Rheden-Centrum 2022_Regels.pdf
Tekst van het document
Regels (ontwerp)
25
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Artikel 10 10.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
a. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. woningen; 2. een beroep aan huis als genoemd in artikel 1.14 of een bedrijfsactiviteit genoemd in Bijlage 6 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis; 3. kamerverhuur aan meer dan twee personen, met dien verstande dat: kamerverhuur uitsluitend is toegestaan in aanvulling op het gebruik als woning als bedoeld in artikel 1.72; de onderlinge afstand tussen de kamerverhuurpanden niet minder dan 50 m mag bedragen; b. In aanvulling op het bepaalde in lid a zijn de gronden tevens bestemd voor: 1. kantoor en timmerwerkplaats ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf timmerkwerkplaats'. c. De gronden zijn tevens bestemd voor parkeer- en groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, hemelwaterinfiltratievoorzieningen en rioleringswerken, watergangen en waterpartijen, straatmeubiliair en andere bijbehorende voorzieningen, alsmede voor de ontsluiting van direct aangrenzende percelen. 10.2
Bouwregels
Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen gebouwen en overige bouwwerken worden gebouwd. 10.2.1 Hoofdgebouwen Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd. b. Het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer dan 1 bedragen, dan wel het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. c. De bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen. d. In afwijking van het bepaalde onder c mag de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' niet meer bedragen dan de aangegeven bouwhoogte. e. Een hoofdgebouw mag bestaan uit: 1. een onderbouw; 2. niet meer dan 2 bouwlagen, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen' een ander maximum is aangegeven; 3. een bovenbouw. f. Afwijkingen in maten en aantallen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan gelden als maximale maat/aantal. 10.2.2 Bijgebouwen en overkappingen Voor bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. Bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd. b. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag per bouwperceel niet meer dan 75 m2 bedragen. c.
Het bebouwingspercentage van de bijgebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag per bouwperceel niet meer dan 40 bedragen. d. De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3,50 m bedragen. e. De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 5 m bedragen. f. De bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,50 m bedragen; g. Afwijkingen in percentages, maten en afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp mogen: 1. voor zover het betreft grotere percentages en oppervlaktes gehandhaafd worden waarbij tevens geldt dat het bestaande percentage/de bestaande oppervlakte geldt als maximale maat; 2. voor zover het betreft overige gevallen, gehandhaafd worden.
26
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
10.2.3 Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken - niet zijnde overkappingen - gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en perceelscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen. b. De bouwhoogte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen. c. In overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedragen. d. Afwijkingen in afmetingen en situering zoals die legaal bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen gehandhaafd worden. 10.3
Afwijken van de bouwregels
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 10.2.1 onder c ten behoeve van een vermeerdering dan wel een vermindering van de aangegeven hoogtemaatvoering met niet meer dan 5%; 2. lid 10.2.2 onder e en behoeve van een vermeerdering van de bouwhoogte tot 6 m. b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: 1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige karakteristiek van het straat- en bebouwingsbeeld; 2. geen onevenredige aantasting plaats vindt ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. de vermeerdering dan wel vermindering bijdraagt aan een substantiële verbetering van de architectonische dan wel technische situatie dan wel aan de ruimtelijke aansluiting op de belendende percelen. 10.4
Specifieke gebruiksregels
a. Gebruik van ruimten binnen de woning dan wel een (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis of een bedrijfsactiviteit als genoemd in Bijlage 6 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis is toegestaan mits: 1. de activiteit wordt uitgeoefend door in ieder geval de bewoner van de woning, en naast de bewoner is tegelijkertijd niet meer dan 1 persoon werkzaam; 2. de ruimte(n) waar de activiteiten plaatsvinden niet groter is dan 50 m², gemeten vanaf de binnenzijde van (scheidings)muren; 3. buiten de ruimte als bedoeld onder 2 geen opslag plaatsvindt en geen beroeps- of bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend, met uitzondering van activiteiten die verband houden met het uitoefenen van een bed and breakfast of van gastouderschap; 4. de uiterlijke verschijningsvorm van de woning behouden wordt, waarbij reclame uitingen zich beperken tot een onverlichte oppervlakte van niet meer dan 0,50 m2 en deze niet hoger worden aangebracht dan tot 1,5 m boven maaiveld; 5. het gebruik geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefmilieu heeft; 6. ten behoeve van de activiteit wordt voldaan aan het gestelde in artikel 15.2 Parkeren; 7. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer. b.
Behoudens het gestelde onder a, is het verboden bijbehorende bouwwerken, gelegen buiten het bouwvlak, anders te gebruiken dan ten dienste van het hoofdgebouw, tenzij het gebouw is voorzien van een aanduiding als bedoeld in lid 10.1 onder b in welk geval het aangeduide gebruik is toegestaan. 10.5
Afwijken van de gebruiksregels
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1 onder a sub 2 en bedrijfsactiviteiten toestaan die niet zijn genoemd in Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis en die naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met bedrijfsactiviteiten die wel in die lijst zijn opgenomen, waarbij het gestelde in lid 10.4 onder a sub 1 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing is; b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid;
Regels (ontwerp)
27
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid.
28
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Artikel 11 11.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde en voor gronden met een bekende archeologische vindplaats. 11.2
Bouwregels
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundig archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c. Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 100 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5. het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7. het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8.
alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. c. De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de
Regels (ontwerp)
29
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022 gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een deskundig archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.
30
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Artikel 12 12.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. 12.2
Bouwregels
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundig archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c.
Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5. het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7.
het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8. alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. c. De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de
Regels (ontwerp)
31
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022 gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een deskundig archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.
32
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Hoofdstuk 3 Artikel 13
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels (ontwerp)
33
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Artikel 14 14.1
Algemene bouwregels
Algemene regels
a. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen bouwvlakken, tenzij in deze regels anders is bepaald. b. Bij het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen een bouwvlak worden buiten beschouwing gelaten: 1. ondergeschikte bouwdelen als funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, dakoverstekken, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en goten mits het bouwvlak met niet meer dan 0,5 meter wordt overschreden; 2. erkers, luifels, balkons en brandtrappen voor zover zij ondergeschikt zijn aan de gevel van het hoofdgebouw, mits het bouwvlak met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden; 3. entreepartijen op de begane grond, voor zover zij ondergeschikt zijn aan de gevel van het hoofdgebouw mits het bouwvlak met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden. c. Het bepaalde onder b geldt tevens in situaties waarbij hierdoor een bestemmingsgrens wordt overschreden. d. Een bouwvlak mag volledig worden bebouwd tenzij daaraan een maximum is gesteld. e. Bij het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte worden buiten beschouwing gelaten: liftschachten, trappenhuizen, balustrades, balkonhekken en opbouwen voor technische installaties en dergelijke. 14.2
Nutsvoorzieningen
Binnen de bestemmingen als gegeven in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn toegestaan gebouwen ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een goothoogte van maximaal 3,5 meter en een bouwhoogte van maximaal 5 meter en maximale oppervlakte van 10 m². 14.3
Ondergronds bouwen
a. Binnen de bestemmingen als gegeven in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels is het ondergronds bouwen toegestaan, voor zover uit geohydrologisch onderzoek blijkt dat geen negatieve gevolgen optreden voor het grondwatersysteem, voor: 1. ruimten die een functionele eenheid vormen met en/of dienstbaar zijn aan de toegestane functies, tot een diepte van maximaal 4 meter; 2. voorzieningen voor het ter plaatse bergen of infiltreren van hemelwater en/of huishoudelijk afvalwater, tot een diepte van maximaal 6 meter. b. Constructies ten behoeve van de ontsluiting van de ondergrondse ruimte zijn slechts toegestaan binnen het betreffende bouwperceel. c. Ondergrondse bouwwerken als bedoeld onder a en onder b worden bij het toepassen van deze regels niet betrokken bij de in de regels aangegeven maten en afmetingen, voor zover het betreft de bouwgedeeltes welke zijn gelegen onder het maaiveld, tenzij hierover in deze regels expliciet iets anders is bepaald.
34
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Artikel 15 15.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
a. Als strijdig met de bestemming of het plan wordt in ieder geval aangemerkt het (doen of laten) gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van: 1. het opslaan, lozen of storten, al dan niet ten verkoop, van onbruikbare dan wel aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, materialen, stoffen, voer- of vaartuigen of machines; 2. het (doen of laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; 3. het gebruiken of laten gebruiken ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties dan wel als markt of standplaats. b. Gebruik dat afwijkt van het bepaalde onder a sub 3 echter waarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling is verleend, dan wel waarvoor een melding is gedaan, mag worden gehandhaafd. c. Als strijdig met de bestemming of het bestemmingsplan wordt niet aangemerkt: 1. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling vereist is en deze is verleend, dan wel een melding is gedaan; 2.
het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is, tenzij deze in het bestemmingsplan als zodanig zijn bestemd; hoogspanningsleidingen, tenzij deze in het bestemmingsplan als zodanig zijn bestemd. 15.2
Parkeren
15.2.1 Terreininrichting Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen in deze regels mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig de bestemming indien de betreffende bouwpercelen zodanig zijn ingericht dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren of stallen van auto's, vrachtauto's en fietsen als ook het eventuele laden en lossen van goederen op het bijbehorende terrein te kunnen afwikkelen. Indien ten behoeve van het stallen of parkeren van auto's in, op of onder een gebouw ruimte wordt aangebracht zoals hierboven is beschreven, moet worden voldaan aan het gestelde in de Bijlage 1 Nota Parkeernormen van de gemeente Rheden.
15.2.2 Parkeergelegenheid 1. De gronden mogen enkel worden gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is, zoals neergelegd in de op 26 mei 2015 door de raad vastgestelde nota 'Nota parkeernormen Rheden 2015' zoals opgenomen in Bijlage 1 Nota Parkeernormen. 2. het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, indien bij aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals neergelegd in de Bijlage 1 Nota Parkeernormen. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen en rekenmethode. 3. De onder 1. bedoelde plaatsen voor het stallen van voertuigen moeten afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen, zoals neergelegd in de 'Nota parkeernormen Rheden 2015'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.
Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen in deze regels, geldt dat in, op of onder een bouwwerk dan wel op of onder het bijbehorende terrein voorzien dient te zijn in voldoende parkeergelegenheid volgens de normen zoals opgenomen in de Bijlage 1
Regels (ontwerp)
35
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022 Nota Parkeernormen van de gemeente Rheden. Indien gedurende de planperiode de Parkeernormen wijzigen, gelden de gewijzigde normen. 15.3
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. Het (doen of laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting mits: 1. het totaal aantal seksinrichtingen op het grondgebied van de gemeente niet meer dan 1 bedraagt; 2. de totale maximale oppervlakte van de inrichting niet meer dan 250 m² bedraagt; 3. geen onevenredige negatieve gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen; 4. de activiteiten binnen de inrichting daarbuiten niet zintuigelijk waarneembaar zijn; 5. in de omgeving van de betreffende inrichting geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat: het parkeren op eigen terrein plaatsvindt; behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsmatige activiteit in de openbare ruimte rond de inrichting mogen plaatsvinden; 6. de activiteiten van de inrichting dor hun aard en visuele aspecten zoals reclame-uitingen en technische of andere installaties, het woon- en leefmilieu niet onevenredig aantasten; 7. de vestiging niet plaatsvindt : in een gebied waar het wonen de hoofdfunctie is; binnen een straal van 200 rondom scholen, kerken en moskeeën. b. het bepaalde in 15.1 lid a onder 3 indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid. c. De gestelde parkeernormen voor zover in die afwijkingsmogelijkheid wordt voorzien in de op het moment van toetsing geldende Parkeernormen van de gemeente Rheden.
36
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Artikel 16 16.1
Algemene aanduidingsregels
overige zone - stedenbouwkundig waardevol
16.1.1 Omschrijving aanduiding Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - stedenbouwkundig waardevol' geldt dat die gronden -naast de andere aangewezen bestemming(en)- tevens bestemd zijn voor de instandhouding en bevordering van het open stedenbouwkundige karakter van de gronden en van het representatieve straatbeeld. De gronden worden aldus voor wat betreft het vergunningvrij bouwen geacht geen deel uit te maken van het erf bij het hoofdgebouw.
16.1.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden -in afwijking van het hierover gestelde in de overige bestemmingsregels- de volgende regels: a. De gronden dienen vrij van gebouwen en overkappingen te blijven. b. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen. c. De bouwhoogte van vrijstaande reclame uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen. d. In overige gevallen mag de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer dan 6 m bedragen. e. Afwijkingen in afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen gehandhaafd worden. 16.1.3 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats, afmeting en uitvoering (mate van transparantie) van de overige bouwwerken ten behoeve van de instandhouding en bevordering van het open stedenbouwkundig karakter van de gronden en van het representatieve straatbeeld. b. Voor het stellen van een nadere eis geldt de in artikel 19 vermelde voorbereidingsprocedure. 16.1.4 Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.1.2 onder b ten behoeve van een vermeerdering van de bouwhoogte tot 2 m, voor zover het niet betreft de bestemming 'Tuin'. b.
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: 1. dit noodzakelijk is uit oogpunt van beveiliging; 2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige karakteristiek en de representativiteit van het straat- en bebouwingsbeeld. 16.1.5 Specifieke gebruik sregels In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor op de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
Regels (ontwerp)
37
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Artikel 17
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. Een bestemmingsgrens en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft. b. De bestemmingsregels en toestaan dat een bouwvlak wordt verschoven indien dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, of in het belang is van een technisch of ruimtelijk dan wel cultuurhistorisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, met dien verstande dat de afwijking maximaal 3 meter mag bedragen en dat de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder niet wordt overschreden. c. De bestemmingsregels en toestaan dat geluidwerende voorzieningen worden gerealiseerd tot een hoogte van 3 meter. d. De bestemmingsregels en toestaan dat schotelantennes worden geplaatst, waarbij aan de zijde van het openbare gebied de afwijking slechts gegeven kan worden voorzover de antenne wordt geplaatst binnen het horizontale en verticale vlak van een balkon. e. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a tot en met d kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid.
38
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Artikel 18
Algemene wijzigingsregels
a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere aanduidingen met betrekking tot de functie van de verbeelding te verwijderen, indien het betreffende gebruik gedurende ten minste 1 jaar is beëindigd. b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere aanduidingen met betrekking tot de functie van/op de verbeelding geheel te wijzigen, met dien verstande dat: 1. deze bevoegdheid uitsluitend van toepassing is op gronden met de bestemming 'Gemengd - 1''; 2. deze strekt ter gehele vervanging van een aanduiding; 3. de nadere aanduiding betrekking heeft op dienstverlenende activiteiten, activiteiten op het gebied van cultuur en ontspanning en maatschappelijke activiteiten exclusief de volgende maatschappelijke voorzieningen : begeleid wonen; instellingswonen; wonen indien dit plaatsvindt ter voortzetting van een duurzaam samenleven met de voor instellingswonen geïndiceerde partner; het wonen in zorgwoningen; 4. de toe te laten activiteiten naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met reeds toegestane activiteiten waarvan de aanduiding wordt vervangen; 5. voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen overeenkomstig het bepaalde in artikel 15.2 Parkeren; c. De wijzigingsbevoegdheid wordt uitsluitend toegepast onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaats vindt van: 1. de woonsituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid; 4.
de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. d. Een wijzigingsplan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat is aangetoond dat het plan uitvoerbaar is, waaronder wordt begrepen de milieutechnische-, de waterhuishoudkundige-, de archeologische-, de cultuurhistorische, de ecologische-, de verkeerstechnische toelaatbaarheid en de stedenbouwkundige inpasbaarheid.
Regels (ontwerp)
39
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Artikel 19
Algemene procedureregels
Voor een besluit tot het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. Het voornemen ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage. b. De terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. c. De bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn. d. Burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.
40
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Hoofdstuk 4 Artikel 20 20.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Bouwwerken
20.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 20.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 5%.
20.1.3 Uitzondering Het bepaalde onder 20.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 20.2
Gebruik
20.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
20.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder 20.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
20.2.3 Uitzondering Het bepaalde onder 20.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
20.2.4 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld onder 20.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Regels (ontwerp)
41
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Artikel 21
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ...
42
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Bijlagen
Regels (ontwerp)
43
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Bijlage 1 Nota Parkeernormen
44
Regels (ontwerp)
Parkeernormen A
Auto’s
1
Parkeernormen per functie
1.1 Bepalen parkeerbehoefte Burgemeester en wethouders bepalen de behoefte volgens onderstaande tabellen. Hoofdfunctie Wonen
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
Vrijstaande woning, 2 onder 1 kapwoning
woning
1,60
0,40
Eengezinswoning, rijwoning, appartement
woning
1,40
0,40
woning
0,90
Service appartement voor zorgbehoevende
woning
0,80
Studentenwoning
woning
0,25
Verzorgingshuis
woning
0,50
Verpleeginrichting
100 m² bvo
0,33
Gezinsvervangend tehuis
100 m² bvo
0,33
Hoofdfunctie Winkel
Eenheid
Norm
Streekverzorgende winkel(centra)
100 m² bvo
3,50
Dorp-, wijk-, buurtverzorgende winkel(centra)
100 m² bvo
2,50
Fullservice supermarkt
100 m² bvo
3,00
Discountsupermarkt
100 m² bvo
4,00
Eenheid
Norm
Studio (max. 1 slaapkamer), woning voor alleenstaande
Aandeel bezoekers
Hoofdfunctie Bedrijven
Aandeel bezoekers
Arbeidsintensief / bezoekers extensief
100 m² bvo
1,70
100 m² bvo
0,70
Garage servicestation
100 m² bvo
2,50
Showroom
100 m² bvo
1,20
100 m² bvo
2,80
100 m² bvo
1,90
Eenheid
Norm
(industrie, werkplaats etc.) Arbeidsextensief / bezoekers intensief (loods, opslagruimte etc.)
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie) Kantoor zonder baliefunctie
Hoofdfunctie Horeca en (verblijfs)recreatie
Aandeel bezoekers
Restaurant
100 m² bvo
10,00
Cafe, cafetaria
100 m² bvo
5,00
Hotel, motel
kamer
1,10
Discotheek
100 m² bvo
1,90
1
Hoofdfunctie Maatschappelijke instellingen
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
100 m² bvo
2,70
bed
1,50
zitplaats
0,20
Religiegebouw (alternatieve berekeningswijze)
100 m² bvo
10,00
Vereniging, clubgebouw
100 m² bvo
2,00
zitplaats
0,30
Museum, bibliotheek
100 m² bvo
0,70
Begraafplaats, crematorium
begrafenis,
30,00
Medische en maatschappelijke diensten (arts, groene kruis, apotheek, fysiotherapie, schoonheidssalon, tandarts etc.) Ziekenhuis Religiegebouw
Bioscoop, schouwburg, concertzaal, theater
crematie
Hoofdfunctie Onderwijs
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
Dagverblijf, creche, sociale werkplaats
Maximaal
0,70
gelijktijdig aanwezig personeel (excl. kiss and ride) basisonderwijs
leslokaal
0,80
Voortgezet onderwijs
leslokaal
0,80
MBO, hoger onderwijs
leslokaal
6,00 + 20 per collegezaal
Avondonderwijs
student
0,80
Hoofdfunctie Recreatie
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
Sporthal
100 m² bvo
2,50
Sportveld, exclusief kantine en kleedruimtes
hectare netto
20,00 +0,2
terrein
per zitplaats bij wedstrijdfunctie
Zwembad
100 m² bassin
10,00
Sportschool, -studio, dansstudio
100 m² bvo
3,00
Squashbaan
baan
1,50
Tennisbaan
baan
3,00
Manege
box
0,50
Volkstuin
perceel
0,30
Jachthaven
ligplaats
0,50
2
1.2 Afronding Het volgens deze tabellen berekende aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond op hele aantallen. 1.3 Toegankelijkheid aandeel bezoekers Het bezoekersgedeelte dat onderdeel uitmaakt van de parkeernorm dient openbaar toegankelijk te zijn.
2
Parkeerplaatsverplichting
2.1 Beoordeling parkeerplaatsverplichting Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, nadat het benodigde aantal parkeerplaatsen volgens de norm is bepaald, om de aanleg van een ander aantal parkeerplaatsen te verplichten. Daarbij wordt gelet op de mogelijkheid om: • parkeerplaatsen dubbel te gebruiken; • de wijze waarop bij woningen het gebruik van de parkeerplaatsen op het bijbehorende terrein in de praktijk zal plaatsvinden. 2.2 Tabel aanwezigheidspercentages Bij de berekening van de parkeerplaatsverplichting wordt bij het realiseren van meerdere (verschillende) functies gebruik gemaakt van onderstaande aanwezigheidspercentages. Functies
Woonruimte
Werkdag Werkdag Werkdag Koop-
Werkdag Zaterdag Zaterdag Zondag
ochtend
middag
nacht
50%
60%
100%
avond
avond
middag
avond
middag
90%
100%
60%
70%
70%
Seniorenwoning
80%
80%
100%
90%
100%
80%
80%
90%
Kantoor,
100%
100%
5%
10%
0%
5%
0%
0%
100%
100%
5%
75%
0%
5%
0%
0%
Detailhandel
30%
70%
20%
100%
0%
100%
0%
0%
Sociaal-culturele
10%
40%
100%
100%
5%
60%
90%
25%
Sportfuncties
30%
50%
100%
90%
0%
100%
90%
85%
Bioscoop,
5%
25%
90%
90%
0%
50%
100%
50%
100%
100%
30%
15%
0%
15%
5%
5%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
100%
0%
0%
0%
0%
Bibliotheek
30%
70%
100%
70%
0%
75%
0%
0%
Horeca, vermaak
30%
40%
90%
95%
5%
75%
100%
45
bedrijven Commerciële dienstverlening
voorzieningen
theater, podium Sociaal-medische voorzieningen
2.3 Reductiefactor parkeerplaatsen op bijbehorend terrein 2.3.1 De mate waarop het aanbod aan parkeerplaatsen op eigen terrein bij de hoofdfunctie ‘Wonen’ wordt bepaald is afhankelijk van de vraag of een garage, oprit of carport als volwaardige of gedeeltelijke parkeerplaats meetelt.
3
2.3.2 Burgemeester en wethouders gebruiken voor het bepalen van het aanbod op eigen terrein het berekeningsaantal behorende bij de privé parkeervoorziening zoals genoemd in onderstaande tabel. Parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekeningsaantal
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
Lange oprit zonder garage
2
1,0
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
Garage zonder oprit
1
0,4
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
Garage met enkele oprit
2
1,0
Garage met lange oprit
3
1,3
Garage met dubbele oprit
3
1,8
2.4 Maatvoering parkeervoorziening Een parkeervoorziening op bijbehorend terrein moet voldoen aan de volgende fysieke maatvoering: • een enkele oprit is minimaal 5 m lang en 3,5 m breed; • een lange oprit is minimaal 10 m lang en 3,5 m breed; • een dubbele oprit is minimaal 5,5 meter breed (en eveneens minimaal 5 m lang); • een garage is minimaal 5 m lang en 2,5 m breed (binnenwerks); • een dubbele garage is minimaal 5 m lang en 4,5 m breed (binnenwerks); • een zodanige situering dat het veilig in- en uitrijden is gewaarborgd; • voor maatvoeringen van parkeergarages en parkeerterreinen op het bijbehorende terrein toetst de gemeente aan de publicatie ontwerpwijzer gebouwde parkeervoorzieningen (CROW publicatie 293 ontwerpwijzer parkeergarages en ASVV2012); • bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minste 5,00 m bij 2,50 m; • bij langs parkeren: een verhard vak van ten minste 5,50 m bij 2,00 m. 2.5 Afronding naar volledige parkeerplaatsen Bij de berekening van de parkeerverplichting wordt gebruikt gemaakt van de tabellen 2.1 en 2.2. Het volgens deze parkeernormen benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond op een hele parkeerplaats.
3
Aanvullende eisen
3.1 Bevoegdheid stellen aanvullende eisen Burgemeester en wethouders beoordelen, indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten aanvullende behoefte anders dan in de parkeernormen beschreven, de onderstaande bruikbaarheidvereisten. 3.2 Aanvullende eis voor laden en lossen 3.2.1 Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde gedeelte dat bij dat gebouw behoort. 3.2.2 Op basis van rijcurves wordt de bruikbaarheid van de laad en los mogelijkheid getoetst. Voor maatvoeringen wordt getoetst aan het gestelde in de ASVV2012.
4
3.3 Aanvullende eis voor scholen, kinderdagverblijven en BSO locaties 3.3.1 Naast de eis dat in de parkeerruimte voor het personeel op het bijbehorende terrein wordt voorzien, wordt ook bepaald in hoeverre het nodig is voorzieningen op te nemen voor het met de auto halen en brengen van kinderen. De hiervoor te gebruiken kiss and ride stroken zijn bedoeld voor het onmiddellijk in en uit laten stappen van passagiers. Het is niet toegestaan daarop te parkeren. 3.3.2 Het aantal kiss and ride plaatsen wordt volgens de berekeningen in onderstaande tabellen bepaald. Benodigde aantal kiss and ride
Formule
plaatsen Basisschool aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen
- onderbouw (groep 1 tot met 3)
x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen
- bovenbouw (groep 4 tot en met 8)
aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen
Kinderdagverblijf en Buitenschoolse
aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen
Opvang
x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen
Voor de input van de formule wordt gebruik gemaakt van de volgende tabel. Doelgroep
% halen en
Reductiefactor
Reductiefactor
brengen met de
parkeerduur
aantal kinderen per
auto
auto
Groep 1 t/m 3
30 – 60 %
0,50
0,75
Groep 4 t/m 8
5 – 40 %
0, 25
0,85
Kinderdagverblijf en BSO
50 – 80 %
0,25
0,75
3.4 Aanvullende eis gehandicapten parkeerplaatsen 3.4.1 De gehandicaptenparkeerplaatsen maken onderdeel uit van het aantal parkeerplaatsen behorend bij de parkeerplaatsverplichting en komen dus niet boven op de berekende verplichting. 3.4.2 Bij de realisatie van de gehandicaptenparkeerplaats dient deze parkeerplaats zo dicht mogelijk bij de ingang van het gebouw te liggen. De afstand bedraagt waar mogelijk minder dan 25 meter. 3.4.3 De voor gehandicapten gereserveerde plaats bij haaks parkeren heeft een verhard oppervlak van ten minste 3,50 bij 5,00 meter. 3.4.4 Bij openbare voorzieningen wordt er naar gestreefd om 2% van de openbare parkeerplaatsen in te richten als gehandicaptenparkeerplaats. 3.5 Aanvullende eis voor kleinschalig beroep/bedrijf aan huis 3.5.1 Voor het door de bewoner aan huis uitoefenen van een beroeps- of bedrijfsactiviteit als bedoeld in het bestemmingsplan, wordt geen parkeereis gesteld. 3.5.2 Voor een personeelslid dient het op het bijbehorende terrein 1 parkeerplaats gerealiseerd te worden. 3.5.3 Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer op het bijbehorende terrein niet voorzien kan worden in de benodigde parkeervoorziening, bij omgevingsvergunning afwijken van het
5
bepaalde onder 3.5.2 voor het parkeren in het openbare gebied indien aangetoond wordt dat geen sprake is van een onevenredige toename van de parkeerdruk op de omgeving.
4
Uitvoering parkeerplaatsverplichting
4.1 Voldoen aan parkeernormen 4.4.1 In, op of onder een bouwwerk dan wel op of onder het bijbehorende terrein dient blijvend voorzien te zijn in voldoende parkeergelegenheid volgens de parkeernormen. 4.1.2 De aanvrager dient ten behoeve van de berekening aan te leveren uit welke functies en bijbehorende oppervlakten zijn plan is opgebouwd. 4.1.3 Bij nieuwbouwplannen en bij algehele functiewijziging wordt de parkeerplaatsverplichting berekend aan de hand van het gestelde onder de hoofdstukken 2 en 3. 4.1.4 Bij verbouwplannen, waaronder ook uitbreidingsplannen worden begrepen, en bij gedeeltelijke functiewijzigingen wordt bij de berekening van de parkeereis ervan uitgegaan dat de huidige parkeersituatie een feit is. Een reeds aanwezig tekort komt niet voor rekening van de initiatiefnemer. Indien op een locatie een uitbreiding plaatsvindt of een functie wordt toegevoegd, zal slechts voor die extra oppervlakte of die toegevoegde functie voorzien moeten worden in de parkeernorm. Uiteraard moeten opgeheven parkeerplaatsen wel gecompenseerd worden. 4.1.5 Wanneer het totale gebouw, inclusief de uitbreiding, als geheel voldoende parkeerplaatsen heeft, voldoet het (bouw)plan eveneens aan de parkeerplaatsverplichting conform deze bijlage.
4.2 Stappenplan bepalen parkeerplaatsverplichting 4.2.1 Burgemeester en wethouders bepalen de parkeerplaatsverplichting en de invulling van deze verplichting op basis van onderstaande vier stappen. Stap 1: bepalen parkeerbehoefte De parkeerbehoefte wordt bepaald volgens de tabellen in hoofdstuk 2. Stap 2: aantonen parkeren op bijbehorend terrein Een aanvraag omgevingsvergunning dient in beginsel op het bijbehorend terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. Met het begrip “bijbehorend terrein” in deze bijlage wordt bedoeld: de ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan en de vigerende bestemming. Stap 3: controle parkeren op bijbehorend terrein door gemeente Burgemeester en wethouders controleren de bij de aanvraag ingediende parkeerbehoefteberekening, zowel op de juiste toepassing van de parkeernormen en aanwezigheidspercentages als op de afwijkingsgronden van parkeren op eigen terrein.
(Luidt de conclusie dat voldaan kan worden aan de parkeerplaatsverplichting, dan vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de ontwikkeling.) Burgemeester en wethouder kunnen meewerken aan de ontwikkeling en toepassing geven aan hun afwijkingsbevoegdheid, indien uit hun controle blijkt dat: niet kan worden voldaan aan de parkeerplaatsverplichting en de aanvraag niet zodanig aanpasbaar is dat de parkeereis in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, kan worden gerealiseerd zonder dat dit het functioneren buitensporig belemmerd.
6
Stap 4: onderzoek realiseren parkeerbehoefte in de openbare ruimte Burgemeester en wethouders onderzoeken, al dan niet op verzoek van de aanvrager, indien het realiseren van parkeren op eigen terrein (deels) onmogelijk is, of het mogelijk is om in de openbare ruimte te zoeken naar een oplossing. Hierbij worden drie mogelijkheden onderzocht. a. Parkeermogelijkheden in de directe omgeving Wanneer is aangetoond dat er geen parkeermogelijkheden zijn op bijbehorend terrein, is parkeren op bestaande plaatsen (in de openbare ruimte) mogelijk een optie. Indien parkeercapaciteit in de openbare ruimte beschikbaar is, heeft dit gevolgen voor de inspanningsverplichting om alternatieven te zoeken. Wanneer op een andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien, door het toewijzen van parkeerplaatsen uit de openbare ruimte, dient onderzocht te worden in hoeverre er restcapaciteit van parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is. Dit kan op twee manieren: 1. door middel van tellingen, of 2. door middel van een berekening van de theoretische parkeerbehoefte van andere functies in de directe omgeving. Tellingen worden op verschillende tijdstippen en verschillende dagen verricht, zodat onderscheid gemaakt kan worden in het parkeren door verschillende groepen. Het doel is de maximale bezettingsgraad te bepalen.
Als indicatie van de grens van de beschikbare parkeercapaciteit wordt in de verkeerskunde een bezettingspercentage van 85% gehanteerd. Ofwel: 85% van de beschikbare parkeercapaciteit mag bezet zijn. De overige 15% is nodig voor het opvangen van “zoekverkeer” en groei van het autobezit. De maximale parkeerbezetting is richtinggevend voor de maximaal aanwezige beschikbare parkeerplaatsen voor het kunnen toewijzen als afwijking van de parkeerplaatsverplichting op bijbehorend terrein. Ook hierbij spelen loopafstanden een rol (zie tabel hieronder). Wanneer een ingrijpende maatregel (bijvoorbeeld grootschalige nieuwbouw) plaatsvindt, kan niet altijd worden volstaan met tellingen. Dit omdat in de huidige situatie geparkeerd wordt door bewoners of gebruikers van de sloopbouw. Daarbij zijn (recente) tellingen niet altijd voorhanden. Voor nieuwbouwplannen worden in principe vanuit de gemeente geen tellingen verricht in verband met de bijkomende kosten. Voor de bestaande situatie bij deze grootschalige nieuwbouw worden daarom tellingen uitgevoerd en voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de parkeervraag bepaald door middel van de normen in deze bijlage. b.
Centrale parkeervoorziening Burgemeester en wethouders onderzoeken de mogelijkheden van het toerekenen van de parkeerplaatsverplichting van de nieuwe functie(s) aan een toekomstige openbare parkeergarage of parkeerterrein, die in de nabije omgeving wordt gerealiseerd. c. Aanleg nieuwe parkeerplaatsen Burgemeester en wethouders onderzoeken de mogelijkheden van het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen op loopafstand van de ontwikkellocatie op kosten van de aanvrager. Wat een acceptabele loopafstand is, wordt beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning en is afhankelijk van de functie, het specifieke gebied waar het bouwplan gerealiseerd wordt en een aantal ruimtelijke aspecten aan een looproute zoals sociale veiligheid en aantrekkelijkheid. De richtlijnen van het CROW voor acceptabele loopafstanden worden de mogelijkheden onder a tot en met c als uitgangspunt gebruikt. Daarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde loopsnelheid van 5 kilometer per uur. Deze zijn weergegeven de volgende tabel.
7
Hoofdfunctie
Acceptabele loopafstanden
Wonen
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Winkelen supermarkt
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Winkelen funshoppen
200 – 600 meter
(2,5 tot 7,5 minuten)
Werken
200 – 800 meter
(2,5 tot 9,5 minuten)
Ontspanning
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Gezondheidszorg
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Onderwijs
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Wanneer de burgemeester en wethouders de mogelijkheid zien om parkeerplaatsen in de openbare ruimte op acceptabele loopafstand te realiseren gelden voor de aanleg van deze nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte de volgende ontwerpeisen: • bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minste 5,00 m bij 2,50 m; • bij langs parkeren: een verhard vak van ten minste 5,50 m bij 2,00 m; • bij een voor gehandicapte gereserveerde plaats bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minst 5,00 m bij 3,50 m; • voor maatvoeringen van grootschalige parkeergarages en parkeerterreinen toetsen burgemeester en wethouders aan de publicatie ontwerpwijzer gebouwde parkeervoorzieningen (CROW publicatie 293 ontwerpwijzer parkeergarages, ASVV2012).
4.3 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders maken gebruik van hun afwijkingsbevoegdheid indien volgens de onder stap 4 beschreven wijze de benodigde parkeerplaatsen in het openbare gebied kunnen worden aangelegd. 4.4
Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer geen fysieke mogelijkheden aanwezig zijn om de parkeereis op bijbehorend terrein te realiseren of op acceptabele loopafstand in de openbare ruimte op te vangen of te realiseren conform de gestelde ontwerpeisen, de ontwikkeling toetsen aan de hardheidsclausule om mee te kunnen werken aan de voorgenomen ontwikkeling. Stap 5: eindafweging Het verlenen van medewerking zonder dat aan de parkeerbehoefte wordt voldaan en zonder vervangende parkeerruimte, is voorbehouden voor zeer bijzondere omstandigheden. Van deze bevoegdheid wordt slechts gebruik gemaakt indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
8
B
Fietsen
1
Parkeernormen per functie
1.1 Bepalen parkeerbehoefte Burgemeester en wethouders bepalen de behoefte volgens onderstaande tabel. Functie
Eenheid
Norm
Winkels en dienstverlenende bedrijven -
streekverzorgende winkel (centra)
100 m² bvo
2,7
-
dorp-, wijk-, buurtverzorgende
100 m² bvo
2,9
winkel(centra) Kantoren -
zonder baliefunctie
100 m² bvo
1,2
-
met baliefunctie
100 m² bvo
5,0
Onderwijsinstellingen -
basisschool
10 leerlingen
5,4
-
voortgezet onderwijs
100 m² bvo
14,4
-
hoger onderwijs
100 m² bvo
12,9
100 m² bvo
2,5
Sportcomplexen -
sporthal
-
sportveld met tribune
100 bezoekerscapaciteit
30 30
-
sportveld
wedstrijdveld
-
zwembad
100 m² bassin
20
theater
100 zitplaatsen
18
-
concertzaal
100 zitplaatsen
18
-
bioscoop
100 m² bvo
1,4
-
discotheek
100 (zit)plaatsen
18
Uitgaansgelegenheden -
Zorginstelling -
ziekenhuis
100 m² bvo
0,7
-
verpleeg-, verzorgingshuis
100 m² bvo
0,7
1.2
Afronding Het volgens deze fietsparkeernormen berekende benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond tot een hele parkeerplaats.
9
2
Aanvullende eisen
2.1 Maatvoering De maatvoering van een fietsparkeerplaats moet voldoende zijn om een fiets te parkeren/stallen. Ook voor het plaatsen van de fiets is voldoende (manoeuvreer)ruimte nodig. Omtrent voorzieningen voor het parkeren en stallen van fietsen is de publicatie 230 ‘Ontwerpwijzer Fietsverkeer’ van het CROW (2006) van toepassing. 2.2 Ligging fietsparkeervoorzieningen De fietsparkeervoorzieningen moeten aantrekkelijk zijn gelegen. Bij solitaire bestemmingen waar men kort hoeft te zijn zoals bijvoorbeeld een supermarkt of een bank moet de afstand tussen parkeerplaats en bestemming een beperkt aantal meters zijn. Als de verblijftijd langer is (bijvoorbeeld voor centrumbezoek – meerdere voorzieningen) dan worden langere loopafstanden eerder geaccepteerd. De fietsparkeervoorzieningen dienen in dat geval geconcentreerd op de (drukst bereden) aanrijroutes te worden gerealiseerd.
C
Slotbepaling
Daar waar deze bijlage niet in voorziet, is de ASVV 2012 of publicatie 317 van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) van toepassing, dan wel een latere uitgave. Hierbij dient als basis de stedelijkheidsgraad ‘matig stedelijk’ te worden aangehouden en dient uitgegaan te worden van de ‘gemiddelde parkeerkencijfers’ voor de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’ voor het totale grondgebied van de gemeente Rheden.
10
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Bijlage 2 Lijst maatschappelijke voorzieningen
Regels (ontwerp)
55
LIJST MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN Omschrijving Artsenpraktijk, klinieken Apotheken Bibliotheek Uitvaartcentrum Kerkgebouw e.d. Buurt- en clubhuizen Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs al dan niet in combinatie met kinderopvang, brede scholen Scholen voor beroeps- hoger en overig onderwijs Buitenschoolse opvang en kinderdagverblijven
Grootste afstand 10 10 10 10 30 30 30
Categorie 1 1 1 1 2 2 2
30 30
2 2
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Bijlage 3 Lijst gemengde activiteiten
Regels (ontwerp)
57
LIJST GEMENGDE ACTIVITEITEN
maatschappelijk M
M,D,C
dienstverlening D cultuur en ontspanning C grootste afstand
categorie
Apotheken
M
10
1
Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven
M
10
1
Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen
D
10
1
Bibliotheken, musea, ateliers, e.d.
M-C
10
1
Consultatiebureaus
M
10
1
Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten
D
10
1
Kleinschalige persoonlijke dienstverlening
D
10
1
Reisorganisaties
D
10
1
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Bijlage 4 Lijst bedrijfsactiviteiten gemengd gebied
Regels (ontwerp)
59
LIJST BEDRIJFSACTIVITEITEN GEMENGD GEBIED
grootste afstand
categorie
Ateliers
10
1
Autobeklederijen
10
1
Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
10
1
Grafische afwerking
10
1
Overige kleinschalige ambachtelijke bedrijven
10
1
Reproduktiebedrijven opgenomen media
10
1
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
10
1
Showroom tot 50 M2
10
1
Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
10
1
Wasserettes, wassalons
10
1
Webwinkel
10
1
Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²
30
2
Autowasserijen
30
2
Binderijen
30
2
Cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m²
30
2
Cateringbedrijven
30
2
Consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²
30
2
Electrotechnische industrie (sbi code 293)
30
2
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie
30
2
Foto- en filmontwikkelcentrales
30
2
Grafische reproduktie en zetten
30
2
Handel in auto's en motorfietsen met reparatie- en servicebedrijven
30
2
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
30
2
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2
30
2
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
30
2
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
30
2
Kleinschalige grafische aktiviteiten
30
2
Post- en koeriersdiensten
30
2
Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²
30
2
Studio's (film, TV, radio, geluid)
30
2
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)
30
2
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
30
2
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Bijlage 5 Lijst horeca-activiteiten
Regels (ontwerp)
61
LIJST HORECA- ACTIVITETEN grootste afstand
categorie
10 10 10 10 10 10 10
1a 1a 1a 1a 1a 1a 1a
Overige lichte horeca restaurant (zonder bezorg- en/of afhaalservice) hotel of pension cafetaria automatiek
10 10 10 10
1b 1b 1b 1b
Middelzware horeca cafetaria met bezorgservice restaurant met bezorg- en/of afhaalservice shoarma/grillroom
30 30 30
2a 2a 2a
30 30 30 30 30
2b 2b 2b 2b 2b
30
2b
discotheek, muziekcafé
50
3
partycentrum -regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen
50
3
Omschrijving Lichte horeca broodjeszaak croissanterie koffiebar lunchroom ijssalon tearoom traiteur
bar bierhuis biljartcentrum café proeflokaal zalenverhuur -zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen 3 zware horeca
bestemmingsplan Rheden-Centrum 2022
Bijlage 6 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis
Regels (ontwerp)
63
Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis Activiteit
Randvoorwaarde
Kantoor
Alleen op afspraak
Reparatie van computers en
Geen auto’s, motorfietsen, bromfietsen, caravans en boten
consumenten artikelen, inclusief ondergeschikte detailhandel Haar- en schoonheids-
Alleen op afspraak.
verzorging,
Een pedicure of manicure valt hieronder. Sauna’s, solaria enz. vallen hier niet
inclusief ondergeschikte
onder net zo min als een hondentrimsalon
detailhandel webwinkels
Alleen opslag en verzending. Een showroom, afgiftepunt en verkoop ter plekke is uitgesloten
Bieden van bed and breakfast Gastouder
Maximaal 6 kinderen. Voldaan moet worden aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang. Op de aanmelding als gastouder moet positief zijn beslist
Autorijschool
Lesvoertuigen of aanhangwagens moeten op het bijbehorende terrein worden geparkeerd
Huiswerkbegeleiding Het geven van cursussen
Aangepast per 1 november 2014