Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) Toelichting (24.25)
Tekst van het document
ee
beschermingszones voor natte natuur? Natte Natuur
Bevindt het plangebied zich in of nabij een
Nee
natte EVZ?
Nee
Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur? Inrichting en Beheer Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het
Nee
waterschap? Heeft het plan herinrichting van watergangen tot
Nee
doel? Aandachtsthema's Recreatie
Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?
36 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Nee
cultuurhistorie
Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het
Nee
plangebied aanwezig? Gezien de uitkomsten in voorgaande tabel blijkt dat het plan geen invloed heeft op het aspect water. Hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem. In het waterbeleid van het waterschap is afvoer van overtollig hemelwater door middel van infiltratie in de bodem het uitgangspunt. Het waterschap heeft aangegeven dat de m2 extra verharding door het verdwijnen van de 3 rijwoningen gecompenseerd moet worden. Hierbij moeten we uitgaan van 20 mm/m2. Ten gevolge van de sloop van de drie rijwoningen wordt in de voortuinen 45 m2 extra verharding aangelegd en 250 m2 in de achtertuinen. In totaal moet dus 295 m2 aan verharding worden gecompenseerd. Dit resulteert in een opvang van 0,59 m3 hemelwater. Bij de omgevingsaanvraag wordt aangegeven waar deze infiltratie kratten worden geplaatst. Bovenstaand kan nog worden gewijzigd naar aanleiding van de resultaten uit het waterzoek dat wordt uitgevoerd door de firma Drong. Op 19 juli 2022 heeft het waterschap per mail laten weten akkoord te gaan met deze waterparagraaf. In augustus 2022 is door Drong Omgeving & Techniek een aanvullende watertoets opgesteld voor de benodigde bergingsvoorzieningen (zie Bijlage 8). De
onderstaande
uitgangspunten
zijn
gebaseerd
op
de
‘Verordening
afvoer
hemelwater en grondwater Rheden’ of in overleg met de opdrachtgever en/of de Gemeente Rheden bepaald. Algemene uitgangspunten 1.
De gemeente Rheden stelt een bergingseis van minimaal 60mm wanneer de K-waarde minimaal 1,0m/dag bedraagt.
2.
De berging wordt voorzien middels een infiltratievoorziening.
3.
De Berging dient voorzien te worden van een overloop op maaiveld richting de openbare weg. Er wordt geen overloop op een HWA-stelsel gerealiseerd.
4.
De infiltratievoorziening dient binnen 24 uur te kunnen ledigen.
5.
Bij de realisatie worden geen uitlogende materialen toegepast.
Uitgangspunten infiltratievoorzieningen 1.
Voor de bovenste grondlaag tot 2,0 m -mv wordt vooralsnog aangenomen dat deze goed doorlatend is met een rekenwaarde van 2,2m/dag.
2.
Voor de dieper gelegen lagen wordt ervan uitgegaan dat deze goed doorlatend is met een K-waarde van minimaal 1,0m/dag.
3.
De grondwaterstand ligt minimaal op circa 2,8 m -mv
Op basis hiervan bedraagt de benodigde waterberging 101 m3. De 248 infiltratiekratten met een afmeting van 1,20mx0,60mx0,60m (lxbxh) worden onder de rijbaan aangebracht.
37 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
4.6
Archeologie Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan dient de initiatiefnemer hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Beoordeling In juni 2022 is door Lycens een Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO + IVO-O) uitgevoerd (zie Bijlage 10). Op de beleidskaart van de gemeente Rheden valt het plangebied geheel binnen een 'Aandachtsgebied archeologie', wat overeenkomt met een hoge archeologische verwachting. De archeologische waarde is vastgelegd in het 'Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen'. In dit gebied dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 100 m2, en met een verstoringsdiepte van meer dan 30 cm -mv, archeologisch onderzoek overschrijden deze
plaats
te
vinden. De geplande
werkzaamheden
vrijstellingsgrens. Een archeologisch onderzoek is dan ook
verplicht. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA-versie 4.1), het archeologiebeleid van de regio Arnhem aanvullende eisen en richtlijnen zoals geformuleerd in het voor dit onderzoek opgestelde PvA. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek werd uitgegaan van een laagopeenvolging waar afzettingen die gerelateerd zijn aan een daluitspoelingswaaier dicht aan het oppervlak liggen (ca 1-1,5 m -mv). Er werd rekening gehouden met afdekking van het pleistocene niveau afgedekt door een cultuurlaag met nederzettingsafval uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zoals ook is aangetroffen op het nabijgelegen kerkterrein. Deze laag bevond zich binnen het kerkterrein op 0,7 tot 1,4 m -mv. Uit het uitgevoerde veldonderzoek blijkt dat de laagopeenvolging sterk afwijkt van de verwachting uit het bureauonderzoek. Alleen in boring 1 en 2 zijn lagen aangetroffen die als daluitspoelingswaaier afzettingen kunnen worden geïnterpreteerd. De top van deze afzettingen is hier vergraven. Het noordelijke deel van het plangebied is deels verstoord door de huidige en historische bebouwing in het gebied. Er zijn daarnaast voornamelijk als ophooglagen geïnterpreteerde zwak tot matig puinhoudende zand- en kleilagen aangetroffen. Uit boring
4
blijkt
dat
tot
grote
diepte
sprake
is
van
puin
in
de
bodem,
daluitspoelingswaaierafzettingen zijn hier niet waargenomen. Dit geldt ook voor boring 1 uit het milieukundig onderzoek waar tot 5,5 m -mv. sprake is van sterk zandige klei. Mogelijk betreft dit een verstoring, een duidelijke verklaring is niet op basis van het booronderzoek te geven. Een verklaring voor het ontbreken van de verwachte daluitspoelingswaaierafzettingen binnen het overgrote deel van het plangebied is 38 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
eveneens niet met zekerheid te geven. In boring 4 is een fragment nieuwe tijd aardewerk (faience) aangetroffen en een fragment dierlijk bot tussen 1,3 en 1,4 m -mv. In de overige boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Dit is opvallend weinig voor ophooglagen in binnenstedelijke context. Gezien de hoge mate van verstoring binnen het plangebied en het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats kan de archeologische verwachting voor het plangebied naar laag worden bijgesteld met uitzondering van de middeleeuwse kelder die in de noordoostelijke hoek van het plangebied in situ bewaard zal worden. Selectiebesluit bevoegde overheid In april 2022 is het uitgevoerde rapport beoordeeld door de bevoegde overheid. Deze heeft onderstaand selectiebesluit geformuleerd: De eerder gemaakte opmerkingen zijn afdoende verwerkt. Wij wijken echter wel af van het advies in het rapport, zie onderstaand. Het bureauonderzoek toont aan dat het plangebied is gelegen binnen de oudste kern van Rheden. Binnen het plangebied was in de late middeleeuwen al een huis aanwezig. De bijbehorende kelder is nog aanwezig en zal in situ behouden worden. Het huis is echter groter geweest dan de omtrek van de kelder en heeft in de loop der eeuwen verschillende gedaanten gekend.
Het verkennende booronderzoek en milieukundig booronderzoek toont aan dat de bodem deels verstoord is en deels is opgehoogd. De datering van deze verstoorde lagen is niet altijd even duidelijk. Een aantal boringen zijn vroegtijdig gestuit (puin, funderingen, vloer?) en één boring (boring 1 milieukundig onderzoek) is mogelijk gezet in een beerput. Het beeld dat naar voren komt is een site waarvan de bodem weliswaar sterk geroerd is, maar waarbij het muurwerk, funderingen, water- en beerput(ten) binnen of onder deze geroerde lagen nog wel degelijk aanwezig kunnen zijn. Gezien het voorgaande dient een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd te worden op basis van een door de gemeente Rheden goedgekeurd PvE. De proefsleuven dienen in ieder geval zo te worden geplot dat zij overlappen met boring 1 van het milieukundig onderzoek en de boring(en) die vroegtijdig zijn gestuit. Vanwege
de
bestaande
bebouwing
en
verharding
wordt
vanuit
praktische
overwegingen later bovengenoemd onderzoek uitgevoerd. Dit wordt geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Conclusie Archeologie lijkt geen belemmering te vormen voor het voorgenomen plan. Ook voor het vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet, dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
39 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
4.7
Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld
die
cultuurhistorisch
van
belang
zijn.
Zij
vertellen
iets
over
de
ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is in artikel
3.1.6,
vijfde
lid,
onderdeel
a
opgenomen
dat
een
bestemmingsplan/wijzigingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. Beoordeling Commissie Cultuurhistorie heeft steeds aangegeven dat een herontwikkeling van deze locatie
recht
dient
te
doen
aan
de
beschreven
architectuurhistorische,
stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden uit de redengevende omschrijving van het inmiddels (excl. kelder) gesloopte pand. Het inmiddels gesloopte pand was met name van belang vanwege de bewaard gebleven 16e-eeuwse kelder met laatmiddeleeuwse kruisgewelven (die gehandhaafd is en moet blijven) én als herinnering aan de voormalige hofstede ‘De Sadelhoff’. Deze restanten behoren tot de oudst bewaarde restanten van niet-kerkelijke bebouwing in de gemeente Rheden. De locatie maakt eveneens deel uit van het historische deel rond de Dorpskerk Rheden, een prominente plek op de hoek van de Groenestraat en Oranjeweg. De locatie en nog aanwezige 16e-eeuwse kelder markeren nu de bouwplaats van de reeds eeuwenlang hier gelegen hofstede ‘De Sadelhoff’ en is als zodanig van belang voor het zichtbaar houden van de ontwikkeling van het dorp Rheden. De bewoners, de familie Van Sadelhoff, hebben in de loop der eeuwen een zeer belangrijke rol gespeeld in de lokale geschiedenis en hadden vrijwel heel Rheden en omgeving in bezit. De monumentale kelder en de verwijzing naar de oude hofstede dienen op een passende en beleefbare wijze verwerkt te worden binnen de nieuwe herontwikkeling. In het verlengde hiervan is door de commissie ten aanzien van het voorliggend voorstel positief gereageerd. In het advies van 4 oktober 2022 zijn een aantal opmerkingen/
aandachtspunten
gegeven
(zie
Bijlage
9
Verslag
Commissie
Cultuurhistorie Rheden_Rozendaal). Deze worden in het plan verwerkt. Opgemerkt wordt dat de stedenbouwkundige korrelverdeling van twee panden beter past in het straatbeeld. Tevens biedt het hoekpand (als accent boven de kelder) kansen om de beleefbaarheid van de kelder uit te werken. Daarbij wordt gedacht aan een glazen vloerelement (boven de bestaande trap), en een interieur tegelontwerp (ontwerp voor een tegelvloer of tableau) dat het verhaal verteld. De commissie cultuurhistorie heeft aangegeven voldoende vertrouwen te hebben in de hoofdopzet van het plan. Ten aanzien van de tweede volume, wordt geadviseerd uit te gaan van een pannendak (als zijdakvlak) dat aansluit op de pannen daken van de omgeving. Dit geeft de nodige kracht bij de verbijzondering van het hoekpand met afwijkende kapvorm, kleur en materiaal.
40 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Beoordeling Welstand Afstemming cultuurhistorie: De beleefbaarheid van de kelder en de verbijzondering van het hoekpand op deze plek is met de commissie cultuurhistorie afgestemd, en wordt gesteund vanuit de welstandsbeoordeling. Op voorwaarde van het beleefbaar maken van de monumentale kelder kan door de commissie
Cultuurhistorie
worden
ingestemd
met
de
hoofdcontour
van
het
conceptplan. Conclusie Uit bovenstaand blijkt dat er vanuit cultuurhistorie, geen belemmeringen zijn mits gegeven aandachtspunten, zoals weergegeven in Bijlage 9 Verslag Commissie Cultuurhistorie Rheden_Rozendaal nader worden uitgewerkt.
4.8
Luchtkwaliteit Kader De 'Wet milieubeheer' is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken; mogelijkheden
voor
ruimtelijke
ontwikkeling
te
creëren
ondanks
de
overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de 'Wet milieubeheer' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte
aanpak
van
de
luchtkwaliteit
via
het
Nationaal
Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt, wat wil zeggen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3% ten opzichte van de grenswaarde); een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden, nadat de EU op 7 april 2009 derogatie heeft verleend. NIBM-grens woningbouwlocatie, 3% criterium: < 1.500 woningen (netto) bij minimaal een ontsluitingsweg, met een gelijkmatige verkeersverdeling; < 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling
41 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Beoordeling In 'kopje'kader zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggende ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Het vorenstaande wordt tevens bevestigd door de NIBM-tool. In paragraaf 4.9 wordt de
toename
van
het
aantal
verkeersbewegingen
berekend
op
afgerond
677
verkeersbewegingen per weekdag. Op basis hiervan is een berekening gemaakt met de NIBM-tool, waarvan het resultaat in afbeelding 4.1 is weergegeven. Opgemerkt wordt dat het aandeel vrachtverkeer op 1% is gezet.
Afbeelding 4.1: NIBM tool Berekening NIBM-tool luchtkwaliteit Uit de berekening blijkt dat voorliggend plan 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Tot slot
wordt
geconcludeerd
dat
deze
ontwikkeling niet wordt
aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. Conclusie Het aspect lucht is geen belemmering voor de uitbreiding van de supermarkt.
4.9
Verkeer en parkeren In het gemeentelijke Verkeerscirculatieplan Overige dorpen VVP uit 2000 wordt een wegcategorisering beschreven bestaande uit stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en verblijfsgebieden. Verblijfsgebieden zijn of worden ingericht als 30 km of 60 km zone. Gebiedsontsluitingswegen zijn de wegen binnen de bebouwde kom die hoofdzakelijk een doorstroom karakter hebben en waar een snelheidslimiet van 50 km geldt. Voor de
Oranjeweg
geldt
een
snelheidslimiet
van
50
km/uur
en
is
een
gebiedsontsluitingsweg met een relatief lage intensiteit. Voor de Groenestraat en omgeving geldt een snelheidslimiet van 30 km/u.
42 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de
gemeentelijke
'Nota
parkeernormen
Rheden
2015'.
Specifiek
voor
verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. De gemeente Rheden valt binnen de categorie 'matig stedelijk´. In de regels is verwezen naar de 'Nota parkeernormen Rheden 2015' en deze is als bijlage
opgenomen.
Indien
de
parkeernota
gedurende
de
planperiode
wordt
gewijzigd, dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen. Dit heet een dynamische
verwijzing.
De
Afdeling
bestuursrechtspraak
heeft
bepaald
(ECLI:NL:RVS:2018:1578) dat voor uitsluitend een gebruikswijziging geen dynamische verwijzing in de regels opgenomen mag worden. In de regels is dan ook een onderscheid gemaakt in uitsluitend gebruik (Nota parkeernormen Rheden 2015 is van toepassing) en in activiteiten bouwen of bouwen in combinatie met gebruik (Nota parkeernormen Rheden 2015 is van toepassing of diens opvolger). Gedurende circa twee jaar is in het plangebied een tijdelijke parkeerplaats aanwezig. Vanwege deze tijdelijkheid is deze niet in de beoordeling meegenomen aangezien deze feitelijk niet bestaat. Beoordeling Aan de Groenestraat 78 te Rheden is reeds een supermarkt gevestigd. De eigenaar van dit pand heeft de behoefte om de winkel uit te bereiden tot 1.400 m2 winkeloppervlak.
Dit
leidt
tot
een
toename
in
de
parkeerbehoefte
en
verkeersgeneratie.
43 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Afbeelding 4.1: Nieuwe situatie Parkeren De winkel wordt met 788 m2 bvo uitgebreid. Parkeerbehoefte voor een supermarkt is 3,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak. De totale parkeerbehoefte voor de uitbreiding van 788 m2 bvo en komt daarmee uit op: Winkel: 788/100 * 3 = 23,6 parkeerplaatsen Totaal zijn er 23,6 ofwel 24 extra parkeerplaatsen nodig in de nieuwe situatie. Er zijn in totaal nieuwe 34 parkeerplaatsen beschikbaar op eigen terrein (zie afbeelding 4.1), waardoor de parkeerbehoefte niet wordt afgewenteld op de openbare ruimte. De directe omgeving van het plangebied ligt op de rand van het Centrumgebied van Rheden. Daardoor is de parkeerdruk in dit gebied hoog. Hiermee wordt voldaan aan de eisen van Gemeente Rheden conform de Parkeernota 2015. Opgemerkt: Binnen de rode cirkel (zie afbeelding 4.1) zijn winkels gesloopt. Dus de feitelijke toename van winkeloppervlak neemt af en is buiten beschouwing gelaten omdat het geheel al op meer dan voldoende wijze in de parkeervraag van de uitbreiding voorziet. Fiets parkeren Voor een supermarkt is het van belang dat er voldoende fietsenstallingen zijn. Bij de huidige ingang van de winkel zijn momenteel 20 fietsparkeerplekken te vinden. In de Gemeente Rheden is de fietsparkeernorm voor een supermarkt 2,9 plekken per 100 m2 bvo. De supermarkt heeft een fietsparkeerbehoefte van (7,88 * 2,9 =) 22,9 stallingsplekken.
Afgerond komt dit uit op 23 plekken. Deze kunnen bij de nieuwe ingang voor een deel worden gerealiseerd. Verkeersintensiteit De Gemeente Rheden heeft geen eigen kencijfers voor verkeersgeneratie. Derhalve 44 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
worden de cijfers voor verkeersgeneratie gebruikt uit CROW 381: Toekomstbestendig Parkeren. We hanteren de maximale verkeersgeneratie voor de berekening. Winkel: 7,88(00 m2) * 133,9 = 1.055 mvt/etmaal Een deel van dit verkeer zal in de nieuwe situatie niet langer naar de parkeerplaatsen achter de Steenbakkersweg rijden. Het is de verwachting dat de verkeersdruk op de Groenestraat zal afnemen. De toename zal naar verwachting niet voor problemen zorgen, omdat de Oranjeweg als gebiedsontsluitingsweg beter wordt benut. Vanuit Duurzaam Veilig ligt het maximum op circa 20.000 mvt per etmaal. De verkeersintensiteiten voor de Oranjeweg liggen tussen de 3.000 en 4.000 mvt per etmaal en derhalve is dus de verkeerstoename van 1.055 mvt per etmaal goed op te vangen. Conclusie Er worden voor de ontwikkeling 34 nieuwe parkeerplaatsen aangelegd. Hiermee kunnen de door de uitbreiding extra benodigde parkeerplaatsen opgevangen worden, plus reeds benodigde parkeerplaatsen die nu uit de openbare ruimte gebruikt worden. Dit is derhalve een goede verbetering. De nieuwe parkeerplaats zorgt bovendien ook voor een andere verkeersstroom. Mensen hoeven niet langer allemaal de Groenestraat in voor een parkeerplaats.
4.10 Externe veiligheid Kader Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de
(aanpassing)
Regeling
Bouwbesluit
(veiligheidszone
en
plasbrandaandachtsgebied). Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe 45 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Beoordeling Uit de risicokaart (afbeelding 4.1) blijkt op circa 700 meter de spoorlijn Arnhem Zutphen is gelegen, 300 meter vanaf de A348, circa 750 meter van gasleiding N-559-20 (212 mm en 40bar) en circa 500 meter vanaf de IJssel.
Afbeelding 4.1: Uitsnede risicokaart De spoorlijn en de A348 liggen op meer dan 200 meter afstand. Aangezien het aantal personen nagenoeg zal blijven is geen onderzoek uitgevoerd. Daarnaast is een onderzoek op grond van het Besluit externe veiligheid niet vereist. Op grond van dat besluit is sprake van een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Voor de risicobron de spoorlijn, de A348 en de IJssel is het Besluit extern veiligheid transport- routes voor externe veiligheid gebaseerd op de risiconormen PR en GR. In onderhavig plangebied geldt voor de risiconormen het volgende. plaatsgebonden risico Conform het Besluit externe veiligheid transportroutes ligt de basisnetafstand op de spoorlijn. Daarmee is het plaatsgebonden risico geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan. groepsrisico Met betrekking tot de invloed op het groepsrisico geldt dat onderhavig plan dat nagenoeg het aantal aanwezige personen niet zal toenemen. Aan
de
orde
is derhalve
gezien
de
ligging van
het
plangebied
binnen
het
invloedsgebied van de spoorlijn en de A348, een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
46 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Verantwoording groepsrisico De incidentscenario’s fakkelbrand, explosie, plasbrand en toxische wolk kunnen optreden. De kans op een incident is klein maar wordt niet uitgesloten. Voor dit plangebied is het scenario toxische wolk relevant. De gemeente heeft bij het invullen van zijn verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Bij een beperkte verantwoordingsplicht komen de volgende twee onderwerpen aan
de
orde. Mogelijkheden rampenbestrijding en mogelijkheden
zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid Het plan leidt niet tot toename van het aantal aanwezigen. Het ligt in de verwachting dat zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen door te vluchten of bescherming te zoeken, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd. Rampbestrijding De bestrijding van het scenario toxische wolk richt zich met name op het reduceren van de schadelijke effecten door neerslaan of verdunnen van de toxische wolk in de nabijheid van de bron. Dit is echter geen garantie dat een toxische wolk niet tot over plangebied reikt. Handelingsperspectief Voor het scenario toxische wolk is het binnenshuis schuilen en ramen en deuren sluiten in combinatie met het uitschakelen van de mechanische ventilatie het voor de hand liggende handelingsperspectief. Basis brandweerzorg In aanvulling op bovenstaande wordt bij de uitwerking van het plan rekening gehouden met de bereikbaarheid en bluswatervoorziening. Voor de uitgangspunten hiervoor wordt de handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland geraadpleegd. Conclusie Externe veiligheid is geen belemmering voor de uitbreiding van de AH.
4.11 Niet gesprongen explosieven Kader Bij het vervaardigen van bestemmingsplannen wordt zoals is vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015 vanwege de gemeentelijke zorgplicht bij het leggen van bouwvlakken in verdachte gebieden een onderzoek gevraagd naar de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. In opdracht van de gemeente is in 2017 een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog. Beoordeling Op de 'Risicokaart Explosieven' van de gemeente Rheden is het plangebied niet aangemerkt als een verdacht gebied. Conclusie Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
47 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
4.12 Milieuzonering Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1.
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;
2.
het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele
reeks
van
milieubelastende
activiteiten
(naar
SBI-code
gerangschikt)
richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. Beoordeling De in het plan opgenomen supermarkt valt op grond van de VNG-brochure in milieucategorie B volgens de Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging. Voor bedrijvigheid uit milieucategorie B geldt dat deze kan worden uitgeoefend in een gemengd gebied.
Voor deze categorie geldt wel dat de supermarkt bouwkundig gescheiden van woningen en andere milieugevoelige functies dient plaats te vinden. In lijn hiermee dient er een afdoende bouwkundige afscherming te komen tussen de supermarkt en de naburige woningen. De bestaande woningen boven de AH blijven gehandhaafd. Vanwege de omstandigheid dat laden en lossen vanwege de ligging in bebouwd openbaar gebied zal moeten plaatsvinden moet hier een gericht akoestisch onderzoek naar worden uitgevoerd (zie 4.2). De vrachtwagens worden in het nieuwe gedeelte inpandig gelost, tussen 07.00 uur en 48 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
21.00 uur, waarbij de overheaddeur gesloten is. Conclusie Bedrijven- en milieuzonering is geen belemmering voor de uitbreiding van de AH.
4.13 Bezonning Er bestaan geen wettelijke normen en eisen ten aanzien van bezonning voor bebouwing. De tuinen van de woningen aan de Steenbakkersweg 39-45, liggen op het noordoosten, waardoor de genoemde effecten minimaal zijn of niet bestaan. Naar aanleiding van een ingediende zienswijze heeft initiatiefnemer door Arlan Architecten B.V. in november 2023 een bezonningsonderzoek voor deze woningen uit laten voeren (zie Bijlage 12). Deze toont aan dat de effecten van het laad-en losstation voor wat betreft bezonning, daglichttoetreding en schaduwhinder op deze woningen inderdaad niet bestaan. Dit aspect is dus geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.14 Milieueffect rapportage Kader De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1.
In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.
verplicht
is.
Activiteiten,
plannen
en
besluiten
waarvoor
een
m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2.
In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming
een
passende
beoordeling
moet worden
gemaakt. Een
passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant
negatieve
effecten
op
Natura
2000-gebieden
kunnen
worden
uitgesloten.
Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor deze ontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen.
Hierbij
is
de
volgende
activiteit
gevonden
die
mogelijk
m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: 49 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
'D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De beoogde ontwikkeling behelst een uitbreiding van de AH. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e,r,-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld
op
basis
waarvan
beoordeeld
wordt
of
het
noodzakelijk
is
een
milieueffectrapportage op te stellen. Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-m.e.r. als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op ruime afstand (ca. 390 meter) van gebieden die wel als Natura 2000-gebied is aangewezen (De Rijntakken). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en geen deel uit van Gelders Natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die liggen buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook
geen
nieuwe
functies
mogelijk
een
effect
zouden
kunnen
zijn
op
de
kernkwaliteiten van het GNN of GO. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot beschermde gebieden zijn geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura2000-gebieden te verwachten. Ook tijdelijke effecten tijdens de aanlegfase zullen niet aan de orde zijn. Significante gevolgen kunnen daarom worden uitgesloten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1.
belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk;
2.
belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij 50 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
de m.e.r.-richtlijn. De criteria betreffen: 1.
Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken;
2.
Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn;
3.
Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben;
4.
Een beschrijving, voor zover er informatie beschikbaar is, van de mogelijke waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van (indien van toepassing)
a.
de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen
b.
het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit.
Beoordeling Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Bij elke activiteit die een extra stikstofdepositie met zich meebrengt, dient te worden getoetst of er sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden. Wanneer er verwacht wordt dat er sprake is van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, dient een passende beoordeling te worden opgesteld. Tevens zal er dan een berekening naar de stikstofdepositie benodigd zijn. In dit geval ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Rijntakken' op een afstand van circa 390 meter. In december 2021 is daarom nagegaan of er sprake is van stikstofdepositie op Natura-2000
gebieden
(zie
Bijlage
6).
Uit
de
AERIUS-berekeningen
voor
het
beschouwde plan komt naar voren dat er in de gebruiksfase, géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr). Drempelwaarden Besluit m.e.r. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Daarom dient te worden getoetst of er sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. 51 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd
gezag
zich er
van
te
vergewissen
of activiteiten geen
aanzienlijke
milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het
Bestluit
milieueffectrapportage.
Uit
jurisprudentie
(ABRvS
15
maart
2017,
ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in Hoofdstuk 4 opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.-toets. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan. Voor het plan is een aanmeldnotitie opgesteld, zie Bijlage 13.
52 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten
5.1
Algemeen Een
bestemmingsplan
is
een
juridisch
instrument
waarbij
de
bouw-
en
gebruiksmogelijkheden van de grond en de opstallen zijn vastgelegd. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf en overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn.
5.2
Procedure bestemmingsplan De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moet worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.
5.3
Verbeelding en regels De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden. 53
Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
5.3.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels.
5.3.2 Regels De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op de planregels. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde (aanlegvergunningenstelsel), voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Algemene regels In hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan.
Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Hierna worden de bestemmingen uit voorliggend bestemmingsplan toegelicht. Centrum - 1 54 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Binnen
deze
bestemming
is
detailhandel,
supermarkt,
dienstverlening,
maatschappelijke voorzieningen, horeca en ondergeschikte kantoren toegelaten. Voor dit plan zijn enkele gebruiken weggelaten, zoals ondergeschikte kantoren en maatschappelijke voorzieningen. Horeca-activiteiten van categorie 1a zijn toegestaan, zoals is vastgelegd in Bijlage 1 Lijst horeca-activiteiten. Door een concentratie wordt het behoud en de versterking van deze voorzieningen nagestreefd. Boven deze vestigingen zijn woningen toegelaten. In deze bestemming wordt gewerkt met maximaal aantal bouwlagen en/of is een maximale bouwhoogte aangegeven. Groen Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden opgericht, wel bouwwerken geen gebouw zijnde. Hiervoor zijn bouwregels opgenomen. Bestemming Waarde – Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
5.4
Reikwijdte bestemmingsplan Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand.
5.5
Handhaving Het bestemmingsplan maakt op een eenvoudige wijze duidelijk wat is toegelaten en is daarmee goed handhaafbaar. Burgemeester en wethouders kunnen bestuursrechtelijk optreden tegen activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Daartoe is beleid vastgesteld. Daarnaast kan ook via de strafrechtelijke weg worden opgetreden. Een overtreding van de regels is een strafbaar feit waarop de Wet op de Economische Delicten van toepassing is.
55 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
56 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van een ruimtelijk plan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De gemeente zal met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afsluiten. In deze
overeenkomst
tegemoetkoming
in
wordt de
onder
planschade,
andere die
het
de
betaling
nieuwe
van
de
planologisch
eventuele kader
kan
veroorzaken, geregeld. De overige kosten worden door middel van leges op de initiatiefnemer verhaald. Het ruimtelijke plan is hierdoor financieel uitvoerbaar.
57 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
58 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Participatie In week 6 van 2022 is een ronde door de buurt gemaakt. Hierbij is zowel met winkeliers/ondernemers en buren gesproken. De reacties van de ondernemers waren eenduidig positief. Als aandachtspunten gaven zij aan het vergroenen en zorgen voor een rolstoelvriendelijke toegang aan de zijde van de Groenestraat. Ook omwonenden waren veelal positief en blij dat er wat gebeurd aangezien het er nu sober bij staat (vooral de leegstaande woningen). Het blokje van 3 (Steenbakkersweg 41-45) grenzend aan het toekomstige loshof heeft zorgen over de bouwhoogte, grenzend aan hun tuin. Initiatiefnemer heeft aangegeven dat hiernaar gekeken zal worden en mogelijk verbetert door bijvoorbeeld het toepassen van groene gevels. Tevens is er in november 2022 een inloopavond georganiseerd voor omwonenden. Hier kan men de plantekeningen zien en eventueel vragen stellen.
7.2
Inspraak Kader De gemeente kent op grond van de Gemeentewet een inspraakverordening. Deze verordening verplicht niet tot het geven van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. Beoordeling Gezien
de
aard
van
onderhavig
bestemmingsplan
waarbij
de
bestaande
mogelijkheden uitgangspunt zijn, de nieuwe ontwikkelingen inzichtelijk zijn en o.a. de wijzigingen in de standaardplanmethodiek in de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan bekend zijn gemaakt en ter inzage hebben gelegen, bestaat geen aanleiding om onverplicht inspraak te geven. Conclusie Volstaan is met de wettelijke procedure zoals opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening.
7.3
Vooroverleg Kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening wordt vooroverleg gepleegd met de besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en met diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor een goede ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Van de kant van de provincie Gelderland en het rijk is bericht in welke gevallen zij vooroverleg nodig vinden. 59
Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Beoordeling In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft overleg plaatsgevonden met de volgende instanties: a.
Het Waterschap
b.
N.V. Nederlandse Gasunie)
c.
De provincie
d.
VGGM (zie Bijlage 11)
e.
Aangrenzende gemeente
De resultaten van het vooroverleg zijn hieronder samengevat weergegeven. Daarbij is tevens de gemeentelijke reactie hierop weergegeven. Verder zijn de reacties als bijlage opgenomen bij deze toelichting (zie bijlage). ad a. Waterschap Rijn en IJssel Opmerkingen Het waterschap geeft aan dat heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben.. Reactie gemeente Geconcludeerd kan worden dat het waterschap akkoord gaat met het voorgelegde plan.
ad c De provincie Opmerkingen De provincie heeft heeft aangeven geen opmerkingen te hebben. Reactie gemeente Geconcludeerd
kan
worden
dat
de
provincie
vanuit
haar
belang
geen
belemmeringen ziet ten aanzien van het voorgelegde plan. Overige instanties hebben geen reactie gegeven. Conclusie Op basis van het de resultaten van het vooroverleg kan het <aangepaste> voorontwerpbestemmingsplan
als
ontwerpbestemmingsplan
ter
visie
te
leggen
worden gelegd.
7.4
Zienswijzen Kader Het Besluit ruimtelijke ordening voorziet erin dat, voordat de formele procedure wordt gestart met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, wordt kennis gegeven
van
het
voornemen
om
een
bestemmingsplan
te
vervaardigen.
De
vooraankondiging is op …….. geplaatst in de Regiobode, een huis-aan- huisblad. En is daarnaast
gepubliceerd
in
het
elektronische
Gemeenteblad
op
de
website
www.overheid.nl. Deze website is ook bereikbaar via een link op de gemeentelijke website. De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met het ontwerpbesluit is ingevolge de
Wet ruimtelijke ordening. bekend gemaakt in de
60 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Regiobode, de
Staatscourant en in het elektronische Gemeenteblad. Op de gemeentelijke website is voor de in procedure zijnde bestemmingsplannen een link geplaatst die doorleidt naar de officiële bekendmakingen op de website www.overheid.nl.
Gedurende
de
termijn van terinzagelegging van donderdag 14 september 2023 tot en met woensdag 25 oktober 2023 heeft een ieder de mogelijkheid gehad zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren te brengen. In deze periode
was
het
bestemmingsplan
met
het
ontwerpbesluit
via
www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal te raadplegen. De analoge versie lag ter inzage in het gemeentehuis. Beoordeling Er zijn drie zienswijzen naar voren gebracht. De zienswijzen zijn beknopt samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen zijn er enkele aanpassingen in de toelichting en regels doorgevoerd (zie Bijlage 14). Deze zijn van dusdanige aard dat het plan niet opnieuw als ontwerp terinzage hoeft te worden gelegd.
Conclusie De ingebrachte zienswijzen geven aanleiding om tot een gewijzigde vaststelling over te gaan. De gewijzigde vaststelling vloeit voort uit aanpassingen in de toelichting en regels. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt met inachtneming van de wijzigingen, zoals aangegeven in de zienswijzennota, voor beroep ter visie gelegd.
61 Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt) (vastgesteld)
Velp | Rheden | De Steeg | Ellecom | Dieren Spankeren | Laag-Soeren | Landelijk gebied
Gemeentehuis Hoofdstraat 3 | 6994 AB De Ste postbus 9110 | ZJ De Steeg T 026 4976911 026 4976518 | gemeente@rhed | www.rheden.n
gemeente Rheden