CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 23.78

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Financiële verordening 2024 (23.78)11.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het tweede lid bepaalt, dat ook bijdragen aan en onttrekkingen van reserves en voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa worden betrokken bij de kostprijsberekening. Voor de gemeentelijke rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht zoals de riool- en afvalstoffenheffing, worden in de kostprijsberekening ook de compensabele BTW en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid meegenomen.

pagina

18

ons kenmerk

23.78B

23.78

RW - | gemeente Rheden || j

Raadsvergadering 19 december 2023

Agendapunt 5 DB Het derde lid bepaalt, dat het percentage van de rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, jaarlijks met de begroting wordt vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen. Het vierde lid geeft aan, dat de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan specifieke uitkeringen en subsidies, apart onder het taakveld overhead in de administratie worden afgezonderd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding aan specifieke uitkeringen en subsidies worden toegerekend. Het vijfde lid geeft aan, dat de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan de activiteiten die onder de vennootschapsbelastingplicht vallen, apart onder het taakveld overhead in de administratie worden afgezonderd en in de belastingaangifte aan deze activiteiten worden toegerekend. Het zesde en zevende lid betreft het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten, leges en heffingen. Dit is een bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel 156 van de Gemeentewet).

Het eerste lid van artikel 14 bepaalt, dat de raad de tarieven voor de belastingen, riool-, afvalstoffenheffing en overige heffingen jaarlijks vaststelt. Dit betekent, dat de bijbehorende verordeningen jaarlijks worden herzien. Het vaststellen van prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, diensten en werken die niet vallen onder artikel 229 van de Gemeentewet, is een privaatrechtelijke besluit. Deze besluiten zijn een bevoegdheid van het college (artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet), maar hebben wel invloed op de hoogte van de inkomsten en raken daarom ook het budgetrecht van de raad. Deze aspecten zijn verwoord in het achtste en negende lid. Artikel 19. Prijzen economische activiteiten

Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische activiteiten betreffen. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met ondernemingen treedt. Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in, dat ten minste een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten en werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht. Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een raadsbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het raadsbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal geldt een aantal uitzonderingen. Deze uitzonderingen worden in het vierde lid opgesomd. Artikel 20. Financieringsfunctie

Artikel 212, tweede lid, onder c, van de Gemeentewet bevat de bepaling, dat de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 20 bevat kaders voor het financieringsbeleid. De kaders voor de financiële organisatie van de financieringsfunctie staan in artikel 30. In aanvulling op de regels uit de Wet financiering decentrale overheden (hierna: Wet fido) en daarop gebaseerde besluiten en regelingen stelt het tweede lid een aantal aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden gemaakt van financiële derivaten. Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekken en financiële participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 van de Wet fido). Daarbij bepaalt artikel 160, tweede lid, van de Gemeentewet, dat een besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen.

Het derde lid dragen het college op bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het financiële risico waaraan de gemeente bloot komt te staan, te verminderen. Dit is zeker als het om grote bedragen gaat, iets om op te letten. pagina

19

ons kenmerk

23.78B

23.78

gemeente Rheden

Raadsvergadering 19 december 2023

Agendapunt 5 DB Het vierde lid bepaalt, dat voor het verlenen van garanties een voorziening wordt gevormd voor het risico dat de gemeente loopt. Daarmee komt de verlening van garanties expliciet onder het budgetrecht van de raad te vallen en is ook voor de verlening van garanties tegen marktconforme tarieven instemming van de raad vereist. Artikel 21. Lokale heffingen

In artikel 10 van het BBV staat welke informatie de paragraaf lokale heffingen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In artikel 21 wordt de aanvullende informatievraag van de raad gedefinieerd. De commissie BBV beveelt aan om in de paragraaf lokale heffingen van de begroting en de jaarstukken ook een overzicht op te nemen van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing. In de gemeentebegroting bij de paragraaf lokale heffingen wordt bij het onderdeel kwijtscheldingsbeleid verwezen naar de actuele kwijtscheldingsverordening. Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het college van burgemeester en wethouders neemt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het BBV op. Hiermee wordt inzicht gegeven in de financiële positie en de financiële weerbaarheid (welke mogelijkheden zijn er in financieel moeilijke tijden). Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om mogelijke tegenvallers (de risico's) op te vangen zonder dat de uitvoering van het beleid in gevaar komt. Het risicoprofiel binnen de paragraaf weerstandsvermogen ziet vooral toe op de belangrijkste financiële risico's die nog niet op een of andere wijze volledig zijn afgedekt. Bij het weerstandsvermogen wordt gestreefd naar een weerstandsratio (verhouding tussen weerstandscapaciteit en risicoprofiel) tussen 1,4 en 2,0 dat als 'ruim voldoende' wordt gekwalificeerd. Daarnaast worden de volgende streefwaarden gehanteerd: een solvabiliteit (verhouding eigen vermogen ten opzichte van totaal vermogen) van minimaal 20% en een netto schuldquote (verhouding van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten) van minder dan 130%. Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen

In artikel 12 van het BBV staat welke informatie de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. Het tweede tot en met vierde lid bevatten bepalingen waaruit volgt dat het college periodiek de raad onderhoudsplannen aanbiedt over het onderhoud van openbare ruimte, riolering en gebouwen. Hiermee kan de raad de kaders voor het toekomstig onderhoudsniveau vaststellen. Voor het Gemeentelijke Rioleringsplan is, in overeenstemming met de geldigheidsduur van het huidige GRP, een termijn van 5 jaar aangehouden. Artikel 24. Financiering

In artikel 13 van het BBV staat welke informatie de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. Deze paragraaf bevat o.a. de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend. Daarnaast geeft het inzicht in de financieringsbehoefte van de gemeente. Voorts bevat deze paragraaf de uitgangspunten voor het verstrekken van leningen en garantstellingen. Artikel 25. Bedrijfsvoering

In artikel 14 van het BBV staat welke informatie de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In artikel 25 is de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd. Een onderdeel van de paragraaf bedrijfsvoering betreft de rechtmatigheidsverantwoording. In artikel 11 geeft hierover nadere informatie. Artikel 26. Verbonden partijen

In artikel 15 van het BBV staat welke informatie de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In artikel 25 is de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd. pagina

20

ons kenmerk

23.78B

23.78

gemeente Rheden

Raadsvergadering 19 december 2023 Agendapunt 5 DB Artikel 27. Grondbeleid

Dit artikel bepaalt, dat het college eens in de vier jaar aan de raad een Nota grondbeleid aanbiedt en geeft aan welke onderwerpen daarin zoal aan de orde komen. Bij de start van de samenstelling van de nota wordt beoordeeld welke andere onderwerpen van belang zijn om op te nemen. Met de nota stelt de raad de kaders voor het grondbeleid vast. Artikel 28. Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid

De openbaarheidsparagraaf is een nieuwe verplichte paragraaf vanaf de jaarstukken 2022. De verplichting komt voort uit artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo) dat bepaalt dat een bestuursorgaan in de jaarlijkse begroting en verantwoording aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. Deze begroting en jaarlijkse verantwoording vloeien voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Met de verplichte openbaarheidsparagraaf wordt beoogd om een impuls te geven aan de actieve openbaarheid. Artikel 29. Administratie

Onder dit artikel zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de vastlegging ervan moeten voldoen. Artikel 30. Financiële organisatie

Artikel 30 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt het college op hiervoor zorg te dragen. Het college is op grond van artikel 160 van de Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Deze bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie. Artikel 30 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie het college beleid en interne regels moet stellen. Om hier invulling aan te geven ligt het voor de hand, dat het college een organisatiebesluit en een treasurystatuut vaststelt en dat het college de volmachten en mandaten alsook de kostenverdeelsleutels voor de (extracomptabele) kostentoerekening vastlegt. Bij het beleid en de interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht worden aan een inkoopreglement en ook aan gemeentelijke inkoopvoorwaarden. Bij het beleid en de interne regels voor steunverlening en subsidieverstrekking gaat het om procedures die naleving van de Europese staatssteunregels en regels voor diensten van algemeen economisch belang, de Algemene wet bestuursrecht en de gemeentelijke subsidieverordening waarborgen.

In geval van misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het bijvoorbeeld om het treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk worden verstrekt aan rechthebbenden. De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het financieel beheer en het financieel beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden, waarop de interne controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de rechtmatigheid van de beheershandelingen met een financieel gevolg en de getrouwheid van de jaarrekening. Artikel 31. Interne controle

De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die eraan ten grondslag liggen, rechtmatig zijn verlopen. Het eerste lid van artikel 19 draagt het college op maatregelen te treffen, zodat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheers handelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen, rechtmatig (zijn) verlopen.

pagina

21

ons kenmerk

23.78B

23.78

gemeente Rhedetl

Raadsvergadering 19 december 2023

Agendapunt 5 DB Het tweede lid bepaalt, dat het college maatregelen treft, zodat wordt gecontroleerd of de administratie van materiele bezittingen zoals gebouwen, voertuigen, computers, voorraden en de administratie van het financieel vermogen zoals aandelen en overeenkomsten van leningen, geldmiddelen, debiteurenvorderingen e.d. overeenkomen met hetgeen de gemeente daadwerkelijk bezit. Voor veel van deze bezittingen wordt een jaarlijkse controle gevraagd. Eens in vier jaar moet worden gecontroleerd of de administratie van registergoederen en bedrijfsmiddelen overeenkomt met het daadwerkelijke bezit. Artikel 32. Intrekken oude verordening en overgangsrecht en Artikel 33. Inwerkingtreding en citeertitel

De nieuwe verordening treedt volgens artikel 33 inwerking op 1 januari 2024 en is van toepassing op alle stukken die betrekking hebben op het begrotingsjaar 2024 en later. De oude verordening is ondanks het intrekken nog wel van toepassing op de jaarstukken 2023, die begin 2024 worden opgesteld. Hiervoor is in artikel 32 een overgangsbepaling opgenomen.

pagina

22

ons kenmerk

23.78B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=3f56e23d-c200-4efe-be90-b5ed2a1618b2