Raadsvoorstel Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028
Datum raadsvergadering
27 mei 2025
Thema programmabegroting
2 Leefomgeving
Portefeuillehouder
Ronald Ter Hoeven
Zaaknummer
Samenvatting
Met het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) maken 16 gemeenten in de Groene Metropoolregio (GMR) elke vier jaar afspraken over de programmering van werklocaties (bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel). In het voorliggende RPW 2025-2028 zijn hier afspraken over campussen aan toegevoegd. Elke 2 jaar is er een tussentijdse monitoring.
Voorgesteld besluit 1.
Vaststellen van het Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028.
Inleiding
Voor de RPW onderdelen bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel is de afgelopen periode geanalyseerd in welke mate marktontwikkelingen aanleiding geven de regionale programmering van werklocaties aan te passen. Daaraan zijn, vanwege het toenemende belang voor onze regio, de campussen als vierde onderdeel aan toegevoegd. Op 24 september 2024 heeft uw raad kennis genomen van de concept uitgangspuntennotitie RPW 2024-2028 en heeft u namens de gemeente Rheden een zienswijze gegeven (bijlage 2). De concept uitgangspuntennotitie schetste de belangrijkste koers van het RPW. Deze concept uitgangspuntennotitie is in de zomerperiode tot half oktober in de raden behandeld en daarop zijn zienswijzen ingediend. De reacties zijn verwerkt in de Zienswijzenotitie (zie bijlage 2) en waar nodig meegenomen in de uitwerking van de Uitgangspuntennotitie naar het definitieve RPW. De zienswijzenotitie (bijlage 3) geeft inzicht op welke wijze de GMR is omgegaan met de ingediende zienswijzen. Hierna is vervolgens gewerkt aan een definitieve RPW (zie bijlage 1). Naar aanleiding van uw zienswijze en de diverse gesprekken die hieruit zijn voortgevloeid (zowel ambtelijk als bestuurlijk) is in het definitieve RPW meer aandacht gekomen voor: •
• •
• •
De doorvertaling van de brede welvaart in het definitieve RPW. Hierdoor houdt de afwegings- en toetsingskader van het RPW meer rekening met de aspecten van de brede welvaart. Individuele gemeenten hebben meer ruimte om te werken aan duurzame en sociaal-economisch verantwoorde omgevingen, waarin zowel economische als andere maatschappelijke belangen hand in hand gaan. Het behoud van bedrijventerrein is het uitgangspunt. In het geval van transformatie van bedrijventerreinen is er nog steeds sprake van het zogenaamde compensatieplan. De compensatieplan in het definitieve RPW biedt individuele gemeenten echter meer ruimte voor maatwerk. Er wordt niet alleen gekeken naar de vierkante meters maar ook werkgelegenheid in de nieuwe situatie. Afwijkende plannen kunnen worden toegestaan als hier een goede onderbouwing- en regionale instemming over is. In de beoordeling van het compensatieplan kijkt de regio vanuit een breed welvaartsperspectief integraal naar al deze aspecten. Het compensatieplan bevat dus een onderbouwing van het aantal vierkante meters terrein/ BVO bedrijfsruimte, arbeidsplaatsen en de milieubelastingsruimte in de huidige en toekomstige situatie. Het uitgangspunt is om het aantal m2 terrein/ BVO minimaal gelijk te houden. Gemeenten kunnen daar onderbouwd van afwijken, bijvoorbeeld
1
RAADSVOORSTEL
• • •
vanwege efficiënter ruimtegebruik, ruimtegebruik per baan te verlagen, specifieke locatiekenmerken, etc. In het definitieve RPW is er meer aandacht gekomen voor de clustering van economische functies binnen de regio. De ‘herhuisvestingsplicht in het geval van transformatie’ zoals opgenomen in de concept uitgangspuntennotitie is in het definitieve RPW komen te vervallen. In het RPW worden een aantal bedrijventerreinen uit de regio benoemd die bijzonder van belang zijn voor onze regio. Bedrijventerrein De Beemd wordt ook genoemd. Dit bijzonder belang komt voort uit het combineren van diverse opgaven en hun thematische profilering die samen komen op deze locatie. Veranderingen op deze terreinen door bijvoorbeeld herontwikkeling en gemeentelijke gronduitgifte hebben altijd instemming van het IOW nodig om ervoor te zorgen dat het bijzondere belang beschermd wordt en ongewenste ontwikkelingen voorkomen worden.
Uw wens om meer lokale ruimte te hebben voor de vestiging van kleine kantoren op bedrijventerreinen is niet overgenomen in het definitieve RPW.
Beoogd effect • • • •
Met regionale afspraken voorzien in passende, toekomstbestendige werklocaties. En zo bij te dragen aan een sterke regionale economie. Het optimaliseren en intensiveren van bestaande en nieuwe werklocaties op een duurzame manier. Bestaande werklocaties in de GMR zo optimaal mogelijk benutten. Dat betekent streven naar het juiste bedrijf op de juiste plek. Waar mogelijk en passend; intensiever ruimtegebruik.
Argumenten Brede welvaart, duurzaamheid en zorgvuldig ruimtegebruik Met het oog op de brede welvaart en het behoud van het landschap in de regio, is het belang van ruimte voor economie en zorgvuldig ruimtegebruik verder toegenomen. Het is daarom zaak de bestaande werklocaties in de GMR zo optimaal mogelijk te benutten. Dat betekent streven naar het juiste bedrijf op de juiste plek en, waar mogelijk en passend, intensiever ruimtegebruik. Waarbij in het vorige RPW vooral afspraken zijn gemaakt over nieuwe uitgifte van bedrijventerreinen, gaat dit RPW ook expliciet in op bestaande locaties en de ruimte die we daar kunnen ‘winnen’ (o.a. door herstructurering). Daarmee zorgen we ervoor dat er minder ruimte nodig is voor nieuwe. Het blijft echter ook nodig om (beperkt) nieuwe werklocaties te ontwikkelen. Als richtinggevend kader voor al onze keuzes, hanteert de GMR regionale meerwaarde als basisprincipe. Aan de hand van de regionale meerwaarde bepalen we welke bedrijven wenselijk zijn om te faciliteren en welke niet. De principes van regionale meerwaarde zijn: • Ondersteuning van regionale topsectoren Health, Hightech & Energy. Bedrijventerreinen vormen een fundament voor de ontwikkeling van innovatieve ecosystemen. Door bedrijventerreinen hierop in te richten, worden regionale talenten benut en economische groei gestimuleerd. • Faciliteren van circulaire economie.
Dit vraagt om ruimte voor bedrijven met een milieubelastingsniveau hoger dan 3 (voorheen hogere milieucategorieën). • Balans tussen werkgelegenheid en leefkwaliteit. Bedrijventerreinen dragen bij aan een betere balans tussen wonen en werken in de regio. Werkgelegenheid dichter bij huis voorkomt uitgaande pendel. Verstedelijking wordt gecombineerd met werkfuncties, zodat bedrijvigheid en leefkwaliteit hand in hand gaan. Hierbij zijn ook kwalitatieve aspecten van bedrijventerreinen en vastgoed van belang. • Slim en duurzaam ruimtegebruik. De GMR streeft naar een efficiënt en toekomstgericht gebruik van bedrijventerreinen. Door ruimte slim en duurzaam in te richten, wordt schaarse grond optimaal benut en blijft de regio aantrekkelijk voor zowel bedrijven als inwoners.
2
RAADSVOORSTEL
Optimalisatie van het ruimtegebruik op bedrijventerreinen Het RPW borduurt voort op bestaand regionale beleid voor bedrijventerreinen zoals het Verstedelijkingsakkoord en het Regioarrangement. Er worden nu verdere stappen gezet op zorgvuldig ruimtegebruik, ruimtelijke inpassing, kwaliteitsimpuls en het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen. Voorgesteld wordt daarbij de volgende vijf stappen te hanteren: • Het behoud van de werklocaties en compensatie van ruimte bij transformatie naar een andere functie; • Extra m² toevoegen op bestaande bedrijventerreinen door het optoppen van gebouwen, 24 uurs gebruik, gezamenlijk parkeren e.d.; • Inzetten op herstructurering en intensivering van bestaande bedrijventerreinen met als doel optimalisatie van het ruimtegebruik en het juiste bedrijf op de juiste plek; • Combineren van werken met andere functies. Niet alle economische functies hoeven op formele werklocaties. Lichtere activiteiten kunnen vaak gemengd worden met wonen of in (leegstaande panden) binnen de bebouwde kom (zoals winkelgebieden) • Zorgvuldige ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen wanneer voorgaande stappen niet tot voldoende ruimte leidt. Hierbij wordt er wel alvast gestart met planvorming van mogelijke nieuwe locaties (aangezien dit veel tijd kost en we nu al weten dat niet alle ruimtevraag binnen stappen 1 t/m 4 kan landen).
Bij nieuwe ontwikkelingen op bedrijventerreinen moet er sprake zijn van bedrijvigheid met een minimale milieubelastingsniveau van 3. Er mag alleen van afgeweken worden als dit goed kan worden onderbouwd (bijvoorbeeld omvang bedrijfsgebouw of hoge frequentie van logistieke bewegingen). Voortzetting van het regionaal kantorenbeleid Het regionaal kantorenbeleid uit het vorige RPW wordt in het RPW 2025-2028 voortgezet. Dit betekent dat nieuwe kantoren zich concentreren in de stationsgebieden Arnhem Centraal en Station Nijmegen/centrumgebied. Transformatie van bestaande kantoren in deze gebieden naar wonen is niet gewenst en de kantoorfunctie moet zoveel mogelijk behouden worden. Op campussen is daarnaast ruimte voor kantoorhoudende bedrijven die de campus versterken. In overige kantoorgebieden is er geen sprake van uitbreiding, maar wordt ingezet op kwalitatieve versterking (toekomstbestendige kantoorparken) of, in geval van langdurige leegstand, transformatie naar een andere economische functie (overige kantoorparken en bedrijventerreinen). Kleinschalige kantoren in de wijk (tot 500 m²) zijn wenselijk indien dit past bij het lokale omgevingsbeleid en het de wijkeconomie versterkt.
Voortzetting van het regionaal detailhandelsbeleid Het in eind 2023 uitgevoerde Koopstromenonderzoek Oost-Nederland toont aan dat het regionale beleid voor perifere en grootschalige detailhandel en voor reguliere detailhandel kan worden voortgezet. Mogelijkheden voor additionele ontwikkelruimte van Perifere Detailhandels Vestigingen bevindt zich alleen in Duiven (te realiseren door middel van intensivering/ herstructurering van de bestaande voorraad) Toevoeging van het onderdeel Campussen Campussen zijn een magneet voor talent, ondernemerschap en investeerders. Dit zorgt voor innovatieve bedrijvigheid, waarmee campussen een motor zijn voor de regionale economische ontwikkeling. Vanwege het toenemende belang van de campussen voor de regionale economie, is in het RPW 2025-2028 een hoofdstuk campussen toegevoegd. Voor een duurzame economische ontwikkeling en het innovatieve vermogen van de regio is het van belang dat de positie van de campussen verder wordt versterkt in zowel economisch als ruimtelijk opzicht. Dat betekent dat in het RPW aandacht is voor het faciliteren van voldoende ruimte voor innovatieve bedrijvigheid in onze health, hightech en energy ecosystemen. Daarnaast is het nodig dat er op de bestaande campussen in de steden gezamenlijk met het Rijk en de provincie (meer) geïnvesteerd moet worden in de campussen.
Dit geldt dus ook voor de ambties rondom kenniscampus Arnhem-Velp.
3
RAADSVOORSTEL Kanttekeningen en/of risico’s
De totstandkoming van het RPW 2025-2028 is door het Bestuurlijk Platform Productieve Regio waaraan alle portefeuillehouders Economie van de 16 gemeenten deelnemen, begeleid. Op 12 maart 2025 heeft het Bestuurlijk Platform Productieve regio ingestemd met het aanbieden van het definitieve RPW voor besluitvorming door colleges en raden. Het RPW wordt door de individuele raden vastgesteld. Wanneer een minderheid van de raden het RPW vaststelt dan zal de provincie zelf een RPW maken en vaststellen. Het risico bestaat dat de provincie Gelderland niet akkoord gaat met de inhoud (of delen ervan) van het definitieve RPW.
Financiën
De financiering van het RPW is geregeld in de gemeentebegroting.
Uitvoering
De provincie Gelderland zal het RPW verwerken in de Gelderse provinciale omgevingsverordening. Een provinciale omgevingsverordening is een regeling die door de provincie Gelderland wordt vastgesteld en die de regels en normen bepaalt voor het gebruik en de inrichting van de fysieke ruimte binnen die provincie. Het doel van zo'n verordening is om de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen, bijvoorbeeld op het gebied van milieu, natuur, en ruimtegebruik. Bij het opstellen van de omgevingsplannen en/ of andere planologische procedures is het verplicht om te voldoen aan de omgevingsverordening.
Participatie en communicatie
Het gehele proces gebeurt in nauwe samenwerking met de regiogemeenten. Zo zijn de keuzes die gemaakt zijn in dit RPW tot stand gekomen in het ambtelijk en bestuurlijk platform van de Productieve regio van de GMR. Ook is er ruimte geweest voor participatie. In dat is er gesproken met VNO/NCW, ondernemersverenigingen, parkmanagers, marktpartijen, The Economic Board. Input van de stakeholders is zichtbaar gemaakt in de zienswijzennotitie en verwerkt in het RPW. Voor raadsleden zijn er meerdere bijeenkomsten geweest. Op 27 november 2023 was er een presentatie bij de Regio Agendacommissie over wat het RPW inhoudt en waarom dit van belang is voor onze regio en de regiogemeenten. Op 24 mei 2024 zijn de raadsleden uitgenodigd voor een werkbezoek aan Duiven waarbij (naast de nieuwe regionale agenda) ook het RPW gespreksonderwerp was. Daarna is er een Uitgangspuntennotitie geformuleerd met de belangrijkste koers van het RPW. Deze Uitgangspuntennotitie is in de zomerperiode tot half oktober in de raden behandeld en daarop zijn zienswijzen ingediend. De reacties zijn verwerkt in de Zienswijzenotitie (zie bijlage 2) en waar nodig meegenomen in de uitwerking van de Uitgangspuntennotitie naar het definitieve RPW. Op 24 februari 2025 was er een webinar met toelichting op het definitieve RPW en mogelijkheid tot vragen.
Tijdens de gehele periode hebben er ook meerdere integrale sessies plaatsgevonden voor een integrale (ruimtelijke) afstemming. Alle input, inclusief de zienswijzen van de raden, vormden input voor de uitwerking van het uiteindelijke RPW. Alle relevante onderliggende rapporten en documenten zijn samengevoegd in bijgaande Bijlagenrapport.
Voor de communicatie rondom het vaststellen van het Regionaal Programma Werklocaties wordt een mix van middelen ingezet om verschillende doelgroepen te informeren en betrekken.
4
RAADSVOORSTEL • • • •
De individuele gemeenten krijgen vanuit de GMR een nieuwsbericht voor de website en kunnen deze delen met de pers en de lokale ondernemersverenigingen en andere belanghebbenden. Er wordt een animatie gemaakt. Een korte en toegankelijke animatie legt de kern van het RPW uit. Dit helpt om de belangrijkste uitgangspunten en effecten op een visuele en begrijpelijke manier over te brengen. Vanuit de GMR wordt ingezet op Social media. Via LinkedIn wordt het RPW onder de aandacht gebracht, met kernboodschappen en een link naar verdere informatie (website, animatie). Op de website van de GMR komt een projectpagina over het RPW met het document, de animatie en aanvullende achtergrondinformatie. Hier kunnen belanghebbenden zich verdiepen in het programma en vragen stellen.
Bijlagen 1. 2. 3.
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028 Zienswijze van uw raad zoals besloten op 24 september 2024 Zienswijzenotitie.
De Steeg, 27 mei 2025 Burgemeester en wethouders van Rheden,
Carol van Eert, burgemeester
Bart Drewes, gemeentesecretaris
5