Raadsvoorstel herstelbesluit
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp
Herstelbesluit bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5b’
Datum raadsvergadering
24 juni 2025
Thema programmabegroting
Overig
Portefeuillehouder
Paul Hofman
Zaaknummer
406278
Samenvatting
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de raad van de gemeente Rheden opdracht gegeven om gebreken in het vastgestelde bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5b’ te herstellen. De tekst van een artikellid dient hierom gewijzigd te worden, een artikellid dient verwijderd te worden en er dienen begripsbepalingen toegevoegd te worden. Voorgesteld wordt om geen specifiek type verharding voor te schrijven en het volledig verharden van de erftoegangsweg niet langer als strijdig aan te merken.
Voorgesteld besluit 1.
2.
3.
Het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5b’ als vervat in de bestandenset met identificatiecode NL.IMRO.0275.BPLG54-VA02 vast te stellen, overeenkomstig de herstelnotitie (bijlage 1) en de daarbij behorende Nota van wijzigingen (bijlage 2); het aangepaste bestemmingsplan digitaal beschikbaar te stellen onder de identificatiecode NL.IMRO.0275.BPLG54-VA02 conform de Regeling standaarden ruimtelijke ordening; geen exploitatieplan vast te stellen.
Inleiding
Bij besluit van 23 april 2024 heeft uw raad het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5b’ vastgesteld. De wijziging van het bestemmingsplan is door ProRail aangevraagd om een nieuwe particuliere toegangsweg voor de ontsluiting van een melkveebedrijf planologisch mogelijk te maken. De eerdere ontsluitingsweg is afgesloten door het opheffen van een gevaarlijke onbewaakte spoorwegovergang. Een tijdelijke ontsluitingsweg is eerder met een tijdelijke omgevingsvergunning mogelijk gemaakt. Tegen het raadsbesluit is beroep ingesteld door het melkveebedrijf (hierna appellante). Op 16 april 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) een tussenuitspraak gedaan in het beroep. De Afdeling draagt de raad op om gebreken in het bestemmingsplan te herstellen. De raad wordt via een bestuurlijke lus in de gelegenheid gesteld om de artikelen 5.1, onder a en 5.3.1 van de planregels te wijzigen. Het vastgestelde bestemmingsplan liet erfontsluitingswegen enkel in oppervlakteverhardingstype halfverharding toe. Artikel 5.1, onder a van de planregels luidde: “De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor erftoegangswegen in halfverharding”.
Artikel 5.3.1 luidde: “Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt het geheel verharden van erftoegangswegen.” Appellante heeft betoogd dat het plan ten onrechte enkel halfverharding toestaat, terwijl zij voor haar bedrijfsvoering een volledig verharde weg noodzakelijk acht. De Afdeling heeft geoordeeld dat bij vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met de
1
RAADSVOORSTEL bedrijfsbelangen van appellante en met alternatieve mogelijkheden om de weg geheel te verharden. De zienswijze van appellante is pas na vaststelling van het bestemmingsplan ontvangen, waardoor deze niet meer kon worden betrokken bij de afweging. Afgesproken was dat de grondeigenaar appellante (pachter) zou informeren over het bestemmingsplan. Dat lijkt onvoldoende te zijn gebeurd, waardoor haar belangen niet tijdig in beeld zijn gekomen. Dit herstelbesluit strekt ertoe dit gebrek te repareren en haar belangen alsnog zorgvuldig te betrekken. Ter zitting heeft de gemachtigde namens de raad aangegeven dat zij een andere vorm van verharding ook passend acht. Andere opties voor de materialisering van de nieuwe erftoegangsweg zijn, naar aanleiding van het beroepsschrift, besproken in de vergaderingen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit op 12 juni 2024 en 4 september 2024. Hier is naar voren gekomen dat ook een betonverharding met grasbetonblokken langs de kant acceptabel zou zijn. Ook de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed heeft hierover positief geadviseerd (het landgoed is een Rijksmonument). Gelet op de behandeling tijdens de zitting is het oordeel van de Afdeling dat het plan, voor zover dat betrekking heeft op de artikelen 5.1, onder a en 5.3.1 van de planregels, niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.
Voorgesteld wordt om in de planregels onder de bestemming Verkeer meerdere typen oppervlakteverharding voor de erftoegangsweg voor te schrijven. Daarnaast wordt voorgesteld om het aanleggen van een geheel verharde erftoegangsweg niet langer als strijdig gebruik aan te merken. Dit is uitgewerkt in de bij dit besluit behorende Herstelnotitie.
Beoogd effect
Met dit bestemmingsplan wordt de nieuwe erftoegangsweg naar de Zutphensestraatweg 5-5b permanent planologisch geregeld. Het bestemmingsplan sluit de aanleg van een geheel verharde weg niet langer uit, maar legt deze uitvoering ook niet als verplichting vast. Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk in de uitvoering en wordt het geschil met appellante op planologisch niveau weggenomen.
Argumenten
1.1 De aanleg van een geheel verharde weg wordt niet langer uitgesloten Ter uitvoering van de tussenuitspraak van de Afdeling zijn de planregels aangepast, waarmee het door de Afdeling geconstateerde gebrek in de planregeling wordt hersteld. Door de aanpassing wordt recht gedaan aan de belangen van zowel appellante als de grondeigenaar en initiatiefnemer. Het planologisch kader voor de weg wordt niet onevenredig beperkt of opgelegd. 1.2 De ruimtelijke kwaliteit blijft gewaarborgd Vanwege de ligging op het landgoed Biljoen is (al bij eerdere vaststelling) een dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie opgenomen. Deze bestemming stelt strikte eisen aan grondgebruik en verhardingen, wat bijdraagt aan behoud van cultuurhistorische waarden. Zo wordt geborgd dat ontwikkelingen zorgvuldig worden ingepast in het landschap. 1.3 Vernietiging wordt voorkomen Door het gebrek tijdig te herstellen kan worden voorkomen dat de Afdeling het bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk vernietigt. De Afdeling heeft de raad opgedragen om binnen 16 weken na de tussenuitspraak van 16 april 2025 de gebreken te herstellen. 1.4 Met het herstelbesluit wordt invulling gegeven aan een zorgvuldige belangenafweging Appellante heeft in beroep gesteld dat de planregeling onvoldoende rekening houdt met haar belang bij een volledig verharde erftoegangsweg ten behoeve van de bedrijfsvoering van haar melkveebedrijf.
Een halfverharde weg leidt tot onderhoudskosten en gezondheidsrisico’s voor het vee. Tegenover dit belang staan de wens van de grondeigenaar om het landschap te
2
RAADSVOORSTEL behouden, vanwege de ligging op Landgoed Biljoen, en het belang van initiatiefnemer bij een kostenefficiënte aanleg. Inmiddels staan de partijen positief tegenover de aanleg van een betonpad en het delen van de meerkosten. In het herstelbesluit is gekozen om volledige verharding planologisch toe te staan, waarbij uitvoering in dat geval nog via vergunningverlening landschappelijk wordt getoetst. Daarnaast vindt de aanpassing plaats binnen het ruimtelijk beleid en de uitgangspunten van het eerder vastgestelde bestemmingsplan. Bovendien vormt het geen fundamentele wijziging van de opzet van het plan. 1.5 De wijzigingen blijven inhoudelijk juist en relevant De eerder vastgestelde wijzigingen (zoals opgenomen in de Nota van wijzigingen) zijn nog steeds in overeenstemming met de uitgangspunten van het plan en de belangenafweging die ten grondslag ligt aan het voorliggende bestemmingsplan. De door de Afdeling geconstateerde tekortkomingen hebben uitsluitend betrekking op een ander onderdeel van de planregels. De wijzigingen uit de Nota staan daar los van en behoeven daarom geen heroverweging. 2.1 Daarmee wordt voldaan aan de RO-standaarden Een wijziging van de planregels vereist op grond van de Regeling standaarden ruimtelijk ordening dat het aangepaste plan wordt voorzien van een nieuwe IMRO-versiecode en digitaal wordt ontsloten.
2.2 Het geeft transparantie en rechtszekerheid Door het aangepaste plan digitaal beschikbaar te stellen onder de nieuwe versiecode, wordt voor burgers, initiatiefnemers en andere belanghebbenden helder welke regeling geldt. Een nieuwe IMRO-versiecode maakt het besluit tot herstel van het plan technisch en juridisch navolgbaar, wat van belang is voor zowel bestuurspraktijk als eventuele toetsing door de rechter. 3.1 Het kostenverhaal is anderszins verzekerd Bij de eerdere vaststelling op 23 april 2024 is dit reeds overwogen en het herstelbesluit heeft hier geen invloed op.
Kanttekeningen en/of risico’s
1.1 Het bestemmingsplan staat opnieuw open voor beroep Tegen de wijzigingen bij vaststelling van dit bestemmingsplan kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hierdoor kan vertraging ontstaan of het zou kunnen leiden tot het niet onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Echter is de aanpassing van beperkte omvang, waardoor er naar verwachting geen nieuwe beroepsgronden ontstaan. Daarnaast hebben alle partijen ingestemd met het voorgestelde herstel. 1.2 De uitkomst is aan het oordeel van de Afdeling in de einduitspraak Het blijft uiteindelijk aan de Afdeling om te beoordelen of een gebrek voldoende is hersteld. Er bestaat dus altijd een restrisico dat het aangepaste plan alsnog (gedeeltelijk) vernietigd wordt.
Financiën Het vaststellen van het bestemmingsplan brengt voor de gemeente geen kosten met zich mee. Met de initiatiefnemer is een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten. Initiatiefnemer heeft leges betaald voor het in behandeling nemen van de aanvraag bestemmingsplanherziening.
3
RAADSVOORSTEL Bedrag (€)
Jaarschijf / jaarschijven
Eenmalige uitgaaf:
0
0
Investering:
0
0
Structurele lasten:
0
0
Uitvoering
Na vaststelling van het bestemmingsplan zal het vastgestelde plan zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend worden gemaakt en ter inzage gelegd. De Afdeling en de andere betrokken partijen worden schriftelijk medegedeeld hoe de gebreken zijn hersteld. De Afdeling beslist vervolgens in een einduitspraak of het geconstateerde gebrek op toereikende wijze is hersteld. Tot dat moment blijft het plan juridisch nog in procedure. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak expliciet vermeld dat, indien de raad een herstelbesluit neemt, afdeling 3.4 van de Awb niet opnieuw hoeft te worden toegepast. Daarmee is geen nieuwe terinzagelegging vereist. Een nieuwe zienswijzeronde zou geen toegevoegde waarde hebben, omdat de herstelmaatregel beperkt van aard is.
Participatie en communicatie
De procespartijen zijn actief betrokken geweest bij de totstandkoming van het herstelbesluit. Na vaststelling van het bestemmingsplan zal het vastgestelde plan zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend gemaakt en medegedeeld worden. De Afdeling en de andere betrokken partijen worden schriftelijk medegedeeld hoe de gebreken zijn hersteld. Op grond van artikel 8:51d, derde lid, Awb moet de raad de Afdeling en de procespartijen binnen de gestelde termijn schriftelijk informeren over de wijze waarop het gebrek is hersteld. Het informeren draagt bij aan een zorgvuldige en transparante bestuursrechtelijke procedure, zoals ook verwacht wordt bij een bestuurlijke lus. Door ook de andere procespartijen te informeren over het herstelbesluit, wordt gewaarborgd dat zij in de gelegenheid zijn om hierop te reageren, wat essentieel is voor een evenwichtige en eerlijke procedure.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Herstelnotitie Nota van wijzigingen (Ontwerp)raadsbesluit Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5b (NL.IMRO. 0275.BPLG54-VA02)
5.
Tussenuitspraak
De Steeg, 27 mei 2025 Burgemeester en wethouders van Rheden,
Carol van Eert, burgemeester
Bart Drewes, gemeentesecretaris
4