Raadsvoorstel Burgerinitiatief Rheden 2025
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp
Verordening Burgerinitiatief Rheden 2025
Datum raadsvergadering
25 november 2025
Thema programmabegroting
Inwonersparticipatie
Portefeuillehouder
N.v.t.
Zaaknummer
2025-013959
Samenvatting Namens het B.C.O. wordt voorgesteld om de Verordening Burgerinitiatief te herzien om beter aan te sluiten bij de huidige praktijk en het nieuwe vergadermodel van de gemeente. Onder meer de procedure is aangepast: het is nu duidelijker wie verantwoordelijk is voor de agendering en behandeling van een initiatief, met een belangrijke rol voor de Strategische Agendacommissie (SAC). Ook wordt de mogelijkheid opengelaten om de initiatiefnemer voortaan actiever te betrekken bij de behandeling in de raad.
Voorgesteld besluit 1.
De verordening Burgerinitiatief 2025 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van ‘Verordening Burgerinitiatief Rheden 2005’.
Inleiding Na een recent burgerinitiatief is gebleken dat de huidige verordening Burgerinitiatief 2005 moet worden herzien. Voor deze herziening is de modelverordening van de VNG gebruikt en is een vergelijking gemaakt van 18 andere gemeenten. De gemeenten in de vergelijking zijn geselecteerd op basis van het landelijke karakter (de aanwezigheid van meerdere dorpskernen) en het inwoneraantal. In deze vergelijking is vooral naar vier zaken gekeken: 1. De procedure van indiening tot besluitvorming; 2. Waar mag een burgerinitiatief wel en niet over gaan; 3. Het profiel van de initiatiefgerechtigde, ofwel wie mag een burgerinitiatief starten; 4. Hoeveel handtekeningen een initiatiefnemer dient te verzamelen.
Beoogd effect Met de vernieuwing van de verordening is de procedure voor zowel de gemeente als initiatiefnemer gestroomlijnd. Een inkomend burgerinitiatief zal geagendeerd worden door de SAC. De verordening is na de aanpassing gemoderniseerd, leesbaarder en is verduidelijkt waarover een initiatief kan gaan, hoeveel steun de initiatiefnemer nodig heeft en hoe dit wordt afgehandeld.
Argumenten 1.
De procedure van het burgerinitiatief krijgt bepalingen op hoofdlijnen voor meer flexibiliteit In de huidige verordening staat een minimumtermijn van twee weken voordat een burgerinitiatief in de raad mag worden behandeld. Dit is in lijn met veel oudere verordeningen. Nieuwere verordeningen hanteren vaak ook een maximumtermijn waarvoor een besluit moet worden genomen. De minimumtermijn garandeert een redelijke termijn
1
RAADSVOORSTEL waarop de raad zich kan inlezen op het voorstel. De maximumtermijn garandeert dat het initiatief niet (stilzwijgend) wordt afgevoerd van de agenda. In de nieuwe verordening is gekozen om de raad flexibeler om te laten gaan met een burgerinitiatief. Een snelle behandeling kan bij initiatief X gewenst zijn, waar initiatief Y een grondig extern onderzoek kan eisen, waardoor een deadline niet gehaald zou kunnen worden. Bovendien is ook ruimte gelaten aan de initiatiefnemer tijdens het proces, door te kiezen voor de formulering dat de initiatiefnemer ‘actief’ wordt betrokken. Dit geeft de gemeenteraad en de griffie de mogelijkheid om per burgerinitiatief te beoordelen hoe de initiatiefnemer kan worden meegenomen in het proces. Dit past ook in de moderniseringsslag, omdat veel nieuwere verordeningen een ruimere rol toekennen aan de initiatiefnemer dan slechts een toelichtingsmogelijkheid, zoals nu het geval is. 2.
De onderwerpen waar een burgerinitiatief betrekking op kan hebben verdient precisering Recentere verordeningen verschillen met name van oudere varianten in de soberheid van het aantal beperkingen. De oude verordeningen, waaronder die van Rheden, hebben een strikte opvatting van wat wel en niet mag. Nieuwere verordeningen spreken ook van extra uitsluitingsgronden, waarvan de begroting, tarieven en benoemingen het meest voorkomen. Veel nieuwere verordeningen zijn ook minder rigide wanneer het een onderwerp betreft dat buiten de raadsbevoegdheid valt. Mocht het wel binnen de kaders van het college vallen, dan stuurt de SAC het initiatief door, waarna de portefeuillehouder de verantwoordelijkheid op zich neemt en het initiatief behandeld alsof het direct naar hem/haar is gezonden. De SAC neemt hier een centrale positie in, dit sluit aan bij de rol die de SAC heeft bij het wel of niet agenderen van een onderwerp in de raad. In het kader van het stroomlijnen en moderniseren van de verordening wordt aangeraden om de extra uitsluitingsgronden van begroting, tarieven en benoemingen over te nemen, aangevuld met de doorzendplicht naar het college.
3.
Redactionele aanpassingen vergroten de leesbaarheid en toegankelijkheid van de verordening Ten behoeve van de leesbaarheid en toegankelijkheid zijn er aanpassingen gedaan. Ieder artikel heeft nu een titel, er zijn begripsbepalingen toegevoegd en er zijn tekstuele wijzigingen aangebracht zodat de verordening beter leesbaar is. Een overzicht van alle aanpassingen is te vinden in de was/wordt tabel.
4.
Het behouden van tien ondersteuningsverklaringen is een evenwichtige drempel In de oude verordening lag het aantal ondersteuningsverklaringen op tien handtekeningen. De afgelopen jaren zijn er in Rheden nauwelijks burgerinitiatieven gestart. Daarmee is er geen procedureel argument om het aantal handtekeningen ter ondersteuning te verhogen. Daarnaast heeft Rheden ten opzichte van zeventien andere vergelijkbare gemeenten al een lage drempel. Uit deze vergelijking blijkt dat het aantal handtekeningen sterk varieert, van geen enkele vereiste tot 200 handtekeningen. Vanwege het lage aantal vereiste handtekeningen is het niet logisch om een trapsgewijze handtekeningenvereiste in te voeren, waarbij gemeentelijk, dorps- en buurtniveau verschillende aantallen handtekeningen vereisen. Ook kan het normatieve argument worden gemaakt dat een burgerinitiatief op zijn minst enige steun nodig heeft onder de bevolking, al zijn tien handtekeningen daarvoor geen vorm van representatieve steun. Een draagvlakonderzoek zou tot de mogelijkheden kunnen behoren, maar dit is omwille van de flexibiliteit in het proces niet opgenomen in de tekst. Door het gebrek aan procedurele argumenten voor verandering, is de beslissing over het aantal ondersteuningsverklaringen zuiver politiek.
2
RAADSVOORSTEL Kanttekeningen en/of risico’s 1.
Met dit voorstel verandert wie initiatiefgerechtigd zijn niet Op het moment heeft de verordening burgerinitiatief in Rheden in tegenstelling tot vergelijkbare gemeenten een vrij karakter. De meeste gemeenten hanteren de regel dat kiesgerechtigden, plus jongeren vanaf 16 jaar die voldoen aan alle andere kiesrechtnormen behalve de leeftijd, initiatiefgerechtigd zijn. Rheden hanteert in de oude verordening een bredere formulering, door alle ingezetenen en belanghebbenden vanaf 14 jaar initiatiefgerechtigd te laten zijn. Alleen Westerkwartier (2019) en Brummen (2006) hebben expliciet geen leeftijdsgrens opgenomen. Uit de vergelijking met andere gemeenten is gebleken dat er een lichte tendens zichtbaar is dat nieuwere verordeningen van een nauwe benadering (kiesgerechtigden vanaf 16 jaar) verschoven naar ruimere formuleringen. Daarmee liep Rheden voor op deze ontwikkeling en heeft het nog steeds een relatief brede groep aan initiatiefgerechtigden.
Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties.
Uitvoering Burgerinitiatieven komen binnen bij de griffie. De griffie beoordeelt in eerste aanleg het verzoek op de rechtmatigheid van de indiener, de indieningsvereisten en of het initiatief onder de bevoegdheid van de raad of van het college valt. Als de griffier concludeert dat het initiatief binnen de bevoegdheid van het college valt, stuurt hij het door naar het college, waar het initiatief wordt behandeld. Wanneer het initiatief onder de bevoegdheid van de raad valt, of wanneer de griffier hierover twijfelt, wordt het initiatief geagendeerd voor de vergadering van de SAC. Bij twijfel besluit de SAC of het initiatief op de agenda van de raad komt of dat het wordt doorgestuurd naar het college. De initiatiefnemer wordt tijdens de behandeling in de raad actief betrokken bij de behandeling van het burgerinitiatief.
Participatie en communicatie Dit voorstel is tot stand gekomen via de griffie en in samenwerking met de ambtelijke organisatie (o.a. communicatie, de beleidsadviseur inwonersparticipatie en de concernjurist). Het voorstel is vervolgens doorgeleid conform artikel 147a, lid 4 Gemeentewet (wensen en bedenkingenprocedure) voor een zienswijze bij het college. Het college heeft drie punten ingebracht in haar zienswijze op het burgerinitiatief. 1. Advies van het college of de burgemeester voorafgaand aan agendering Het voorstel om een extra artikel op te nemen waarin het college of de burgemeester de raad in alle gevallen adviseert voordat een burgerinitiatief wordt geagendeerd, is niet overgenomen. Dit is een politieke keuze die aan de gemeenteraad wordt gelaten. Een vergelijkbaar artikel komt ook niet voor in de modelverordening. De verordening is van de gemeenteraad; de raad bepaalt zelf wat er op de agenda komt en heeft daarin een eigenstandige bevoegdheid om daar wel of niet advies op te vragen. In de praktijk vindt er afstemming plaats met de portefeuillehouder, gemeentesecretaris en een medewerker voordat een voorstel wordt geagendeerd. 2. Uitsluiting van individuele gevallen Het college ziet graag in artikel 5 onder 2 bij de beperkingen opgenomen dat een initiatief geen betrekking kan hebben op individuele gevallen (zoals een individuele vergunning). Dit
3
RAADSVOORSTEL is overgenomen. In artikel 5, lid 2, is opgenomen dat een burgerinitiatief geen betrekking voorkomt dat persoonlijke kwesties via het burgerinitiatief worden behandeld.
3.
Bevoegdheid van het gemeentebestuur Het college ziet graag dat in artikel 5 onder 2a gemeentebestuur wordt vervangen door gemeenteraad. Dit voorstel is niet overgenomen. Als ‘gemeenteraad’ zou worden gebruikt, zouden alle initiatieven die niet onder de bevoegdheid van de raad vallen automatisch worden uitgesloten. Dat is niet de bedoeling. Het gaat erom dat initiatieven die buiten de bevoegdheid van de gemeente vallen worden uitgesloten. Met ‘gemeentebestuur’ worden in dit geval de gemeenteraad, het college en de burgemeester bedoeld. Dit is wel aangevuld in de toelichting.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Ontwerp raadsbesluit Nieuwe verordening Was/wordt-tabel Zienswijze college
Namens het Bestuurlijke Coördinatie Overleg, Jeroen van den Elst (raadsadviseur)
4