE RANDVOORWAARDEN Voor eventuele initiatieven voor de ontwikkeling vangrootschalige opwekking van wind-energie gelden de volgende randvoorwaarden waaraan vormgegeven moet worden in een zorgvuldig traject: • Gedragscode. Een initiatiefnemer conformeert zich aan de Gedragscode acceptatie en participatie windenergie op land van de Nederlandse WindEnergieAssociatie (NWEA). • Tijdelijk. Windmolens zijn in principe tijdelijk. Er wordt een omgevingsvergunning voor een bepaalde periode (25jr) verleend. • Opruimplicht. Er geldt een opruimplicht. Aan het eind van de economische of technische levensduur van de windmolen, danwel na het verstrijken van de vergunningstermijn wordt de windmolen weer verwijderd door de initiatiefnemer. Per initiatief kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt over hoe de gronden moeten worden opgeleverd. Zonder afspraken geldt dat de gronden na opruiming weer gebruikt moet kunnen worden voor de functie waarvoor de gronden oorspronkelijk waren bedoeld. • Inrichtingsplan. Een initiatief wordt ruimtelijk ingepast door middel van een verantwoording in een landschappelijk inrichtingsplan over de passendheid van de schaal, maat en opstelling. 49 / 51
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord Ook dienen de effecten op de landschapsbeleving vanuit de wijde omgeving in beeld gebracht te worden, bv aan de hand van foto-realistische visualisaties (zie analyse). • Goede ruimtelijke ordening. Bij ruimtelijke procedures geldt in zijn algemeenheid het criterium dat er een goede ruimtelijke ordening moet zijn. De gemeente zal daarbij aansluiten bij wat vanuit de actuele jurisprudentie wordt gezien als van belang voor een goede ruimtelijke ordening (na inwerkingtreding van de Omgevingswet evenredige toekenning van functies). • Participatie. Bij een initiatief wordt de omgeving vroegtijdig betrokken en is er ruimte om te participeren in de ruimtelijke en financiële vormgeving van het initiatief. Dit is verder uitgewerkt in het beleidskader Samen Energie Opwekken. • Afstemming met provincie. De zoekgebieden wind binnen de gemeente Rheden vallen onder de invloedssfeer van het Natura-2000-gebied de Veluwe. Uit de rapportage van de verkenning ‘Wind op en rondom de Veluwe’ blijkt dat we in deze gebieden extra rekening moeten houden met mogelijke beperkingen voor wind in verband met de instandhoudingsdoelstelling van de Wespendief (roofvogel). Nader onderzoek en bovenregionale afstemming tussen de verschillende RES-regio’s rondom de Veluwe en de provincie Gelderland moeten uitwijzen wat de (on-)mogelijkheden voor windenergie op langer termijn zijn.
• Ruimtelijke meerwaarde. Van elk initiatief wordt een ruimtelijke meerwaarde op gebiedsniveau verwacht. Hiervoor wordt een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld. • Compensatie. De ruimtelijke effecten van een initiatief worden in beeld gebracht. Negatieve effecten worden ter plaatse of op gebiedsniveau gecompenseerd waarbij de inspanning van initiatiefnemer gericht moet zijn op een positief effect. • Gebiedsspecifiek. Bij het landschappelijk inrichtingsplan en de maatregelen in het kader van de benodigde compensatie dient aangesloten te worden bij de gebiedsspecifieke kwaliteiten van het andschap ter plekke en de gebiedsdoelen zoals beiden omschreven in de Rhedense Omgevingsvisie. • Gezondheid: De gezondheidseffecten ten aanzien van geluid en slagschaduw worden door de initiatiefnemer in beeld gebracht. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met het stapeleffect van geluid bij meerdere geluidsbronnen en stroboscoopeffect van de schaduwwerking. Plaatsing van windmolens mag geen onevenredige impact hebben op de gezondheid van omwonenden, hierbij gaat de gemeente uit van de richtlijnen als opgesteld door de GGD. • Bij positionering van windmolens wordt het effect meegewogen dat deze heeft op de gebruiksmogelijkheden van naast gelegen bedrijfspercelen of uitbreidingsmogelijkheden van bestaande bedrijven. 50 / 51
Nr.
Vraag
Antwoord
8.
Verwijzing naar pagina/programma P37
Ontbrekende risico's: Vertragingen door krapte op de arbeidsmarkt en technologische krapte (Inwoners willen wel een warmtepomp kopen maar ze zijn er niet)
Prima toevoeging.
9.
BIODIVERSITEIT P43
We ondersteunen 3 initiatieven vanuit de samenleving, al dan niet ondersteund door belangengroepen. Welke 3 en waarom worden deze 3 specifiek genoemd?
In het spoor met initiatieven ondersteunen hebben we ingezet op (minimaal) 3 (per jaar), daar hebben we ook formatie en budget op berekend. In het uitvoeringsplan van het biodiversiteitsplan staat een nadere toelichting: We ondersteunen (buurt)initiatieven met advies, materiaal en uitvoering die bijdragen aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bijvoorbeeld aanschaf plantmateriaal en realiseren van nest- of schuilgelegenheid. Doel is dus wel dat een initiatief gedragen en uitgevoerd wordt door meerdere bewoners.
10.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN, P111, GMR
Het risico is beperkt tot de gemeentelijke bijdrage. Geldt dat ook wanneer we een of meerdere opgaven niet mee willen of kunnen doen? Wat is dan het financiële of doelmatige risico (wat moeten we dan betalen en wat krijgen we dan (al dan niet financieel) niet??)
De beantwoording op deze vraag volgt nog.
51 / 51