S22 266 Deel 1 antwoord Programmabegroting 2023 Voorbereidende Raadsvergadering openstaande vragen deel 1.docx
Tekst van het document
Vragen over Programmabegroting 2023 Uit Voorbereidende Raadsvergadering 18 oktober Leeswijzer Dit werkdocument is bedoeld om de openstaande vragen gesteld tijdens de voorbereidende raadsvergadering op 18 oktober op te nemen en te beantwoorden. Voor de schriftelijke vragen zie het andere document(!) Proces De vragen dienen uiterlijk voor de besluitvormende raadsvergadering op 8 november 2022 te worden gedeeld.
Fractie: Openstaande vragen gesteld tijdens de voorbereidende raadsvergadering op 18 oktober 2022 Datum van indienen vragen: 18 oktober 2022
Nr.
Vraag
Antwoord
1.
Verwijzing naar pagina/programma Prg 1
Waarom komt Taakveld 4.1 Openbaar basisonderwijs terug onder de SDG maar niet bij wat mag het kosten?
2.
Prg 3, p. 64
Verbetering van de dienstverlening (SWOT analyse) Waarom doen we dit? Waarom is het nodig? Daarnaast is de vraag wanneer we hier succesvol in zijn.
3.
Prg 3, p. 63
Bij doel “Verduurzaming van de vastgoedportefeuille” staat “De aandacht voor ons nieuwe gemeentehuis is een risico. Dit heeft hoge prioriteit.” Welke risico's zijn dit? Waar staan deze in de programmabegroting?
Er zijn voor openbaar onderwijs geen specifieke lasten en/of baten en daarom zijn er op Taakveld 4.1 ‘Openbaar basisonderwijs’ geen lasten en/of baten opgenomen. Dit was overigens ook in de voorgaande Programmabegrotingen het geval. Dienstverlening gaat verder dan de 1e lijns-service die de gemeente biedt aan de balie, receptie of telefoon. Om die reden is het belangrijk dat we gemeentebreed zicht hebben bij welke teams en bij welke taakvelden de dienstverlening een impuls kan gebruiken. Het perspectief van de inwoner staat hierbij centraal; uiteindelijk staat een snelle en kwalitatief goede dienstverlening aan de inwoners voorop. En de continu verbetercyclus daarbij. In de SWOT-analyse wordt ook de mate van digitalisatie meegenomen. Deze is nodig voor het voldoen aan nieuwe wet- en regelgeving, in het bijzonder Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (WMEBV). De doorontwikkeling digitalisering is daarmee onderdeel van het verbeterplan per team In het project Gemeentehuis worden de risico's van bijvoorbeeld financiële, bouwkundige of organisatorische aard nauwkeuring gemonitord en hier worden binnen het project maatregelen voor getroffen. Het risico wat hier bedoeld wordt betreft de publicitaire aandacht voor het project. 1/3
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord Het inrichten van de communicatie en informatievoorziening rondom de bouw is belangrijk en wordt een risico wanneer we hier geen prioriteit aan gegeven. Dit betreft geen financieel risico en is daarmee niet opgenomen in de programmabegroting.
4.
P3., p. 63
5.
Motie bij kadernota
Er is 100 duizend euro nog niet in de begroting geland. Is dit het moment om hier goedkeuring op te geven? Zo ja hoe dan? Wat is de invloed van de wijziging van de programmaindeling van 6 naar 3 programma's voor de rollen van raad? Kunt u instemmen om mutaties in Taakvelden boven de 50 duizend te melden?
De beantwoording op deze vraag volgt nog.
Met de voorgestelde indeling in 3 programma’s zijn wij van mening dat de raad zijn kaderstellende en controlerende rol adequaat kan blijven invullen. Met de opzet van beoogde doelen, resultaten en meting met indicatoren geven wij de raad meer concrete handvatten om zijn rol in te kunnen vullen. In de financiële verordening (artikel 4 lid 2) is vermeld dat wijzigingen op de oorspronkelijk geraamde lasten en baten in de begroting ter autorisatie aan de raad worden voorgelegd, indien deze wijzigingen leiden tot een verandering in de omvang van een programmabudget. Bij een indeling in 3 in plaats van 6 programma’s kan het zo zijn dat er in een begrotingsjaar minder wijzigingen aan de raad worden voorgelegd, omdat er minder snel sprake is van verandering van een programmabudget. Echter, met voorliggende begroting 2023 geven we - gelijk aan de vorige begroting inzicht in alle lasten en baten per taakveld (tabellen ‘Wat mag het kosten?’ bij elk programma). Om de raad nog beter in positie te brengen zijn we voornemens om na afsluiting van elk kwartaal – ter vaststelling door de raad - een samenvattend raadsvoorstel begrotingswijzigingen op te stellen. Daarin kunnen we ook de mutaties vermelden van > € 100k op taakvelden binnen programma’s.
Tevens vermelden we (als bijlage) bij dat raadsvoorstel het verloop van het begrotingssaldo alsmede het meest recente saldo van de algemene reserve. En, zoals besproken in de financiële commissie, leggen we gedurende het jaar voortgangsrapportages voor aan de raad om de beleidsinhoudelijke en financiële voortgang van de begroting te kunnen volgen en waar nodig bij 2/3
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord te stellen. In de eindverantwoording geven we bij de jaarstukken per programma inzicht in de afwijkingen van > € 50.000 bij taakvelden. Het tussentijds opstellen van overzichten van mutaties in taakvelden boven de € 50.000 heeft naar onze mening weinig toegevoegde waarde.
6.
P3, p. 66 en par. Lokale heffingen p. 71
OZB: de aanpassing in het tarief wordt (o.a.) beïnvloed door de waarde ontwikkeling van woningen en nietwoningen begin juni waardoor de tarieven voor woningen naar beneden worden bijgesteld en nietwoningen naar boven. Wat is de peildatum voor aanslagoplegging? Hoe verhoudt zich dit tot de genoemde waardeontwikkeling stand begin juni en leidt dit nog tot een verschil?
Financiële verschillen zijn niet aan de orde. De peildatum voor aanslagoplegging is 1-1-2022. Met duiding van ‘begin juni’ is bedoeld aan te geven dat de te verwachten opbrengst gebaseerd is op de totale WOZmutaties naar stand begin juni (op dat moment zijn de definitieve waarden per 1-1-2022 beschikbaar).
7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.
3/3