CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit Verordening onroerendezaakbelastingen Rheden (22.98)

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Verordening onroerendezaakbelastingen Rheden 2023 (22.98)956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

22.98

gemeente Rheden

Raadsvergadering 20 december 2022 Agendapunt 13 DB

Raadsbesluit De raadvan degemeente Rheden; gelezenhetvoorstelvan hetcollegevan burgemeester en wethouders van 22 november 2022 ;

geletopde artikelen220 tot en met 220h van de Gemeentewet; besluit:

vast te stellendevolgende verordening: Verordeningop de heffing en de invordering vanonroerendezaakbelastingen Rheden 2023(VerordeningonroerendezaakbelastingenRheden) Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht

1. Onderde naam'onroerendezaakbelastingen' wordenter zakevan binnen degemeente gelegen onroerende zakentweedirectebelastingen geheven: a. eenbelasting van degene die bij hetbeginvan hetkalenderjaar eenonroerende zaak die nietin hoofdzaak tot woningdient,al dannietkrachtenseigendom, bezit, beperkt rechtof persoonlijk rechtgebruikt,verderte noemen:gebruikersbelasting; b. eenbelasting van degene diebij hetbeginvan hetkalenderjaar vaneenonroerende zaakhetgenotheeftkrachtenseigendom, bezitof beperktrecht,verderte noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij degebruikersbelasting wordt: a. gebruikdoordegene aanwie eendeelvan eenonroerende zaakin gebruikis gegeven (verder:degebruiker), aangemerkt als gebruikdoordegene diedatdeelin gebruik heeftgegeven (verder:degebruikgever); de gebruikgever is bevoegde belasting als zodanig te verhalen opdegebruiker; b. hetter beschikking stellenvan eenonroerende zaakvoorvolgtijdiggebruik aangemerkt als gebruikdoordegene diedieonroerende zaakter beschikking heeft gesteld;degene diedeonroerende zaakter beschikkingheeftgesteldis bevoegde belasting als zodanig te verhalen opdegene aanwie diezaakter beschikking is gesteld. 3.

Met betrekking tot deeigenarenbelasting wordtals genothebbende krachtenseigendom, bezitof beperktrechtaangemerkt degene diebij hetbeginvan hetkalenderjaar als zodanigin de basisregistratie kadasteris vermeld,tenzij blijkt dathij opdattijdstipgeen genothebbende krachtenseigendom, bezitof beperktrechtis. Artikel 2 Belastingobject

1. Als onroerende zaakwordtaangemerkt deonroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 2. Een onroerende zaakdientin hoofdzaak tot woningindiendewaardedieop grondvan hoofdstuk IV van deWet waardering onroerende zakenis vastgesteld voordieonroerende zaakin hoofdzaak kan wordentoegerekend aandelenvan dieonroerende zaakdie dienen tot woningdanwel volledigdienstbaar zijn aanwoondoeleinden.

pagina 1

onskenmerk 22.98B

22.98

gemeente Rheden

Raadsvergadering 20 december 2022 Agendapunt 13 DB Artikel3 Maatstaf van heffing

1. De heffingsmaatstaf is deopdevoetvan hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zakenvoordeonroerende zaakvastgestelde waardevoorhetkalenderjaar bedoeld in artikel 1. 2. Indienmet betrekking tot eenonroerende zaakgeenwaardeis vastgesteld opdevoet van hoofdstuk IV van deWet waardering onroerende zakenwordtde heffingsmaatstaf van dieonroerende zaakbepaald met overeenkomstige toepassing van hetbepaalde bij of krachtensdeartikelen17, 18 en 20, tweedelid, van deWet waardering onroerende zaken. Artikel4 Vrijstellingen

1. In afwijkingin zoverrevanartikel3 wordtbij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerkingelaten, voorzoverdit nietreedsis geschiedbij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde,dewaardevan: a. voorde land-of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen deopengrond,alsmededeondergrond van glasopstanden, diebedrijfsmatig aangewend wordtvoorde kweekof teeltvan gewassen, zonderdaarbijdeondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig wordenaangewend voorde kweekof teeltvan gewassen, voorzoverdeondergrond daarvan bestaatuit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zakendie in hoofdzaak zijn bestemdvoordeopenbare eredienst of voor hethouden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, eenen andermet uitzondering van delenvanzodanige onroerende zakendiedienen als woning; d. éénof meeronroerende zakendiedeeluitmakenvan eenopdevoetvande Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed datvoldoetaandevoorwaarden genoemd in artikel8 van hetRangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van dedaarop voorkomende gebouwde eigendommen; e.

natuurterreinen, waaronder medewordenverstaanduinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen,diedoorrechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welkezich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend hetbehoud van natuurschoon tendoelstellen,beheerd worden; f. openbare land-en waterwegen en banen vooropenbaar vervoerperrail, eenen ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigingsen waterbeheersingswerken diewordenbeheerdoororganen, of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van instellingen dedelenvanzodanige werkendiedienen als woning; h. werkendiezijn bestemdvoordezuiveringvan riool-en anderafvalwateren die wordenbeheerdoororganen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering vandedelenvan zodanige werkendiedienen als woning; i. werktuigen dievan eenonroerende zaakkunnen wordenafgescheiden zonderdat beschadiging van betekenis aandiewerktuigen wordttoegebracht en dienietop zichzelfals gebouwde eigendommen zijn aante merken; j. onroerende zakenvoorzoverdiebestemdzijn te wordengebruiktvoorde publieke dienstvan degemeente, met uitzondering van delenvan zodanige onroerende zaken diebestemdzijn te wordengebruiktvoorhetgevenvan onderwijs; k.

straatmeubilair, waaronder begrepen allezodanige gebouwde eigendommen -niet zijndegebouwenwelkezijn geplaatst voorhetbelang van hetpubliek,ten dienste van hetverkeerof ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's,hekkenen palen;

pagina 2

onskenmerk 22.98B

22.98

Rheden

gemeente

Raadsvergadering 20 december 2022 Agendapunt 13 DB l.

plantsoenen, parkenen waterpartijen, die bij degemeente in beheer zijn of waarvan degemeente hetgenotheeftkrachtenseigendom, bezitof beperktrecht, met uitzondering van delenvan zodanige onroerende zakendiedienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria,met uitzondering van delenvan zodanige onroerende zakendiedienen als woning. 2. De vrijstellingvoorde in onderdeel j van heteerstelid bedoelde onroerende zakenvoor deeigenarenbelasting geldtnietvoorzoverde gemeente van diezakenniethetgenot heeftkrachtenseigendom, bezitof beperktrecht. 3. In afwijkingin zoverrevan artikel 3 wordtbij de bepaling van de heffingsmaatstaf voorde gebruikersbelasting buitenaanmerkingelaten dewaardevan gedeelten van de onroerende zaakdie in hoofdzaak tot woningdienen danwel in hoofdzaak dienstbaar zijn aanwoondoeleinden. Artikel 5 Belastingtarieven

Het tariefvan de belasting bedraagt eenpercentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. degebruikersbelasting 0,2011%0,1984%; b. deeigenarenbelasting: 1. vooronroerende zakendie in hoofdzaak tot woningdienen 0,1069%% 0,0996%; 2. vooronroerende zakendie nietin hoofdzaak tot woningdienen 0>2556%0,2526%. Artikel6 Wijze van heffing

De belastingen wordenbij wegevan aanslag geheven. Artikel7 Termijnenvanbetaling

1. In afwijkingvanartikel9, eerstelid, van de Invorderingswet 1990 moetendeaanslagen uiterlijkwordenbetaald opde laatstedagvan de maandvolgend opde maanddie in de dagtekening van hetaanslagbiljet is vermeld. 2. In afwijkingvan heteerstelid kunnen de aanslagen in achtgelijketermijnenworden betaald, indienaanhetnavolgende wordtvoldaan: a. hettotaalbedrag van deopéénaanslagbiljet verenigde aanslagen onroerendezaakbelastingen of andere belastingen/heffingen moetnietmeerzijn dan € 5.000,00; b. deverschuldigde bedragen moetendoormiddelvan automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen wordenafgeschreven. De eerstetermijnvervaltdanop de laatstedagvan de maandvolgend op diewaarinde dagtekening van hetaanslagbiljet is gestelden elk van devolgende termijnentelkenseen maandlater. 3. De Algemene termijnenwet is nietvan toepassing opde in voorgaande ledengestelde termijnen. Artikel8 Kwijtschelding

Kwijtschelding van de belasting vindtplaatsop basisvan de'Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Rheden'.

pagina 3

onskenmerk 22.98B

22.98

gemeente Rheden

Raadsvergadering 20 december 2022 Agendapunt 13 DB Artikel9 Overgangsrecht

De 'Verordening onroerendezaakbelastingen Rheden', vastgesteld bij raadsbesluit van 14 december 2021, wordtingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweedelid, genoemde datumvan ingang van de heffing,met dienverstande datzij van toepassing blijft op de belastbare feitendiezich voordiedatumhebben voorgedaan. Artikel 10 Inwerkingtreding

1. Dezeverordening treedtin werkingop 1 januari2023. 2. De datumvan ingang van de heffingis 1 januari2023. Artikel 11 Citeertitel

Dezeverordening wordtaangehaald als: 'Verordening onroerendezaakbelastingen Rheden'. Arnhem,20 december 2022

pagina 4

ons kenmerk

22.98B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=7bfe8c33-604b-44f7-b724-03deec64db2a