CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

RdR S21 6 ARTIKEL 36 RvO schriftelijke vragen GL SP GPRB PvdA (gedeeltelijk) over Sociaal Domein versie 8-2.docx

Raadsvergadering 23 februari 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Beantwoording artikel 36 vragen RvO4.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke vragen ARTIKEL 36 RvO van GroenLinks, SP, GPR/B en PvdA over het Sociaal Domein Datum vraag: 14 januari 2021 Indiener: Constans Pos mede namens SP, GPR Burgerbelangen Nummer: S21/6 Datum antwoord:

Aanleiding: Onder meer de antwoorden op de vragen die gesteld zijn op 1 december aan het college, naar aanleiding van de raadsbijeenkomst Sociaal Domein op 30 november, geven ons aanleiding om verduidelijkende en nieuwe vragen te stellen. Wij hebben de kaders die de raad heeft meegeven om de aanbesteding voor de Welzijnsdiensten erbij gezocht: de termen voorliggend veld en sociale basis kunnen we niet terugvinden. In de kaders wordt consequent gesproken over inwoners, vrijwilligers en de informele netwerken die zij samen vormen. Het zijn de mensen die het weefsel van de samenleving maken, geen abstracte begrippen. Ons inziens zijn de volgende richtlijnen/kaders belangrijk: 2015 - Raadskader Sociale Visie; “Van Zelfredzaamheid naar Samenredzaamheid in Rheden”, introductie van het Rhedens Model; de inwoner staat altijd centraal en het is de uitdaging om meedoen voor iedereen makkelijk maken. 2017 - Raadskader “Meedoen! Meerjarenbeleidskader Sociaal Domein 2017-2021”. Benadrukken van het inwonersperspectief, doen wat nodig is ook als dat het leveren van individueel maatwerk is, introductie van het “right to challenge” in het sociaal domein. 2018 - College Nota Samenredzaamheid, inwoners bepalen tempo en richting. Opnieuw wordt het inwonersperspectief benadrukt en het “right to challenge” voorzien van voorbeelden: Ons Raadhuis in Velp en Het Inloophuis in Dieren.

P 16: “Daardoor is de echte challenge om deze vrijwillige inwonersinitiatieven ….en niet te beschouwen als alternatief voor formeel maatwerk. Alleen dan is het een oplossing voor een behoefte”. P 18: “De uitdaging bij een tussenvoorziening is om deze te benaderen vanuit het inwonersperspectief en de gebruikelijke regels die in het sociaal, juridisch verkeer gelden en niet als alternatief voor de formele zorg met bijbehorende formele regelgeving”. Wij halen als voorbeeld Ons Raadhuis in Velp aan. Deze tussenvoorziening is vanuit de lokale behoefte opgezet als laagdrempelig alternatief voor geïndiceerde dagbesteding en begeleiding. Vanuit betrokken inwoners en in goede samenwerking met professionele zorgverleners. Het raadhuis wordt gesubsidieerd door de gemeente, het heeft voor een eigen professionele ondersteuning van de vrijwilligers gekozen vanwege de specifieke problematiek van de bezoekers. De welzijnsorganisatie heeft hier geen rol gespeeld. Ons Raadhuis heeft goede banden met zorginstelling Innoforte. Als een bezoeker (aanvullende) geïndiceerde begeleiding nodig heeft kan er een warme overdracht plaatsvinden. Uitgangspunt is altijd de inwoner, diens behoefte en keuzevrijheid. Met deze achtergrond stellen wij onze vragen:

Inleiding voorafgaand aan beantwoording van de vragen artikel 36 Rvo.

Waarom zijn we in Rheden aan het transformeren binnen het sociaal domein. Vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. Deze decentralisaties gingen gepaard met substantiële kortingen op de betreffende budgetten. De wijze waarop Rheden in de afgelopen jaren vorm en inhoud gaf aan de gedecentraliseerde taken is vastgesteld met de nota “Transformatieplan Sociaal Domein Rheden 2015-2016”. Na 4 jaar transitie en transformatie ontstond behoefte aan een herijking van de invulling van de decentralisaties. Dit mede in het licht van de groeiende vraag naar zorg en de sterk stijgende uitgaven (in plaats van geprognotiseerde besparingen). In het najaar van 2018 is een proces gestart om te komen tot een herijking van het Transformatieplan. In juni 2019 is met het Transformatieplan 2.0 “Begrenzen van de zorg” door de gemeenteraad vastgesteld. De hoofdconclusie is dat de transitie geslaagd was maar de transformatie niet goed uit de verf kwam de eerste vier jaar na de decentralisaties. Het ‘Rhedens Model’ kreeg nog onvoldoende invulling. De uitdaging was en is om de nadruk te leggen op zelfregie en samenredzaamheid door de inzet van informele netwerken en algemene voorzieningen (cf Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden).

Hulp wordt zoveel mogelijk dicht bij de inwoner zelf georganiseerd en zo min mogelijk door het professionele circuit. Daarin wijkt het nieuwe kader niet af van de voorgaande kaders. Het college maakt voortvarend werk van deze opgave en geeft daardoor uitvoering aan de transformatie volgens de door de raad vastgestelde inhoudelijke en financiële kaders (Transformatieplan 2.0 en haar voorganger Transformatieplan Sociaal Domein 2015-2016, Programmabegroting 2021-2024 inclusief Rheden Financieel Stabiel). Hoe krijgt de transformatie gestalte? Op de vraag of de transformatie gestalte krijgt, kan het college volmondig ja antwoorden. Het college heeft mede door de financiële situatie van de gemeente de urgentie gevoeld om grote stappen te zetten in het vormgeven van de transformatie, uiteraard binnen de door de raad vastgestelde kaders, zowel inhoudelijk als financieel. Over de voortgang van de opgave heeft het college u meermaals via memo’s, raadsbrieven, reguliere P&C-documenten en informatiebijeenkomsten geïnformeerd. Ook hebben verschillende partijen de afgelopen twee jaar vragen gesteld over de voortgang op verschillende onderdelen. 2020 was een jaar van experimenteren middels pilots en voorbereiding van maatregelen, waarbij de aanbesteding sociale basis en de lokale aanbesteding jeugdzorg de twee belangrijke items zijn. De aanbestedingen zijn procesmatig geslaagd.

We beschikken bij de sociale basis over een professionele partij. Dit is het begin van een gefaseerd groeimodel gebaseerd op partnerschap. Ook de lokale aanbesteding jeugdzorg is geslaagd. We hebben zoals gewenst een beperkt aantal aanbieders kunnen contracteren met tezamen een 100% dekkend aanbod volgens de lumpsumsystematiek zoals reeds beschreven in het door de raad vastgestelde ‘Transformatieplan 2.0 & ombuigingen’. De resultaten van de beide aanbestedingen rechtvaardigen de verwachting dat we de komende jaren invulling geven aan ‘Het Rhedens Model’ en verdere structurele besparingen kunnen realiseren conform de Programmabegroting 2021 – 2024.

Uitvoeringsvragen Transformeren betekent veranderen. En deze veranderingen merken onze partners en inwoners natuurlijk. Voor de inwoners die bijvoorbeeld overgaan van een maatwerkvoorziening voor dagbesteding naar aanbod vanuit de sociale basis zorgen we met de huidige aanbieder en Incluzio voor een goede overgang en overdracht. Ons team Toegang heeft hierin de regie. Het college ontvangt van uw raad vragen over individuele casussen. Deze kunnen zoals u zult begrijpen geen onderwerp zijn van bestuurlijk-politieke discussie. Uiteraard hebben wij oog en oor voor bijzondere individuele casussen. Wij staan open voor signalen en suggesties voor verdere optimalisatie. Zoals hierboven aangegeven verloopt de overgang zorgvuldig en daar waar blijkt dat het beter of anders kan, doen wij dat. Wij roepen u op om waakzaam te zijn voor belangenbehartiging van een individuele inwoner. Onze medewerkers in het team Toegang maken op adequate en zorgvuldige wijze werk van de overgang. Vraag 1: Wij hebben begrepen dat u de lichte en middelzware begeleiding (dagbesteding dan wel individuele begeleiding) niet regionaal heeft aanbesteed. a. Krijgen Inwoners met een behoefte aan deze begeleiding vanaf 1 januari geen indicatie meer? Antwoord: Inwoners met een lichte begeleiding- of dagbestedingsvraag kunnen zonder indicatie voor een maatwerkvoorziening gebruik maken van het aanbod van Incluzio.

Zowel binnen de Jeugdwet als de Wmo 2015 hoeft er geen maatwerkvoorziening (via een indicatie) geboden te worden, als het probleem van de inwoner ook kan worden opgelost met een algemene voorziening. Door het aanbod aan algemene voorzieningen uit te breiden, is er dus in minder gevallen een indicatie nodig. Dit betekent dat inwoners met een begeleidingsvraag inderdaad geen indicatie meer krijgen, als hun vraag met de algemene voorziening kan worden opgelost. Verloren inwoners die deze indicatie al hebben hun huidige begeleiding per 1 januari? Antwoord: Nee. We hebben er voor gekozen om bestaande beschikkingen niet eerder te laten eindigen dan wat de afgesproken einddatum van beschikking is. Dit betekent dat inwoners met ondersteuning vanuit een maatwerkvoorziening Wmo deze in dezelfde vorm en omvang zoals aangegeven in de beschikking behouden tot de in de beschikking vastgestelde einddatum. b.

Vraag 2: Over het algemeen wordt geadviseerd om welzijnsactiviteiten via een subsidie te bekostigen (geen winstoogmerk), en specifieke dienstverlening via inkoop (winstoogmerk toegestaan). Wij hebben begrepen dat u, ondanks bovenstaande, de lichte en middelzware begeleiding samen met de welzijnsactiviteiten in de recente aanbesteding hebt opgenomen. Klopt dit? Antwoord: Het is correct dat lichte en middelzware begeleiding is opgenomen in de aanbesteding. Contracten voor welzijnsactiviteiten komen in Nederland zowel tot stand op basis van een aanbesteding als op basis van een subsidiebeschikking. Ook bij een subsidie is een gemeente, indien meerdere organisaties voor een dergelijke subsidie in aanmerking willen komen en de gemeente niet al deze organisaties kan/wil subsidiëren, op basis van het leerstuk van het verstrekken van schaarse rechten gehouden om “op een naar buiten toe kenbare wijze” bekend te maken dat een schaars recht (waaronder subsidies) beschikbaar is en binnen welke periode aanvragen daarvoor kunnen worden ingediend. Ook moet de verdelingsprocedure bekend worden gemaakt en moet duidelijk zijn welke eisen aan de aanvragen zullen worden gesteld. Dit kan bijvoorbeeld d.m.v. een subsidie-tender. Ook het formuleren van een opdracht voor welzijnsactiviteiten die door middel van een aanbesteding wordt gecontracteerd is mogelijk.

Het hierin aansluiting zoeken met begeleiding en het opnemen daarvan in de opdracht is dat ook. Gemeente Rheden heeft een duidelijke opdracht voor de Sociale Basis geformuleerd en heeft duidelijke en concrete en afdingbare afspraken gemaakt over het te behalen resultaat. Het contract kwalificeert daardoor als een overheidsopdracht waarop de Aanbestedingswet 2012 van toepassing is. Ook als de gemeente

activiteiten had willen subsidiëren, was zoals hierboven reeds aangegeven een vorm van concurrentie verplicht. Vraag 3: In de aanbesteding doet u de aanname dat de bestaande vrijwillige buurt- en dorpsinitiatieven voor inloop, ontmoeting en ontspanning een (groot) deel van de begeleidingscliënten per 1 januari overnemen. Is dit in overeenstemming met hetgeen u in uw Nota Samenredzaamheid stelt? (zie citaten hier boven) Antwoord: Ja, dit is in overeenstemming met de inhoud van de Nota Samenredzaamheid. Uw vraag moet in relatie worden gezien met de 3 hoofdresultaten die de opdrachtnemer, Incluzio, moet behalen. Te weten: versterken van de sociale basis, verbreden van de sociale basis en Algemeen toegankelijke voorzieningen stimuleren en opzetten als alternatief voor maatwerkproducten. Resultaat 3 is de opdracht om als opdrachtnemer, conform het Rhedens model; de basis van de nota, te inventariseren wat de algemeen toegankelijke inwonersinitiatieven voor inwoners met een indicatie begeleiding te bieden hebben. Op basis hiervan gaat Incluzio in samenspraak en afstemming met deze inwonersinitiatieven de aanvullende benodigde voorzieningen inrichten. Daar waar er nog geen ondersteuningsaanbod is vanuit inwonersinitiatieven en verenigingen ontwikkelt Incluzio hier algemene voorzieningen voor in samenspraak en samenwerking met de partners in het veld.

In hoeverre de ondersteuning passend is, verwijst het college u naar het antwoord op vraag 6c. Vraag 4: Heeft u deze aanname expliciet gemaakt in de subsidiebeschikkingen die u heeft afgegeven voor de Rhedense buurthuizen, inloophuizen, MVT, Stoer, Ons Raadhuis? Antwoord: Nee. Activiteiten die als ‘informele hulp inwonersinitiatieven’ gelden, subsidiëren wij vanuit het Rhedens model. Voor het moment dat, voor het welbevinden van een inwoner, de omslag van collectieve hulp door de gemeenschap naar professionele ondersteuning moet worden gemaakt, heeft Incluzio goede afspraken gemaakt met de verschillende initiatieven in Rheden. Vraag 5: Wij hebben begrepen dat, indien de vrijwilligers de ondersteuning niet kunnen leveren, Incluzio een alternatief opzet. Formele dagbesteding bestaat in vele varianten. a. Betekent dit dat een winst beogende marktpartij een marktvoordeel behaalt door het monopolie te hebben op zowel de ondersteuning van de vrijwillige initiatieven als het leveren van een alternatief? Antwoord: De opdracht is erop gericht dat Incluzio uitgaat van het Rhedens model. Dat betekent dat de ondersteuning erop gericht is dat de vrijwilligersorganisaties en -initiatieven zoveel mogelijk zelf opzetten of daarbij gefaciliteerd worden.

Daar waar het gaat om kwetsbare inwoners waar professionele ondersteuning nodig is (eventueel naast vrijwillige inzet) en/of er geen informeel aanbod is, zet Incluzio dat op. In eerste instantie in de vorm van een collectief aanbod. Het doel is dat iedere inwoner de ondersteuning krijgt die hij/zij nodig heeft. De gemeente heeft met Incluzio prestaties afgesproken op het gebied van op- en afschalen, klanttevredenheid en stakeholderstevredenheid. b.

Mag bijvoorbeeld Ons Raadhuis per 1 januari bezoekers die dat nodig hebben niet meer warm overdragen aan Innoforte voor de lichte dan wel middelzware begeleiding? (want deze wordt niet meer ingekocht) Antwoord: Indien de ondersteuningsbehoefte van de inwoner verder gaat dan het Raadhuis kan bieden wordt in eerste instantie gekeken of ondersteuning vanuit Incluzio passend is. Indien dit niet aan de orde is, beoordeelt een consulent van de gemeente of een indicatie voor een maatwerkvoorziening wordt afgegeven en in samenspraak met de inwoner welke aanbieder aansluit bij de ondersteuningsbehoefte. In beide gevallen werken partijen toe naar een warme overdracht. Vraag 6: U heeft ons, in antwoord op onze vraag 7 (van 1 december jl.), verzekerd van het feit dat de aanbieder van de welzijnsdiensten niet ook de leverancier van maatwerkvoorzieningen mag zijn. Wij hebben eveneens begrepen dat Incluzio, indien dat nodig blijkt, ook de individuele (lichte en middelzware) begeleiding van cliënten overneemt. Deze is namelijk niet meer regionaal ingekocht. Individuele begeleiding betekent volgens ons een maatwerkvoorziening op indicatie. a. Bent u dat met ons eens?

Antwoord: Nee. Individuele begeleiding aan een inwoner kan ook worden geboden via een algemene voorziening. Pas als de algemene voorziening niet toereikend is voor de hulpvraag van de inwoner, is een maatwerkvoorziening aan de orde. b.

Wilt u dan in dit licht van bovenstaande uw antwoord van 3 december op vraag 7 herzien? Antwoord: Nee.

c. Kunt u uitleggen wat wel en niet onder een maatwerkvoorziening past? Antwoord: Wat de term “maatwerkvoorziening” al zegt is dat dit een zeer specifieke op de individuele situatie afgestemde vorm van ondersteuning is. In artikel 10 van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden staat dit als volgt omschreven: Het college verstrekt een maatwerkvoorziening indien er sprake is van een noodzaak tot ondersteuning en de cliënt niet of niet volledig in staat is tot zelfredzaamheid of participatie door gebruik te maken van: a. eigen kracht; en/of b. gebruikelijke hulp; en/of c. mantelzorg; en/of d. hulp van andere personen uit het sociale netwerk; en/of e. algemeen gebruikelijke voorzieningen; en/of f. algemene voorzieningen; en/of g. andere voorzieningen. De ondersteuningsvormen zijn divers. Toekenning vindt pas plaats na onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte en nadat is gebleken dat er geen andere oplossingen zijn (zoals in a t/m g). Binnen de Jeugdwet wordt gesproken over Vraag 7: Moeten Inwoners die nu nog begeleiding krijgen van bijvoorbeeld Innoforte, Attent, Siza of het RIBW verplicht over naar Incluzio? We wijzen hierbij op de aan de raad gerichte brief van Joop K., Joop had veel belangstelling voor de politiek als gast van de raad.

Hebben wij belangstelling voor hem? Antwoord: Individuele casussen zijn geen onderwerp zijn van bestuurlijk-politieke discussie. Uiteraard hebben wij oog en oor voor bijzondere individuele casussen. In zijn algemeenheid kunnen we zeggen dat inwoners die voldoende ondersteund worden met de algemene voorziening niet in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening. Vraag 8: Hebben deze inwoners vanaf 1 januari geen keuzevrijheid meer? Antwoord: deze inwoners hebben keuzevrijheid voor wat betreft het gebruik van algemeen toegankelijke voorzieningen. Individuele begeleiding die past binnen de algemene voorziening, wordt geboden door Incluzio. Blijkt op basis van het onderzoek dat er een maatwerkvoorziening nodig is, dan kan de inwoner kiezen uit de aanbieders die daarvoor gecontracteerd zijn. Vraag 9: Kan Incluzio de specifieke ondersteuning voor mensen met dementie, autisme, niet aangeboren hersenletsel en dergelijke leveren? Antwoord: Incluzio kan de ondersteuning en de basisbegeleiding bij die inwonersinitiatieven bieden. Indien nodig, zet Incluzio hier zelf een aanbod voor op. Het team in Rheden heeft mensen aangenomen met verschillende achtergronden en verschillende expertises die aansluiten op de problematiek in Rheden. Het gaat o.a. om expertise op dementie, autisme, NAH, GGZ en LVB, in alle leeftijdscategorieën.

De medewerkers komen van organisaties uit de regio, zoals maatschappelijk werk, (jeugd)zorgaanbieders, sociaal werk en gemeenten. Vraag 10: Kan de gevraagde begeleiding nog steeds in de buurt (lees, in hetzelfde dorp) geboden worden? Antwoord: Jazeker, juist nog meer in de buurt. Incluzio heeft een team dat werkt in de gemeente Rheden. De aanpak is erop gericht zoveel mogelijk de begeleiding in het eigen dorp te bieden. Dat kan zijn aan huis wanneer het gaat om individuele begeleiding, of, in samenwerking met de lokale informele en formele organisaties, in het dorp. Zo zorgen we ervoor dat inwoners contacten opbouwen in hun eigen omgeving. De dienstverlening concentreert zich in Velp, Rheden en Dieren. Waar mogelijk zet Incluzio activiteiten op in de kleine dorpen. Bij sommige inwoners met zeer specifieke vragen kan, in overleg, afgesproken worden dat zij in een ander dorp aan de slag gaan. Dit is een uitzondering en kan alleen als zij daartoe in staat zijn of als vervoer geregeld is.

Vraag 11: Wilt u in dit licht uw antwoord op vragen 5 en 6 (van 1 december) herzien? Antwoord: Nee. Vraag 12: Welke onderdelen (van het welzijnswerk), naast de toegekende via aanbesteding Sociale basis, voert Incluzio (ook) uit? Antwoord: We gaan er vanuit dat u doelt op welke onderdelen Incluzio in Rheden uitvoert naast de toegekende via de aanbesteding Sociale Basis. Incluzio voert verder geen werkzaamheden uit. Vraag 13: Bij de presentatie op 30 november leek of Incluzio zelf de gegevens levert die leiden tot beoordeling van de prestaties die men levert. a. Hoe ziet u dat, houdt u de noodzakelijke verantwoordelijkheden uit elkaar? Antwoord: De gemeente heeft een set aan kritieke prestatieindicatoren met Incluzio afgesproken die gezamenlijk de beoordeling vormen. De rapportage over de KPI’s komt uit verschillende bronnen: Registratiesysteem van Incluzio: zelfredzaamheid van klanten Klanttevredenheidsonderzoeken via inwonerspanel. Stakeholderstevredenheid via klankbordgesprekken waar partijen gezamenlijk aanwezig zijn (met verslaglegging) en enquêtes. Stadspeiling waar het gaat om bekendheid. Gemeentelijke data wanneer het gaat om jeugdoverlast. Daarnaast worden er gezamenlijke KPI’s afgesproken met jeugdzorgpartijen over op- en afschalen. Deze data worden zowel door Incluzio als de zorgpartijen aangeleverd. b.

Welke rol speelt Moventum dat steeds kwaliteit en effecten meet in de huidige metingen in het sociaal domein? Antwoord: De gemeente Rheden maakt al enkele jaren gebruik van de diensten van Movemtem. Zij voeren het jaarlijks Clienttevredenheidsonderzoek in opdracht van ons uit. In dit onderzoek worden cliënten van de Toegang (Wmo en Jeugdwet) gevraagd naar hun ervaringen met de Toegang en met de geïndiceerde ondersteuning. Vraag 14: Bij de recente presentatie van dienstverlening door gemeente en Incluzio (regiobode 23– 2-2020) komt naar voren dat inwoners met diverse ondersteuningsvragen zich bij Incluzio kunnen melden. Welke consequenties heeft dit voor de indicatiestelling? Kan deze ook door Incluzio worden gedaan? Antwoord: Inwoners kunnen inderdaad rechtstreeks terecht met ondersteuningsvragen bij Incluzio. Het ondersteuningsaanbod van Incluzio is rechtstreeks toegankelijk voor inwoners en hier gaat dus geen onderzoek door de gemeente aan vooraf. Op basis van ervaringen in andere gemeenten, gaan we er vanuit dat dit tot gevolg zal hebben dat het aantal aanvragen voor een maatwerkvoorziening (met indicatie) zal afnemen. Incluzio stelt geen indicaties voor maatwerkvoorzieningen. Inleiding vragen 15 Wij moeten concluderen dat het college zich onvoldoende rekenschap lijkt te geven van de raadskaders.

Voor ons staan inwoners en hun keuzevrijheid in de hulp die ze nodig hebben om mee te kunnen doen voorop. Wij constateren eveneens dat het college zich niet aan haar eigen kaders heeft gehouden zoals vastgesteld in de Nota Samenredzaamheid. Ook heeft het college geen besluiten genomen (b.v. om over te gaan op aanbestedingsprocedures) die voor de raad inzichtelijk zijn. Vraag 15: Op welke wijze kunnen wij dan onze controlerende taak uitoefenen of hebben we B&W besluiten gemist? Antwoord: Het college deelt hierin uw mening niet. Het Transformatieplan 2.0 & Ombuigingen “Begrenzen van de zorg” is het inhoudelijk kader voor de uitvoering. Het college heeft de raad op meerdere momenten geïnformeerd over de aanbestedingen. Onder andere met een presentatie in november 2019, raadsbrieven en de programmabegroting 2021-2025 gemeente Rheden. Het college heeft aan de hand van de kaders een aantal verkenningen uitgevoerd. Zoals werkbezoeken aan Venlo en Kaag en Brasem en verschillende businesscases laten uitwerken. Op basis van deze verkenningen is uitvoering gegeven aan de maatregelen welke passen binnen de door de raad gestelde beleidskaders.

Naast het traditionele PxQ model (betalen van een prijs per afgenomen product) is geconcludeerd dat andere bekostigingsmethode voor een aantal zorgbehoeftes passend is (lumpsum benadering met afspraken over doelen die behaald moeten worden). Het college heeft besloten om een mix van bekostigingsmethoden toe te passen, passend binnen de kaders Transformatieplan 2.0 & Ombuigingen, die de raad heeft vastgesteld. Vraag 16: Vrijwillige (tussen)voorzieningen voor ontmoeting en ontspanning worden in de nieuwe praktijk als alternatief ingezet voor formele begeleiding en ondersteuning. Waarom komt u tot deze keuze? Antwoord: Dit komt voort uit het Rhedens Model, dat centraal staat in de door u aangehaalde beleidsnota’s en vormt tevens de basis van het Transformatieplan 2.0 & ombuigingen “Begrenzen van de zorg”. Het college zet in op laagdrempelige voorzieningen, die zonder tussenkomst van de gemeente voor iedere inwoner beschikbaar zijn en zo dichtbij mogelijk worden georganiseerd. Daar waar dit niet de oplossing is voor de ondersteuningsbehoefte van de inwoner, stelt de gemeente een indicatie voor een maatwerkvoorziening op basis van een door de gemeente uitgevoerd onderzoek. Conform de verordening.

Vraag 17: Minder maatwerk (kosten) is als het goed is de bijvangst van goed lopende informele netwerken en inloophuizen die vanuit de inwoners zijn opgezet, in hun tempo en naar hun behoefte. Wat het college nu heeft gedaan is precies andersom redeneren. Dat is, nogmaals zowel tegen de kaders van de raad als tegen uw eigen kaders. Kunt u hierop ingaan? Antwoord: Nee, dat is volgens het college niet andersom redeneren. Zoals in de inleiding aangegeven heeft de gemeenteraad in juni geconcludeerd dat het Rhedens Model onvoldoende uit de verf kwam middels vaststelling van het Transformatieplan 2.0 & ombuigingen “Begrenzen van de zorg”. Met onder andere de aanbesteding Sociale Basis heeft de gemeente Rheden een ervaren betrouwbare partner aangetrokken om gezamenlijk toe te werken naar goede laagdrempelige vormen van ondersteuning dichtbij georganiseerd. Er wordt onderzocht wat er al is, wat goed werkt en waaraan nog behoefte is. Zo wordt daadwerkelijk gestalte gegeven aan het gewenste Rhedens Model. Deze beweging heeft een positieve impuls en uitwerking op de inwoners en het college komt tevens tegemoet aan de opdracht om te bezuinigen. Vraag 18: Recent bereikten ons berichten van zorgaanbieders die aangeven slecht door de gemeente te zijn/worden geïnformeerd. Ook is Incluzio niet te benaderen/-vinden. Men meldt dat wachttijden, afspraken en verwachtingen niet worden nagekomen.

Ook zouden PGB aanvragen worden ontmoedigd en declaraties worden (te) laat voldaan. Welke stappen zet u –heeft u gezet- om deze situatie op te lossen? Hoe informeert u de zorgaanbieders en de raad hierover? Antwoord: Alle aanbieders zijn via een brief vorig jaar geïnformeerd over de gefaseerde aanpak. In januari heeft de gemeente een digitale bijeenkomst georganiseerd waarin Incluzio zich opnieuw heeft gepresenteerd en aanbieders de gelegenheid hadden om vragen te stellen. Verder zijn we telefonisch bereikbaar om vragen te beantwoorden. Incluzio is reeds met de grotere aanbieders in gesprek. Ook worden de aanbieders actief betrokken bij de gesprekken met inwoners. Ten aanzien van het PGB kan het college u melden dat wij dit niet ontmoedigen, maar er wordt wel zorgvuldig onderzocht of pgb voor de inwoner de beste oplossing is ook gelet op de verantwoordelijkheden die een PGB met zich meebrengt. Vraag 19: In onze vragen van 4 augustus en 7 oktober hebben wij verzocht om de correspondentie - reacties uit het veld- over de (toen nog voor te nemen) aanbesteding(en). Wij hebben een aantal brieven ontvangen in twee rondes. Onlangs kwamen we de zgn. Krekel brief tegen. Deze brief van 10 juni was ons niet ter beschikking gesteld.

Zijn er nog meer reacties waarvan we niet op de hoogte zijn? Zo ja, wilt u deze alsnog overleggen? Antwoord: Inwoners, zorgverleners en andere partijen benutten meerdere communicatielijnen richting de gemeente, zoals telefoon, brievenen e-mails. Deze berichten komen op verschillende plekken bij de organisatie binnen dan wel zijn aan verschillende personen gericht. De ene keer rechtstreeks aan de raad, de andere keer enkel aan het college van B&W of alleen aan de ambtelijke organisatie. De andere keer is het direct aan raad en college gericht.

De lijn van het college is dat we inwoners en andere partijen zo passend mogelijk een reactie geven. De ene keer volstaat een telefonisch contact vanuit de ambtelijke organisatie, de andere keer volgt bespreking met de wethouder en een schriftelijke reactie. Daar waar het college ervan op de hoogte is dat de raad (mede) is aangeschreven, willen we ook de raad hierover informeren. Vraag 20: Ook zijn er diverse signalen vanuit inwoners/verzorgers:  een indicatiestelling voor huishoudelijke hulp wordt zonder herindicatie verlengd met een half jaar, terwijl meer hulp nodig is en ook volgens het zelf opgestelde hulpverleningsplan is aangevraagd  Wachttijd voor de aanvraag van een Wmo hulpmiddel is meer dan 3 maanden,  Een consulent: “liever wacht u met de aanvraag tot u naar de Wlz bent overgegaan”.  Vraag van diverse inwoners: “ we worden niet teruggebeld, ondanks dat dit is toegezegd”. De aanvraag voor een AVAN pas is daarmee verlengd tot 5 maanden/ uitbreiding van ondersteuning thuis duurt veel te lang/ “ik krijg niemand aan de telefoon”.  Tarieven voor zorg worden niet aangepast of (tijdig) gecommuniceerd.  Er wordt niet meegewerkt aan toewijzen zorgwoning, ook wordt er niet gecommuniceerd over het waarom wel/niet. Kunt u op bovenstaande punten ingaan? Antwoord: De indicatiestelling voor huishoudelijke hulp wordt actief opgepakt door consulenten.

De werkwijze is vanaf 1 februari gericht op het actief benaderen van cliënten waar de indicatie van afloopt opdat we ruim voor afloop van de indicatie al vanuit initiatief van de gemeente de cliënt hebben benaderd en de ondersteuningsbehoefte hebben vastgesteld. De wachttijden voor Wmo hulpmiddelen zijn bij uw raad bekend. In eerdere reacties op vragen vanuit de gemeenteraad is aangegeven dat corona hier in mee speelt. Hierdoor is het vaak niet mogelijk om huisbezoeken af te leggen. Onder andere door invoering van beeldbellen trachten de medewerkers van de Toegang de noodzakelijke huisbezoeken en gesprekken toch zoveel mogelijk plaats te laten vinden. Veel cliënten zouden vanuit de Wmo per 1 januari 2021 overgedragen moeten worden naar de WLZ (landelijke regelgeving). Nu blijkt dat de WLZ niet op tijd klaar is en is het aan de gemeenten om tijdelijke oplossingen te bieden. Het team Klantcontactcentrum (KCC) is enige tijd geleden getroffen door Corona waardoor de telefoondiensten zijn doorgeschakeld naar de Toegang. In het begin van deze omzetting bleek dat de verbinding werd verbroken of dat men teruggezet werd in een wachtrij. Dit probleem werd snel verholpen. Aan het onderzoeken van de noodzaak van een zorgwoning wordt altijd medewerking verleend, binnen alle gestelde kaders en mogelijkheden.

Vraag 21: In uw eerdere beantwoording van vragen van 4 augustus (diverse raadsleden) geeft u aan dat de communicatie ten aanzien van de aanbesteding Jeugd conform afspraken die “het veld had kunnen kennen” is verlopen. Uw brief aan Rijnstate gaat in op de kritiek vanuit dit instituut. Hierbij geeft u aan dat de communicatie ‘niet de schoonheidsprijs” verdient. Beide opvattingen zijn op in elkaars buurt komende data geschreven. a. Welke van beide reacties van het college is correct? Antwoord: De bewoordingen die u gebruikt staan niet in de brief die aan Rijnstate is gestuurd. Wat betreft de communicatie over de aanbesteding verwijs het college naar eerdere beantwoording van raadsvragen (4 augustus en 7 oktober). b. Welke conclusies verbindt u hieraan? Antwoord: Zie antwoord 21.a.

c. Waarom wordt de relatie met Rijnstate voortgezet en die met andere aanbieders

verbroken? Antwoord: De gemeente Rheden heeft de contracten met alle partijen voor betreffende regionale producten opgezegd. Dus ook met Rijnstate. Rijnstate bleef wel (regionaal) gecontracteerd voor het product Kindergeneeskunde. Uiteindelijk zijn we tot de conclusie gekomen dat de dienstverlening van Rijnstate (en ook Gelre Ziekenhuis), vervlecht is. Om die integrale dienstverlening (kindergeneeskunde en behandeling) per 1 januari niet stil te laten

vallen, heeft het college ervoor gekozen om voor het jaar 2021 hierover een afspraak te maken met de ziekenhuizen. In 2021 gaan we met de ziekenhuizen wel nader onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de lokale maatwerkdiensten daar een rol in te laten vervullen. Het college blijft continu scherp kijken dat er passende hulp geboden kan worden. En, indien dit onverhoopt niet direct binnen de opdracht maatwerkdiensten jeugdhulp gerealiseerd kan worden, prevaleert het belang van de inwoner. En dan maken we aanvullende afspraken om dat passende aanbod aan onze inwoners te kunnen bieden. Hulpvragen en ook het zorgaanbod blijven dynamisch en het college blijft daar dus op inspelen. Vraag 22: De brief van 22 december 2020 van KJRA roept (ook bij ons) de nodige vragen om verduidelijking op. Welke reactie heeft u hierop en wilt u deze met ons delen? Antwoord: Op 12 januari en op 27 januari 2021 heeft er een ambtelijk overleg plaatsgevonden met de KJRA. Een schriftelijke reactie is nog in de maak. Zodra die naar de KJRA verzonden wordt, sturen we u een kopie toe. Vraag 23: Welke is de stand van zaken met betrekking tot de opvattingen van de huisartsen in onze gemeente; medio vorig jaar maakten zij zich ernstige zorgen. Kunt u aangeven hoe het er nu mee voorstaat? Wilt u daarbij ingaan op de realisatie van de zgn. inwoners (klant) ondersteuning bij de artsenposten.

Antwoord: Het college is zich bewust van de vragen die bestaan bij de huisartsen en begrijpt dat die bestaan vanuit hun professie. Door onder andere een informatiebijeenkomst te organiseren die op 14 januari jl. plaatsvond, werken wij aan verheldering van de visie en koers die ten grondslag ligt aan de uitvoering van de aanbestedingen. En ook aan verheldering wat deze keuzes in de praktijk betekenen. Het college gaat er vanuit dat u doelt op de POH. Hieromtrent kan het college u melden dat wij in vergevorderd stadium zijn om op korte termijn in ieder geval in het dorp Dieren te beschikken over een POH-er.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=16a66bde-f717-4525-ab40-2d0d463100cc