Rapportage Transitievisie Warmte gemeente Rheden
Tekst van het document
3.2.10 Waterstof Waterstof kan door middel van een brandstofcel als vervanger van aardgas dienen en wordt daarom onder de noemer hernieuwbaar gas geschaard. Het is echter nog geen algemeen geaccepteerde techniek en wordt op dit moment alleen via pilots in woningen toegepast. Het is onzeker of waterstof in de toekomst grootschalig kan worden ingezet voor het verwarmen van woningen. De productie van waterstof kost erg veel elektrische energie. Tel daar de productie- en transportverliezen bij op en dan zijn er aanzienlijk meer zonnepanelen en windmolens nodig om van waterstof een duurzame brandstof te maken. Voorlopig blijft waterstof daarom in de pilotfase voor woningen. Mogelijk dat het op korte termijn wel als brandstof voor auto’s en bedrijven kan gaan dienen.
17 Concept verkenning potentieel bio-energie RES-en Brabant, Royal Haskoning DHV 18
Greenspread, De energiepotentiekaart van de Gemeente Rheden. Maart 2019 TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
58
4
ISOLEREN EN ANDERE ENERGIEBESPARENDE MAATREGELEN
Vrijwel iedere woning kan (aanvullend) geïsoleerd worden om uiteindelijk een hoger energielabel te bereiken. Deze maatregelen bevorderen het wooncomfort en zijn in veel gevallen ook financieel interessant. De toekomstige warmtevoorziening moet inspelen op de technische kansen en mogelijkheden van woningen. Zo zullen oudere woningen eerder op een midden- of hoge-temperatuur warmtevoorziening aangesloten worden (minder isolatie nodig) en nieuwe woningen op een lage-temperatuur warmtevoorziening (meer isolatie nodig). In de onderstaande tabel is weergegeven in welke mate woningen na-geïsoleerd kunnen worden. Hieruit blijkt dat in woningen gebouwd vanaf de jaren ’20 tot de jaren ’80 van de vorige eeuw procentueel gezien de meeste kansen voor energiebesparing liggen. Bij woningen gebouwd vóór 1920 is isoleren een stuk lastiger omdat de woningen vaak monumentale waarde (bv. gevels met veel ornamenten) hebben. Nieuwere woningen zijn vaak al relatief goed geïsoleerd en daar kan vanzelfsprekend minder winst behaald worden door te isoleren. Doordat nieuwere woningen steeds beter geïsoleerd worden, is er een omslagpunt waarop het financieel gezien steeds minder interessant is om na-isolatie te realiseren. Theoretisch gezien ligt dit punt bij woningen gebouwd in de jaren ’80 of begin jaren ’90 van de vorige eeuw.
In de praktijk kan dit afwijken en moet per woning, straat of buurt gekeken worden naar kansen voor na-isolatie. Tabel 2: Indicatie van het toekomstige energielabel en de mogelijke energiebesparing
Huidig label
G
Geschat bouwjaar
E
D
C
B
1921-
1941-
1975-
1983-
1992-
1940
1974
1982
1991
2005
D/C
C/B
B/A
B/A
B
B/A
A
10-20%
30-40%
40-50%
35-45%
10-20%
15-25%
0-10%
HT
HT/MT
MT/LT
MT/LT
MT/LT
MT/LT
LT
<1920
Indicatie label 2050 Indicatie besparing door isolatie Te behalen warmteniveau
4.1
F
A >2005
Benodigde isolatieniveaus afhankelijk van toekomstige warmtevoorziening
In de voorgaande paragraaf is gekeken naar het maximale isolatieniveau dat in bepaalde woningen bereikt kan worden. In de praktijk zal de mate van na-isolatie niet alleen afhangen van het bouwjaar van de woningen maar ook van de toekomstige warmtevoorziening. Indien een buurt op een HT warmtevoorziening aangesloten gaat worden, is het niet nodig om een woning maximaal te isoleren (zie ook tabel 2 voor de warmteniveau ’s die in de verschillende woningen behaald kunnen worden). Een goede afweging en optimalisatie tussen investeren in isolatie en/of installaties is hierin van belang. Grofweg kan de volgende
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
59
indeling gemaakt worden met bijbehorende isolatieniveaus (zie bijlage 7 voor een uitwerking van de benodigde isolerende maatregelen voor de verschillende isolatieniveau’s): 1.
Woningen die niet of slecht geïsoleerd zijn, HT-warmte Voor deze woningen is een hoge-temperatuur warmtevoorziening van circa 90°C nodig. Aardgas voorziet in een dergelijke voorziening. Duurzame alternatieven zijn een HT-warmtenet en hernieuwbaar gas. Woningen gebouwd vóór 1975 vallen meestal in deze groep, maar een groot deel van de groep kan nog aanvullend geïsoleerd worden. Voor woningen gebouwd vóór 1920 geldt dat over het algemeen niet.
2.
Woningen met een minimumisolatieniveau, MT-warmte Wanneer woningen minimaal geïsoleerd zijn, is er een warmtevoorziening van circa 70°C nodig om de woningen goed en comfortabel te verwarmen. Er zijn legio duurzame mogelijkheden om woningen op deze temperatuur te verwarmen waaronder aquathermie en zonthermie in combinatie met een buurtwarmtepomp. Woningen gebouwd tussen 1975 en begin jaren ’90 vallen meestal in deze groep. Deze groep kan tot een basis isolatieniveau verbeterd worden.
3.
Woningen met een basis isolatieniveau, MT/LT-warmte Wanneer woningen tot een basisniveau geïsoleerd zijn, kunnen deze woningen met een temperatuur van 40°C tot 70°C goed en comfortabel verwarmd worden. Bij een lage temperatuur verwarming is de kans groot dat de radiatoren vervangen moeten worden. Natuurlijk kan ook gekozen worden voor andere LT-afgiftesystemen zoals vloerverwarming. Woningen met een basisisolatieniveau zijn geschikt voor meerdere technieken waaronder een individuele warmtepomp. Woningen gebouwd tussen begin jaren ’90 en 2005 vallen meestal in deze groep. Het is over het algemeen niet interessant om deze woningen nog uitgebreid aanvullend te isoleren.
4.
Woningen met een goed isolatieniveau, LT-warmte Woningen met een goed isolatieniveau kunnen op een lage temperatuur verwarmd worden (<40°C). Deze woningen hebben een goede isolatie en zijn voorzien van mechanische ventilatie met warmteterugwinning. Het isoleren van bestaande woningen naar dit niveau is ingrijpend en kan niet gerealiseerd worden zonder het nemen van bouwkundige maatregelen.
4.2
Technische en financiële gevolgen
Het allerbelangrijkste is dat er nu maatregelen genomen worden die ook in 2050 nog voldoen en waar je dus geen spijt van krijgt (no-regret). Tevens moeten de maatregelen aansluiten bij het pallet aan toekomstige aardgasloze warmtevoorzieningen dat voor een buurt voorzien is (zie ook hoofdstuk 7). Welke maatregelen dat zijn kan per woning verschillen. Het is in ieder geval belangrijk om geen goedkope en technisch slechte maatregelen nemen die over 15 jaar weer aangepast of verwijderd moeten worden. In bijlage 7 is voor verschillende woningtypen een financieel overzicht van de isolatiemaatregelen weergegeven. De kosten kunnen in een aantal gevallen aanzienlijk zijn, maar de berekeningen in bijlage 14 laten zien dat minimale en basis isolatiemaatregelen financieel interessant zijn. Een bestaande woningen naar een goed isolatieniveau tillen vraagt veel bouwkundige aanpassingen en is alleen interessant bij grootschalige verbouwingen of renovaties. In de praktijk zal dit waarschijnlijk niet vaak voor komen.
4.3
Altijd doen (no-regret)
Er zijn een aantal maatregelen die de bewoner en gebouweigenaar altijd kan nemen. Dit zijn maatregelen die technisch relatief gemakkelijk (zonder grote bouwkundige aanpassingen) uit te voeren zijn en die op TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
60
korte termijn geld opleveren. Het gaat om de volgende maatregelen (niet alle maatregelen hebben te maken met isolatie, maar wel met het besparen van aardgas): •
Spouwmuurisolatie (indien de woning een ongeïsoleerde spouw heeft), tenzij je binnen een aantal jaar van plan bent om de buitengevel te isoleren en daarbij de buitenste muur van de gevel gaat verwijderen. In dat geval zal je de investering van spouwmuurisolatie niet terug verdienen.
•
Na-isolatie binnenzijde dak, mits dat nog niet gebeurd is. Let goed op dat de vochthuishouding in de gaten wordt gehouden (mogelijk moeten er aanvullende folies aangebracht worden).
•
Na-isolatie kruipruimte (indien er een kruipruimte aanwezig is). Let op voor ongezonde materialen. Kruipruimtes kunnen bijvoorbeeld geïsoleerd worden met PUR. De chemische reactie die plaats vindt tijdens het aanbrengen, kan zorgen voor gezondheidsklachten.
•
Naad- en kierdichting zijn relatief kleine en goedkope ingrepen die veel energie kunnen sparen. Het zijn tevens ingrepen die bewoners prima zelf uit kunnen voeren. Denk aan het dichten van naden en kieren rondom kozijnen, onder deuren, een slecht sluitende brievenbusklep en doorvoeren van leidingen door muren en daken. Let op dat er voldoende luchtverversing in een woning blijft plaatsvinden. Onbedoeld zorgen de naden en kieren voor ventilatie. Wanneer deze gedicht worden, kan dit zorgen voor een ongezond binnenklimaat mits er op een andere manier goed geventileerd wordt (bijvoorbeeld met mechanische ventilatie).
•
Het vervangen van enkel glas naar HR++ glas levert net als de bovenstaande zaken een forse energiebesparing op en is daarmee een maatregel die je eigenlijk altijd moet treffen. Het zorgt daarnaast voor een hoger comfort. Het tocht minder en de geluidsoverlast van buiten is ook een stuk lager. Het is in veel gevallen goed mogelijk om alleen het glas te vervangen. Dit is financieel de meest interessante optie. In een aantal gevallen is het ook nodig om de kozijnen te vervangen. Wanneer dit samenvalt met een onderhoudsmoment (bijv. het moeten verven van de kozijnen), kan dit de extra kosten flink beperken.
•
Het vervangen van oude installaties is voor veel mensen gevoelsmatig niet goed. Men wil zo lang mogelijk gebruik maken van een apparaat en pas vervangen als het apparaat stuk is. Energetisch, maar ook financieel is het echter wel interessant om oude installaties te vervangen. Indien niet binnen afzienbare tijd gekozen wordt voor aardgasvrije verwarming is het aan te bevelen de oude CV-ketel te vervangen voor een nieuw energiezuinig exemplaar. Dit geldt overigens ook voor oude apparatuur zoals een koelkast of een diepvries (apparaten die vaak het grootste deel van de dag draaien). Het vervangen van oude apparaten wordt over het algemeen binnen een paar jaar terugverdiend aan bespaarde energiekosten.
•
Het inregelen van installaties zorgt ervoor dat deze minder energie gebruiken. Denk daarbij aan het waterzijdig inregelen van Cv-installaties en het aanpassen van stooklijnen in de CV. Over het algemeen moet hiervoor een installateur ingeschakeld worden.
•
Overige kleine besparingsmaatregelen zijn bijvoorbeeld het aanbrengen van radiatorfolie tussen de radiator en de buitenmuur en het toepassen van kleine ventilatoren op de radiatoren. De radiatorfolie zorgt voor een extra isolatielaag en weerkaatst de warmte zodat deze niet naar buiten verloren gaat. De ventilatoren zorgen voor een actieve verplaatsing van de warmte waardoor een ruimte sneller op temperatuur is. Hierdoor is er minder energie nodig voor de verwarming van de ruimte.
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
61
4.3.1
Keuzes tijdens renovatie of verbouwing
Investeringen in de bouwkundige schil vragen over het algemeen een aanzienlijke investering. Daarom is het goed om deze investering op een natuurlijk moment te doen: bijvoorbeeld bij een renovatie of verbouwing van de woning. Een natuurlijk moment is een moment waarop toch al geïnvesteerd wordt en werkzaamheden gecombineerd kunnen worden. Door het combineren van werkzaamheden wordt geld bespaard. In het algemeen geldt: alle aanpassingen aan de bouwkundige schil moeten gelijk goed gebeuren. De bouwkundige schil (vloeren, gevels en daken) heeft normaal gesproken een levensduur van meer dan 50 jaar. Alle aanpassingen die voor die tijd gedaan moeten worden, zijn een verspilling van geld. Kozijnen vervangen? Kies gelijk voor triple glas. Kozijnen hebben een levensduur van 40 tot 50 jaar, die worden voorlopig dus niet meer vervangen. Grootschalige renovatie of verbouwing van een woning? Kijk naar de mogelijkheden voor na-isolatie door middel van bijvoorbeeld voorzetwanden of buitengevelisolatie. Aanbouw? Zorg dat deze in ieder geval aan de huidige isolatie-eisen voldoet (liefs nog beter). Laat altijd een expert (architect, bouwkundige, bouwfysicus of andere deskundige die bekend is met de eisen en gevolgen van na-isolatie) naar de situatie kijken. Isolatie zorgt bijvoorbeeld voor een andere vochthuishouding in een woning.
Het verkeerd aanbrengen van isolatie kan voor vochtproblemen zorgen.
4.4
Isoleren is ventileren
Slecht geïsoleerde woningen worden vaak op een natuurlijke manier geventileerd. Denk aan het openen van ramen, natuurlijke ventilatiekokers, roosters in de gevels of kozijnen, maar ook de vele naden en kieren en voornamelijk de oudere woningen zorgen voor de nodige ventilatie. Wanneer een woning goed geïsoleerd wordt, kan er geen gebruik meer gemaakt worden van natuurlijke ventilatie. Dan gaat er teveel warmte verloren via het ventileren. Schone lucht van buiten is echter wel van groot belang voor de luchtkwaliteit in een woning. Met andere woorden, wanneer een woning niet geventileerd wordt, ontstaat er een ongezond binnenklimaat. Dit heeft te maken met allerlei bronnen die de lucht in een woning vervuilen. Denk aan koken, douchen, het gebruik van schoonmaakmiddelen, een houtkachel of open haard, zweten en de lucht die we uitademen. Wanneer deze vervuilingen niet naar buiten geventileerd worden, kunnen er allerlei gezondheidsklachten ontstaan zoals hoofdpijn, benauwdheid, dufheid en irritatie van de luchtwegen en ogen. Daarom geldt altijd: goed isoleren is goed ventileren (mechanische en het liefst met warmteterugwinning).
4.5
Isoleren is meer dan energiebesparing
Isoleren betekent niet alleen energiebesparing, maar ook een verhoging van het comfort. Je krijgt er een betere en prettiger gebouw door. Hoe beter de isolatie, hoe stabieler het binnenklimaat en hoe comfortabeler de woning. In de bovenstaande paragrafen wordt een minimaal isolatieniveau voor bepaalde warmteniveaus beschreven, maar het is aantrekkelijk om aanvullend te isoleren om het comfort van een woning te bevorderen.
4.6
Denk in maandlasten en niet in investeringen
Investeringen en terugverdientijden variëren per woning en woningtype. Over het algemeen geldt dat investeringen in no-regret maatregelen binnen 3-7 jaar zijn terugverdiend. Na die termijn ga je dus geld verdienen. TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
62
Woningeigenaren verdienen het meeste geld wanneer de maatregelen met eigen geld worden betaald. Voor veel woningeigenaren kan de investeringen echter een drempel zijn om maatregelen te nemen. Men heeft niet genoeg geld beschikbaar of men wil het geld aan andere zaken uitgeven. Voor alle energiebesparende maatregelen is het goed om niet alleen naar de benodigde investering te kijken, maar ook naar het plaatje van maandlasten dat na toepassing van één of meerdere maatregelen ontstaat. Dit kan door gebruik te maken van een lening voor het realiseren van energiebesparende maatregelen (in Rheden is bijvoorbeeld de landelijke Energiebespaarlening beschikbaar 19).
Voorbeeld Het isoleren van de kruipruimte, de spouwmuur en het dak kost €9.000,-. Deze investering wordt gefinancierd met de Energiebespaarlening tegen een rentepercentage van 1,7% en een looptijd van 10 jaar (de Energiebespaarlening mag kosteloos eerder afgelost worden). Dit zorgt voor een netto maandbedrag (rente en aflossing) van ongeveer €80,-. Hier tegenover staat een verlaging van de maandelijkse energierekening met €140,-. Zonder ook maar een Euro eigen geld te investeren, dalen de totale maandelijkse lasten met €60,-. Indien maatregelen via de hypotheek gefinancierd kunnen worden, zijn de maandlasten nog lager (op dit moment lagere rent en langere looptijd). Het kan dus interessant zijn om te kijken naar een externe financiering voor het uitvoeren van energiebesparende maatregelen in plaats van het investeren van spaargeld. Let wel, het investeren van spaargeld levert op termijn meer geld op dan het gebruik maken van een externe financiering.
4.7
Isolatieniveaus
Minimum isolatieniveau Bouwperiode
Vloer
Gevel
<1920 Geen spouw 1920-1945
Kozijnen & glas Minimaal
Binnenzijde
HR++ glas
isoleren
Ventilatie
Kruipruimte isoleren
Spouw
Minimaal
isoleren
dubbel glas
1945-1995
1995-2007
Dak
n.v.t. Voldoende
Voldoende
Voldoende
Voldoende
>2007 In principe geldt dat voor een minimumisolatieniveau alle maatregelen genomen moeten worden die geen grootschalige bouwkundige aanpassingen vragen. De kruipruimte wordt geïsoleerd zonder de vloer te vervangen, het glas wordt vervangen waarbij de bestaande kozijnen gehandhaafd blijven en het dak van
19
https://www.svn.nl/duurzaamheidslening TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
63
binnenuit geïsoleerd wordt. Let op, wanneer er een spouw aanwezig is en deze wordt geïsoleerd, dan hoeft er puur cijfermatig gezien geen HR++ glas toegepast te worden. Het isolatieniveau van de hele woning wordt bepaald door de totale beperking van het warmteverlies van alle maatregelen samen te bekijken. Natuurlijk wordt wel geadviseerd om te kiezen voor HR++ glas, mits de bestaande kozijnen hiervoor geschikt zijn. Basis isolatieniveau Vloer
Bouwperiode <1920
Gevel
Kozijnen & glas
Dak
Ventilatie
Isolatie binnenzijde
1920-1945 Kruipruimte (na) isoleren
Spouw
Minimaal
isoleren
HR++ glas
Binnenzijde (na) isoleren n.v.t.
1945-1995
1995-2007
Voldoende Voldoende
Voldoende
Voldoende
>2007 Ook voor de maatregelen die leiden tot een basis isolatieniveau geldt dat deze allemaal uitgevoerd kunnen worden zonder grootschalige bouwkundige aanpassingen. Het belangrijkste verschil tussen een minimum en een basis isolatieniveau is het feit dat in een aantal gevallen (isolatie kruipruimte en dakisolatie) de bestaande isolatie vervangen en aangevuld moet worden. Het vervangen van spouwisolatie is ook mogelijk maar technisch lastig en daardoor duur. Tevens moeten woningen zonder spouw aan de binnenzijde (buitenzijde is vaak monumentaal of gedecoreerd) na-geïsoleerd worden om het vereiste niveau te bereiken. Goed isolatieniveau Bouwperiode
Vloer
Gevel
Kozijnen & glas
Dak
Ventilatie
<1920 1920-1945
1945-1995 1995-2007
Kruipruimte
Binnenzijde
isoleren, bij
isoleren,
grootschalige
Aanvullende
Nieuwe
indien
verbouwing
isolatie aan
kozijnen met
Rc=6,0 niet
aanvullende
buitenzijde
triple glas
gehaald kan worden, dak
vloerisolatie
Mechanische ventilatie met WTW toepassen
vernieuwen >2007
Voldoende
Voldoende
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
64
Om bestaande woningen naar een goed isolatieniveau te brengen, zijn in veel gevallen ook bouwkundige maatregelen nodig. Dit maakt het uitvoeren van de maatregelen relatief duur en voor veel mensen minder interessant. Bij grootschalige verbouwingen of renovaties kan het interessant zijn om deze maatregelen te implementeren. Gezien het kostenplaatje (zie tabellen op pagina 81 tot en met 88) ligt het niet in de lijn der verwachting dat gebieden grootschalige naar een goed isolatieniveau gebracht gaan worden.
4.8
Kosten isolatie
Om de financiële consequenties voor isolerende maatregelen te kunnen bepalen, gaat we uit van maatgevende woningtypen. Op basis van gegevens van het CBS kunnen we het gemiddeld vloeroppervlak van woningen in de gemeente Rheden koppelen aan het bouwjaar (zie tabel 7. In deze tabel zijn ook het aardgas- en elektriciteitsverbruik van de betreffende woningtypen meegenomen. Deze gegevens zijn van belang voor de berekeningen in bijlage 14 en worden bepaald op basis van de gemiddelde grootte van een huishouden in Rheden). Op basis van deze gegevens en andere gemiddelden zijn vervolgens de afmetingen van vloeren, gevels, daken en kozijnen te herleiden. De kosten voor de verschillende maatregelen worden aan de hand van kentallen en vierkante meter prijzen berekend. In de kostentabellen is een onderscheid gemaakt tussen het minimum, basis en goed isolatieniveau. Tevens wordt een bepaalde bandbreedte gehanteerd in de kosten. Nogmaals, dit zijn kosten voor een maatgevende woning in Rheden. Indien bewoners zelf aan de slag willen met hun woning, kunnen de prijzen afwijken. Voor de berekeningen is geen rekening gehouden met subsidies. Op dit moment is er een subsidies beschikbaar voor energiebesparende maatregelen in woningen 20.
Gemiddeld oppervlak
Aardgasgebruik
Elektriciteitsgebruik
Bouwjaar
woning (m2)
(m3/jaar)
(kWh/jaar)
<1920
240
2.513
3.329
1920-1945
148
1.891
2.781
1945-1975
152
1.769
2.752
1975-1995
108
1.525
2.925
1995-2007
109
1.390
3.012
>2007
121
1.159
2.829
20
https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/seeh/eigenaar-%C3%A9n-bewoner TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
65
4.8.1
Rijwoningen
Voor de rijwoningen zijn de volgende afmetingen gehanteerd: Vloeroppervlak
Oppervlak dichte
Bouwjaar
begane grond (m2)
gevels (m2)
<1920
80
67
113
17
1920-1945
49
58
70
14
1945-1975
51
58
72
14
1975-1995
36
48
51
12
1995-2007
36
48
51
12
>2007
40
48
57
12
Dakoppervlak (m2)
Kozijnoppervlak (m2)
Woning gebouwd voor 1920
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
€ 2.000
€ 2.800
€ 2.000
€ 2.800
€ 2.000
€ 2.800
Glas & kozijnen
€ 2.100
€ 2.520
€ 2.100
€ 2.520
€ 8.400
€ 14.280
Isoleren gevel
-
-
€ 3.360
€ 5.376
€ 7.728
€ 9.744
Isoleren dak
€ 4.525
€ 6.788
€ 4.525
€ 6.788
€ 9.051
€ 11.314
-
-
-
-
€ 7.200
€ 9.600
€ 8.625
€ 12.108
€ 11.985
€ 17.484
€ 34.379
€ 47.738
Mechanische ventilatie Totaal
Woning gebouwd tussen 1920 en 1945
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
€ 1.229
€ 1.721
€ 1.229
€ 1.721
€ 1.229
€ 1.721
Glas & kozijnen
€ 1.800
€ 2.160
€ 1.800
€ 2.160
€ 7.200
€ 12.240
Isoleren gevel
€ 864
€ 1.440
€ 864
€ 1.440
€ 6.624
€ 8.352
Isoleren dak
-
-
€ 2.781
€ 4.172
€ 5.563
€ 6.953
-
-
-
-
€ 4.425
€ 7.375
€ 3.893
€ 5.321
€ 6.674
€ 9.493
€ 25.041
€ 36.641
Mechanische ventilatie Totaal
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
66
Woning gebouwd tussen 1945 en 1975
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
€ 1.267
€ 1.773
€ 1.267
€ 1.773
€ 1.267
€ 1.773
Glas & kozijnen
€ 1.800
€ 2.160
€ 1.800
€ 2.160
€ 7.200
€ 12.240
Isoleren gevel
€ 864
€ 1.440
€ 864
€ 1.440
€ 6.624
€ 8.352
Isoleren dak
-
-
€ 2.866
€ 4.299
€ 5.732
€ 7.165
-
-
-
-
€ 4.560
€ 6.080
€ 3.931
€ 5.373
€ 6.797
€ 9.673
€ 25.383
€ 35.611
Mechanische ventilatie Totaal
Woning gebouwd tussen 1975 en 1995
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
-
-
€ 896
€ 1.254
€ 896
€ 1.254
Glas & kozijnen
-
-
€ 1.500
€ 1.800
€ 6.000
€ 10.200
Isoleren gevel
-
-
-
-
€ 5.520
€ 6.960
Isoleren dak
-
-
€ 2.027
€ 3.041
€ 4.054
€ 5.068
-
-
-
-
€ 3.225
€ 4.300
€0
€0
€ 4.423
€ 6.095
€ 19.695
€ 27.782
Mechanische ventilatie Totaal
Woning gebouwd tussen 1995 en 2007
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
-
-
-
-
€ 908
€ 1.272
Glas & kozijnen
-
-
€ 1.500
€ 1.800
€ 6.000
€ 10.200
Isoleren gevel
-
-
-
-
€ 5.520
€ 6.960
Isoleren dak
-
-
-
-
€ 4.111
€ 5.138
-
-
-
-
€ 3.270
€ 4.360
€0
€0
€ 1.500
€ 1.800
€ 19.809
€ 27.930
Mechanische ventilatie Totaal
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
67
Woning gebouwd na 2007
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
-
-
-
-
€ 1.004
€ 1.406
Glas & kozijnen
-
-
-
-
€ 6.000
€ 10.200
Isoleren gevel
-
-
-
-
€ 5.520
€ 6.960
Isoleren dak
-
-
-
-
€ 4.544
€ 5.680
-
-
-
-
€ 3.615
€ 4.820
Totaal
€0
€0
€0
€0
€ 20.684
€ 29.066
4.8.2
Hoekwoningen/twee-onder-een-kap
Mechanische ventilatie
Voor hoek- en twee-onder-een-kap- woningen zijn de volgende afmetingen gehanteerd: Vloeroppervlak
Oppervlak dichte
Bouwjaar
begane grond (m2)
gevels (m2)
<1920
80
127
113
32
1920-1945
49
100
70
25
1945-1975
51
101
72
25
1975-1995
36
82
51
21
1995-2007
36
83
51
21
>2007
40
85
57
21
Dakoppervlak (m2)
Kozijnoppervlak (m2)
Woning gebouwd voor 1920
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
€ 2.000
€ 2.800
€ 2.000
€ 2.800
€ 2.000
€ 2.800
Glas & kozijnen
€ 3.966
€ 4.760
€ 3.966
€ 4.760
€ 15.865
€ 26.971
Isoleren gevel
-
-
€ 6.346
€ 10.154
€ 14.596
€ 18.404
Isoleren dak
€ 4.525
€ 6.788
€ 4.525
€ 6.788
€ 9.051
€ 11.314
-
-
-
-
€ 7.200
€ 9.600
€ 10.492
€ 14.348
€ 16.838
€ 24.502
€ 48.712
€ 69.088
Mechanische ventilatie Totaal
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
68
Woning gebouwd tussen 1920 en 1945
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
€ 1.229
€ 1.721
€ 1.229
€ 1.721
€ 1.229
€ 1.721
Glas & kozijnen
€ 3.120
€ 3.744
€ 3.120
€ 3.744
€ 12.479
€ 21.214
Isoleren gevel
€ 1.497
€ 2.496
€ 1.497
€ 2.496
€ 11.480
€ 14.475
Isoleren dak
-
-
€ 2.781
€ 4.172
€ 5.563
€ 6.953
-
-
-
-
€ 4.425
€ 7.375
€ 5.846
€ 7.960
€ 8.628
€ 12.132
€ 35.176
€ 51.738
Mechanische ventilatie Totaal
Woning gebouwd tussen 1945 en 1975
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
€ 1.267
€ 1.773
€ 1.267
€ 1.773
€ 1.267
€ 1.773
Glas & kozijnen
€ 3.146
€ 3.775
€ 3.146
€ 3.775
€ 12.583
€ 21.391
Isoleren gevel
€ 1.510
€ 2.517
€ 1.510
€ 2.517
€ 11.576
€ 14.596
Isoleren dak
-
-
€ 2.866
€ 4.299
€ 5.732
€ 7.165
-
-
-
-
€ 4.560
€ 6.080
€ 5.922
€ 8.065
€ 8.788
€ 12.364
€ 35.718
€ 51.005
Mechanische ventilatie Totaal
Woning gebouwd tussen 1975 en 1995
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
-
-
€ 896
€ 1.254
€ 896
€ 1.254
Glas & kozijnen
-
-
€ 2.571
€ 3.085
€ 10.284
€ 17.483
Isoleren gevel
-
-
-
-
€ 9.461
€ 11.929
Isoleren dak
-
-
€ 2.027
€ 3.041
€ 4.054
€ 5.068
-
-
-
-
€ 3.225
€ 4.300
€0
€0
€ 5.494
€ 7.380
€ 27.920
€ 40.034
Mechanische ventilatie Totaal
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
69
Woning gebouwd tussen 1995 en 2007
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
-
-
-
-
€ 908
€ 1.272
Glas & kozijnen
-
-
€ 2.580
€ 3.096
€ 10.320
€ 17.544
Isoleren gevel
-
-
-
-
€ 9.495
€ 11.971
Isoleren dak
-
-
-
-
€ 4.111
€ 5.138
-
-
-
-
€ 3.270
€ 4.360
€0
€0
€ 2.580
€ 3.096
€ 28.104
€ 40.285
Mechanische ventilatie Totaal Woning gebouwd na 2007
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
-
-
-
-
€ 1.004
€ 1.406
Glas & kozijnen
-
-
-
-
€ 10.613
€ 18.043
Isoleren gevel
-
-
-
-
€ 9.764
€ 12.311
Isoleren dak
-
-
-
-
€ 4.544
€ 5.680
-
-
-
-
€ 3.615
€ 4.820
€0
€0
€0
€0
€ 29.541
€ 42.260
Mechanische ventilatie Totaal
4.8.3
Vrijstaande woningen
Voor vrijstaande woningen zijn de volgende afmetingen gehanteerd: Vloeroppervlak
Oppervlak dichte
Bouwjaar
begane grond (m2)
gevels (m2)
<1920
80
204
113
51
1920-1945
49
154
70
39
1945-1975
51
157
72
39
1975-1995
36
129
51
32
1995-2007
36
130
51
33
>2007
40
138
57
34
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
Dakoppervlak (m2)
Kozijnoppervlak (m2)
70
Woning gebouwd voor 1920
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
€ 2.000
€ 2.800
€ 2.000
€ 2.800
€ 2.000
€ 2.800
Glas & kozijnen
€ 6.367
€ 7.640
€ 6.367
€ 7.640
€ 25.466
€ 43.293
Isoleren gevel
-
-
€ 10.187
€ 16.298
€ 23.429
€ 29.541
Isoleren dak
€ 4.525
€ 6.788
€ 4.525
€ 6.788
€ 9.051
€ 11.314
-
-
-
-
€ 7.200
€ 9.600
€ 12.892
€ 17.228
€ 23.079
€ 33.527
€ 67.146
€ 96.547
Mechanische ventilatie Totaal
Woning gebouwd tussen 1920 en 1945
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
€ 1.229
€ 1.721
€ 1.229
€ 1.721
€ 1.229
€ 1.721
Glas & kozijnen
€ 4.822
€ 5.786
€ 4.822
€ 5.786
€ 19.287
€ 32.788
Isoleren gevel
€ 2.314
€ 3.857
€ 2.314
€ 3.857
€ 17.744
€ 22.373
Isoleren dak
-
-
€ 2.781
€ 4.172
€ 5.563
€ 6.953
-
-
-
-
€ 4.425
€ 7.375
€ 8.365
€ 11.364
€ 11.147
€ 15.536
€ 48.248
€ 71.210
Mechanische ventilatie Totaal
Woning gebouwd tussen 1945 en 1975
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
€ 1.267
€ 1.773
€ 1.267
€ 1.773
€ 1.267
€ 1.773
Glas & kozijnen
€ 4.904
€ 5.885
€ 4.904
€ 5.885
€ 19.617
€ 33.348
Isoleren gevel
€ 2.354
€ 3.923
€ 2.354
€ 3.923
€ 18.047
€ 22.755
Isoleren dak
-
-
€ 2.866
€ 4.299
€ 5.732
€ 7.165
-
-
-
-
€ 4.560
€ 6.080
€ 8.525
€ 11.582
€ 11.391
€ 15.881
€ 49.223
€ 71.122
Mechanische ventilatie Totaal
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
71
Woning gebouwd tussen 1975 en 1995
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
-
-
€ 896
€ 1.254
€ 896
€ 1.254
Glas & kozijnen
-
-
€ 4.040
€ 4.847
€ 16.158
€ 27.469
Isoleren gevel
-
-
-
-
€ 14.866
€ 18.744
Isoleren dak
-
-
€ 2.027
€ 3.041
€ 4.054
€ 5.068
-
-
-
-
€ 3.225
€ 4.300
€0
€0
€ 6.962
€ 9.142
€ 39.199
€ 56.834
Mechanische ventilatie Totaal
Woning gebouwd tussen 1995 en 2007
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
-
-
-
-
€ 908
€ 1.272
Glas & kozijnen
-
-
€ 4.071
€ 4.885
€ 16.283
€ 27.681
Isoleren gevel
-
-
-
-
€ 14.981
€ 18.888
Isoleren dak
-
-
-
-
€ 4.111
€ 5.138
-
-
-
-
€ 3.270
€ 4.360
€0
€0
€ 4.071
€ 4.885
€ 39.553
€ 57.340
Mechanische ventilatie Totaal Woning gebouwd na 2007
Minimum
Basis
Goed
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Minimaal
Maximaal
Isoleren kruipruimte
-
-
-
-
€ 1.004
€ 1.406
Glas & kozijnen
-
-
-
-
€ 17.219
€ 29.272
Isoleren gevel
-
-
-
-
€ 15.841
€ 19.974
Isoleren dak
-
-
-
-
€ 4.544
€ 5.680
-
-
-
-
€ 3.615
€ 4.820
€0
€0
€0
€0
€ 42.224
€ 61.152
Mechanische ventilatie Totaal
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
72
5
MULTI-CRITERIA ANALYSE
Hieronder worden de criteria beschreven om in Rheden gebieden te selecteren waar het voor de hand ligt om met de warmtetransitie te starten (de startbuurten). Deze criteria zijn verwerkt in een multi-criteria analyse. Aan de hand van deze analyse kan een goed onderbouwde ranking van buurten gemaakt worden.
5.1
Prioriteringscriteria woonbuurten
Voor de prioritering van buurten zijn in gezamenlijk overleg met de stakeholders de volgende criteria opgesteld: •
aanwezigheid van bronnen;
•
aanwezigheid natuurlijke momenten;
•
aandeel corporatiewoningen;
•
technische categorie;
•
initiatieven uit de samenleving;
•
bijdrage aan de doelstellingen.
5.1.1
Aanwezigheid van bronnen
Bronnen van duurzame warmte zijn beperkt aanwezig, niet alleen in Rheden maar in heel Nederland. Het is daarom verstandig om alle geschikte bronnen zo optimaal te benutten. Dit kunnen bronnen van restwarmte bij bedrijven zijn, maar ook oppervlaktewater voor aquathermie, grote wegen voor asfaltthermie en geschikte locaties voor zonnepanelen en wind. Alle bekende bronnen zijn verwerkt in de Inventarisatiekaart (als aparte bijlage bij deze rapportage bijgevoegd). In de voorkeursalternatieven (zie hoofdstuk 7 en bijlage 8) is zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezig bronnen.
5.1.2
Aanwezigheid natuurlijke investeringsmomenten
Bestaande planningen zoals de investeringsagenda voor infrastructuur kunnen van invloed zijn op de keuzes die gemaakt worden in buurten. Wanneer je aan kunt sluiten op natuurlijke investeringsmomenten, kan dit de kosten drukken en de overlast beperken (benutten van meekoppelkansen). Op buurtniveau valt te denken aan de volgende zaken: •
Gepland onderhoud of vervanging van het gasnetwerk door de netbeheerder (waaronder de gietijzeren gasleidingen die versneld vervangen moeten worden);
•
Onderhoud of vervangingen door de gemeente. Denk aan werkzaamheden aan de straat/trottoir, openbaar groen of de riolering;
•
Andere projecten die in de openbare ruimte spelen. Denk aan het voorkomen van wateroverlast door overvloedige regenval en herinrichting van gebieden.
Wanneer een aardgasleiding of riolering in een buurt vervangen moet worden, kan dit een natuurlijk moment zijn om te kijken of een (deel van de) buurt van het aardgas afgekoppeld kan worden. Dit is namelijk het moment dat ‘we toch al in de grond moeten zijn’. Op dat moment kan eventueel een collectieve voorziening of een dikkere elektriciteitskabel aangelegd worden. Over het algemeen stemmen alle beheerders hun planningen op elkaar af, waardoor het belangrijk is om de momenten te zoeken dat de beheerders van de nutsvoorzieningen de grond gaan roeren. TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
73
Bekend is dat de gietijzeren gasleidingen in het hele land versneld vervangen moeten worden,
omdat
hoger
risico
deze
een
geven
dan
andere (nieuwere) leidingen. Figuur 46 geeft weer waar op dit moment nog gietijzeren gasleidingen liggen. Het is aannemelijk
dat
op
deze
locaties de komende jaren de schop de grond in gaat. De netbeheerder
probeert Figuur 46: locatie van gietijzeren gasleidingen in de verschillende buurten van de hiervoor zoveel mogelijk aan gemeente Rheden te
sluiten
bij
werkzaamheden
andere in
de
openbare ruimte. Naast het vervangen van de gietijzeren
gasleidingen
vinden er in de openbare ruimte geregeld werkzaamheden plaats aan bijvoorbeeld de bestrating of de riolering. Figuur 47 laat zien waar op korte termijn in de gemeente
Rheden
werkzaamheden plaats gaan vinden. Let wel, planningen kijken
niet
zover
vooruit
waardoor het erg lastig is om Figuur 47: locatie van geplande werkzaamheden in de openbare ruimte op bovenstaande werkzaamheden aan te sluiten. Werkzaamheden gepland over 4 tot 8 jaar bieden het meeste kans voor meekoppelkansen van aardgasloze initiatieven. Hier houden we in de multi-criteria analyse ook rekening mee. Voor individuele woningeigenaren zijn natuurlijke investeringsmomenten zoals de vervanging van een cvketel of de aanschaf van een ander huis, belangrijke momenten om een extra stap te zetten. Hoewel dit niet kan worden meegenomen bij de prioritering van wijken en buurten, is het voor de totale warmtetransitie belangrijk dat deze momenten zoveel mogelijk worden benut.
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
74
5.1.3
Aandeel corporatiewoningen
In buurten waar een relatief beperkt aantal partijen een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het realiseren van
de
warmte-transitie
eenvoudiger, omdat er maar met
een
beperkt
aantal
partijen afspraken hoeven te worden gemaakt. Wanneer in een
buurt
veel
corporatiewoningen aanwezig zijn, kan dit de transitie
vergemakkelijken. Figuur 48: aandeel corporatiewoningen per buurt in de gemeente Rheden Voor de corporatiewoningen hoeft de gemeente namelijk maar met één partij om tafel. Voor woningen in particulier eigendom is de eigenaar van elke afzonderlijke woning in principe één partij. Dit maakt het veel lastiger om een transitie in gang te zetten. Tevens hebben corporaties landelijke afspraken met betrekking tot het verduurzamen van hun woningvoorraad. In figuur 48 wordt weergegeven wat de verhouding van corporatiewoningen voor de verschillende buurten in de gemeente Helmond is. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van alle cijfers per buurt. Deze cijfers laten zien dat er in Rheden een aantal buurten zijn waarin het percentage corporatiewoningen hoger is dan 30%.
5.1.4
Prioriteringscriterium 3: Technische categorisering
De technische categorisering, speelt ook een rol bij het selecteren
van
de
meest
kansrijke
buurten.
Per
categorie is, op basis van bouwjaren
en
woningdichtheid,
een
inschatting gemaakt van de technische en economische haalbaarheid
van
de
warmtetransitie.
Op
basis
hiervan is er een prioriteit toegekend
aan
de
verschillende
categorieën.
Deze prioriteit geeft aan of
Figuur 49: weergave van de technische categorie van de woningen per buurt in de gemeente Rheden
het vanuit technisch oogpunt slim is om snel te starten met de transitie in de buurten uit deze categorie of dat het juist voor de hand ligt om nog even te wachten. Uit de prioritering volgt dat de woningen gebouwd rond de eeuwwisseling technisch
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
75
gezien het meest kansrijk zijn om aardgasloos te worden. Men verwacht vaak dat het juist slim is om in de nieuwste woningen te starten met de transitie, maar in deze woningen hoeft bijvoorbeeld een CV-ketel gezien de geringe leeftijd vaak nog niet vervangen te worden. Op termijn zullen deze woningen echter aansluiten bij de Eeuwwisseling-categorie (nu start de Nieuwbouw-categorie in 2007, volgend jaar zal dit 2008 zijn). Prioriteit
Categorieën (zie par. 6.1.3) Eeuwwisseling,
1. 2.
gebouwd
Investeringen voor all-electric zijn relatief
tussen 1995 en 2007.
laag. Kansen voor aanvullende isolatie.
Na-oorlogs, woningen gebouwd tussen
Technisch gunstig voor collectieve voor-
1955 en 1995 in een hoge dichtheid.
zieningen, goede kansen voor na-isolatie.
Oud
monumentaal,
woningen
Haalbaarheid
voor
een
mogelijkheden collectieve voorzieningen
en
gebouwd
3.
woningen
Afweging
1955
in
hoge
afhankelijk
van
dichtheid.
en na-isolatie.
Buitenwijken en -gebieden, woningen
Erg afhankelijk van individuele maatregelen
gebouwd in een lage dichtheid. Erg
4.
afhankelijk van kansen voor individuele maatregelen. Nieuwbouw,
5.
woningen gebouwd na
2007.
Isoleren
is
nauwelijks
terugverdientijden
nodig,
voor
hoge
vervanging
installaties
Tabel 3: Prioritering van de categorieën (op basis van een inschatting van de technische en economische haalbaarheid)
5.1.5
Initiatieven uit de samenleving
De bereidheid onder stakeholders en inwoners om aardgasvrije renovaties uit te voeren is van groot belang. Alle technische en demografische randvoorwaarden ten spijt, als de stakeholders en inwoners niet willen of kunnen renoveren dan houdt het eigenlijk op. Wij denken dat het verstandig is om in die buurten te starten waar al veel initiatieven spelen. De kracht zit in het aansluiten op een beweging en het versterken van die beweging. We gaan het wiel niet opnieuw uitvinden, maar kijken om ons heen wat er al gebeurt en sluiten ons daarbij aan. Op die manier zetten we in op het vergroten van de spreekwoordelijke olievlek. Op de inventarisatiekaart zijn de onderstaande initiatieven weergegeven: •
Dieren-Noord boven spoorlijn, actieve en goed lopende energiecoöperatie;
•
Velp-Noord boven spoorlijn, Warmtewandeling;
•
Velp-Zuid beneden spoorlijn, grootschalige renovatie woningen Vivare (tot 2024) en onderzoek naar kansen voor o.a. zonthermie;
•
Rheden, renovatie 500 woningen van Vivare in 2020-2022;
•
Ellecom, aanwezigheid bewonersinitiatief Ellecom Energie Neutraal;
•
Dieren-West boven spoorlijn, kleinschalig bewonersinitiatief om een Wijk van de Toekomst te worden;
•
Dieren-Noord boven spoorlijn, Renovatie woningen in het ‘Supermarktgebied’.
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
76
5.1.6 Voor
Bijdrage aan doelstellingen het
halen
besparingsdoelen
van
de
is
het
aantrekkelijk om in buurten te beginnen waar een hoge besparing gerealiseerd kan worden. Wanneer alleen de besparing
op
buurtniveau
bekeken zou worden, dan komen de buurten met de meeste woningen over het algemeen
boven
drijven.
Daarom is er een combinatie gemaakt
tussen
het
aardgasverbruik per woning (verdeeld over hoog verbruik per woning, gemiddeld verbruik en laag verbruik) en het totale aardgasverbruik in een buurt. Hiermee wordt zichtbaar gemaakt welke buurten interessant zijn om als eerste aan te pakken wanneer alleen gekeken wordt naar het aardgasverbruik. Buurten met een hoog verbruik per woning en een hoog totaal verbruik zijn hierin het meest interessant. Dit zijn waarschijnlijk buurten met veel slecht geïsoleerde woningen. Buurten met een laag verbruik per woning en een laag totaalverbruik zijn het minst interessant.
5.2
Multi-criteria analyse
Om tot een aantal geschikte buurten en gebieden te komen. Is er aan de hand van verschillende bijeenkomsten met de stakeholders een multi-criteria analyse (MCA) uitgevoerd. De analyse beoordeelt de buurten van de gemeente Rheden aan de hand van zes criteria. Tijdens de bijeenkomsten zijn er wegingen aan de zes criteria toegevoegd met een totale waarde van 100 (zie onderstaande opsomming). Daarnaast zijn alle criteria nog afzonderlijk beoordeeld zodat er een goed onderbouwde afweging ontstaat. •
aanwezigheid van bronnen (score: 21);
•
aanwezigheid natuurlijke momenten (score 29);
•
aandeel corporatiewoningen (score: 7);
•
technische categorie (score: 23);
•
initiatieven uit de samenleving (score: 18);
•
bijdrage aan de doelstellingen (score: 2).
5.2.1
Puntentoekenning criteria
Om een goed onderbouwde multi-criteria analyse op de stellen moeten niet alleen waardes toegekend worden aan de criteria. Ook binnen de criteria dient een beoordeling van mogelijkse situaties plaats te vinden. Uiteindelijk worden de toegekende punten vermenigvuldigd met de waarde voor het betreffende criterium om te komen tot een totaalscore (zie pagina 70). Onderstaande is deze beoordeling voor de verschillende criteria weergegeven.
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
77
Aanwezigheid van bronnen Scenario
Puntentoekenning
Geen bronnen
0 punten
Kleinschalige bronnen
5 punten
Grootschalige bronnen
10 punten
Aanwezigheid natuurlijke momenten Scenario
Puntentoekenning
Geen momenten
0 punten
Kleinschalige momenten op korte termijn (<4 jaar)
2 punten
Kleinschalige momenten op middellange termijn (4-8 jaar)
6 punten
Kleinschalige momenten op lange termijn (>8 jaar)
2 punten
Grootschalige momenten op korte termijn (<4 jaar)
4 punten
Grootschalige momenten op middellange termijn (4-8 jaar)
10 punten
Grootschalige momenten op lange termijn (>8 jaar)
4 punten
Aandeel corporatiewoningen Scenario
Puntentoekenning
Geen woningen of onbekend
0 punten
<10% van het aantal woningen in een buurt
2 punten
10-30% van het aantal woningen in een buurt
7 punten
>30% van het aantal woningen in een buurt
10 punten
Technische categorie Scenario
Puntentoekenning
Oud en monumentaal
6 punten
Na-oorlogs
8 punten
Eeuwwisseling
10 punten
Nieuwbouw
2 punten
Buitenwijken- en gebieden
4 punten
Geen overheersende bouwperiode
5 punten
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
78
Initiatieven uit de samenleving Scenario
Puntentoekenning
Geen initiatieven
0 punten
Kleinschalige initiatieven
2 punten
Middelgrote initiatieven
5 punten
Grootschalige initiatieven
10 punten
Bijdrage aan doelstellingen Scenario
Puntentoekenning
Hoog totaalverbruik per buurt, hoog gemiddeld verbruik per woning
10 punten
Hoog totaalverbruik per buurt, gemiddeld gemiddeld verbruik per woning
6 punten
Hoog totaalverbruik per buurt, laag gemiddeld verbruik per woning
2 punten
Gemiddeld totaalverbruik per buurt, hoog gemiddeld verbruik per woning
8 punten
Gemiddeld totaalverbruik per buurt, gemiddeld gemiddeld verbruik per woning
5 punten
Gemiddeld totaalverbruik per buurt, laag gemiddeld verbruik per woning
1 punten
Laag totaalverbruik per buurt, hoog gemiddeld verbruik per woning
7 punten
Laag totaalverbruik per buurt, gemiddeld gemiddeld verbruik per woning
4 punten
Laag totaalverbruik per buurt, laag gemiddeld verbruik per woning
0 punten
5.3
Totaalscores en ranking buurten
Op basis van de puntentoekenning aan de criteria en de waardering van de criteria kan er een multi-criteria analyse uitgevoerd worden. De puntentoekenning en de waardering wordt voor elk criterium en elke buurt met elkaar vermenigvuldigd en opgeteld om te komen tot totaalscores (zie tabel 4). Een voorbeeld:
In Dieren-Noord boven spoorlijn zijn kleinschalige bronnen aanwezig. Daardoor krijgt deze buurt op dit criterium een score van 5. Deze score wordt vermenigvuldigd met de weging voor het criterium (21) en krijgt daardoor voor het criterium 105 punten. Op deze manier wordt de score voor elk criterium berekend en opgeteld om uiteindelijk te komen tot het puntentotaal van 569 punten. De buurt met de hoogste totaalscore heeft de meeste kans om op korte termijn (tot 2030) aardgasloos te worden. Op basis van de totaalscores zijn alle buurten in een bepaalde volgorde gezet (zie figuur 50).
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
79
600 500 400 300 200 100 0
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
80
5.4
Validiteit multi-criteria analyse
Ter controle van de multi-criteria analyse is er gekeken hoe de ranking van buurten verandert wanneer er andere scores aan de verschillende criteria worden toegekend. In tabel 5 zijn voor 9 alternatieve scenario’s scores toegekend aan de verschillende criteria. De hoogste scores per scenario zijn gearceerd. In de meeste gevallen zijn de toegekende scores niet realistisch, maar dit laat wel goed zien dat aanpassing van de scores voor weinig veranderingen in de ranking van de buurten zorgt (tabel 6). In deze tabel is de ranking van de gearceerde buurten niet veranderd ten opzichte van de ranking uit de reguliere analyse.
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
81
6
KENMERKEN BUURTEN
Buurten Rheden
Aandeel
Aardgasverbruik
Elektriciteitsver-
Gemiddeld
Woningdichtheid
Aantal
corporatie-
woningen
bruik woningen
inkomen
(aantal woningen
Overheersend
Overheersend
woningen
woningen
(m /jaar)
(kWh/jaar)
(€/jaar/huishouden)
per hectare)
energielabel
Bouwjaar
3
Initiatieven gasloos
Onderhoud openbare
Technische categorie
bouwen
ruimte
1.
Dieren-zuid beneden spoorlijn
1.044
17%
1.550.000
2.820.000
€ 59.300
7,72
C
<’95
Buitenwijken en -gebieden
Nee
Riolering
2.
Dieren-noord boven spoorlijn
3.591
37%
4.710.000
8.480.000
€ 44.600
18,51
D
’55-‘95
Naoorlogs
Ja
Riolering, gas
3.
Dieren-west boven spoorlijn
1.998
35%
2.880.000
4.800.000
€ 49.300
10,57
D
’55-’95
Naoorlogs
Nee
4.
Spankeren
344
33%
540.000
920.000
€ 54.100
3,62
D
’55-‘95
Buitenwijken en -gebieden
Nee
5.
Ellecom
466
6%
920.000
1.390.000
€ 68.700
5,72
D
<’55
Buitenwijken en -gebieden
Nee
6.
Laag-Soeren
387
15%
560.000
920.000
€ 63.000
3,30
D
’55-‘95
Buitenwijken en -gebieden
Nee
7.
Verspreide huizen bosgebied
68
0%
140.000
270.000
€ 59.000
0,05
E
<’95
Buitenwijken en -gebieden
Nee
48
0%
110.000
170.000
€ 66.700
0,12
G
<’55
Buitenwijken en -gebieden
Nee
41
0%
40.000
120.000
Onbekend
0,06
Onbekend
’55-‘95
Buitenwijken en -gebieden
Nee
0
0%
0
0
Onbekend
0,00
Onbekend
n.v.t.
n.v.t.
Nee
1
Onbekend
Onbekend
Onbekend
Onbekend
0,00
Onbekend
’55-‘95
Buitenwijken en -gebieden
Nee
3.595
33%
4.990.000
8.780.000
€ 47.900
13,56
C
’55-‘95
Naoorlogs
Nee
28
0%
50.000
100.000
Onbekend
0,28
G
<’55
Buitenwijken en -gebieden
Nee
14. Verspreide huizen Rheden
187
1%
280.000
440.000
€ 84.400
0,52
G
<’55 & >’07
15. De Steeg
467
27%
850.000
1.370.000
€ 58.800
6,90
D
<’95
3
Onbekend
Onbekend
Onbekend
Onbekend
0,00
Onbekend
<’55
Buitenwijken en -gebieden
Nee
5
Onbekend
Onbekend
Onbekend
Onbekend
0,00
Onbekend
<’55
Buitenwijken en -gebieden
Nee
35
0%
100.000
140.000
Onbekend
0,05
G
<’55
Buitenwijken en -gebieden
Nee
Gas
19. Velp-noord boven spoorlijn
3.625
9%
6.490.000
10.410.000
€ 63.500
13,15
C
<’95
Nee
Gas
20. Velp-zuid beneden spoorlijn
3.602
47%
4.680.000
8.700.000
€ 41.000
24,99
C
<’95
Nee
Wijkvernieuwing, gas
1.799
28%
2.340.000
3.760.000
€ 39.700
19,97
C
’55-‘95
Naoorlogs
Nee
8
Onbekend
Onbekend
Onbekend
Onbekend
0,02
Onbekend
Spreiding
Spreiding
Nee
33
0%
70.000
100.000
Onbekend
0,10
C
<’95
Buitenwijken en -gebieden
Nee
21.375
30%
31.300.000
53.690.000
€ 53.300
2,58
C
’55-‘95
Naoorlogs
Laag Soeren 8.
Verspreide huizen Spankeren
9.
Verspreide huizen Fraterwaard en Beimerwaard
10. Verspr. huizen bosg. Ellecom 11. Verspreide huizen bosgebied Dieren 12. Rheden 13. Rheden-west ten westen van Oranjeweg en Haver
16. Verspreide huizen bosgebied De Steeg 17. Verspreide huizen bosgebied Rheden 18. Verspreide huizen Havikerwaard en Middachten
21. Velp-zuid ten zuiden van Waterstraat 22. Verspreide huizen Velpnoordoost 23. Verspreide huizen Velpzuidoost
Gemeente Rheden
Oud en monumentaal & recente bouw Oud en monumentaal & naoorlogs
Oud en monumentaal & naoorlogs Oud en monumentaal & naoorlogs
Gas
Gas
Straat, gas
Nee
Gas
Nee
Gas
Gebied rondom ziekenhuis
Geen duidelijke overheersende bouwperiode
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
82
7
SCAN VAN DE HUIDIGE SITUATIE
Overheersende leeftijd bewoners
Overheersende bouwperioden woningen
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
Overheersende woningtypen
Aandeel corporatiewoningen
Overheersend eigendom woningen
Woningdichtheid
83
Aandeel gasverbruik
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
Overheersende energielabels
84
8
VLEKKENKAARTEN OP STRAATNIVEAU
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
85
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
86
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
87
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
88
9
ALTERNATIEVEN TOP-WIJKEN
9.1
Dieren-Noord boven spoorlijn
De buurt Dieren-Noord boven spoorlijn scoort het beste op de verschillende criteria (zie ook bijlage 3). In verhouding tot de twee andere buurten uit de top drie zijn er binnen deze buurt relatief veel initiatieven vanuit de samenleving. Daarnaast is Dieren-Noord een buurt met relatief veel corporatiewoningen en een hoge woningdichtheid. De meeste woningen in de buurt zijn gebouwd tussen 1955-1995. Door het grote aandeel na-oorlogse woningen is er een goede kans om aanvullende isolatie maatregelen uit te voeren. Deze kenmerken samen zorgen ervoor dat het relatief eenvoudig is om de woningen in de buurt te verwarmen met een collectieve voorziening gevoed met een bron die lage (LT)- of midden-temperatuur (MT) warmte levert. Voor het toepassen van deze voorzieningen dienen de gebouwen minimaal een basis isolatieniveau te hebben (zie ook paragraaf 8.1). Voorkeursalternatief: LT/MT collectieve voorziening Eigenschappen
Mogelijke bronnen
Kansen
Uitdagingen
Veel naoorlogse
Zonthermie
Optimaal gebruik van
Woningdichtheid
aanwezige bronnen
mogelijk te laag
TEO uit kanaal,
Goede kansen voor
Weinig goed
Olburgen plas
aanvullende isolatie
geïsoleerde woningen
Restwarmte Verzinkerij
Kansen voor pilot
Zonnevelden hebben
Dieren
met actieve
grote impact op
energiecoöperatie
landelijk gebied
woningen Veel corporatiebezit Veel initiatieven
Bedrijven en
Linde Gas Benelux
instellingen met
TEO overzijde IJssel moeilijk te bereiken.
aanzienlijke
Condenswarmte
warmtevraag
Windmolens
Volume TEO onzeker.
Zonnepalen op daken Een collectieve voorziening op LT- of MT-warmte is een warmtenet met een bron die LT- of MTwarmte afgeeft. Dit warmtenet kan uitgerold worden over de hele buurt maar ook op kleinere schaal worden gerealiseerd. Binnen deze buurt zijn er een aantal mogelijke LT/MT bronnen. In de nabijheid van de buurt zijn op verschillende plekken locaties waar zonneparken gerealiseerd kunnen worden. Daarbij kan gekozen worden voor zonthermie in plaatsen van zonnepanelen die elektriciteit
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
89
opwekken. De conversie naar warmte is namelijk veel efficiënter dan naar elektriciteit. Het realiseren van zonnevelden heeft wel een aanzienlijke impact op het landelijk gebied. Naast de zonthermie zijn er nog een aantal mogelijke bronnen aanwezig. Het is mogelijk om Thermische Energie Oppervlaktewater (TEO) uit de plas aan de overzijde van de IJssel te halen. Dit kent wel een aantal beperkingen. De plas, die genoeg oppervlakte heeft en in de buurt van Dieren-Noord ligt, bevindt zich in Natura2000 gebied, ligt aan de andere kant van de IJssel (relatief duur om warmte onder IJssel te transporteren), in een andere gemeente en in een ander RES-gebied. Als het niet mogelijk is om deze plas te gebruiken voor TEO is het
onzeker
of
er
genoeg
oppervlaktewater
beschikbaar is in de buurt zelf. Daarnaast zijn er nog een aantal bedrijven die mogelijk restwarmte beschikbaar hebben: Verzinkerij Dieren,
Linde
Gas
Benelux
en
een
aantal
supermarkten die condenswarmte over hebben. Verder zijn er natuurlijk de zonnepanelen op de daken en mogelijke locaties voor windmolens in de nabijheid van Dieren-Noord. Zoals in de kaart zichtbaar is (figuur 52), zijn er ook een aantal gebieden die net in een andere buurt liggen maar die wel geschikt zijn voor de aanleg van een LT/MT collectieve warmtevoorziening. Waarschijnlijk zal in de praktijk niet een hele buurt in één keer aangepast gaan worden, maar zal de focus liggen op bepaalde gebieden. Deze gebieden hoeven niet perse op te houden bij de buurtgrenzen. Back-up alternatief Mogelijke bronnen
Kansen
Uitdagingen
Buitenlucht
Verlaging energielasten mogelijk door
Geen optimaal gebruik van
individuele configuratie
aanwezige bronnen
Bewoners kunnen op ieder moment
Aanzienlijke verzwaring
starten met de verduurzaming
elekriciteitsnet tot elke voordeur
Geen grote warmtenetten nodig
Weinig woningen die op dit
Bodem Zonthermie
moment goed geïsoleerd zijn.
TEO Zonnepanelen/wind Veel ruimte voor zonnevelden
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
90
Het back-up alternatief bestaat uit individuele allelectric en LT/MT voorzieningen op inidividuele schaal. Bronnen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn; de
buitenlucht,
bodemwarmte
en
zonthermie.
Zonnepanelen en windmolens moeten voor de benodigde duurzame elektriciteit zorgen. Om dit alternatief te realiseren, moeten de gebouwen minimaal tot een basis isolatieniveau geïsoleerd worden. Het positieve aan dit alternatief is, dat het toegepast kan worden op objectniveau en bewoners dus op ieder gewenst moment en in een eigen tempo kunnen starten met de aanpassingen in de woning. Ook
hoeven
er
geen
grote
infrastructurele
aanpassing gedaan te worden, met uitzondering van het elektriciteitsnetwerk. Dit netwerk moet verzwaard worden omdat individuele systemen bijna altijd veel elektriciteit gebruiken. Tevens wordt er niet optimaal gebruik gemaakt van de bronnen (zoals TEO). Gezien het feit dat bronnen beperkt aanwezig zijn,
is het
beter om dit wel te doen. Door
de
individuele
configuratie
kunnen
de
energielasten voor de bewoners naar beneden worden gebracht. Echter zijn er voor de all-electric varianten wel grote investeringen nodig om de woningen goed genoeg te isoleren. Daarmee is het dus voor de bewoners een duur alternatief. In de buurt is een actieve energiecoöperatie aanwezig. Tevens bestaat de buurt uit relatief veel koopwoningen. Deze combinatie biedt kansen voor een mogelijke pilot voor particulier woningbezit. Hoge temperatuur-alternatief Mogelijke bron
Kansen
Uitdagingen
DS Smith Paper De Hoop Mill
Minimale aanpassing aan
Bron ligt in een andere
bestaande woning nodig
gemeente & RES-gebied
Optimaal gebruik van de bron
Hoge kosten voor infrastructuur door aanzienlijke afstand van de bron
Cascadering mogelijk
Bron moet verduurzamen waardoor aanbod aan restwarmte afneemt Van één bron afhankelijk
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
91
Vanuit de analysekaarten van PBL 21 wordt aan Dieren-Noord een HT-warmtenet met de DS Smith Paper
De
Hoop
Mill
papierfabriek
als
bron
toegekend. Deze fabriek levert HT-warmte waardoor woning met relatief weinig aanpassingen verwarmd kunnen
worden.
Door
cascadering
van
het
warmtenet kunnen ook woningen met een relatief goed energielabel profiteren van het warmtenet. Op basis van de laagste Nationale Kosten zou dit de beste optie moeten zijn aldus het PBL. De bron ligt echter wel in een andere gemeente en in een ander RES-gebied. Hierdoor kan het lastig zijn om het warmtenet te realiseren. Tevens zijn de kosten voor de infrastructuur relatief hoog door de afstand tussen bron en afnemers. Ook gaat er relatief veel warmte verloren door de afstand. Stelregel is dat er ongeveer één graad warmte verloren gaat per kilometer warmtenet. Het laatste aandachtspunt is dat
er
plannen
zijn
om
de
papierfabriek
te
verduurzamen waardoor er waarschijnlijk geen of minder restwarmte beschikbaar zal komen. Voor het toepassen van HT-alternatieven zijn in principe geen aanvullende isolatiemaatregelen in gebouwen nodig. Wel kan minimale isolatie ervoor zorgen dat er meer woningen op een collectieve voorziening aangesloten kunnen worden. Hierdoor kan er een betere businesscase ontstaan.
9.2
Rheden
De buurt die als tweede uit de multi-criteria analyse komt is Rheden. Binnen Rheden zijn er relatief veel corporatiewoningen en veel naoorlogse woningen. De woningdichtheid van de buurt in zijn geheel is niet heel erg hoog maar er zijn binnen de buurt wel een aantal gebieden waar de woningdichtheid/warmtedichtheid hoog is. De meerderheid van de woningen in de buurt Rheden zijn rijwoningen. Op relatief korte termijn zijn er plannen voor de renovatie van 500 corporatiewoningen en zal er onderhoud plaatsvinden aan het straatwerk.
21
Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte, PBL (2019)
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
92
Voorkeursalternatief: LT/MT collectieve voorziening Eigenschappen
Bronnen
Kansen
Uitdagingen
Veel woningen
TEO Steegse Haven of
Veel oppervlaktewater
TEO moet mogelijk
gebouwd na 1995
plassen andere zijde
in directe omgeving
onder A348 en IJssel
IJssel Veel corporatiebezit
door
Zonnepanelen op
Renovatie gepland
Plassen liggen in
daken
van 500
Natura2000 gebied
corporatiewoningen Aantal gebieden met
Restwarmte De
Onderhoud van het
hoge
Meteoor Beton BV
straatwerk staat
woningdichtheid/
Condenswarmte
gepland.
warmtedichtheid
Zonthermie Windmolens
Voor de buurt Rheden gaat de voorkeur ook uit naar een LT/MT collectieve voorziening. Hiervoor dienen gebouwen minimaal een basis isolatieniveau te hebben. De mogelijke bronnen zijn; een aantal
mogelijke
zonnevelden
aan de westzijde van de kern, TEO uit de Steegse Haven of mogelijk uit de plassen aan de overzijde van de IJssel. Daarnaast zijn er kansen voor warmte uit asfaltcollectoren
die
geplaatst
kunnen worden in de provinciale weg (A348) ten zuiden van de bebouwde kom. Verder is er een mogelijke bron van restwarmte: De Meteoor Beton BV. Net als bij de buurt Dieren-Noord zal TEO uit de plassen aan de overkant van de IJssel onder de rivier en A348 getransporteerd moeten worden. Dit kan technische en financiële problemen opleveren. Tevens zijn de plassen Natura2000 gebieden. Een ander nadeel van het toepassen van een warmtenet is dat de lasten voor de inwoners waarschijnlijk niet lager zullen worden, in tegenstelling tot individuele all-electric configuraties (zie het back-up alternatief).
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
93
Back-up alternatief Mogelijke bronnen
Kansen
Uitdagingen
Buitenlucht
Verlaging energielasten mogelijk door
Geen optimaal gebruik van
individuele configuratie
aanwezige bronnen
Bewoners kunnen op ieder moment
Aanzienlijke verzwaring
starten met de verduurzaming
elekriciteitsnet tot elke voordeur
Geen grote warmtenetten nodig
Weinig woningen die op dit
Bodem Zonthermie
moment goed geïsoleerd zijn.
TEO Zonnepanelen/wind Veel woningen gebouwd na 1995 Veel ruimte voor zonnevelden
Ook voor Rheden geldt dat de all-electric oplossingen goed als alternatief kunnen worden toegepast. Hiervoor dienen gebouwen wel minimaal tot een basis isolatieniveau geïsoleerd te worden. De vooren nadelen van deze alternatieven zijn gelijk aan die genoemd bij Dieren-Noord. Enige verschil is dat er in Rheden veel woningen gebouwd zijn na 1995. De verwachting is dat die woningen gemakkelijker te transformeren zijn naar gasloos i.c.m. met individuele all-electric configuraties. HT-alternatief Voor de buurt Rheden is er geen hoge
temperatuur
bron
beschikbaar. Het is daarom dus ook niet mogelijk om hier een HT-warmtenet aan te leggen.
9.3
Velp-Zuid beneden spoorlijn
Velp-Zuid beneden spoorlijn kenmerkt zich door een hoog aandeel corporatiewoningen een hoge woningdichtheid en relatief veel oudere woningen gebouwd vóór 1955. Woningcorporatie Vivare gaat hier op korte termijn aan de slag met een renovatieproject om de woningen naar energielabel A te renoveren. Ook zijn er in Velp-Zuid een aantal bedrijven en instellingen met een aanzienlijke warmtevraag.
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
94
Voorkeursalternatief: LT/MT collectieve voorziening Eigenschappen
Bronnen
Kansen
Uitdagingen
Deels hoge
TEO uit kleine plassen
Renovatie woningen
TEO beperkt
vivare naar label A
beschikbaar
Recent onderzoek
Renovatie woningen
gedaan naar kansen
op zeer korte termijn.
zonthermie
Moeilijk op in te spelen
woningdichtheid Veel oudere
Zonnepanelen op daken
woningen Veel
Warmte uit
Zonthermie goed in
corporatiewoningen
asfaltcollectoren
te passen in
Condenswarmte
bestaande infra
Windmolens Zonthermie Voor de buurt Velp-Zuid zijn er verschillende
bronnen
beschikbaar die LT/MT warmte leveren. Er zijn mogelijkheden voor
zonthermie
en
asfaltcollectoren in en langs de A12. De kansen voor zonthermie zijn recent genoemd in een onderzoek
naar
de
verduurzaming van Velp en het oostelijk deel van Arnhem22. In dit
onderzoek
zonthermie
is
alleen
aangestipt
als
kansrijke bron, vervolgonderzoek moet aantonen of zonthermie ook echt kansrijk is en wat de financiële en technische gevolgen zijn.
Daarnaast
is
er
oppervlaktewater beschikbaar in de directe omgeving waar TEO toegepast kan worden. Het volume hiervan is echter een stuk minder groot dan bij de andere twee buurten. Naast deze bronnen is er ook ruimte voor zonnepanelen op daken en zijn er een aantal locaties waar condenswarmte mogelijk is. Doordat Vivare op korte termijn de woningen gaat renoveren, is de kans klein dat deze woningen direct aan kunnen sluiten op het voorkeursalternatief. Dit hoeft geen belemmering te zijn omdat de woningen mogelijk in de toekomst alsnog aangesloten kunnen worden. Veel andere woningen in de buurt moeten immers ook nog eerst geïsoleerd worden. Het is daarom waarschijnlijk dat het LT/MT warmtenet niet op korte termijn gerealiseerd wordt.
22
Bos Witteveen, Warmteverkenning gebied HAN/Van Hall Larenstein. 28 januari 2020
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
95
Back-up alternatief Mogelijke bronnen
Kansen
Uitdagingen
Buitenlucht
Verlaging energielasten mogelijk door
Geen optimaal gebruik van
individuele configuratie
aanwezige bronnen
Bewoners kunnen op ieder moment
Aanzienlijke verzwaring
starten met de verduurzaming
elekriciteitsnet tot elke voordeur
Veel corporatiebezit
Veel historische bebouwing die
Bodem Zonthermie
minder geschikt is voor all-electric
TEO Zonnepanelen
Ook in Velp-zuid geldt dat de individuele all-electric configuraties als
back-up
toegepast.
kunnen
Hiervoor
worden
dienen
de
gebouwen wel minimaal tot een basis isolatieniveau geïsoleerd te worden. In tegenstelling tot Rheden en Dieren-Noord is er echter een groot
deel
van
de
buurt
dat
vanwege de historische bebouwing waarschijnlijk niet geschikt is om verwarmd
te
worden
met
LT-
warmte. In deze woningen moet fors geïnvesteerd worden om allelectric haalbaar te maken (als het al haalbaar is vanwege een eventuele monumentale status). De woningen in de historische kern kunnen in de toekomst mogelijk met groen-gas verwamd worden. HT-alternatief Bron
Kansen
Uitdagingen
AVR Duiven
Relatief lage kosten vanwege uitbreiding
Veel woningen label A dus geen
bestaand warmtenet
hoge temperatuur nodig
Minimale aanpassingen aan bestaande
Duurzaamheid van de bron is
woningen
twijfelachtig
Optimaal gebruik maken van de bron
Van één bron afhankelijk
Cascadering mogelijk
TRANSITIEVISIE WARMTE RHEDEN
96
Voor de wijk Velp-Zuid is het wellicht mogelijk om aan te sluiten
op het
warmtenet gevoed restwarmte
al
bestaande
in
Arnhem
dat
wordt
door
de
van
de
AVR
in
Duiven. De kosten hiervoor zijn relatief
laag
omdat
de
uitkoppeling al geregeld is en er dus enkel nog een warmtenet aangelegd
hoeft
te
worden.
Daarnaast zijn de benodigde aanpassingen aan de woningen minimaal omdat het warmtenet HT-warmte
levert.
Door
cascadering van het net kunnen woningen met een relatief goed energielabel aangesloten worden. Uitbreiding van het warmtenet is minder interessant omdat veel woningen
van
Vivare
moment
gerenoveerd