CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage totstandkoming algemene regels houtstook - 14112025

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente RhedenBij agendapunt: Houtstook in een binnenruimte6.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stookvenster van gemeente Rheden Een uitwerking van een set aan algemene regels voor het stoken van hout in een binnenruimte

December 2025 1

INHOUDSOPGAVE INLEIDING .................................................................................................................2 2. DOELSTELLINGEN & KADERS ................................................................................3 2.1

Doelstelling ..................................................................................................3

2.2

Kaders .........................................................................................................4

2.3

Beschikbare informatie .................................................................................5

2.3.1

Wat wisten we al? .....................................................................................5

2.3.2

Wat weten we inmiddels ook? ...................................................................6

3. TOTSTANDKOMING VAN DE ALGEMENE REGELS...................................................7 3.1

Betrokken partijen ........................................................................................7

3.2

Houtstook-enquête onder inwoners ..............................................................7

3.3

Validiteit en betrouwbaarheid .......................................................................8

3.4 Opname regels in de Algemene Plaatselijke Verordening .....................................9 3.5

Uitgangspunten voor de regels ......................................................................9

4. CONCEPT-REGELS VOOR HET STOKEN VAN HOUT ..............................................11 4.1

Regels voor het stoken van hout ..................................................................11

4.1.1

Toelichting op de regels (inclusief juridische toelichting) ...........................11

4.2

Faseringsstrategie ....................................................................................133

4.2.1

Toelichting op faseringsstrategie ............................................................144

4.2.2

Communicatiestrategie .........................................................................144

INLEIDING Aanleiding Afgelopen mei heeft gemeente Rheden het college de rapportage Houtstook & Overlast – Mogelijkheden Regelgeving & Handhaving aan uw raad voorgelegd. In deze rapportage is onder andere toegelicht welke effecten houtstook heeft op het milieu, de luchtkwaliteit en (publieke) gezondheid, de overlast die men hiervan ondervindt alsook wat mogelijke scenario’s zijn om houtrookoverlast met de bijbehorende negatieve invloed op de luchtkwaliteit en de gezondheid te verminderen. Het college heeft daarin onderzocht welke scenario’s zowel uitvoerbaar, financieel haalbaar en handhaafbaar waren en hier een advies voor gegeven. Het geformuleerde advies was dat algemene regels de grootste impact zouden hebben op het behalen van de geschetste doelstellingen en ambities, onder meer omdat zij een helder handhavingskader bieden en realistischer zijn dan een volledig verbod. De geadviseerde algemene regels zagen op de invoering van een stookvenster, een stookverbod bij code oranje of rood van de Stookwijzer, de uitfasering van open haarden en een verbod op rookkanalen bij nieuwbouw.

2

In de raadsbehandeling van 27 mei 2025 is door de Rhedense gemeenteraad vastgesteld dat: 

 

Er een set aan algemene regels moet komen voor de aanpak van houtrookoverlast in de vorm van een stookvenster, een verbod op rookkanalen bij nieuwbouwwoningen, de uitfasering van open haarden en te onderzoeken of dat ook haalbaar is voor oudere modellen kachels die niet aan moderne emissienormen voldoen De voorlichting over het vrijwillig hanteren van de Stookwijzer wordt voortgezet c.q. geïntensiveerd’. Het college 1. het monitoren van de luchtkwaliteit door een burgermeetnet zal bevorderen en ook de verspreiding van de resultaten daarvan; 2. bij het RIVM-uitbreiding van het aantal meetpunten zal bepleiten; en 3. zal onderzoeken of ook de ODRA in samenhang met de onder 1 en 2 genoemde metingen meer onderzoek kan doen naar de luchtkwaliteit. Als lokaal monitorinstrument voor luchtkwaliteit.

Met een uitgezette houtstook-enquête onder inwoners is informatie opgehaald over de voorkeuren van inwoners bij de vormgeving van een stookvenster. Bij de uitwerking hebben zowel inwoners met een houtstookinstallatie als inwoners zonder houtstookinstallatie meegedacht in de uitwerking. Het voorgestelde stookvenster is dan ook gevormd met de opgehaalde informatie uit de enquête. De uitkomsten van dit traject hebben geleid tot de algemene regels voor het stoken van hout in een binnenruimte, samen met een fasering een handhavings- en een communicatiestrategie.

Opbouw rapportage In deze rapportage geven wij een overzicht van de bestaande doelstellingen met betrekking tot luchtkwaliteit en houtstook die in het gemeentelijk beleid zijn verankerd, evenals de (juridische) kaders die relevant zijn voor het opstellen van algemene regels voor het stoken van hout. Vervolgens wordt het proces beschreven dat is doorlopen om tot deze regels te komen. Hierbij wordt onder meer toegelicht met welke organisaties en partijen overleg heeft plaatsgevonden, op welke wijze en met welk doel een houtstook-enquête onder inwoners is uitgevoerd, en hoe de resultaten daarvan zijn meegenomen in de uiteindelijke beleidsvorming. Tot slot worden de algemene regels voor houtstook, inclusief de uitwerking van de fasering, de handhavingsaanpak en de communicatiestrategie, uitgebreid toegelicht.

2. DOELSTELLINGEN & KADERS 2.1 Doelstelling Als gemeente Rheden willen we acteren op de signalen over gezondheidsklachten en overlast uit de samenleving. Afgezien van het raadsbesluit van 27 mei hebben we in eerdere (beleids)stukken doelen opgenomen met betrekking tot houtstook en schone lucht. Deze gelden als uitgangspunt voor het komen tot een set aan algemene regels voor de aanpak van houtrookoverlast: 1. ‘’ Een set van algemene regels vast te stellen voor de aanpak van houtrookoverlast en verbetering van de luchtkwaliteit in de gemeente Rheden’’. Raadsbesluit Rheden, 27 mei 2025 2. Inzetten voor verbetering van de luchtkwaliteit, met name voor situaties waarbij de risico’s op gezondheidsschade groot zijn (bijvoorbeeld houtstook). Coalitieakkoord Rheden1.

1 Gemeente Rheden (2022). Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Groener, Socialer, Dichterbij’.

https://www.rheden.nl/Bibliotheek/Documenten/Organisatie_en_bestuur/Coalitieakkoord_2022_2026.pdf

3

3. De lucht in Nederland schoner krijgen en daarmee gezondheidswinst te behalen. Particuliere houtstook is daarbij één van de focuspunten. Schone Lucht Akkoord, wij zijn ondertekenaar 4. Het aantal overlastmeldingen door houtstook met 20% laten dalen in 2025 ten opzichte van 2023. Programmabegroting.

2.2 Kaders Bij het opstellen van algemene regels voor het stoken van hout, is er rekening gehouden een diverse bestaande (juridische) kaders voor houtstook (en overlast), zowel landelijk als Europees. Deze worden hieronder toegelicht; ➢

➢

➢

➢

➢

Omgevingsplan: specifieke zorgplicht (vergelijkbaar met het vrm. artikel 7.22 Bouwbesluit 2012) Artikel 6.14 lid 2 Omgevingsplan gemeente Rheden (specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk) 2. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; Voorschriften rookgasafvoer BBL2 In het BBL staan bouwtechnische eisen voor rookgasafvoeren. Onder andere de hoogte van een rookkanaal wordt belicht. Het doel van deze voorschriften is om de veiligheid van de persoon die stookt te waarborgen. Een rekenmodel bepaalt onder meer hoe hoog de rookgasafvoer moet zijn. Verbod stoken op bewerkt hout Artikel 10.2 Wet milieubeheer3 Er geldt vanuit de Wet milieubeheer een verbod op het stoken van bewerkt hout of afvalhout. Gemeenten kunnen dit al handhaven. Dit artikel bestaat nog, ondanks dat het grootste deel van deze wet is opgegaan in de Omgevingswet.

Binnentreden woning Algemene wet op het binnentreden Als het gaat om het uitvoeren van controles en handhaving, geldt dat handhavers niet zomaar een woning binnen mogen treden. We mogen het perceel van een woning bezoeken, maar zijn voor bekijken van de stooksituatie in de woning afhankelijk van medewerking van inwoners. Europees recht Diverse Richtlijnen en Verordeningen o Houtgestookte installaties voor ruimteverwarming zijn op de markt toegestane producten. o Sinds januari 2022 geldt een strenger productiebeleid voor houtkachels, open haarden en pelletkachels. Alle geproduceerde houtkachels moeten vanaf dit jaar voldoen aan het Ecodesign-keurmerk. Dit volgt uit de VERORDENING (EU) 2015/1185 VAN DE COMMISSIE van 24 april 2015 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp betreft voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die

2

https://www.schoneluchtakkoord.nl/thema/houtstook-van-particuliere-huishoudens/routewijzer-houtstook-overlast/route-1wijkgerichte-aanpak/bouwtechnische-eisen-voorlichting/ 3 https://www.schoneluchtakkoord.nl/thema/houtstook-van-particuliere-huishoudens/routewijzer-houtstook-overlast/route-3mogelijkheden-omgevingsplan/denkrichtingen-houtstookregels-omgevingsplan/regels-schonerstoken/#:~:text=Er%20geldt%20vanuit%20de%20Wet,ge%C3%AFmpregneerd%2C%20geverfd%20of%20gebeitst%20hout.

4

o

vaste brandstoffen gebruiken. Bijlage II, artikel 2 lid a geeft specifieke emissie-eisen voor open haarden, houtkachels (waaronder ook speksteenkachels) en pelletkachels- en ketels. Nieuwe gebouwen moeten vanaf 2030 emissievrij zijn en bestaande gebouwen moeten in 2050 getransformeerd zijn tot emissievrije gebouwen. Dit volgt uit de RICHTLIJN (EU) 2024/1275 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen EPDB IV: Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking). Met name overweging 20 is relevant. Deze Richtlijn is nog niet geïmplementeerd. Nederland doet dat (gefaseerd) in de vorm van een wijziging van Bbl, Bkl en het Ob (‘Wijziging Bbl, Bkl en Omgevingsbesluit in verband met de implementatie van de EU-richtlijn 2024/1275 betreffende de energieprestatie van gebouwen’).

2.3 Beschikbare informatie In de rapportage Houtstook & Overlast – Mogelijkheden Regelgeving & Handhaving zijn veel onderzoeken, cijfers en feiten aangehaald over luchtkwaliteit, fijnstof en de uitstoot van houtstookinstallaties. Hieronder wordt een korte opsomming gegeven van de belangrijkste cijfers en feiten van de vorige rapportage en welke nieuwe inzichten tot op heden zijn verkregen.

2.3.1 Wat wisten we al? 1. Verbetering van de luchtkwaliteit, maar WHO-normen nog niet gehaald De luchtkwaliteit in Overijssel en Gelderland is sinds 2019 verbeterd, vooral door de afgenomen verkeersbewegingen tijdens de coronaperiode in 2021. Ondanks deze verbetering voldeed de luchtkwaliteit in geen van beide provincies aan de WHO-advieswaarden. Belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging zijn wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw, waarbij houtstook de grootste bron is van fijnstof (PM2,5). Landelijk gezien nam de luchtkwaliteit in 2022 weer af, mede door herstellende economische activiteit (RIVM, 2023). 2. Toename van geurhinder volgens GGD Gezondheidsmonitor van 2024 De GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen (2024) laat zien dat circa een kwart van de inwoners in Overijssel en Gelderland matige tot ernstige geurhinder ervaart. Deze hinder nam toe van 16% in 2019 tot 21% in 20244. 3. Stijging in overlastmeldingen Het aantal meldingen van houtrookoverlast is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Deze meldingen zijn niet altijd uniek; meerdere meldingen per adres komen vaak voor. Tegelijkertijd zien we over alle jaren heen een spreiding van de ervaren overlast. In de jaren 2018 t/m 2022 werden er vanuit 40 verschillende buurten en straten meldingen gedaan. In 2024 kwamen er uit alle 7 kernen van de gemeente meldingen.5 4.

Gezondheidsschade door (ultra)fijnstof Het is wetenschappelijk goed onderbouwd dat fijnstof, en met name PM2,5, gezondheidseffecten met zich meebrengt6. Blootstelling kan leiden tot hart- en vaatziekten, longziekten, verminderde longfunctie en vroegtijdige sterfte. Zelfs bij concentraties onder de Europese grenswaarden worden gezondheidseffecten waargenomen. 5. Houtstook is een belangrijke bron van ultrafijnstof Uit onderzoek van TNO en RIVM (2020) blijkt dat houtkachels naast PM2,5 ook veel ultrafijnstof (deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer) uitstoten. Deze deeltjes dringen dieper in het lichaam door en kunnen via de

GGD (2024). Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024. Gemeente Rheden (2025). Houtstook & Overlast – Mogelijkheden Regelgeving & Handhaving. 6 RIVM (2023). GGD-richtlijn medische milieukunde: luchtkwaliteit en gezondheid. 4 5

5

bloedbaan organen bereiken. De bijdrage van houtstook aan de totale ultrafijnstofconcentratie is echter nog moeilijk precies te kwantificeren, omdat metingen en rekenmodellen hiervoor nog in ontwikkeling zijn7.

2.3.2 Wat weten we inmiddels ook? 1. Ecodesign-houtkachels stoten meer uit dan gedacht Uit onderzoek van TNO (2024) blijkt dat Ecodesign-houtkachels, die zouden voldoen aan de nieuwste milieunormen, in de praktijk meer fijnstof uitstoten dan verwacht. Onder reële gebruiksomstandigheden bleken emissies hoger dan de testwaarden onder laboratoriumcondities8. 2. Houtstokers ademen binnenshuis meer fijnstof in Volgens onderzoek van RPS Analyse (2025) ademen mensen die binnenshuis hout stoken zelf ook meer fijnstof in. De concentratie fijnstof in woningen waar een kachel brandt, ligt gemiddeld significant hoger (in een orde van 2 tot 4,5 keer bij een stooktijd van 4 uur) dan in vergelijkbare woningen zonder kachel9. Ook twee eerder uitgevoerde onderzoeken bevestigen dat in een woning vele malen meer fijnstof aanwezig is als daarin hout wordt gestookt dan wanneer geen hout wordt gestookt (onder meer: Charred rapport, Universiteit Utrecht, 7 februari 2023). 3. Reclame Code Commissie-uitspraak over misleidende houtstookcampagne De Reclame Code Commissie (RCC) behandelde in 2025 een klacht van de Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (NHK) tegen Milieu Centraal, naar aanleiding van de campagne over de schadelijke effecten van houtstook10. De NHK vond dat de campagne onterecht een negatief beeld schetste van houtkachels. De RCC verwierp 5 van de 7 klachten van de NHK.

Van de uiting dat houtstook erg ongezond is, oordeelde de RCC dat deze uiting onvoldoende genuanceerd is, omdat de nuanceringen ontbreken dat er aanwijzingen zijn dat houtstook ongezond is, maar dat er nog geen duidelijk wetenschappelijk bewijs is wat de gevolgen van houtstook zijn voor de volksgezondheid. Van het weckpotje met grafiet dat Milieu Centraal heeft gebruikt om de uitstoot van fijnstof over een avond stoken weer te geven, oordeelde de RCC dat de hoeveelheid fijnstof feitelijk juist is, maar dat het voor de consument niet duidelijk is dat de grafiet in het weckpotje een visualisatie is van fijnstof en niet echt fijnstof is (omdat fijnstof niet zichtbaar is). Oftewel: als Milieu Centraal dat zou verduidelijken, mag zij het weckpotje in haar uitingen blijven gebruiken. Hiermee bevestigde de RCC dat het terecht is om te wijzen op de gezondheidsrisico’s en milieu-impact van houtrook. Milieu Centraal heeft op beide punten de door de RCC geadviseerde duiding/nuancering aangebracht op de website eerlijkoverhoutstoken.nl. 4. RIVM bevestigt schadelijkheid van houtrook Het RIVM actualiseerde in 2024 zijn informatie over houtrook en benadrukte opnieuw dat houtrook schadelijk is voor de gezondheid, ook bij lage concentraties. Vooral kwetsbare groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen met long- of hartklachten, lopen verhoogd risico11. 5.

Nieuwe inzichten uit TAUW-onderzoek TAUW heeft in opdracht van de Nederlandse Haarden en Kachelbranche onderzoek gedaan naar de bijdrage van houtkachels aan de totale fijnstofuitstoot12. In deze recente eerste verkenning in de vorm van een bureauonderzoek (augustus 2025) stelt TAUW dat eerdere schattingen over de bijdrage van houtkachels aan de totale fijnstofuitstoot te hoog zijn. Volgens TAUW bedraagt deze bijdrage mogelijk

RIVM (2013). Ultrafijn stof en gezondheid. Tromp, P. C., Visschedijk, A. J. H., & Bronsveld, P. C. P. (2024). Evaluatie meetmethoden Ecodesign kachels (TNO-rapport, nr. TNO2024-R12760). Delft: TNO. 9 RPS Analyse (2025). Binnenluchtmeting fijn stof (PM2,5) houtstook ecodesign houtkachel. 10 Stichting Reclame Code (2025). Uitspraak zaak 2025/00181. 11 RIVM (2025). Effecten van houtrook op gezondheid. 12 TAUW (2025). Hoe groot is de bijdrage van houtgestookte haarden en kachels aan de totale uitstoot landelijke fijnstof (PM2,5) 7 8

6

15%, waar eerder werd uitgegaan van 23%. De modellen gaan aldus TAUW uit van een overschatting van de houtdichtheid, het aantal stookinstallaties en het aantal stookdagen en -uren. Deze eerste verkenning is zodanig recent dat ons nog geen wetenschappelijke reacties op dit document bekend zijn. Zonder een wetenschappelijke dialoog is het moeilijk om deze verkenning op waarde te kunnen schatten. Wat opvalt is dat ultrafijnstof (PM10) – dat waarschijnlijk nog schadelijker is dan PM2,5 – niet in de verkenning is betrokken, wat op het eerste oog de vraag doet rijzen of het aandeel fijnstof hierdoor ten onrechte niet te laag wordt ingeschat.

3. TOTSTANDKOMING VAN DE ALGEMENE REGELS 3.1 Betrokken partijen Voor de opzet en totstandkoming van de regels omtrent houtstook zijn meerdere gesprekken gevoerd met relevante partijen en organisaties. Allereerst hebben we gesprekken gevoerd met verschillende gemeenten die al stappen hebben gezet op het gebied van houtstookregulering en/of bevordering van schone lucht of voornemens zijn dergelijke maatregelen te ontwikkelen, zoals Utrecht, Brummen en Arnhem. De inzichten uit deze gesprekken hebben bijgedragen aan een beter begrip van de technische, praktische en bestuurlijke uitdagingen die gepaard gaan met houtstookregulering, evenals de mogelijkheden om draagvlak te creëren binnen de gemeenschap. Binnen de eigen organisatie is intensief samengewerkt met diverse teams en afdelingen die direct of indirect raakvlakken hebben met dit onderwerp. Hierbij gaat het onder andere om de interne disciplines bouwtoezicht, omgevingsrecht (handhavingsjuristen, planjurist, jurist Omgevingsplan), duurzaamheid, energietransitie, Openbare Orde en Veiligheid (sr BOA, APV-jurist), gezondheid, communicatie en de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). Door deze interne afstemming konden de verschillende perspectieven en belangen op een integrale manier worden meegenomen, wat heeft bijgedragen aan de kwaliteit en uitvoerbaarheid van de algemene set aan regels.

Tot slot heeft ook meermaals een juridische uitwisseling van gedachten plaatsgevonden met een extern adviesbureau dat in opdracht van het Ministerie van I&M onderzoek doet naar de handhaafbaarheid van lokale houtstookregels. Ter uitvoering van de aangenomen motie ‘Meten voor inzicht en bewustwording’ is meermaals overleg gevoerd met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) over de lokale luchtkwaliteit en de technische mogelijkheden voor monitoring. Hierbij is specifiek gekeken naar de werking en betrouwbaarheid van bestaande meetstations, de mogelijkheid om nieuwe meetstations te realiseren alsook naar de potentie van een burgermeetnet om actuele lokale luchtkwaliteitsdata te genereren. Deze gesprekken hebben waardevolle kennis opgeleverd over de mogelijkheden hoe meetgegevens kunnen worden ingezet ter ondersteuning van beleidsvorming en bewustwording. Ook is het burgermeetnetwerk van gemeente Brummen onderzocht en bevraagd naar mogelijkheden en werking. Deze gesprekken en de inzichten die zijn opgedaan om de lokale luchtkwaliteit meer in kaart te krijgen worden in 2026 verder onderzocht en uitgewerkt.

3.2 Houtstook-enquête onder inwoners Begin september 2025 heeft de gemeente Rheden een enquête uitgezet via het platform MeedenkeninRheden.nl over het thema houtstook. Het doel van deze enquête was om inzicht te krijgen in de ervaringen, opvattingen en meningen van inwoners over houtstook, hun bewustzijn van de

7

gezondheids- en milieuaspecten ervan, en hun voorkeuren voor mogelijke regels. De enquête kon zowel digitaal als op papier worden ingevuld, zodat zoveel mogelijk inwoners de gelegenheid kregen om deel te nemen. De aankondiging van de enquête is gepubliceerd op de website van Omroep Gelderland van 9 september en in de Regiobode van 16 september. Daarin werd vermeld dat de enquête van 15 tot en met 28 september open zou staan. Daarnaast heeft de gemeente verschillende groepen inwoners, met wie al eerder contact was geweest over houtstook, individueel geïnformeerd over de mogelijkheid tot deelname. Het betrof onder meer inwoners die tijdens de raadsvergadering van 13 mei 2025 hebben ingesproken of een brief aan de gemeenteraad hebben gestuurd, personen die in het voorjaar van 2023 een handhavingsverzoek over houtstook hebben ingediend, en de huiseigenaren die in die verzoeken zijn genoemd. In totaal is de enquête ruim 1.600 keer ingevuld, verspreid over alle dorpskernen van de gemeente. Het merendeel van de respondenten kwam uit de grotere kernen Dieren, Rheden en Velp. De volledige rapportage van de houtstook-enquête en bijbehorende vragenlijst is als bijlage opgenomen bij het raadsvoorstel.

De houtstook-enquête had als primair doel om de opvattingen, voorkeuren en meningen van inwoners te verzamelen over de mogelijke invulling van een stookvenster en de algemene regels die daarbij horen. De resultaten zijn gebruikt om een onderbouwd voorstel voor te bereiden dat aan uw Raad kan worden voorgelegd. De opdracht tot het houden van de enquête vloeide rechtstreeks voort uit het raadsbesluit van 27 mei 2025, waarin is vastgelegd dat er algemene regels moeten worden opgesteld rondom houtstook en dat inwoners actief bij de totstandkoming daarvan betrokken moeten worden. De enquête had daarmee een raadplegend en informatief karakter en was nadrukkelijk niet bedoeld als bindend besluitvormingsinstrument, zoals een referendum. Gezien de kaders die uw raad al had gesteld door de keuze voor een scenario, was de participatieruimte beperk. De hoogst haalbare vorm van participatie was daardoor raadplegende participatie op het stookvenster. Met de enquête is die vorm toegepast.

3.3 Validiteit en betrouwbaarheid Bij de uitvoering van het onderzoek is bewust gekozen voor een open enquête, zonder koppeling aan DigiD of de Basisregistratie Personen (BRP). Deze keuze is gemaakt om de drempel voor deelname zo laag mogelijk te houden en zo brede participatie te stimuleren. Een gevolg hiervan was dat het technisch mogelijk bleef om de enquête meerdere keren in te vullen. Desondanks was de verwachting dat het meermaals invullen van de enquête door dezelfde inwoners beperkt zou gebeuren. Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam heeft namelijk ook uitgewezen dat ongeveer 78% van de mensen regels volgt (in dit geval: de impliciete regel dat elke inwoner de enquête maar één keer invult), zelfs zonder de toevoeging van sociale prikkels, zoals beloningen of sancties13. Ter vergroting van de betrouwbaarheid en validiteit zijn bovendien controles uitgevoerd op antwoorden afkomstig van identieke IP-adressen. Wanneer er opvallend veel herhalingen voorkwamen, zijn deze teruggebracht tot één inzending en zijn de herhalingen eruit gefilterd. Op deze wijze biedt de enquête een representatief en bruikbaar beeld van hoe inwoners van Rheden denken over de invulling van een stookvenster. Tijdens en rond de openstellingsperiode ontving de gemeente enkele berichten van inwoners die aangaven dat zij de enquête sturend vonden, omdat bepaalde antwoordopties ontbraken.

Dit betrof met name de mogelijkheid om aan te geven dat men geheel geen beperkingen of juist een volledig verbod op houtstook wenste. Deze keuzemogelijkheden zijn bewust niet opgenomen, omdat zij niet pasten binnen het raadsbesluit van 27 mei 2025 waarin uw raad een scenariokeuze heeft gemaakt. Dit is toegelicht in de digitale inleiding van de enquête, maar mogelijk niet door alle deelnemers gelezen. Daarnaast gaven 13

Gächter, S., Molleman, L., & Nosenzo, D. (2025). Why people follow rules. Nature Human Behaviour, 1-13.

8

enkele inwoners aan de indruk te hebben dat de enquête geen invloed zou hebben op de besluitvorming, omdat zij dachten dat reeds was besloten dat het stookvenster van 16.00 tot 00.00 uur zou gelden. Het is niet bekend of dergelijke misverstanden ertoe hebben geleid dat meerdere inwoners afzagen van deelname aan de enquête. Met een totaal van ruim 1.600 respondenten mag echter worden aangenomen dat de enquête breed bekend was onder de inwoners van Rheden en dat de resultaten een representatief beeld geven van de meningen en voorkeuren binnen de gemeente.

3.4 Opname regels in de Algemene Plaatselijke Verordening Er is gekozen om de regels voor houtstook op te nemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in plaats van direct in het Omgevingsplan (OP). Deze keuze is gemaakt op basis van verschillende overwegingen. Allereerst sluit opname in de APV aan bij de wens van uw Raad om de houtstookregels nog in deze raadsperiode vast te stellen. De resterende tijd na de scenariokeuze van de raad in mei 2025 tot aan het einde van de zittingsduur van de raad in maart 2026 was namelijk beperkt. Aangezien het in de landelijke software niet mogelijk is om meerdere omgevingsplanwijzigingen tegelijk in procedure te laten zijn, is er bestuurlijk prioriteit gegeven aan urgentere wijzigingen van het Omgevingsplan. Om die reden is gekozen voor de APV als (tijdelijke) basis voor de regels. Daarnaast is er juridisch geen belemmering om binnenstook in de APV te regelen: de APV is een gewone verordening en artikel 2.1 van de Omgevingswet biedt ruimte om dergelijke regels in het Omgevingsplan op te nemen, maar verplicht daar niet toe. Bovendien past opname in de APV goed bij de bestaande structuur van die verordening, waarin reeds vergelijkbare onderwerpen zijn geregeld die vanuit de woning hinder of overlast naar de omgeving veroorzaken, zoals geluidsoverlast, woonoverlast en overlast door dieren.

Ook houtstook in de openlucht is al in de APV opgenomen (artikel 5:34), wat het logisch maakt om de regels over houtstook in een binnenruimte hierbij te voegen en de regelgeving over houtstook te bundelen. Dit vergroot de duidelijkheid en vindbaarheid voor inwoners, die zo op één plek inzicht hebben in de lokale regels over houtstook. Hoewel het Omgevingsplan inhoudelijk uiteindelijk de meest passende plek is vanwege de samenhang met milieuregels en de fysieke leefomgeving – en de regels daar ook uiterlijk in 2031 naar over moeten gaan – biedt de APV op dit moment een praktische, juridisch houdbare en bestuurlijk haalbare route om de houtstookregels tijdig vast te stellen, met ruimte om deze bij de overgang naar het omgevingsplan te evalueren en waar nodig te verfijnen. Voor meer toelichting op dit onderwerp verwijzen wij u naar de toelichting die is opgenomen in de voorgelegde ‘Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rheden (houtstook in een binnenruimte)’.

3.5 Uitgangspunten voor de regels Gezondheidswinst Een van de belangrijkste uitgangspunten voor de regels is het bevorderen van gezondheidswinst voor de gehele Rhedense samenleving. Door het verminderen van schadelijke emissies, zoals fijnstof en rook, wordt de luchtkwaliteit verbeterd en worden gezondheidsrisico’s voor omwonenden beperkt. Daarnaast dragen regels bij aan een schonere, prettigere en meer leefbare woonomgeving. Gezondheidsschade voor de stoker Diverse onderzoeken bevestigen dat bij het stoken van hout (ultra)fijnstof vrijkomt, dat zowel schadelijk is voor de gezondheid van omwonenden als voor degene die stookt en de personen die zich in die woning bevinden (RIVM (2025), Tromp, P. C., Visschedijk, A. J. H., & Bronsveld, P. C. P. (2024), TNO (2020)). Nieuw

9

onderzoek van Milieu Centraal (2025) bevestigt dat het stoken van hout aanzienlijk schadelijker is voor de gezondheid van de stoker zelf dan vaak wordt aangenomen. Uit metingen blijkt dat bij een avond stoken gemiddeld zo’n 7 gram fijnstof per uur vrijkomt, oftewel circa 28 gram bij vier uur stoken, welke deels binnenshuis terechtkomt. Deze bevindingen benadrukken dat houtstook niet enkel een kwestie is van ‘buiten’ of overlast voor omwonenden, maar dat de stoker zelf én zijn huisgenoten/gezinsleden substantieel gezondheidsrisico lopen: een aspect dat tot dusver vaak werd onderschat. De mogelijkheden van houtstook als hoofdverwarming Uit onderzoek in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (2023) blijkt dat landelijk gemiddeld 8% van de Nederlanders houtstook als hoofdverwarming gebruikt14. Uit de resultaten van de houtstook-enquête blijkt dat 20% van de Rhedense respondenten met een houtstookinstallatie aangeeft afhankelijk te zijn van houtstook. Gezien het landelijke gemiddelde is het verschil met het lokale gemiddelde opvallend. Er zijn geen objectieve omstandigheden – zoals bijvoorbeeld sociaaldemografische gegevens – die een dergelijk groot verschil verklaren, Nu circa 66% van de respondenten een houtkachel heeft, kan niet worden uitgesloten dat de enquête op dit punt strategisch is ingevuld.

Aldus mag voorzichtig worden aangenomen dat in Rheden minder mensen afhankelijk zijn van houtstook als hoofdverwarming, dan wordt aangegeven in de enquête en dat ook hier het landelijk gemiddelde geldt. Kostenaspect Een veel gehoord argument om geen regels op te stellen voor het stoken van hout is dat het stoken op hout een stuk goedkoper is dan het stoken op gas. Toch blijkt uit diverse onderzoeken dat dit niet per se het geval is en dat de uiteindelijke kosten sterk afhankelijk zijn van uiteenlopende factoren, zoals aanschafkosten, onderhoud, type houtkachel, rendement en brandstofprijzen. Zo laat een analyse van Milieu Centraal zien dat het gebruik van houtkachels of open haarden voor woningverwarming vaak duurder uitvalt dan verwarming op gas15. Ook internationale studies ondersteunen dit beeld: een levenscycluskostenanalyse van verwarming met houtpellets in vergelijking met aardgas concludeert dat houtverwarming in alle onderzochte scenario’s hogere kosten met zich meebrengt, zelfs wanneer subsidies in aanmerking worden genomen16. Deze bevindingen laten zien dat houtstook niet automatisch als goedkoper alternatief voor gas kan worden beschouwd, maar afhankelijk is van de specifieke factoren en omstandigheden.

EU-norm voor 2050 Ook in Rheden krijgen we te maken met de nieuwe Europese norm die is vastgelegd; de gehele gebouwde omgeving dient uiterlijk in 2050 volledig emissievrij te zijn. Dit volgt uit de ‘RICHTLIJN (EU) 2024/1275 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen EPDB IV: Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking)’. In deze richtlijn is vastgelegd dat vanaf 2030 alle nieuwbouwgebouwen een ‘’zero-emission building’’ moeten zijn en dat vanaf 2050 de volledige gebouwvoorraad – zowel nieuw als bestaand – moet zijn getransformeerd naar emissievrij. Bestuurlijke uitgangspunten Zowel in de regels als in de handhaving op de regels wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de menselijke maat. Onder paragraaf 4.1.1 (toelichting op de regels) en de Handhavingsstrategie (die u reeds na de vaststelling – onder opschortende voorwaarde – door het college is toegezonden) leest u daar meer over.

I&O (2023). Stoken van hout; flitspeiling onder Nederlanders over houtstook en de ervaren overlast door houtstook. Milieu Centraal. (2025). Verwarming: wat is een slim alternatief voor gas? 16 Knudson, R., Smith, T., & Johnson, L. (2018). Life cycle cost analysis: Wood pellets vs. natural gas. Michigan State University, College of Agriculture and Natural Resources. 14 15

10

De menselijke maat is ook terug te zien in de uitgebreide fasering die voorafgaat aan de invoering van de regels. De houtstookregels treden na vaststelling en publicatie (beiden vooralsnog in december 2025) namelijk per 1 januari 2027 in werking. In het eerste jaar na vaststelling van de regels ligt de nadruk dan ook op voorlichting, informatieverstrekking en het gesprek met inwoners, zodat betrokkenen goed worden geïnformeerd en zich kunnen voorbereiden. Handhaving wordt in het tweede jaar zoveel mogelijk gecombineerd met begeleiding en ondersteuning vanuit de gemeente, bijvoorbeeld met een energiecoach, Woning Energie Scan, en het kenbaar maken van relevante subsidies en gunstige leningen.

4. CONCEPT-REGELS VOOR HET STOKEN VAN HOUT 4.1 Regels voor het stoken van hout De voorgestelde regels staan in het document ‘Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden (houtstook in een binnenruimte)’.

4.1.1 Toelichting op de regels Deze regels voorzien in een stookvenster waarbinnen hout stoken in een binnenruimte is toegestaan. Hieronder volgt een toelichting op de regels, waarin wordt ingegaan op de reikwijdte van de regels, de inhoud van de regels, de mogelijkheid om tot 1 januari 2030 een ontheffing van de regels te verkrijgen en de mogelijkheid om aan die ontheffing voorwaarden te verbinden. Omwille van de leesbaarheid is getracht een lopende tekst van deze toelichting te maken. Mocht er onverhoopt sprake zijn van een discrepantie tussen onderstaande toelichting en de regels, dan gaan de regels vóór. Kwalificatie en reikwijdte De regels zijn algemene regels die vanaf de inwerkingtreding rechtstreeks gelden voor eenieder die binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Rheden de activiteit houten stoken in een binnenruimte verricht. De bestaande APV-regels zijn eveneens algemene regels. De regels zien op houtstook in een binnenruimte. Dat omvat het stoken van hout als brandstof in een houtgestookte installatie, waarmee ruimtes in een woning verwarmd (kunnen) worden. Voor een goed begrip van de reikwijdte van deze regels is de samenhang tussen de definities van ‘woning’, ‘hoofdgebouw’ en ‘gebouw’ relevant.

Een woning is een hoofdgebouw of een zelfstandig gedeelte daarvan, waarvan het omgevingsplan de huisvesting van één of meerdere huishoudens toestaat (bedrijfswoningen daaronder begrepen). Hiervoor moet dus ook gekeken worden naar de definitie van ‘hoofdgebouw’. Een ‘hoofdgebouw’ is een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel. Ook de definitie van ‘gebouw’ is hierdoor relevant. Een ‘gebouw’ is elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel met wanden omsloten ruimte vormt. Hieruit volgt dat de regels niet gaan over houtstook in de openlucht, waar artikel 5:34 APV over gaat. De regels gaan alleen over houtstook in een gebouw waarvan het omgevingsplan toestaat dat daar gewoond wordt. Dit is in de definitie van ‘woning’ verwerkt, Ook volgt uit het samenspel van de definities van ‘woning’, ‘hoofdgebouw’ en ‘gebouw’ dat de regels gaan over houtstook vanuit een hoofdgebouw, waardoor houtstook vanuit tuinhuizen, tuinkantoren, dichtgezette overkappingen etcetera niet is

11

toegestaan. De afweging hierachter is dat de (sfeer)verwarming van dergelijke gebouwen als minder belangrijk dan de (bij)verwaming van de woning wordt gezien. Daarin weegt mee dat daarvoor – ook omdat het meestal relatief kleine gebouwen betreft – genoeg andere alternatieven bestaan om deze te verwarmen, die vanwege de vaak beperktere omvang ook beter betaalbaar zijn dan het verduurzamen van een hele woning. Houtstook dient plaats te vinden in een houtgestookte installatie. Dit is een op hout gestookt toestel voor lokale ruimteverwarming met open voorkant (zoals een open haard), of met een gesloten voorkant die ander hout gebruikt dan samengeperst hout in de vorm van pellets (zoals een houtkachel), of met een gesloten voorkant die samengeperst hout in de vorm van pellets gebruikt (zoals een pelletkachel of pelletketel). Door in deze formulering te werken met de kenmerken en de brandstof van de houtgestookte installatie worden ook minder gangbare houtgestookte installaties – zoals bijvoorbeeld speksteenkachels – onder de werking van de regels gebracht. Dit voorkomt kwalificatie- discussies. Inhoud De regels voorzien in een periode (november tot en met februari) waarin op alle dagen tussen 17.00 en 21.00 mag worden gestookt. De maanden november tot en met februari vormen een korter stookseizoen dan het klassieke stookseizoen, dat van oktober tot en met maart loopt.

Dit is een bestuurlijke keuze die mede is gevormd aan de hand van de uitgevoerde participatie. Buiten deze (tijden in deze) maanden is houtstook in een binnenruimte niet toegestaan. Er mag alleen droog, schoon en onbehandeld hout verbrand worden in een houtgestookte installatie. Door de definities van ‘droog’ en ‘onbehandeld’ wordt geborgd dat alleen kwalitatief hout verbrand mag worden dat een goede verbranding geeft, waardoor minder schadelijke stoffen vrijkomen en de houtrook ook minder geur afgeeft. Via artikel 10.2 Wm is al verzekerd dat geen geverfd hout verstookt mag worden. Verbranding van stoffen die geen hout zijn en/of niet aan deze eisen voldoen, is niet toegestaan. Over de voorwaarde dat de schoorsteen minimaal 1 keer per kalenderjaar moet worden geveegd, bestaat consensus en is ook staande praktijk. Deze verplichting wordt eveneens gesteld door verzekeraars in het kader van de opstalverzekering van woningen, als gevolg waarvan verzekerden jaarlijks een bewijs van het vegen van de schoorsteen moeten bewaren. Voor het overgrote deel van de inwoners die hout willen stoken in een binnenruimte brengt deze voorwaarde derhalve geen extra verplichtingen met zich. Het minstens jaarlijks vegen is echter nog niet in publieke regels geborgd, wat in deze regels wel gedaan wordt.

Dit is van belang, omdat aanslag (roet) in het rookgaskanaal de concentratie van schadelijke stoffen in de rookgassen verhoogt, dit schadelijk is voor de gezondheid en ook de kans op een schoorsteenbrand vergroot. Veel soorten roet zijn ook niet eenvoudig te verwijderen. Vanwege deze belangen wordt de eis gesteld dat het vegen van de schoorsteen uitgevoerd door een professionele schoorsteenveger, door in de definitie van ‘schoorsteenveger’ op te nemen dat dit een persoon of bedrijf moet zijn waarvan de inschrijving in de Kamer van Koophandel de SBI-code ‘81222 – Schoorsteenvegen’ vermeldt. Omgevingsvergunning voor stoken buiten het stookvenster In de regels is een mogelijkheid opgenomen om een omgevingsvergunning te verkrijgen om tot 1 januari 2030 ook buiten het stookvenster te mogen stoken. De regels bevatten de voorwaarden waaraan voldaan moet worden. Deze voorwaarden zien op twee alternatieve scenario’s. Het eerste scenario is dat een inwoner geen gasaansluiting heeft en geen (propaan)gastank of warmtebron anders dan houtstook heeft waarmee de woning verwarmd kan worden. Dergelijke gastanks komen in buitengebieden incidenteel nog voor. Als dit zich voordoet, mag worden aangenomen dat de inwoner afhankelijk is van houtstook, wat een tijdelijke ontheffing van het stookvenster tot 1 januari 2030 rechtvaardigt.

De inwoner heeft dan de tijd om een overstap te maken naar een alternatieve warmtebron.

12

Het tweede scenario is dat een inwoner wel een gasaansluiting of andere verwarmingsbron heeft, maar daarmee de belangrijkste ruimtes in de woning (woonkamer, keuken en slaapkamers) niet tot minimaal 18 graden Celsius kan verwarmen. Daarbij geldt de aanvullende eis dat de plaatsing van een cv-ketel of warmtebron met meer vermogen en/of meer radiatoren geen optie is, omdat daarvoor een zwaardere gasaansluiting nodig is. Een zwaardere gasaansluiting wordt namelijk in beginsel niet meer uitgevoerd door de netbeheerders. Dat rechtvaardigt dan een vrijstelling van het stookvenster tot 1 januari 2030, zodat de inwoner tot die datum de tijd heeft om een overstap te maken naar een alternatieve warmtebron. Ter verduidelijking geldt dat als de plaatsing van een cv-ketel of warmtebron met meer vermogen en/of meer radiatoren wel mogelijk is op de bestaande gasaansluiting, de omgevingsvergunning niet verleend kan worden. Door de uitgestelde inwerkingtreding van de regels per 1 januari 2027 hebben deze inwoners een termijn van een jaar om de benodigde aanpassingen door te voeren.

Mogelijkheid tot het verbinden van voorwaarden aan de omgevingsvergunning om buiten het stookvenster te mogen stoken Het is wenselijk om voorwaarden te kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning waarmee ook buiten het stookvenster gestookt mag worden, zodat nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat en de gezondheid van omwonenden en/of de luchtkwaliteit voorkomen of beperkt kunnen worden. De voorwaarde of voorwaarden hebben de vorm van een verplichting tot het treffen van (technische) maatregelen of voorzieningen. Welke maatregelen of voorzieningen passend zijn, is maatwerk. Daarbij zijn onder andere de stooksituatie (zoals de kenmerken van de stookinstallatie en de rookgasafvoer) en de lokale omstandigheden (afstand tot omliggende woningen/functies, dichtheid van de bebouwing en de aanwezigheid van obstakels zoals bomen, windrichting) van belang.

Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de plaatsing van filters, de verplaatsing of verlenging van de rookgasafvoer, de montage van een schoorsteenkap, gebruik van ander (harder) hout, het vaker laten vegen/reinigen van het rookkanaal of de aanwijzing van tijdvakken waarin niet gestookt mag worden, bijvoorbeeld de zomermaanden waarin de buitentemperatuur zodanig is dat verwarming van de woning naar objectieve maatstaven veelal redelijker-wijs niet nodig is of de inwoner daarvoor ook een andere warmtebron kan aanwenden (als deze er is), terwijl de impact op omwonenden dan veelal groter is. Bij warm weer zullen omwonenden immers ook in staat gesteld moeten worden om hun woning te kunnen luchten. Op deze wijze wordt een situatie beoogd die recht doet aan de inwoner die zijn woning moet kunnen verwarmen, maar ook recht doet aan het woon- en leefklimaat en de gezondheid van omwonenden (en omliggende functies) en de luchtkwaliteit.

4.2 Faseringsstrategie De faseringsstrategie beschrijft de manier waarop de gemeente stapsgewijs toewerkt naar de inwerkingtreding van de algemene regels voor het stoken van hout. Door de regels niet direct maar over een jaar te laten ingaan, , ontstaat ruimte om de inwoners voor te lichten over de nieuwe regels en hen ook te helpen bij het vinden van de juiste informatie voor de verduurzaming van hun woning. Deze aanpak biedt ook ruimte voor tussentijdse evaluatie en aanpassing op basis van opgedane ervaringen en nieuwe inzichten. Hieronder is de fasering in een tijdlijn weergegeven. 1 januari 2026 – 31 december 2026 ▪

In deze fase ligt de focus op het informeren en voorlichten van inwoners. De algemene regels voor het stoken van hout zijn nog niet in werking getreden. In de tweede helft van dit jaar neemt de BOA of de toezichthouder bij meldingen contact op met de inwoner over wiens houtkachel de melding is ingediend om hem voor te lichten over de regels en mogelijke maatregelen om het stookproces te verbeteren

1 januari 2027 – 28 februari 2027 (de regels zijn in werking getreden per 1 januari 2027)

13

▪ ▪

Informeren en voorlichting herhalen Bij meldingen: toezichthouder informeert en spreekt de inwoner aan op stookgedrag.

1 maart 2027 (einde ‘lokale’ stookseizoen) ▪

Opstarten handhaving en handhaving op de regels.

Medio 2027 (na het stookseizoen van 2026 op 2027) ▪

Raadsinformatiebrief over het proces rondom informeren en voorlichten.

Medio 2028 (na het stookseizoen van 2027 op 2028) ▪

Eén jaar na inwerkingtreding van de regels: raadsinformatiebrief.

Medio 2029 (na het stookseizoen van 2028 op 2029) ▪ Twee jaar na inwerkingtreding van de regels: evaluatie, die ook kan leiden tot aangepaste regels. Deze aanpassingen zullen dan zoveel als mogelijk meegenomen worden in de besluitvorming door uw raad over de andere maatregelen waarvan uw raad in mei 2025 het college de opdracht tot uitwerking heeft gegeven. 1 Januari 2030 ▪ Voorgenomen inwerkingtreding van de aanvullende maatregelen waarvan uw raad in 2025 opdracht tot uitwerking heeft gegeven. Deze worden eerst ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd. In deze nadere besluitvorming zullen conform de toezegging van wethouder Hofman (raadsvergadering 27 mei 2025, toezegging n.a.v. een vraag van raadslid Hageman) ook evaluatiemomenten opgenomen worden. Medio 2031 (na het stookseizoen van 2030 op 2031) ▪ Eén jaar na inwerkingtreding van aanvullende regels: raadsinformatiebrief. Uiterlijk eind 2031 ▪ De verwerking van de regels in het Omgevingsplan. Dat dient vóór 2032 te gebeuren. Dat is ook een logisch evaluatiemoment. Als de verwerking van de regels in het Omgevingsplan eerder kan plaatsvinden, zal dat bovenstaande fasering mogelijk iets veranderen.

4.2.1 Toelichting op faseringsstrategie Er wordt bewust gekozen voor een gefaseerde invoering van de algemene regels voor het stoken van hout, met als doel inwoners zorgvuldig te begeleiden in de overgang naar schoner en bewuster stookgedrag. De faseringsstrategie zorgt ervoor dat de invoering beheerst en uitvoerbaar verloopt, waarbij we voldoende aandacht hebben voor voorlichting, communicatie en bewustwording. Er is bewust gekozen om de algemene regels pas op 1 januari 2027 in werking te laten treden. Zo krijgen inwoners ruim de tijd om kennis te nemen van de nieuwe regels en waar nodig aanpassingen te maken aan hun stookgedrag of installaties. In 2026 ligt de nadruk op informatie en voorlichting, waarna vanaf 2027 de regels stapsgewijs worden gehandhaafd en in de daaropvolgende jaren worden geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Deze aanpak biedt ruimte voor een lerend proces en een evenwichtige invoering van aanvullend beleid richting 2030.

4.2.2 Communicatiestrategie Bij vaststelling van de regels wordt er samen met het gemeentelijke communicatieteam een communicatiestrategie opgesteld voor de komende jaren. In deze strategie worden de doelstelling van de regels, de communicatiedoelstelling, de verschillende doelgroepen, de kernboodschappen, de in te zetten communicatiemiddelen en kanalen, de communicatieplanning en de evaluatie van de

14

communicatie uitgewerkt. Het is noodzakelijk dat dit proces zorgvuldig wordt vormgegeven, zodat inwoners goed geïnformeerd worden over de nieuwe regels, de achterliggende doelen en de gevolgen voor hun eigen situatie. Door hier veel aandacht aan te besteden, kunnen we zorgen voor meer begrip, draagvlak en naleving van de regels onder inwoners, en bijdragen aan een soepele overgang naar een nieuwe manier van omgaan met het stoken van hout.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=f1b4d254-353d-41a4-9fc9-ea21de939b52