CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie inspraakbijdrage NBV

Raadsvergadering 17 maart 2026, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Buitenplaats Beekhuizen588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Het college dankt de inspreker voor de geleverde inspraakbijdrage en de daarin verwoorde aandachtspunten. Hieronder wordt op de verschillende punten uit de inspraakbijdrage ingegaan. Stikstofdepositie en biodiversiteit De inspreker stelt dat de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename van stikstofdepositie en een afname van biodiversiteit in het Natura 2000-gebied Veluwe. Het college merkt hierover op dat uit de passende beoordeling en de uitgevoerde AERIUS-berekeningen blijkt dat het project, met toepassing van intern salderen overeenkomstig de geldende beleidsregels, leidt tot een substantiële afname van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. Op basis van deze ecologische beoordeling is geconcludeerd dat het initiatief geen significante negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Veluwe. 1. Natuurcamping In de inspraakbijdrage wordt gesteld dat het geldende bestemmingsplan uitsluitend een “natuurcamping” toestaat. Dit is niet geheel juist. Op grond van het geldende bestemmingsplan is ter plaatse een kampeerterrein / vakantiecentrum toegestaan, inclusief daarbij behorende voorzieningen zoals een receptie, keuken en sanitaire voorzieningen. Het huidige planologische regime biedt daarmee reeds ruimte voor verblijfsrecreatie op deze locatie.

De voorgenomen planwijziging ziet op een andere invulling van deze verblijfsrecreatieve functie. 2. Adviesbureau In de inspraakbijdrage wordt gesteld dat de initiatiefnemer een adviesbureau heeft ingehuurd dat tot de conclusie komt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het is gebruikelijk dat een initiatiefnemer bij ruimtelijke ontwikkelingen deskundige bureaus inschakelt voor het uitvoeren van onderzoeken en het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing. Deze onderzoeken maken onderdeel uit van de aanvraag en worden door het bevoegd gezag inhoudelijk beoordeeld. Het college beoordeelt vervolgens zelfstandig of de ruimtelijke onderbouwing en de daarbij behorende onderzoeken voldoende aantonen dat het initiatief ruimtelijk aanvaardbaar is. De enkele stelling dat een adviesbureau door de initiatiefnemer is ingeschakeld, vormt op zichzelf geen reden om de inhoud van de onderzoeken terzijde te schuiven.

3. Communicatie De inspreker stelt dat de stichting onvoldoende is gehoord in het proces. Het college merkt hierover op dat de participatie rondom het initiatief in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer heeft sinds 2023 verschillende momenten georganiseerd om omwonenden, belangenorganisaties en andere betrokkenen te informeren en met hen in gesprek te gaan. Zo heeft onder meer een informatiebijeenkomst plaatsgevonden, zijn één-op-één gesprekken gevoerd met diverse organisaties en terreinbeheerders en zijn regelmatig inloopmomenten op locatie georganiseerd. Daarnaast is informatie beschikbaar gesteld via de website van de initiatiefnemer en via nieuwsbrieven. Een nadere toelichting op het participatie- en communicatietraject is opgenomen in de participatie- en communicatieparagraaf van het raadsvoorstel. 4. McDonald’s De inspreker vergelijkt de voorgenomen ontwikkeling met de geweigerde vergunning voor de McDonald’s aan de Zutphensestraatweg. Het college merkt hierover op dat het hier gaat om twee verschillende locaties en ruimtelijke situaties, die ieder afzonderlijk worden beoordeeld op basis van de kenmerken van het betreffende initiatief en de locatie. Een vergelijking met een andere ontwikkeling elders in de gemeente kan daarom niet als toetsingskader dienen voor de beoordeling van het voorliggende initiatief. 5.

Uitponding De inspreker wijst op het risico van zogenoemde “uitponding”, waarbij recreatiewoningen afzonderlijk worden verkocht en mogelijk permanent worden bewoond. Het college merkt hierover op dat recreatief gebruik van de woningen in het voorliggende initiatief planologisch wordt geborgd. Daarnaast worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden die ertoe strekken te waarborgen dat de recreatiewoningen uitsluitend recreatief worden gebruikt en niet afzonderlijk worden verkocht voor permanente bewoning. Daarmee wordt het risico op uitponding en ongewenste permanente bewoning zoveel mogelijk beperkt. Het college is van oordeel dat met het voorgaande de in de inspraakbijdrage naar voren gebrachte punten voldoende zijn beantwoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=c3242fd3-c3f5-4a70-b824-52b2ace0b327