Raadsinformatiebrief ontwikkelingen WMO
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Onderwerp
Ontwikkelingen Wmo gemeente Rheden
Datum
10 februari 2026
Thema programmabegroting
Sociale basis
Portefeuillehouder
Paul Hofman
Zaaknummer
2026-001008
Kennis te nemen van
De actuele ontwikkelingen binnen de Wmo in de gemeente Rheden.
Kernboodschap
In Rheden slagen we erin om de Wmo toegankelijk en effectief te houden: iedere inwoner met een ondersteuningsvraag krijgt daadwerkelijk hulp. We bieden inwoners de ondersteuning die nodig is en hebben inzicht in en grip op de kostenontwikkeling. Ook hebben we besparingen weten te realiseren en de groei die in het VNG-voorspelmodel wordt voorzien weten te beperken. Onze inhoudelijke aanpak werkt en vormt de basis voor keuzes die we nu en in de toekomst maken, zodat we ondersteuning en dienstverlening nog dichterbij inwoners realiseren. Ondanks de genomen inhoudelijke en beheersingsmaatregelen zien wij een toenemende ondersteuningsvraag op ons afkomen door demografische factoren, zoals vergrijzing, langer zelfstandig thuis wonen en stijgende zorgkosten. Ook maatregelen buiten het gemeentelijk domein, zoals de langdurige zorg en de zorgverzekeringswet, leiden tot een toenemend beroep op de Wmo als vangnet voor inwoners, waarop inwoners vaker terug zullen vallen. Het vasthouden en verder versterken van de inhoudelijke koers, in combinatie met indexatie die aansluit bij de actuele loon- en prijsontwikkelingen, is noodzakelijk om de uitvoering ook vanaf 2027 financieel houdbaar te houden. Met deze brief informeren wij de Raad over de actuele ontwikkelingen binnen de Wmo, om duidelijk te maken welke grenzen er zitten aan efficiency.
Toelichting op de ontwikkeling en beleidsmatige betekenis
De ontwikkeling van het aantal inwoners dat gebruikmaakt van Wmo-voorzieningen laat de afgelopen jaren een wisselend beeld zien. Waar de 65-pluspopulatie sinds 2020 met ongeveer 4 procent is toegenomen (van ongeveer 11.300 naar 11.800 inwoners), bewegen de aantallen Wmogebruikers per voorziening elk op een eigen manier. Dat laat zien dat vergrijzing slechts één van de factoren is die de vraag naar ondersteuning bepalen. De wijze waarop ondersteuning is georganiseerd en de aard en omvang van de ondersteuningsvraag spelen minstens zo’n grote rol. Begeleiding (individueel en groep) Het aantal inwoners dat begeleiding ontvangt is sinds begin 2020 gedaald van 847 naar ongeveer 550 in 2022. Deze daling hangt samen met de bewuste keuze om lichte vormen van begeleiding en dagbesteding meer in de sociale basis te organiseren. Ondersteuningsvragen die voorheen vaak tot een formele indicatie leidden, worden hierdoor vaker opgevangen in het lokale netwerk en via laagdrempelige, collectieve voorzieningen. Sinds 2023 is sprake van een lichte stijging, tot rond de 580–600 inwoners. Deze toename hangt samen met complexere ondersteuningsvragen, waaronder inwoners met psychosociale of mentale kwetsbaarheid die elders in de keten niet altijd tijdig passende ondersteuning kunnen krijgen.
Daarnaast wonen steeds meer inwoners met een psychische kwetsbaarheid zelfstandig en hebben zij ondersteuning nodig om hun dagelijks leven te organiseren. Hoewel het aantal inwoners met begeleiding daarmee relatief stabiel blijft, nemen de kosten toe door hogere tarieven en zwaardere casuïstiek. Hulp bij het huishouden Het aantal inwoners dat hulp bij het huishouden ontvangt is de afgelopen jaren met ongeveer 15 procent gestegen. Deze ontwikkeling zien we niet alleen in Rheden, maar ook landelijk en bij andere gemeenten binnen de inkoopregio. De groei wordt deels verklaard door demografische ontwikkelingen, maar ook door toenemende zorgzwaarte bij inwoners. Tegelijkertijd zien we dat
1
RAADSINFORMATIEBRIEF Rheden binnen de regio gemiddeld een lager aantal uren hulp bij het huishouden inzet per inwoner dan andere regiogemeenten. Dit wijst erop dat de groei in aantallen niet automatisch leidt tot een evenredige groei aan inzet. Door zorgvuldig te beoordelen wat noodzakelijk is, blijft de inzet per inwoner gematigd, ondanks de toename van het aantal gebruikers. Wonen, rollen en vervoer (WRV) Voor wonen, rollen en vervoer zien we een stabiel tot licht stijgend gebruik. Deze voorzieningen worden aangevraagd wanneer sprake is van concrete mobiliteits- of woonbeperkingen. De ontwikkeling wordt vooral bepaald door de aard van de ondersteuningsvraag en minder door demografische groei. De lichte stijging is met name zichtbaar bij vervoersvoorzieningen zoals de regiotaxi en scootmobielen. De aantallen rolstoelen en woningaanpassingen blijven de afgelopen jaren relatief constant. Ter illustratie om u een beeld te geven aan ontwikkelingen over gebruik van Wmo geïndiceerde hulpverlening, hebben we de cijfers samengevat in onderstaande grafiek:
Betekenis van deze ontwikkelingen De verschillende volumebewegingen laten zien dat beleidskeuzes daadwerkelijk effect hebben gehad op het gebruik van Wmo-voorzieningen. De grootste daling en stabilisatie zien we bij begeleiding, waar de inzet op de sociale basis en de toegang doorwerkt. Tegelijkertijd zien wij een toenemende ondersteuningsvraag op ons afkomen door demografische factoren, zoals vergrijzing, langer zelfstandig thuis wonen en stijgende zorgkosten. Ook maatregelen buiten het gemeentelijk domein, zoals de langdurige zorg en de zorgverzekeringswet, leiden tot een toenemend beroep op de Wmo als vangnet voor inwoners, waarop inwoners vaker terug zullen vallen. Deze verwachting vormt de inhoudelijke basis onder de financiële en beleidsmatige opgave die hierna wordt toegelicht. Financiële ontwikkeling De Wmo-uitgaven zijn grotendeels in lijn met de prognoses van het VNG-voorspelmodel. Rheden laat wel een gematigder kostenontwikkeling zien dan landelijk wordt voorspeld. Dit is het resultaat van bewuste keuzes om lichte ondersteuning sterker in de sociale basis te organiseren en van een zorgvuldige werkwijze binnen de toegang. Tegelijkertijd zijn besparingsmaatregelen doorgevoerd en zijn de budgetten in de afgelopen periode niet geïndexeerd. Hierdoor zijn de beschikbare budgetten niet automatisch meegegroeid met loon- en prijsontwikkelingen.
De financiële opgave voor de komende jaren ligt in het zorgen voor indexatie die aansluit bij een genormeerde zorgkostenstijging vanwege stijgende lonen en prijzen en die past bij de factoren die de druk op de Wmo de komende jaren beïnvloeden.
2
RAADSINFORMATIEBRIEF
Beleidsmatige duiding De ontwikkelingen binnen de Wmo laten zien dat de ingezette koers effect heeft, maar ook dat de druk op het stelsel blijvend is. De afgelopen jaren is geïnvesteerd in het lokale netwerk van ondersteuning, zoals verwoord in het koersdocument Samen Leven. Hierdoor zien we dat lichte ondersteuningsvragen steeds vaker vroeg in de sociale omgeving van inwoners worden opgepakt, al blijft dit een beweging die zich verder ontwikkelt. Tegelijkertijd zien we landelijke ontwikkelingen die de druk op de Wmo vergroten. Steeds meer inwoners wonen langer zelfstandig en hebben ondersteuning nodig om hun dagelijks leven te organiseren. Daarnaast groeit het aantal inwoners met psychosociale of mentale kwetsbaarheid. Wanneer ondersteuning via andere voorzieningen niet tijdig beschikbaar is, komen inwoners bij de Wmo terecht voor begeleiding. De Wmo is daarmee in de praktijk vaak de plek waar inwoners terechtkomen wanneer andere vormen van ondersteuning niet passen of niet meer beschikbaar zijn. Niet uit voorkeur, maar omdat inwoners in die situatie hulp nodig hebben en die ondersteuning hier kan worden geboden. Deze beweging zien we in veel gemeenten terug en raakt vooral inwoners die het minder makkelijk zelf redden. Daarom blijft de druk op de Wmo groeien, ook als het lokale beleid goed werkt.
Het is belangrijk om te blijven letten op hoe makkelijk hulp te vinden is, problemen vroeg herkennen en zorgen dat er een goede samenwerking is tussen het basisaanbod in de buurt, de eerste hulp bij vragen en de ondersteuning voor mensen met complexere problemen. Deze ontwikkelingen vormen de achtergrond van de opgave die hieronder staat. Beleidsopgave en richting De ontwikkelingen binnen de Wmo laten zien dat de ingezette koers effect heeft, maar dat de opgave onverminderd groot blijft. De komende jaren staat de gemeente voor de uitdaging om ondersteuning voor inwoners toegankelijk en passend te houden, terwijl de druk op de Wmo verder toeneemt. De beleidsmatige opgave ligt in het vasthouden en verder versterken van de ingezette koers, zoals vastgelegd in het Koersdocument Samen Leven. Dit betekent dat lichte ondersteuningsvragen waar mogelijk in de sociale omgeving van inwoners worden opgepakt, en dat maatwerkvoorzieningen beschikbaar blijven voor inwoners met zwaardere of complexere ondersteuningsvragen. Deze beweging vraagt blijvende aandacht en is niet vanzelfsprekend. De financiële ruimte binnen de Wmo is beperkt en staat onder druk. Tegelijkertijd is zichtbaar dat de Wmo ondersteuning blijft bieden aan inwoners die elders niet tijdig geholpen kunnen worden. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen in de komende jaren.
Voor de komende periode richt het college zich daarom op drie samenhangende lijnen: Het verder versterken van het basisaanbod in de buurt, de eerste hulp bij vragen en de
ondersteuning voor mensen met complexere problemen. Het bewaken van de balans tussen toegankelijkheid en financiële houdbaarheid;
3
RAADSINFORMATIEBRIEF Het volgen van landelijke en regionale ontwikkelingen die invloed hebben op de vraag naar ondersteuningen daarop te anticiperen. Met deze inzet blijft de gemeente werken aan een Wmo die aansluit bij de leefwereld van inwoners en uitvoerbaar en houdbaar blijft.
Vervolg
De uitkomsten van deze analyse worden betrokken bij het vervolg op de opdracht Versterken en verbreden sociale basis, die eind 2026 afloopt. In dat traject wordt voortgebouwd op de ervaringen van de afgelopen jaren en wordt bezien welke elementen aantoonbaar bijdragen aan het opvangen van ondersteuningsvragen buiten de Wmo. Daarbij gaat het niet alleen om inhoudelijke doorontwikkeling van het lokale ondersteuningsnetwerk, maar ook om het expliciet betrekken van de financiële randvoorwaarden waarbinnen dit moet plaatsvinden. De ruimte binnen de Wmo is beperkt en staat onder druk, waardoor keuzes noodzakelijk blijven over hoe ondersteuning wordt georganiseerd en ingezet. Parallel hieraan verrijken wij het beleidskader welzijn en preventie, waarin scherper is uitgewerkt hoe de sociale basis, basishulp en geïndiceerde ondersteuning zich tot elkaar verhouden. Daarbij wordt vanuit samenhang tussen Wmo, Jeugdwet en de Participatiewet gekeken, omdat aanpalende ontwikkelingen, zoals de Hervormingsagenda Jeugd, direct invloed heeft op de instroom, aard en duur van ondersteuning vanuit de Wmo. In deze uitwerking staat de vraag centraal wat inwoners nodig hebben om hun dagelijks leven te kunnen organiseren en mee te blijven doen, ongeacht het wettelijk kader waaruit ondersteuning wordt geboden.
Dit biedt richting voor de verdere ontwikkeling van het lokale ondersteuningsnetwerk en vormt de basis voor keuzes in de periode na afloop van de huidige opdracht Versterken en verbreden sociale basis. Tot slot verwachten wij dat de door de raad gemaakte keuze om niet te indexeren in de volgende bestuursperiode zal worden heroverwogen. We zien dat dit vraagstuk breder speelt in de begroting en adviseren daarom dit integraal af te wegen in de P&C cyclus.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rheden,
Carol van Eert, burgemeester
Bart Drewes, gemeentesecretaris
4