Raadsbesluit Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Rheden (22.51)
Tekst van het document
gemeente
22.51
Rhcden
Raadsvergadering 28juni2022
Agendapunt13 DR AANGEPAST exemplaar d.d. 16 juni2022
Raadsbesluit De raad van de gemeente Rheden; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 mei 2022; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet Omgevingswet;
en afdeling 17.2van de
gezien het advies van de Commissie Cultuurhistorie; besluit:
vast te stellen de VerordeningCommissieRuimtelijkeKwaliteitRheden HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder: a commissie: gemeentelijke Adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Rheden; b goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; c wet : de Omgevingswet. d ambtenaar: werknemers van de gemeente Rheden belast met de omschreven erfgoedtaken. HOOFDSTUK 2
ADVIESTAAK
Artikel 2 Taaken werkzaamheden
1 De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefeningvan huntaken en bevoegdheden opgrondvan de wet met het oogop het bereiken en in stand houdenvan een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdtof daartoe bevorderlijk kan zijn. 2 Ter uitvoeringvan haar taak: a adviseert de commissie opverzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluitvooreen omgevingsvergunning voor: le een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2e een omgevingsplanactiviteitdie betrekking heeft opeen voorbeschermd gemeentelijk monumentof een gemeentelijk monument; 3e een omgevingsplanactiviteitin geval de commissie in het omgevingsplanals adviseur is aangewezen; 4e een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodigachten met het oogop het bereiken en in stand houdenvan een goede omgevingskwaliteit;
pagina
1
ons kenmerk
22.51B1
gemeente Rheden
22.51 Raadsvergadering 28juni2022 Agendapunt13 DR b
c d
e f g
adviseert de commissie opverzoek van burgemeester en wethouders over het door de minister van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonumentingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduidinggemeentelijk monumentop grondvan artikel 4.2, eerste lid, van de wet; adviseert de commissie opverzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voorde omgevingskwaliteit; adviseert de commissie opverzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48,tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodigachten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; voert de commissie opverzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planlndieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; adviseert de commissie opverzoek van burgemeester en wethouders over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voorcultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; adviseert de commissie opverzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen opgrondvan regels in
verordeningen opgrondvan artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, te weten regels over reclame in de openbare ruimte, voorwerpen opof aan de weg, standplaatsvergunning, exploitatievergunninghorecabedrijven en ligplaatsvergunning.
3 Het college kan werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid aanwijzen die dooréénof meer ambtenaren worden uitgevoerd. Dit lid is niet van toepassingopde advisering als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, le onderdeel en artikel 2, tweede lid onder b. HOOFDSTUK 3
BESLUITEN WAARVOOR VERPLICHTE ADVISERING GELDT
Artikel3 Verplichteadvisering
Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, le tot en met 4e onderdeel, en artikel 2, tweede lid onder b. HOOFDSTUK 4
SAMENSTELLING EN INRICHTING
Artikel4 Samenstelling
1 De commissie bestaat uit maximaal zeven leden, de voorzitter daaronder begrepen. Het college kan daarnaast maximaal zeven plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnenvervangen. 2 De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel opgrondvan de professionele deskundigheid die nodigis voorde advisering, alsmede opgrondvan maatschappelijke kennis en ervaring. 3 In afwijking van het tweede lid kunnenmaximaal twee burgerleden en hun plaatsvervangers worden benoemd. Zij worden benoemd op persoonlijketitel opgrond van maatschappelijke en lokale kennis en ervaring. 4 De commissie telt gelet opartikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. pagina
2
ons kenmerk
22.51B1
gemeente Rheden
22.51 Raadsvergadering 28 juni2022 Agendapunt13 DR
5 De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw-en architectuurhistorie,restauratiearchitectuur, landschap,stedenbouw, architectuuren lokale kennis. 6 De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Artikel5 Benoeming
1 De leden en de plaatsvervangers kunnenvooreen termijn van ten hoogstevier jaar worden benoemd doorhet college van burgemeester en wethouders. 2 Herbenoeming van leden kan eenmaal voorten hoogstevier jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassingopde plaatsvervangers. 3 Afgetreden leden zijn vier jaar na hunaftreden weer benoembaar. 4 De voorzitter en de plaatsvervangers worden in functie benoemd. 5 De leden worden op eigen aanvraag ontslagen.Zij kunnenvoortsdoorburgemeester en wethouders worden geschorsten worden ontslagenwegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of opandere zwaarwegende gronden. Artikel6 Ondersteuningvande commissie
1 De commissie heeft een ambtelijk secretaris. 2 De secretaris is voorzijn werkzaamheden voorde commissie uitsluitendverantwoording schuldigaan de commissie. 3 De secretaris kan worden ondersteund doorandere ambtelijke medewerkers, die voor hunwerkzaamheden voorde commissie uitsluitendverantwoordingschuldigzijn aan de secretaris. HOOFDSTUK 5
ADVISERING EN STANDPUNTBEPALING
Artikel7 Adviestermijn
1 Burgemeester en wethouders kunnenaangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2 In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken nadat de adviesvraag aan haar is verzonden. Artikel8 Beraadslaging en standpuntbepaling
1 De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning doorof namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voorde vergadering van de commissie wordt tijdig opeen geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders -al dan niet opverzoek van de aanvrager- een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen opgrondvan artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslagte leggen. De openbaarheid geldt zowel voorde beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.
pagina
3
ons kenmerk
22.51B1
22.51
gemeente Rheden
Raadsvergadering 28juni2022 Agendapunt13 DR 2 De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichtingvan de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3 Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van het quorum.Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning vooreen rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monumentwordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 4 Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoeringvan een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvormingover het advies niet in de vergadering aanwezig. 5 De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassingopde commissie en de daarvoorwerkzame personen. Artikel9 Afdoening onder verantwoordelijkheid vande commissie
De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet en artikel 2, derde lid, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, een subcommissie of daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. Artikel 10 Adviseurs
1 De commissie kan zich voorhet inwinnenvan inlichtingenwenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2 De commissie kan zich doen bijstaan doorburgemeester en wethouders aangewezen andere personen, voorzover dat voorde vervullingvan haar taak nodigis. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnenop uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Artikel 11 Verwerkingvanhet advies
1 Burgemeester en wethouders kunneneenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke Adviescommissie van een andere gemeente. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdrachtop de hoogte. 2 In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het doorde commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie.
pagina
4
ons kenmerk
22.51B1
gemeente
22.51
Rheden
Raadsvergadering 28juni2022
Agendapunt13 DR HOOFDSTUK 6
WERKWIJZE
Artikel 12 Reglementvanorde
1 De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2 In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c; b de inrichtingvan het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder e; c de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; d het vereiste quorumvooreen besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; e de notuleringen dossiervorming; f de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g de instellingvan subcommissies; h de werkwijze bij afdoeningonder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; i de selectie en voordrachtvan kandidaat-leden. 3 Burgemeester en wethouders dragen zorgvoorbekendmaking van het doorde commissie vastgestelde reglement van orde. Artikel 13 Relatiemet andereadviseurs
Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie, dragen burgemeester en wethouders zorg vooreen goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Artikel 14 Vergoeding
De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangeneen vergoeding op grondvan de Verordening geldelijke voorzieningencommissieleden. HOOFDSTUK 7
JAARVERSLAG
Artikel 15 Jaarverslag
1 De commissie brengt jaarlijks voor1 april verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2 In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a de wijze waarop toepassingis gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.
pagina
5
ons kenmerk
22.51B1
gemeente
Rheden
Raadsvergadering 28 juni2022
Agendapunt13 DR HOOFDSTUK 8
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 16 Overgangsrecht
1 De opgrondvan de ErfgoedverordeningRheden 2017 benoemde leden worden geacht te zijn benoemd opgrondvan dit besluit tot uiterlijk 1 januari 2023. 2 Als voorde inwerkingtredingvan de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Rheden wordt geacht de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn. Artikel 17 Vervallen(en intrekking)oude regeling
1 De regels met betrekking tot de commissie in de artikelen 3 lid 3, 6 lid 1, 14 lid 3, 20 lid 3 en 4, 23 lid 2 van de ErfgoedverordeningRheden 2017 komen te vervallen. 2 De Verordening opde Commissie Cultuurhistorie2010 wordt ingetrokken. Artikel 18 Inwerkingtredingen citeertitel
Deze verordening treedt in werking met ingangvan de dag na bekendmaking. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Rheden. De Steeg, 28juni2022
gr
pagina
6
ons kenmerk
22.51B1
gemeente
22.51
Rheden
Raadsvergadering 28juni2022 Agendapunt13 DR Toelichting
Algemeen
Met de Omgevingswet (hierna: de wet) die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De wet bundelt de wetgeving en regels voorruimte, wonen, infrastructuur,milieu, natuuren water. Belangrijk verbeterdoel van de nieuwe wet is een kader te bieden dat overheden meer afwegingsruimte biedt om doelen voorde leefomgeving te bereiken. 'Decentraal, tenzij' is een belangrijk principevan de wet. Dit betekent dat taken en bevoegdheden in principe bij het lokale bestuur, zoals de gemeente, liggen. Alleen indien het gaat om een nationaalof internationaal belang of als dat doelmatiger of doeltreffender is, stelt het Rijk regels. Eén van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit (artikel 1.3 van de wet). Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundigekwaliteit en kwaliteit van natuuren landschap.Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij het doel van een goede omgevingskwaliteitwillen bereiken. Dat geldt ookvoorde rol van de gemeentelijke Adviescommissie (hierna: commissie) daarbij. Een adequate invullingvan de taak en de werkwijze van deze commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit.
De verordening is als modelverordening ontwikkeld doorhet VNG met een aantal partners zoals de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit. Op grondvan de wet moet per 1 januari 2023 een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in functie zijn, minimaal voorde taken ten aanzien van rijksmonumenten.De verordening is zodanigopgesteld dat er geen inhoudelijke wijzigingen nodigzijn om ookde welstandstaken bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit onder te brengen. De toelichtingbeschrijft daarom zowel de erfgoed- als de mogelijke welstandstaken. Omdat Rheden (nog)geen archeologischerijksmonumentenkent is de desbetreffende bepaling als NB in de toelichtingopgenomen. Artikelsgewijs Artikel 1. Definities
Commissie Dit is de gemeentelijke
Adviescommissie opgrondvan artikel 17.9 van de wet.
Goedeomgevingskwaliteit 'Een goede omgevingskwaliteit' is naast veiligheid en gezondheid opgenomenin de maatschappelijke doelstelling van de wet (artikel 1.3 van de wet). Dit geeft aan dat aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuuren landschapbelangrijk zijn. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden (Kamerstukken II 2013-2014, 33962, nr. 3). De gemeente heeft de plichtde zorgvoorde omgevingskwaliteit zelf in te vullen, inclusief het adviesstelsel op het gebied van de omgevingskwaliteit. Burgers kunnen,wanneer geen concrete gedragsbepalingenvoorhandenzijn of deze niet toereikend blijken, ten aanzien van de het doel van een goede omgevingskwaliteit een beroep doen opde algemene zorgplicht. Artikel2. Taaken werkzaamheden
Eerstelid Dit lid beschrijft de adviestaak in algemene zin: het adviseren van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op het gebied van de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. De commissie adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De commissie baseert de adviezen opde vastgestelde beleidskaders zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken, bedoeld in artikel 4.19 van de wet. pagina
7
ons kenmerk
22.51B1
22.51
gemeente Rheden
Raadsvergadering 28 juni2022
Agendapunt13 DR Tweedelid Onderdeel a Dit betreft de advisering over aanvragen om een omgevingsvergunning of de advisering over een ontwerpbesluitals het college geen bevoegd gezag is. De commissie adviseert op verzoek van het college over een aanvraag voor: le Eenrijksmonumentenactiviteit met betrekking tot eenmonument De wet definieert een rijksmonumentenactiviteit als volgt:'een activiteit inhoudendehet slopen,verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonumentof een voorbeschermd rijksmonumentof het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht'. De commissie brengt bevorderen advies uit met het oogop het behoudvan cultureel erfgoed. Uitgangspunten daarbij zijn: - het voorkomenvan verplaatsing van monumentenof een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist is voorhet behoud van die monumenten; - het van het gebruik van monumenten,zo nodigdoorwijzigingvan die monumenten, rekening houdendmet de monumentale waarden; en het conserveren en in stand houdenvan archeologischemonumenten,bij voorkeurin situ. Dit volgtuit artikel 8.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) dat de beoordelingsregels voorde rijksmonumentenactiviteit bevat.
NB Voorrijksmonumentenactiviteiten met betrekking tot archeologische rijksmonumenten is deministervan Onderwijs,Cultuuren Wetenschap (hierna:deministervanOCW) aangewezen als advies-eninstemmingsorgaan in degevallen dathetcollegehetbevoegd gezagis. Dit in verband metzijn verantwoordelijkheid voordearcheologische rijksmonumenten enmet hetlandelijk overzichtende vereistespecialistische kennisen ervaringdieaanwezig zijn bij deRijksdienstvoorhetCultureel Erfgoed.Ook is deMinister van OCW (mede)bevoegd tot toezichtenhandhaving waarhetgaatom archeologische rijksmonumenten. Behoud in situ (in debodem)is hierbijhetuitgangspunt. De gemeenten spelen desalniettemin in de archeologie een cruciale rol. De afweging om archeologischemonumentenin situ (in de bodem) dan wel ex situ (doorze opte graven) te behouden, wordt meestal doorde gemeente gemaakt in het kader van het opstellen van het omgevingsplanen de belangenafweging bij de specifieke omgevingsplanactiviteiten waaraan een archeologischeonderzoeksplichtis gekoppeld.
De gemeente is opgrondvan artikel 5.130 van het Bkl verplicht om bij het opstellen van het omgevingsplanrekening te houdenmet het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder (aantoonbaarte verwachten) archeologischemonumenten.Daarbij kan de (aantoonbaarte verwachten) aanwezigheid van archeologischemonumentenvan invloed zijn oponder meer de toedeling van functies aan locaties -bijvoorbeeld de keuze om geen parkeergarage toe te staan opeen locatie met hogearcheologischewaarde- of opde inhoudvan in het omgevingsplanopte nemen beschermende regels of beoordelingsregels. De commissie kan hierover opgrondvan de andere onderdelen van dit artikel adviseren. Voorals gemeentelijk monumentbeschermde archeologischemonumentenis de commissie wel het aangewezen adviesorgaan. 2e Eenomgevingsplanactiviteit diebetrekking heeftopeenvoorbeschermd gemeentelijk monument ofeengemeentelijk monument De bescherming van monumentenof archeologischemonumentenals gemeentelijk monumentgebeurt dooraan het monumentof archeologischmonumentin het omgevingsplande functie-aanduidinggemeentelijk monumente geven. Met een voorbereidingsbesluit kan voorbeschermingworden geboden aan een locatie waarvoor wordt overwogen deze de functie-aanduidinggemeentelijk monumente geven. pagina
8
ons kenmerk
22.51B1
22.51
gemeente
Rhcden
Raadsvergadering 28juni2022
Agendapunt13 DR Overgangsrecht gemeentelijke monumenten Het overgangsrechtin de wet en het InvoeringsbesluitOmgevingswet regelt dat er bij het in werking treden van de wet een vergunningplicht geldt vooractiviteiten met betrekking tot gemeentelijke monumentenen voorbeschermde gemeentelijke monumentendie nog opgrondvan de Erfgoedverordening2017 zijn aangewezen. De regels uit die verordening blijven gelden tot het moment dat dit onderwerp in het nieuwe deel van het omgevingsplanis geregeld. Dit volgtuit de artikelen 22.4en 22.8van de wet en artikel 7.1 van het InvoeringsbesluitOmgevingswet in samenhangmet artikel 22.2 van het omgevingsplan(bruidsschat). De in de Erfgoedverordening2017 opgenomen vergunningplicht geldt als een verbod opgrondvan artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteite verrichten. 3e Een omgevingsplanactiviteit in gevaldecommissiein hetomgevingsplan als adviseur is aangewezen De raad kan opgrondvan artikel 16.15,tweede lid, van de wet in het nieuwe deel van het omgevingsplanbepalen in welke gevallen een advies verplicht is. Dit kan per gebied of per type activiteit of bouwwerk verschillen. Zolangnoggeen gevallen zijn aangewezen, zet het college het bestaande beleid met betrekking tot het vragen van commissieadvies voort.
Omdat het omgevingsplan ookbij een projectbesluit of een voorbereidingsbesluit kan worden gewijzigd, brengt dit mee dat ookGedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het Waterschap en de minister van OCW de commissie als adviseur in het omgevingsplan kunnenaanwijzen. Regels over de aanwijzingvan de commissie als adviseur kunnenook onderdeel zijn van de voorbeschermingsregels waarmee een voorbereidingsbesluit het omgevingsplanwijzigt. Overigens betekent dit niet dat de commissie daarmee ook formeel adviesorgaan van die andere bestuursorganenwordt. Als het college geen bevoegd gezag is voorde aanvraag om een omgevingsvergunning maar adviseur, is de commissie ookadviseur en richt het advies van de commissie zich tot het college in plaats van het bevoegd gezag (artikel 4.22van het Omgevingsbesluit). 4e Eenandere activiteitin geval burgemeester en wethouders eenadviesnodigachtenmet hetoogophetbereiken enin standhouden vaneengoede omgevingskwaliteit Dit onderdeel is gelijkwaardig aan de huidigezogenoemde 'kan-bepaling'over de welstandsadvisering in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht.Het college kan -voorzover dat in het omgevingsplanniet anders is geregeld- opgronddaarvan zelf bepalen of zij een advies inwinnenbij de commissie.
De beoordeling vandeomgevingsplanactiviteit bouwen doordecommissie Bij het beoordelen van een plan volgtde commissie de beoordelingsregels die in het omgevingsplanstaan. De beoordelingsregels geven aan onder welke voorwaarden de vergunningkan worden verleend of geweigerd. Het gaat hierbij om regels over het bouwwerk zelf als wel zijn relatie tot de omgevingen de te verwachten ontwikkeling daarvan. Bijvoorbeeld de bouwhoogte, de bouwmassa, het maximale bebouwingsoppervlak, de aanwijzingvan bouwvlakken, de situering opde bouwvlakken, de karakteristiek van de bebouwing,en het uiterlijk van bouwwerken zoals vastgelegd in de beleidsnota. De wet biedt de gemeente een kans om te zorgen vooreen betere inbedding en aansluitingvan welstandsaspecten binnen het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. Het streven naar een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet is daarbij het overkoepelende doel. Daarom is de advisering niet beperkt tot ingrepen aan beschermde monumentenen het uiterlijk van bouwwerken. De commissie adviseert zowel over de toepassingvan de regels in het omgevingsplan zelf (zoals de mogelijkheid tot 'binnenplanse'afwijkingen), als over de toepassingvan de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Dit gebeurt vanuit het doel van een goede omgevingskwaliteit. pagina
9
ons kenmerk
22.51B1
22.51
gemeente Rheden
Raadsvergadering 28juni2022 Agendapunt13 DR Onderdeel b De minister van OCW vraagt ingevolge de Erfgoedwet altijd advies aan het college van de gemeente waar een monumentof archeologischmonumentzich bevindt, alvorens te besluiten het aan te wijzen als rijksmonument.In dat geval is de commissie adviseur van het college. De commissie is ookadviseur in geval het college het voornemen heeft een monumentof archeologischmonumentaan te wijzen als gemeentelijk monument(doorde locatie de functie-aanduidinggemeentelijk monumente geven). Onderdeel c Dit onderdeel geeft invullingaan de mogelijkheid als bedoeld in artikel 17.9, tweede lid, van de wet om de commissie in te schakelen bij het ontwikkelen van beleid voorde kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Zoals hierboven vermeld gaat het uitsluitend om beleid op het gebied van de omgevingskwaliteit. Onderdeel d Dit onderdeel betreft de opgavegerichte advisering in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave. In geval van een verkenning in het kader van een projectprocedure of projectbesluit als bedoeld in artikel 5.48,tweede lid, van de wet onderzoekt het bevoegd gezag de mogelijke oplossingen vooreen opgave. Doorde verkenning kan het bevoegd gezag inzichten verkrijgen in: - de aard van de opgave; - de relevante ontwikkelingenvoorde fysieke leefomgeving; en - de mogelijke oplossingen voordie opgave.
Hieronder vallen ookde oplossingen die anderen aandragen en waarvan het bevoegd gezag na beoordeling ervan besluit deze mee te nemen in de verkenning. Burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganenvan het Rijk en de provinciedie een mogelijke oplossing hebben aangedragen, kunnenaan het college vragen een deskundige instantie als de commissie over hunoplossing te raadplegen. Het college kan ookzelf advies vragen over de aangedragen oplossingen voorde opgave. De laatste zinsnede van dit onderdeel geeft aan dat ookals er geen sprake is van een projectprocedure of projectbesluit het college aan de commissie advies kan vragen in het kader van een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving. Onderdeel Vooroverleg bij een vergunningaanvraag wordt in de wet niet gereguleerd. De bestaande praktijk kan opgrondvan dit onderdeel worden voortgezet. Het belang van een goed vooroverleg neemt toe, aangezien het vereiste van onlosmakelijke samenhangvanuitde Wet algemene bepalingen omgevingsrecht(hierna: Wabo) niet is overgenomen in de wet. De initiatiefnemer is er zelf verantwoordelijk voordat zij of hij vooralle activiteiten beschikt over de vereiste vergunningen.Het is aan de initiatiefnemer om de verschillende eisen op elkaar af te stemmen. Vooral bij complexe projecten is vooroverleg van grootbelang.
Onderdeel f In dit onderdeel is bepaald dat de commissie ookadviseur kan zijn bij het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorgvoorcultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen. De aanschrijvingsbevoegdheidals bedoeld in artikel 13a van de Woningwetin geval van een bouwwerk dat in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, is opgenomenin de bruidsschatals bedoeld in artikel 7.1 van het InvoeringsbesluitOmgevingswet. Dit in de vorm van een bevoegdheid tot stellen van maatwerkvoorschriften (zie artikel 22.7in samenhangmet artikel 22.4van het tijdelijke deel van het omgevingsplan). De specifieke zorgplichtvoorrijksmonumentenverplicht initiatiefnemers om maatregelen te nemen om het beschadigen of vernielen van (voorbeschermde) rijksmonumentente voorkomen.Een activiteit hoeft daarbij niet gericht te zijn opeen rijksmonument.Het is voldoende dat een activiteit in de fysieke leefomgeving effect heeft opdat rijksmonument. pagina
10
ons kenmerk
22.51B1
22.51
gemeente Rheden
Raadsvergadering 28 juni2022 Agendapunt13 DR Een voorbeeld hiervan is het bouwen van een tunnel, waardoor een rijksmonumentkan verzakken. De regels voorde specifieke zorgplichtstaan in hoofdstuk13 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De gemeente kan opgronddaarvan maatwerkvoorschriften opleggen. Onderdeel h De meeste regels over de fysieke leefomgeving uit de gemeentelijke verordeningen komen niet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan.Het gaat bijvoorbeeld om de regels over objecten in de openbare ruimte in de Algemene Plaatselijke Verordening. De gemeente kan deze regels tot het einde van de overgangsfase (2029) omzetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.Op grondvan dit onderdeel kan het college ookop basis van deze verordeningen advies vragen aan de commissie, ookal zijn de regels nogniet omgezet naar het omgevingsplan. Derdelid Het college kan ambtenaren belasten met de zelfstandige uitvoeringvan de taken met uitzonderingvan de adviestaken die opgrondvan artikel 4 onder mandaat van de commissie worden uitgevoerd. Artikel3. Verplichteadviezen
Dit artikel sluit aan opde verplichte adviezen opgrondvan artikel 17.9 van de wet en het op grondvan de Erfgoedverordening2017 verplichte advies bij gemeentelijke monumenten. Artikel4. Samenstelling
Eerstelid Dit lid geeft invullingaan artikel 17.7,eerste lid, van de wet, waarin is bepaald dat de raad het aantal leden vaststelt. Er kunnendesgewenst ookplaatsvervangers worden benoemd, zodat de commissie ookkan functionerenwanneer éénof meer vaste leden zijn verhinderd. Tweedelid Dit lid geeft aan dat de leden als deskundigen en dus op persoonlijketitel en opgrondvan hunpersoonlijke kwalificaties worden benoemd. Hun lidmaatschap is niet afhankelijk van het bekleden van een bepaalde functie of het hebben van een bepaalde hoedanigheid.De leden vertegenwoordigen geen bijzondere belangen. Dat betekent bijvoorbeeld dat belangenorganisatiesop het gebied van de omgevingskwaliteit geen vertegenwoordigers in de commissie hebben. De leden zullen hunfunctie onafhankelijkdienen uit te oefenen. Daartegenover staat dat benoeming niet achterwege zal blijven enkel vanwege het lidmaatschap van een bepaalde groeperingof het bekleden van een bepaalde bestuurlijke of maatschappelijke functie. Daarnaast beschikken de leden over inzichtin maatschappelijke verhoudingenopgrondvan maatschappelijke kennis en ervaring. Derdelid Dit lid voorziet in de mogelijkheid om burgerleden te benoemen. Voordeze leden geldt de eis van inzichtin maatschappelijke verhoudingenopgrondvan maatschappelijke kennis en ervaring.
Vierdeen vijfdelid Deze artikelleden zien toe op de deskundigheidsgebieden die in de commissie vertegenwoordigd moeten zijn. De wet schrijft voordat binnen de commissie enkele leden deskundigdienen te zijn op het gebied van de monumentenzorg, en dat die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument.Volgens de Memorie van toelichtingdient de commissie ten minste over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie,bouw-en architectuurhistorie,restauratiearchitectuur, landschapen stedenbouw te beschikken (Kamerstukken II 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581).In aanvulling hierop is de deskundigheid aangevuld met architectuuren lokale kennis toegevoegd. Het is mogelijk dat éénpersoonmeerdere disciplines in zich verenigt. pagina
11
ons kenmerk
22.51B1
22.51
gemeente
Rheden
Raadsvergadering 28 juni2022 Agendapunt13 DR Zesdelid Artikel 17.8van de wet stelt als eis, dat de leden van het gemeentebestuur geen lid zijn van een gemeentelijk adviesorgaan. Artikel5. Benoeming
Eerstetot enmet derdelid Deze artikelleden hebben betrekking opde benoemingstermijn als bedoeld in artikel 17.7, eerste lid, van de wet. Het eerste lid regelt de benoeming voorde eerste termijn. Het tweede lid ziet toe opde herbenoeming. De regels voorde herbenoeming zijn logischerwijsalleen van toepassingop de leden, niet op huneventuele plaatsvervangers. In het derde lid is de mogelijkheid opgenomenom leden vier jaar na hunaftreden opnieuwte benoemen. De vraag kan worden gesteld of het benoemen van leden en instellen van de commissie een bevoegdheid is die gemandateerd kan worden aan het college. Mandaatverlening is niet geoorloofdindien de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. In dit geval is het de vraag of de aard van de bevoegdheid zich verzet tegen mandaatverlening als bedoeld in artikel 10:3, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Onder de Woningwetis overwogen dat de raad een centrale rol moest spelen in het welstandstoezicht, mandatering was daarom niet mogelijk. Uit de toelichtingbij artikel 17.7 van de wet volgtdat 'in navolging van de bestaande regeling voorde Welstandscommissie (..) die bevoegdheid is neergelegd bij de gemeenteraad.' (Kamerstukken II, 2013-2014, 33962, nr. 3, p. 580). Op gronddaarvan mag worden aangenomendat de aard van de bevoegdheid zich tegen mandatering aan het college verzet.
Echter: toch zijn bestuursjuristen het erover eens dat de benoeming van de commissie niet per se doorde raad zelf moet gebeuren. De algemene delegatiebevoegdheid uit de Algemene wet bestuursrecht (artikel 10.3) en uit artikel 156 van de Gemeentewet bepalen dat de raad zijn bevoegdheden mag overdragen aan het college - tenzij de aard van de betreffende bevoegdheid zich daartegen verzet. Dat laatste is het geval bijvoorbeeld bij het vaststellen van een verordening of van de begroting en jaarrekening. Volgensde juristen is de benoeming van een gemeentelijke Adviescommissie niet zo'nzwaarwegend geval. De benoeming van de leden kan dus gedelegeerd worden aan het college zolangde raad maar de bevoegdheid houdtom die delegatie weer in te trekken wanneer er twijfels rijzen over de samenstelling of de onafhankelijke positie van de commissie. Vierdelid Dit lid voorziet in de mogelijkheid dat de voorzitter, de ondervoorzitters en de plaatsvervangers in functie worden benoemd. Vijfdelid Dit lid regelt schorsingen ontslag.De wet bepaalt dat de raad de leden benoemt en ontslaat (artikel 17.7,tweede lid, van de wet). Het is vanzelfsprekend dat leden op eigen aanvraag worden ontslagen.Zij kunnenverder worden geschorsten ontslagenwegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of opandere zwaarwegende gronden. Artikel6. Ondersteuningvande commissie
De commissie wordt in ieder geval bijgestaan dooreen ambtelijk secretaris die voorde uitoefeningvan zijn taak uitsluitend verantwoordingschuldigis aan de commissie. De secretaris wordt dus niet doorbestuurlijke belangen geleid. Datzelfde geldt voorde medewerkers die eventueel aan de secretaris worden toegevoegd en die doorde secretaris worden aangestuurd.
pagina
12
ons kenmerk
22.51B1
gemeente
22.51
Rheden
Raadsvergadering 28juni2022 Agendapunt13 DR Artikel7. Adviestermijn
In de wet is geen termijn gesteld waar binnen de commissie moet adviseren. Daarom kan het college opgrondvan het eerste lid aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. Deze termijn mag volgensartikel 3:6 van de Awb niet zodanigkort zijn, dat de commissie zijn taak niet meer kan vervullen. In het tweede lid is bepaald dat het college ook kan afzien van het stellen van een termijn. In dat geval geldt een termijn van vier weken. Die is gelijk aan de termijn die in de Bouwverordening2018 vooreen advies opeen aanvraag vooreen omgevingsvergunning was opgenomen. Indien geen advies wordt uitgebracht binnen de genoemde adviestermijn, staat dit de besluitvormingdoorhet college niet in de weg (artikel 3:6, tweede lid, van de Awb). Artikel8. Beraadslaging en standpuntbepaling
Eerstelid Dit lid is een nadere regeling van uitwerkingvan de wettelijke bedoeld in artikel 17.9, vijfde lid, van de wet.
eis van openbaarheid als
Tweedelid Uit artikel 4:7van de Awb volgtde beperkte verplichtingdat de mogelijkheid tot toelichting van een plan ten overstaan van de commissie dient te worden geboden aan de aanvrager van de omgevingsvergunning. Daarnaast hebben andere belanghebbenden spreekrecht. De kringvan spreekgerechtigden is beperkt tot belanghebbenden (als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb). Daarmee wordt voorkomendat allerlei personen tijdens de vergadering van de commissie kunneninspreken, terwijl die in een eventuele rechterlijke procedure tegen de omgevingsvergunning voorhet bouwen geen recht van spreken hebben omdat zij geen belanghebbenden zijn. Het spreekrecht is van invloed ophet tijdstip waarop de vergadering van de commissie wordt aangekondigd.Dat tijdstip moet dan zodanigworden gekozen dat eventuele sprekers voldoende tijd hebben om zich opde vergadering voorte bereiden. De regeling van dit spreekrecht wordt opgenomenin het reglement van orde (zie artikel 12). De verplichtingtot openbaar vergaderen heeft betrekking opde vergaderingen waarin het advies opde aanvraag vooreen omgevingsvergunning of opeen voorgenomenbeschikking formeel wordt vastgesteld. Het is niet verplicht voorinformeel vooroverleg of bij de beleidsgerichte, opgavegerichte of ontwerpgerichte advisering. De potentiële initiatiefnemer kan in het stadium van vooroverleg gebaat zijn met beslotenheid.
Openbaarheid zou dan remmend op het vooroverleg kunnenwerken, terwijl uit oogpunt van de korte planprocedure vooroverleg stimuleringverdient. Derdelid Dit lid ziet erop toe dat in de vergadering voldoende leden aanwezig zijn, zodat een deskundigoordeel kan worden gevormd. Het borgtookde wettelijke eis dat enkele leden die deskundigzijn op het gebied van de monumentenzorgin ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning vooreen rijksmonumenten activiteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). Vierdelid Met deze bepaling wordt verstrengeling van belangen tegengegaan. Vijfdelid Dit lid verwijst naar de Awb die uitvoerders van wetten een geheimhoudingsplicht oplegtten aanzien van gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden. Op grondvan artikel 2:5, tweede lid, van de Awb is de plichttot geheimhouding ookvan toepassingop instellingen die een wettelijke taak uitvoeren. Daaronder vallen ookadviesorganen. Dit lid plaatst buiten twijfel dat de geheimhoudingsplicht ookopde commissie en de daarvoorwerkzame personen van toepassingis. Pa9 ina
13
ons kenmerk
22.51B1
22.51
gemeente Rheden
Raadsvergadering 28juni2022
Agendapunt13 DR
Artikel9. Afdoening onder verantwoordelijkheid vande commissie
Dit artikel geeft de mogelijkheid om de advisering namens de commissie over te laten aan een of meer leden dan wel daartoe aangewezen ambtenaren, al dan niet in een vaste samenstelling als subcommissie. De commissie blijft verantwoordelijk voorhet advies. Een goede omschrijvingvan de volmacht is nodigom aan het advies een doorslaggevende betekenis toe te kennen. Dit kan worden opgenomenin het reglement van orde (artikel 12). Daarbij moet wel rekening worden gehoudenmet de wettelijke eis dat enkele leden die deskundigzijn op het gebied van de monumentenzorgin ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning vooreen rijksmonumenten activiteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). De commissie kan ervoor kiezen de volmachtte beperken tot de plannenmet relatief geringe ruimtelijke betekenis, of plannenwaar gelet op meer dan éénvergelijkbare vallen de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld. Een ruimere volmachtis mogelijk indien de betrokken leden, ambtenaren of de subcommissies volledig beschikken over de professionele deskundigheid die in een specifiek geval nodigis voorde advisering.
Ook hier blijft gelden de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorgin ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning vooreen rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). Artikel 10. Adviseurs
Dit artikel geeft de commissie de bevoegdheid zich ten behoeve van de advisering te laten voorlichtendoorambtenaren (eerste lid) of doorexterne deskundigen (tweede lid). Een ambtenaar of een andere deskundige kan ingevolge het derde lid op uitnodiging van de commissie aanwezig zijn bij de vergaderingen of als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Deze regeling sluit aan opde gegroeide praktijk, waarbij de commissies afhankelijk van de behoefte, specifieke adviseurs inschakelen (bijvoorbeeld een specialist op het gebied van historische interieurs of een specialist op het gebied van duurzaam bouwen). Artikel 11. Verwerkingvan het advies
Eerstelid Dit lid ziet toe ophet vragen van een second opinion aan een gemeentelijke Adviescommissie van een andere gemeente in geval het college zich niet kan verenigen met het advies van de commissie. Om oneindig'shoppen'te voorkomenis dit slechts éénkeer per activiteit toegestaan. Een advies van de commissie dat voldoet aan de wettelijke eisen van zorgvuldigheiden motiveringals bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet, behoeft in beginsel geen nadere motivering. Een nadere motivering is wel vereist in geval een aanvrager of een derdebelanghebbende een contra-advies heeft overgelegd, dan wel gemotiveerd aanvoert dat het advies in strijd is met de geldende beoordelingscriteria (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI2952). Tweedelid Dit lid is opgenomenmet het oogopeen goede vervullingvan de adviestaak. Daarvoor is nodigdat de commissie inzichtheeft in hoe het college omgaat met de uitgebrachte adviezen.
pagina
14
ons kenmerk
22.51B1
22.51
gemeente Rheden
Raadsvergadering 28juni2022 Agendapunt13 DR Artikel 12. Reglementvanorde
Eerstelid De commissie stelt een reglement van orde vast. Tweedelid Dit lid geeft aan welke onderwerpen in ieder geval in het reglement van orde worden opgenomen. Derdelid Dit lid regelt de bekendmaking van het reglement van orde. Dat kan als aparte bekendmaking met een goede verwijzing naar deze verordening. Juridischgezien behoeft het reglement van orde niet in de verordeningzelf te worden opgenomen. Artikel 13. Relatiemet andereadviseurs
Dit artikel regelt een goede afstemming tussen de werkzaamheden van andere adviseur(s) op het gebied van de omgevingskwaliteit en de commissie. Artikel 14. Vergoeding
Dit artikel regelt de vergoeding die de leden en de adviseurs, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen. Artikel 15. Jaarverslag
Het jaarverslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet kan voorde raad aanleiding zijn voorbijstelling van het gemeentelijk beleid. De commissie kan naar aanleiding van de verrichte werkzaamheden beleidsaanbevelingen doen. Bijvoorbeeld over de in het omgevingsplanopte nemen beoordelingscriteria met betrekking tot de omgevingskwaliteit. Om die reden verschijnt het jaarverslag tijdig vóórde jaarlijkse beleids- en begrotingscyclus in de gemeente. De specifieke bepalingen over het jaarverslag van het college zijn onder de wet vervallen. In verband met de politieke verantwoordelijkheid voorde omgevingskwaliteit heeft het college het voornemen om de bestaande praktijk van verantwoordingen terugkoppeling voortte zetten en deze mee te nemen in de verplichte evaluatierapportage over de uitvoeringvan het omgevingsrechtaan de raad. In de gemeentelijke evaluatierapportage kan bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan hoe is omgegaanmet de adviezen van de commissie en aan het (tijdig) inwinnenen ontvangenvan advies binnen de afdoeningstermijn. Daarnaast wordt de werking van deze verordening ten minste éénmaalin de vier jaar samen met de commissie geëvalueerd. Artikel 16. Overgangsrecht
Eerstelid Op grondvan dit lid gaan de bestaande leden van de Commissie Cultuurhistoriezonder aparte benoemingsbesluiten over naar de commissie. Tweedelid Dit lid regelt dat aanvragen ingediend voorhet inwerkingtreden van deze verordening volgens het oude recht doorde commissie worden afgedaan. Artikel 17. Vervallen[en intrekking} oude regeling
Eerstelid Alleen de regels met betrekking tot de commissies in de ErfgoedverordeningRheden 2017 vervallen opgrondvan dit lid. Tweedelid Dit lid ziet toe opde intrekkingvan de Verordening Commissie Cultuurhistorie. Artikel 18. Inwerkingtredingen citeertitel
Dit artikel bepaalt het tijdstip van inwerkingtredingen de citeertitel pagina
15
van de verordening. ons kenmerk
22.51B1