CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Evaluatie raadswerkgroep Omgevingswet (21.17)

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Evaluatie raadswerkgroep Omgevingswet (21.17)1.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

21.17

Raadsvoorstel portefeuillehouder

begrotingsprogramma

Niet van toepassing

3 Bestuur en veiligheid

b en w-vergadering

agendapunt

Niet van toepassing

bijlage(n)

1

rol raad

soort document

Ter besluitvorming

Raadsvoorstel en -besluit

voorbereidende vergadering

agendapunt

13 april 2021 raadsvergadering

agendapunt

20 april 2021 onderwerp.

Evaluatie raadswerkgroep Omgevingswet. INHOUD VOORSTEL - Kennisnemen van de evaluatie van de raadswerkgroep Omgevingswet; - besluiten of: a) de raadswerkgroep Omgevingswet moet voortbestaan; of: b) de raadswerkgroep Omgevingswet moet voortbestaan met een gewijzigde opdracht met dien verstande dat : - daarvoor een nieuw raadsvoorstel wordt voorbereid, waarbij de suggesties uit de raad worden meegenomen; - dit raadsvoorstel uiterlijk in september 2021 wordt behandeld; of: a de raadswerkgroep Omgevingswet moet worden opgeheven. 1 Waartoe is het voorstel gedaan? Met dit voorstel wordt uitvoering gegeven aan de opdracht tot jaarlijkse evaluatie van de raadswerkgroep Omgevingswet, die in juni 2019 is ingesteld. 2 Wat is de aanleiding? In het kader van de komst van de Omgevingswet heeft de raad in juni 2019 besloten om een raadswerkgroep in te stellen. Door de Omgevingswet zal de rol van de raad veranderen. De gemeenteraad wilde via het instellen van een raadswerkgroep betrokken worden bij de invoering van deze wet. Dit om zich goed voor te bereiden op zijn veranderende rol; zijn kaderstellende, controlerende taken, rol in de raadsvergaderingen en bij inhoudelijke (beleids)voorstellen van het college m.b.t. deze wetgeving.

De raadswerkgroep bestaat uit de volgende leden:  Rob Koekkoek (VVD);  Tanco Frijlink (CDA);  Lyan van Vliet (SP);  Niels Booij (PvdA);  Kees Verspui (D66);  Anne Jansen (GL);  Thomas Eskes (GPR/B);  Hendri Witteveen (CU). 3 Wat is het bestaand beleid c.q. kader? Het betreft de interne huishouding van de raad. Het is een autome bevoegdheid van de raad om werkvormen te kiezen, zoals een raadswerkgroep, indien hij dit van meerwaarde acht voor de uitvoering van zijn taak.

21.17

De raadswerkgroep heeft in juni 2019 de volgende opdracht van de raad meegekregen: ‘De raadswerkgroep monitort de invoering van de Omgevingswet en gaat hierover op een laagdrempelige en informele manier het gesprek aan met elkaar en met de organisatie. De werkgroep overlegt en adviseert over het proces van invoering, tussentijdse aanpassingen in het programmaplan en gewenste ondersteuning in volgende fases. In die hoedanigheid is de werkgroep een klankbord voor de organisatorische uitwerking en implementatie van de Omgevingswet. De werkgroep wisselt informatie uit, deelt kennis met elkaar en met de raad(sfracties) en zoekt waar dat zinvol is naar (regionale) afstemming met andere partijen, bijvoorbeeld buurgemeenten. Onderwerpen, die bij de werkgroep als klankbord aan bod kunnen komen, zijn bijvoorbeeld:  Functie, taak en rol van de raad bij het werken met de Omgevingswet en de keuzes die daarbij specifiek aan de raad zijn.  Onderdelen van het programmaplan.  Knelpunten en dilemma’s in het proces.  Resultaten van pilots, zoals de Omgevingsvisie buitengebied, en ervaringen met participatietrajecten en de lering die daaruit getrokken kan worden.  Maatschappelijke impact van de Omgevingswet.  Opleidingsbehoefte van de raad en voorstellen voor inhoudelijke kennissessies (kennis van buiten halen, best practices, werkbezoeken, spelvormen/games, enzovoort).

Het gaat dus vooral om een dialoog met elkaar en kennisuitwisseling. Deze dialoog kan tot aanvullende onderwerpen leiden die niet in de opsomming hierboven staan, maar passen binnen het doel en de opdracht van de werkgroep. De werkgroep is geen politiek platform en neemt geen besluiten. Politieke discussies en besluitvorming vinden plaats in de reguliere vergaderingen van de gemeenteraad.’

Kosten van de -voor hun opdracht noodzakelijke collectieve- scholing van de leden van de raadswerkgroep dienden ten laste gebracht te worden van het raadsbudget ‘diverse kosten’. 4 Wat willen wij bereiken? De raad kennis laten nemen van de evaluatie, die mede tot stand gekomen is op basis van de enquête onder drie groepen: de raadsleden/raadsvolgers, het college en het betrokken management/beleidsmedewerkers en de leden van de raadswerkgroep. De raad in de gelegenheid stellen zich een oordeel te vormen over nut en noodzaak van de werkgroep Omgevingswet in het bijzonder en gebruikmaken van het instrument raadswerkgroep in het algemeen. 5 Wat gaan wij ervoor doen? De raadswerkgroep concludeert na raadpleging binnen de fracties en op basis van de uitkomsten van de enquête (bijlage) en in onderling overleg het volgende:  de raadswerkgroep heeft meerwaarde gehad voor de raad en de leden van de werkgroep, maar de groep college/medewerkers is van oordeel dat de werkgroep voor hen geen meerwaarde heeft gehad.  Door de vertegenwoordigers in de werkgroep is meer informatie verkregen en doorgegeven door de raad over de invoering van de Omgevingswet. De raadsleden/ raadsvolgers lijken ook meer informatie te hebben ontvangen.

Van college/medewerkers geeft de meerderheid aan geen mening te hebben over de vraag of er via de werkgroep meer informatie aan de raad is verstrekt over de Omgevingswet.  Via zijn/haar vertegenwoordiger in de werkgroep hebben de raadsleden/raadsvolgers geen invloed op het proces uit kunnen oefenen. De meerderheid van de werkgroepleden vindt dat hij/zij hierop wel invloed heeft kunnen uitoefenen en de fractie ook meer inzicht heeft kunnen geven in het (verdere) proces. De meerderheid uit de groep college/medewerkers vindt dat zij door de werkgroep niet meer inzicht heeft gekregen in wat de raad nodig heeft voor de invoering van de Omgevingswet.  De meerderheid van alle respondenten (raad, college/medewerkers, werkgroepleden) is van mening dat de instelling en/of de werkwijze van de werkgroep anders had gekund om tot een beter resultaat te leiden. Over de wijze waarop dit had gekund zijn opmerkingen gemaakt (zie bijlage), maar deze zijn te divers om daaruit een conclusie te kunnen trekken.

21.17

 Over het werken met werkgroepen in het algemeen wordt divers gedacht. De respondenten uit de raad vinden in ruime meerderheid dat dit binnen bepaalde randvoorwaarden (zoals helderheid doel en mandaat) een goede werkvorm kan zijn. Ook bij de respondenten uit de werkgroep komt naar voren dat werken met raadswerkgroepen van meerwaarde kan zijn, met name voor informatievoorziening en vergroten van betrokkenheid. Bij de respondenten uit de groep college/medewerkers antwoordt 50% met ‘nee’ en 50% ‘ja’, waarbij het college opmerkt een voorkeur te hebben voor het instellen van een commissiestructuur voor het voeren van een inhoudelijke dialoog.  Er zijn meerdere uiteenlopende opmerkingen/suggesties door de respondenten op de enquête gedaan t.a.v. de raadswerkgroep Omgevingswet. Hierbij worden onder andere de volgende zaken genoemd, die tot verbetering van het functioneren kunnen leiden: ­ aanwijzen van een vaste voorzitter en plaatsvervangend voorzitter; ­ doel, opdracht en a-politieke karakter van de werkgroep beter bewaken; ­ voorkomen dat de indruk ontstaat dat de werkgroep sturend is en er besluiten worden genomen. Voorts hebben de leden van de werkgroep geconstateerd dat de coronacrisis een negatieve invloed heeft gehad op het kunnen functioneren van de werkgroep.

Ook over het gebruiken van de werkvorm ‘raadswerkgroepen’ in het algemeen zijn eveneens diverse opmerkingen gemaakt en suggesties gedaan, zoals bijvoorbeeld: - beperken tot invoering en proces; - zorg voor duidelijke opdracht en beperkte bestaansduur; - goed voor informatievoorziening en vergroot de betrokkenheid; - doe minder met werkgroepen, zorg voor open en transparante besluitvorming; - geen werkgroepen, maar voorkeur voor commissiestructuur; Voor alle opmerkingen en suggesties wordt verwezen naar de bijlage. Slotconclusie: T.a.v. raadswerkgroep Omgevingswet in het bijzonder: Op basis van het voorgaande, alle gemaakte opmerkingen/suggesties in de enquêteformulieren en het overleg met de fracties zijn de leden van de raadswerkgroep van mening dat er geen richtinggevende uitspraak mogelijk is over het nut en de noodzaak van het voortbestaan van de raadswerkgroep Omgevingswet, al dan niet met een gewijzigde opdracht. De leden van de raadswerkgroep hebben er daarom voor gekozen om geen advies uit te brengen. Hieruit vloeit voort dat in de raad moet worden gediscussieerd en besloten over het voortbestaan. T.a.v.

het gebruikmaken van de werkvorm raadswerkgroep (zonder politieke kleuring) in het algemeen: Op basis van alle reacties constateert de raadswerkgroep dat: ­ de meerderheid van de respondenten in de groep ‘raadsleden/raadsvolgers’ en de groep ‘leden werkgroep’ de werkvorm ‘raadswerkgroep’ van meerwaarde vindt, indien de in te stellen raadswerkgroep duidelijke kaders meekrijgt; ­ het college haar voorkeur uitspreekt voor de commissiestructuur als werkvorm. Aangezien in de enquête niets is gevraagd over de commissiestructuur is niet duidelijk of de raad de mening van het college deelt. 6 Wat gaat het kosten? Niet van toepassing op dit voorstel. Van de mogelijkheid om de kosten van scholing van de leden van de raadswerkgroep Omgevingswet ten laste van het raadsbudget diverse kosten te brengen is tussen juni 2019 en heden geen gebruik gemaakt.

21.17

7 Wat zijn de risico’s? Niet van toepassing. 8 Wat is het draagvlak voor dit voorstel? Dit voorstel is tot stand gekomen in overleg met de raadswerkgroep Omgevingswet na raadpleging van de fracties en op basis van de uitkomsten van de enquête. 9 Hoe en met wie wordt er gecommuniceerd? Niet van toepassing. Het betreft de interne huishouding van de raad. 10 Wordt er een evaluatie uitgevoerd? Niet van toepassing. De Steeg, 26 maart 2021 Mirjam Kateman, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=756d2117-d1b1-405b-9591-802ac1277ed1